CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. was-wordt-lijst ASV LD 2015 en ASV DW 2022

Gemeenteraad 29 november 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Algemene subsidieverordening Dijk en Waard 20226.652 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAS-WORDT LIJST ASV LD 2015 EN ASV D&W 2022

.

ASV LD 2015

ASV D&W 2022

Toelichting

Artikel 1a Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: * Bestemmingsfonds: Een door een subsidieontvanger met toestemming van het college gevormd fonds, dat een direct aan de gesubsidieerde activiteiten gerelateerde specifieke bestemming heeft. * College: Het college van burgemeester en wethouders. * Europees steunkader: Een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld. * Onderneming: Iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent. * Subsidieregeling: Nadere regeling ter uitvoering van deze verordening, vast te stellen door de raad dan wel het college, een ieder met inachtneming van zijn bevoegdheden. * Subsidieplafonds: Het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift (art. 4:24 Awb). * Verdrag:

Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Wijziging conform de modelASV VNG

-

De-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU).

-

op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2);] Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr.

1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne

-

-

markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37); onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47); Wet: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 1b Reikwijdte Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college op de beleidsterreinen die zijn opgenomen in de gemeentelijke begroting, met uitzondering van subsidies waarvoor de raad bij afzonderlijke subsidieverordening een regeling heeft getroffen.

Artikel 2. Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is). 2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Wijziging conform de modelASV VNG

Artikel 2 Uitvoering door het college 1. Het college is bevoegd nadere regelingen, waaronder subsidieregelingen, vast te stellen ter uitvoering van deze verordening. 2. Het college stelt in de subsidieregeling vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie en welke inhoudelijke criteria er gelden voor toe te kennen subsidies. Voor zover van toepassing, wordt hierin

Artikel 3. Subsidieregelingen Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

Wijziging conform de modelASV VNG

tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. 3. Het college besluit over het sluiten van een overeenkomst, als bedoeld in artikel 4:36 Algemene wet bestuursrecht. Het college stelt hiertoe beleidsregels vast. 4. Het college is bevoegd om ten aanzien van subsidies, waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is, te bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is. Artikel 3 Europese regels over staatssteun 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees staatssteunkader noodzakelijk is, zal het college deze verordening aanvullen. 2. In de subsidieregeling worden de toepasselijke bepalingen van het Europees staatssteunkader opgenomen. 3. Bij subsidies waarop een Europees staatssteunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het Europees staatssteunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees staatssteunkader van toepassing is, komen alleen activiteiten, doelstellingen, resultaten, kosten en ondernemingen in aanmerking die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het toepasselijke Europees staatssteunkader.

Artikel 2, derde lid vervalt in het kader van deregulering.

Artikel 2, vierde lid, staat nu in artikel 2, tweede lid.

Artikel 4. Staatssteunregels 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in

Wijziging conform de modelASV VNG

aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

Artikel 4 Evaluatie Eenmaal in de vier jaar evalueert het college de doeltreffendheid en doelmatigheid van de subsidieregelingen en de subsidieverstrekkingen en rapporteert hierover aan de raad. Artikel 5 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. De raad legt de beschikbare middelen per programma jaarlijks vast in de gemeentebegroting en kan hierbij subsidieplafonds vaststellen. 2. Het college kan met inachtneming van de gemeentebegroting in het kader van een subsidieregeling subsidieplafonds (productniveau) alsmede de wijze van verdeling van de subsidie vaststellen (producten programmaniveau). 3. Indien bij het vaststellen van een subsidieplafond of in een subsidieregeling geen voorrang is bepaald, wordt het beschikbare subsidiebedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen verdeeld. 4. Het college kan een subsidieplafond als bedoeld in het tweede lid verlagen: a. als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd;

Artikel 4 vervalt in het kader van deregulering. Bepalingen over de evaluatie staan in artikel 4:24 Awb

Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 3. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 4. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de

Wijziging conform de modelASV VNG

b. als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 5. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond, dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging. 6. Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Artikel 6 Aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college met gebruikmaking van een aanvraagformulier. Het college kan bepalen dat de aanvraag langs elektronische weg (digitaal) kan worden ingediend. 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd, hoe de activiteiten daaraan bijdragen, waarbij voorts

verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Artikel 6. Aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan. 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen

Wijziging conform de modelASV VNG

het belang wordt aangegeven van de activiteiten voor de gemeente of haar ingezetenen; c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van de activiteiten; het dekkingsplan bevat een opgave van andere aangevraagde dan wel verleende subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan. 3. Het college kan als de aanvrager een onderneming is bepalen dat gegevens en verklaringen worden overgelegd, die nodig zijn voor het bepalen van de toelaatbaarheid van de subsidie in verband met de Europese regels over staatssteun. 4. Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt aan de aanvraag toe: - een kopie van de oprichtingsakte; - de statuten; - het jaarverslag; - de jaarrekening inclusief balans van het voorgaande jaar. 5. Bij subsidieregeling kan door het college van lid 2 en lid 4 worden afgeweken; in voorkomende gevallen dient de aanvrager aanvullende gegevens aan te leveren, wanneer dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor de beoordeling van de

3.

4.

aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d. als de aanvrager een onderneming is: 1°. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomi ngen in welke vorm ook met staatsmiddele n bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; 2°. een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot deminimissteun (deminimisverklar ing); e. als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

aanvraag. Artikel 7 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt volledig ingevuld en ingediend uiterlijk 1 juli voorafgaand aan het jaar dan wel de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Indien een aanvraag als bedoeld in lid 1 geheel nieuw is, dan dient deze uiterlijk 1 april voorafgaand aan het jaar dan wel de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft, te worden ingediend. 3. Overige aanvragen voor subsidie worden volledig ingevuld ingediend uiterlijk 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

Artikel 7. Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

Het tweede lid vervalt in het kader van deregulering.

2.

3.

4.

Artikel 8 Beslistermijn 1. Het college beslist op een tijdige en volledig ingevulde aanvraag als bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid, uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaande aan het subsidie tijdvak waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Het college beslist op een tijdige en volledig ingevulde aanvraag als bedoeld in artikel

In het eerste lid wijziging ‘juli’ in ‘juni’ conform de ASV HHW 2014.

Een aanvraag om een subsidie die per gebroken boekjaar wordt verstrekt, wordt uiterlijk 13 weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend. Andere aanvragen om subsidie worden uiterlijk 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, ingediend. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld.

Artikel 8. Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. Bij subsidieregeling kunnen

Wijziging derde lid conform de model-ASV VNG. In het tweede lid ‘gebroken’ toegevoegd aan boekjaar om duidelijker aan te geven dat het geen kalenderjaar (zie eerste lid) betreft.

7, derde lid, uiterlijk 13 weken na ontvangst van de aanvraag. 3. Bij subsidieregeling kunnen door het college andere termijnen worden gesteld. 4. Het college kan de beslistermijn met maximaal 13 weken verdagen. Het doet hiervan voor afloop van de beslistermijn schriftelijk mededeling aan de aanvrager.

Artikel 9 Weigering en terugvordering 1. Onverminderd de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder geval indien: a. de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met het Europese staatssteunkader; b. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur; c. de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met andere wettelijke voorschriften. 2. Onverminderd het eerste lid kan het college de subsidie in ieder geval weigeren indien: a. niet voldaan is aan de eisen en criteria genoemd in deze verordening en/of van toepassing zijnde subsidieregeling om voor

andere termijnen worden vastgesteld.

4.

Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

Artikel 9. Weigeringsgronden 1.

2.

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:

Wijziging vierde lid conform de model-ASV VNG

De titel van dit artikel gewijzigd, omdat de terugvorderingsgronden niet meer in dit artikel staan Verder wijziging conform de model-ASV VNG.

b.

c.

d.

e.

f.

subsidie in aanmerking te komen; de te subsidiëren activiteiten van niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; de activiteit geen invulling geeft aan de doelstellingen of het beleid van de gemeente Langedijk; het aannemelijk is dat de gelden niet of niet in voldoende mate besteed zullen worden aan de activiteiten en/of het doel waarvoor subsidie beschikbaar wordt gesteld; de doelstellingen, activiteiten, statuten of reglementen van de aanvrager dan wel het beoogde gebruik van de subsidie discriminatie opleveren wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele gerichtheid, leeftijd of op welke grond dan ook; onder discriminatie wordt in dit verband niet begrepen onderscheid ter opheffing van maatschappelijke achterstand;

a.

3.

subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; d. als de subsidieverstr ekking in strijd zou zijn met

g. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. 3. Het college vordert een subsidie met wettelijke rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

Artikel 10 Algemene verplichtingen subsidieontvanger 1. Als aannemelijk is dat activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college. 2. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over: a. aanmerkelijke verschillen tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten van de begrote uitgaven en inkomsten, onder

e.

een wettelijk voorschrift; als de subsidieverstr ekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt.

Het tweede lid, onder f. is vervallen, omdat het nu onderdeel uitmaakt van het tweede lid, onder c.

Artikel 10. Verantwoording Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

Wijziging conform de modelASV VNG

Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan burgemeester en wethouders. 2. Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van

Wijziging conform de modelASV VNG

vermelding van de oorzaak van de verschillen; b. ontwikkelingen, die ertoe kunnen leiden dat gemaakte afspraken voortvloeiende uit een tussen gemeente en subsidieontvanger gesloten uitvoeringsovereenkomst niet kunnen worden verwezenlijkt. c. ontwikkelingen, die ertoe kunnen leiden dat aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel kunnen worden nagekomen; d. beslissingen of procedures, die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend of leiden tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; e. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; f. wijziging van de statuten, voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon. 3. De subsidieontvanger heeft schriftelijke toestemming van het college nodig voor rechtshandelingen vermeld in artikel 4:71 van de Awb. Indien de betreffende rechtshandeling het voortbestaan van de

b.

c.

d.

de gesubsidieerde rechtspersoon; relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon.

subsidieontvanger bedreigt of aantoonbaar kan bedreigen of de belangen van de subsidieontvanger ernstig bedreigt of aantoonbaar kan bedreigen, kan het college de goedkeuring in ieder geval weigeren. 4. Subsidieontvangers, die onder de werking van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector vallen, dienen zich te houden aan het in deze wet opgenomen bezoldigingsmaximum en de openbaarmaking van de bezoldiging. Artikel 11 Zorgvuldig beheer en verzekeringsplicht 1. De subsidieontvanger beheert de middelen zorgvuldig en treft maatregelen ter voorkoming van vermogensschade. 2. De subsidieontvanger is verplicht haar roerende zaken te verzekeren en verzekerd te houden op basis van dagwaarde. 3. De subsidieontvanger is verplicht haar onroerende zaken te verzekeren en verzekerd te houden op basis van herbouw- of vervangingswaarde. 4. De subsidieontvanger is verplicht het bij haar in dienst zijnde personeel en de voor haar werkzame vrijwilligers gedurende de tijd dat deze voor haar werkzaam zijn te verzekeren tegen de gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid.

Artikel 12 Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van het

Artikel 11 vervalt in het kader van deregulering. De grondslag voor het opleggen van de verzekeringsplicht staat in art. 4:37, eerste lid onder c Awb.

Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidies vanaf € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording

Wijziging conform de modelASV VNG

geen met de subsidie tot stand is gebracht. 2. Bij subsidies gelijk aan of hoger dan € 50.000 kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. 3. Het college kan nadere eisen stellen aan de inrichting van de administratieve organisatie van de subsidieontvanger. 4. Het college kan verplichtingen opleggen met betrekking tot: a. een sociale wederdienst (social return on investment); b. toegankelijkheid van de activiteiten voor mensen met een beperking; c. het niet schenken van alcohol aan minderjarigen.

2.

3.

4.

5.

over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald. Bij subsidieregeling kan een ander bedrag, dan vermeld in het eerste lid, worden vastgesteld.

Toevoeging vijfde lid, zodat maatwerk mogelijk is.

Artikel 13 Verantwoording subsidie vanaf € 500 tot € 10.000 1. Er worden geen subsidies verstrekt onder de € 500. 2. Subsidies vanaf € 500 tot € 10.000 worden door het college verleend en direct vastgesteld of – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid - uiterlijk binnen 13 weken nadat de activiteiten moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.

Artikel 13. Egalisatiereserve 1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, van een per kalender- of gebroken boekjaar verstrekte subsidie vanaf € 50.000, een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt. 2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan burgemeester en wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing. 3. Bij subsidieregeling kan een ander bedrag worden vastgesteld.

Toevoeging artikel 13, eerste en tweede lid conform modelverordening VNG.

Artikel 14. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000 1. Subsidies tot en met € 5.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en, tenzij toepassing wordt gegeven aan het derde lid , binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2. Bij subsidieregeling kan een minimumbedrag voor de te verlenen subsidie worden vastgesteld.

Wijziging conform de ASV HHW 2014

3. De aanvrager kan worden

verplicht om aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de ambtshalve vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

3. Als bij verlengingsbeschikking de subsidieaanvrager wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

Toevoeging derde lid, zodat maatwerk mogelijk is.

Toevoeging tweede lid conform artikel 13, eerste lid, van de ASV Langedijk 2015 in samenhang met artikel 9, eerste lid van de ‘ Nadere regels activiteitensubsidie gemeente Langedijk 2017’

Toevoeging vierde lid conform model-verordening VNG. 4.

5.

6.

7.

Artikel 14 Verantwoording subsidie vanaf € 10.000 tot € 50.000 1. Bij subsidies vanaf € 10.000 tot € 50.000 dient de subsidieontvanger een volledig ingevulde aanvraag tot vaststelling als volgt in: a. bij een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. bij de overige subsidies uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een (jaar)verslag waaruit blijkt in hoeverre de

In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie. Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat de subsidieontvanger uiterlijk binnen 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling indient. De aanvraag bevat : - een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; - een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen en bedragen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

Artikel 15. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000 1. Bij subsidies tussen € 5.000 en € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. 2. De aanvraag bevat: een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening), indien

Toevoeging vijfde lid conform de ASV HHW 2014

Toevoeging zesde lid conform de ASV HHW 2014

Toevoeging zevende lid conform de ASV HHW 2014 en ‘en bedragen’ toegevoegd zodat ook hierbij maatwerk mogelijk is

Wijziging conform de ASV HHW 2014

In het derde lid ‘en bedragen’ toegevoegd zodat ook hierbij maatwerk mogelijk is.

gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop. 3. Bij subsidieregeling of bij subsidiebeschikking kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht. Artikel 15 Verantwoording bij een subsidie vanaf € 50.000 1. Bij subsidie vanaf € 50.000 dient de subsidieontvanger een volledig ingevulde aanvraag tot vaststelling als volgt in: a. bij een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. bij de overige subsidies uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een door het bestuur goedgekeurd (jaar)verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). Hierin worden

3.

bij subsidieregeling bepaald; Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen en bedragen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

Artikel 16. Eindverantwoording subsidies vanaf € 50.000 1. Bij subsidies vanaf € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. in geval van een subsidie die per gebroken boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 13 weken na afloop van het betrokken boekjaar; c.

in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de

Wijziging conform de ASV HHW 2014

In het eerste lid, onder b, ‘gebroken’ toegevoegd aan boekjaar om duidelijker aan te geven dat het geen kalenderjaar (zie onder a) betreft

c. 3.

4.

5.

ook opgenomen de bezoldiging van de topfunctionarissen; een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; een goedkeurende controleverklaring. Een controleprotocol van Langedijk (nog op te stellen) is bepalend voor de controleopdracht. Bij subsidieregeling of bij subsidiebeschikking kunnen andere termijnen worden gesteld of andere gegevens of stukken worden verlangd. Het college kan besluiten dat de verplichting, zoals neergelegd in het tweede lid, onder d van dit artikel, voor een bepaalde (categorie) subsidieontvangers niet geldt of andere gegevens worden verlangd.

b.

c.

d.

3.

Artikel 16 Onderzoek 1. Het college controleert de getrouwheid van de in artikel 13, 14 en 15 bedoelde gegevens en kan aanvullend onderzoek (laten) verrichten om een oordeel te krijgen over de effectiviteit en efficiency van de subsidieontvanger en de rechtmatigheid van besteding van de toegekende subsidie. 2. De subsidieontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan de controle respectievelijk een onderzoek zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel en verschaft

verplichtingen is voldaan; een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.

In het derde lid ‘en bedragen’ toegevoegd zodat ook hierbij maatwerk mogelijk is.

Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen en bedragen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd. Artikel 16 vervalt in het kader van deregulering. De grondslag voor het opleggen van de controleplicht in het eerste en tweede lid, staat in art. 4:37, eerste lid onder h Awb. De grondslag voor de toezichthouders in het derde lid, staat in art. 4:59, eerste lid Awb

daartoe de toezichthouders als bedoeld in het derde lid van dit artikel toegang tot de betreffende accommodatie en verleent hen inzage in de boekhouding. 3. Het college kan één of meer toezichthouders aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen. Artikel 17 Subsidievaststelling 1. Het college stelt de subsidies als bedoeld in artikel 14 lid 1a en 15 lid 1a, uiterlijk 1 oktober vast, na ontvangst van de volledige aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2. Het college stelt de subsidies als bedoeld in artikel 14 lid 1b en 15 lid 1b, vast binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 3. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste 13 weken worden verdaagd. Zij doet hiervan vóór afloop van de in het eerste lid vermelde termijn schriftelijk mededeling aan de aanvrager. 4. Bij subsidieregeling kunnen categorieën van subsidies of subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.

Artikel 17. Subsidievaststelling subsidies van meer dan € 5.000 1. Burgemeester en wethouders stellen een subsidie van meer dan € 5.000 vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 13 weken worden verdaagd. 3. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 15, eerste lid en 16, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling. 5. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen en een ander bedrag worden vastgesteld.

Wijziging conform de ASV HHW 2014

Toevoeging tweede lid conform model-verordening VNG.

Toevoeging vijfde lid, zodat maatwerk mogelijk is.

5. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 6. Indien de subsidieontvanger de volledige verantwoording niet tijdig indient, kan het college de subsidie ambtshalve vaststellen, nadat aan de subsidieontvanger eerst schriftelijk een nieuwe termijn is gesteld voor het indienen van volledige verantwoording. Artikel 18 Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze. 2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities. 3. Bij subsidie waarop een Europees staatssteunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke staatssteunkader. Artikel 19 Betaling en voorschot 1. Betaling vindt plaats binnen 6 weken nadat de subsidie is vastgesteld. 2. Het college kan bij

Artikel 18. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze. 2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven definities. 3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

Ongewijzigd

Artikel 19 vervalt in het kader van deregulering. Betaling en bevoorschotting is geregeld in art. 4:85 – 4:96 Awb

subsidieverlening een voorschot geven. Het college stelt beleidsregels vast voor het verstrekken van voorschot en betaling. Artikel 20 Vermogensvorming subsidieontvanger 1. Vermogensvorming met de subsidiemiddelen zal in beginsel niet worden toegestaan en exploitatieoverschotten mogen in beginsel niet worden gereserveerd. 2. Het college kan de subsidieontvanger toestaan een bestemmingsfonds te vormen, mits dit nauw samenhangt met de gesubsidieerde activiteiten. De subsidieontvanger dient vooraf toestemming aan het college te vragen en daarbij de noodzaak van het bestemmingsfonds te motiveren. 3. De hoogte van dit bestemmingsfonds, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, mag niet meer bedragen dan 10% van de kosten van de realisatie van de subsidiabele producten en prestaties in het meest recente boekjaar. 4. Het college kan afwijken van het genoemde percentage in lid 3 van dit artikel indien het bedrijfsrisico naar het oordeel van het college hiertoe aanleiding geeft. 5. Indien een bestemmingsfonds is opgebouwd, dient de subsidieontvanger het fonds aan te wenden voor het bestemmingsdoel. Over het bestemmingsfonds dient gerapporteerd te worden in

Artikel 20 vervalt in het kader van deregulering. Bepalingen over vermogensvorming kunnen, in het kader van maatwerk, bovendien beter in de subsidieregelingen worden vermeld.

de jaarrekening als aparte post op de balans. 6. Indien een bestemmingsfonds is opgebouwd, dient de subsidieontvanger dit fonds binnen 3 jaar te gebruiken voor de bestemming. 7. Indien de subsidiemiddelen toegevoegd aan het bestemmingsfonds na 3 jaar niet zijn benut voor het bestemmingsdoel vloeien de middelen terug naar de gemeente. Artikel 21 Onvoorziene omstandigheden In gevallen waarin deze verordening of een nadere regeling niet voorziet, beslist het college. Artikel 22 Hardheidsclausule 1. Het college kan in bijzondere gevallen artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2. Toepassing van het eerste lid wordt gemotiveerd in de subsidiebeschikking.

Artikel 23 Inwerkingtreding

Artikel 21 vervalt in het kader van deregulering.

Artikel 19. Hardheidsclausule 1. Als een bij of krachtens verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kunnen burgemeester en wethouders een andere termijn vaststellen. 2. In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. 3. Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad. Artikel 20. Slotbepalingen 1. De Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2014 wordt

Wijziging conform de modelASV VNG

1. Deze verordening treedt in werking vanaf 1 januari 2015 en is van toepassing op alle aanvragen voor subsidie die vanaf die datum binnenkomen. 2. Deze verordening kan worden aangehaald als Algemene Subsidieverordening Langedijk 2015. 3. De Algemene Subsidieverordening gemeente Langedijk 2009, vastgesteld door de raad op 20 januari 2010, wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken. Artikel 24 Overgangsbepalingen 1. Op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend en die nog niet zijn vastgesteld, blijven de bepalingen zoals opgenomen in de Algemene Subsidie Verordening Langedijk 2009 van toepassing. 2. Op bezwaarschriften wordt beslist met toepassing van de verordening zoals deze gold bij de primaire besluitvorming.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

ingetrokken op de eerste dag na de datum van de bekendmaking, en werkt terug tot en met 1 december 2022. De Algemene Subsidieverordening Langedijk 2015 wordt ingetrokken op de eerste dag na de datum van de bekendmaking, en werkt terug tot en met 1 december 2022. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de datum van de bekendmaking, en werkt terug tot en met 1 december 2022. Op aanvragen om subsidie die voor 1 december 2022 zijn ingediend, maar nog niet zijn verleend of direct zijn vastgesteld zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2014 respectievelijk de Algemene Subsidieverordening Langedijk 2015 van toepassing. Op aanvragen om subsidie die voor 1 december 2022 zijn verleend, maar nog niet zijn vastgesteld, zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2014 respectievelijk de Algemene Subsidieverordening Langedijk 2015 van toepassing. Subsidieregelingen of nadere regelingen, vastgesteld krachtens de Algemene Subsidieverordening Langedijk 2015 dan wel de Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2014, die golden tot het moment van de inwerkingtreding van deze verordening, gelden als subsidieregelingen of nadere regelingen vastgesteld krachtens deze verordening. Deze verordening wordt Aangehaald als: Algemene subsidieverordening Dijk en Waard 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=3373d734-ef23-4e60-a146-34d6eac80816