Bijlage 3 - Was-wordt-lijst APV Dijk en Waard 2022
Tekst van het document
Algemene plaatselijke verordening Dijk en Waard 2022 Leeswijzer: In de bestaande tekst zijn de woorden en leestekens die niet terugkeren in de nieuwe tekst, cursief gezet. In de nieuwe tekst zijn de nieuwe woorden en leestekens ten opzichte van de bestaande tekst vet gedrukt.
Apv Dijk en Waard 2022 huidig
Apv Dijk en Waard 2022 inclusief update
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting
1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
b. zorginstelling;
b. zorginstelling;
c.
c.
museum; of
d. bedrijfskantine of – restaurant. 5. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vierde lid onder a. 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling. 7. Een vergunning wordt aangevraagd door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.
Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden om op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
Toelichting
museum; of
d. bedrijfskantine of – restaurant. Verwijdering lid 5, omdat artikel 2:28 geen vrijstelling bevat. 5. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling. 6. Een vergunning wordt aangevraagd door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden om op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
a.
aanwezig te hebben;
a. aanwezig te hebben;
b.
aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels;
b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels;
c.
aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven;
c.
Zomerupdate VNG overnemen.
aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven;
1
d. 2.
te voeren.
Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats, ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2:65 Bedelarij [niet opgenomen]
d. te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats, ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2:65 Bedelarij
Facultatief artikel in de Model APV van de VNG. Omdat de (overlast
door) bedelarij langzaamaan toeneemt en handelen in situaties gewenst kan zijn, wordt voorgesteld uit voorzorg het artikel uit de model-Apv van de VNG (inclusief zomerupdate van de VNG) over te nemen. Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.
Artikel 4:11 Uitzondering omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Het verbod zoals opgenomen in artikel 5.7.1.3 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard is niet van toepassing op het vellen in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde, de bestrijding van boomziekten of de verspreiders hiervan of in verband met een direct gevaar voor personen of goederen, mits de burgemeester hiervoor toestemming verleent.
Artikel 4:11 Uitzondering omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Het verbod zoals opgenomen in artikel 5.7.1.2 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard is niet van toepassing op het vellen in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde, de bestrijding van boomziekten of de verspreiders hiervan of in verband met een direct gevaar voor personen of goederen, mits de burgemeester hiervoor toestemming verleent.
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
7. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 2. Het college stelt nadere regels ten aanzien van het aanbrengen van handelsreclame op of aan een onroerende zaak, met specifieke criteria waaraan de reclame moet voldoen en in welke situatie de vergunningplicht niet geldt.
1. Het is verboden zonder vergunning op, aan of in een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding.
Verwijzing naar het juiste artikel in de VFL.
Correctie vergunningplicht en het abusievelijk wegvallen van de leden 3 tot en met 5 bij de vaststelling van de APV Dijk en Waard 2022.
2. Het college stelt nadere regels ten aanzien van het aanbrengen van handelsreclame op, aan of in een onroerende zaak, met specifieke criteria waaraan de reclame moet voldoen en in welke situatie de vergunningplicht niet geldt.
Noot: de nota Ruimtelijke kwaliteit gemeente Dijk en Waard bevat nadere regels zoals bedoeld in artikel 4:15, tweede lid. 3. Het verbod is niet van toepassing op een: a. opschrift, aankondiging en afbeelding in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; b. opschrift, aankondiging en afbeelding op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door de overheid; c.
opschrift, aankondiging en afbeelding betrekking hebbend op: - openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; - het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd, zomede op naamborden,
2
mits dit opschrift, aankondiging en afbeelding gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 0,50 m2 en geen van alle een grotere afmeting in een richting hebben dan 1,00 meter en mits dit opschrift, aankondiging en afbeelding niet zijn verlicht en zijn aangebracht op een plat bord dan wel losse letters tegen de gevel op beganegrond-niveau van de onroerende zaak; d. opschriften betrekking hebbend op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; e. opschriften betrekking hebbend op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; 4. In afwijking van artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: e. als de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; f.
in het belang van de verkeersveiligheid;
g. in het belang van voorkoming of beperking van hinder of overlast voor de omgeving. 5.
a. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken; b. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder c, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 5:8 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan acht achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 07.00 tot 18.00 uur. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.
Artikel 5:8 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 07.00 tot 18.00 uur. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.
Termijn van drie dagen aanpassen aan artikel 5:6 inzake kampeermiddelen e.a. Conform Model APV van de VNG.
3
6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan
6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan (Vervallen)
Zomerupdate VNG overnemen. Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter en kan deze dus vervallen.
1. Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam. Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.
Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan. Artikel 5:12a Deelvoertuigen
Zomerupdate VNG overnemen.
Op dit moment zijn er geen regels gesteld voor het plaatsen van deelvoertuigen. Ervaringen met deelscooters in onder andere de gemeente Alkmaar en in grote steden geven echter aanleiding om voorzichtig te zijn met de introductie van de deelscooter. De openbare ruimte verrommelt door overal neergezette en omgevallen scooters. Daar staat tegenover dat deelscooters en later misschien ook deelfietsen kunnen bijdragen aan een verminderd autogebruik in de regio Alkmaar. Om de introductie van deelvoertuigen in goede banen te leiden, bestaat de behoefte aan een juridisch instrument waarmee voorwaarden aan de aanbieders kunnen worden opgelegd. Voorgesteld wordt om daartoe in de Apv (artikel 5:12a) een verbod met vergunningplicht voor aanbieders van deelvoertuigen op te nemen.
1. Het is verboden zonder vergunning van het college bedrijfsmatig voertuigen voor gebruik door derden op de weg te plaatsen. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en artikel 1:8 kan het college de vergunning weigeren of intrekken indien: a. een door het college vastgesteld vergunningen- of voertuigenplafond door het verlenen van de vergunning wordt overschreden; b. indien de aanvraag wordt ingediend buiten een daartoe door het college vastgesteld tijdvak; of c. als het ter gebruik aanbieden van de voertuigen: I. gevaar oplevert voor de veiligheid van de gebruikers, de verkeersveiligheid of de doorstroming van het verkeer; II. hinder veroorzaakt voor het woon- of leefklimaat; III. een nadelige invloed heeft op het milieu; IV. onevenredig beslag legt op de openbare ruimte, of V. afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte. d. in strijd wordt gehandeld met het bedrijfsconcept van de vergunninghouder. 4
3. Op de in het eerste lid bedoelde vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 4. De in het eerste lid bedoelde vergunning wordt verstrekt voor de duur van twee jaar. Het college kan besluiten de duur te verlengen met maximaal 1 jaar. 5. Het college kan met het oog op de bescherming van de belangen genoemd in het tweede lid en met het oog op de verdelingsprocedure en indieningsvereisten voor de aanvraagprocedure, nadere regels vaststellen. Er worden in ieder geval regels vastgesteld betreffende: a. het maximaal aantal voertuigen waarvoor vergunning verleend kan worden en het maximaal aantal te verlenen vergunningen; b. de inhoud en wijze van indiening van een aanvraag; c. de verdelings- en toekenningsprocedure voor een vergunning; d. de voorschriften die aan de vergunning kunnen worden verbonden. 6. Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waar uitsluitend voertuigen als bedoeld in het eerste lid mogen worden geplaatst en ter gebruik mogen worden aangeboden of waar deze voertuigen niet mogen worden geplaatst en niet ter gebruik mogen worden aangeboden. 7. Het college kan categorieën of typen voertuigen, stallingsplaatsen, wegen of weggedeelten of gebieden aanwijzen waarvoor of waar het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt. 8.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod voor het experimenteren met vormen van deelvervoer. Een experiment is een tijdelijke proef met een maximale tijdsduur van één jaar.
5