CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - xi - bijlage 10 bij de toelichting - Nader onderzoek Rugstreeppad

Gemeenteraad 2 april 2024, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Woningbouw Gildestraat4.649 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De Scheg te Heerhugowaard

G&G-rapport 2023-102

Inventarisatie Rugstreeppad in het kader van de natuurwetgeving

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

De Scheg te Heerhugowaard Inventarisatie Rugstreeppad in het kader van de natuurwetgeving

F. Lang T.S. van der Meer

2023

Opdrachtgever Sweco Nederland B.V.

G&G-rapport 2023-102

Datum Versie

26 augustus 2023 V1

Gecontroleerd door: R. de Beer

De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn. De bevindingen die zijn beschreven in onderliggende ecologische beoordeling worden over het algemeen gedurende een periode van drie jaar na de verschijningsdatum van dit rapport als geldend gezien, mits omstandigheden in het beschreven gebied niet te sterk zijn gewijzigd.

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

De Scheg te Heerhugowaard

3

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

4

1.1

Aanleiding tot het onderzoek .................................................................................. 4

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 5

1.3

Ligging van het plangebied ...................................................................................... 5

1.4

Geplande werkzaamheden ...................................................................................... 5

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 5

Methode 2.1

6

Amfibieën................................................................................................................. 6 2.1.1 Rugstreeppad ............................................................................................................ 6

3

Resultaten amfibieën 3.1

4

8

Rugstreeppad ........................................................................................................... 8

Effectbeoordeling en maatregelen

9

4.1

Amfibieën................................................................................................................. 9

4.2

Overige broedvogels ................................................................................................ 9

5

Conclusies

10

6

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

11

7

Bijlagen

12

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

4

1

Inleiding 1.1

Aanleiding tot het onderzoek Er bestaan plannen enkele percelen in Heerhugowaard her in te richten ten behoeve van woningbouw. Heerhugowaard ligt in de gemeente Dijk en Waard in de provincie Noord-Holland. Het is mogelijk dat Rugstreeppadden verblijven binnen het plangebied. Het gebied kan door de soort gebruikt worden als landbiotoop. De aanwezigheid van deze potentie is aangegeven in een eerder uitgevoerde ‘ecologische quickscan’ (VAN STRAATEN, 2023). In 2022 is een onderzoek naar kleine marterachtigen uitgevoerd op de locatie (FOKKENS, 2022). Om het gebruik door Rugstreeppad nader te onderzoeken heeft Sweco Nederland B.V. opdracht gegeven aan ecologisch onderzoeksen adviesbureau Van der Goes en Groot een inventarisatie uit te voeren naar deze soort. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode april-augustus 2023. De inventarisatie is uitgevoerd door medewerkers van bureau Van der Goes en Groot. Dit rapport doet verslag van het onderzoek.

De ligging van het plangebied (rood omlijnd).

±

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

1.2

5

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het voorkomen en de verspreiding van Rugstreeppadden binnen het plangebied.

1.3

Ligging van het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Het plangebied bestaat uit een smalle wigvormige strook ingeklemd tussen de spoorlijn Alkmaar-Heerhugowaard en de N242 en is gelegen ter hoogte van de nieuwe wijk Broekhorn (Langedijk). Het betreft een open gebied zonder noemenswaardige opgaande begroeiing zoals bomen en struiken. Het plangebied bestaat uit een aantal percelen die gebruikt worden als akker, gronddepot en een klein braakliggend terrein. In het plangebied is geen bebouwing aanwezig.

1.4

Geplande werkzaamheden In het plangebied wordt ontwikkeld tot woonwijk. Er zal woningbouw plaatsvinden. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem of de oevers en/of het opbrengen van grond. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen, of de licht, verstoring optreden van (beschermde) soorten.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de resultaten beschreven en wordt aangegeven welke soorten zijn aangetroffen binnen en eventueel nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden door de uit te voeren werkzaamheden welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn en of een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is. Ten slotte bevat hoofdstuk 5 de conclusies met noodzakelijke vervolgstappen. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 6 tenslotte, geeft een overzicht van de gebruikte literatuur. In de bijlages is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag. Eventueel zijn (indien relevant) verspreidingskaarten opgenomen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

6

2

Methode 2.1

Amfibieën Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in de aanwezigheid van beschermde soorten amfibieën en hun voortplantingslocaties of hun leefgebied. In het plangebied worden de volgende soorten verwacht: Rugstreeppad (landbiotoop). Voor de andere relevante (wild voorkomende) soorten zijn geen recente waarnemingen bekend uit de omgeving van het plangebied en/of ontbreekt geschikt leefgebied. Tijdens de inventarisatie is ook de directe omgeving van het plangebied meegenomen en is uiteraard ook gelet op eventueel andere aanwezige beschermde amfibieën. Het onderzoek is uitgevoerd conform het Kennisdocument Rugstreeppad (BIJ12, 2017). Alle waarnemingen en zijn op locatie gekarteerd.

2.1.1

Rugstreeppad Landbiotoop Omdat potentieel geschikt landbiotoop voor Rugstreeppad aanwezig is, is hiernaar onderzoek ingezet. Het onderzoek naar landbiotoop heeft bestaan uit vijf avondbezoeken in de periode juni-augustus 2023 (zie Tabel 1 voor data veldbezoeken) waarbij met een sterke zaklamp gericht gezocht is naar Rugstreeppadden. Het gehele onderzoeksgebied is hierbij bezocht met vooral aandacht voor de meer open terreindelen zonder dichte vegetatie waar Rugstreeppadden in landbiotoop te verwachten zijn. De bezoeken zijn zoveel mogelijk op vochtige en warme avonden uitgevoerd. Tijdens het onderzoek zijn (steekproefsgewijs) objecten als kisten gekeerd zodat hieronder verscholen Rugstreeppadden gevonden konden worden. Hierbij is verstoring geminimaliseerd en al het gekeerde materiaal is meteen teruggelegd in oorspronkelijke positie.

Bezoekdatums, onderzoeksmethode en weersomstandigheden tijdens het onderzoek naar Rugstreeppad.

Ronde 1 2 3 4 5

Datum

Tijd

Type onderzoek

Weersomstandigheden

8 juli 2023 19 juli 2023 28 juli 2023 14 aug 2023 29 aug 2023

22:55-00:30 23:00-00:25 23:00-00:20 22:15-23:50 22:00-23:45

landbiotoop landbiotoop landbiotoop landbiotoop landbiotoop

O 2 bft, 19 °C NW 3bft, 17 °C ZW 3 bft, 17 °C NW 1 bft, 14 °C O 2 bft, 15 °C

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

7

Het ’s avonds met een zaklamp op zoek gaan naar Rugstreeppadden is vooral een methode om de aanwezigheid van Rugstreeppad aan te tonen, volledige zekerheid omtrent afwezigheid is met deze (of een andere) methode niet te krijgen (zie KENNISDOCUMENT RUGSTREEPPAD, pag. 13). Als tijdens de vijf bezoekrondes in het geheel geen padden worden aangetroffen, mag er echter wel vanuit gegaan worden dat het plangebied geen belangrijke functie heeft als landbiotoop voor de Rugstreeppad.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

8

3

Resultaten amfibieën Per soort wordt hieronder het voorkomen van de aangetroffen niet vrijgestelde amfibieën in het plangebied kort toegelicht. Er worden daarbij enkele karakteristieke uiterlijke en ecologische kenmerken van de dieren genoemd.

3.1

Rugstreeppad Rondom het plangebied zijn in de watergangen Meerkikker en/of Bastaardkikker vastgesteld. De Meerkikker en/ of Bastaardkikker zijn onder de Wnb beschermd maar in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. -Rugstreeppad Binnen het plangebied en de ruime omgeving daarvan, zijn tijdens de inventarisatie rondes geen Rugstreeppadden waargenomen. Langs de parallelweg van de N242 is geïnspecteerd op eventuele verkeersslachtoffers. Hierbij zijn geen (aangereden) Rugstreeppadden gevonden. Een mogelijke oorzaak van de afwezigheid kan zijn dat de locatie toch te geïsoleerd ligt van bekende populaties in de omgeving. Tevens werd het terrein naarmate het seizoen vorderde steeds minder geschikt door de toename van ruigtebegroeiing. Omdat de soort ontbreekt in het plangebied, is geen aparte verspreidingskaart gemaakt.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

4

9

Effectbeoordeling en maatregelen De aanwezigheid van beschermde amfibieën (Rugstreeppad) nabij en binnen het plangebied kan van invloed zijn op de verdere procedure. De effecten die kunnen optreden bij de geplande werkzaamheden worden beschreven. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren.

4.1

Amfibieën In het plangebied zijn in het geheel geen beschermde, niet vrijgestelde, amfibieën vastgelegd. In en rondom het plangebied werd de Rugstreeppad in het geheel niet waargenomen. De Rugstreeppad wordt in de directe omgeving van het plangebied dan ook niet voortplantend of overwinterend verwacht. Er zijn geen negatieve effecten van de ingreep op beschermde, niet vrijgestelde, amfibieën mogelijk.

4.2

Overige broedvogels In het plangebied zijn geen vogelsoorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen aanwezig. Er kunnen in het plangebied, in het broedseizoen, wél andere soorten broedvogels vestigen met nietjaarrond beschermde nesten. Dergelijke vogelnesten kunnen worden verstoord of vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals zware constructiewerkzaamheden, het verwijderen van de vegetatieve toplaag, het vergraven van de bodem en het opbrengen van grond. Men dient deze activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden daarom buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer toch in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk, voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels, het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

10

5

Conclusies Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde soorten aangetroffen (zie Tabel 2).

Aangetroffen beschermde soorten met vastgestelde gebruiksfuncties binnen het plangebied.

Soort Amfibieën

Landbiotoop

Rugstreeppad

nee

 In het plangebied zijn geen beschermde, niet vrijgestelde, amfibieën vastgelegd. Er zijn geen negatieve effecten van de ingreep op beschermde, niet vrijgestelde, amfibieën mogelijk.  Voor overige aanwezige soorten geldt onverminderd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).  Als daarnaast gewerkt wordt conform de gestelde beperkingen en restricties in de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (VAN STRAATEN, 2023), worden bij uitvoer van de plannen geen belangrijke negatieve effecten verwacht voor beschermde soorten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

6

11

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BIJ12, 2017. Kennisdocument Rugstreeppad, juli 2017. www.bij12.nl. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. – Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. CREEMERS, R.C.M., K. JOOSTEN, A. VAN DIEPENBEEK, 2019. Herkenning van amfibieën en reptielen, 3e herziene druk. Stichting RAVON, Nijmegen. DIEPENBEEK, A. VAN & J. VAN DELFT, 2006. Het waarnemen van amfibieën en reptielen. Stichting RAVON, Nijmegen. FOKKENS, J.R., 2022. Inventarisatie kleine marterachtigen De Scheg te Heerhugoward. G&G-rapport 2022-193. Van der Goes en Groot, Alkmaar. STRAATEN, M. VAN, 2023. De Scheg te Heerhugowaard. Toetsing in het kader van de natuurwetgeving. G&G-rapport QS2023-067. Van der Goes en Groot, Alkmaar. STUMPEL, T. & H. STRIJBOSCH, 2006. Veldgids amfibieën en reptielen. KNNV-Uitgeverij, Utrecht VAN HOOF, P. & R. CREEMERS, 2023. Fotoveldgids amfibieën. Alle soorten en stadia in beeld. 1e druk, Stichting RAVON, Nijmegen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

12

7

Bijlagen

Bijlage 1

Huidige natuurwetgeving

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

Bijlage 1 Huidige natuurwetgeving Bijlage 1.1 Wet Natuurbescherming (Wnb) De Wet Natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 1.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”

Bijlage 1.2 Soortbescherming Bijlage 1.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn en soorten genoemd in de Europese Vogelrichtlijn. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 3.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.

Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. DR

FL

FR

GL

GR

L

NB

NH

OV

UT

ZH

ZL

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + +

+ +

+ + + + +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + + + + + + +

+ + +

+ + +

+ + +

+ +

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + +

+ + + +

+ + + +

+ + +

+ + + +

+ + + + + +1 + + + + + + + + + +2 + + + +

+ + +

+ + +

+ + +

+ + + +

+ + + +

+ + + +

+

+

+

+

+

+

+ +

+

+

+

+

+

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ + +3 + +4 + +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

Zoogdieren Aardmuis Bosmuis* Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis* Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine Kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker

+ +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

*: algemene vrijstelling wanneer soorten zich in/op gebouwen en bijhorende erven bevinden +1:geldt in de periode maart-april en juli t/m november +2:geldt in de periode 15 augustus t/m februari +3:geldt in de periode juli t/m september +4:geldt in de periode 15 augustus t/m 15 oktober

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

+ + + +

De Scheg te Heerhugowaard

Bijlage 1.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Bijlage 1.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 1.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de

¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 1.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig:  in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid.  in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer.  ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn Ontheffing is nodig:  ter bescherming van flora en fauna.  in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig:  ter bescherming van flora en fauna.  in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.  in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan.

 ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Bijlage 1.2.5 Broedvogels Voor broedvogels wordt in principe geen ontheffing verleend. Als men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaatsvinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk. Er is een uitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust- of verblijfplaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd. Er zijn vier verschillende categorieën ‘jaarrond beschermde broedvogels’, categorie 1 t/m 4, zie kader volgende pagina.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en bijbehorende categorie.

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw

Categorie Toelichting codes 4 Vogelsoorten waarvan de nesten in 4 principe jaarrond zijn beschermd met 2 beschermingscategorie: 3 1 = soorten die ook buiten het 4 broedseizoen het nest gebruiken als vaste 2 rust- of verblijfplaats, 3 2 = koloniebroeders die elk broedseizoen 3 op dezelfde plaats broeden en die daarin 3 zeer honkvast zijn of afhankelijk van 4 bebouwing of biotoop, 2 3 = soorten die elk jaar op dezelfde plaats 3 broeden en die daarin zeer honkvast zijn of 4 afhankelijk van bebouwing, 1 4 = soorten die niet of nauwelijks zelf in 4 staat zijn een nest te maken. 4

De lijst met vogelsoorten waarvan de nesten gedurende het hele jaar zijn beschermd is in 2009 aangepast (zie kader). Let wel! Bij de bescherming van een jaarrond beschermd nest of verblijf wordt zowel de verblijfplaats als de (directe) omgeving die nodig is voor het succesvol functioneren daarvan, betrokken! Voor jaarrond beschermde soorten kan, meestal alleen buiten het broedseizoen, wél ontheffing worden aangevraagd. Een ‘omgevingscheck’ is dan vereist. Een deskundige moet in dat geval vaststellen of de desbetreffende soort zelfstandig een vervangend nest kan vinden in de omgeving, of dat met verzachtende en/of compenserende maatregelen de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rustplaats gegarandeerd kan worden. Om zeker te zijn dat geplande of genomen maatregelen hiertoe voldoende zijn, moeten deze middels een ontheffingsaanvraag worden voorgelegd aan de provincie. Als geen schade optreedt en de gunstig staat van instandhouding niet in gevaar komt, zal de aanvraag (positief) worden afgewezen. Het is uiteraard essentieel dat de (aan de provincie) voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk worden genomen.

Categorie 5-soorten Er is nog een categorie met ‘bijzondere’ vogelsoorten (Categorie 5) Deze soorten keren (zoals ook jaarrond beschermde soorten) weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Van deze soorten zijn de verblijfplaatsen alleen dan beschermd als ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen’. Bijlage 1.2.6 Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van EZ goedgekeurde gedragscode hoeft bij werkzaamheden in het kader van

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogelsoorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5) en andere soorten (artikel 3.10) geen ontheffing te worden aangevraagd, mits aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (artikel 3.31). De bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer. Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. Te beïnvloeden soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld en er moet een belang zijn voor het project vergelijkbaar met genoemde belangen uit de VRL, HRL of de ‘andere soorten’.

Bijlage 1.3 Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. In de Wnb (art. 1.12) wordt ook verordend dat (provinciaal) gebieden aangewezen worden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Tevens wordt aangegeven dat provincies mogelijkheden hebben ook andere belangrijke gebieden aan te wijzen vanwege hun landschappelijke- of natuurwaarden. Bijlage 1.3.1 Natura 2000 Nederland en andere EU-landen hebben in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aangewezen, de zogenaamde Natura 2000-gebieden. Een overzicht van Natura 2000-gebieden is te vinden op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx ?subj=n2k&groep=0 Habitattoets Wanneer plannen bestaan een project in of rond een Natura 2000gebied uit te voeren, neemt de initiatiefnemer contact op met het bevoegde gezag. In principe is dit Gedeputeerde Staten van de Provincie waarin een gebied (grotendeels) ligt. Indien negatieve effecten van een project niet kunnen worden uitgesloten, dient een toetsing te worden uitgevoerd. Als uit deze toetsing (ook wel ‘Habitattoets’ genoemd) blijkt dat een plan (mogelijk) significante negatieve gevolgen heeft, vindt de vergunningaanvraag plaats via een ‘passende beoordeling’. Daarbij moeten ook cumulatieve effecten zijn meegenomen.

Alleen als uit de passende beoordeling met zekerheid blijkt dat geen significante gevolgen zullen optreden, of als het gaat om activiteiten met een groot openbaar belang en waarvoor geen alternatieven zijn, wordt vergunning verleend.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

Als uit de ‘Habitattoets’ blijkt dat een activiteit negatieve gevolgen kan hebben die niet significant zijn, vindt de vergunningaanvraag plaats via een verslechterings- en verstoringstoets. Bij deze toets wordt via een uitgebreide effectbeoordeling nagegaan of activiteiten een kans met zich meebrengen op verslechtering van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten. Het bevoegd gezag geeft een vergunning af als de verslechtering of verstoring in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen aanvaardbaar is. Externe werking Belangrijk bij de bepalingen rond Natura 2000- gebieden is de ‘externe werking’. Dit betekent dat ook projecten buiten het Natura 2000- netwerk met mogelijk negatieve gevolgen binnen het netwerk, getoetst moeten worden aan doelen van betrokken gebied of gebieden. Een bijzondere vorm van externe werking is de (extra) uitstoot van stikstof door een project die kan neerslaan binnen Natura 2000-gebieden en daar voor schade kan zorgen. Aangetoond moet worden dat geen negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden.

Bijlage 1.4 Overige gebiedsbescherming Bijlage 1.4.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Ingrepen in gebieden die horen bij het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) worden in principe niet toegestaan, tenzij bijvoorbeeld uitgesloten is dat de ingreep een negatief effect heeft op het netwerk of de ingreep een groot maatschappelijk belang dient. Getoetst wordt of een ingreep van invloed is op ‘wezenlijke kenmerken en waarden’, het NNN kent geen toetsing op ‘externe werking’. Als een ingreep wordt toegestaan, moeten eventuele nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen en de resterende schade moet worden gecompenseerd. Uitgangspunt bij het toestaan van ingrepen is dat netto sprake moet zijn van een versterking van het netwerk. Bijlage 1.4.2 Overige natuurwetgeving Naast de behandelde wetgeving zijn soms andere gebied beschermende bepalingen van kracht. Dit kunnen regionale of provinciale plannen of visies zijn die gebieden of soorten (extra) beschermen. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘weidevogelleefgebieden’ van de Provincie Noord-Holland. Per plangebied zal op maat moeten worden nagegaan of dergelijke bepalingen aan de orde zijn.

Bijlage 1.5 Procedure Als bij aanvang van een project niet uitgesloten is dat beschermde soorten voorkomen of negatieve effecten op beschermde gebieden

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

Zie Bijlage 1.2.1

Stappenplan procedure ecologisch onderzoek en ontheffing

ghhghj Geen ontheffing nodig ghhghj Zie Bijlage 1.2.2 ghhghj Geen ontheffing nodig ghhghj Zie Bijlage 1.2.3

ghhghj

Zie Bijlage 1.2.3 ghhghj Geen ontheffing mogelijk ghhghj

Ontheffing onder voorwaarden mogelijk ghhghj

kunnen optreden, is een ecologische quickscan nodig en dient het stroomschema uit Figuur 2 te worden gevolgd. Als op grond van deze quickscan de aanwezigheid van dergelijke soorten of gevolgen niet zijn uit te sluiten én wordt gezien dat negatieve effecten kunnen optreden, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Tijdens het vervolgonderzoek wordt het plangebied geïnventariseerd op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Indien aangetroffen worden de gebruiksfuncties van deze soorten in beeld gebracht. Vervolgens wordt opnieuw onderzocht of negatieve gevolgen mogelijk zijn door uitvoering van de plannen. Bijlage 1.5.1 Ontheffingsaanvraag Wnb Als stap 4a uit het stroomschema negatief is omdat een project of plan locatie gebonden is en er geen alternatieven zijn, is een

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

De Scheg te Heerhugowaard

ontheffingsaanvraag waarschijnlijk aan de orde. Een dergelijke aanvraag dient onder andere vergezeld te gaan van:  Een projectplan waarin onder meer de locatie, de werkwijze, de te verwachten schade, de te nemen maatregelen, de alternatievenstudie en het wettelijk belang gedetailleerd worden beschreven.  Een actuele en volledige inventarisatie naar het voorkomen van beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied (ongeveer 3-5 jaar geldig). De aanvraag kan voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning plaatsvinden. De aanvraag wordt gedaan bij de provincie waarin het plangebied is gelegen. Het is ook mogelijk ‘aan te haken’ bij het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de ‘Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ (WABO). Men dient op het digitale aanvraagformulier van het omgevingsloket (OLO) dan aan te geven dat ‘Handelingen worden verricht met gevolgen voor beschermde dieren en planten’. Ook hierbij dient een projectplan en inventarisatie bijgevoegd te worden. De gemeente waarbij de aanvraag is ingediend stuurt de informatie omtrent beschermde flora en fauna naar de provincie die een ‘Verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB) afgeeft als onderdeel van de omgevingsvergunning. De provincie handhaaft bepalingen uit eventuele ontheffingen en vergunningen en de eventuele werking van de Wnb bij projecten waar geen ontheffing is aangevraagd.

Ook het volgen van gedragscodes wordt gehandhaafd door de provincie. Mogelijke sancties zijn geldelijke boetes of het stilleggen van werkzaamheden.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2023-102

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Hazenkoog 35A Bovendijk 35-G 1822 BS Alkmaar 2295 RV Kwintsheul www.vandergoesengroot.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=e75d54ab-38e0-450f-bee1-0fedbfd37ef1