CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 RvO 2023 Dijk en Waard 20-02-2023

Gemeenteraad 4 april 2023, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: RV Wijziging Reglement van Orde in verband met wetswijziging11.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Indien over het voorstel gestemd wordt, geldt dat bij het staken van de stemmen het voorstel niet is aangenomen (artikel 32, vierde lid, Gemeentewet, waarin bij het staken van de stemmen het voorstel wordt doorgeschoven naar een volgende vergadering, is dus niet van toepassing). De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Kan tijdens de tafels ook een voorstel van orde worden gedaan? Ja, maar hierop besluit de voorzitter gehoord hebbende de vergadering. Hiervoor is gekozen vanwege het karakter van de tafels. In principe staat hier de behandelwijze vast en waar hiertoe ruimte bestaat (bijv. het bepalen van sprekersvolgorde) is dat aan de voorzitter. Meer formeel beschouwd: over een voorstel van orde zou gestemd kunnen worden. En aan de tafels wordt niet gestemd (omdat niet alle fracties bij een onderwerp vertegenwoordigd hoeven te zijn). Zestiende lid Het gebruik van ondersteunend materiaal is alleen toegestaan tijdens de tafels (waar beeld- en oordeelsvorming plaatsvindt) en dit naar oordeel van het presidium of de voorzitter. Waarbij wordt opgemerkt dat beeldmateriaal via het scherm vanwege technische redenen altijd vooraf aangeleverd moet worden. Tijdens de raadsvergadering vindt debat en besluitvorming plaats, daarom is hier ondersteunend materiaal niet toegestaan. Paragraaf 3 – Politieke Avond (tafels) Artikel 19.

Doel, inhoud en samenstelling Eerste lid Fracties bepalen zelf of, en zo ja welk raadslid of fractievertegenwoordiger deelneemt aan een bepaalde tafel. Artikel 20. Mee- en inspreken Eerste en tweede lid Een ieder, dus ook burgers van buiten Dijk en Waard, kan mee- of inspreken aan het begin van de beraadslaging. De inspreektekst moet betrekking hebben op het geagendeerde onderwerp. Tweede lid Er wordt maximaal 5 minuten inspreektijd per burger aangehouden. Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken. Derde lid De burgers die wensen in te spreken moeten zich binnen een ‘redelijke termijn’ voor de vergadering melden bij de griffier. Artikel 21. Uitkomst Eerste lid De bespreking aan een tafel kan de volgende uitkomsten hebben:

a. voldoende besproken; b. opnieuw agenderen; c. richting besluitvorming; d. een debat tijdens de raadsvergadering. Een vervolgbespreking vindt plaats tijdens de eerstvolgende Politieke Avond. De agendacommissie kan hiervan afwijken. Uitgangspunt is dat de raad zijn eigen tempo bepaald bij het bespreken van een onderwerp. Paragraaf 4 – Raadsvergadering Artikel 23. Presentielijst Eerste lid De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel 20 Gemeentewet. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum bereikt is. Op grond van het eerste lid van artikel 20 Gemeentewet is dit meer dan de helft. In Dijk en Waard kan de raadsvergadering dus pas beginnen als er 19 van de in totaal 37 raadsleden aanwezig zijn en de presentielijst hebben getekend. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 Gemeentewet. Het vergaderquorum hoeft alleen aanwezig te zijn aan het begin van de vergadering. De vergadering kan dus worden voortgezet ook al daalt het aantal deelnemende leden gedurende de vergadering beneden de 19 raadsleden. Als bij aanvang van de vergadering blijkt dat het vergaderquorum niet is bereikt, geldt artikel 20, tweede lid, Gemeentewet. De burgemeester belegt dan een nieuwe vergadering die tenminste 24 uur later plaatsvindt. Artikel 24.

Besluitvorming Eerste lid De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht. De raad kan hierover anders beslissen. Artikel 25. (Digitale) Stemming Eerste lid De voorzitter formuleert de te nemen eindbeslissing alvorens tot stemming over te gaan. Van een geldige stemming is sprake als aan het stemquorum van artikel 29, eerste lid, Gemeentewet wordt voldaan. Meer dan de helft van het aantal raadsleden, excl. degenen die zich van stemmen onthouden o.g.v. artikel 28 Gemeentewet, moeten aan de stemming deelnemen. In artikel 29, tweede lid, Gemeentewet is bepaald wanneer het stemquorum niet geldt. Het betreft als na staking van de stemmen in een tweede vergadering opnieuw moet worden gestemd over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen. Of wanneer een nieuwe vergadering wordt gehouden als bedoeld in artikel 20, tweede lid, Gemeentewet als gevolg van het niet voldoen aan het vergaderquorum. Tweede lid Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet. Op basis van jurisprudentie kan het volgende worden geconcludeerd.9 Artikel 28 Gemeentewet moet strikt worden uitgelegd, vanwege het beperken van het fundamentele recht van een raadslid om deel te nemen aan een stemming.

Daarnaast is ook de toepassing van artikel 2:4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) van belang (verbod tot vooringenomenheid en beïnvloeding van besluitvorming vanwege een persoonlijk belang). Maar wanneer is aannemelijk dat het betrokken raadslid de besluitvorming daadwerkelijk heeft beïnvloed met als eventuele consequentie dat de rechter het besluit kan vernietigen? Volgens de ABRvS betekent het enkele feit dat een raadslid belanghebbende is bij een besluit (zoals gedefinieerd in artikel 1:2, eerste lid, Awb) niet dat een raadslid zich zou moeten onthouden van deelname aan de besluitvorming (omdat dit dus afbreuk doet aan de taak en de fundamentele rechten van een gekozen volksvertegenwoordiger en daarmee aan het democratisch proces). Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden nodig, waarbij het draait om de combinatie van deelname aan de stemming en het uitoefenen van meer dan gewone invloed op de besluitvorming (bijv. schijn van belangenverstrengeling of doorslaggevende stem). Het hiervoor genoemde geeft richting, maar geen 100% duidelijkheid en zekerheid. En uiteindelijk is een dergelijke beslissing voorbehouden aan het individuele raadslid en niet aan de raad. Wel kunnen de door de raad vastgestelde bestuurlijke integriteitscodes behulpzaam zijn in de afweging.

Derde lid Stemverklaringen zijn kort en bondig en mogen niet het karakter krijgen van een nieuwe termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. Adresseren is niet toegestaan. De stemverklaringen worden gegeven voordat de stemming begint. Vierde lid Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, Gemeentewet. Dat wil zeggen: met algemene stemmen aanvaard. Vijfde, zesde en zevende lid Indien een raadslid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 Gemeentewet af te wijken. Wellicht ten overvloede wordt hierbij nog verwezen naar artikel 209, tweede lid, Gemeentewet, die een hoofdelijke stemming verplicht (dringende spoed bij verplichting voor vaststellen begroting of begrotingswijziging). Negende lid De raad beslist bij meerderheid van stemmen (artikel 30, eerste lid, Gemeentewet). Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 Gemeentewet van toepassing. Daarin staat dat indien de vergadering voltallig is, het voorstel wordt geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. Artikel 26.

Stemming over amendementen en moties Een amendement komt in stemming voorafgaand aan de stemming over het onderliggende voorstel. Stemming over de motie, is na de stemming over het voorstel. Bij een motie vreemd aan de orde van de dag geldt dit uiteraard niet. Artikel 27. Stemmen over personen Tweede lid Een raadslid, tevens kandidaat-wethouder, is niet verplicht een stembriefje in te leveren aangaande zijn eigen voordracht tot wethouder. Op zich mag hij meestemmen over zijn eigen benoeming omdat niet sprake is van een voordracht, zoals genoemd in artikel 28, derde lid, Gemeentewet, maar van een aanbeveling. Bovendien kunnen raadsleden op het stembriefje ook een andere naam invullen, waardoor geen sprake is van een beperkte keuze. De wetgever heeft nooit de bedoeling gehad de politieke verhoudingen in de raad te beïnvloeden door middel van een verbod op het meestemmen van de kandidaat-wethouder. Toch is het denkbaar dat een kandidaat-wethouder die voor benoeming wordt aanbevolen op eigen initiatief afziet van het meestemmen over de benoeming. Derde lid Artikel 31, eerste lid, Gemeentewet geeft aan dat de stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen geheim is. Andere stemmingen, bijv. ontslag of het opzeggen van vertrouwen, mogen dus niet geheim zijn.

Hetzelfde artikel geeft in het tweede lid aan dat als de stemmen staken (bij stemming over meerdere personen) in dezelfde vergadering een herstemming plaatsvindt. Staken dan de stemmen opnieuw, dan beslist terstond het lot (artikel 31, derde lid, Gemeentewet). Zesde lid Het tweede lid van artikel 30 Gemeentewet bepaalt wanneer bij het vaststellen van de uitslag van een stemming van een uitgebrachte stem kan worden gesproken. Daarvoor is vereist dat een behoorlijk ingevuld stembriefje is ingeleverd. Is er geen sprake van een behoorlijk ingevuld stembriefje, dan telt het desbetreffende briefje dus niet mee voor het bepalen van de uitslag van de stemming. In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 1985/86, 19 403, nr. 3, blz. 86) wordt uitdrukkelijk vermeld dat een blanco stembriefje niet wordt aangemerkt als een behoorlijk ingevuld stembriefje, maar is voor het overige de vraag of sprake is van een behoorlijk ingevuld stembriefje overgelaten aan de raad.11 Overigens is het wel zo dat een blanco, of verkeerd ingevuld stembriefje, wel meetelt bij de bepaling van de vraag of er een stemquorum is en daarmee een geldige stemming (artikel 29, eerste lid, Gemeentewet). Maar het is geen geldig uitgebrachte stem en telt daarom niet mee voor het bepalen van de meerderheid. Hoofdstuk 4

Informatie en Publicatie

Artikel 35. Recht op Informatie In de Gemeentewet zijn regels bepaald over de inlichtingenplicht van het college ten opzichte van de raad. In de eerste plaats is er de passieve inlichtingenplicht (artikel 169, derde lid, Gemeentewet). Dat is de klassieke informatieplicht die het college opdraagt de door de raad (of raadsleden) gevraagde inlichtingen te verstrekken, tenzij het openbare belang zich daartegen verzet. Ook kent de Gemeentewet een algemene actieve inlichtingenplicht. Artikel 169, tweede lid, Gemeentewet verplicht het college uit eigen beweging de raad alle inlichtingen te verstrekken die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Daarbij geldt dat de raad te allen tijde in positie moet kunnen zijn. Concrete afspraken hierover zitten deels in dit reglement van orde. Daarnaast zijn ook de overleggen tussen presidium, fractievoorzitters en college van belang om dit te bewaken. Tenslotte is er een tweede actieve, meer specifieke inlichtingenplicht. Artikel 169, vierde lid, Gemeentewet verplicht het college de raad vooraf te informeren over de voorgenomen uitoefening van een bestuursbevoegdheid als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, Gemeentewet indien de toepassing daarvan ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente of indien raad daarom verzoekt.

Het college mag dan niet eerder een besluit nemen dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen naar voren te brengen. Het antwoord op de vraag wat ingrijpend is, moet volgens de wetgever worden gevonden in de plaatselijke omstandigheden. Waarschijnlijk heeft de wetgever het oog gehad op substantiële financiële gevolgen van privaatrechtelijke overeenkomsten. Blijkbaar moeten raad en college hier zelf een modus voor vinden. Een andere vraag is nog of ook deze inlichtingenplicht wordt beperkt door de weigeringsgrond van het openbaar belang als bedoeld in het derde lid van de artikelen 169 en 180 van de Gemeentewet. Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord op basis van ongeschreven gemeenterecht. Het verstrekken van inlichtingen kan overigens niet via de rechter worden afgedwongen. Hoofdstuk 5

Geheimhouding

Artikel 37. Stelregel De stelregel dat er voor raadsleden, fractieassistenten en fractiemedewerkers in beginsel geen geheimen zijn, sluit aan bij het voorgaande hoofdstuk over informatie. Alleen over zaken die de goede naam of de positie van de gemeente aantasten dan wel de gemeente schade kunnen toebrengen kan geheimhouding worden opgelegd. Artikel 38. Besloten vergaderingen De procedure zoals in dit artikel is beschreven, is een uitwerking van artikel 23 Gemeentewet. In artikel 24 Gemeentewet is bepaald wanneer niet in beslotenheid mag worden vergaderd. Hoofdstuk 6

Slotbepaling

Artikel 42. Uitleg reglement van orde Waar er twijfel bestaat over dit reglement van orde en het toepassen daarvan beslist de raad. Uiteindelijk gaat de raad over zijn eigen orde (artikel 33 Gemeentewet).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=9d64c0ea-9617-4fd1-ae67-8472b9e2b815