CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Inrichtingsplan Alton 12 december 2023

Gemeenteraad 22 oktober 2024, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Verzoek raadsadvies zonneweide glastuinbouwgebied Alton10.089 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 3) • • •

3-5 keer per jaar maaien en afvoeren met tussenpozen van minimaal 6 weken. Maaisel drie dagen laten liggen zodat zaden uit kunnen vallen, daarna maaisel afvoeren. Ongewenste soorten 3-5 per jaar monitoren en jaarrond biologisch bestrijden door koppen eruit te maaien en/of uit te steken. Frequentie verhogen wanneer dit noodzakelijk is.

Instandhoudingsbeheer (vanaf jaar 3) • • • • • •

Bij een goed ontwikkelde kruidenrijke vegetatie 2 keer maaien en afvoeren per jaar. 1e keer maaien in mei in verband met voedselrijkheid van de bodem. Als de vegetatie vergrast en/of open plekken toont dient opnieuw te worden ingezaaid. Er kan selectief extra worden gemaaid + koppen uitsteken waar ongewenste soorten domineren. Maai niet alles in één keer, strook van minimaal 20% laten staan. Zo bloeit altijd een deel van de vegetatie waardoor langer nectar, stuifmeel voorradig is voor insecten en dekking voor kleine fauna. Voor de overige maatregelen zie Ontwikkelingsbeheer.

Afbeelding 56. Planning onderhoud en ecologisch nut voor doelsoorten. Afbeelding 57. Planning onderhoud en ecologisch nut voor doelsoorten.

42 | Eelerwoude | Zonnepark Zonnig Alton

Inrichtingplan | Eelerwoude | 43

5.5 Elzensingel

5.6 Ecologische meerwaarde en biodiversiteit

Streefbeeld

Keuze plantmateriaal

Een elzensingel is een met zwarte elzen (Alnus glutinosa) beplantte strook grond langs een sloot en perceelsgrens. Welke vooral een functie heeft als veekering en eigendomsgrens. Elzensingels lijken veel op houtwallen, alleen is bij elzensingels geen sprake van een opgeworpen wal en zijn singels vaak smaller dan houtwallen. In de breedte bestaat een singel uit één of meer rijen bomen en op maaiveld bedraagt deze 3 meter in doorsnede. In de begroeiing kunnen plaatselijk – via spontane ontwikkeling - andere soorten verschijnen. Dit zijn vaak verschillende bosrandsoorten. Afhankelijk van de situatie zijn dit bijvoorbeeld kamperfoelie, hop, haagwinde, bramen en bosrandkruiden. Hierdoor wordt de biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit bevorderd. Plant de elzensingel in een enkele rij. Kies een bewortelde stek van 200-150 cm. Plant de elzen op een onderlinge afstand van 1 meter in een onbewerkte bodem, een boompaal is niet nodig. De plantgaten dienen zo ruim te zijn dat het wortelgestel er goed in past, maak hiervoor een plantgat van ongeveer 40x40 cm. Er valt te kiezen voor een vrij uitgroeiende elzensingel, waarbij de elzen uitgroeien tot volwassen bomen. De singel wordt periodiek afgezet zodat zich een dichte singel kan ontwikkelen. De bomen en struiken groeien uit zich zelf weer uit.

Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 2) • •

Bij extreme droogte de eerste paar jaar watergeven. Bij uitval van meer dan 10% inboeten.

Instandhoudingsbeheer (vanaf jaar 2) • • • • • •

Eens in de 4 tot 6 jaar afzetten op kniehoogte. De werkzaamheden dienen in de periode van begin november tot eind februari plaats te vinden. Om de variatie in leeftijd te waarborgen dient ieder jaar, afhankelijk van het onderhoudsinterval, een gedeelte van de singel te worden afgezet. Het vrijkomende takken en stamhout dient grotendeels uit de singel te worden verwijderd. En deel van het vrijkomende stamhout kan op diverse plaatsen worden opgestapeld en een deel van het tak en tophout kan worden verwerkt tot een takkenril. Op die manier ontstaan schuilplaatsen voor diverse kleine zoogdieren en vogels. Onderhoudspad jaarlijks maaien en het maaisel afvoeren.

Bij de keuze voor het plantsortiment moet rekening worden gehouden met de bodem en waterhuishouding en de locatie zoals beschreven in dit plan. Op basis hiervan kan de potentieel natuurlijke vegetatie worden bepaald. Dit is de combinatie van plantsoorten die zich van nature op de plek zal ontwikkelen als er niet wordt beheerd. Van oorsprong zijn dit alleen inheemse planten. Hieronder verstaan we soorten die binnen hun natuurlijke verspreidingsgebied voorkomen. Veel soorten hebben een groot verspreidingsgebied en een daarbij passend een grote genetische diversiteit waardoor de benaming inheems onvoldoende onderscheidend is. Daarom heeft het de voorkeur te kiezen voor autochtoon plantmateriaal. Hieronder verstaan we soorten die sinds de laatste ijstijd in Nederland op eigen kracht groeien, zonder directe invloed van de mens.

Autochtoon plantmateriaal

Dit plantmateriaal heeft een aantal voordelen ten opzichte van uitheemse soorten. • Ze zijn minder vatbaar voor ziekten en aantastingen. • Minder kans op verstoren van het ecosysteem (minder invasief). • Beter afgestemd op de Nederlandse fauna. Onder andere doordat insecten zijn ingesteld op de groeien bloeitijd die past bij het Nederlandse klimaat. • Bij eventuele klimaatveranderingen is het van belang om de diversiteit van bomen en struiken die aangepast zijn aan de huidige omstandigheden zo groot mogelijk te houden en het autochtone plantmateriaal dat er nog is veilig te stellen en te versterken. • Als het klimaat verder opwarmt, gaan soorten namelijk (nog) eerder bloeien en missen ze de aansluiting met insecten voor bestuiving of als voedselbron. Als het klimaat daarentegen afkoelt, kunnen soorten van zuidelijke herkomst bevriezen. • Planten uit een landklimaat kennen bijvoorbeeld nauwelijks nachtvorst. Bomen en struiken van Nederlandse herkomst zijn beter toegerust voor deze schommelingen in bloeitijd en temperatuur en blijven hun natuurlijke ritme volgen. * • Bij veel soorten heeft autochtoon materiaal een langere levensverwachting. Ook belast dit materiaal het milieu minder bij het opkweken, omdat bij sommige autochtone varianten minder gewasbeschermingsmiddelen nodig zijn. * (Bron*: www.staatsbosbeheer.nl)

5.8 Plangebied en verre toekomst

Het plangebied is in de huidige situatie als agrarisch gebied bestemd en in gebruik. Met de realisatie van het zonnepark door middel van dit plan worden de gronden aan de perceelsranden beplant. Het landschap wordt kleinschaliger maar ook herkenbaarder en beleefbaarder op een gebiedseigen manier.

Afbeelding 58. Planning onderhoud en ecologisch nut voor doelsoorten.

Deze beplanting geeft een permanente landschappelijke en ecologische impuls aan het buitengebied. De nieuwe oever, knotwilgen en singels blijven behouden na afloop van de vergunning voor het zonnepark en/ of de ontmanteling van het zonnepark nadat de technische en/of economische levensduur is bereikt. Het levert een herkenbaarder, beleefbaarder en waardevoller landschap op met meer diepte dan in de huidige situatie. Hiermee wordt een forse investering gedaan in ruimtelijke kwaliteit en de bevordering van de biodiversiteit voor de lange termijn. Het plangebied is in totaal ongeveer 6,5 ha groot. Ongeveer 5,3 ha bevindt zich binnen de hekwerken. Hiervan wordt circa 3,45 ha (bovenaanzicht glas) gebruikt voor de zonnepanelen wat ongeveer 53% is van het totale plangebied. De landschappelijke inpassing buiten de hekken bedraagt ongeveer 18%. Na afloop worden alle beheerpaden, panelen, hekwerken en bouwwerken weggehaald en kan dit gebied (binnen de landschapselementen) weer in gebruik worden genomen als landbouwgrond of een permanente inrichting als natuur krijgen.

44 | Eelerwoude | Zonnepark Zonnig Alton

Inrichtingplan | Eelerwoude | 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=2d7a32d1-13ac-48dc-8117-0c26e8ddee69