Bijlage 2 - Actualisatieplan HHW samengevoegd
Tekst van het document
90
deskundige wordt onderbouwd; 4. het bepaalde in lid 3.1 t/m 3.2.4 is overeenkomstig van toepassing. d. ‘Agrarisch’, ‘Agrarisch met waarden’ op grond van de provinciale regeling ruimte voor ruimte wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ voor één of meer woningen onder de voorwaarden dat; 1. in geval van een agrarische bestemming uit onderzoek blijkt dat naar objectieve maatstaven een zinvol gebruik ter plaatse overeenkomstig de bestemming niet meer mogelijk is; 2. er geen dringende redenen zijn die zich tegen de bestemming ‘Wonen’ verzetten; 3. uit een te overleggen beeldkwaliteitsplan blijkt dat beëindiging van de functies en sloop van de bebouwing ter plaatse leidt tot een verbetering van het landschap en dat het bebouwde oppervlak verminderd door een netto afname van de bebouwing; 4. de compensatie vanuit het ruimte voor ruimte beleid plaats dient te vinden in of aansluitend aan het bestaand bebouwd gebied en compensatie op de te saneren locatie is alleen toegestaan, indien gebleken is dat compensatie in of aansluitend aan bestaand bebouwd gebied niet mogelijk is en uit een deskundigenrapport blijkt dat de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende agrarische bedrijven niet wordt belemmerd; 5.
uit een te overleggen exploitatieopzet blijkt dat niet meer woningen worden toegestaan dan om beëindiging van de functies en sloop van de onderhavige bebouwing te compenseren; 6. met de bouw van de woning(en) eerst mag worden begonnen, nadat de functies zijn beëindigd en de onderhavige bebouwing is gesloopt, waarbij: burgemeester en wethouders ten aanzien van het bepaalde in lid 42.1 sub d onder 1 en 2 advies inwinnen van een onafhankelijk deskundige en verbinden aan de wijziging van de regels met betrekking tot de situering, het bouwen en het gebruik. e. ‘Agrarisch - 1’ te wijzigen voor het opleggen of verwijderen van de dubbelbestemming ‘Leiding - Gas’ ten behoeve van leidingen voor het transport van CO2 en warmte; burgemeester en wethouders verbinden regels aan de wijziging met betrekking tot de aanleg en de instandhouding van de leiding. f. ‘Bedrijf’ wijzigen in de bestemming ‘Agrarisch’ of ‘Agrarisch met waarden’ ten behoeve van het op de verbeelding aangeven van een agrarisch bouwperceel voor akkerbouw- en vollegrondstuinbouwbedrijven onder de volgende voorwaarden: 1. het bouwperceel kan uitsluitend worden toegekend aan een volwaardig - of een reëel agrarisch bedrijf, waarbij het areaal en de productie van het bedrijf buiten de gemeente Dijk en Waard wordt meegerekend voor het bepalen van de omvang van het bedrijf; 2.
de oppervlakte van het agrarisch bouwperceel na vergroting voor het open middengebied niet meer dan 2 ha en voor de overige gebieden niet meer dat 1,5 ha mag bedragen; 3. het bepaalde in lid 3.1 t/m 3.2.4 is overeenkomstig van toepassing. g. ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden’ wijzigen in de bestemming ‘Natuur’, waarbij de regels van artikel 13 overeenkomstig van toepassing zijn. h. ‘Wonen’ wijzigen voor het opleggen van een aanduiding voor een prostitutie- en of seksinrichting, onder de volgende voorwaarden: 1. het aantal prostitutie- en/of seksinrichtingen mag voor het hele grondgebied van de gemeente Dijk en Waard niet meer bedragen dan 2; 2. prostitutie- en of seksinrichting mogen zich niet vestigen binnen een straal 250 m van woonwijken of andere woningen, scholen en andere op kinderen gerichte voorzieningen en kerken; 3. het oppervlak van een prostitutie- en of seksinrichting mag niet meer bedragen dan 250 m2; 4. op eigen terrein dient voldoende parkeergelegenheid te zijn; 5. de uitstraling van de prostitutie- en/of seksinrichting mag geen onevenredige afbreuk doen aan de omgeving; 6. het gebruik van een gebouw als prostitutie- en/of seksinrichting mag de gebruiksmogelijkheden van de overige in het pand aanwezige functies, dan wel de gebruiksmogelijkheden van de in de directe nabijheid van de inrichting gelegen panden niet nadelig beïnvloeden. i.
‘Agrarisch’, ‘Agrarisch – 1’ en ‘Agrarisch met waarden’ wijzigen voor het opleggen van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning" in samenhang met het opnemen van een aanduiding “bedrijfswoning uitgesloten” voor overige gronden binnen het agrarisch bouwvlak, onder de voorwaarde dat:
91
1. het agrarisch bedrijf gehandhaafd blijft; 2. de aanduiding uitsluitend ter plaatse van de voormalige bedrijfswoning wordt gelegd; 3. uit een deskundige rapport blijkt dat de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van de omringende bedrijven niet onevenredig worden beperkt, en waarbij de inhoud van woning niet meer mag bedragen dan de inhoud van de woning op het moment van het wijzigingsbesluit; het beheer en toezicht gewaarborgd is. j. ‘Wonen’ wijzigen voor het toestaan van meer huishoudens in aan het agrarisch gebruik onttrokken en voor wonen bestemde stolpen, onder de voorwaarde dat: 1. de hoofdvorm en het karakter van de stolp behouden blijft; 2. uit een te overleggen beeldkwaliteitsplan blijkt dat de stolp, erf en erfbebouwing zich als één geheel blijft manifesteren; 3. de erfontsluiting via één toegang plaatsvindt; 4. authentieke details behouden blijven; 5. uit een te overleggen beeldkwaliteitsplan blijkt dat de erfbebouwing, zowel op zichzelf als in relatie tot de omgeving, zorgvuldig kan worden ingepast; 6. indien van toepassing uit een deskundige rapport blijkt dat de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van de omringende bedrijven niet onevenredig worden beperkt.
De wijzigingsbevoegdheid wordt niet toegepast indien dat tot gevolg heeft daardoor meer dan 800 m2 aan bebouwing en/of gesloten verharding kan worden gerealiseerd en de aanvrager geen document van de waterbeheerder kan overleggen, waaruit blijkt dat, in het kader van de watertoets, het door de beheerder te bepalen voldoende oppervlak of volume aan waterberging ten hoeve van de waterhuishouding wordt gerealiseerd.
42.2 Wijziging van regeling parkeervoorzieningen Burgemeester en wethouders kunnen aanvullende wijzigingen aanbrengen aan het bepaalde in lid 39.3 indien: a. het besluit tot het stellen van de wijziging is voorzien van een motivering waaruit in ieder geval blijkt dat de wijziging noodzakelijk is om de ruimtelijke kwaliteit en een goede parkeersituatie te borgen; b. het voldoen aan deze regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. Bij de motivering voor het stellen van een aanvullende wijziging dient eveneens (zodra vastgesteld) de gemeentelijke parkeernota Heerhugowaard 2021 dan wel de rechtsopvolgers daarvan en de meest recente uitgave van het CROW, thans 'Toekomstbestendig parkeren, 2018' als leidraad te worden gebruikt.
artikel 43 Overige regels 43.1 Voorrangsregeling Voor zover de in het bestemmingsplan aangegeven bestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden: a. in de eerste plaats de regels in artikel 36 'Waterstaat - Waterkering'; b. in de tweede plaats de regels in artikel 26 'Leiding'; c. in de derde plaats de regels in artikel 27 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'; d. in de vierde plaats de regels in artikel 28 t/m 34 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde Archeologie 3', 'Waarde - Archeologie 4', 'Waarde - Archeologie 5', 'Waarde - Archeologie 6' en 'Waarde Archeologie 7'; e. in de vijfde plaats de regels in artikel 35 'Waarde - Cultuurhistorie'; f. in de zesde plaats de regels in artikel 40 "vrijwaringszone - straalpad"; g. in de zevende plaats de regels in artikel 40 "veiligheidszone - hoogspanningsverbinding"; h. in de achtste plaats de regels in artikel 40 "overige zone - boringen en ontgravingen waterscheidende laag"; i. in de negende plaats de regels in de medebestemming.
92
hoofdstuk 4 overgangs- en slotregels artikel 44 Overgangsrecht 44.1 Overgangsrecht bouwwerken 44.1.1 Bouwregels Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouw- of omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
44.1.2 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig met een omgevingsvergunning afwijken van lid 44.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 44.1.1 met maximaal 10%.
44.1.3 Illegale bouwwerken Lid 44.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar gebouwd zijn zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
44.2 Overgangsrecht gebruik 44.2.1 Voortzetten van strijdig gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
44.2.2 Veranderen van strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, als bedoeld in lid 44.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
44.2.3 Hervatten van strijdig gebruik Indien het gebruik, als bedoeld in lid 44.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
44.2.4 Illegaal gebruik Lid 44.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
artikel 45 Slotregel Deze regels kunnen worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Actualisatieplan Heerhugowaard' van de gemeente Dijk en Waard.
93
94
TOELICHTING
95
Hoofdstuk 1 Inleiding Paragraaf 1.1 Aanleiding en doel Met de invoering van de Wet ruimtelijke ordening in juli 2008 werd een actualiseringstaak voor bestemmingsplannen opgelegd. Op 1 juli 2013 moesten alle bestemmingsplannen bijgewerkt zijn, wat medio 2013 werd voltooid. Sindsdien wordt er al tien jaar gewerkt met de geactualiseerde bestemmingsplannen. Voor verschillende ontwikkellocaties zijn in de afgelopen jaren bestemmingsplannen opgesteld, waarin de beoogde ontwikkelingen mogelijk zijn gemaakt. Deze bestemmingsplannen sluiten aan op de eerdere actualisering (een uniforme bestemmingsplansystematiek). Daarnaast zijn sommige ontwikkelingen mogelijk gemaakt via omgevingsvergunningen, in afwijking van de geldende bestemmingsplannen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 is er formeel één tijdelijk omgevingsplan voor de hele gemeente. Dit plan zal in eerste instantie bestaan uit de 'oude' bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen en verordeningen. Tot en met eind 2031 is er een overgangsperiode waarin de gemeente nieuwe regels in het omgevingsplan moet opnemen ter vervanging van het tijdelijke omgevingsplan. Om hierop voorbereid te zijn, is het van belang dat alle geldende ruimtelijke plannen op orde zijn en dat de verleende vergunningen zoveel mogelijk actueel en uniform zijn vastgelegd via een bestemmingsplan.
Dit voorliggende actualisatieplan voorziet daarin. Het voorliggende actualisatieplan is opgesteld om: a. Het beleidsneutraal wijzigen en harmoniseren (voor een deel) van de regels In het kader van de samenvoeging van de gemeente Dijk en Waard. b. Het opnemen van verleende en onherroepelijke vergunningen waarbij is afgeweken van het geldende bestemmingsplan. c. Het doorvoeren van correcties (herstel van onvolkomenheden) in de geldende bestemmingsplannen. Dit actualisatieplan biedt een solide basis om de komende jaren te werken naar één nieuw omgevingsplan voor de gemeente Dijk en Waard. Actuele ruimtelijke plannen zijn ook van cruciaal belang om efficiënt te kunnen harmoniseren, aangezien er niet meer eerst geïnventariseerd hoeft te worden met betrekking tot verleende omgevingsvergunningen. Richting de daadwerkelijke invoering van de Omgevingswet in 2024 zal nogmaals een ronde van de meest recente vergunningverlening plaatsvinden, dus de vergunningen vanaf november 2020, in een zogeheten Veegplan.
Paragraaf 1.2 Plangebied Het Actualisatieplan heeft betrekking op vrijwel alle geldende bestemmingsplannen in de voormalige gemeente Heerhugowaard. De lijst met bestemmingsplannen waarop het actualisatieplan betrekking heeft is opgesomd in bijlage 1 Geldende bestemmingsplannen. Onherroepelijke vergunningen tot november 2020 zijn geïnventariseerd en verwerkt in het voorliggende actualisatieplan. Met name de uitgebreide omgevingsvergunningen zijn nader geregeld en zichtbaar gemaakt op www.ruimtelijkeplannen.nl en worden te zijner tijd ook mee omgezet naar het tijdelijke omgevingsplan. Daarnaast is de keuze gemaakt om ook de zogeheten kruimelgevallen (reguliere omgevingsvergunningsprocedure) mee te nemen voorzover die zien op een functie wijziging van een locatie (dus bijvoorbeeld van de bestemde situatie voor 'Wonen' naar' Bedrijf'). Wanneer een omgevingsvergunning ervoor zorgt dat de verbeelding van het geldende bestemmingsplan wijzigt, dan wordt deze omgevingsvergunning verwerkt in het voorliggende actualisatieplan. Daarnaast is met voorliggend actualisatieplan nog een enkele aanpassing doorgevoerd, bijvoorbeeld omdat omissies zijn geconstateerd in geldende bestemmingsplannen.
Het gaat bij deze doorgevoerde correcties niet om nieuwe keuzes, maar om reparaties van de geldende bestemde situatie waarin abusievelijk fouten zijn gemaakt bij het opstellen van een geactualiseerd bestemmingsplan. Ook wat betreft het regelen van verleende omgevingsvergunningen gaat het met voorliggend bestemmingsplan niet om nieuwe situaties. De ruimtelijke afweging
96
op grond van beleidskaders en omgevingsaspecten om medewerking te verlenen aan ruimtelijke ontwikkelingen heeft reeds eerder plaatsgevonden. In navolgend bestemmingsplan bestaat daarom geen reden om daar uitvoerig opnieuw op in te gaan.
Paragraaf 1.3 Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 2 komen de verschillende beleidskaders op rijksniveau, provinciaal en gemeentelijk niveau aan de orde. Ook wordt ingegaan op de toetsing van de omgevingsaspecten. Hoofdstuk 3 bevat een overzicht van de wijzigingen die in het Actualisatieplan zijn opgenomen. Hoofdstuk 4 is de juridische toelichting op het bestemmingsplan. Hoofdstuk 5 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
97
Hoofdstuk 2 Toetsingskader In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste beleidsdocumenten op rijks-, provinciaal-, regionaal- en lokaal niveau samengevat, voor zover deze documenten relevant beleid en/of besluiten omvatten ten aanzien van dit bestemmingsplan.
Paragraaf 2.1 Beleidskader 2.1.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van onze leefomgeving. Hiermee wil het Rijk inspelen op de grote uitdagingen zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI geeft weer wat bij deze grote uitdagingen de nationale belangen zijn, welke keuzes het Rijk maakt en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes. Deze keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: a. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; b. Duurzaam economisch groeipotentieel; c. Sterke en gezonde steden en regio's; d. Toekomstbestendige ontwikkeling over het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: a. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.
Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. b. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. c. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Het voorliggende actualisatieplan regelt geen nieuwe zaken, maar vertaalt omgevingsvergunningverlening door in een planologisch-juridische regeling en herstelt enkele omissies in de geldende bestemmingsplannen. Dit actualisatieplan is niet in strijd met de maatschappelijke opgaven en belangen zoals benoemd in de NOVI.
2.1.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerstverantwoordelijke overheidsniveau zijn voor de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) uit 2012 (als voorganger van de NOVI) voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte).
98
De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn geen regels opgenomen die beperkend zijn voor het onderhavige actualisatieplan.
2.1.3 Provinciaal beleid Omgevingsverordening NH2020 In deze verordening zijn de provinciale belangen uit de Structuurvisie Noord-Holland 2040 van 2010 uitgewerkt in algemene regels. Er is aangesloten bij de Ladder voor duurzame verstedelijking. Verschillende regels zijn opgenomen over onderwerpen, in zowel het landelijk als het bestaand stedelijk gebied van Noord-Holland, waarmee een provinciaalbelang gemoeid is. Afhankelijk van de ligging van een plangebied zijn de regels uit de verordening al dan niet van toepassing. Het bestaand stedelijk gebied is in het provinciale overheidsbeleid beleidsmatig aangewezen voor verdere verstedelijking. De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Op 22 oktober 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld door PS en op 16 november 2020 in werking getreden. Zoals aangegeven, worden in dit Actualisatieplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt en is er daarmee geen strijdigheid met het beleid zoals dat is geformuleerd in de Omgevingsverordening NH2020.
2.1.4 Gemeentelijk beleid Archeologiebeleid Dijk en Waard Op 7 juni 2022 is het archeologiebeleid Dijk en Waard door de gemeenteraad vastgesteld. Dit archeologiebeleid bestaat uit een beleidsnota, archeologische beleidskaart en bijbehorende onderbouwende kaartbijlagen. De archeologische beleidskaarten van de voormalige gemeenten Langedijk en Heerhugowaard dateerden uit 2010. Het is nodig het archeologiebeleid te actualiseren op basis van de laatste archeologische kennis en richtlijnen. Sinds het opstellen van de vorige beleidskaarten zijn verscheidene nieuwe archeologische onderzoeken uitgevoerd en zijn nieuwe archeologische vindplaatsen aan het licht gekomen. Ten opzichte van het vigerende beleid van de voormalige gemeenten Langedijk en Heerhugowaard hebben wijzigingen plaatsgevonden in de archeologische categorieën en de vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek. Ook was er door het samengaan van de gemeenten Langedijk en Heerhugowaard tot de gemeente Dijk en Waard de noodzaak om binnen twee jaar na de gemeentelijke fusie het archeologiebeleid te harmoniseren. Het archeologisch bodemarchief verdient een goede bescherming: zowel voor de wetenschap (het vormt een bron voor kennisvergaring) als vanuit maatschappelijk oogpunt (het draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving). Elke gemeente behoort dan ook een gedegen archeologiebeleid te voeren.
De actualisatie van de gemeentelijk beleidsadvieskaart heeft zich niet alleen gericht op het toevoegen en analyseren van nieuwe archeologische vindplaatsen en onderzoeken. Ten opzichte van de vorige beleidskaarten zijn enkele aanvullingen/wijzigingen doorgevoerd: • informatiekaarten waarop de uitgevoerde archeologische onderzoeken en bekende archeologische vindplaatsen zijn weergegeven; • een landschappelijke ondergrondkaart die de basis vormt voor de archeologische verwachtingen uit de verschillende perioden; • een historisch-landschappelijke kaart waarop de historisch-geografische elementen zijn weergegeven.
99