Bijlage 2 - Verordening tegemoetkoming kosten peuter- en kinderopvang 2016
Tekst van het document
Verordening tegemoetkoming kosten peuter- en kinderopvang 2016 Geldend van 01-01-2016 t/m heden Intitulé Verordening tegemoetkoming kosten peuter- en kinderopvang 2016
Gemeente Langedijk De raad van de gemeente Langedijk; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 november 2015 nummer 60; gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; gelet op de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; gelet op de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening tegemoetkoming kosten peuter- en kinderopvang 2016 ▪
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: Bsn-nummer Het burgerservicenummer is een uniek persoonsnummer dat iedereen krijgt die ingeschreven staat in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) Het college Het college van burgemeester en wethouders Doelgroepkinderen Kinderen die in aanmerking komen voor een VVE-kindplaats en VVEprogramma, op indicatie van een door het college aan te wijzen instantie. Hiertoe behoren ook de kinderen met een SMI-indicatie Houder (aanbieder van voorschoolse voorziening)
Degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort en die met die onderneming een voorschoolse voorziening exploiteert IB60 inkomensverklaring Een officiële verklaring van de Belastingdienst met daarop de inkomensgegevens van een bepaald belastingjaar Kinderdagverblijf Opvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar Kinderopvang Het bedrijfsmatig of anders verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint Kinderopvangtoeslag De tegemoetkoming van de Belastingdienst aan ouders bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten voor in het LRKP geregistreerde kinderopvang LRKP Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. Register waarin kinder- en peuteropvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen Ouderbijdrage Financiële vergoeding die de ouder(s)/verzorger(s) moeten betalen bij afname van een peuterplaats of een VVE-kindplaats of kinderopvang Ouderbijdragetabel VNG-adviestabel ouderbijdrage peuterwerk 2016 Ouder(s)/verzorger(s) De bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de adoptief- of pleegouder van een kind dat opgevangen wordt in een kindplaats bij een voorschoolse voorziening Peuteropvang
Educatieve opvang voor kinderen van 2 en 3 jaar gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool (instoom vanaf 2 jaar en 3 maanden wat gangbaar is in Langedijk) Peuterplaats Peuteropvang van 2 dagdelen van 3 uur per week gedurende 40 weken per jaar SMI Sociaal Medische Indicatie. Indicaties voor 0 tot 4 jarigen en voor naschoolse opgang voor kinderen van 6 tot 12 jaar op basis van sociaalemotionele ontwikkeling en/of op basis van ondersteuningsbehoefte van ouders. De SMI-indicaties in deze verordening vallen onder het begrip VVE. Tegemoetkoming kosten kindplaats Een financiële bijdrage van de gemeente voor de ouder(s)/verzorger(s) in de kosten van een kindplaats bij een voorschoolse voorziening Tegemoetkoming kosten VVE-kindplaats Een financiële bijdrage van de gemeente voor de ouder(s)/verzorger(s) in de kosten van een VVE-kindplaats bij een voorschoolse voorziening, naschoolse voorziening of kinderopvang Toezichthouder De door het college aangewezen directeur van de GGD belast met het houden van toezicht op de kwaliteit van kinderopvang en peuteropvang Voorschoolse voorziening Peuteropvang en kinderdagverblijven, die ingeschreven staan in het Landelijke Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP) die werkzaam zijn in de gemeente Langedijk VVE (SMI) Voor- en vroegschoolse educatie.
Opvang voor kinderen van 2 en 3 jaar waarin op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. VVE-kindplaats
Kinderopvang van 10 uur verdeeld over 3 of 4 dagdelen per week gedurende 40 weken per jaar. Deze opvang is voor kinderen vallend onder de VVE en SMI VVE-programma Een erkend programma voor voorschoolse educatie gericht op vier ontwikkelingsdomeinen, dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut VVE-vergoeding Een vergoeding aan de instelling voor een ingevulde VVE-kindplaats Wet Oke Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (2010) Wko Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (2004) De in de verordening gehanteerde begrippen en begripsbepalingen hebben dezelfde betekenis als bedoeld in de wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie, de Algemene wet bestuursrecht en in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, tenzij daarvan uitdrukkelijk in deze verordening wordt afgeweken. ▪
§ 2. Bepalingen van de vergoeding
Artikel 2 Doel en toepassingsbereik Deze verordening voorziet in het verstrekken van tegemoetkomingen in de kosten van gebruikmaking van peuterplaatsen en VVE-kindplaatsen. Het verstrekken van een vergoeding krachtens deze verordening heeft betrekking op het beleidsterrein voorschoolse voorzieningen en voor- en vroegschoolse educatie. Deze verordening heeft tot doel het financieel toegankelijk maken van voorschoolse voorzieningen voor peuters uit Langedijk. Artikel 3 Vereisten aanvrager vergoeding Aanvragen kunnen worden ingediend door een aanbieder van een voorschoolse voorziening, die staat ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP) en voldoet aan de vereisten uit de wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie en de hieruit voortvloeiende regelgeving. Artikel 4 Te vergoeden activiteiten
Er wordt een vergoeding verstrekt voor een peuterplaats of een VVEkindplaats voor ouders/verzorgers die niet in aanmerking komen voor de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Er wordt een VVE-vergoeding verstrekt aan een voorschoolse voorziening voor een ingevulde VVE-kindplaats bedoeld om tegemoet te komen in de extra kosten die de instelling maakt voor een VVE aanbod. Artikel 5 Weigeringsgronden Er wordt geen vergoeding verstrekt indien: de opvanglocatie, waar de ouder(s)/verzorger(s) het kind een peuter- of VVE-arrangement laten volgen, niet geregistreerd is in het LRKP; de ouder(s)/verzorger(s) niet gevestigd is (zijn) in de gemeente Langedijk; het kind dat gebruik maakt van een VVE-kindplaats geen VVE of SMI indicatie heeft; of in het geval van een peuterplaats het door de gemeenteraad vastgestelde budgetplafond is bereikt. Artikel 6 Hoogte van de vergoeding De hoogte van de vergoeding voor een peuterplaats is afhankelijk van de soort opvang (VVE/SMI of regulier), de mate waarin ouder(s) recht hebben op een eventuele kinderopvangtoeslag van de belastingdienst en de hoogte van het verzamelinkomen van de ouder(s)/verzorger(s). De hoogte van een VVE-vergoeding aan de instelling wordt jaarlijks vastgesteld door het college zoals geregeld in artikel 8.7 van deze verordening.
Artikel 7 Voorwaarden vergoeding peuterplaats en VVE-kindplaats In aanvulling op de voorwaarden uit de wet worden aan de vergoeding voor peuterplaatsen en VVE-peuterplaatsen de volgende voorwaarden gesteld: De houder zorgt ervoor dat de beroepskrachten voorschoolse educatie, die werkzaam zijn in de VVE-groep, beschikken over een certificaat van een met goed gevolg afgelegd erkend VVE-programma. De houder legt in het pedagogisch plan vast op welke wijze het VVEprogramma door de hiervoor gecertificeerde beroepskrachten wordt uitgevoerd, hoe de vier onderscheiden ontwikkelingsdomeinen taal, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling en motoriek zijn ingericht en met welke frequentie kinderen aan het taal intensieve aanbod kunnen deelnemen.
De houder registreert per dagdeel de aanwezigheid van de kinderen in een aanwezigheidsregistratiesysteem. De houder legt de vorderingen van de kinderen op VVE-kindplaatsen vast in een erkend kind volgsysteem, zoals opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut. De houder legt in een protocol vast hoe hij zorgt voor de overdracht van de VVE geïndiceerde peuter naar de basisschool. Bij de overdracht is er persoonlijk contact tussen de beroepskracht en de leerkracht, met als doel de school te informeren over de ontwikkeling en de leefsituatie van het kind, de pedagogische en didactische aansluiting en de zorgbehoefte van het kind. De houder legt bij inschrijving van het kind op een VVE-kindplaats met de ouders vast: dat zij deelnemen aan de ouderactiviteiten, zoals die omschreven zijn in het pedagogische plan van de organisatie; dat zij instemmen met overdracht van gegevens over hun kind aan de door hen gekozen basisschool. De houder hanteert dezelfde tarieven voor peuterplaatsen en VVEkindplaatsen als de geldende kinderopvangtoeslagregeling van het Ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Artikel 8 Bevoegdheden college Het college beslist op aanvragen voor vergoeding, dit met inachtneming van het bepaalde in de wet en deze verordening.
Het college kan jaarlijks een financieel plafond vaststellen voor de vergoeding van peuterplaatsen. Voor VVE-kindplaatsen, vallend onder de Wet OKE, bestaat geen financieel plafond. Het college kan jaarlijks de normtarieven voor peuterplaatsen en VVEkindplaatsen vaststellen, evenals de ouderbijdragentabel die door de houder toegepast moet worden. Het college kan aanvullende kwaliteitseisen stellen in de vorm van voorwaarden en verplichtingen inzake de uitvoering van peuterplaatsen en VVE-kindplaatsen en deze vastleggen in nadere regelgeving. Het college kan een toezichthouder aanwijzen voor de controle op de in deze verordening en in de nadere regels gestelde eisen aan de uitvoering en de kwaliteit van peuterplaatsen en VVE-kindplaatsen.
Het college kan de vergoeding lager vaststellen dan wel intrekken indien niet is voldaan aan de uitvoerings- en kwaliteitseisen voor peuterplaatsen en VVE-kindplaatsen zoals vermeld in deze verordening. Hiertoe stelt het college een afwegingsmodel vast. Het college heeft de bevoegdheid om jaarlijks de tarieven vast te stellen waarop de gemeentelijke vergoeding van peuterplaatsen en VVEkindplaatsen is gebaseerd. Het college stelt jaarlijks de VVE-vergoeding vast die instellingen ontvangen voor een ingevulde VVE-kindplaats. Het college kan nadere uitvoeringsregels opstellen voor de toewijzing van de verschillende SMI-doelgroepen (0-2 jarigen; 4-12/13 jarigen) ▪
§ 3. Procedurele bepalingen
Artikel 9 Aanvraag vergoeding Een aanvraag voor vergoeding van peuterplaatsen en VVE-kindplaatsen kan door de houder worden ingediend. Een aanvraag voor een VVE-vergoeding kan door de houder worden ingediend in combinatie met de aanvraag genoemd in artikel 9.1. De aanvraag bevat de naam en het adres van de houder, de locatie waar de opvang plaatsvindt, de wijze waarop de opvang is vermeld in het LRKP met het bijbehorende registratienummer en daarnaast het bankrekeningnummer van de organisatie. Bij de aanvraag voor vergoeding wordt een begroting gevoegd waaruit blijkt: de periode waarvoor vergoeding wordt aangevraagd; het bedrag van de aanvraag, totaal en verdeeld over het aantal peuterplaatsen en de soort opvang (peuter- of VVE/SMI) waarvoor vergoeding wordt gevraagd, met in de toelichting de opbouw en motivering van de aantallen en bedragen; het aantal peuterplaatsen dat wordt bezet door peuters van ouders met een fiscale regeling; de openstelling, aantal groepen en bezetting voor elke locatie. De houder beschikt over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente. Het gaat daarbij onder meer om:
een door de ouder(s) ondertekende aanvraag met daarin de naam en adres en bsn-nummer van de ouder(s); indien van toepassing: de naam en het bsn-nummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder, het adres van de partner. De aanvraag is dan ook mede ondertekend door de partner; naam en bsn-nummer en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; inkomensgegevens van de ouder(s) en, indien van toepassing IB60verklaring of een kopie van de definitieve aangifte van de inkomstenbelasting van het voorgaande jaar. de wijze waarop de ouderbijdragentabel is toegepast; een plaatsingsovereenkomst van de voorschoolse voorziening die de opvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: de naam en het adres van de instelling, de soort opvang, het aantal uren opvang per kind, de kostprijs per uur, de aanvangsdatum en (verwachte) einddatum van de opvang; indien het gaat om een VVE-kindplaats, een bewijs van indicatiestelling voor VVE van het Consultatiebureau JGZ (Jeugdgezondheidszorg) van de GGD Hollands Noorden of voor een SMI-indicatie van de Jeugd- en gezinscoaches van de gemeente Langedijk, met daarin een opgave van de geldigheidsduur. In aanvulling op lid 3 en 4 kan het college overige gegevens opvragen die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag.
Het college kan bepalen dat aanvraag voor vergoeding geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Artikel 10 Verlening van de vergoeding Het college besluit over de aanvraag voor peuterplaatsen, VVEkindplaatsen en VVE-vergoedingen binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. Het college kan dit besluit met ten hoogste zes weken verdagen. Het college stelt de houder hiervan schriftelijk in kennis. De beschikking van de vergoeding voor peuterplaatsen en VVEkindplaatsen bevat in ieder geval: de soort opvang waarvoor de vergoeding wordt gegeven;
de periode en het aantal peuterplaatsen waarvoor de vergoeding wordt gegeven; de vergoeding en het normtarief per peuterplaats en/of VVE-kindplaats; de voorwaarden en verplichtingen waaraan de aanvrager moet voldoen; de wijze waarop de vergoeding wordt betaald; de wijze waarop de vergoeding wordt vastgesteld. De beschikking houdende vaststelling van de VVE-vergoeding aan de instelling bevat de in het vorige lid bedoelde gegevens, met uitzondering van die genoemd in lid a. Artikel 11 Vaststelling van de vergoeding De vaststelling van de tegemoetkoming voor peuterplaatsen en/of VVEkindplaatsen vindt plaats op grond van het aantal bezette peuterplaatsen en het door de Belastingdienst vastgestelde gemiddelde gezinsinkomen van de ouder(s) wiens/wier kind een peuterplaats heeft bezet. De vaststelling van de hoogte van de VVE-vergoeding vindt plaats op grond van het aantal bezette VVE-kindplaatsen. De houder dient binnen acht weken na afloop van het kalenderjaar waarvoor is verleend een aanvraag tot vaststelling in bij het college en verstrekt hierbij een overzicht van het feitelijke aantal bezette peuterplaatsen en/of VVE-kindplaatsen over het voorbije kalenderjaar, de wijze waarop de ouderbijdragentabel voor peuterplaatsen en VVEkindplaatsen is toegepast en de overige gegevens die het college nodig heeft om de vergoeding vast te stellen.
Het college stelt de vergoeding vast binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag en de gegevens zoals bedoeld in het tweede lid. Het college kan dit besluit met ten hoogste zes weken verdagen. Het college stelt de houder hiervan schriftelijk in kennis (zie Artikel 10). Het college kan voor de vaststelling van de vergoeding een protocol opstellen en de genoemde data of termijnen hierop aanpassen. De beschikking vermeldt het bedrag van de vergoeding en de wijze waarop verrekening van betaalde voorschotten plaatsvindt. Artikel 12 Overgangsrecht In afwijking van artikel 5 onder a geldt dat kinderen die voor ingangsdatum van deze verordening al deelnemen aan een VVE-traject op een voorschoolse voorziening het lopende VVE-traject mogen afmaken tot het
moment dat de indicatiestelling eindigt (uiterlijk totdat de peuter naar de basisschool gaat). Artikel 13 Plafond in begroting Burgemeester en wethouders kunnen een plafond vaststellen voor de peuterplaats-vergoedingen. De wijze van verdeling van de peuterplaatsvergoedingen geschiedt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Een vergoeding ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt niet verleend. Artikel 14 Gevallen waarin deze verordening niet voorziet Het college is bevoegd nadere regels te stellen met betrekking tot de uitvoering van deze verordening, in gevallen waarin deze verordening niet voorziet. Artikel 15 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van deze verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel 16 Inwerkingtreding De verordening treedt in werking op 1 januari 2016. Artikel 17 Citeertitel De verordening wordt aangehaald als: verordening tegemoetkoming kosten peuter- en kinderopvang. Ondertekening Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Langedijk in zijn openbare vergadering van 15 december 2015. De voorzitter, drs. J.F.N. Cornelisse De griffier, drs. G.C.I. Kager