Bijlage 2 - ii - bijlage 1 bij de toelichting - M.e.r. aanmeldnotitie
Tekst van het document
29-11-2023
Aanmeldnotitie
Auteur: Sanne Groot
Vormvrije M.e.r Beoordeling woningbouw Gildestraat
Onderwerp: vormvrije m.e.r.-beoordeling Projectnummer: 51014426 Referentienummer: Aanmeldnotitie Gildestraat Datum: 29 november 2023
1
Inleiding
Woonstichting Langedijk is voornemens om 107 appartementen met ontmoetingsruimte te realiseren op een perceel aan de Gildestraat te Heerhugowaard. De voorgenomen herontwikkeling sluit aan op het Masterplan Stationsgebied Dijk & Waard, echter past de herontwikkeling niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Er wordt daarom een nieuw bestemmingsplan opgesteld waarmee de ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming, moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieuef f ectrapportage nodig is. Uit het Besluit milieuef f ectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de vormvrije m.e.r.-beoordeling van de voorgenomen activiteit opgenomen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het voornemen (hoof dstuk 2), de m.e.r. -procedure (hoof dstuk 3) en de potentiële ef f ecten van de voorgenomen activiteit (hoof dstuk 4).
2
Voornemen
De woonstichting is voornemens om een woongebouw te realiseren. Het plan bestaat uit de ontwikkeling van maximaal 107 woningen en een ontmoetingsruimte. De uitgangspunten voor het programma zijn als volgt:
Er is nog geen ontwerp voor gemaakt. Wel is er een verkavelingsstudie uitgevoerd. Een globale schets van een plan is te zien in de f iguur hieronder.
Sweco
De Holle Bilt 22
Sweco Nederland B.V.
T +31 (0) 88 811 6600
NL 3732 HM De Bilt
Handelsregister 30129769
www.sweco.nl
Netherlands
Statutair gevestigd te De Bilt
Document referentie 51014426_M.e.r. Aanmeldnotitie Gildestraat_20231129
1/13
29-11-2023
Figuur 1: Projectie nieuwe gebouw
De nieuwbouw zal bij voorkeur bestaan uit 1 blok met verschillende bouwhoogtes. Het parkeren zal op eigen terrein worden voorzien. De ontsluiting van het plan ligt direct aan de Gildestraat. In de navolgende af beelding is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 2: Ligging van het plangebied, globaal rood omlijnd.
Document referentie P:\5305\51013962-990_Bes temmingsplan_Gildes traat \300 Werkdocumenten\Onderzoek en\m.e.r aanmeldnotitie\51014426_M.e.r. Aanmeldnotitie Gildestraat_20231129.docx
2/13
3
Toets aan het Besluit m.e.r.
3.1
Welke m.e.r.-procedure is van toepassing
29-11-2023
Het instrument milieuef f ectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het Besluit milieuef f ectrapportage (Besluit m.e.r.) geef t aan of voor een project een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-plicht. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het f eit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor deze activiteiten geldt dat zij, af hankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben. De beoogde ontwikkeling in het stationsgebied van Heerhugowaard wordt aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, wat als activiteit D 11.2 is opgenomen in het Besluit m.e.r. (zie tabel 1). Omdat het plan niet meer dan 2.000 woningen omvat, het niet gaat om een oppervlakte van 100 hectare of meer, of om een bedrijf svloeroppervlakte van 200.000 m² of meer, volstaat een vormvrije m.e.r. beoordeling om te bepalen of (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen op kunnen treden.
Tabel 1. Activiteit D11.2 uit het Besluit m.e.r.
D11.2
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:
De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer,
2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of
3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Het Besluit m.e.r. geef t onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Voor beide activiteiten geldt dat de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet worden overschreden, aangezien het plan minder dan 2.000 woningen omvat en de bedrijf sruimte in het plan minder dan 200.000 m2 omvat. Op basis hiervan geldt er geen m.e.r.-plicht. Indien een activiteit een omvang heef t die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de ‘Europese richtlijn milieuef f ectbeoordeling’ te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r. -plichtig.
Document referentie P:\5305\51013962-990_Bes temmingsplan_Gildes traat \300 Werkdocumenten\Onderzoek en\m.e.r aanmeldnotitie\51014426_M.e.r. Aanmeldnotitie Gildestraat_20231129.docx
3/13
3.2
Te volgen procedure
29-11-2023
Deze aanmeldingsnotitie geef t het bevoegd gezag (college van B&W van de gemeente Heerhugowaard) de inf ormatie die nodig is om te beoordelen of een m.e.r. nodig is voor de in paragraaf 3.1 genoemde activiteit. Op basis van deze aanmeldingsnotitie dient het bevoegd gezag een beslissing nemen of voor deze activiteit, omwille van belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een m.e.r. -procedure moet worden doorlopen. Het bevoegd gezag neemt uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst van de aanmeldingsnotitie een m.e.r.-beoordelingsbeslissing 1. Dit besluit moet in ieder geval zijn genomen vooraf gaand aan de terinzagelegging van de ontwerp -omgevingsvergunning. Het besluit wordt niet gepubliceerd in de Staatscourant 2. Op dit besluit is geen bezwaar/beroep mogelijk. Eventuele bezwaren kunnen worden ingediend in de procedure van het bestemmingsplan.
3.3
Doel van de aanmeldingsnotitie
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld. In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de inf ormatie verzameld en gepresenteerd die voor deze af weging noodzakelijk is. Op basis van de inf ormatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreide m.e.r-procedure nodig is. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn:
• belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden → er dient een •
m.e.r.-procedure te worden doorlopen; belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op → er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen.
Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij …. (zie hiervoor verder kader 3.1). Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r. nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze ‘belangrijke nadelige gevolgen’ moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Het project dient te worden getoetst aan: 1.
Kenmerken van de activiteit a: Omvang van het project b: Cumulatie met andere projecten c: Gebruik natuurlijke hulpbronnen d: Productie af valstof f en e: Verontreiniging en hinder f : Risico op ongevallen
2.
Plaats van de activiteit
1
Indien het bevoegd gezag tevens initiatiefnemer is, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium de m.e.r.beoordelingsbeslissing. 2 Dit is bepaald in het Besluit m.e.r. in artikel 2.5 onder b. Document referentie P:\5305\51013962-990_Bes temmingsplan_Gildes traat \300 Werkdocumenten\Onderzoek en\m.e.r aanmeldnotitie\51014426_M.e.r. Aanmeldnotitie Gildestraat_20231129.docx
4/13
a: Bestaand grondgebruik
29-11-2023
b: Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied c: Opnamevermogen milieu met aandacht voor specif ieke gevoelige gebieden 3.
Kenmerken van het potentiële ef f ect a: Bereik van het ef f ect b: Grensoverschrijdend karakter c: Orde van grootte en complexiteit ef f ect d: Waarschijnlijkheid ef f ect e: Duur, f requentie en omkeerbaarheid ef f ect
In hoof dstuk 4 wordt de toetsing behandeld. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit en de potentiële ef f ecten die daaruit naar voren komen. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van deze ef f ecten. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen ontstaan en of er verzachtende mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieuef f ect te verminderen of teniet te doen.
Document referentie P:\5305\51013962-990_Bes temmingsplan_Gildes traat \300 Werkdocumenten\Onderzoek en\m.e.r aanmeldnotitie\51014426_M.e.r. Aanmeldnotitie Gildestraat_20231129.docx
5/13
KADER 3.1: UITLEG AANMELDINGSNOTITIE
29-11-2023
Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de vormvrije m.e.r. -beoordeling het ‘nee, tenzij’ principe. Dit heef t gevolgen voor inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken.
Waarom Nee, tenzij? Dat het ‘nee, tenzij’ principe geldt, vloeit voort uit het f eit dat het een activiteit betref t uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., waarvoor tevens geldt dat de activiteit onder de drempelwaarde ligt zoals in deze D-lijst genoemd. In het Besluit m.e.r. zijn alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben op het milieu verdeeld over twee lijsten: de C en de D lijst. Activiteiten uit de C-lijst worden gekenmerkt door het f eit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor deze activiteiten geldt dan ook een directe m.e.r.-plicht. Voor activiteiten uit de D-lijst geldt dat deze af hankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Wanneer de activiteit op de D-lijst staat én onder de drempelwaarde blijf t zoals in die lijst opgenomen, is de verwachting dat deze activiteit waarschijnlijk geen belangrijk nadelige milieugevolgen oplevert. Op voorhand geldt voor deze activiteiten daarom ook geen m.e.r. -plicht. Dit moet echter wel worden getoetst middels de vormvrije m.e.r. -beoordeling. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland.
Inhoud aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r. beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op ‘expert judgement’, zonder (model)berekening of (veld)onderzoek. Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nad elige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heef t (vanwege grote af stand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige ef f ecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heef t een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken
Document referentie P:\5305\51013962-990_Bes temmingsplan_Gildes traat \300 Werkdocumenten\Onderzoek en\m.e.r aanmeldnotitie\51014426_M.e.r. Aanmeldnotitie Gildestraat_20231129.docx
6/13
4
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
4.1
Kenmerken van het project
29-11-2023
In deze paragraaf wordt ingegaan op de kenmerken van de activiteit. In de navolgende tabel is een overzicht van de kenmerken van de activiteit opgenomen. Hierbij zijn de criteria gehanteerd uit Bijlage III van de Europese Richtlijn. In de daaropvolgende paragraf en worden de relevante kenmerken van het project nader toegelicht.
Criteria
Beschrijving
Omvang van het project (relatie met drempel D-lijst)
Activiteit D11.2 uit het Besluit m.e.r. De gestelde drempelwaarden zijn: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Conclusie: het totaal oppervlak van de ontwikkeling blijft onder de 100 hectare, tevens gaat het niet om 2.000 woningen of meer, en tot slot bedraagt de maximaal toe te voegen bedrijfsvloeroppervlakte ver onder de 200.000 m 2. Het project blijft onder de drempelwaarden van D.11.2. Daarom is voor dit project geen ‘formele’ m.e.r.-beoordeling, maar een ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling nodig.
Cumulatie met andere projecten
Het stationsgebied wordt de komende jaren getransformeerd. De gemeente zet in op een hoogwaardige stationsomgeving met een divers aanbod van woningen en een mix van voorzieningen. In het stationsgebied van Dijk en Waard zijn verschillende ontwikkelingen gaande welke inmiddels al zijn vastgelegd in enkele postzegelbestemmingsplannen of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend (waaronder de nieuwbouw aan De Groene Trede en Pro6/Babbels). Daarnaast wordt ten westen van het plangebied ook gebiedsontwikkeling de Scheg gerealiseerd. Daarvoor ligt op het moment van schrijven het bestemmingsplan ter inzage. Deze plannen liggen niet binnen de contouren van het voorliggende project en staan verder los van elkaar. In voorliggende aanmeldingsnotitie worden daar waar relevant deze ontwikkelingen meegenomen in het kader van mogelijke cumulatieve effecten.
Gebruik natuurlijke hulpbronnen
Bij de aanleg van de voorgenomen activiteit zullen grondstoffen als hout, steen en andere bouwstoffen gebruikt worden. De voorgenomen activiteit betreft echter geen productieproces waarbij vervaardiging van producten centraal staat. Afgezien van de aanlegfase worden er weinig tot geen grondstoffen gebruikt. Er zijn geen andere natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit.
Productie afvalstoffen
Bij de aanleg van de voorgenomen activiteit zal bouwafval tot de restproducten behoren. Er is geen sprake van
Document referentie P:\5305\51013962-990_Bes temmingsplan_Gildes traat \300 Werkdocumenten\Onderzoek en\m.e.r aanmeldnotitie\51014426_M.e.r. Aanmeldnotitie Gildestraat_20231129.docx
7/13
productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen. Verontreiniging en hinder
29-11-2023
Verontreiniging: Tijdens de aanlegfase kan door bouwverkeer mogelijk een tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. Verkeersaantrekkende werking, als gevolg van de stijging van het aantal bewoners, kan in de gebruiksfase leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. De woningen worden niet aangesloten op het gasnet, maar worden op een duurzame manier verwarmd. Hierdoor ontstaan bij de verwarming van deze woningen geen emissies van stikstof. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3. Hinder: Tijdens de aanleg kan als gevolg van sloop- en bouwwerkzaamheden, het bouwverkeer en de aanlegwerkzaamheden verkeershinder en geluidhinder optreden. Op mogelijke effecten als gevolg van hinder wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3.
Risico op ongevallen
Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht omdat er geen sprake is van een risicovolle inrichting.
Risico’s voor de menselijke gezondheid
De verandering in luchtkwaliteit en de geluidshinder in de aanlegfase is tijdelijk en vormt geen risico voor de menselijke gezondheid. In de gebruiksfase kan de toename in verkeer leiden tot risico’s voor de menselijke gezondheid, als de achtergrondwaarden voor luchtkwaliteit en geluid reeds hoog zijn. Hierop wordt nader ingegaan onder 4.2 en 4.3.
4.2
Plaats van het project
Tabel 2 - Plaats van het project
Criteria
Beschrijving
Het bestaande grondgebruik
De te ontwikkelen locatie is momenteel begroeid met gras en ook als zodanig onderhouden.
De relatieve rijkdom aan, de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen in het gebied
Onder natuurlijke hulpbronnen van het gebied wordt verstaan alle van nature aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn (zoals zoet water, delfstoffen, bos als houtleverancier).
Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met
Natuur
Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een grondwaterbeschermingsgebied en is geen bos. In het plangebied komen geen verdere bijzondere natuurlijke hulpbronnen voor.
Natura 2000 Er zijn geen Natura 2000-gebieden aanwezig in of in de nabijheid van het plangebied. Derhalve zijn er geen directe effecten te verwachten op deze gebieden. Middels een AERIUS-berekening is onderzocht of er een effect kan
Document referentie P:\5305\51013962-990_Bes temmingsplan_Gildes traat \300 Werkdocumenten\Onderzoek en\m.e.r aanmeldnotitie\51014426_M.e.r. Aanmeldnotitie Gildestraat_20231129.docx
8/13
hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.
ontstaan op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie.
29-11-2023
Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3. Soortenbescherming Er is een ecologische quickscan en een nader onderzoek naar marterachtigen en rugstreeppadden uitgevoerd. Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën en grondgebonden zoogdieren alleen 'vrijgestelde' soorten verblijvend aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte 'vrijgestelde' soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Uit het nader onderzoek naar marterachtigen is gebleken dat het plangebied niet wordt gebruikt door marters. Ook daarvoor is dus geen Wnb ontheffing nodig . Uit het nader onderzoek naar de rugstreeppad is gebleken dat het plangebied niet wordt gebruikt door rugstreeppadden. Ook daarvoor is dus geen Wnb ontheffing nodig. In 4.3 wordt nader ingegaan op de kenmerken van de effecten en de maatregelen die kunnen worden toegepast om effecten te voorkomen.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NNN. Ook bevinden zich geen NNN gebieden in de directe nabijheid van het plangebied. Derhalve zijn er geen effecten te verwachten op het NNN.
Gebieden met natuurwaarden buiten het NNN Het plangebied ligt niet in een ganzenfoerageergeb ied en/of weidevogelleefgebied. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen effect op beschermde gebieden met natuurwaarden buiten het NNN.
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Voorliggend projectgebied bezit geen landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden.
Archeologie Ter plaatse geldt een lage archeologische verwachtingswaarde. De omvang van het project is naar verhouding dusdanig klein dat verstoring van archeologische waarden niet wordt verwacht. Bodemkwaliteit Uit verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd blijkt dat de bodem niet tot licht verontreinigd is.
Document referentie P:\5305\51013962-990_Bes temmingsplan_Gildes traat \300 Werkdocumenten\Onderzoek en\m.e.r aanmeldnotitie\51014426_M.e.r. Aanmeldnotitie Gildestraat_20231129.docx
9/13
29-11-2023
De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde woonfunctie. Het grondwater is geconstateerd op 1 m -mv. In het grondwater is een lichte verhoging van molybdeen aangetroffen. Bij uitvoering van grondwerkzaamheden is op basis van het uitgevoerde (water)bodemonderzoek geen veiligheidsklasse van toepassing. Negatieve effecten op de bodem(kwaliteit) kunnen als gevolg van het voornemen worden uitgesloten.
Water De regionale kering van Kanaal Alkmaar Omval-Kolhorn ligt op ruim 150 m afstand van het projectgebied. Hierdoor heeft de ontwikkeling geen nadelige invloed op de waterveiligheid. De beoogde ontwikkeling, zal, zoals gebruikelijk in het plangebied, voor de afvoer van afvalwater, niet zijnde 'schoon' hemelwater, worden aangesloten op het riool. Er vinden geen lozingen van afvalwater, niet zijnde 'schoon' hemelwater, plaats op oppervlaktewater of in het grondwater. ‘Schoon’ hemelwater wordt (vertraagd) afgevoerd naar het oppervlaktewater. Er vindt als gevolg van de ontwikkeling een verhardingstoename plaats waarvoor er water gecompenseerd moet worden. Binnen het plan wordt er geen water gerealiseerd. Het tekort aan waterberging wordt daarom gecompenseerd met de Waterbank Broekhorn, waar in 2021 een overschot van circa 85.000 m 2 aanwezig was. Dit is afgestemd met het Hoogheemraadschap. Negatieve effecten op de waterbelangen zijn niet te verwachten.
Luchtkwaliteit Uit een berekening met de NIBM-tool volgt dat het project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De bestaande luchtkwaliteit is aanvaardbaar voor de realisatie van woningbouw. Op de effecten op luchtkwaliteit wordt nader ingegaan onder 4.3.
Verkeer Er zijn geen negatieve effecten op de doorstroming voor verkeer buiten het plangebied te verwachten. Door de locatie in het stationsgebied zal er naar verwachting minder autogebruik zijn. In de toekomst wordt de verkeersinfrastructuur in het stationsgebied aangepast, omdat het gehele gebied een transformatie zal doormaken. Op dit punt kan er sprake zijn van cumulatie met de andere projecten. Door de transformatie van het gehele gebied verdwijnen functies die ook een verkeersaantrekkende werking hebben.
Document referentie P:\5305\51013962-990_Bes temmingsplan_Gildes traat \300 Werkdocumenten\Onderzoek en\m.e.r aanmeldnotitie\51014426_M.e.r. Aanmeldnotitie Gildestraat_20231129.docx
10/13
Op het aspect verkeer wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3.
29-11-2023
Geluid De nieuwe functies zijn geen functies die geluidhinder veroorzaken. De geluidbelasting ten gevolge van de volgens de Wet geluidhinder gezoneerde wegen overschrijdt de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB op de gevels van de geplande woningen (ten hoogste 57 dB). De overschrijding wordt veroorzaakt door verkeer op de N242. Ten gevolge van de Gildestraat (30 km/uur) bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 51 dB. De geluidbelasting ten gevolge van railverkeer bedraagt ten hoogste 65 dB. De ten hoogste toelaatbare waarde van 55 dB uit de Wet geluidhinder wordt hiermee overschreden. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3.
Externe veiligheid Vanwege de nabijheid van de N242 waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd is een risicoanalyse uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de toename van het groepsrisico t.o.v. de bestaande situatie minimaal is. Er is een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld. Het project voorziet zelf niet in een risicovolle inrichting. Negatieve effecten op het gebied van externe veiligheid zijn niet te verwachten.
4.3
Kenmerken van het potentiële effect
Criteria
Beschrijving
Het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)
Effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen op enkele kilometers van het plangebied effect hebben op Natura 2000-gebieden. Overige potentiële effecten als gevolg van hinder en verontreiniging zullen lokaal optreden, in of direct aangrenzend aan het plangebied. Hinder voor omwonenden beperkt zich tot de woningen rondom het plangebied en mogelijk in beperkte mate tot woningen langs aan/afvoerroutes.
De aard van het effect
De effecten zijn beperkt en lokaal van aard. De effecten komen met name voort uit de wijziging in de verkeerssituatie als gevolg van het gewijzigde gebruik en de effecten van de geluidbelasting op de gevels.
Grensoverschrijdende karakter van het effect
Uit de beschrijving van het bereik van de potentiële effecten blijkt dat de beperkte effecten die optreden lokaal van aard zijn. Er is geen sprake van grensoverschrijdende effecten.
Intensiteit en complexiteit effect
Natuur (gebiedsbescherming) De realisatie van het project leidt in de aanlegfase en de gebruiksfase niet tot een netto toename van
Document referentie P:\5305\51013962-990_Bes temmingsplan_Gildes traat \300 Werkdocumenten\Onderzoek en\m.e.r aanmeldnotitie\51014426_M.e.r. Aanmeldnotitie Gildestraat_20231129.docx
11/13
stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jaar in de Natura 2000gebieden. Beschermde soorten worden niet verwacht, waardoor er geen sprake zal zijn van strijd met de Wet natuurbescherming.
29-11-2023
Natuur (soortenbescherming) Uit het verkennend natuuronderzoek blijkt dat in bebouwing rond het projectgebied mogelijk vleermuizen voorkomen. Hiermee kan rekening worden gehouden door te voorkomen dat ’s nachts felle verlichting aan blijft staan. Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Door te werken buiten het broedseizoen kan rekening worden gehouden met broedvogels. Voor vogels met jaarrond beschermde nesten (huismus en sperwer) wordt geen negatief effect verwacht omdat het projectgebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Vanwege de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving wordt geen belangrijk negatief effect verwacht. De dieren kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor kleine marterachtigen en rugstreeppadden.
Hinder en verontreiniging (geluid en luchtkwaliteit) Verontreiniging/hinder als gevolg van aanlegfase: Tijdens de aanlegfase kan er geluidshinder ondervonden worden van de bouwwerkzaamheden. Ook kan tijdelijk de luchtkwaliteit verslechteren door bouw- en sloopwerkzaamheden en bijhorend verkeer. Het bouwverkeer zal voornamelijk via de Zuidtangent komen aanrijden waardoor de hinder(ervaring) wordt beperkt. Bovendien zijn er nog weinig woningen in de omgeving aanwezig. Verontreiniging/hinder in de gebruiksfase: Tijdens de gebruiksfase wordt een verkeersgeneratie verwacht die NIBM is. Omdat de achtergrondwaarden van de luchtkwaliteit van het plangebied ver onder de wettelijke grenswaarden liggen, zal de verkeersgeneratie niet tot overschrijding leiden. Ook zal vanwege de aard van de woningbouwontwikkelingen in het stationsgebied bij cumulatie de luchtkwaliteit niet significant verslechteren. Wel liggen de achtergrondwaarden op, of nét over de advieswaarden van de WHO voor de gezondheid van de mens. Uit de toetsing aan de wettelijke voorschriften blijkt dat niet voldaan kan worden aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer en railverkeer. Maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen zijn niet toepasbaar, hierdoor resteert een aanvraag van hogere waarden.
In het gebiedsgerichte hogere waarde beleid van de Gemeente Dijk en Waard zijn aanvullende eisen opgenomen waaraan voldaan moet worden bij een
Document referentie P:\5305\51013962-990_Bes temmingsplan_Gildes traat \300 Werkdocumenten\Onderzoek en\m.e.r aanmeldnotitie\51014426_M.e.r. Aanmeldnotitie Gildestraat_20231129.docx
12/13
aanvraag van hogere waarden. Vanuit het beleid zijn de volgende aanvullende voorwaarden gesteld:
29-11-2023
•
Iedere woning/appartement moet over een geluidluwe gevel beschikken. • Iedere woning/appartement moet beschikken over een geluidluwe buitenruimte (tuin/balkon). • Aangepaste indeling van de woning, met relatief ongevoelige ruimten als keuken, badkamer, hal e.d. aan de “lawaaizijde” van de woning en de gevoelige ruimten als slaap- en woonkamers aan de rustige zijde. • Al het mogelijke moet zijn gedaan om de afstand naar de bron te vergroten, zodat slechts -in het geval van het opvullen van een open plaats tussen bestaande bebouwing en/of ter plaatse van vervangende nieuwbouw- nieuwe gevoelige bestemmingen kunnen worden gebouwd. • De bewoners van een woonlocatie met deze geluidbelasting moeten beschikken over een met hoorbaar verschil geluidluwe buitenruimte aan de woning- /appartement en als dat niet kan, toegang krijgen tot een gemeenschappelijke groene buitenruimte/dakterras. In de nadere uitwerking van het stedenbouwkundig plan dient rekening gehouden te worden met het creëren van een geluidluwe gevel/buiten ruimte en een aangepaste indeling van de woning. Hier is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke regel voor opgenomen. De waarschijnlijkheid van het effect
In de aanlegfase zullen effecten optreden.
de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
In de aanlegfase zullen effecten optreden. Effecten treden op met betrekking tot hinder, (en mogelijke verstoring van soorten als gevolg daarvan). Deze zijn tijdelijk en lokaal van aard. Daarnaast zijn effecten door het treffen van mitigerende maatregelen sterk te beperken, waardoor er geen belangrijk nadelige effecten worden verwacht.
In de gebruiksfase zijn er geen belangrijke nadelige effecten te verwachten.
In de gebruiksfase zijn er geen belangrijke effecten te verwachten. De effecten als gevolg van de geluidbelasting van het wegverkeer zijn tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen.
Document referentie P:\5305\51013962-990_Bes temmingsplan_Gildes traat \300 Werkdocumenten\Onderzoek en\m.e.r aanmeldnotitie\51014426_M.e.r. Aanmeldnotitie Gildestraat_20231129.docx
13/13