CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Inhoudelijke wijzigingen verordening jeugdhulp en mo 2025

Gemeenteraad 27 mei 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 20251.528 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inhoudelijke wijzigingen verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Dijk en Waard 2025 t.o.v. de verordeningen jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Dijk en Waard 2024 Wet Jeugd en Wmo

Artikel 4.1

Onderwerp Het onderzoek

Aanpassing De volgende bepalingen zijn toegevoegd: 4.1.4 Indien een individuele voorziening of maatwerkvoorziening wordt verstrekt en de jeugdige of zijn ouders of de client geeft de voorkeur aan een pgb als leveringsvorm, dan wordt dit na de 5e stap (lid e) van het stappenplan onderzocht. 4.1.5 Beoordeling aanwezigheid eigen kracht, probleemoplossend vermogen en gebruikelijke hulp (Jeugdwet en Wmo 2015) << Zie tekst bij dit artikel, plus toelichting, in de verordening >>

Jeugd

Jeugd en Wmo

4.2

5

Deskundigheid onderzoekers

Afwijzingsgronden

De volgende bepalingen zijn toegevoegd: 4.2.1.1.Het college zet voor het onderzoek naar aanleiding van een aanvraag voor jeugdhulp de daarvoor benodigde specifieke deskundigheid in en zorgt ervoor dat de deskundigheid bekend is bij de aanvrager. 4.2.1.2. Het onderzoek vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van SKJ- of BIG-geregistreerde professionals. De volgende bepalingen zijn toegevoegd: 5.1 Geen individuele voorziening of maatwerkvoorziening wordt verstrekt: 1

Toelichting Met het toevoegen van de bepaling in 4.1.4 wordt er een expliciete scheiding gemaakt tussen het onderzoek naar de nodige hulp (volgens het stappenplan) en het onderzoek naar pgb als leveringsvorm. Op die manier wordt voorkomen dat pgb aan de voorkant al als oplossing dient. Pgb is slechts de leveringsvorm, anders dan inzet middels Zorg in Natura. Artikel 4.1.5 bevat de kaderstellende regels voor de toetsing van de aanwezigheid van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. Dit naar aanleiding van een uitspraak (d.d. 29 mei 2024) van de CRvB waarin wordt gesteld dat uit de Jeugdwet volgt dat gemeenten in hun verordening regels moeten opnemen hoe de gemeente tot een afweging komt over de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders en verzorgers. Met dit artikel wordt hierin voorzien. Met het toevoegen van deze bepalingen wordt de jeugdige/ouders gewezen de kwaliteit van de deskundigheid die wordt ingezet t.b.v. het onderzoeken van een aanvraag. Dit is een toevoeging als gevolg van jurisprudentie.

Met het toevoegen van deze bepalingen wordt een aantal belangrijke afwijzingsgronden voor het

Wmo

5.3

Woonvoorzieningen

d. indien de individuele of maatwerkvoorziening is gerealiseerd binnen een redelijke termijn (maximaal 6 maanden) voor de melding (Wmo) danwel de aanvraag (jeugd) zonder toestemming van het college, terwijl de noodzaak niet meer vastgesteld kan worden; i. indien de individuele of maatwerkvoorziening niet als goedkoopst compenserend aan te merken is; j. indien naar het oordeel van het college een voorliggende al dan niet wettelijke regeling aanwezig is en de cliënt weigert van die regeling gebruik te maken om redenen die niet met de inhoudelijke aspecten van de maatwerkvoorziening te maken hebben; k. indien de maatwerkvoorziening gezien de beperkingen van de cliënt, niet veilig is voor hemzelf en zijn omgeving, gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, vrijheidsbeperkend of anti-revaliderend werkt. De volgende bepalingen zijn toegevoegd: 5.3.1 Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen bij het normale gebruik van de woning en het zich verplaatsen in de woning kan het college het primaat van verhuizen toepassen. Dit primaat geldt voor zover de cliënt binnen een medisch aanvaardbare termijn kan verhuizen naar een geschikte woning of een goedkoper geschikt te maken woning. Bij het toepassen van het primaat van de verhuizing zal eerst beoordeeld worden of dit kan leiden tot voldoende compensatie ten aanzien van zelfredzaamheid en participatie.

Onderzoek of het primaat van de verhuizing gehanteerd kan worden zal in ieder geval plaatsvinden indien de kosten van aanpassing van de woning het bedrag van € 7.500 euro overstijgt. Een onafhankelijk medisch advies kan in het kader van deze beoordeling worden opgevraagd. Hieruit moet 2

verstrekken van een individuele of maatwerkvoorziening ter verduidelijking toegevoegd.

Met het toevoegen van de bepalingen in 5.3.1 wordt het duidelijker dat het primaat bij verhuizen ligt boven het aanpassen van een woning. Er is een richtinggevend grensbedrag aan woningaanpassingen waarboven dit primaat in ieder geval geldt. Daarnaast wordt beschreven in 5.3.2 wat onder normaal gebruik van een eigen woning wordt verstaan. Het primaat van verhuizen sluit ook aan bij het stimuleren van doorstroming van inwoners naar andere woningen vanuit de woonzorgvisie, passend bij de levensfase van de inwoner (bv. doorstromen van ouderen uit een eengezinswoning naar een levensloopbestendig appartement). Met het toevoegen van de bepalingen in 5.3.3 wordt een aantal belangrijke afwijzingsgronden voor woonvoorzieningen toegevoegd.

blijken wat een medisch aanvaardbare termijn is waarbinnen iemand over een aangepaste/geschikte woning moet beschikken. Dit is afhankelijk van de individuele situatie. 5.3.2. Een woonvoorziening is gericht op normaal gebruik van de eigen woning, waaronder wordt verstaan: a. het bereiken van de woning b. het zich kunnen verplaatsen in en om de eigen woning c. gebruik maken van woonruimten (de elementaire woonfuncties)

Wmo

9

Financiële tegemoetkoming

5.3.3. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: d. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden. h. indien de cliënt al geruime tijd weet dat zijn woning door toename van de beperkingen niet meer geschikt zal zijn en hij ondanks dat hij hier door het college schriftelijk op gewezen is onvoldoende actie heeft genomen om een passende woning te vinden of meerdere malen een door de gemeente aangeboden woning weigert. De volgende bepalingen zijn aangepast: 9.1 Het college kan aan een cliënt een gemaximeerde financiële tegemoetkoming verstrekken. 9.2 De maximale financiële tegemoetkoming wordt toegekend los van het inkomen en op basis van de werkelijke kosten. 9.3 Het college kan onder meer een tegemoetkoming verstrekken voor: a. verhuis- en inrichtingskosten (maximaal € 3.000); 3

De tekst van dit artikel wordt gerepareerd. De huidige teksten in de verordening en beleidsregels zijn nu niet consistent aan elkaar. Bij de harmonisatie van de voorgaande verordeningen en beleidsregels uit de voormalige gemeenten is per abuis de wijze van verstrekken van financiële tegemoetkoming in beide documenten verschillend beschreven. In de huidige verordening staat de tegemoetkoming als forfaitair beschreven. In de beleidsregels is de oorspronkelijke wijze van verstrekken, namelijk ‘gemaximeerde vergoeding’, opgenomen. Dit laatste wil zeggen dat er op

b. sportvoorziening (maximaal € 3.000 per drie jaar).

Wmo

Jeugd en Wmo

12

14

Herziening, intrekking en terugvordering

Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en nietgebruik van een individuele of maatwerkvoorziening

De volgende bepalingen zijn toegevoegd: 12.2.2 Een beslissing tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken: b. indien de client de voorziening niet, of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor hij is verstrekt. 12.2.7 Het college kan een terug te vorderen bedrag verrekenen met betalingen op grond van de wet, die nog uitgekeerd moeten worden. De volgende bepalingen zijn aangepast: 14.2 De gemeenteraad stelt periodiek een toezichtsbeleidskader vast, waarin beleidsuitgangspunten en -prioriteiten worden aangegeven. 14.3 Het college stelt in opdracht van de gemeenteraad ter nadere uitvoering van de handhaving periodiek een handhavingsuitvoeringsplan vast met inachtneming van het gestelde in het toezichtsbeleidskader.

4

basis van de werkelijke kosten tot een bepaald maximum een vergoeding verstrekt wordt. Op basis van de verordening verstrekken we na vaststelling van het recht altijd hetzelfde vaste bedrag (forfaitair), los van het feit of iemand dat totale bedrag nodig heeft om de voorziening te kunnen treffen. Aangezien deze laatste wijze van verstrekken minder goed overeenkomt met ons beleid in het Integraal Beleidskader Sociaal Domein om kostenbewust te werken, maatwerk toe te passen en ondersteuning op langere termijn betaalbaar te houden, wordt voorgesteld de financiële tegemoetkoming als gemaximeerde vergoeding in de verordening op te nemen. Daarbij zijn de hoogtes van de maximale bedragen toegevoegd als essentialia. Met het toevoegen van de bepaling in 12.2.2 kan de pgbverlening worden ingetrokken bij oneigenlijk gebruik van de voorziening. Met het toevoegen van de bepaling in 12.2.7 kan het college bedragen (betaling of vordering) vanuit de Jeugdwet of Wmo onderling met elkaar verrekenen. In artikel 14 is de term ‘handhaving’ aangepast naar ‘toezicht’. Dit sluit beter aan bij de praktijk, omdat de raad onlangs beleid vastgesteld heeft op toezicht (14.2). Daarnaast is de frequentie in 14.3 aangepast van ‘iedere vier jaar naar ‘periodiek’, omdat we dit doen in afstemming met de andere gemeenten binnen regio Alkmaar.

Het belang om aan te kunnen sluiten op dit regionale ritme achten we belangrijker dan het feit dat dit precies om de vier jaar moet plaatsvinden.

De volgende bepalingen zijn toegevoegd: 14.6 Het college informeert jeugdigen en ouders in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een jeugdhulpvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 14.7 Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en nietgebruik van deze wet.

5

Met de bepalingen in 14.6 en 14.7 geeft het college meer invulling aan de wijze waarop zij toezicht houdt op het rechtmatig gebruiken van individuele voorzieningen en de wijze waarop zij de jeugdige/ouders hierover informeert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=e94568ee-bed4-454c-af5e-cef6ced70546