CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - xiii - bijlage 12 bij de toelichting - Onderzoek Trillingshinder

Gemeenteraad 2 april 2024, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Woningbouw Gildestraat3.602 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gildestraat Heerhugowaard Onderzoek trillingshinder spoor

Status Versie Rapport Datum

definitief 003 B.2022.1267.00.R001 29 november 2023

Gildestraat Heerhugowaard

Colofon Opdrachtgever

Sweco Nederland B.V. Alkmaar

Contactpersoon opdrachtgever

de heer G. Beentjes

Project Betreft Uw kenmerk

SWECO - Gildestraat Heerhugowaard Trillingsonderzoek treinen -

Rapport Datum Versie Status

B.2022.1267.00.R001 29 november 2023 003 definitief

Uitgevoerd door

DGMR Bouw B.V. Weerdjesstraat 70 6811 JE Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem

Contactpersoon

ing. R.G. (Reinoud) Fennema 088 346 76 33 rfe@dgmr.nl

Auteur

ing. J.J. (Jesse) Bijl 088 346 76 39 jby@dgmr.nl

Projectadviseur

ing. A.W.N. (Antwan) van Haaren 088 346 76 02 hr@dgmr.nl

2e lezer/secr.

RFE|OZU

k:\doc\b\2022\126700\b2022126700r001v3.docx 29-11-2023

2

Gildestraat Heerhugowaard

Inhoud 1. Inleiding

4

2. Situatie 2.1 Kavel 2.2 Spoor en treinmaterieel

5 5 5

3. Toetsingskader

7

4. Metingen 4.1 Meetomstandigheden 4.2 Meetpunten 4.3 Meetapparatuur 4.4 Verwerking meetresultaten

8 8 8 8 9

5. Resultaten 5.1 Gemeten overdracht

10 11

6. Prognose 6.1 Methode 6.2 Vloeren

12 12 12

7. Resultaten

13

8. Conclusies

14

k:\doc\b\2022\126700\b2022126700r001v3.docx 29-11-2023

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

Trillingsregistraties Trillingsprognoses

3

Gildestraat Heerhugowaard

1. Inleiding In opdracht van Sweco Nederland heeft DGMR Bouw B.V. een trillingsonderzoek uitgevoerd voor de ontwikkeling van woningen aan de Gildestraat in Heerhugowaard. Het plan is om woningen bij te bouwen. De geplande bebouwing ligt op korte afstand van spoorlijn Alkmaar – Hoorn/Den Helder. Hierdoor is er rekening te houden met trillingen vanaf het spoor. Om de trillingsbelasting op het perceel in beeld te brengen is een trillingsonderzoek uitgevoerd, waarbij er verkennende trillingsmetingen zijn uitgevoerd. Hieruit is de trillingsbelasting op de vier hoeken van de kavel bepaald. Met deze gegevens en de voorgenomen planinvulling (bouwvormen) is een trillingsprognose opgesteld en deze is getoetst aan de hiervoor geldende streefwaarden uit de trillingsrichtlijn SBR-B. Als er aanvullende maatregelen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de SBR-B dan zijn deze op hoofdlijnen aangegeven.

k:\doc\b\2022\126700\b2022126700r001v3.docx 29-11-2023

4

Gildestraat Heerhugowaard

2. Situatie 2.1 Kavel Het bouwplan Gildestraat in Heerhugowaard, zie figuur 1, ligt nabij spoorlijn Alkmaar – Hoorn/ Den Helder. Het plan is om een appartementengebouw te realiseren met vijf bouwlagen. De minimale afstand tot het dichtstbijzijnde spoor bedraagt 20 meter. Daarom is het van belang om trillingen mee te nemen in de planontwikkeling.

figuur 1: invulling kavel Gildestraat, Heerhugowaard

k:\doc\b\2022\126700\b2022126700r001v3.docx 29-11-2023

2.2 Spoor en treinmaterieel Het traject Alkmaar – Hoorn/Den Helder is een drukke lijn met hoofdzakelijk reizigerstreinen. Het reizigersmaterieel op de lijn Alkmaar – Hoorn/Den Helder bestaat overwegend uit sprinters van het type SLT en zwaardere dubbeldeks intercitytreinen van het type VIRM. Goederentreinen komen slechts zeer beperkt voor en veelal gaat het om relatief korte treinen (werktreinen). In figuur 2, zijn de aantallen goederentreinen per jaar, beide richtingen samen, weergegeven. Hieruit blijkt dat langs de kavel gemiddeld hooguit één goederentrein per dag per richting passeert.

figuur 2: goederenvervoer per etmaal, beide richtingen samen (rode cirkel is kavel) Bron: Jaarrapport ProRail (2021)

5

Gildestraat Heerhugowaard

Tracébesluit Alkmaar – Amsterdam Op de lijn Alkmaar - Amsterdam is in het kader van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) een tracébesluit (TB) van toepassing dat o.a. voorziet in een intensivering van het spoorgebruik. Dit heeft ook invloed op het spoor boven Alkmaar, waaronder het spoor ter hoogte van de kavel Gildestraat. Het TB1 voorziet ter hoogte van deze kavel in een toename van reizigerstreinen van 10% tot 15% in de dag- en avondperiode en 30% in de nachtperiode. Voor deze toename zal in de bepaling van de gemiddelde trillingssterkte V per worden gecorrigeerd.

OTB PHS Alkmaar – Amsterdam (2021), deelrapport trillingen

6

k:\doc\b\2022\126700\b2022126700r001v3.docx 29-11-2023

1

Gildestraat Heerhugowaard

3. Toetsingskader Het ministerie van I&W heeft in het jaar 2019 de “Handreiking nieuwbouw en spoortrillingen” uitgegeven, die in dit rapport wordt aangehouden. In deze handreiking wordt de SBR-B richtlijn “Trillingshinder voor personen in gebouwen” geadviseerd als toetsingskader voor trillingen. In deze richtlijn zijn de in tabel 1 weergegeven streefwaarden opgenomen voor nieuwbouw. tabel 1: SBR-B – Streefwaarden continue en herhaald voorkomende trillingen, nieuwe situaties Dag en avond Nacht Gebouwfunctie A1 A2 A3 A1 A2 A3 Wonen 0,1 0,4 0,05 0,1 0,2 0,05 A1 = onderste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax; A2 = bovenste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax A3 = streefwaarde voor de gemiddeld effectieve waarde over de beoordelingsperiode Vper, indien A1 < Vmax < A2

k:\doc\b\2022\126700\b2022126700r001v3.docx 29-11-2023

Nieuwe woonbebouwing, nabij weg of spoorlijn, voldoet aan de SBR-B als de maximale effectieve trillingssterkte Vmax kleiner is dan 0,2 (nacht) en de gemiddelde trillingssterkte Vper niet hoger is dan 0,05. Als Vmax kleiner is dan 0,1, komt de toetsing van de Vper te vervallen. Voor de toetsing worden meet- en prognosewaarden afgerond op het aantal decimalen van de streefwaarde.

7

Gildestraat Heerhugowaard

4. Metingen 4.1 Meetomstandigheden In overeenstemming met de aanbeveling in de SBR-B is gedurende een week gemeten, om variaties in spoorgebruik en materieel mee te nemen in de metingen. De metingen zijn uitgevoerd tussen 23 februari en 2 maart 2023. In deze meetperiode was er sprake van een normale dienstregeling. 4.2 Meetpunten Er zijn vier meetsystemen geplaatst op de kavel, verdeeld over twee meetlijnen haaks op het spoor. Op de noordoostelijke meetlijn worden hogere trilniveaus verwacht doordat 100 meter verderop wissels aanwezig zijn in het spoor. Om de afname van trillingen met toenemende afstand tot het spoor te kunnen bepalen bestaat iedere meetlijn uit twee meetpunten, één op 20 meter afstand van het spoor en één op 40 meter afstand. De meetpunten Mp2 en Mp4 liggen ongeveer op de afstand (40 meter) waarop de toekomstige woningen worden gebouwd. Aanvullend op de bodemmeetpunten zijn er ook overdrachtsmetingen gedaan van bodem naar gebouwfundatie (Mp5), om meer inzicht te krijgen in de karakteristieke overdracht passend bij de bodemkenmerken op deze locatie. Hiervoor is gekozen voor het pand naast de kavel, Gildestraat 5 (Anytime) dat op ongeveer 19 m afstand van het spoor staat. De meetpunten Mp1 t/m Mp5 zijn weergegeven in figuur 3.

4.3 Meetapparatuur In tabel 2 is een overzicht gegeven van de gebruikte meetsystemen. tabel 2: meetlocaties en systemen Meetpunt Mp1 Mp2 Mp3 Mp4 Mp5

8

Afstand 20 m 40 m 20 m 40 m 20 m

Type Bodem Fundering

Meetsysteem Profound Vibra SBR Profound Vibra SBR Profound Vibra SBR Profound Vibra SBR Semex-Engcon Menhir

Serienummer VIBe0426 VIBe0427 VIBe1158 VIBe1159 20261522

k:\doc\b\2022\126700\b2022126700r001v3.docx 29-11-2023

figuur 3: locatie van meetpunten 1 tot en met 5

Gildestraat Heerhugowaard

4.4 Verwerking meetresultaten Om alleen de invloed van treinpassages, zonder verstoringen, in beeld te brengen zijn treinpassages en mogelijke verstoringen in de trillingsregistraties geïdentificeerd op basis van onderling vergelijk van de meetsystemen. Waar nodig (en mogelijk) zijn pieken in de registraties geverifieerd op basis van de camerabeelden (spoorgerichte camera). Verstoorde treinpassages zijn buiten beschouwing gelaten.

k:\doc\b\2022\126700\b2022126700r001v3.docx 29-11-2023

De meetsystemen meten de maximale trillingssterkte V top en de voor trillingshinder maatgevende effectieve trillingssterkte Veff. De Veff wordt overeenkomstig de SBR-B gemeten in 30 seconden intervallen. Dit is voor identificatie van treinpassages en check op verstoringen te grof. De identificatie van passages/verstoringen is daarom gedaan aan de hand van het trillingssignaal Vtop, dat een 10x hogere resolutie heeft. Van de geïdentificeerde treinpassages (vrij van verstoringen) is vervolgens de bijbehorende effectieve trillingssterkte V eff geselecteerd voor verdere analyse en prognose. De hoogste Veff,max is de maatgevende Vmax volgens de SBR-B richtlijn.

9

Gildestraat Heerhugowaard

5. Resultaten Bijlage 1 geeft een overzicht van de trillingsregistraties en eventuele verstoringen gedurende een week meten. Afgebeeld is de trillingssterkte V top die, zoals in paragraaf 4.4 is omschreven, wordt gebruikt voor de identificatie van treinpassages. De passages met de hoogste trillingsopwekking zijn weergegeven in tabel 3. Getoond worden de effectieve trillingssterkten (Veff,max), gerangschikt op aflopende trillingssterkte in Z-richting (verticaal) van meetpunt Mp1. tabel 3: trillingssterkten Veff,max (top-15), Mp1 t/m Mp4 Top-15 Mp1 (20 m) Mp2 (40 m) Mp3 (20 m) Nr. Treintype Tijdstip X1) Y Z2) X Y Z X Y Z 1 VIRM 2-3 00:47 0,11 0,11 0,18 0,10 0,10 0,12 2 VIRM 25-2 00:09 0,12 0,10 0,16 0,09 0,10 0,11 0,10 0,10 0,11 3 VIRM 26-2 07:45 0,12 0,10 0,15 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 4 VIRM 23-2 22:56 0,11 0,11 0,14 0,09 0,10 0,11 0,10 0,10 0,10 5 VIRM 25-2 07:08 0,11 0,10 0,14 0,08 0,09 0,11 0,10 0,10 0,10 6 VIRM 26-2 01:08 0,11 0,10 0,14 0,08 0,09 0,10 0,10 0,10 0,10 7 VIRM 24-2 05:42 0,12 0,10 0,13 0,10 0,09 0,10 0,10 0,09 0,10 8 Sprinter 25-2 20:49 0,11 0,12 0,13 0,10 0,10 0,12 0,10 0,09 0,10 9 Sprinter 23-2 15:52 0,10 0,10 0,11 0,08 0,08 0,09 0,09 0,08 0,10 10 Sprinter 23-2 17:21 0,10 0,10 0,11 0,07 0,07 0,10 0,09 0,09 0,10 11 Sprinter 23-2 21:22 0,10 0,11 0,11 0,07 0,08 0,10 0,10 0,09 0,10 12 Sprinter 24-2 07:53 0,09 0,10 0,11 0,07 0,09 0,09 0,09 0,08 0,10 13

Sprinter 24-2 09:52 0,07 0,10 0,11 0,07 0,07 0,09 0,07 0,07 0,09 14 Sprinter 24-2 17:26 0,09 0,10 0,11 0,07 0,07 0,08 0,10 0,08 0,09 15 Sprinter 24-2 19:22 0,10 0,10 0,11 0,07 0,07 0,10 0,08 0,07 0,10 Vmax 0,12 0,12 0,18 0,10 0,10 0,12 0,10 0,10 0,11 1) X-richting is de horizontale richting haaks op het spoor, Y is parallel aan het spoor 2) gerangschikt op Mp1, Z-richting

Mp4 (40 m) X Y Z 0,10 0,10 0,09 0,10 0,10 0,09 0,10 0,08 0,09 0,09 0,08 0,08 0,07 0,08 0,07 0,08 0,09 0,08 0,07 0,08 0,08 0,06 0,07 0,08 0,08 0,06 0,07 0,06 0,07 0,07 0,07 0,06 0,09 0,07 0,06 0,07 0,05 0,05 0,06 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,10 0,10 0,09

Beschouwing In tabel 3 is te zien dat de top-15 treinen geheel bestaat uit reizigerstreinen. Dit betekent niet dat goederentreinen niet zijn voorgekomen, maar als dat wel zo is, ze lage trilniveaus hebben opgewekt. De twee hoogste passages zijn van het treintype VIRM, maar deze vervoerden geen reizigers. Deze lege treinen werden naar hun beginpunt gebracht voor het aanvangen van de dienstregeling. Opvallend is dat de bovenste helft bestaat uit VIRM en de onderste helft uit sprinters (type SLT). Wel gaat het allemaal om treinen in zuidelijke richting, rijdend over het dichtstbij gelegen spoor. Op alle meetpunten zijn de verticale trillingen maatgevend.

10

k:\doc\b\2022\126700\b2022126700r001v3.docx 29-11-2023

Tegen de verwachting in geven de meetsystemen op de noordoostelijke meetlijn lagere trilniveaus te zien dan op de zuidwestelijke meetlijn. Er is geen duidelijke verklaring voor dit verschil, maar het komt niet door de noordelijker gelegen wissels want die liggen te ver van de meetpunten. De dominante frequenties liggen op alle meetpunten tussen 8 en 12,5 Hz (tertsband) en dit is doorgaans te associëren met de wielkwaliteit van treinen. De trillingsopwekking op punten Mp1 en Mp3, op dezelfde afstand van het spoor en onderling slechts 90 m uiteen, zou bij vergelijkbare bodemoverdracht dan ook niet veel moeten verschillen. Treinen wekken op Mp1 echter trillingssterkten (Vmax) op tot maximaal 0,18. Op Mp3, op gelijke afstand van het spoor, is dat niet meer dan 0,11. Op 40 m afstand van het spoor, op beide meetpunten Mp2 en Mp4, liggen de trilniveaus op of net onder de voelbaarheidsgrens van 0,1. Dat de niveaus op meetpunt Mp4 een fractie lager liggen dan op meetpunt Mp2 heeft ook te maken met het feit dat de top-15 is samengesteld op basis van de hoogste trillingssterkten op de zuidwestelijke meetlijn met de meetpunten Mp1 en Mp2.

Gildestraat Heerhugowaard

Zou de selectie zijn gemaakt op basis van de noordoostelijke lijn met de meetpunten Mp3 en Mp4 dan zou de Veff op Mp4 variëren tussen 0,09 en 0,12 en nagenoeg gelijk zijn met Mp2. Er is dus alleen een niet verklaarbaar verschil tussen de meetpunten Mp1 en Mp3 aan spoorzijde. 5.1 Gemeten overdracht De overdracht van bodem naar gebouw heeft vaak een grote invloed op het eindresultaat. Door de overdracht te meten is het mogelijk om een betere prognose te maken. In Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.is de gemeten overdracht te zien. De overdracht is gepresenteerd voor de frequenties 6,3 t/m 40 Hz omdat alleen bij deze frequenties er voldoende signaal-ruisverhouding (trillingsenergie van treinen) is. Dit is met name het geval voor frequenties tussen 8 en 25 Hz. Daarbuiten zijn de overdrachtswaarden minder betrouwbaar en meestal conservatief, maar ook niet van invloed op de uit te voeren prognoses. Meetpunt Mp3 ligt het dichtst bij het gebouw Gildestraat 5 en het ligt voor de hand om dit meetpunt te gebruiken voor de overdrachtsbepaling bodem - gebouw. Dit meetpunt laat echter afwijkend lagere trillingssterkten zien leidend tot een bij de dominante frequenties zeer beperkte overdrachtsverzwakking. Ter vergelijk is ook de overdracht tussen meetpunt Mp1 en Mp5 weergegeven. Daarvoor geldt dat de overdrachtsverzwakking bij de dominante frequenties veel groter is.

Als hiervoor aangegeven is de reden waarom op meetpunt Mp1 significant hogere meetwaarden worden gevonden dan op meetpunt Mp3 niet bekend, maar mogelijk ligt dit in de terreinomstandigheden. tabel 4: gemeten overdracht bodem-gebouw [dB] Mp3 naar Mp5 Horizontaal Verticaal Mp1 naar Mp5 Horizontaal Verticaal

6,3

8

10

12,5

16

20

25

32

40

-3 -5

-5 2

-8 -2

-8 -1

-8 -1

-11 -3

-13 -9

-10 -12

-13 -9

-3 -1

-7 -4

-11 -8

-10 -4

-7 -4

-9 -8

-13 -11

-14 -8

-10 -10

k:\doc\b\2022\126700\b2022126700r001v3.docx 29-11-2023

Het gebouw waaraan is gemeten (Gildestraat 5) betreft een kantoorgebouw met vier bouwlagen en is qua gebouwmassa vergelijkbaar met het te bouwen appartementencomplex. Verwacht wordt dat ook dan trillingssterkten op fundatieniveau van het nieuw te bouwen appartementengebouw niet veel anders zullen zijn dan gemeten op het fundatiemeetpunt van het kantoorpand Gildestraat 5. Op dit meetpunt Mp5 zijn geen hogere effectieve trillingssterkten gemeten dan 0,1. De gemeten lage overdrachtsverzwakking tussen Mp3 en Mp5 gecombineerd met de gemeten hogere trillingen op meetpunt Mp1 leidt naar onze overtuiging tot een overschatting van de daadwerkelijke trillingsbelasting op de fundatie van het voorziene appartementengebouw, doorwerkend tot op vloerniveau. Met de trillingsspectra gemeten op Mp1 als uitgangspunt voor de prognose zou de bepaalde overdracht tussen Mp1 en Mp5 een logische keuze zijn voor de prognose berekeningen. Dit leidt dan per definitie tot vergelijkbare niveaus op fundatieniveau als nu gemeten aan het pand Gildestraat 5. Rekening houdend met enige meetonzekerheid is een veilige keuze om hier uit te gaan van het gemiddelde tussen beide overdrachtsbepalingen. In de prognoses worden daarom de in tabel 5 aangegeven overdrachtswaarden aangehouden. Bij grondgebonden woningen (niet opgenomen in het plan) is te rekenen met een lagere overdrachtsverzwakking.

tabel 5: aangehouden overdracht bodem-gebouw [dB] in prognoses Horizontaal Verticaal

6,3 -3 -3

8 -6 -1

10 -9 -5

12,5 -9 -2

16 -8 -3

20 -10 -6

25 -13 -10

32 -12 -10

40 -12 -9

11

Gildestraat Heerhugowaard

6. Prognose 6.1 Methode Voor een prognose van de te verwachten trillingssterkten in de toekomstige bebouwing is een empirisch rekenmodel opgezet. Voor de overdracht van bodem naar gebouw is gebruikgemaakt van de gemeten overdrachten aan het pand Gildestraat 5 (Anytime). 6.2 Vloeren Qua trilgedrag van vloeren wordt gerekend met een karakteristiek waarbij de maximale trillingsversterking optreedt rond de laagste buig-eigenfrequentie van de vloer. De vloerversterking ligt vaak in de orde van een factor 1 tot 3 (tot 10 dB) en is afhankelijk van het gekozen vloertype en het al dan niet samenvallen van vloereigenfrequenties met dominante frequenties in het treinspectrum. Voor bebouwing nabij het spoor is het van belang om de vloerkeuze daarop af te stemmen. Bij een betonvloer met een laagste buig-eigenfrequentie van 16 Hz is de versterking meestal lager dan een factor 2. In de prognose wordt rekening gehouden met deze stijfheidseigenschappen.

k:\doc\b\2022\126700\b2022126700r001v3.docx 29-11-2023

12

Gildestraat Heerhugowaard

7. Resultaten In bijlage 2 zijn de prognoseberekeningen opgenomen voor appartementen met vier tot zes bouwlagen en in het geval van grondgebonden woningen (niet voorzien in het plan). De prognoses zijn gegeven voor een afstand van 20 meter van het spoor. De prognoses zijn opgesteld voor de qua trillingsopwekking maatgevende treinen. Voor de Vper berekening (gemiddelde trillingssterkte) is de verdelingsfunctie van de V max gebruikt, zoals gemeten op het eerste bodemmeetpunt. Hierdoor wordt qua trillingssterkte gerekend met een reële mix van treinen. In tabel 6 worden de uit bijlage 2 overgenomen verwachte trillingssterkten V max en Vper weergegeven voor het voorgenomen appartementenbouw in vergelijk tot grondgebonden woningen, waarbij ook onderscheid is gemaakt naar mogelijke funderingstypen. In deze tabel is de Vper gecorrigeerd voor de verwachte groei van het aantal reizigerstreinen als gevolg van de invoering van het tracébesluit PHS Alkmaar – Amsterdam. tabel 6: trillingsprognose Vmax en (Vper) - Nieuwbouw grondgebonden woningen Gebouwtype

Bouwlagen

Richting

Laagbouw Horizontaal gefundeerd op staal Verticaal 2-3 Laagbouw Horizontaal gefundeerd op palen Verticaal Appartementen Horizontaal 4-6 gefundeerd op palen Verticaal * gecorrigeerd voor 30% toename na invoering PHS Alkmaar – Amsterdam

Trillingssterkte Vmax (Vper*) 20 meter 35 meter 50 meter 0,12 (0,00) 0,09 (--) 0,07 (--) 0,28 (0,03) 0,20 (0,02) 0,15 (0,00) 0,10 (--) 0,07 (--) 0,06 (--) 0,24 (0,02) 0,18 (0,02) 0,13 (0,00) 0,05 (--) 0,03 (--) 0,03 (--) 0,21 (0,02) 0,15 (0,00) 0,11 (0,00)

k:\doc\b\2022\126700\b2022126700r001v3.docx 29-11-2023

Beschouwing Uit tabel 6 valt op te maken dat er op minder dan 25 meter afstand van het spoor overschrijdingen van de streefwaarde A2 = 0,2 in de nachtperiode kunnen voorkomen bij grondgebonden woningen. Bij grondgebonden woningen met een fundering op staal wordt pas op 35 meter voldaan aan de streefwaarden (A2 en A3). Bij toepassing van een fundering op palen kan op ongeveer 25 meter afstand van het spoor worden voldaan aan de streefwaarden. In beide gevallen is er gerekend met vloeren uitgevoerd in beton en met een laagste buig-eigenfrequentie van tenminste 16 Hz om voldoende weerstand te bieden tegen trillingen van treinen. Bij vloeren met een lagere buigeigenfrequentie is 5 meter meer afstand aan te houden, 40 meter bij op staal gefundeerde woningen en 30 meter bij woningen met een paalfundering. Voor een gebouw met meer massa (appartementencomplex) is het mogelijk om dichter bij het spoor te bouwen. Op minimaal 20 meter afstand van het spoor wordt (afgerond) voldaan aan de streefwaarden (A2 en A3), in het geval vloeren worden uitgelegd op een laagste buigeigenfrequentie van 16 Hz. Bij vloeren met een lagere buig-eigenfrequentie is 5 meter meer afstand aan te houden, dus 25 meter afstand.

13

Gildestraat Heerhugowaard

8. Conclusies Uit de uitgevoerde trillingsmetingen blijkt dat reizigerstreinen een zeer beperkte trillingsbelasting geven op de kavel Gildestraat in Heerhugowaard. De prognose, gemaakt op basis van deze metingen, laat zien dat trillingen van treinen geen belemmering vormen voor het realiseren van woningen op deze kavel als een minimale afstand wordt aangehouden van: • 35 meter tot het spoor in het geval van op staal gefundeerde grondgebonden woningen; • 25 meter bij op palen gefundeerde woningen; • 20 meter bij appartementengebouwen met vier tot zes bouwlagen. Als in afwijking van de prognoses minder stijve woningvloeren worden aangehouden, met een laagste buig-eigenfrequentie lager dan 16 Hz, dan zijn deze afstanden met 5 meter te verhogen. Een verdere restrictie voor het huidige bouwplan is dat er traditioneel gebouwd moet worden met betonnen en steenachtige materialen om voldoende gebouwmassa te realiseren.

ing. A.W.N. (Antwan) van Haaren DGMR Bouw B.V.

k:\doc\b\2022\126700\b2022126700r001v3.docx 29-11-2023

14

Gildestraat Heerhugowaard

Bijlage 1 Titel Omvang

Trillingsregistraties 1 blad

Gildestraat Heerhugowaard

Gildestraat Heerhugowaard

Bijlage 2 Titel Omvang

Trillingsprognoses 2x2 bladen

Gildestraat Heerhugowaard

Prognose grondgebonden woningen - 20m (X) 25m

Gildestraat Heerhugowaard

Prognose grondgebonden woningen - 20m (Z)

Gildestraat Heerhugowaard

Prognose appartementen - 20m (X)

Gildestraat Heerhugowaard

Prognose appartementen - 20m (Z)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=afd3ea00-fbee-4593-89fb-cc3a72709438