CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Project-mer-beoordeling (aanmeldnotitie)

Gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Vaststellen TAM (Tijdelijk Alternatieve Maatregelen)-omgevingsplan Woonontwikkeling Westpoort Heerhugowaard9.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Westpoort Heerhugowaard Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling

Verantwoording Titel: Onderwerp: Projectnummer: Klant: Referentienummer: Versie:

Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling 51021136 Text.

D1

Datum:

07-06-2024

Auteur: E-mailadres:

Sam van Leeuwen, Janae Amanfo

Gecontroleerd door:

Matthijs Vrij Peerdeman

Vrijgegeven door:

Martijn Drosten

2/33

Inhoudsopgave

1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ................................................................................................................................................... 4 Aanleiding ................................................................................................................................................ 4 Voorgeschiedenis .................................................................................................................................... 5 Milieueffectrapportage ............................................................................................................................. 5 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 9

2. 2.1 2.2

Kenmerken van het project ...................................................................................................................10 Inleiding .................................................................................................................................................10 Projectgebied Westpoort .......................................................................................................................11

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

Locatie van het project ..........................................................................................................................13 Inleiding .................................................................................................................................................13 Bestaand grondgebruik .........................................................................................................................14 Natuur ....................................................................................................................................................14 Verontreiniging: luchtkwaliteit ................................................................................................................17 Verkeer en geluidshinder ......................................................................................................................17 Cultuurhistorische en landschappelijke waarden ..................................................................................18 Archeologie ............................................................................................................................................19 Bodem en (grond)water .........................................................................................................................19

4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Kenmerken van de potentiële effecten ..................................................................................................22 Inleiding .................................................................................................................................................22 Natuur ....................................................................................................................................................24 Verkeer en geluidshinder ......................................................................................................................24 Bodem en (grond)water .........................................................................................................................29 Luchtkwaliteit .........................................................................................................................................30

5. 5.1 5.2 5.3

Conclusie t.a.v. mogelijk aanzienlijke milieueffecten ............................................................................31 Doel van deze aanmeldingsnotitie ........................................................................................................31 Conclusie aanmeldingsnotitie ................................................................................................................31 Conclusie over aanzienlijke milieueffecten ...........................................................................................32

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: sweco.projectId Datum: 07-06-2024 Versie: D1 Document referentie: c:\users\nlgeob\downloads\aanmeldingsnotitie westpoort heerhugowaard - d1.docx

3/33

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Gemeente Dijk en Waard is voornemens op de locatie Westpoort in Heerhugowaard een gebiedsontwikkeling planologisch mogelijk te maken (zie figuur 1.1). Dit betreft de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk met maximaal 500 woningen en maximaal 1.000 m2 BVO aan maatschappelijke voorzieningen. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming van het omgevingsplan, moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Uit het Omgevingsbesluit volgt dat voor deze ontwikkeling een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de informatie opgenomen die nodig is voor de m.e.r.beoordeling. Figuur 1.1 Ligging projectgebied Westpoort Heerhugowaard (gele contour).

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

4/33

1.2 Voorgeschiedenis In 2011 was voorzien dat het Medisch Centrum Alkmaar zou worden verplaatst naar de voorliggende projectlocatie Westpoort Heerhugowaard. Hier is in 2014 een bestemmingsplan voor vastgesteld. Uiteindelijk bleek de nieuwbouw van het medisch centrum niet haalbaar en zijn de gronden braak blijven liggen. Vervolgens is onderzocht wat de meest wenselijk invulling van het projectgebied zou kunnen zijn. Bij de start van de gebiedsontwikkeling (Westpoort en De Scheg) zijn er diverse interviews gehouden met interne en externe belanghebbenden. Vervolgens is er eind 2020 een enquête gehouden onder inwoners en ondernemers en is er begin 2021 een toekomstgesprek met inwoners en ondernemers geweest over kansen voor Westpoort en De Scheg. Tevens zijn er twee bijeenkomsten gehouden met gemeenteraadsleden over de uitgangspunten en invulling van deze gebieden. Vervolgens heeft de gemeente Dijk en Waard in 2021 vanuit het Ministerie van BZK een subsidie van 4,6 miljoen euro goedgekeurd gekregen in het kader van de Regeling Woningbouwimpuls. Door deze subsidie kan de voorliggende planontwikkeling en de benodigde infrastructuur en voorzieningen versneld starten.

1.3 Milieueffectrapportage Het instrument milieueffectrapportage (mer1) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In de Omgevingswet (Ow) wordt onderscheid gemaakt in m.e.r. voor plannen (plan-m.e.r.) en m.e.r. voor projecten (project-m.e.r.). In beide gevallen kan er sprake zijn van een milieueffectrapport (MER2) of m.e.r.-beoordeling (een procedure waarin moet worden onderzocht of een MER nodig is). KADER 3.1: VERSCHILLENDE SOORTEN M.E.R.-PROCEDURES Kaderstellende plannen: plan-m.e.r. In de Omgevingswet is gekozen voor een algemene omschrijving van de plan-m.e.r.(beoordelings)plichtige plannen en programma’s. Wel is in de Omgevingswet verduidelijkt dat onder een plan of programma in ieder geval worden verstaan: een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Plan-m.e.r.-beoordeling Wanneer sprake is van een kaderstellend plan geldt in eerste instantie een plan-m.e.r.-plicht. De Omgevingswet biedt in sommige situaties echter de mogelijkheid om via een plan-m.e.r.beoordeling te onderbouwen dat er geen plan-m.e.r. nodig is.

Dit geldt voor kaderstellende plannen waarvan het project onder de drempelwaarde van Bijlage V Omgevingsbesluit blijft3 én waar sprake is van een kleine wijziging of als het plan betrekking heeft op een klein gebied op lokaal niveau. In

1 mer: procedure van de milieueffectrapportage 2 MER: het Milieueffectrapport dat als resultaat van de m.e.r. wordt geschreven 3 Dit wordt geregeld in artikel 11.1, lid 2, onder a van het Omgevingsbesluit.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

5/33

die gevallen kan worden onderbouwd dat er geen sprake is van belangrijk nadelige milieueffecten als gevolg van het betreffende plan. Verder geldt voor plannen en programma’s die een kader vormen voor andere projecten dan de projecten uit Bijlage V Omgevingsbesluit (dus voor projecten die niet in de tabel in die bijlage genoemd worden), dat via een plan-m.e.r.-beoordeling onderbouwd moet worden dat er geen sprake is van belangrijk nadelige effecten. Project-m.e.r.-(beoordeling) In het Omgevingsbesluit (Ob) staat in bijlage V opgesomd welke projecten m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig zijn. Bij de start van een project moet altijd worden gekeken of het project valt onder één van de categorieën van bijlage V Ob.

Om te bepalen of voor het voorgenomen project een m.e.r.-procedure nodig is, zijn een aantal zaken van belang: • • •

1.3.1

Is er sprake van een project uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit? Welke plannen/besluiten worden voorzien? Is er sprake van een passende beoordeling in combinatie met een bestuursrechtelijk of wettelijk verplicht plan?

Project

Het project betreft de bouw van woningen. Dit project staat onder J11 in Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob). Project J11 van Bijlage V Ob betreft ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen’. In paragraaf 1.3.2 wordt gekeken of voor de voorziene plannen/besluiten een m.e.r.-procedure nodig is. Tabel 1.1: relevante projecten uit Bijlage V Omgevingsbesluit (bekeken op 24-04-2024)

Nr.

Projecten

Gevallen waarin de m.e.r.-plicht geldt

J11

Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen

Niet van toepassing

1.3.2

Gevallen waarin de m.e.r.beoordeling geldt Aanleg, wijziging of uitbreiding

Besluiten

Het omgevingsplan

Voorziene plannen/besluiten

De bouw van de woningen past niet binnen het bestaande omgevingsplan. Dat betekent dat wijziging van het omgevingsplan nodig is. Voor de wijziging is een project-m.e.r.-beoordeling nodig.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

6/33

1.3.3

Passende beoordeling

Wanneer een passende beoordeling nodig is in het kader van natuur, dan leidt deze in combinatie met een wettelijk of bestuursrechtelijk verplicht plan tot een plan-m.e.r.-plicht. Omdat er geen sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden, is er geen passende beoordeling gedaan (zie paragraaf 4.2 voor een toelichting hierop).

1.3.4

Conclusie benodigde m.e.r.-procedure

Omdat er sprake is van een project uit bijlage V van het Omgevingsbesluit (Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen) en er een wijziging van het omgevingsplan nodig is, is er sprake van een project-m.e.r.-beoordeling.

1.3.5

Doel van deze aanmeldingsnotitie

De m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of bij het voorgenomen project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van een m.e.r.-beoordeling wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld. De aanmeldingsnotitie betreft de mededeling in het kader van de m.e.r.-beoordeling van de initiatiefnemer aan het bevoegd gezag (artikel 16.45 van de Ow). In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreidere m.e.r-procedure nodig is. Bij de m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: •

Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden → er dient een m.e.r.-procedure doorlopen worden.

•

Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op → er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen.

Het uitgangspunt bij deze beoordeling is dat er geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu optreden als gevolg van het project. Dit uitgangspunt betekent dat geen nadere m.e.r.-procedure nodig is, tenzij uit de beoordeling naar voren komt dat er sprake is van mogelijke ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze ‘belangrijke nadelige gevolgen’ moeten voor de project-m.e.r.-beoordeling worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van ‘Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten’. Op basis daarvan dient het project te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van het project: a. Omvang van het project; b. Cumulatie met andere projecten; c. Gebruik natuurlijke hulpbronnen; d. Productie afvalstoffen; e. Verontreiniging en hinder; f. Risico op zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering; g. Risico voor de menselijke gezondheid. 2. Plaats van het project:

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

7/33

a. Bestaand grondgebruik; b. Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied; c. Opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden. 3. Kenmerken van het potentiële effect: a. De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect; b. De aard van het effect; c. Grensoverschrijdend karakter; d. Intensiteit en complexiteit effect; e. Waarschijnlijkheid effect; f. Verwachte aanvang, duur, frequentie en omkeerbaarheid effect; g. De cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten; h. De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen. KADER 3.2 UITLEG AANMELDINGSNOTITIE (IPLO, z.d.) Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de m.e.r.-beoordelingsnotitie dat er geen verdere m.e.r.-procedure nodig is, tenzij uit de beoordeling blijk dat er sprake is van belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu. Dit uitgangspunt heeft gevolgen voor inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken. Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de m.e.r.beoordeling worden gebaseerd op ‘expert judgement’, zonder (model)berekening of (veld)onderzoek.

Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige gevolgen, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken.

1.3.6

Procedure m.e.r.-beoordeling

Deze aanmeldingsnotitie geeft het bevoegd gezag (de gemeente Dijk en Waard) de informatie die nodig is om te beoordelen of een m.e.r. nodig is voor het voorgenomen project. Op basis van deze aanmeldingsnotitie neemt het bevoegd gezag een beslissing of voor dit project, omwille van belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Het bevoegd gezag neemt uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst van de aanmeldingsnotitie een m.e.r.-beoordelingsbeslissing. Tegen een m.e.r.beoordelingsbeslissing is alleen bezwaar of beroep mogelijk als deze beslissing de belanghebbende, los van het voor te bereiden besluit, rechtstreeks in zijn belang treft. Verder staat er tegen een m.e.r.-beoordelingsbeslissing geen direct bezwaar en beroep open. Mocht een belanghebbende, anders dan de initiatiefnemer, het niet eens zijn met de gevolgde procedure, dan kan bezwaar of beroep worden ingediend bij het besluit in het kader waarvan de m.e.r.beoordeling plaatsvond, in dit geval de wijziging van het omgevingsplan.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

8/33

1.4 Leeswijzer In deze inleiding is aan bod gekomen waarom een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, wat het doel is van deze aanmeldingsnotitie en wat de procedure is voor de m.e.r.-beoordeling. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de kenmerken van het project. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de kenmerken van het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt beschreven of het project potentiële nadelige milieueffecten met zich meebrengt. Dit gebeurt aan de hand van een beschrijving van de te verwachten effecten voor de thema’s natuur, verkeer, geluid, luchtkwaliteit, bodem en water. Tot slot worden in hoofdstuk 5 de effecten zoals beschreven in hoofdstuk 4 beoordeeld. Deze beoordeling leidt tot de conclusie of aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn en of dit leidt tot het moeten opstellen van een milieueffectrapport (MER).

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

9/33

2. Kenmerken van het project 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de kenmerken van het project. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de kenmerken van het project. Hierbij zijn de criteria gehanteerd uit Bijlage III van de Europese Richtlijn. In de daaropvolgende paragraaf worden relevante kenmerken van het project nader toegelicht. Potentiële effecten als gevolg van de kenmerken van het project worden in hoofdstuk 4 beschreven. Criteria

Beschrijving

Tabel 2.1

Omvang van het project (relatie met bijlage V Omgevingsbesluit)

Het project betreft de realisatie van een nieuw woongebied op de locatie Westpoort in Heerhugowaard. Het zal bestaan uit een mix van woningtypen en woningcategorieën, gemaximaliseerd op 500 stuks en verdeeld over verschillende blokken. Ook komt er 1000 m2 aan maatschappelijke functies binnen het gebied. Een uitgebreidere beschrijving van het planvoornemen is opgenomen in paragraaf 2.2. Dit project staat onder J11 in Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob). Project J11 van Bijlage V Ob betreft ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen’. Er geldt geen drempelwaarde. Er moet daarom een m.e.r.beoordeling gedaan worden.

Samenvatting van de kenmerken van het project op basis van de toetsingscriteria uit Bijlage III van de Europese Richtlijn

Cumulatie met andere projecten

Het projectgebied ligt nabij de Scheg. De locatie De Scheg betreft een langgerecht smal perceel dat extensief agrarisch in gebruik is. De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van maximaal 350 appartementen, verdeeld over drie woongebouwen met een maximale bouwhoogte van 18 meter. De vergunning voor dit project is reeds verleend. In deze aanmeldingsnotitie worden eventuele cumulatieve effecten beschouwd.

Gebruik natuurlijke hulpbronnen4

Het projectgebied is momenteel braakliggend. In het projectgebied of in de nabijheid daarvan zijn geen natuurlijke hulpbronnen aanwezig die als gevolg van de activiteit worden beïnvloed.

Productie afvalstoffen5

Er is geen sprake van productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen. Bij de realisatie van nieuwe gebouwen komt (sloop- en bouw)afval vrij en is sprake van emissies van bouwverkeer. (Sloop- en bouw)afval wordt conform

4

Toelichting: Van gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan sprake zijn als een ontwikkeling gevolgen heeft voor op, of in de nabijheid van, de locatie aanwezige natuurlijke hulpbronnen. Denk bijvoorbeeld aan de onttrekking van grondwater of het delven van grondstoffen zoals zand of klei. Ook het kappen van bos als leefomgeving voor dieren of recreatiegebied voor mensen valt hieronder. Dit criterium is vooral van belang bij industriële activiteiten. 5 Afvalstoffen zijn stoffen (preparaten of voorwerpen) waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (artikel 1.1, lid 1 Wet milieubeheer). Nadelige milieugevolgen kunnen ontstaan bij het vrijkomen van gevaarlijke afvalstoffen.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

10/33

geldende wet- en regelgeving afgevoerd. Afvalstoffen die vrijkomen tijdens de gebruiksfase betreffen o.a. huishoudelijk-afval en bedrijfsafval. Verontreiniging en hinder

Verontreiniging: Tijdens de aanlegfase kan als gevolg van het bouwverkeer mogelijk een beperkte en lokale verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. In de gebruiksfase kan een toename van de verkeersintensiteit leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierop wordt nader ingegaan in hoofdstuk ‘4. Kenmerken van het potentiële effect’. De ontwikkeling zal verder niet leiden tot een andere vorm van verontreiniging. Hinder: Tijdens de aanleg kan als gevolg van sloop- en bouwwerkzaamheden en het bouwverkeer verkeershinder en geluidshinder optreden. In de gebruiksfase leidt de ontwikkeling tot een toename van verkeersbewegingen met als gevolg extra geluidshinder voor omwonenden. Daarnaast ligt het noordwestelijk deel van de kavel binnen een afstand van 100 m tot het spoor, de in de regel aangehouden afstand waarbinnen de invloed van spoortrillingen op het project moet worden beschouwd. Op mogelijke effecten als gevolg van de verkeerstoename en geluidshinder wordt nader ingegaan in hoofdstuk 4.

Risico op zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering

De voorgenomen activiteit zorgt voor een toename van het aantal woningen. Dat betekent dat er als gevolg van klimaatverandering effecten kunnen optreden in de vorm van wateroverlast of hittestress. De kaart ‘klimaatrisico’s’ van het RIVM (atlasleefomgeving.nl) laat zien dat het projectgebied op dit moment geen hoog klimaatrisico heeft. Wanneer sprake zou zijn van een dijkdoorbraak, dan ligt het projectgebied op een locatie waar sprake zal zijn van lichte overstroming. Met het voornemen neemt het verhard oppervlak toe. Op de mogelijke effecten van verharding wordt ingegaan in hoofdstuk 4.

Risico voor de menselijke gezondheid

In verband met de voorgenomen bouw van de woningen in Heerhugowaard zijn de externe veiligheidsrisico’s door het transport van gevaarlijke stoffen over de N242 berekend voor de bestaande en de toekomstige situatie. Uit het onderzoek blijkt dat het plaatsgebonden- en groepsrisico als gevolg van het voornemen niet toeneemt. Risico’s op de menselijke gezondheid kunnen ontstaan als gevolg van geluidhinder. Hierop wordt nader ingegaan in hoofdstuk ’4. Kenmerken van het potentiële effect’.

2.2 Projectgebied Westpoort Gemeente Dijk en Waard is voornemens op de locatie Westpoort in Heerhugowaard een gebiedsontwikkeling planologisch mogelijk te maken. De ontwikkeling van Westpoort richt zich op het volgende: • De realisatie van maximaal 500 nieuwe woningen met een mix van woningtypen, verdeeld over verschillende blokken • 1000m2 BVO aan maatschappelijke voorzieningen. In figuur 2.1 is weergegeven welke functies in het omgevingsplan mogelijk worden gemaakt. In het gehele gebied is het mogelijk om woningen te bouwen en maatschappelijke voorzieningen te ontwikkelen. De invulling van het projectgebied is dus flexibel. Gestapeld wonen is alleen mogelijk binnen de bouwblokken die zijn opgenomen. Figuur 2.2 toont een luchtfoto van het projectgebied.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

11/33

Figuur 2.1 Toekomstige inrichting projectgebied Westpoort

Figuur 2.2 Luchtfoto van projectgebied (rode contour)

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

12/33

3. Locatie van het project 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de plaats van het project beschreven. Tabel 3.1 geeft een overzicht van de locatiekenmerken van het project. Hierbij zijn de criteria gehanteerd uit Bijlage III van de Europese Richtlijn. In de volgende paragrafen worden de mogelijk aanwezige waarden nader toegelicht. Criteria Bestaande grondgebruik

Beschrijving De plek waar de nieuwe woonwijk wordt gebouwd is momenteel braakliggend. Zie paragraaf 2.2 voor een uitgebreide beschrijving van het projectgebied.

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied.

Het projectgebied bestaat op dit moment uit grasland. Het projectgebied kent geen grootschalige hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen.

Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.

•

•

• • • •

Tabel 3.1 Samenvatting van de locatiekenmerken van het project

Het projectgebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op ruim 7 kilometer afstand (Eilandspolder). Hier kunnen mogelijk indirecte effecten op ontstaan. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.2. Het projectgebied ligt ook niet in of in de buurt van de begrenzingen van een NNN gebied. Er kunnen dus geen negatieve effecten door de plannen op het NNN-gebied optreden. In het projectgebied wordt geen beschermde flora verwacht. Er zijn wel meerdere beschermde vogelsoorten waargenomen. De mogelijke effecten hiervan worden besproken in hoofdstuk 4.2. Het projectgebied ligt niet in een omgeving met slechte luchtkwaliteit. Het projectgebied ligt naast de N242, een provinciale weg, en naast het spoor. Het projectgebied ligt niet in of in de directe nabijheid van een grondwaterbeschermingsgebied. Verdere effecten worden hierdoor ook niet verwacht. Verdere effecten op bodem en (grond) water worden besproken in paragraaf 4.4.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

13/33

3.2 Bestaand grondgebruik Het projectgebied ligt in de Broekpolder, aan de westzijde van Heerhugowaard en wordt ingesloten door de Westtangent aan de zuidzijde, de N242 aan de westzijde en een spoorlijn aan de noordzijde. Ten oosten van het projectgebied bevindt zich een bedrijventerrein. Het terrein wordt momenteel voor agrarische doeleinden gebruikt. In onderstaande afbeelding is de huidige staat van het terrein weergegeven. Het is te zien dat het terrein grotendeels uit onverhard terrein bestaat en omsloten is door oppervlaktewater.

Figuur 3.1: Luchtfoto grondgebruik projectgebied (rood)

3.3 Natuur Natura 2000 Natura 2000 is een netwerk van beschermde natuurgebieden door heel Europa. Het zijn gebieden die worden beschermd vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving moeten worden beschermd om zo de biodiversiteit te behouden. In Nederland is deze bescherming wettelijk vastgelegd in de Omgevingswet. Rondom het projectgebied zijn de volgende Natura-2000 gebieden met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden aanwezig: • Eilandspolder (circa 7,3 kilometer van projectgebied); • Schoorlse Duinen (circa 8,6 kilometer van projectgebied); • Noord-Hollands Duinreservaat (circa 12,4 kilometer van projectgebied); • Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder (circa 13,7 kilometer van projectgebied); • Zwanenwater & Pettemerduinen (circa 15,2 kilometer van projectgebied); • Polder Westzaan (circa 18,5 kilometer van projectgebied). De gebieden Noordzeekustzone (circa 12 km van het projectgebied), Abtskolk & de Putten (circa 12,2 km van het projectgebied), Polder Zeevang (circa 17,3 km van het projectgebied) Markermeer & IJmeer (circa 23,6 km van het projectgebied),) en IJsselmeer (circa 24,2 km van het projectgebied) kennen geen stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden. De ligging van het

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

14/33

projectgebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden is weergeven in figuur 3.2.

Figuur 3.2 Natura 2000-gebieden rondom het projectgebied

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Naast de Natura 2000-gebieden kent Nederland een samenhangend netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden die een belangrijk onderdeel zijn van het natuurbeleid. Dit netwerk heet het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De NNN is op provinciaal niveau verder uitgewerkt in Natuurbeheerplannen en beschermd via de provinciale omgevingsverordeningen. Het projectgebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden (zie figuur 3.3). Door de afstand en scheiding van wegen worden geen negatieve effecten door de plannen op het NNN-gebied verwacht.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

15/33

Figuur 3.3 NNN-gebieden rondom het projectgebied

Beschermde plantsoorten In het verleden is Groenknolorchis waargenomen in de omgeving van het projectgebied (NDFF 2012-2022). De soort is niet in het projectgebied zelf waargenomen. De waarneming is afkomstig van de Hortus Alkmaar op het bedrijventerrein De Beverkoog en betreft dus een onnatuurlijke groeiplaats voor deze soort. In het projectgebied wordt geen beschermde flora verwacht. Het projectgebied wordt te intensief beheerd en is te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten. Diverse soorten planten, (korst)mossen en wolfsklauwen die onder de Omgevingswet beschermd zijn, worden niet in het projectgebied verwacht, de soorten komen nagenoeg alleen voor in natuurgebieden. Beschermde diersoorten Tijdens het veldbezoek uitgevoerd door Van der Goes en Groot (2022) werden diverse vogelsoorten waargenomen: de Kievit, Scholekster, Watersnip, Grauwe gans, Wilde eend, Krakeend, Smient, Bergeend, Meerkoet, Waterhoen, Witte kwikstaart, Veldleeuwerik, Kneu, Ekster (cat. 5), Kauw, Zwarte kraai (cat. 5), Houtduif, Kokmeeuw en de Stormmeeuw. Dit zijn vogelsoorten met nietjaarrond beschermde nesten. Verder zijn enkele niet onder de Omgevingswet beschermde soorten zoogdieren vastgelegd. Het betreft de Bruine rat, Bosmuis, Haas en Huiskatten. Het projectgebied wordt ook gebruikt door marterachtigen. Het betreft een Hermelijn of een Wezel.

Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat de Hermelijn/Wezel niet in het projectgebied verblijft, maar het projectgebied wel incidenteel gebruikt. Conclusie natuur Er worden in verband met de grote afstanden van de Natura 2000 gebieden geen directe negatieve effecten verwacht van het projectvoornemen. Wel

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

16/33

kunnen indirecte effecten optreden als gevolg van stikstofdepositie. De mogelijke effecten hiervan worden besproken in hoofdstuk 4.2 Het projectgebied ligt ook niet in de begrenzingen van een NNN gebied. Er kunnen dus geen negatieve effecten door de plannen op het NNN-gebied optreden. In het projectgebied wordt geen beschermde flora verwacht. Er zijn wel meerdere beschermde vogelsoorten waargenomen. De mogelijke effecten hiervan worden besproken in hoofdstuk 4.2.

3.4 Verontreiniging: luchtkwaliteit Tijdens de aanlegfase kan door bouwverkeer (aan- en afvoer van materiaal en materieel) en de werkzaamheden mogelijk een tijdelijke en beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. Ook in de gebruiksfase kan, door de toename van het verkeer, een beperkte verslechtering optreden van de luchtkwaliteit. RIVM meet de luchtkwaliteit in Nederland. In onderstaande tabel zijn de gegevens van belangrijke indicatoren (NO2, PM10, PM2,5) voor de luchtkwaliteit opgenomen (Infomil, z.d.). Hierin is te zien dat de waarde van luchtkwaliteit onder de grenswaarde liggen, maar wel boven de WHO-advieswaarde. In paragraaf 4.5 worden de effecten met betrekking tot luchtkwaliteit besproken. Stof

WHO Grenswaarde Werkelijke advieswaarde (jaargemiddelde) waarde (jaargemiddelde 2023)

NO2

10 µg/m3

40 µg/m3

18,2 µg/m3

PM10 15 µg/m3

40 µg/m3

16,3 µg/m3

PM2,5 5 µg/m3

25 µg/m3

7,8 µg/m3*

3.5 Verkeer en geluidshinder Het plangebied wordt ontsloten via de Abe Bonnemaweg en vervolgens de Westtangent. Zie hiervoor ook de ingetekende nieuwe ontsluiting aan de rechterzijde op afbeelding 3.4. Via deze Westtangent is de provinciale weg (N242) binnen enkele honderden meters te bereiken. Daarnaast ligt het projectgebied op ongeveer 50 meter afstand van het spoor.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

17/33

Figuur 3.4 Ligging N242 en spoorweg t.o.v. projectgebied (rode pijlen zijn ontsluitingswegen)

De verkeersgeneratie van de planontwikkeling is berekend aan de hand van CROW-publicatie 381. Deze is berekend op afgerond minimaal 3240 en maximaal 3670 motorvoertuigen per (werkdag)etmaal. In het drukste uur komt dit neer op 320 tot 370 motorvoertuigen. De mogelijke effecten hiervan worden besproken in paragraaf 4.3.

3.6 Cultuurhistorische en landschappelijke waarden Het projectgebied ligt in het door de provincie Noord-Holland erkende WestFriesland, een op provinciaal niveau vastgesteld gebied met archeologisch belang. De Westfriese Omringdijk is in de middeleeuwen ontstaan vanuit een serie oudere dijken en polders, die uiteindelijk tezamen een van de cultuurmonumenten van Noord-Holland zijn geworden. Dit monument ligt echter niet in de buurt van het projectgebied. Verder liggen er geen cultuurhistorische waarden in de omgeving van het projectgebied. Provincie Noord-Holland heeft 32 bijzondere landschappen vastgesteld binnen de provincie. Het dichtstbijzijnde bijzondere gebied is Veenhuizen en Oterleek (nr.24 in figuur 3.5). Het projectgebied ligt hier ca. 5 kilometer vanaf.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

18/33

Figuur 3.5 Bijzonder provinciaal Landschap NoordHolland (projectgebied is rode stip op kaart) Bron: Provincie Noord-Holland

Het projectgebied valt binnen de oude polderverkaveling ‘Heerhuygenwaard’ welke gekenmerkt wordt door een strokenverkaveling. In het projectgebied is deze strokenverkaveling momenteel nauwelijks meer herkenbaar. Aan de zuidzijde grenst het projectgebied aan woonwijken, aan de oostzijde grenst het aan een bedrijventerrein met detailhandel (onder andere bouwmarkten). Conclusie cultuurhistorie en landschappelijke waarden Op grond van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie NoordHolland komen er geen monumenten of andere cultuurhistorische of landschappelijke waarden voor in het projectgebied.

3.7 Archeologie Uit veldonderzoek is gebleken dat de bodem in het projectgebied bestaat uit zavel op zand. De top van de strandwallen is verspoeld, waardoor eventueel aanwezige archeologische resten verstoord zijn. Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren waargenomen. Conclusie archeologie Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het projectgebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd, er worden geen effecten op archeologische waarden verwacht.

3.8 Bodem en (grond)water Bodem Een eerste indruk van de bodemopbouw is verkregen met de informatie uit de bodemkaart en het bodemmodel REGIS II v2.2.1. De bodemkaart geeft een indicatie van de samenstelling van de bovenste eerste meters van de bodem. Uit de digitale bodemkaart GeoTOP v1.6 (zie figuur 3.5) blijkt dat het bodemprofiel als een (matig grof / fijn) zandgrond is gekarteerd. Op circa NAP -25 m tot NAP -27 m diepte is er kans op een dunne kleilaag.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

19/33

Figuur 3.2 Dwarsdoorsnede bodemopbouw GeoTop

Grondwater Uit gegevens van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier blijkt dat er een dynamisch peilbeheer in het gebied gehanteerd wordt van NAP -3,9 m (± 0,1m). Aan de westzijde van het projectgebied ligt de Ringvaart (1000-01), waar een waterpeil van NAP -0,5 m (± 0,2m) wordt gehanteerd. Rondom het projectgebied ligt één watergang. Deze is voor het grootste deel een secundaire watergang, en voor een klein deel aan de zuidzijde een primaire watergang. Er zijn vier verbindingen met het overige oppervlaktewatersysteem in het peilgebied, hierdoor heeft het projectgebied een goede ontwateringscapaciteit.

Figuur 3.6 Ligging projectgebied in peilgebied 03150-10 Bron: HHNK

Grondwaterbeschermingsgebieden Het projectgebied ligt niet in grondwaterbeschermingsgebied. Het dichtstbijzijnde grondwaterbeschermingsgebied ligt op ruim 20 kilometer van het projectgebied (zie figuur 3.7).

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

20/33

Figuur 3.7 Grondwaterbeschermingsgebieden rondom het projectgebied (rode cirkel). Bron: geoportaal provincie NoordHolland

Conclusie bodem en (grond)water Er worden geen effecten verwacht op de bodem van het projectgebied. De toename van verhard oppervlak in het projectgebied leidt bij neerslag tot verhoogde afstroming naar hemelwaterriolering, groenvakken, oppervlaktewater en andere voorzieningen. De verdere effecten op bodem en (grond) water worden besproken in hoofdstuk 4.4. Het projectgebied ligt niet in grondwaterbeschermingsgebied. Verdere effecten hierop worden dan ook dus niet verwacht.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

21/33

4. Kenmerken van de potentiële effecten 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van de potentiële effecten nader beschreven. In tabel 4.1 worden de aspecten die hierbij van belang zijn samengevat. Hierbij zijn de criteria gehanteerd uit Bijlage III van de Europese Richtlijn. In de daaropvolgende paragrafen worden verschillende (milieu)thema’s nader toegelicht. De effecten worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is de bestaande toestand van het milieu (huidige situatie) evenals de verwachte ontwikkelingen indien de voorgenomen activiteit niet gerealiseerd wordt (autonome situatie). Voor dit project geldt de huidige situatie als referentiesituatie. Er zijn geen relevante autonome ontwikkelingen bekend die in de referentiesituatie meegenomen moeten worden. Waar relevant zijn effecten steeds als volgt beoordeeld: effecten zonder aanvullende maatregelen en effecten met aanvullende maatregelen om effecten te voorkomen of te beperken (mitigerende maatregelen). Of sprake is van belangrijk nadelige gevolgen wordt beoordeeld op basis van het voornemen inclusief eventuele maatregelen. Het is daarbij van belang dat de betreffende maatregelen in het omgevingsplan, of op een andere wijze, worden geborgd. Criteria De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect

De aard van het effect

Beschrijving Het betreft de realisatie van een nieuwe woonwijk. Het totale oppervlak van het projectgebied is circa 14,8 ha. De activiteiten zijn lokaal van aard en de omvang van de effecten op de omgeving is beperkt. Voor geen van de aspecten worden na het treffen van mitigerende/compenserende maatregelen belangrijk nadelige gevolgen op de omgeving verwacht. Natuur Het planvoornemen leidt niet tot directe (aantasting/vernietiging) of indirecte (o.a. stikstofdepositie) effecten op Natura 2000-gebied. Effecten op mogelijk aanwezige beschermde vogelsoorten zijn op voorhand niet uit te sluiten. Door het treffen van mitigerende maatregelen kunnen belangrijke effecten wel worden uitgesloten. Hierbij kan worden gedacht aan het voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels ongeschikt maken van het projectgebied, als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

Tabel 4.1 Samenvatting van de kenmerken van de potentële effecten

22/33

Verkeer en geluidshinder De aanleg van het projectgebied zal de verkeersintensiteit verhogen. Het kruispunt Westtangent - Abe Bonnemaweg blijft in 2040 niet op alle assen onder de maximaal acceptabele wachttijd van 120 seconden. Hier zijn maatregelen nodig om effecten te mitigeren. Deze worden in de verkeerparagraaf verder toegelicht. Op het gebied van geluidshinder concludeert de uitgevoerde studie dat er voor alle drie de geluidaandachtsgebieden het decibelgehalte te hoog is voor bepaalde woninghoogtes. Daarom worden er mitigerende maatregelen geadviseerd. Wanneer de geluidsbelasting op de gevel boven de 60dB bedraagt, zal er een dove gevel gerealiseerd worden. Deze maatregel wordt als voorwaardelijke verplichting opgenomen in het omgevingsplan. Voor de bestaande woningen aan de J. Duikerweg is de Abe Bonnemaweg echter bepalend voor het geluid. Hierdoor wordt op deze verkeerstoename een indirect effect veroorzaakt. Dit gaat om een toename ongeveer 1,5dB. Voor een toename van 1,5 dB geldt dat deze niet waarneembaar is. Bovendien is het plangebied in de huidige situatie bestemd voor het plaatsen van een groot ziekenhuis. Deze bestemming zal waarschijnlijk meer verkeer aantrekken dan het plan beschreven in dit rapport. Het voorliggende plan betekent dan een verbetering ten opzichte van het reeds bestemde plan. Hierdoor kan worden gesteld dat de toename acceptabel is.

Grensoverschrijdend karakter Intensiteit en complexiteit effect

Waarschijnlijkheid effect

Verwachte aanvang, duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

Bodem en (grond) water Het hernieuwde stedenbouwkundig plan voor Westpoort voldoet aan de eerder gemaakte afspraak omtrent watercompensatie met het Hoogheemraadschap. Er zijn geen landsgrensoverschrijdende effecten. De meeste effecten treden op gedurende de aanlegfase van de ontwikkelingen. Deze effecten zijn voornamelijk tijdelijk (geluidhinder, bouwverkeer, luchtkwaliteit) en leiden niet tot onevenredige hinder. De belangrijkste effecten worden veroorzaakt door verkeersgeluid op de nieuw te bouwen woningen. Het is van belang om te kijken waar woningen niet geplaatst kunnen worden en waar eventuele maatregelen genomen kunnen worden het geluidniveau te beperken. De beschreven effecten (natuur, verkeer en geluidshinder, bodem en (grond)water) zullen zich voordoen. Voor de gebruiksfase wordt verwacht dat de verkeersintensiteit omhoog gaat. De effecten tijdens de aanlegfase zijn tijdelijk van aard. De meeste effecten in zowel de aanlegfase als gebruiksfase zijn omkeerbaar.

De cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten

In deze aanmeldingsnotitie is gekeken naar mogelijk cumulatieve effecten van voorliggend plan. Er zijn geen relevante autonome ontwikkelingen bekend waarmee cumulatieve effecten kunnen optreden.

De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen

Door het treffen van maatregelen kunnen effecten voldoende gemitigeerd of gecompenseerd worden. Voor geluidhinder zijn geluidbeperkende maatregelen in de vorm van bron- en overdrachtsmaatregelen als niet kostenefficiënt aangemerkt.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

23/33

4.2 Natuur Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op ca. 7,3 kilometer afstand (Eilandspolder). Op ruim 8,6 kilometer ligt het Natura 2000-gebied Schoorlse Duinen. Er worden in verband met de grote afstanden geen directe negatieve effecten verwacht van het planvoornemen. Wel kunnen indirecte effecten optreden als gevolg van stikstofdepositie. Uit onderzoek door Sweco (2024) blijkt dat er ten opzichte van de referentiesituatie in de aanlegfase geen toename ontstaat van de stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jaar in de omliggende Natura 2000-gebieden. Significante effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van activiteiten in de aanlegfase zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Er is ook in de gebruiksfase ten opzichte van de referentiesituatie geen toename van de stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jaar in de omliggende Natura 2000-gebieden. Significante effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van activiteiten in de gebruiksfase zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Tot slot zijn er mogelijk verschillende beschermde soorten aanwezig in het projectgebied. De waargenomen vogelsoorten zijn soorten met niet-jaarrond beschermde nesten. Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen uit te voeren, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli.

Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Het projectgebied wordt ook gebruikt door marterachtigen. Het betreft een Hermelijn of een Wezel. Er wordt op grond van het geringe aantal waarnemingen ook niet uitgegaan van essentieel leefgebied. Er is daarom geen omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig voor de uitvoering van het werk. Wel geldt de zorgplicht en dient dekking biedende vegetatie voorafgaand aan de ingreep kort te worden gemaaid en minimaal een nacht te blijven liggen voordat werkzaamheden starten. Conclusie natuur De stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden bedraagt minder 0,00 mol/ha/jaar. Omdat er tevens geen sprake is van andere interne of externe effecten, worden geen belangrijk nadelige effecten verwacht op Natura2000 gebieden. Wanneer in het broedseizoen van de diverse vogelsoorten gewerkt gaat worden, is het nodig om voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels het projectgebied ongeschikt te maken indien (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen reeds aanwezige nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt.

Mits hier rekening mee gehouden wordt, worden er geen belangrijk nadelige effecten op natuur verwacht.

4.3 Verkeer en geluidshinder Verkeersintensiteit De effecten van verkeersintensiteit zijn onderverdeeld in twee kruispunten (Abe Bonnemaweg – Westtangent – R.P.-singel en Abe Bonnemaweg en de J.J.P. Oudweg), omliggende wegvakken en parkeren.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

24/33

Op basis van het door Swecp gehanteerde programma (500 woningen) is beredeneerd dat de belasting op kruising Abe Bonnemaweg – Westtangent – R.P.-Singel intensiever zal zijn dan door Goudappel op basis van 420 woningen berekend. In haar conclusie schrijft Goudappel wel, dat de cyclustijd met uitbreiding van richting 11 kan worden verkort tot maximaal 110 seconden. Dit valt binnen de acceptabele marges, waar een cyclustijd van 120 seconden de bovengrens is. Omdat het huidige programma maximaal 80 woningen meer bevat dan het programma dat modelmatig is doorgerekend, valt de cyclustijd ook na uitbreiding van richting 11 waarschijnlijk hoger uit dan 110 seconden. Om een eenduidige conclusie te trekken worden op moment van schrijven zowel de modelberekening als de kruispuntanalyse beiden opnieuw uitgevoerd op basis van de meest recente uitgangspunten. Het plangebied wordt ontsloten via een viertaks kruising op de Abe Bonnemaweg en de J.J.P. Oudweg, zoals weergegeven op het ontwerp in afbeelding 3.4. De verwachting is dat de zuidelijke tak en de westelijke tak door de ligging van het plangebied ten opzichte van de hoofdontsluitingswegen, het meeste verkeer te verwerken krijgen.

Afgaande op de berekende intensiteiten, en het feit dat den intensiteiten op de ‘noordelijke’ tak zeer laag zullen zijn (er is hier geen directe bestemming voor autoverkeer) worden geen directe doorstromingsproblemen voorzien. Voor de omliggende wegvakken is berekend wat de toename in verkeer door de ruimtelijke ontwikkelingen in Westpoort betekent. De geanalyseerde wegvakken zijn weergegeven middels nummers 1 t/m 12 in onderstaande figuur. Figuur 4.1 Geanalyseerde wegvakken Westpoort

In onderstaande tabel is de etmaalintensiteit in 2040 op de wegvakken uit bovenstaande afbeelding weergegeven.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

25/33

ID

Wegvak

Ontwikkeling Percentage Absoluut Totaal etmaal Toename %

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

N242 tussen N508 en Westtangent MVT / periode nieuwe situatie N242 tussen Westtangent en Zuidtangent MVT / periode nieuwe situatie Westtangent tussen N242 en Reuzenpandasingel MVT / periode nieuwe situatie Abe Bonnemaweg, tussen Westtangent en J. Duikerweg MVT / periode nieuwe situatie Abe Bonnemaweg, tussen J. Duikerweg en J.J.P. Oudweg MVT / periode nieuwe situatie Westtangent, tussen Reuzenpandasingel en Saffier MVT / periode nieuwe situatie Reuzenpandasingel, tussen Westtangent en Ijsbeer MVT / periode nieuwe situatie N242, oprit richting noorden MVT / periode nieuwe situatie N242, afrit richting Westtangent MVT / periode nieuwe situatie N242, afrit richting zuiden MVT / periode nieuwe situatie N242, oprit richting zuiden MVT / periode nieuwe situatie J.J.P. Oudweg tussen Abe Bonnemaweg en M. de Klerkweg MVT / periode nieuwe situatie

61%

1922

67222

3%

15%

481

39581

1%

76%

2403

34803

7%

95%

3004

10704

28%

100%

3162

7762

41%

19%

601

26901

2%

Figuur 4.2

5%

150

12650

1%

15%

481

1781

27%

Intensiteiten situatie 2040 inclusief ontwikkeling

61%

1922

16422

12%

15%

481

3181

15%

61%

1922

17622

11%

0%

0

2800

0%

In de rechter kolom in de tabel is te zien dat de intensiteiten op de wegvakken ten gevolge van de ontwikkeling met maximaal 41% toenemen op wegvak 5. Dit percentage is zo hoog doordat volgens de aannames in het verkeersmodel 100% van het door de ontwikkeling gegenereerde verkeer over deze weg (Abe Bonnemaweg) rijdt. Het totaal aantal motorvoertuigen in de nieuwe situatie op dit wegvak blijft binnen de acceptabele marges, wat wil zeggen dat er geen filevorming wordt verwacht. Er is berekend wat de vraag naar parkeerplaatsen zal zijn in de nieuwe wijk. De berekening wijst op een parkeervraag van 703 parkeerplaatsen op het drukste (maatgevende) moment. Een parkeervraag van 703 parkeerplaatsen versus een geïnventariseerd aanbod van 736 parkeerplaatsen, betekent dat in het huidige plan wordt voldaan aan de parkeervraag van het programma. Geluidshinder als gevolg van verkeerstoename Geluidshinder op de nieuw te bouwen woningen Het geluid veroorzaakt door de provinciale weg N242 bedraagt ten hoogste 63 dB op de grens van het projectgebied op een hoogte van 8 en 11 meter, zie figuur 4.3. Hiermee wordt niet voldaan aan de standaardwaarde van 50 dB uit het Bkl. Ook wordt de grenswaarde van 60 dB overschreden en voldoet het plan niet aan de gestelde geluidnormen. Het treffen van maatregelen, en/of alternatieven in het ontwerp moet worden overwogen om het plan mogelijk te maken.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

26/33

Figuur 4.3 Geluidcontour van de provinciale weg de N242 met Microflex op 8 meter hoogte (links), op 11 meter hoogte (midden), en op 29 meter hoogte (rechts).

Het geluid veroorzaakt door de gemeentelijke wegen bedraagt ten hoogste 66 dB op 8 en 11 meter hoogte op de grens van het projectgebied, zie figuur 4.4. Hiermee wordt niet voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB volgens het Bkl. Wel blijven de berekende waardes onder de grenswaarde van 70 dB. Dit betekent dat gekeken moet worden naar mogelijke maatregelen om het geluid te verminderen, en dienen maatregelen waar mogelijk te worden getroffen. Vervolgens kan een eventuele toename van de geluidbelasting veroorzaakt door de gemeentelijke wegen als hogere waarde worden opgenomen in het omgevingsplan. Voor de hoogbouw getoetst op 29 meter hoogte geldt hetzelfde. De geluidbelasting is hoger dan de standaardwaarde, maar voldoet aan de grenswaarde.

Figuur 4.4 Geluidcontouren gemeente wegen op het projectgebied op 8 meter hoogte (links), op 11 meter hoogte (midden), en op 29 meter hoogte (rechts).

Het geluid veroorzaakt door het spoor bedraagt ten hoogste 67 dB op de grens van het projectgebied op een hoogte van 8, 11 en 29 meter. Hiermee wordt niet voldaan aan de standaardwaarde van 55 dB uit het Bkl. Ook wordt de grenswaarde van 65 dB overschreden op het projectgebied en voldoet het plan om het gehele gebied te bestemmen voor woningen niet aan de gestelde geluidnormen. Echter is het geluid op de geplande woningen wel onder de toegestane grenswaarde. Het treffen van maatregelen, en/of alternatieven in het ontwerp moeten worden overwogen om het plan, waarbij het gehele projectgebied bestemd is voor wonen, mogelijk te maken.

Figuur 4.5 Geluidcontouren van het spoortraject langs het projectgebied op 8 meter hoogte (links), 11 meter hoogte (midden), en 29 meter hoogte (rechts).

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

27/33

Indirecte effecten In figuur 4.6 is te zien dat het getoetste geluid door de gemeente wegen op de bestaande woningen ten oosten van de Abe Bonnemaweg hoger is dan de toegestane standaardwaarde van 53 dB.

Figuur 4.6 Geluidcontouren van gemeentewegen op 8 meter hoogte

In figuur 4.2 te zien dat de toename op dat wegvak meer dan 40% is. Dit is een indicatie voor een geluidtoename van meer dan de 1,5 dB door het plan. Voor het perceel tegen de Westtangent aan is de Westtangent maatgevend en blijft de toename van het geluid beperkt. Voor de bestaande woningen aan de J. Duikerweg is de Abe Bonnemaweg echter bepalend voor het geluid waardoor deze verkeerstoename een indirect effect veroorzaakt. Een toename van 1,5dB is echter nauwelijks waarneembaar. Hierdoor is geen sprake van een belangrijk nadelig effect. Conclusie verkeer en geluidshinder De aanleg van het projectgebied zal de verkeersintensiteit verhogen. Het kruispunt Westtangent - Abe Bonnemaweg blijft in 2040 niet op alle assen onder de maximaal acceptabele wachttijd van 120 seconden. Er zullen daarom aanvullende maatregelen genomen moeten worden om het onderliggende probleem op te lossen. In het kader van dit project zijn er afspraken gemaakt met de gemeente Dijk en Waard om dit onderliggende probleem verder te onderzoeken, en op termijn maatregelen te nemen. Op het gebied van geluidshinder concludeert de uitgevoerde studie dat er voor alle drie de geluidaandachtsgebieden het decibelgehalte te hoog is voor bepaalde woninghoogtes bij de nieuw te bouwen woningen en bestaande woningen. Er zijn daarom maatregelen benodigd om effecten te mitigeren.

De maatregelen die in het omgevingsplan worden geborgd worden hieronder beschreven. Voor de geluidseffecten op omliggende woning geldt dat een toename van maximaal 1,5 dB niet tot een waarneembare verhoging leidt. Er

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

28/33

worden voor omliggende woningen daarom geen belangrijk nadelige effecten verwacht. Maatregelen voor het geluid Voor de N242 zijn bron- en overdachtmaatregelen al getroffen. dienen maatregelen binnen het plangebied uitgevoerd te worden. Dit zal gebeuren door niet geluidgevoelige gebouwen langs de zuidwestelijke rand van het plangebied te plaatsen. Deze gebouwen kunnen fungeren als afscherming voor de geluidgevoelige gebouwen. Ook zal worden overwogen om dove gevels toe te passen, waarbij in ieder geval het binnenniveau van 33 dB moet worden gewaarborgd. Daarbij wordt geadviseerd om geluidluwe gevels te realiseren voor alle woningen met een te hoog geluid – met of zonder dove gevel.

4.4 Bodem en (grond)water De toename van verhard oppervlak in het projectgebied leidt bij neerslag tot verhoogde afstroming naar hemelwaterriolering, groenvakken, oppervlaktewater en andere voorzieningen. Om de impact van de ontwikkelingen in het projectgebied op het watersysteem te verminderen, bestaat een compensatienorm voor het aanleggen van verharding. Gezien de grootte van het projectgebied en de beoogde verhardingstoename (>2.000 m2) dient dit in overeenstemming met het waterschap te worden vastgelegd. In afstemming met het hoogheemraadschap (8-11-2023) is vastgesteld dat 13% van de toename in verharding als watercompensatie moet terugkomen. Voor de beoogde ontwikkelingen worden geen watergangen gedempt en wordt de berging in de omgeving niet verkleind. Volgens de gemaakte afspraak moet er 13% watercompensatie worden gerealiseerd. Dat is 8.945 m2. Dit wordt ruimschoots gehaald door de toename in oppervlaktewater. Het Hoogheemraadschap vereist dat nieuwe ontwikkelingen de waterkwaliteit niet negatief mogen beïnvloeden. De voorkeur gaat uit naar een situatie waarbij afstromend hemelwater voorgezuiverd wordt via bermen, wadi’s en dergelijke voorzieningen. Volgens het concept stedenbouwkundig plan worden er veel wadi’s in het projectgebied aangelegd. Door neerslag in de wadi’s op te vangen en te laten infiltreren wordt het afstromende water gefilterd.

Het overschot van hemelwater zal naar oppervlaktewater afstromen, maar dit kan als ‘schoon’ worden beschouwd. Dit zal moeten worden uitgewerkt in een afwaterings- / rioleringsplan. Conclusie bodem en (grond) water Het hernieuwde stedenbouwkundig plan voor Westpoort voldoet aan de eerder gemaakte afspraak omtrent watercompensatie met het Hoogheemraadschap. Om bij de verdere uitwerking van dit plan de waterkwaliteitseisen van het Hoogheemraadschap te borgen, en ervoor te zorgen dat het projectgebied voldoet aan de eisen uit het Beleidsplan Klimaatadaptatie van gemeente Dijk en Waard wordt aanbevolen om zowel een afwateringsplan op te stellen als een klimaattoets. In het afwateringsplan dient te worden vastgelegd hoe hemelwater afstroomt van verhard oppervlak om de beoogde werking van de wadi’s te garanderen.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

29/33

4.5 Luchtkwaliteit De Omgevingswet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. De definitie van 'in betekenende mate' is vastgelegd in het Bkl. Projecten die de concentratie CO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen. Voor woningbouw geldt bijvoorbeeld de grens van 1.500 woningen bij 1 ontsluitingsweg. Conclusie verontreiniging: luchtkwaliteit Voor het voorgenomen plan kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een 'klein project' welke niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Sweco | Westpoort Heerhugowaard Projectnummer: 51002190 Datum: 07-06-2024 Versie: D1

30/33

5. Conclusie t.a.v. mogelijk aanzienlijke milieueffecten 5.1 Doel van deze aanmeldingsnotitie De m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag (gemeente Dijk en Waard) om te bepalen of bij de voorgenomen activiteit mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In deze aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreidere m.e.r-procedure nodig is. Het initiatief bestaat uit de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk met maximaal 500 woningen en maximaal 1.000 m2 BVO aan maatschappelijke voorzieningen. Het bevoegd gezag beslist op basis van deze aanmeldingsnotitie of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. De m.e.r.-beoordeling kent een ‘nee, tenzij’ principe. Dit betekent dat geen nadere m.e.r. nodig is tenzij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn als gevolg van het project.

5.2 Conclusie aanmeldingsnotitie In de tabellen 2.1, 3.1 en 4.1 zijn alle criteria behandeld zoals benoemd in Bijlage III van de Europese Richtlijn. Dit biedt de basis voor de m.e.r.beoordeling. In met name hoofdstuk 4 is een beschrijving gegeven van de potentiële effecten van de activiteit. Hieruit blijkt dat op de volgende punten effecten te verwachten zijn: Wdaardee Natuur Vogelsoorten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=a45f23c0-2589-4009-b139-3b92fada108b