CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Was-wordt-lijst Parkeerverordening Dijk en Waard 2025

Gemeenteraad 22 oktober 2024, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Parkeerverordening Dijk en Waard 20253.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parkeerverordening Dijk en Waard 2025 Leeswijzer: De Parkeerverordening Dijk en Waard 2025 is opnieuw opgezet volgens het VNG-model ipv de Parkeerverordening 2023 omdat de nieuwe parkeerregels van het IPB tot ingrijpende aanpassingen hebben geleid tov 2023. In de bestaande tekst zijn de woorden en leestekens die niet terugkeren in de nieuwe tekst, cursief gezet. In de nieuwe tekst zijn de nieuwe woorden en leestekens ten opzichte van de bestaande tekst vet gedrukt.

Modelverordening VNG

Parkeerverordening Dijk en Waard 2025

Toelichting

Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens1990; b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; c. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; d. houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; e. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; f. parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur; g. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die a. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of b.

gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; h. vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen; i. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; j. autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden; k. autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate.

Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; c. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; d. houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; e. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeerders en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; f. parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur; g. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die a. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of b.

gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; h. vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen; i. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; j. autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden; k. autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate; l. college: het college van burgemeester en wethouders van Dijk en Waard.

Toevoeging definitie college

Artikel 2 1 Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 3, derde lid. 2 Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is toegestaan.

Artikel 2 1. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 3, derde lid. 2. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is toegestaan.

Artikel 3 1 Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen. 2 Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning.

Artikel 3 1. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen. 2. Het college kan nadere regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning.

Nadere regels is specifieker. 1

3 Een vergunning kan worden verleend aan:

3. Een vergunning kan worden verleend aan:

a. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie I);

a. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (bewonersvergunning);

b. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (categorie II);

b. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (bedrijfsvergunning regulier, maatschappelijke organisaties);

De modelverordening geeft hiervoor een basisopzet met een indeling in categorieën. Die categorieën kunnen door gemeentes naar de eigen lokale situatie worden ingedeeld. Dit leidt ertoe dat voor de Dijk en Waardse situatie op basis van het IPB meerdere type parkeervergunningen ingesteld worden.

c. een persoon die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van het parkeren van het motorvoertuig van zijn bezoek (bezoekersvergunning); d. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een specifiek medisch beroep uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (zorgverlenersvergunning algemeen); e. een persoon die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die mantelzorg ontvangt, ten behoeve van het parkeren van het motorvoertuig van degene die mantelzorg verleent (mantelzorgvergunning); c. een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie III).

4 Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het derde lid genoemde vereisten. 5 Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie vaststellen.

6 Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een vergunning voor categorie III kan het college voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de

f. een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (deelautovergunning deelauto aanbieders, bewoners onderling); g. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die tijdelijk werkzaamheden verricht in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (tijdelijke bedrijfsvergunning). 4. Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het derde lid genoemde vereisten. 5. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie vaststellen. 6. In het geval het maximaal aantal te verstrekken parkeervergunningen is bereikt, wordt een aanvrager op een wachtlijst geplaatst. Om de rangorde op de wachtlijst te bepalen, stelt het college een datum en tijdstip van ontvangst van een volledig ingediende aanvraag vast. 7.

Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een deelautovergunning kan het college voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de

Mocht het maximaal aantal vergunningen zijn uitgegeven, dan wordt er een wachtlijst gehanteerd. Mocht er een vergunning vrij komen, dan komt de eerste op de wachtlijst in aanmerking voor de vergunning.

2

Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.

Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.

Artikel 4 1 Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning. 2 Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 4 1. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning. 2. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk of digitaal in kennis gesteld.

Artikel 5 1 Een vergunning wordt voor onbepaalde tijd of voor ten hoogste [Termijn artikel 5] verleend.

Artikel 5 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid en onder a t/m f, wordt voor ten hoogste één vergunningjaar verleend. Indien een vergunning in de loop van een vergunningjaar wordt verleend, wordt deze verleend voor de maanden die in het vergunningjaar resten. Een vergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid en onder g, wordt verleend voor de duur van de werkzaamheden. 2. Een vergunningjaar loopt van 1 februari tot en met 31 januari in het opvolgende jaar. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een vergunningjaar verkorten of verlengen. 3. De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:

2 De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. de periode waarvoor de vergunning geldt; b. het gebied waarvoor de vergunning geldt; c. de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.

a. de periode waarvoor de vergunning geldt; b. het gebied waarvoor de vergunning geldt; c. de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend. 4. Het college kan een lijst vaststellen waarop adressen staan die geen recht hebben op een parkeervergunning (GROP). Adressen die op deze GROP-lijst staan hebben geen recht op een parkeervergunning of het aantal te verstrekken vergunningen wordt verminderd met het aantal stallingsplaatsen die vermeld staan op de GROP-lijst.

Artikel 6 Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:

Artikel 6 1. Het college kan een vergunning in ieder geval wijzigen of intrekken:

a op verzoek van de vergunninghouder; b wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is verleend; c wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning; d wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen; e wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan; f wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; g wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; h om redenen van openbaar belang.

a. op verzoek van de vergunninghouder; b. wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is verleend; c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning; d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen; e. wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan; f. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; g. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; of h. om redenen van openbaar belang. 2. De vergunninghouder is verplicht om wijzigingen in één van de omstandigheden, die relevant zijn voor het verlenen van de vergunning, binnen een maand na bekend worden met nieuwe feiten te melden bij het college.

Artikel 7

Dit lid is afgestemd op de Dijk en Waardse type parkeerverguninngen. Uitgezonderd de tijdelijke vergunning, wordt de vergunning voor de duur van een vergunningjaar (of gedeelte daarvan) verleend.

Dit is een praktische keuze omdat 1 januari op een feestdag en in een vakantieperiode valt.

Toevoeging GROP-lijst met adressen die geen recht hebben op een parkeervergunning. Op deze lijst worden bijvoorbeeld adressen opgenomen die een eigen oprit hebben en appartementencomplexen waar bij realisatie afspraken gemaakt zijn dat men zelf in het parkeren dient te voorzien.

Toevoeging van de verplichting om relevante gewijzigde omstandigheden door te geven.

Artikel 7

3

1 Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats of een autodateplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:

1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats of een autodateplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:

a zonder vergunning; b zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de voor dat motorvoertuig afgegeven vergunning; c in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.

a. zonder vergunning; of

2 Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

b. in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het doen of laten staan op een weg van een voertuig dat voor recreatie anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt overeenkomstig het bepaalde in artikel 5:6 van de Algemene plaatselijke verordening. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een houder van een voertuig die in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK). 4. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 8 Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.

Artikel 8 Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.

Artikel 9 1 Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan:

Artikel 9 1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan:

a op een parkeerapparatuurplaats; b op een belanghebbendenplaats. 2 Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd. 3 Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

a. op een parkeerapparatuurplaats; b. op een belanghebbendenplaats. 2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 10 Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 10 Overtreding van het bepaalde in afdeling 3 van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 11 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.

Artikel 11 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.

Wegens digitalisering is er geen sprake meer van een papieren parkeervergunning die duidelijk zichtbaar achter de voorruit moet worden geplaatst. Er wordt immers gescand op kenteken.

Dit maakt het mogelijk voor inwoners om volgens de Apv bijvoorbeeld een caravan te plaatsen. Dit maakt het mogelijk dat houders van een GPK in Dijk en Waard met deze kaart op een vergunninghoudersplaats mogen parkeren.

Artikel 12 Deze verordening wordt aangehaald als: [Naam verordening]. Artikel 13

1 Deze verordening treedt in werking op [Datum inwerkingtreding] of een door het college bij openbaar besluit bekend te maken datum. 2 Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de [Naam oude verordening]. 3 Vergunningen die zijn verleend krachtens de [Naam oude verordening] worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening.

Artikel 12 1. De Parkeerverordening 2023, vastgesteld op 20 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 februari 2025.

Artikel 12 is volgens het Dijk en Waardse format voor verordeningen opgesteld. Inhoudelijk wordt er niet afgeweken van het VNG model.

3. Deze verordening wordt aangehaald als: “Parkeerverordening Dijk en Waard 2025”. 4. Vergunningen welke zijn verleend krachtens de Parkeerverordening 2023 worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening. 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=14e3f953-f76c-4af3-9b9c-0fdf0a7238b5