Bijlage 2 - Bestemmingsplan Benedenweg naast 143 Sint Pancras
Tekst van het document
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk:
vanaf tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6
de afstand tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel:
vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken, wordt buiten beschouwing gelaten: a. galerijen, balkons en luifels, mits de afwijking van de plaatsingseisen niet meer dan 2 m bedraagt; b. (brand)trappen en trappenhuizen. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als goot- en dakoverstekken, plinten, pilasters, kozijnen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten buiten beschouwing gelaten, mits de afwijking van de plaatsingseisen niet meer dan 1 m bedraagt. Overschrijdingen van niet meer dan 1 m worden niet meegerekend bij de bepaling van de oppervlakte van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.5 van dit plan. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van de goothoogte van bouwwerken als bedoeld in artikel 2.2 worden bouwdelen als dakkapellen, dakopbouwen en wolfseinden niet meegerekend.
DNS Planvorming BV
29/46
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen bij de op de aangrenzende gronden gesitueerde hoofdgebouwen; b. groenvoorzieningen; c. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; d. openbare nutsvoorzieningen e. water en oeverstroken; f. een geluidscherm ter plaatse van de ‘specifieke bouwaanduiding - geluidscherm'. 3.2
Bouwregels
a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van het bouwen van een bijbehorend bouwwerk aan de gevel van het hoofdgebouw, met dien verstande dat: 1. de diepte van een bijbehorend bouwwerk niet meer dan 1,5 m mag bedragen; 2. de breedte van een bijbehorend bouwwerk ten hoogste 2/3e deel van de bestaande gevelbreedte mag bedragen, tot een maximum van 4 m; 3. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk ten hoogste gelijk is aan die van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, tot een maximum van 3,5 m. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen voor de voorgevel (en het verlengde daarvan) van het dichtst bij de openbare weg en het openbaar groen gesitueerde hoofdgebouw mag niet meer dan 1 m bedragen, met uitzondering van de gronden met de ‘specifieke bouwaanduiding - geluidscherm’ waar de bouwhoogte 2 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte van overige erf- en perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; 3. voor het overige mogen geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 3.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2, sub b, onder 2, voor het bouwen van een overkapping, met dien verstande dat: 1. de overkapping in het verlengde van of achter de voorste bouwgrens van de bestemming ‘Wonen – Vrijstaand’ dient te worden gebouwd; 2. de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen mag niet meer dan 10 m² bedragen met een bouwhoogte van niet meer dan 3 m, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid.
DNS Planvorming BV
30/46
Artikel 4 4.1
Wonen - Vrijstaand
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Vrijstaand' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, uitsluitend in de vorm van vrijstaande woningen, al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroepen en/ of bedrijven; b. tuinen en erven; c. verkeer- en verblijfsvoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen; f. water- en oeverstroken; g. een geluidscherm ter plaatse van de ‘specifieke bouwaanduiding - geluidscherm'. Voor aan huis verbonden beroepen en bedrijven geldt dat een hoofdgebouw en aan-, uit- en bijgebouwen op gronden als bedoel in lid 4.1 mogen worden gebruikt voor aan huis verbonden beroepen en/of bedrijven, mits: 1. de gezamenlijke vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2; 2. de woning in hoofdzaak haar woonfunctie behoudt; 3. de ruimtelijke uitwerking en/of uitstraling van een aan huis verbonden beroep of bedrijf met de woonfunctie in overeenstemming is; 4. het geen detailhandel en/of horeca betreft, anders dan genoemd in de van deze regels deel uitmakende “Staat van bedrijven - Aan huis verbonden bedrijven”; 5. op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van de aan huis verboden beroepen en/of bedrijven plaatsvindt; 6. in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeersen parkeerdruk optreedt; 7. de activiteit geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de omgeving; 8.
het aan huis verbonden beroepen betreffen die passen binnen de in artikel 1 sub 6 genoemde omschrijving; 9. het aan huis verbonden bedrijven betreffen die vallen binnen de als bijlage 1 opgenomen ‘Staat van Bedrijven – Aan huis verbonden bedrijven’, dan wel daarmee zijn gelijk te stellen voor wat betreft de milieugevolgen voor de omgeving. De regels zoals opgenomen in artikel 6 (Algemene bouwregels), zijn tevens van toepassing op de bestemming. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd; b. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; c. per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan; d. de goot- en bouwhoogte mag niet meer dan respectievelijk 3,5 meter en 8,5 meter bedragen. 4.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken en bijgebouwen of een bouwwerken geen gebouwen zijnde en overkappingen dienen ten minste 3 meter achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen mag niet meer dan 50% van het erf dat zich op meer dan 1 m afstand van de voorgevel (en het verlengde daarvan) van het dichtst bij de openbare weg gesitueerd gebouw bevindt;
DNS Planvorming BV
31/46
c.
d. e.
f.
g. h.
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en bijgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde en overkappingen buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 50 m2; Indien het bouwperceel groter is dan 500 m2 de oppervlakte van aan- of uitbouwen, of bijgebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 75 m2; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken en aan het hoofdgebouw gebouwde bijgebouwen mag niet meer dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw bedragen tot een maximum van 3,5 meter; de bouwhoogte van aan- of uitbouwen en aan het hoofdgebouw gebouwde bijgebouwen mag niet meer dan 6,5 m bedragen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van aan- of uitbouwen en aan het hoofdgebouw gebouwde bijgebouwen minimaal 1 meter lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; 2. de bouwhoogte van aan- of uitbouwen en aan het hoofdgebouw gebouwde bijgebouwen die binnen een afstand van 3 meter tot de bouwperceelgrens worden gebouwd, niet meer dan 5 meter mag bedragen. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 3 meter bedragen; de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 5 meter bedragen.
4.2.3
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw mag niet meer dan 1 meter bedragen; b. de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen en een geluidscherm mag niet meer dan 2 meter bedragen; c. de oppervlakte van overkappingen mag niet meer dan 20 m² bedragen en de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; d. een overkapping dient achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van het dichtst bij de openbare weg gesitueerde gebouw te worden gebouwd; e. per bouwperceel mag niet meer dan 1 zwembad worden gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte van het zwembad niet meer dan 40 m² mag bedragen; 2. de bouwhoogte van het zwembad niet meer dan 1 m mag bedragen; 3. het zwembad ten minste 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw dient te worden gebouwd; 4. de afstand van het zwembad tot de perceelsgrens niet minder dan 3 m mag bedragen; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen; g. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 5 meter bedragen; 4.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 4.2.1 sub d voor een hogere goothoogte van niet meer dan 6 m over een lengte van maximaal 6 m binnen het bestaand dakvlak, met dien verstande dat de goothoogte uitsluitend aan één zijde van het hoofdgebouw mag worden verhoogd, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de verschijningsvorm van karakteristieke gebouwen; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid.
DNS Planvorming BV
32/46
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor recreatieve bewoning; b. het gebruiken of laten gebruiken van bijgebouwen voor zelfstandige bewoning; c. het bedrijfsmatig exploiteren van het zwembad (het zwembad is bestemd voor eigen gebruik); d. het op zodanige wijze onttrekken van water aan de bodem dat een verlaging van de grondwaterstand in de omgeving plaatsvindt, waardoor funderingen van naburige bouwwerken kunnen worden aangetast; e. het gebruiken of laten gebruiken van het zwembad op een voor de omgeving schadelijke of hinderlijke wijze.
DNS Planvorming BV
33/46
Artikel 5 5.1
Waarde – Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde – Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Aanvullende bouwregels
Aanvullend op de bouwregels in andere voor de betreffende gronden aangewezen bestemmingen gelden de volgende bouwregels: a. Voor bouwwerken moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een archeologisch onderzoek worden overgelegd op grond waarvan kan worden vastgesteld of en zo ja, in hoeverre archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient te zijn opgesteld door een ter zake kundig bureau op het terrein van archeologische monumentenzorg. b. Indien uit het in sub a genoemde archeologische onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verstoord, verbindt het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 1, onder h, van de Monumentenwet 1988; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; c.
De verplichting in sub a geldt niet voor bouwplannen die betrekking hebben op een oppervlakte van niet meer dan 500 m² en met een diepte van niet meer dan 40 cm. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1
Verbod
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden betreft dieper dan 40 cm beneden het bestaande maaiveld en met een oppervlakte van meer dan 500 m²; b. het graven van watergangen; c. het verlagen van het waterpeil. 5.3.2
Toepassingsregels omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.3.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; c. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, wanneer op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden of;
DNS Planvorming BV
34/46
2. een verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. een verplichting de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumenten zorg; d. indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in sub c, wordt een ter zake kundig bureau om advies gevraagd. 5.3.3
Coördinatieregels omgevingsvergunningen voor samenvallende bestemmingen
Wanneer op grond van de hoofdbestemming eveneens een omgevingsvergunning vereist is voor activiteiten als bedoeld onder 5.3.1 gelden de volgende aanvullende regels: a. voor de op grond van de bestemmingen omgevingsvergunningplichtige activiteiten wordt één omgevingsvergunning afgegeven; b. bij de beoordeling van de omgevingsvergunningplichtige activiteiten krijgen archeologische belangen voorrang boven de belangen die het omgevingsvergunningstelsel van de hoofdbestemming beoogt te beschermen. 5.3.4
Buiten werking verklaring verbodsregels
Het verbod als bedoeld in 5.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het in werking treden van het plan; b. het normale onderhoud betreffen. Onder normaal onderhoud van drainage wordt in ieder geval verstaan het vervangen van drainage in inmiddels gedraineerde percelen; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; d. op archeologisch onderzoek gericht zijn. 5.4
Wijzigingsbevoegdheid
5.4.1
Verwijderen bestemming Waarde - Archeologie 3
Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden in het plan de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 5.4.2
Toepassingsregels wijzigingsbevoegdheid
Alvorens de onder 5.4.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt een ter zake kundig bureau om advies gevraagd.
DNS Planvorming BV
35/46
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
DNS Planvorming BV
36/46
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Dakkapellen en dakopbouwen
In aanvulling op de bouwregels behorende bij de bestemmingen waarin woningen zijn toegestaan gelden voor dakkapellen en dakopbouwen de volgende aanvullend bouwregels: 7.1.1 Achterdakvlak Voor het bouwen van dakkapellen op het achterdakvlak van woningen gelden de volgende regels: a. de hoogte van een dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de afstand tussen de onderzijde van een dakkapel en de dakvoet mag niet minder dan 0,5 m en niet meer dan 1 m bedragen; c. de afstand tussen de bovenzijde van een dakkapel en de daknok mag niet minder dan 0,5 m bedragen. d. de afstand van zijkanten van de dakkapel tot de zijkanten van het dakvlak mag niet minder dan 0,5 m bedragen, dan wel de bestaande afstand inden deze minder is. 7.1.2 Zijdakvlak Voor het bouwen van dakkapellen op het zijdakvlak van woningen gelden de volgende regels: a. de hoogte van een dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de afstand tussen de onderzijde van een dakkapel en de dakvoet mag niet minder dan 0,5 m en niet meer dan 1 m bedragen; c. de afstand tussen de bovenzijde van een dakkapel en de daknok mag niet minder dan 0,5 m bedragen; d. de afstand van de dakkapel tot de voorgevel en tot de achtergevel van het dakvlak mag niet minder dan 1 m bedragen.
7.1.3 Voordakvlak Voor het bouwen van dakkapellen op het voordakvlak van woningen gelden de volgende regels: a. de hoogte van een dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, mag niet meer dan 1,5 m bedragen; b. de afstand tussen de onderzijde van een dakkapel en de dakvoet mag niet minder dan 0,5 m en niet meer dan 1 m bedragen; c. de afstand tussen de bovenzijde van een dakkapel en de daknok mag niet minder dan 0,5 m bedragen; d. de afstand van zijkanten van de dakkapel tot de zijkanten van het dakvlak mag niet minder dan 1 m bedragen, dan wel de bestaande afstand indien deze minder is. 7.1.4 Dakopbouwen Voor het bouwen van dakopbouwen aan de achterzijde van woningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van een woning voorzien van een dakopbouw mag niet meer dan 8,5 m bedragen; b. de afstand tussen de onderzijde van een dakopbouw en de dakvoet mag niet minder dan 0,5 m en niet meer dan 1 m bedragen; c. de afstand tussen de zijkanten van een dakopbouw en de zijkanten van de buiten- en/of tussenmuur mag niet minder dan 0,5 m bedragen; d. de dakhelling van een dakopbouw en een woning dient hetzelfde aantal graden te bedragen. 7.2
Voorwaardelijke verplichting geluidmaatregelen
Het gebruik van een woning conform de bestemming is uitsluitend toegestaan indien a. Ter plaatse van de ‘specifieke bouwaanduiding – geluidsscherm’ een geluidwerende voorziening wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden conform de situering en hoogte zoals aangegeven in het “Akoestisch onderzoek realisatie woningen Kavel 2809 ten noorden van Benedenweg 143 St. Pancras” (bijlage 2 van de regels);
DNS Planvorming BV
37/46
b. Ter plaatse van de ‘specifieke bouwaanduiding - dove gevel’ dient de oostgevel van de woning te worden uitgevoerd met een dove gevel en als zodanig in stand wordt gehouden.
DNS Planvorming BV
38/46
Artikel 8 8.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met dit plan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijvingen. In ieder geval de volgende gebruiksvormen worden als strijdig gebruik aangemerkt: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor risicovolle inrichtingen; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; c. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor seksinrichtingen; d. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; e. het gebruiken of laten gebruiken van gronden buiten het bouwvlak voor ondergronds bouwen.
DNS Planvorming BV
39/46
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Maatvoering
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de in het plan gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, teneinde deze bij de definitieve uitmeting van het plan in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. 9.2
Bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het plan en toestaan dat bestemmings- of bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft.
9.3
Bouwhoogte antennes en openbare lichtmasten
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het plan voor het bouwen van antennes en openbare lichtmasten waarvan de bouwhoogte niet meer dan 15 meter mag bedragen. 9.3
Toepassingsregels afwijken bij een omgevingsvergunning
De in 9.1 t/m 9.3 bedoelde omgevingsvergunningen mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het straat- en/of bebouwingsbeeld; c. de verschijningsvorm van karakteristieke gebouwen; d. de verkeersveiligheid; e. de milieusituatie; f. de sociale veiligheid.
DNS Planvorming BV
40/46
Artikel 10
10.1
Overige regels
Parkeren
a. Bij de verlening van: 1. een omgevingsvergunning voor het bouwen; 2. een omgevingsvergunning voor een gebruiksverandering; 3. een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan; dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van: een te verwachten behoefte aan het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen en/of andere voertuigen krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning in voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeervoorzieningen zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort en dat deze parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden; een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort en dat deze laad- en losvoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. b. Bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van: 1.
een te verwachten behoefte aan het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen en/of andere voertuigen krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning in voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeervoorzieningen zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort en dat deze parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden; 2. een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort en dat deze laad- en losvoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. c. Van voldoende mate van parkeervoorzieningen zoals bedoeld in sub a en/of sub b is sprake indien is voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in het parkeerbeleid 'Nota Parkeernormen 2016' zoals vastgesteld op 13 december 2016, dan wel het vastgestelde parkeerbeleid zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag als bedoeld in sub a en/of sub b voor het bouwen en/of voor een gebruiksverandering of het wijzigen. d.
Van voldoende mate van laad- en losvoorzieningen voor het laden en lossen van goederen zoals bedoeld in sub a en/of sub b is sprake indien is voldaan aan de normen zoals opgenomen in het ASVV 2012 (uitgave van het CROW), dan wel het geldende ASVV 2012 (uitgave van het CROW) zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag als bedoeld in sub a en/of sub b voor het bouwen en/of voor een gebruiksverandering of het wijzigen. e. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sub a en/of sub b: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeervoorzieningen en/of laad-en losvoorzieningen wordt voorzien. f. De afwijking als bedoeld in sub e kan uitsluitend worden toegepast, indien is aangetoond dat: 1. de parkeerdruk op de omgeving niet toeneemt; en 2. de parkeerdruk op de omgeving niet wordt vergroot; en 3. geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.
DNS Planvorming BV
41/46
10.2
Strijdig gebruik
In aanvulling op de specifieke gebruiksregels behorende bij de bestemmingen gelden de volgende aanvullende specifieke gebruiksregels: Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor recreatieve bewoning en bed & breakfast; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor ondergeschikte kamerverhuur; c. het splitsen van een gebouw voor meerdere woningen; d. het gebruiken of laten gebruiken van bijgebouwen voor zelfstandige bewoning; e. het bedrijfsmatig exploiteren van het zwembad (het zwembad is bestemd voor eigen gebruik); f. het op zodanige wijze onttrekken van water aan de bodem dat een verlaging van de grondwaterstand in de omgeving plaatsvindt, waardoor funderingen van naburige bouwwerken kunnen worden aangetast; g. het gebruiken of laten gebruiken van het zwembad op een voor de omgeving schadelijke of hinderlijke wijze. 10.3
Afwijken van de gebruiksregels
10.3.1 Ondergeschikte kamerverhuur Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2 onder b voor het gebruiken van hoofdgebouwen ten behoeve van ondergeschikte kamerverhuur, met dien verstande dat: a. de verhuur van kamers uitsluitend is toegestaan in hoofdgebouwen; b. de gezamenlijke oppervlakte aan ondergeschikte kamerverhuur per bouwperceel niet meer mag bedragen dan 50 m²; c. de te verhuren kamer(s) uitsluitend gebruik mogen maken van gedeelde voorzieningen als keuken, douche en vergelijkbare voorzieningen; d. de te verhuren kamer(s) geen eigen opgang mogen hebben; e. geen afbreuk mag worden gedaan aan het woonkarakter van de omgeving; f. geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk mag ontstaan; g. het parkeren ten behoeve van de kamerverhuur gerealiseerd dient te worden op het eigen terrein. 10.3.2 Splitsen van hoofdgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2 onder c voor het gebruiken van hoofdgebouwen voor splitsing, met dien verstande dat: a. uitsluitend een hoofdgebouw mag worden gesplitst in niet meer dan twee woningen; b. na splitsing een hoofdgebouw mag bestaan uit een bovenwoning en een benedenwoning, horizontale splitsing; c. het splitsen van een hoofdgebouw in twee woningen niet leidt tot extra bouwrechten ten opzichte van het oorspronkelijke hoofdgebouw; d.
geen sprake mag zijn van aantasting van het bestaande straat- en bebouwingsbeeld; e. geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk mag ontstaan; f. het parkeren ten behoeve van het splitsen van een hoofdgebouw in twee woningen gerealiseerd dient te worden op het eigen terrein. 10.3.3 Recreatie en bed & breakfast in hoofdgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2 onder a voor het gebruiken van hoofdgebouwen ten behoeve van een recreatiewoning en/of bed & breakfast, met dien verstande dat: a. Een recreatiewoning en/of Bed en Breakfast in bijgebouwen niet is toegestaan; b. De bouwregels van de betreffende bestemming van overeenkomstig van toepassing zijn; c. De gezamenlijke oppervlakte van een recreatiewoning en/of Bed en Breakfast per bouwperceel niet meer mag bedragen dan 50 m2; d. Geen afbreuk mag worden gedaan aan het woonkarakter van de omgeving;
DNS Planvorming BV
42/46
e. Geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk mag ontstaan.
DNS Planvorming BV
43/46
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 11 11.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
DNS Planvorming BV
44/46
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Benedenweg naast 143, Sint Pancras’.
DNS Planvorming BV
45/46
Bijlage 1
Staat van bedrijven - aan huis verbonden bedrijven
DNS Planvorming BV
46/46