Bijlage 2. Ruimtelijke onderbouwing arbeidsmigrantenhuisvesting Kerkmeerweg 15
Tekst van het document
Omgevingsvergunning "Kerkmeerweg 15, Oudkarspel realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers"
Bezoekadres Postadres
Rombou : Jufferenwal 30, 8011 LE Zwolle : Postbus 432, 8000 AK Zwolle
Datum
: 05 augustus 2024
Status Projectleider Telefoon E-mail
: ontwerp : E.W. Lamberts : 08 8236 8236 : info@rombou.nl
Inhoudsopgave Toelichting
Hoofdstuk 1
Inleiding
5
1.1.
Aanleiding tot het plan
5
1.2.
Ligging en begrenzing projectgebied
6
1.3.
Afwijken bestemmingsplan
7
1.4.
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
9
2.1.
Huidige situatie
9
2.2.
Nieuwe situatie
10
Hoofdstuk 3
Beleidskader
15
3.1.
Rijksbeleid
15
3.2.
Provinciaal beleid
18
3.3.
Gemeentelijk beleid
21
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
25
4.1.
Inleiding
25
4.2.
M.e.r.-beoordeling
25
4.3.
Geluid
28
4.4.
Bedrijven en milieuzonering
29
4.5.
Bodemkwaliteit
31
4.6.
Geur
32
4.7.
Externe veiligheid
33
4.8.
Verkeer en parkeren
36
4.9.
Luchtkwaliteit
38 3
4.10.
Water
39
4.11.
Ecologie
42
4.12.
Archeologie
45
4.13.
Kabels en leidingen
46
Hoofdstuk 5
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
47
5.1.
Economische uitvoerbaarheid
47
5.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
47
Bijlage
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 3 Notitie Aerius stikstofberekening arbeidsmigrantenwoningen Kerkmeerweg 15 te Oudkarspel Bijlage 4
AERIUSberekening realisatiefase
Bijlage 5
AERIUSberekening gebruiksfase
4
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1.
Aanleiding tot het plan
Aan de Kerkmeerweg 15 in Oudkarspel exploiteert initiatiefnemer een agrarisch bedrijf gespecialiseerd in de biologische teelt van kool- en slagewassen en pompoenen. De teeltactiviteiten van het bedrijf, dat op meerdere locaties is gevestigd, beslaan in Nederland jaarlijks circa 300 hectare. De biologische groenteteelt beslaat in totaal 150 hectare en is direct verbonden aan de vestiging in Oudkarspel. Het bedrijf van initiatiefnemer heeft het gehele jaar circa 90 medewerkers in dienst waarvan een deel afkomstig is uit Polen en Roemenië. Deze laatstgenoemde groep werknemers hebben geen volledige jaarbetrekking en zijn derhalve tijdelijke werknemers. Om hen te voorzien van woonruimte, heeft de initiatiefnemer het voornemen woonhuisvesting te realiseren voor de tijdelijke werknemers. Door middel van het principeverzoek van 28 december 2021 is aan de gemeente Dijk en Waard gevraagd in te stemmen met deze ontwikkeling. Door middel van de brief van 29 april 2022 laat de gemeente weten dat het plan past in haar ruimtelijk beleid. De bouw van de huisvesting voor de tijdelijke medewerkers is niet in overeenstemming met het bestemmingsplan, omdat 1. het bestemmingsplan voor de locatie aan de Kerkmeerweg 15 ten hoogste 2 bedrijfswoningen toe staat, en; 2. de huisvesting buiten het bouwvlak van 1 ha wordt gebouwd.
Om de huisvesting te kunnen realiseren is daarom zowel een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig als een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld in verband met de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening.
Toelichting
5
1.2.
Ligging en begrenzing projectgebied
Het projectgebied ligt in het buitengebied ten noordwesten van Oudkarspel. De untis waarin de tijdelijke medewerkers gehuisvest zullen worden ligt ten westen van de bebouwing van het bedrijf. Qua oriëntatie van de woonunits is ervoor gekozen om deze in te passen in lijn met het bestaande erf waardoor deze zo compact mogelijk blijft. In afbeelding 1 is de situering van het projectgebied met een gele rechthoek globaal aangeduid.
Afbeelding 1: globale ligging projectgebied Het projectgebied beslaat het terrein waar de woonunits en de bijbehorende voorzieningen worden gerealiseerd (gele rechthoek).
6
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
1.3.
Afwijken bestemmingsplan
Voor het projectgebied zijn twee geldende bestemmingsplannen van toepassing. Namelijk, ‘Bestemmingsplan Buitengebied en Koedijk 2007’ (vastgesteld op 04-12-2007) en ‘Wijzigingsplan Kerkmeerweg 15’ (vastgesteld op 13-07-2010). In het geldend bestemmingsplan heeft het projectgebied de bestemming ‘Agrarisch gebied’. Op de bestemming ligt een agrarisch bouwvlak van 1 hectare. Zie de onderstaande verbeelding van het wijzigingsplan Kerkmeerweg 15.
Afbeelding 2: vigerende bestemming Het bouwplan voor de huisvesting van tijdelijke medewerkers is niet passend binnen het huidige bouwvlak. De gemeente Dijk en Waard heeft voor het buitengebied van de gemeente voormalige gemeente Langedijk een nieuw (ontwerp) bestemmingsplan Buitengebied opgesteld. Dit ontwerpplan heeft vanaf 10 februari 2021 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. In dit ontwerpbestemmingsplan Buitengebied is het bouwvlak van het bedrijf van initiatiefnemer verruimd naar 1,5 ha. In afbeelding 3 is de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan weergegeven.
Toelichting
7
Afbeelding 3: ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Langedijk Bij de uitbreiding van het bouwvlak westwaarts is in het ontwerpbestemmingsplan voorgesorteerd op de plannen voor de bouw van de arbeidsmigrantenhuisvesting. Destijds was het nog de bedoeling om de nieuwbouw de verkavelingsstructuur te laten volgen. Op advies van de Commissie ruimtelijke kwaliteit (Crk) is daarvan afgestapt. Het bestemmingsplan Buitengebied Langedijk is tot op heden niet vastgesteld. Omdat de oriëntatie van de huisvesting inmiddels is gewijzigd en het genoemde bestemmingsplan nog niet is vastgesteld, heeft initiatiefnemer ervoor gekozen om de ontwikkeling via een uitgebreide WABO procedure aan te vragen. 1.4.
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de bestaande situatie en de beoogde ontwikkeling, waarbij ook de ruimtelijke en de landschappelijke inpassing aan bod zullen komen. Hoofdstuk 3 gaat in op het relevante beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten van de relevante milieuonderzoeken opgenomen. In hoofdstuk 5 wordt ten slotte ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project.
8
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1.
Huidige situatie
2.1.1
De bedrijfsvoering
De bedrijfsvestiging van initiatiefnemer aan de Kerkmeerweg 15 is gericht op de biologische teelt van de groentegewassen (kool- en slagewassen en pompoenen). De geteelde biologische producten worden na de oogst op het eigen bedrijf verwerkt en geconditioneerd opgeslagen. Voor het planten (voorjaar), de gewasverzorging (zomer), het oogsten (najaar), het verwerken en verpakken (winter) van de biologische producten zijn op de locatie aan de Kerkmeerweg 15 jaarrond ongeveer 40 (tijdelijke) medewerkers nodig. Het biologisch telen van gewassen vraagt extra arbeid omdat het veel handwerk is. Een voorbeeld hiervan is het onkruidvrij houden van de percelen. Het vele handwerk wordt nagenoeg geheel verzet door Poolse en Roemeense werknemers in tijdelijk dienstverband. Voor het welbevinden van de tijdelijke medewerkers vindt initiatiefnemer het belangrijk om te zorgen voor goede huisvesting. Realisatie van goede huisvesting voor tijdelijk personeel is bovendien belangrijk om voor stabiliteit van het personeelsbestand te zorgen en daarbij te waarborgen dat er voldoende tijdelijk personeel voor het bedrijf beschikbaar is en blijft. Door voor eigen huisvesting te zorgen wordt voorkomen dat het tijdelijk personeel in nabijgelegen dorpen wordt gehuisvest. 2.1.2
De bedrijfslocatie
De bedrijfslocatie aan de Kerkmeerweg 15 in Oudkarspel is in de huidige situatie bebouwd met twee bedrijfswoningen en meerdere aan elkaar gebouwde loodsen en een losse loods. Het erf kent een opdeling in een groen en breed voorerf en een verhard en diep achtererf. Een groot gedeelte van het perceel wordt gebruikt voor de opslag van materieel en manoeuvreerruimte. Een luchtfoto van de locatie is weergegeven in afbeelding 4.
Toelichting
9
Afbeelding 4: luchtfoto bedrijfslocatie Kerkmeerweg 15 Naast opslagruimte van materieel worden de loodsen tevens gebruikt voor de geconditioneerde opslag van de geoogste biologische groenten en voor het verwerken, verpakken en verladen (met behulp van 2 dockshelters) van de biologische groenten. De gronden ten westen van de bebouwing zijn momenteel nog als agrarische cultuurgrond in gebruik. 2.2.
Nieuwe situatie
Ten westen van de bestaande bebouwing wordt de nieuwe huisvesting gerealiseerd. De huisvesting is zo ontworpen dat het aan de richtlijnen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF) voldoet. Na realisatie wordt het SNF certificaat aangevraagd. De huisvesting zal bestaan uit 10 woonunits. Iedere woonunit biedt huisvesting aan 4 tijdelijke werknemers. De verwarming van de woonunits zal elektrisch plaatsvinden door middel van warmtepompen. In afbeelding 5 en 6 zijn de units ten westen van de bestaande bebouwing weergegeven.
10
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
Afbeelding 5: Te realiseren woonunits - bovenaanzicht (bron: aannemersbedrijf R.& H. Beers BV)
Afbeelding 6: Te realiseren woonunits - vogelvlucht (bron: aannemersbedrijf R.& H. Beers BV) Toelichting
11
De migrantenhuisvesting is integraal onderdeel van de bedrijfslocatie van initiatiefnemer aan de Kerkmeerweg 15. De tijdelijke medewerkers werken in de bedrijfsbebouwing aan de Kerkmeerweg 15 of op de bijbehorende biologisch teeltgronden van het bedrijf. Er worden alleen tijdelijke medewerkers gehuisvest die op het bedrijf van initiatiefnemer werkzaam zijn. Vanuit de SNF certificering is dit ook een voorwaarde. Ten behoeve van de arbeidsmigrantenhuisvesting wordt een vaste beheerder op de locatie aangesteld die reeds woonachtig is in de bestaande bedrijfswoning op het agrarisch bedrijfsperceel (Kerkmeerweg 15). De beheerder kan hierdoor zo nodig direct aanwezig zijn en is verantwoordelijk voor de aanwezigen overdag en 's nachts (waarvoor een nachtregister zal worden bijgehouden). De woonunits zijn ondergeschikt ontworpen aan het hoofdhuis en in lijn met de oriëntatie van het erf. Ten opzichte van de oriëntatie van de bebouwing in lijn met de kavelstructuur (zoals het oorspronkelijk de bedoeling was) is het geheel veel compacter, is er minder infrastructuur nodig en worden de zichtlijnen behouden. De woonunits samen vormen als het ware één langgerekte schuur, opgedeeld in segmenten. Op deze manier wordt aangesloten op de context van het erf. Qua kleustelling is aansluiting gezocht bij de bestaande bebouwing op het terrein.
De gevels worden voorzien van een vezelcement plank (eterniet) met houtmotief. De planken worden verticaal geplaatst om ook hiermee aan te sluiten op de bestaande bebouwing. Op de schuine daken van de units worden zonnepanelen geplaatst. De ontwerptekeningen van de woonunits zijn separaat bijgevoegd. De woonunits worden ontsloten via de bestaande inrit van het bedrijf. De snelheid van het verkeer op de inrit zal door het nemen van maatregelen laag zijn waardoor dit op een veilige manier kan plaatsvinden. Aan de oostzijde van de woonunits wordt verharding aangebracht ten behoeve van het parkeren. Er wordt een parkeerstrook met 25 parkeerplaatsen voor dwarsparkeren gerealiseerd. Zie ook de geel gemarkeerde strook in afbeelding 7.
12
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
Afbeelding 7: Te realiseren parkeerplaatsen (bron: aannemersbedrijf R.& H. Beers BV) Ten behoeve van de ontspanning voor de arbeidsmigranten buiten de werktijden wordt een bestaand gebouw ingericht als recreatieruimte, wordt een trapveldje aangelegd en enkele buiten fitness toestellen aangebracht. Zie voor de inrichting van het terrein met de woonunits en voorziening het landschappelijk inpassingsplan. Landschappelijke inpassing Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de nieuwbouw is door Timo Cents een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het landschappelijk inpassingsplan is toegevoegd als bijlage 1 aan deze onderbouwing. Onderstaand is een samenvatting gegeven van het erfinpassingsplan. Eén erfensemble Om de woonunits een plek te kunnen geven wordt de belijning van het bestaande erf gevolgd. Het erf ligt verdraaid ten op zichte van de verkavelingsrichting. Het erf ligt in de bocht van de Kerkmeerweg. Houtsingel zorgt voor ruimtelijke inkadering Aan de oostzijde wordt het erf omkaderd door de bedrijfshallen. Om de woningen in te passen worden deze aan de westelijke zijde van het erf omkaderd door een nieuw te maken houtsingel (10 m breed). De houtsingel loopt aan de noordzijde door tot Toelichting
13
achter de bestaande bebouwing. De houtsingel zal bestaan uit diverse inheemse soorten (zoals Ulmus laevis, Tilia cordata, rhamnus frangula, Alnus glutinosa). De lange zichtlijn over het erf naar het landschap wordt open gehouden. Plaatsing woonunits De woningen staan in het gras in het landschap. Er worden kleine gaten gemaakt door de houtsingel voor zicht op het landschap. De bestaande schuur wordt ingericht als huiskamer of als recreatieruimte. De bestaande bedrijfswoningen worden omkaderd door een losse haag van inheemse soorten. Inrichting buitenruimte Auto en fietsparkeren vindt plaats op het erf achter een losse haag bestaande uit inheemse soorten. De autoparkeerplaatsen bestaan uit grastegels. Bij de huiskamer/recreatieruimte komt een trapveldje en enkele buiten fitness toestellen. Daarnaast is er de mogelijkheid om een klein ommetje te maken langs de houtsingel. In de open ruimtes staan enkele bankjes om even van de ondergaande zon te genieten. Daarnaast is het mogelijk om in de open ruimtes van de houtsingel eigen groente te verbouwen of kunnen bijenlinten worden aangeplant ten behoeve van de biodiversiteit.
Afbeelding 8: Landschappelijke inpassing (bron: Timo Cents)
14
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1.
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevinsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentie; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het langdelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die toekomstige generaties. Toelichting
15
Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Conclusie De ontwikkeling in het projectgebied raakt, gezien de relatief zeer kleine omvang, geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.
Toetsing Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 16
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het een functiewijziging betreft, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Het terrein voor arbeidsmigrantenhuisvesting meet ongeveer 3.705 m2. In het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Langedijk heeft het bedrijf van initiatiefnemer een agrarisch bouwvlak van 1,5 ha. Op advies van de Commissie ruimtelijke kwaliteit is de positionering van de woonunits aangepast en komt de bebouwing in lijn te staan met de aanwezige bebouwing. Dit draagt bij aan de compactheid van het erf, waardoor het totale ruimtebeslag van de nieuwe situatie kleiner zal zijn dat de genoemde 1,5 ha. Binnen een agrarisch bouwvlak is op grond van het vigerende bestemmingsplan bebouwing van bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen mogelijk. Bedrijfswoningen mogen worden gebouwd met een goothoogte van 4,5 m en een nokhoogte van 9 m.
Bedrijfsgebouwen mogen een goothoogte van maximaal 6 m en een nokhoogte van 10 m bevatten. De bouwhoogte van de woonunits blijven ruim beneden de maximale bouwhoogte. Ten opzichte van de huidige planologische regime wordt met het onderhavige plan slechts een klein gedeelte ingevuld. Er is dan ook geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Conclusie Er is geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven.
Toelichting
17
3.2.
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050
Op 19 november 2018 is door provinciale staten Noord- Holland de omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. In deze visie worden door de provincie Noord-Holland acht urgente hoofdthema's beschreven. Het gaat om de thema's 'klimaatverandering bedreigt onze leefomgeving', 'bodem, water en luchtkwaliteit', 'biodiversiteit', 'economische transitie', 'energie transitie', 'mobiliteit', 'verstedelijking' en 'landschap'. De hoofdambitie is een balans te vinden tussen economische groei en leefbaarheid. Met als doel om ook in 2050 een economisch concurrerende en leefbare provincie Noord- Holland te zijn en te blijven. Met betrekking tot het gebruik van de leefomgeving wil de provincie Noord-Holland ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren, onder voorwaarde van behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. In het landschap is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie de ambitie. Daarnaast worden er vijf bewegingen geschetst, die laten zien hoe er wordt omgegaan met deze ontwikkelprincipes. Het betreft onderstaande vijf bewegingen: 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3.
Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijk omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economische duurzame agrarische sector centraal. Voor het onderhavige project is het ontwikkelprincipe met betrekking tot ‘Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving’ van belang. Het initiatief moet passen binnen dit principe. In Noord-Holland is er voor een natuurlijke en vitaal landelijke omgeving een goede balans nodig tussen de agrifoodsector en de natuur- en watersystemen. De landelijke omgeving in Noord-Holland is van oudsher bepaald door het watersysteem, het landbouwkundig gebruik en de natuurgebieden. Er wordt 18
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
voortdurend gezocht naar de juiste balans tussen een gezonde leefomgeving, een sterke economische ontwikkeling en robuuste natuurlijke systemen. De agrifoodsector geeft steeds vaker invulling aan de gewenste balans. Dit gebeurt door het vergroten en benutten van biodiversiteit (onder andere in de bodem), technologische ontwikkelingen, door natuur onderdeel te laten zijn van de bedrijfsvoering, efficiëntieverbetering en verbetering en vernieuwing van gewassen. Uit oogpunt van het bieden van voedselzekerheid en voedselveiligheid is een verantwoorde voedselproductie een gezamenlijke ambitie van de provincie en de sector. Verantwoord wil zeggen: onder gezonde en gecontroleerde omstandigheden Met de realisatie van de arbeidsmigrantenhuisvesting zullen de kernkwaliteiten uit de structuurvisie niet worden aangetast. Het initiatief is derhalve niet in strijd met dit beleid. 3.2.2
Omgevingsverordening NH2020 / Omgevingsverordening NH2022
Op 16 november 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld door Provinciale Staten. Op 15 juni 2022 is een 1e partiële herziening vastgesteld en op 19 december 2022 volgde de vaststelling van de 2e partiële herziening. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels vastgelegd op het gebied van natuur, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Met de 1e en 2e partiële herziening zijn daar zoekgebieden voor wind- en zonne-energie en beleid voor datacenters bij gekomen. Op 11 januari 2024 is de Omgevingsverordening NH2022 in werking getreden. Met de Omgevingsverordening maakt de provincie Noord-Holland ontwikkelingen zoals woningbouw en energietransitie mogelijk, en wordt tegelijkertijd het waardevolle Noord-Hollandse landschap beschermd. Deze verordening stelt algemene regels aan bestemmingsplannen met als doel het veiligstellen van de provinciale belangen. Uit de verordening kan worden opgemaakt dat de planlocatie onder meer in het werkingsgebied 'landelijk gebied' ligt dat is aangewezen voor 'agrarische bedrijven'. Zie ook afbeelding 9.
Toelichting
19
Afbeelding 9: Ligging projectgebied binnen werkingsgebied 'Landelijke bedrijven' Voor het onderhavige project is het volgende artikel uit de verordening van toepassing: Artikel 6.33, lid g In Artikel 6.33, lid g “Agrarische bedrijven” kan een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied agrarische bedrijven voorzien in agrarische bedrijven waarbij geldt dat ten behoeve van de bedrijfsvoering kan worden voorzien in de huisvesting van tijdelijke werknemers indien de huisvesting wordt voorzien binnen het bouwperceel en het ondergeschikte functie ten hoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf betreft. Strikt formeel gezien is met het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Langedijk uit 2021 nog geen sprake van een agrarisch bouwperceel om te kunnen bouwen ter plaatse van de projectlocatie voor arbeidsmigrantenhuisvesting (omdat vergroting van het bouwvlak nog niet is vastgelegd). De gemeente heeft door de verruiming van het bouwvlak (bouwperceel) de intentie 'uitgesproken' dat deze verruiming er zal komen. Door het voeren van een eigenstandige ruimtelijke procedure, feitelijk vooruitlopend op de vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied Langedijk, kan de huisvesting juridisch-planologisch in lijn met de Omgevingsverordening 20
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
NH2020 / NH2022 worden gerealiseerd. Vast staat verder dat de huisvesting behoeve van de tijdelijke werknemers van het bedrijf van initiatiefnemer wordt gerealiseerd. Ook staat het vast, gezien de grote productieomvang van 100 – 150 ha aan biologische groententeelt, dat de huisvesting een ondergeschikte functie is ten opzichte van de meer dan volwaardige agrarische activiteiten van het bedrijf van initiatiefnemer van de Kerkmeerweg 15 in Oudkarspel. Conclusie Het project is in overeenstemming met de Omgevingsverordening NH2020 / NH2022. 3.3.
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Algemeen
Wat betreft het grondgebied van de voormalige gemeente Langedijk, waar de planlocatie is gesitueerd, geldt geen beleid op het thema arbeidsmigrantenhuisvesting. De voormalige gemeente Heerhugowaard, waarmee Langedijk nu is samengegaan in de nieuwe gemeente Dijk en Waard, had wel de beschikking over beleid hieromtrent. Dat is vastgelegd in het Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten Heerhugowaard 2015. Dit beleid komt voort naar aanleiding van de Regionale Kadernota Huisvesting Arbeidsmigranten Noordkop uit 2013, waar Heerhugowaard deel van uitmaakt. De gemeente is voornemens om de beleidskaders rondom arbeidsmigrantenhuisvesting voor het gehele grondgebied te actualiseren. Zolang dit beleid er niet is, wordt getoetst aan Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten Heerhugowaard 2015. 3.3.2
Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten Heerhugowaard 2015
De nieuwbouw van logiesgebouwen (geen reguliere woningen zijnde) ten behoeve van de huisvesting van buitenlandse werknemers wordt onder de volgende voorwaarde toegestaan: 1. Nieuwbouw van dergelijke gebouwen in het buitengebied wordt toegestaan binnen het bouwvlak van een agrarisch perceel. 2. Nieuwbouw op bedrijventerreinen wordt toegestaan in de grenszone van bedrijventerrein naar woonbebouwing. 3. Alle huisvesting dient gecertificeerd te zijn door een door de gemeente geaccordeerde instantie (bijvoorbeeld door SKIA of SNF). Toelichting
21
4. De huisvesting voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het vigerende Bouwbesluit. 5. De bestaande bebouwing mag alleen worden uitgebreid, indien deze uitbreiding een integrale kwaliteitsverbetering van de locatie tot gevolg heeft en een meerwaarde heeft voor het verblijf van de bewoners. 6. De nieuwe functie mag kwalitatief noch kwantitatief een belemmering vormen voor de omliggende functies en vice versa. 7. Bij deze vorm van huisvesting dient er een gemeenschappelijke ruimte, niet zijnde sanitair en/of bergruimte, te zijn. Deze ruimte is minimaal 40 m2 en bij meer dan 40 personen moet de minimaal vereiste oppervlakte van deze ruimte vergroot worden met 1 m2 per persoon. 8. Parkeren gebeurt op eigen terrein. 9. Er is een adequaat beheer, zoals een aanspreekpunt en 24 uur bereikbaarheid. 10. Er is een adequate communicatie: communicatieprotocol en klachtenregistratie. Toetsing Ad 1. De gemeente heeft met de huisvesting van de buitenlandse werknemers ingestemd door in het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Langedijk het bouwvlak van het bedrijf aan de Kerkmeerweg 15 te vergroten. Door omstandigheden is het genoemde bestemmingsplan niet vastgesteld. Om die reden is voor het project een omgevingsvergunning voor het afwijken van regels Ruimtelijke Ordening ingediend. Ad 2. n.v.t. Ad 3. De huisvesting is gecertificeerd door een door de gemeente geaccordeerde instantie.
Gekozen is voor een SNF certificering. Ad 4. De huisvesting voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het vigerende Bouwbesluit Ad 5. De integrale kwaliteit van de locatie wordt verbeterd door middel van de landschappelijke inpassing. Zie ook bijlage 1. De inpassing beperkt zich niet alleen tot de woningen voor de buitenlandse werknemers, maar ook de bestaande bebouwing wordt landschappelijk ingepast. De uitbreiding van de bebouwing maakt het mogelijk om de wooneenheden in het groen te plaatsen. Voor de kwaliteit van de leefomgeving is dit een duidelijke meerwaarde dan de huisvesting in de bestaande bebouwing op het erf. Op het erf is deze groene inpassing niet realiseerbaar. 22
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
Ad 6. De nieuwe functie levert zowel kwalitatief noch kwantitatief een belemmering op voor omliggende functies. Zie hiervoor ook hoofdstuk 4. Ad 7. Een bestaand gebouw wordt omgevormd in een gemeenschappelijke ruimte, Deze ruimte heeft een oppervlakte van circa 51 m2. Ad 8. Er worden 25 parkeerplaatsen aangelegd ten behoeve van het parkeren. Ad 9. Er wordt een vaste beheerder aangesteld. Deze is reeds woonachtig in de bestaande bedrijfswoning op het agrarisch bedrijfsperceel (Kerkmeerweg 15). De beheerder kan hierdoor zo nodig direct aanwezig zijn en is verantwoordelijk voor de aanwezigen overdag en 's nachts (waarvoor een nachtregister zal worden bijgehouden). Ad 10. Er wordt een komt een communicatieprotocol en klachtenregistratie. 3.3.3
Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied
In het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Langedijk is een vergroot bouwvlak opgenomen voor de locatie aan de Kerkmeerweg 15 in Oudkarspel. Zie de onderstaande afbeelding voor de ligging van dit vergrote bouwvlak van 1,5 hectare.
Afbeelding 10: uitsnede verbeelding ontwerpbestemmingsplan buitengebied (bouwvlak aangegeven met rode lijn) De gronden binnen het bouwvlak zijn bestemd als 'Agrarisch - Akkerbouw' en Toelichting
23
hebben de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. De voor 'Agrarisch - Akkerbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische cultuurgronden; b. akker- en tuinbouwbedrijven niet zijnde fruitteeltbedrijven; c. landbouwontsluitingswegen; d. voet- en fietspaden. De activiteiten van het groenteteeltbedrijf van initiatiefnemer zijn in overeenstemming met de bestemmingsomschrijving. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat de gemeente mogelijkheden biedt voor (tijdelijke) logiesfuncties van werknemers op grond van art. 4, lid 9 Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) in het buitengebied in bestaande bebouwing. Het ontwerpbestemmingsplan biedt op deze regeling geen aanvulling. Het voornemen van arbeidsmigrantenhuisvesting van 40 werknemers in 10 te realiseren units aan Kerkmeerweg 15 te Oudkarspel betreft derhalve een op zichzelf staand projectinitiatief. Opvallend is in het ontwerpbestemmingsplan dat de huisvesting van arbeidsmigranten op de planlocatie wat betreft toegestaan gebruik (al dan niet aangeduid op de verbeelding) echter verder niet geregeld is. Dat betreft een omissie. Alleen in vergroting van het bouwvlak is voor de afgestemde ontwikkeling voorzien (dus het bouwen).
Toetsing Omdat verder nog geen sprake is van een vastgelegd planologisch-juridisch regime met het nieuwe bestemmingsplan voor het buitengebied van de voormalige gemeente Langedijk moet worden geconcludeerd dat het project strijdig is met de huidige bestemmingsplankaders. Een op zich zelf staande ruimtelijke procedure is noodzakelijk om het projectvoornemen (versneld) mogelijk te maken (vooruitlopend op vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied Langedijk). Gekozen is voor een uitgebreide procedure om omgevingsvergunning.
24
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1.
Inleiding
Het voornemen betreft het realiseren van overkapping van een bestaande mestopslag. In dit hoofdstuk worden de van toepassing zijnde milieu- en omgevingsaspecten beoordeeld voor dit project. 4.2.
M.e.r.-beoordeling
In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport (MER) opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r. Een bestemmingsplan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn op de volgende manieren: a. Een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien een passende beoordeling op basis van Wet natuurbescherming noodzakelijk is; b. Een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit de onderdelen C en D overschrijden en waarbij het plan wordt genoemd in kolom 3 (plannen); c. Een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn indien het plan wordt genoemd in kolom 4 (besluiten) en er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit onderdeel C en D overschrijden. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel C is in dit geval sprake van een m.e.r.-plicht. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel D is het plan m.e.r.-beoordelingsplichtig. In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r..
Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als Toelichting
25
eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht is het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de in onderdeel D genoemde drempelwaarden ligt, moet het bevoegd gezag zich er nog steeds van vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling dient te worden vastgesteld of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: 1. belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden. Toetsing Wet natuurbescherming Zoals verwoord in paragraaf 4.11 heeft de geplande ontwikkeling geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling is in het kader van dit project dan ook niet noodzakelijk.
Derhalve is ook geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning voor het afwijken van regels ruimtelijke ordening valt onder mogelijkheid D. Dit betekent dat dit project m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien de in onderdeel D van het Besluit m.e.r. opgenomen drempelwaarden wordt overschreden. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Indien de volgende drempelwaarden worden overschreden is sprake van een 26
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
m.e.r.-beoordelingsplichtig plan: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Dit project voorziet in de realisatie van arbeidsmigranten huisvesting waarbij de drempelwaarde (een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) niet wordt overschreven. Er is derhalve geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder de drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Indien de maximale planologische mogelijkheden van dit plan worden vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er gezien: de kenmerken van het project; de plaats van het project; en de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Er is geen sprake van belangrijk nadelige milieugevolgen, dit is onder andere gebleken uit de paragrafen 4.3 tot en met 4.12 in dit hoofdstuk.
Daarnaast zijn de potentiële effecten van het project, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het project, dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit project geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Conclusie Op basis van deze toelichting, welke gezien kan worden als aanmeldingsnotitie, kan geconcludeerd worden dat een m.e.r.-beoordeling niet vereist is. Volstaan wordt met een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Toelichting
27
4.3.
Geluid
De Wet Geluidhinder (Wgh) geeft aan in welke mate het geluid het woonmilieu mag belasten. De kern is dat de geluidgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. De wet geeft aan welke objecten aangemerkt worden als geluidgevoelige objecten. Het gaat hierbij om woningen, geluidgevoelige terreinen of andere geluidgevoelige gebouwen (welke bij algemene maatregel van bestuur als zodanig zijn aangewezen). Toetsing Omdat in het plangebied op voorhand geen sprake is van industrie-, spoorweg- of luchtvaartlawaai is hierop niet ingegaan. Wegverkeerslawaai kan vanwege aanwezige weginfrastructuur wel een rol spelen. Hierover het volgende. Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom van Oudkarspel aan de Kerkmeerweg waar een snelheidsregime van maximaal 80 km/uur geldt. In het kader van de Wgh kennen alle wegen met één of twee rijstroken buiten de bebouwde kom, op grond van artikel 74, lid 1 van de Wgh, een zone van 250 meter aan weerszijden van de weg, gerekend vanuit de as van de weg. De huisvesting voor seizoenarbeiders is op grond van de Wgh een geluidsgevoelige functie. De afstand tussen de Kerkmeerweg en de huisvesting bedraagt circa 50 m. Van een te hoge geluidsbelasting op de gevel van de huisvesting zal echter geen sprake zijn, omdat: de verkeersintensiteit van de Kerkmeerweg beperkt en alleen toegankelijk is voor bestemmingsverkeer.
De wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB zal daardoor ruimschoots binnen de zone van 250 m vallen; de locatie buiten de zone van 250 meter uit de Schagerweg en de Westelijke Randweg ligt. Akoestisch onderzoek is in het kader van de Wgh niet nodig. Conclusie Het aspect geluid staat het project niet in de weg.
28
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
4.4.
Bedrijven en milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
Toetsing Externe werking In de VNG Brochure Bedrijven en Milieuzonering zijn algemene richtafstanden per milieucategorie, ten opzichte van het omgevingstype rustig buitengebied, en gemengd gebied opgenomen. Voor de milieucategorieën 2 geldt een maximale richtafstand van respectievelijk 30 meter (rustig buitengebied) en 10 meter (gemengd gebied). De omgeving van het projectgebied is aan te merken als een rustig buitengbebied. De dichtstbijzijnde inrichting van derden is een akkerbouwbedrijf (SBI-2008 011, 012, 013) aan de Kerkmeerweg 12. Deze activiteit behoort tot milieucategorie 2 van de VNG brochure. De bijbehorende minimale richtafstand ten opzichte van hindergevoelige objecten is 30 meter. Het bouwvlak van het akkerbouwbedrijf ligt op circa 80 meter van het projectgebied. Het project voldoet hiermee ruimschoots Toelichting
29
aan de richtafstand. Daarom kan worden gesteld dat het genoemde akkerbouw niet in de bedrijfsvoering wordt gehinderd. Ook worden omliggende bedrijven en bewoners niet belemmerd in hun activiteiten of geschaad in hun belangen vanwege voldoende ruimtelijke scheiding. Interne werking De richtafstanden van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ zijn voor het realiseren van logiesverblijf voor arbeidsmigranten in beginsel niet van toepassing op het eigen bedrijf. De woonunits maken onderdeel uit van de milieuinrichting en zijn op basis van de wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit niet aangewezen als gevoelig object voor de eigen inrichting. Er dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening wél getoetst te worden getoetst of er sprake is van een acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat. De woonunits worden bewoond door alleen arbeidsmigranten. De arbeidsmigranten zijn overdag aan het werk op het agrarisch bedrijf. Het verblijf in de woonunits zal daarom gewoonlijk beperkt zijn tot de avond- en de nachturen. In deze periode zijn de bedrijfsactiviteiten op het bijbehorende agrarisch bedrijf en de daarbijhorende geluidsemissies beperkt. Aangenomen kan daarom worden dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Spuitzones De landbouwgronden rondom de woonunits zijn in eigendom van initiatiefnemer.
Omdat initiatiefnemer een biologische bedrijfsvoering heeft, worden er geen gewasbeschermingsmiddelen toegepast. Er is daaom ook geen sprake van het aanhouden van een spuitzone. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
30
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
4.5.
Bodemkwaliteit
Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het projectgebied. Aangetoond dient te worden dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Aangezien de ontwikkeling voorziet in het realiseren van onderkomens voor de tijdelijke medewerkers, wat gevoelige functies zijn, dient aangetoond te worden dat de bodem hiervoor geschikt is. Mocht er een verontreiniging te verwachten zijn dan wel mocht deze feitelijk aanwezig zijn, dan dient voor vaststelling van een plan en/of het nemen van het besluit inzichtelijk gemaakt te worden of de bodemverontreiniging de voorgenomen bestemmings- en/of functiewijziging in het kader van gezondheid en/of financieel gezien in de weg staat. Toetsing Door Grondslag bodemkwaliteitsbureau is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het bodemonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de vigerende versie van de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Het complete rapport (project 33253, d.d. 8 november 2022) is als bijlage 2 aan deze onderbouwing toegevoegd. Historisch onderzoek Op het perceel Kerkmeerweg 15 is een historisch onderzoek verricht (Grondslag, 33253, d.d.
19-06-2020). Vanuit dit onderzoek is bekend dat zich op dit perceel in het verleden een ondergrondse olietank bevond. Naar aanleiding hiervan is een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd (Grondslag, 33253, d.d. 10-07-2020). Met dit onderzoek, verricht bij de bovengrondse dieseltank, zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke verontreiniging met olie. Daarnaast is analytisch geen minerale olie boven de detectiewaarde aangetoond Hypothese en onderzoeksopzet Voorafgaand aan het bodemonderzoek wordt geen verontreiniging verwacht boven de 95-percentielwaarden als opgenomen in de bodemkwaliteitskaart. De locatie wordt aangemerkt als onverdacht (ten aanzien van lokale verontreiniging). Het Toelichting
31
onderzoek volgt de "Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL)" van de NEN 5740. Voor de locatie geldt op basis van het vooronderzoek geen verdenking op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met asbest. Er wordt geen asbestonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd. Tijdens het veldwerk wordt visueel wel gelet op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Onderzoeksresultaten De gestelde hypothese dat geen verontreiniging boven de 95-percentielwaarden als opgenomen in de bodemkwaliteitskaart wordt verwacht is bevestigd. In de grond zijn geen verhogingen aangetoond, in het grondwater een lichte verhoging aan molybdeen. Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest. De hypothese van een asbestonverdachte locatie wordt gehandhaafd. Conclusie De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor de afgifte van een omgevingsvergunning. Het aspect bodem staat de uitvoering van het project niet in de weg. 4.6.
Geur
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een aanvraag om een milieuvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft hiervoor geurbelastings- en afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten, als woningen, in de nabijheid van de veehouderij. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Toetsing Het project bestaat uit het realiseren van huisvesting voor arbeidsmigranten. Vastgesteld moet worden dat de huisvesting niet binnen de geurafstand van een 32
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
veehouderijbedrijf plaatsvindt. In de nabijheid van het projectgebied zijn geen veehouderijen aanwezig. De dichtstbijzijnde veehouderij is gevestigd aan de Rekerkoogweg 2-4 op een afstand van circa 1,15 kilometer. In het buitengebied geldt voor melkrundveehouderijen een geurafstand van 50 meter. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan, waardoor de omliggende veehouderijen niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Ook kan op basis hiervan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de arbeidsmigrantenhuisvesting sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor het aspect geur. Conclusie Voor het aspect geur kan het project uitvoerbaar worden geacht. 4.7.
Externe veiligheid
Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risico's bij industriële activiteiten en het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving. Het betreft risico's die verbonden zijn met onder meer de productie, de opslag, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen, voor zover deze stoffen als gevolg van een voorval vrij kunnen komen. De nadruk van het veiligheidsbeleid ligt op een kwalitatieve benadering en heeft tot doel om het risico van (grote) ongevallen met gevaarlijke stoffen bij bedrijven zo klein mogelijk te maken. Enerzijds door de kans dat dergelijke ongevallen plaatsvinden te verkleinen (preventie), anderzijds door de gevolgen van een eventueel ongeval te verkleinen (repressie). In het beleid voor externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar, dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met gevaarlijk stoffen. Voor kwetsbare objecten geldt een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico bij een kans van 1 op 1 miljoen per jaar. Het gebied waarbinnen deze norm wordt overschreden wordt begrensd door de 10-6contour. Voor beperkt kwetsbare objecten is dit een richtwaarde.
Het groepsrisico (GR) is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers voorkomt. Tevens wordt het groepsrisico beschouwd als maat voor de maatschappelijke ontwrichting welke kan ontstaan ten gevolge van een Toelichting
33
incident. Het gebied waarbinnen het groepsrisico dient te worden beschouwd is het invloedsgebied. Het groepsrisico is niet ruimtelijk (met contouren) weer te geven. Ruimtelijke besluiten worden met betrekking tot inrichtingen, transportroutes voor gevaarlijke stoffen en buisleidingen getoetst aan de besluiten externe veiligheid; Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Toetsing In afbeelding 11 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven. Het projectgebied ligt bij de blauwe druppel.
Afbeelding 11: uitsnede risicokaart Het plan voorziet niet in de komst van een nieuwe risicorelevante activiteit binnen het projectgebied. Binnen de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich geen risicorelevante activiteiten en evenmin is sprake van ondergrondse buisleidingen, waardoor deze aspecten niet aan de orde zijn. 34
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
De dichtstbijzijnde as waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd is de N245. Deze weg ligt op meer dan 250 m van het projectgebied. Omdat het projectgebied buiten 200 meter van de weg is gelegen, heeft deze geen invloed meer op de hoogte van het groepsrisico. Daarom kan worden volstaan met een zogenaamde beperkte verantwoording van het groepsrisico. Omdat het projectgebied is gelegen binnen het invloedsgebied van risicovolle activiteiten, is de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen met betrekking tot hulpverlening en zelfredzaamheid in geval van een calamiteit. Gezien de relatieve grote aftstand van de woonunits tot aan de N245 en de zelfredzaamheid van de bewoners, kan worden aangenomen dat de beperkte verantwoording van het groepsrisico geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het project. Windmolens Ten westen van de projectlocatie zijn windmolens aanwezig. De dichtstbijzijnde windmolen ligt op een afstand van circa 330 meter van de woonunits. Voor windturbines geldt dat deze op veiligheid goedgekeurd en gecertificeerd moeten zijn. In april 2016 heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvON) de publicatie 'Veiligheid en windturbines' beschikbaar gesteld waarin vuistregels staan opgenomen voor minimale afstanden. Deze afstanden komen uit het Handboek Risicozonering Windturbines (2014, RvON).
Er geldt een afstandscriterium voor de afstand tussen windturbines en kwetsbare objecten, beperkte kwetsbare objecten, rijkswegen, hoogspanningslijnen, ondergrondse en bovengrondse buisleidingen en industrie. De minimale afstand op basis van de RvON-publicatie, uitgaande van een risico van 10-5 per jaar, is 1/2 rotordiameter (= ca. 10 meter). Voor kwetsbare objecten is de minimale afstand, uitgaande van een risico van 10-6 per jaar, de masthoogte + 1/2 rotordiameter (= ca. 65 meter). Het projectgebied ligt buiten het afstandcriterium op basis van de RvON-publicatie. De aanwzige windmolens vormen geen belemmering voor het project. Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' levert geen belemmeringen op voor de uitvoering van het project Toelichting
35
4.8.
Verkeer en parkeren
Verkeer Ontsluiting Vanuit verkeersveiligheid is ervoor gekozen om de ontsluiting van de woonunits op de openbare weg plaats te laten vinden door een eigen in- / uitrit. De bestaande in-/uitrit van het bedrijf wordt intensief gebruikt door onder andere zwaar vrachtverkeer. Het is onwenselijk en gevaarlijk om deze verkeersstromen te mengen met het verkeer van en naar de woonunits. Voor de ontsluiting van de eigen in-/uitrit op de openbare weg wordt gebruik gemaakt van een bestaande dam. Deze dam wordt in de huidige situatie gebruikt voor de ontsluiting van eigen landbouwgrond. In de toekomstige sitiatie gaat deze dam dus ook dienst doen voor de ontsluiting van de woonunits op de Kerkmeerweg. Verkeersgeneratie Voorliggend project maakt de bouw van 10 woonunits voor de huisvesting van seizoenarbeiders mogelijk. Gezien de aard en schaal van het projectvoornemen is er geen aanleiding aan te nemen dat de oprichting van bebouwing een significante toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het projectgebied tot gevolg zou hebben. Mede ook omdat met de realisatie van de eigen huisvesting voor de arbeidsmigranten minder woon-werk-verkeersbewegingen plaatsvinden. De ontsluitingswegen zijn berust op de verkeersgeneratie voortkomend uit het projectvoornemen.
Parkeren De voorgenomen ontwikkeling brengt een extra vraag naar parkeervoorzieningen met zich mee vanwege de huisvesting van seizoenarbeiders. Het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. Ten behoeve van het parkeren wordt een parkeerstrook met 25 parkeerplaatsen voor dwarsparkeren gerealiseerd en een fietsenstalling. In de onderstaande tabel is de berekening van de parkeerplaatsen aan de hand van de CROW normen weergegeven.
36
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
Als uitgangspunt is genomen dat de gemeente als 'niet stedelijk' wordt aangemerkt en de planlocatie in het 'buitengebied' is gesitueerd. Dit gemiddelde cijfer geldt ook voor gebieden met een hogere verstedelijkingsgraad. Een totaal van 10 te realiseren units leidt tot 21 aan te leggen parkeerplaatsen, waarbij in het planvoornemen rekening is gehouden met 25 stuks. Daarmee bestaat een overmaat. De parkeerbalans voldoet sowieso omdat voor arbeidsmigrantenhuisvesting meestal gerekend wordt met -lagere- kencijfers, namelijk 'kamerverhuur, niet zelfstandig' (bewoners hebben een eigen (slaap)kamer, maar delen de overige voorzieningen). Met de realisatie van de 25 parkeerplaatsen wordt aan de parkeernorm voldaan. Geconcludeerd kan daarom worden dat in de eigen parkeerbehoefte wordt voorzien. Conclusie Het projectvoornemen kan wat betreft de aspecten verkeer en parkeren uitvoerbaar worden geacht.
Toelichting
37
4.9.
Luchtkwaliteit
De milieukwaliteitseisen omtrent luchtkwaliteit zijn verankerd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarde die voor een aantal verontreinigende stoffen in de wet is gesteld. Als aannemelijk is dat aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormt luchtkwaliteit geen belemmering om een projectplan vast te stellen. Deze voorwaarden zijn: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtverontreiniging; het project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit of binnen een regionaal programma van maatregelen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) aan de luchtverontreiniging, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram per m3 (µg/m3 ) voor fijn stof en stikstofoxiden (NO2). Toetsing Gezien de aard en schaal van het projectvoornemen en het wegvallen van het woon-werk-verkeer zal de toename van het aantal extra verkeersbewegingen (zeer) beperkt zijn.
Per saldo wordt (worst case) uitgegaan van een toename van gemiddeld 20 verkeersbewegingen met licht verkeer per dag. Uit de berekening met de NIBM-tool (zie onderstaand) blijkt dat deze geringe toename van het aantal verkeersbewegingen in niet-betekende-mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.
38
Kerkmeerweg 15, Oudkarspel - realisatie huisvesting tijdelijke medewerkers
Conclusie De luchtkwaliteit zal als gevolg van de realisatie van de huisvesting niet-in-betekende-mate verslechteren. Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoering van het plan niet in de weg. 4.10.
Water
In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Watertoets Het projectvoornemen is aangemeld via de digitale watertoets. Op basis van de opgegeven gegevens heeft het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier bepaald dat bepaalde aspecten van het project een zodanige invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap dat de korte procedure moet worden gevolgd. Het project heeft een beperkte invloed op het watersysteem en/of afvalwaterketen welke ondervangen kan worden met standaard maatregelen. Deze maatregelen zijn opgenomen in deeladviezen van het hoogheemraadschap die in deze ruimtelijke Toelichting
39
onderbouwing zijn verwerkt. Toename oppervlakteverharding Binnen het werkgebied van het hoogheemraadschap is de afgelopen decennia door verstedelijking het areaal aan open water afgenomen. Om onder andere dit verschijnsel tegen te gaan is in 2003 de watertoets geïntroduceerd die ervoor moet zorgen dat de waterbelangen beter in ruimtelijke plannen worden meegenomen en dat ontwikkelingen 'waterneutraal' worden gerealiseerd. Een van de onderdelen van de watertoets is het beoordelen van de verhardingstoename. De toename aan verharding door de bouw van de woonunits en de erfverharding bedraagt circa 1.500 m2. Door deze toename aan verharding zal neerslag versneld worden afgevoerd naar het oppervlaktewater, al dan niet via het rioolstelsel. Dit leidt tijdens extreme situaties tot pieken in de waterstand met wateroverlast als gevolg. Om ervoor te zorgen dat de waterhuishoudkundige situatie niet verslechtert ten gevolge van de verhardingstoename zullen er in het desbetreffende peilgebied compenserende maatregelen getroffen moeten worden in de vorm van extra wateroppervlak. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hanteert bij ontwikkelingen waarbij sprake is van een verhardingstoename tot 2.000 m2 de vuistregel dat 10% van de toename aan verhard oppervlak dient te worden gecompenseerd door middel van het inrichten van nieuwe waterberging.