CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. MER aanmeldnotitie

Gemeenteraad 9 mei 2023, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: RV Bestemmingsplan Oudkarspel- L. Bogtmanstraat5.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Buro Stedenbouw bv Kerkplein 5 8121 BM Olst T 0570 563083 www.burostedenbouw.nl

AANMELDNOTITIE BESLUIT M.E.R. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’

Status: definitief Datum: 15 augustus 2022 Auteur: Buro Stedenbouw

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 3 1.2 Beoordelingskader ........................................................................................................................ 3 1.3 Procedure ...................................................................................................................................... 4 1.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ......................................................................................................... 4 1.5 Opzet van de aanmeldingsnotitie .................................................................................................. 4

2. Kenmerken van het project ............................................................................................ 7 2.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 7 2.2 Omvang van het project ................................................................................................................ 7 2.3 Cumulatie met andere projecten ................................................................................................... 7 2.4 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen ............................................................................................ 7 2.5 Productie van afvalstoffen ............................................................................................................. 7 2.6 Verontreiniging en hinder .............................................................................................................. 7 2.7 Risico van ongevallen .................................................................................................................... 8 2.8 Risico’s voor de menselijke gezondheid ....................................................................................... 8

3. Plaats van het project ..................................................................................................... 9 3.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 9 3.2 Ligging van de locatie ................................................................................................................... 9 3.3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................................... 9 3.4 Bijzondere waarden in het projectgebied en omgeving ............................................................. 10

4. Kenmerken van het potentiële effect ........................................................................... 11 4.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 11 4.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu ................................................................... 11 4.3 Effectkenmerken .......................................................................................................................... 17

5. Conclusie....................................................................................................................... 19

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

2

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel De gemeente Dijk en Waard heeft het voornemen om op de locatie wil op het perceel ten zuidwesten van de kruising van de Laurens Bogtmanstraat en Voorburggracht in Oudkarspel woningen realiseren (hierna het plangebied) 30 woningen te ontwikkelen. Om deze woningen te kunnen bouwen dient de aanwezige bebouwing te worden gesloopt. tennishal die achter de woningen aan het Kouwenaarspad staat gesloopt te worden. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Langedijk, sectie A, nummers 859, 1125, 1126, 1127, 1128, 1129 en 2204 en heeft een oppervlakte van circa 5.700 m².

Stedenbouwkundig plan

De voorgenomen ontwikkelingen zijn in strijd met het geldende bestemmingsplan ‘Oudkarspel en Koedijk’. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken, dient het geldende bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan vormt het nieuwe planologische kader om de bouw van 30 nieuwe woningen te realiseren. Om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te kunnen maken is een besluit in het kader van artikel 3.1, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk, in casu een bestemmingsplan. Op dergelijke besluiten is het Besluit milieueffectenrapportage (Besluit m.e.r.) van toepassing. Deze aanmeldnotitie is de eerste stap in de procedure voor het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

1.2 Beoordelingskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

3

wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel.

1.3 Procedure In de gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden. 1. De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op. 2. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. 3. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Deze aanmeldnotitie dient voor het starten van de hierboven beschreven procedure.

1.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het besluit tot het vaststellen van een bestemmingsplan heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: • een oppervlakte van 100 hectare of meer, • een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Conclusie De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 5.700 m² en blijft hiermee onder de drempelwaarde van 100 hectare. De voorgenomen ontwikkeling maakt 65 woningen mogelijk en blijft daarmee onder de drempelwaarde van 2.000 woningen. Omdat de ontwikkeling niet voorziet in bedrijfsmatige activiteiten wordt de drempelwaarde voor bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² niet worden overschreden. De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Om die reden kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.

1.5 Opzet van de aanmeldingsnotitie De inhoudelijke vereisten voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieueffecten staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r., zie tabel 1.1.

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

4

Tabel 1.1: Overzicht criteria ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’

Criteria 1. Kenmerken van het project

2. Plaats van het project

3. Kenmerken van het potentiële effect

Beoordelingscriterium Bij de kenmerken van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - de omvang van het project; - de cumulatie met andere projecten; - gebruik van natuurlijke hulpbronnen; - de productie van afvalstoffen; - verontreiniging en hinder; - het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering; - risico's voor de menselijke gezondheid. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project/de projecten van invloed kunnen zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - het bestaande grondgebruik; - relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; - het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: • wetlands; • kustgebieden; • berg- en bosgebieden; • reservaten en natuurparken; • gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn; • gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen; • gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; • landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: - de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); - de aard van het effect; - het grensoverschrijdend karakter van het effect; - de intensiteit en de complexiteit van het effect; - de waarschijnlijkheid van het effect; - de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; - de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten; - de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.

Conform tabel 1.1 wordt na dit inleidende hoofdstuk in hoofdstuk 2 ingegaan op de kenmerken van het project. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de plaats van het project en in hoofdstuk 4

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

5

worden de waarschijnlijke gevolgen van het project voor het milieu en de effectkenmerken beschreven. Tot slot bevat hoofdstuk 5 de conclusie van de notitie.

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

6

2. Kenmerken van het project 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder a Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerkzaamheden. Daarnaast dient een beschrijving gegeven te worden van de locatie van de activiteit met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn.

2.2 Omvang van het project Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van 30 woningen met bijbehorende tuinen, een ontsluitingsweg met openbare parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Om deze woningen te kunnen realiseren wordt alle bestaande bebouwing gesloopt. De bestaande ontsluitingsweg voor de school en de aanliggende parkeervoorzieningen worden tevens opgeruimd.

2.3 Cumulatie met andere projecten In de aanlegfase van dit project is er geen sprake van cumulatie met andere projecten in de omgeving die naar aard en omvang vergelijkbaar zijn. Over het algemeen kan gesteld worden dat de werkzaamheden om de woningen mogelijk te maken (verwijderen eventueel aanwezige beplanting, bouw- en woonrijp maken van het plangebied, aanleggen kabels en leidingen, aanbrengen bouw/straatzand, egaliseren en aanleggen verharding, bouwen woningen) lokaal en van tijdelijke aard zijn.

2.4 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Om het gebruik van natuurlijke hulpbronnen te beperken worden de 30 woningen in het project zo veel mogelijk circulair gebouwd. Voor de realisatie van het woongebouw worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

2.5 Productie van afvalstoffen Het voorgenomen gebruik van het plangebied voor wonen zorgt voor de productie van afvalstoffen, zoals huishoudelijk afval en afvalwater. Deze stoffen worden volgens de normen van de gemeente ingezameld en verwerkt. De nieuw te realiseren woningen worden op de gemeentelijke riolering aangesloten. Indien aanpassingen aan de riolering binnen het plangebied noodzakelijk zijn, dan worden deze uitgevoerd. Hierbij wordt er op voorhand van uitgegaan dat het hoofdrioleringsnetwerk voldoende capaciteit heeft om het afvalwater van de nieuwe woningen te kunnen verwerken.

2.6 Verontreiniging en hinder Door de aanlegwerkzaamheden is, conform regelgeving, sprake van emissies ten aanzien van geluid, licht en lucht. Bij de effectbeschrijving in hoofdstuk 4 wordt hierop nader ingegaan.

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

7

2.7 Risico van ongevallen In het kader van de aanlegwerkzaamheden is geen sprake van specifieke risico’s voor zware ongevallen of rampen binnen of in de directe omgeving van het plangebied.

2.8 Risico’s voor de menselijke gezondheid Zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase van het project is er geen sprake van specifieke risico’s voor de volksgezondheid.

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

8

3. Plaats van het project 3.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de ligging van de locatie, het vigerende grondgebruik en toelichting op de al dan niet aanwezigheid van bijzondere waarden in het projectgebied en/of omgeving.

3.2 Ligging van de locatie Het plangebied ligt in het noordelijke deel van de dorpskern Oudkarspel, ter hoogte van de kruising tussen de Lourens Bogtmanstraat en de Voorburggracht. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Lourens Bogtmanstraat en aan de oostzijde door de Voorburggracht. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan het schoolplein en de schoolgebouwen van de basisscholen ‘Sint Maarten’ en de ‘Barnewiel’. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door woningen die deel uitmaken van de ten westen van het plangebied gelegen woonwijk.

Uitsnede van de topografische kaart van Oudkarspel met globale ligging plangebied (bron: www.opentopo.nl)

3.3 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Oudkarspel en Koedijk’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 29 januari 2019. Het plangebied kent in dit bestemmingsplan de enkelbestemmingen 'Maatschappelijk', ‘Wonen – dubbel’, ‘Wonen – vrijstaand’ en ‘Tuin’ en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. Binnen de bestemming ‘Wonen – vrijstaand’ de functieaanduiding ‘Specifieke vorm van wonen – garageboxen’ opgenomen.

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

9

Op onderstaande afbeeldingen is een uitsnede van de verbeelding van beide bestemmingsplannen opgenomen, met de kadastrale ondergrond als onderlegger. In groen is het deel van het plangebied omlijnd dat binnen het betreffende bestemmingsplan valt.

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Epe’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Vaassen Zuid en West’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

3.4 Bijzondere waarden in het projectgebied en omgeving Natura 2000-gebied en Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Op circa 200 meter ten zuiden van het plangebied ligt het stroomgebied van de Egelbeek. Dit gebied is onderdeel van het Natura 2000-gebied Veluwe. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Archeologie en cultuurhistorie In de geldende bestemmingsplannen is het plangebied voorzien van dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’. Ten behoeve van het vooronderzoek naar de haalbaarheid van de voorgenomen ontwikkelingen is een archeologische quickscan opgesteld. In deze quickscan wordt geconcludeerd dat het noordelijke en oostelijke deel van het plangebied een hoge archeologische waarde heeft en zuidwestelijke deel een lage archeologische waarde. Er wordt geadviseerd inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uit te voeren. Een nadere toelichting aangaande waardevolle gebieden, archeologie en cultuurhistorie is opgenomen in paragraaf 4.2.

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

10

4. Kenmerken van het potentiële effect 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van het potentiële effect op het milieu als gevolg van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder b en c Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit kan hebben voor het milieu en de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de verwachte residuen, emissies, productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. In deze beschrijving worden de mogelijke maatregelen, om de waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden, beschreven. Om de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu te kunnen beschrijven, wordt een onderscheid gemaakt in de aanlegfase en de gebruiksfase.

4.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu 4.2.1 Kenmerken aanlegfase In de aanlegfase is tijdelijk sprake van een beperkte toename van vrachtverkeer (geluid en luchtkwaliteit) en bouwactiviteiten (licht, geluid en trillingen). Na afronding van de bouwwerkzaamheden verdwijnen deze effecten. Hoewel deze werkzaamheden tijdelijk zijn (en daarmee de emissies), wordt vanuit ecologisch standpunt geadviseerd dat deze werkzaamheden uitsluitend tussen zonsopkomst en zonsondergang uitgevoerd mogen worden om de nadelige milieuaspecten op het nabijgelegen Natura2000-gebied te beperken. Verder leidt de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt. Op het aspect stikstof wordt nader ingegaan in paragraaf 4.2.2.6. 4.2.2 Kenmerken gebruiksfase 4.2.2.1 Algemeen In de directe omgeving zijn geen projecten die in combinatie met de voorgenomen activiteiten leiden tot extra effecten. 4.2.2.2 Bodem en asbest Vooronderzoek Uit het historisch onderzoek blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie watergangen hebben gelopen. In de jaren ’80 zijn deze watergangen gedempt. Waarmee de watergangen gedempt zijn is onduidelijk, waardoor de locatie als verdacht wordt beschouwd.

Daarnaast blijkt uit het verkennend bodem- en (nader)asbestonderzoek van 18 juni 2019 dat er ter plaatse van Voorburggracht 429-431 de westzijde van het perceel gedempt is met puin van een sluis. Uit de analyseresultaten blijkt dat dit dempingsmateriaal sterk verontreinigd is met asbest, koper en lood. Vanwege de aanwezige gedempte watergangen zal voor de onderzoekslocatie de hypothese 'heterogeen verdacht' uit de NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek) en 'heterogeen verdacht' uit de NEN 5707 (strategie voor het uitvoeren van een asbestonderzoek) worden aangehouden.

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

11

Veldonderzoek Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot circa 0,5 m-mv uit zeer tot matig fijn, zwak tot matig siltig en/of matig humeus zand. Daaronder tot 1,5 m-mv bestaat de bodem voornamelijk uit matig zandige klei. Van 1,5 tot 2,0 m-mv bestaat de bodem uit zeer fijn, matig siltig zand. Tijdens de monsterneming is de grondwaterstand aangetroffen op een diepte van 0,7 m-mv. Zintuiglijk is er baksteen, beton, puin, glas, plastic, aardewerk, keramiek en kolengruis waargenomen. In de opgeboorde grond is geen asbest verdacht materiaal waargenomen. Chemisch onderzoek Uit de analyseresultaten wordt geconcludeerd dat: De grond van mengmonsters MM-1, MM-2, MM-3 en MM-6 (ondergrond klei zonder bijmenging) is licht verontreinigd met kwik, lood en/of PAK. In de ondergrond van MM-5 zijn de gehalten van de onderzochte parameters niet boven de Achtergrondwaarde aangetroffen. Ter plaatse van boring 6 is de grond op de diepte van 1,1-1,6 m-mv (25-35% bijmenging: puin, baksteen, keramiek, metaal, plastic, hout) sterk verontreinigd met PAK (97,1 mg/kg.ds), matig verontreinigd met lood en zink en licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, minerale olie, PCB’s. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, nikkel en zink. De gemeten gehalten aan asbest in alle vier de monsters ligt onder de 100 mg/kg.ds. De locatie is niet verontreinigd met asbest.

In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten van PFAS aangetoond ten opzichte van de detectielimiet. Over het algemeen valt de bodem in kwaliteitsklasse ‘Wonen’, behalve de grond van boring 6 (monster MM-4) welke in klasse ‘Nooit toepasbaar’ valt. Gevalsdefinitie Uit het verkennend bodem- en (nader) asbestonderzoek uitgevoerd door Grondslag (projectnummer: 18232; d.d. 18 juni 2019) blijkt dat er ter plaatse van Voorburggracht 429-431 de westzijde van het perceel gedempt is met puin van een sluis. Uit de analyseresultaten blijkt dat dit dempingsmateriaal sterk verontreinigd is met asbest, koper en lood. Deze verontreiniging bevindt zich op een diepte van circa 0,5 tot 1,2 m-mv en heeft een omvang die globaal geraamd is op 25x10x0,7 = 175 m³ (315 ton). Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Uit de resultaten van het huidig onderzoek blijkt dat de ondergrond ter plaatse van boring 6 (traject 1,1 tot 1,6 m-mv) sterk verontreinigd is met PAK (> I-waarde, 97,1 mg/kg d.s.) en matig verontreinigd met zink en lood. Deze verontreiniging is waarschijnlijk te relateren aan het aanwezige oude puin (bakstenen, metaal, keramiek etc.) die is gebruikt om de watergang mee te dempen. Omdat de verontreiniging op een diepte van 1,1 m-mv zit en er waarschijnlijk een leef/afdeklaag van 1 meter overheen komt hoeft de omvang niet bepaald te worden.

Ook zijn er geen directe contactmogelijkheden waardoor er geen sprake is van een humaan risico bij een bestemming wonen met tuin. Advies De aangetroffen sterke verontreiniging met PAK hoeft op basis van de historische informatie en overleg niet afgeperkt te worden. Doordat op naastgelegen perceel al een ernstige verontreiniging met asbest, koper en lood aanwezig is kan de aangetroffen PAK verontreiniging in dezelfde melding worden meegenomen.

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

12

Geadviseerd wordt om een saneringsplan op te stellen van zowel de aangetroffen asbest, koper en lood verontreiniging op het perceel van Voorburggracht 429-431 en de PAK verontreiniging bij boring (sleuf) 6. Algemene opmerkingen Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten. Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Het onderzoeksrapport is als bijlage 1 opgenomen bij deze Aanmeldnotitie. 4.2.2.3 Geluid Het plangebied wordt omgeven door wegen waarvoor een 30 km/h-regime geldt. Op basis van de Wet geluidhinder is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is door middel van een dergelijk onderzoek de geluidsbelasting op de gevels van de beoogde bebouwing bepaald. Uit het onderzoek blijkt dat alleen ten gevolge van de Voorburggracht een overschrijding optreedt van de geluidbelasting van 48 dB. De plandrempel van 55 dB en de geluidbelasting van 63 dB worden niet overschreden.

Conform het Actieplan Geluid (en de wet geluidhinder, omdat het om een niet gezoneerde weg gaat) is voor de Voorburggracht een afweging van geluidsreducerende maatregelen niet noodzakelijk. Er gelden vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. 4.2.2.4 Luchtkwaliteit De voornomen ontwikkeling bestaat uit de bouw van 30 woningen met twee ontsluitingswegen. Deze ontwikkeling valt onder de Regeling NIBM. Een nader onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. 4.2.2.5 Waterhuishouding Als gevolg van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen is bepaald of er sprake is van een toename van het verharde oppervlakte. Om de omvang van de toename te bepalen is een vergelijk gemaakt tussen de oppervlakte van de verhardingen (bebouwing, infrastructuur en tuinen) in de bestaande situatie en de toekomstige situatie. Uit deze vergelijking komt naar voren dat er in de toekomstige situatie sprake is van een toename van het verharde oppervlakte met 509 m². Het doel van de watertoets is om in een vroeg stadium in overleg te treden met het waterschap over de voorgenomen ontwikkeling. De watertoets is uitgevoerd op www.dewatertoets.nl. Op basis hiervan heeft het Waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een wateradvies uitgebracht.

Op basis van de ingevoerde gegevens concludeert het Waterschap dat er sprake is van een normale procedure bij de voorgenomen ontwikkeling. Op basis van de watertoets heeft het Hoogheemraadschap een advies uitgebracht. De belangrijkste punten uit het advies zijn hieronder aangegeven. Grootschalige plannen Het plan ziet op een algehele herziening van een bestemmingsplan, een structuurvisie, masterplan, herstructureringsplan, tracébesluit, landinrichtingsplan of grootschalige wegreconstructie is. Het hoogheemraadschap wil bij dergelijke grootschalige plannen altijd betrokken worden. Het

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

13

hoogheemraadschap verkent binnen dergelijke plannen graag zijn eigen doelen, belangen en eventuele samenwerkingsmogelijkheden. Verharding en compenserende maatregelen 0 - 800 m² Het verhard oppervlak neemt toe met 509 m². In dit geval is sprake van geen of slechts in zeer beperkte mate sprake is van een toename van bebouwing en/of verharding. Omdat dit een dermate klein gevolg heeft voor de waterhuishoudkundige situatie, hoeven er geen compenserende maatregelen getroffen te worden. Waterkwaliteit en riolering In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Geen verontreiniging Binnen het plan is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). Dit betekent dat voor de nieuwe ontwikkeling geadviseerd om een gescheiden stelsel aan te leggen.

4.2.2.6 Natuur en ecologie Om de eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten in en direct rondom het plangebied en de gevolgen van de voorgenomen ontwikkelingen ten aanzien beschermde natuurgebieden inzichtelijk te maken is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden uitspraken gedaan over eventuele noodzakelijke vervolgonderzoeken. Het onderzoeksrapport is als bijlage 4 opgenomen bij deze Aanmeldnotitie. Beschermde gebieden Natura-2000 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Schoorlse duinen op circa 7,3 kilometer km afstand van het plangebied en wordt hiervan gescheiden door agrarisch gebied en de bebouwde kom van Oudkarspel en Schoorl. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 9.6 kilometer) van het plangebied. Het plangebied is niet direct zichtbaar vanuit omliggende Natura 2000-gebieden. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is derhalve geen sprake. Gelet op de ligging van het plangebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is niet aannemelijk.

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

14

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland betreft het Natura 2000-gebied Schoorlse duinen en enkele percelen op 580 meter afstand van het plangebied. Het plangebied wordt van dit Natuurnetwerk Nederland gebied gescheiden door de bebouwde kom van Oudkarspel en agrarisch gebied. Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Noord Holland geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing ten aanzien van NNN niet noodzakelijk. Verstoring van op circa 500 meter afstand gelegen NNN-gebieden kan bovendien op voorhand worden uitgesloten, gelet op de ligging van het plangebied en de beperkte impact van de ingreep. Houtopstanden Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. Beschermde soorten Vleermuizen In het pand aan de Voorburggracht 341 zijn holtes of scheuren aangetroffen die groot genoeg en geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in dit pand kan daarom op voorhand niet worden uitgesloten. Kleine marterachtigen Een groot deel van het terrein bestaat uit struiken en bosschages.

Het plangebied beschikt hiermee over geschikt leef- en voortplantingsgebied voor kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn). Voor deze soorten is er in de provincie Noord-Holland geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. De geplande werkzaamheden resulteren mogelijk in vernietiging van het leefgebied van deze soorten. Rugstreeppad Een deel van het plangebied bestaat uit braakliggende grond met onder andere vergraaf baar zand en stapels stoeptegels. Dit is geschikt leefgebied voor rugstreeppadden. Rugstreeppadden kunnen hier een zomerverblijfplaats en/of een winterverblijfplaats hebben. De aanwezigheid van een voortplantingslocatie in het plangebied is niet aannemelijk. Bij de geplande werkzaamheden gaan mogelijk zomerverblijfplaatsen en/of winterverblijfplaatsen van rugstreeppadden verloren. Huismus Het pand aan de Voorburggracht 341 heeft dakpannen waartussen gaten en kieren aanwezig zijn. Tussen deze openingen kunnen huismussen nesten en verblijfplaatsen hebben. Huismussen zijn jaarrond beschermd. De geplande werkzaamheden resulteren mogelijk in de vernietiging van nesten en leefgebied van huismussen. Broedvogels Het plangebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bosschages in het plangebied gebruiken als broedlocatie.

Een nader onderzoek is niet noodzakelijk, onder voorwaarde dat er buiten het broedseizoen om gewerkt wordt, of eventuele nesten in de bosschages tijdens het broedseizoen niet verstoord worden. Het broedseizoen loopt

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

15

globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Aanvullend onderzoek Op basis van de uitkomsten van de Quickscan flora en fauna is aanvullend soortenonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van vleermuizen, huismussen, rugstreeppadden, gierzwaluwen en kleine marterachtigen. Het rapport van het aanvullend soorten is als bijlage 8 van de bijlagen bij toelichting opgenomen in dit bestemmingsplan. Vleermuizen Er zijn geen waarnemingen gedaan van verblijfplaatsen van vleermuizen in het projectgebied. Ook is er geen sprake van een vliegroute of essentieel foerageergebied. Van een negatief effect op vleermuizen als gevolg van de geplande werkzaamheden is geen sprake. Huismus Er zijn geen waarnemingen gedaan van huismussen in het projectgebied. Van een negatief effect op huismussen als gevolg van de geplande werkzaamheden is geen sprake. Rugstreeppad Er zijn geen rugstreeppadden waargenomen in het projectgebied en de omgeving daarvan. Van een negatief effect op rugstreeppadden als gevolg van de geplande werkzaamheden is geen sprake. Gierzwaluw Er is één nestlocatie van de gierzwaluw aangetroffen binnen het projectgebied. De exacte locatie is beschreven in hoofdstuk 3. De voorgenomen ontwikkeling resulteert in het verlies van de nestlocatie.

Er is sprake van een negatief effect op de aanwezige gierzwaluwen. Kleine marterachtigen Er zijn sporen aangetroffen van kleine marterachtigen in de sporenbuizen. Gezien de grootte van de sporen gaat het hier vermoedelijk om een wezel. De aanwezigheid van rust- en/of nestplaatsen binnen het projectgebied is daardoor aannemelijk. De huidige voorgenomen ontwikkeling resulteert in een verlies van leef-, foerageergebied en mogelijk ook rust- en/of nestplaatsen. Er is sprake van een negatief effect op de aanwezige kleine marterachtigen. Wet natuurbescherming Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigd voor gierzwaluw en wezel. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: 'De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.' Advies Geadviseerd wordt een ontheffing op de wet natuurbescherming aan te vragen voor gierzwaluw en wezel. Het aanvragen van een ontheffing gaat gepaard met een projectplan waarin de te nemen

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

16

maatregelen worden beschreven. Ook zal na het verkrijgen van de ontheffing een werkprotocol gemaakt moeten worden. 4.2.2.7 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie In het bestemmingsplan 'Oudkarspel en Koedijk' is ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' opgenomen. In deze dubbelbestemming is opgenomen dat voor bouwplannen met een oppervlakte groter dan van 10.000 m² en een diepte van 0,40 meter onder maaiveld het uitvoeren van een archeologisch onderzoek verplicht is. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 5.700 m². Het uitvoeren een archeologisch onderzoek is daarmee niet noodzakelijk. Indien tijdens de uitvoering alsnog onverwachte archeologische resten worden aangetroffen, dient hiervan direct melding gemaakt te worden bij het bevoegd gezag in het kader van de wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet. Cultuurhistorie Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd dorps- of stadsgezicht. De in het plangebied aanwezige bebouwing is niet aangewezen als een rijks- of gemeentelijk monument. In de directe omgeving van het plangebied komen geen aangewezen rijks- of gemeentelijke monumenten voor. Voor het plangebied is een stedenbouwkundig plan opgesteld dat past binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur.

4.2.2.8 Externe veiligheid In de omgeving van het plangebied komen geen inrichtingen, transportroutes voor gevaarlijke stoffen en buisleidingen voor.

4.3 Effectkenmerken Orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) - Orde van grootte van het effect: zie paragraaf 4.2. - Bereik van het effect: het reikwijdte van het effect beperkt zich tot het plangebied. Er is geen sprake van een invloedsgebied. - Getroffen bevolking: niet van toepassing. Aard van het effect - Aard van de effecten: zie paragraaf 4.2. Grensoverschrijdende karakter van het effect - Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. Intensiteit en de complexiteit van het effect - De effecten van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (geen vervolgeffecten of indirecte effecten verwacht). Waarschijnlijkheid van het effect - Beperkte emissies geluid, lucht en licht zijn zeker. - Waarschijnlijkheid van effecten door calamiteiten is zeer gering (zie ook paragraaf 4.2).

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

17

Verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect - Verwachte aanvang: na onherroepelijk bestemmingsplan (2e helft van 2021). - Duur en periode indicatief: de aanlegfase zal circa 1 jaar duren. - Frequentie: deze beoordeling betreft éénmalig de beschreven activiteiten. - Er is geen sprake van onomkeerbare effecten. Cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Zoals beschreven in paragraaf 2.3 van onderhavige notitie zijn er geen andere projecten of ontwikkelingen in de omgeving bekend die gelijktijdig met de beschreven activiteiten worden uitgevoerd en kunnen leiden tot cumulatieve effecten. Omdat de verwachte effecten beperkt van omvang zijn, zal ook voor andere aspecten de cumulatie met effecten van andere ontwikkelingen niet tot noemenswaardige effecten leiden.

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

18

5. Conclusie Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het voornemen niet leidt tot significante nadelige gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.17 Wet milieubeheer. Er is daarom geen aanleiding om een m.e.r.-procedure te doorlopen, omdat dit geen aanvullende informatie verschaft voor het beoordelen van de milieueffecten.

15 augustus 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘L. Bogtmanstraat Oudkarspel’ | Buro Stedenbouw

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=2c56d6d9-4b54-4361-9456-32addcf19903