Bijlage 3 Schriftelijke reactie op advies CAR over het IBK
Tekst van het document
Cliënten adviesraad Dijk en Waard T.a.v. mevrouw Berns – Crotjee (Voorzitter)
Contactpersoon: Telefoon: E-mail: Onderwerp:
mevr. L. Braaksma-Guérin Datum: 072 575 55 55 Verzenddatum: post@dijkenwaard.nl Kenmerk: Integraal beleidskader sociaal domein 2023-2027
11 april 2023 0000549066
Geachte mevrouw Berns-Crotjee, Met deze brief willen wij de Cliënten adviesraad (CAR) Dijk en Waard bedanken voor het advies dat wij op 27 maart jl. hebben ontvangen als reactie op het Integraal Beleidskader (IBK) sociaal domein 2023-2027. Hierin lezen wij dat de CAR positief is over het feit dat het beleidskader ambitieus maar goed doordacht is, kijkt naar de samenhang tussen de verschillende leefgebieden, inwoners en samenwerking centraal zet en fors wil inzetten op de sociale infrastructuur en een vitaal verenigingsleven. Daarnaast heeft de CAR nog een aantal vragen en/of opmerkingen geplaatst. Deze nemen wij ter harte. Sommige vragen en opmerkingen gaan over het gebruik en de interpretatie van bepaalde termen en omschrijvingen. Wij gaan hieronder puntsgewijs in op uw vragen en opmerkingen. Pagina 2: Onduidelijk is of er nog een langetermijnvisie verwacht kan worden: er wordt namelijk wel gesproken over de korte en midden-termijn. Ook wordt gesproken over wat er anders of beter gedaan kan worden, maar de vraag is of er ook zaken behouden blijven. Graag vernemen wij van u hoe deze visie zich verder ontwikkelt. Reactie: De Visie sociaal domein Dijk en Waard van medio 2021 is de lange termijn visie en geeft de stip op de horizon. Het integraal beleidskader sociaal domein is een nadere concretisering van het “wat” en is gericht op de periode 2023-2027.
Met de routes wordt aangegeven dat we op weg gaan. Dit zal zich ook vertalen in nieuwe beleidsregels, verordeningen en/of uitvoeringsplannen en -programma’s. Na vier jaar zal het beleidskader geactualiseerd worden op basis van de situatie/ontwikkelingen dan. Dit kan leiden tot bijstelling indien dit nodig blijkt. Pagina 4: Wij verzoeken u vriendelijk de term GR-en te omschrijven; deze afkorting is niet algemeen bekend. Bezoekadressen Parelhof 1, Heerhugowaard Bosgroet 2, Zuid-Scharwoude
Postadres Postbus 390 1700 AJ Heerhugowaard
www.dijkenwaard.nl 072 575 55 55 post@dijkenwaard.nl
2
Reactie: U heeft gelijk, de term is niet algemeen bekend. Met de “GR-en” doelen wij op afkorting van de gemeenschappelijke regelingen. Dat staat voor een samenwerkingsverband tussen meerdere overheden. Denk aan Zaffier en de GGD. Redactioneel is de tekst aangepast. We hebben de term geschrapt, omdat het niet algemeen bekend is en tevens niet van toegevoegde waarde is om het expliciet te benoemen. De laatste versie van het Integraal beleidskader in de nieuwe stijl en interactief is bijgevoegd. Pagina 5: Kunt u aangeven hoeveel cliënten er momenteel gebruik maken van de Jeugdzorg en wat het percentage van het totale aantal jongeren in Dijk en Waard is. Bij ons is de vraag gerezen waarom er geen groei is in de Jeugdzorg; graag vernemen wij uw antwoord hierop. Reactie: De tabel op pagina 5 van het integraal beleidskader sociaal domein laat het aantal cliënten zien dat gebruik maakt van zorg, op jaarbasis. Met de nieuwe inkoop van jeugdhulp per 2023 willen we sturen op het voorkomen van instroom en op het bevorderen van uitstroom. Op basis van die strategie is de verwachting dat het aantal jeugdigen in zorg de komende jaren niet stijgt, maar constant blijft. Het percentage jeugdigen (0-18 jaar) dat jeugdhulp ontvangt in Dijk en Waard was 11,8% in 2022[1] (Bron: CBS Jeugd).
Pagina 6: Gesteld wordt dat de gemeente zich genoodzaakt ziet “stevig te prioriteren”, terwijl eerder in de tekst wordt gesproken over “het systeem”, waarbinnen naar onze mening alle onderwerpen vervat zijn. Hierin constateren wij een z.g. dubbeling en wij verzoeken u ons te laten weten hoe dit zal worden aangepakt. Reactie: Met “het systeem” wordt inderdaad gedoeld op een brede verkenning van het persoonlijk netwerk en alle leefgebieden rondom de inwoner. Veelal zijn daar meerdere (keten)partners bij betrokken en werken zij onderling samen (netwerkgericht werken) Met de passage over “stevig prioriteren” wordt aangegeven dat de voorgestane ideale werkwijze niet van de ene op de andere dag gerealiseerd kan worden. De doorontwikkeling die wordt beoogd, vergt van alle betrokken partijen inzet. Dat vraagt organisatorisch ook dat men daartoe qua capaciteit, kennis en uitvoering in staat is. Dat betekent het maken van keuzes in prioriteiten. Verder wordt gesproken over “de jongeren en de ouderen”, maar wat zijn concreet de plannen voor de z.g. middengroep? Het lijkt ons n.l. dat juist hierop preventie kan worden ingezet. Ook is ons niet duidelijk wat wordt bedoeld met het creëren van een “lerende omgeving”; uw verduidelijking zien wij graag tegemoet.
Reactie: De betreffende tekst is feitelijk gericht op de brede benadering van vragen van inwoners (jong en oud) op grond van Jeugdhulp en de Wmo. De Wmo geldt voor iedereen vanaf 18 jaar. Dat betekent dat ook de zgn. middengroep onder de benadering valt van de Wmo. Bovendien geldt het beleid voor alle inwoners van Dijk en Waard. Zoals het inzetten op bewustwording op toekomstige situaties, bijvoorbeeld het ouder worden. Met lerende omgeving bedoelen wij dat de doorontwikkeling die voorgestaan wordt zowel van de gemeente als van strategische partners wat vraagt. Dat betekent dat het goede gesprek met elkaar gevoerd wordt en gevoerd moet blijven worden, vanuit onze gedeelde visie. Het continu in gesprek zijn met elkaar over ‘ wat is de bedoeling, wat is er gedaan, wat blijkt in de praktijk, hoe [1] Bron: CBS Jeugd, eerst helft 2022
3
kunnen we bijsturen’, draagt bij aan deze doorontwikkeling. Pagina 7: In het kader van registreren vragen wij ons af of de daaruit voortvloeiende data straks voldoende opleveren om gemiddelden of juist uitersten onder de loep te nemen. Wij zien de voordelen van registreren, maar zijn van mening dat het wel een doel moet hebben. Reactie: Data-gestuurd werken is in ontwikkeling. Op basis van ervaringen zien wij de toegevoegde waarde ervan. Maar het vergt zeker zorgvuldige afwegingen vooraf over het doel van wat we dan gaan registreren. Veel data worden niet verkregen door iets extra te registreren. We moeten voor de voortgang van de Wmo en Jeugdwet al veel in onze administratie opnemen. Het gaat er om dat we kijken hoe we de cijfers juist kunnen duiden. Pagina 8: Ten aanzien van doelstelling 2 zijn wij van mening dat gezondheid hiervan eveneens een onderdeel dient te zijn. Verder dient naar onze mening iedere route een eigen budget te hebben. Wij missen een budget ten behoeve van route 1, terwijl er wel interventies worden benoemd. Reactie: Bij route 1 is gezondheid ook impliciet onderdeel van doelstelling 2. Binnen deze doelstelling worden namelijk de signalerende functie en onderlinge samenwerking van partners, de voorzieningen en de leefbaarheid van wijken beschreven die nodig zijn om gezondheid (zowel mentaal als fysiek) te kunnen faciliteren.
Er wordt uitgegaan van de budgetten die in de gemeentelijke begroting staan. Deze budgetten zijn verspreid over meerdere programma’s (4, 5 en 6) overeenkomstig voorgeschreven gemeentelijke voorschriften begroting en verantwoording. Als voorbeeld noemen wij hierbij het lokaal preventieakkoord waarmee de gemeente gericht budget inzet voor gezondheidspreventie. Pagina 11: Met betrekking tot de Institutionele sociale basis valt ons op dat er melding wordt gemaakt van z.g. “vrijwilligerspunten”. Wij vragen ons af of dit ook kan worden gelezen als “werkzaamheden”. Zoals het nu is benoemd lijkt de omschrijving te wijzen op b.v. een juridisch loket. Wij denken ook aan “maatjes-projecten” e.d., of kan er in dit verband beter worden gesproken over “welzijnswerk”. Kunt u omschrijven wat wordt bedoeld met de term “The Right to Challenge”? Reactie: Binnen de institutionele sociale basis worden naast voorzieningen ook de betaalde professionals begrepen en niet de werkzaamheden. We hebben ter verduidelijking de welzijnswerkers als voorbeeld tekstueel toegevoegd. Wat bedoeld wordt met de term “The Right to Challenge” is nu opgenomen in de tekst. Pagina 12: Onduidelijk is waaruit blijkt uit dat ouderen over een eigen ondersteunend netwerk beschikken. Dit zal naar onze mening zeker niet voor alle ouderen het geval zijn.
Ook het voornemen “langer thuis wonen ouderen” kan volgens ons uitsluitend worden ingevuld indien de gemeente direct invloed heeft op goede en aan de doelgroep aangepaste voorzieningen, zoals huizen. Wij zijn geïnteresseerd in hoe de gemeente e.e.a. wil realiseren en vorm wil geven aan de verschillende mogelijkheden. Reactie: Of en in hoeverre sprake is van een eigen ondersteunend netwerk is persoonsafhankelijk. Het hebben van een netwerk is van grote meerwaarde voor het welbevinden. Om die reden vinden wij het van belang om in te zetten op een sterke sociale basis.
4
Met de in ontwikkeling zijnde Woonzorgvisie wordt aangegeven hoe wij aankijken tegen het voornemen “langer thuis wonen” en wat daarvoor nodig. De gemeente betrekt bij het proces van de totstandkoming Woonzorgvisie alle denkbare belanghebbenden, waaronder de CAR. Verder hebben binnen het welzijnswerk de welzijnsorganisaties de taak om ouderen te ondersteunen. Pagina 13: Graag vernemen wij van u hoe u denkt kenbaar te maken aan zowel inwoners als organisaties welke activiteiten er beschikbaar zijn binnen de gemeente Dijk en Waard. Wij dringen aan op heldere communicatie hierover, zeker ook niet-digitaal. Reactie: We zullen dit samen met de organisaties invulling geven. Dat zal zeker een combinatie zijn van online (website, facebook etc.), huis-aan-huisbladen, de regionale krant en lokale omroep (radio en tv). Verder faciliteren we op verschillende manieren dat organisaties elkaar onderling ook beter leren kennen, zodat de samenwerking makkelijker wordt en men elkaar weet te vinden. Pagina 14: In het kader van “leefbare wijken” vragen wij ons af of hiermee worden bedoeld de weer zelfstandig wonende jongeren. Ouderen zullen meestal niet meer terug naar huis gaan, maar de doelgroep jongeren wordt hier niet specifiek benoemd. Reactie: Onder het kopje leefbare wijken wordt ook het jongeren- en opbouwwerk genoemd.
Daarnaast is uitstroom vanuit de jeugdzorg en beschermd wonen naar zelfstandig wonen een belangrijk aspect. Het hebben van leefbare wijken met voldoende voorzieningen en ondersteuning draagt daar nadrukkelijk aan bij. Ten aanzien van het waar mogelijk spreiden van groepen inwoners zijn wij van mening dat dit eigenlijk altijd het geval zou moeten zijn. De inzet op lokale teams in de kernen is een goede ontwikkeling, maar ook hier geldt dat beschikbaarheid en laagdrempeligheid cruciaal zijn en gemonitord moeten worden. Reactie: Dat is het college met u eens en daar wordt zeker op ingezet. Ook monitoren we hoe het uitpakt, zodat we zo nodig tijdig kunnen bijsturen. Het verbeteren van de z.g. “warme overdracht” bestaat naar ons idee nu niet en wij vragen ons dan ook af hoe dit er binnen het beleid uit kan gaan zien. Reactie: We benoemen de warme overdracht hier als een duidelijk verbeterpunt. Dat zal nog de nodige inzet en afstemming vergen, maar is wel waar we naartoe gaan werken. Het begint om de betrokken organisaties bijeen te brengen en vervolgens heldere afspraken te maken en scherp te hebben wie nu welke rol en betrokkenheid heeft. Een verwijzing naar een gemeentelijk antidiscriminatiebeleid wordt node gemist in dit onderdeel. Reactie: Het IBK legt een brede basis voor vele beleidsterreinen. Het tegengaan van discriminatie wordt hierin meegenomen.
Verschillende delen worden nog via uitvoeringsplannen uitgewerkt en dat geldt ook voor het antidiscriminatiebeleid. Verder zien wij (in het algemeen) geen preventie uitgaan van de z.g. “kracht- en expertteams”; graag vernemen wij van u wat hier wordt bedoeld. Reactie: Inwoners die met een vraag of probleem zitten kunnen bij de teams terecht. Mogelijk kan
5
gewezen worden op voorliggende voorzieningen en/of activiteiten in het kader van het welzijnswerk, sport of cultuur (de sociale basis). Dan wordt de inzet van geïndiceerde voorzieningen voorkomen. Dat is de preventieve werking van de teams.
Pagina 16: Voor wat betreft het onderwerp triage vragen wij ons af hoe een inwoner, die hiertoe niet zelfstandig in staat is, wordt opgevangen. Het zal hier zeker niet om één specifiek geval gaan, wij stellen ons voor dat er meerdere groepen inwoners zijn die hierbij ondersteuning behoeven. Reactie: Triage wordt uitgevoerd door de professional. Het gaat hier er juist om dat de kracht- expertteams inwoners ondersteunen en op weg helpen. Daarbij kijkend naar de specifieke situatie en wat de best passende oplossing is. Indien gewenst kan daar een “ondersteuner” van de inwoner bij aanschuiven. Pagina 17: Het begrip “schotten” is ons niet duidelijk; wij vernemen graag van u wat hiermee precies wordt bedoeld. Tevens wordt gesproken over de lange termijn, terwijl deze omschrijving eerder niet in de tekst is vermeld. Onze vraag is hoe de gemeente denkt hieraan vorm te geven. Reactie: In dit kader wordt met schotten bedoeld dat nog te vaak een situatie vanuit één leefgebied of wet wordt benaderd en niet over meerdere leefgebieden of wetten heen. Wanneer er iets speelt dan wordt een oplossing bedacht binnen één schot (bijvoorbeeld alleen binnen Wmo, alleen Jeugd of alleen Participatie), terwijl de achterliggende oorzaak mogelijk op een ander leefgebied speelt of we moeten zorgdragen voor een goede overgang van de ene naar de andere wet..
Pagina 19: In het kader van de groeiende, vaak zware problematiek binnen de jeugdzorg vernemen wij graag van u wat de wijzigingen zijn in het traject van jongeren ná het verlaten van de jeugdzorg op 18-jarige leeftijd. Reactie: Zoals staat beschreven streven we naar een soepele overgang van 18- naar 18+. Hiervoor werken we aan: - een goede samenwerking tussen jeugddeskundigen en Wmo-consulenten. Een gecombineerde verordening voor Jeugd en Wmo ondersteunt deze samenwerking; - het optimaliseren van het gebruik van en het voeren van regie op het perspectiefplan. Dat is het ondersteuningsplan voor een jongere richting zijn/haar 18e levensjaar; - goede contractafspraken te maken en te managen met onze zorgaanbieders; - te werken aan woonvoorzieningen waar jongeren ook na hun 18e kunnen blijven wonen. Pagina 20: Bij het begrip accounthouderschap merken wij op dat hier niet meer wordt gesproken over de lerende omgeving maar uitsluitend over monitoring: kunt u aangeven wat de reden hiervan is geweest. Overigens komen de begrippen “data-gestuurd” en “monitoring” op ons vrij abstract over en ontbreekt eveneens informatie over hoe de KPI’s zullen worden ingezet. Wij raden u aan deze term duidelijker te omschrijven. Reactie: Waar hier gesproken wordt over ‘bij te sturen’ en ‘bijstelling indien noodzakelijk” wordt indirect ook de lerende omgeving bedoeld.
Via monitoring weten we wat er in de praktijk gebeurd en kunnen we daarvan leren en dan bijsturen. De term KPI’s is in de tekst verduidelijkt.
6
Algemene opmerkingen: •
Wij pleiten ervoor meer aandacht te besteden aan anderstaligen; zij weten de ondersteunende organisaties lang niet altijd goed te vinden en juist de taal is hierbij een probleem. Reactie: Dit nemen we mee, waarbij nu al de bibliotheek een actieve rol heeft om inwoners te ondersteunen. Met andere partners zullen we hier verder naar kijken wat nodig is.
•
Er is naar onze mening te weinig aandacht voor diversiteit in de wijken, o.a. als gevolg van het bouwen van veelal duurdere woningen. Dit beleid heeft tot gevolg dat inwoners met een lager en die met een hoger inkomen in bepaalde wijken worden gecentreerd. Reactie: Dit zal in de Woonzorgvisie nadrukkelijk terugkomen en sluit aan bij ons streven van leefbare wijken.
•
Het is ons niet duidelijk of en hoe inwoners worden betrokken bij het voorgenomen “investeren in de sociale basis”; zijn er vragen aan hen gesteld hierover en worden de bestaande problemen daadwerkelijk gesignaleerd. De betrokkenheid van de inwoners van Dijk en Waard wordt niet duidelijk gemaakt, terwijl het begrip “strategische partners” juist vaak wordt benoemd. Reactie: Hoewel eerder bij de visie wel burgers betrokken waren, is dat bij het opstellen van het IBK niet direct gebeurd. Wel hebben we door gesprekken met vele organisaties en strategische partners informatie ontvangen over wat voor inwoners van belang is. Ook beschouwen wij de CAR als belangenbehartiger van onze cliënten/inwoners. Vervolgens gaat de gemeente na vaststelling daadwerkelijk aan de slag en worden op onderdelen uitvoeringsplannen gemaakt. Waar nodig betrekken wij daarbij de direct betrokkenen.
•
Wij bepleiten wederom het grote belang van meer aandacht voor geschikte woningen voor ouderen en jongeren. Reactie: Dit zal in de Woonzorgvisie nadrukkelijk terugkomen en sluit aan bij ons streven van leefbare wijken.
•
Het niet-inkomensafhankelijk zijn van de Wmo is ons een doorn in het oog. Deze beslissing heeft geleid tot een fors verschil in het effect van de vaste bijdrage op de verschillende inkomensgroepen. Het is naar onze mening bijzonder belangrijk te komen tot een toegangsdrempel voor de Wmo, afhankelijk van het inkomen. Tevens vernemen wij graag van u waarop de stijging van het gemiddeld aantal cliënten Wmo in 2029 is gebaseerd, en of het uw intentie is dit aantal door middel van het voorgestelde beleid te verlagen. Reactie: Inderdaad heeft de Tweede Kamer besloten, dat voor elke inwoner onafhankelijk van het inkomen de gemeenten maximaal € 19,00 per maand als eigen bijdrage voor Wmo voorzieningen mogen vragen. Door deze wetswijziging kan de gemeente minder afdwingen dat de inwoners ook hun eigen financiële kracht gebruiken om de beperkingen op te lossen. De gemeente is echter gehouden aan de uitvoering van de wet. Door de verlaging van de eigen bijdragen is het gebruik van de Wmo voorzieningen fors toegenomen. We verwachten dat het kabinet in 2024 of 2025 weer een
-
-
7
-
inkomensafhankelijke eigen bijdrage zal invoeren en dat dit een verlagend effect op de vraag naar voorzieningen zal hebben. De stijging van het aantal cliënten in 2029 is gebaseerd op de bevolkingsprognose. Onze bevolking vergrijst de komende jaren. We verwachten dat door invoering van een eigen bijdrage door de wetgever het aantal aanvragen af zal nemen. En verder is ons preventiebeleid, het vergroten van de eigen kracht, de samenkracht van de samenleving, het inrichten van algemene voorzieningen en het ontwikkelen van ander aanbod bedoeld om het aantal Wmo cliënten te verlagen.
•
Wij vragen ons af of met de begrippen “ontkokeren en ontschotten” afscheid wordt genomen van het begrip “oormerken” en wat naar uw mening de gevolgen hiervan zullen zijn. Reactie: De term oormerken staat los van ontkokering en ontschotten. Waar het Rijk en/of de provincie middelen aan de gemeente verstrekt, kunnen deze geoormerkt zijn of niet. Daar heeft de gemeente zich vervolgens aan te houden. Voor veel middelen geldt dat deze niet geoormerkt zijn. Als gemeente willen we via het IBK meer kijken naar wat er nodig is en wat zowel het meest effectief als efficiënt is. Uit welk budget het bekostigd wordt is dan minder belangrijk, zolang we voor de juiste zaken geld beschikbaar hebben en stellen.
•
Een integrale benadering van hulpvragen en één regisseur is zeker een goede zaak. Graag vernemen wij van u of de gemeente een rol gaat spelen bij het monitoren van de regievoering hierop. Reactie: Juist omdat regievoering belangrijker wordt, zal dit ook beter gemonitord worden. Dat geeft inzicht in wat werkt en wat niet, zodat we hiervan leren en kunnen bijsturen.
Mocht de CAR behoefte hebben aan een nadere mondelinge toelichting op de betreffende punten dan zijn wij daartoe graag bereid bij vertegenwoordiging van wethouder Rep. Voor de volledigheid melden wij nog dat een afschrift van deze brief ook gestuurd wordt naar de gemeenteraad. De raad is reeds op 4 april jl. in kennis gesteld van het CAR-advies..
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van de gemeente Dijk en Waard, de secretaris, de burgemeester,
Signer1:Capture:size(320,100)}} A.Doesburg
M.F.Poorter