Bijlage 1 tm 4 bij ruimtelijke onderbouwing Loopakker 3
Tekst van het document
Parkeeronderzoek Omgeving Loopakker, Noord-Scharwoude
Onderzoeksperiode: zaterdag 20 mei 2023 zondag 21 mei 2023 dinsdag 23 mei 2023 donderdag 25 mei 2023
Opdrachtgever:
BBV Development
Rapportnummer:
P232625-02
Documentatiepagina Opdrachtgever(s)
: BBV Development
Titel rapport
: Parkeeronderzoek, omgeving Loopakker Noord-Scharwoude
Kenmerk
: P232625-02
Datum publicatie
: 17 augustus 2023
Projectteam opdrachtgever(s)
: Dhr. H. Beke
Projectteam Bureau de Groot Volker
: Dhr. M. Hasper
Projectomschrijving
: Het uitvoeren van een parkeeronderzoek in de omgeving van
de Loopakker in Noord-Scharwoude, het berekenen van de parkeerdruk en de restcapaciteit in het onderzoeksgebied. Trefwoorden
: Parkeercapaciteit, parkeerdruk en restcapaciteit
Gegevens
: Bureau de Groot Volker
Spoorstraat 11 6953 BW Dieren Tel [0313] 496 816 info@verkeersonderzoek.nl www.verkeersonderzoek.nl
1
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
Leeswijzer
3
Werkwijze
4
2.1
Onderzoeksgebied
4
2.2
Onderzoeksperiode
4
2.3
Parkeercapaciteit
5
2.4
Parkeerdruk
6
2.5
Restcapaciteit
6
2.6
Onderzoeksomstandigheden
6
Resultaten
8
3.1
Parkeercapaciteit
8
3.2
Parkeerdruk
8
3.3
Restcapaciteit
10
Conclusie
12
BIJLAGE 1
Sectie-indeling
BIJLAGE 2
Tabel parkeercapaciteit
BIJLAGE 3
Tabellen parkeerdruk
BIJLAGE 4
Visualisatie parkeerdruk
2
1
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de aanleiding van het onderzoek en de inhoud van de rapportage omschreven.
1.1
Aanleiding
De opdrachtgever is voornemens om aan de Loopakker 13 appartementen te realiseren. Een parkeeronderzoek moet uitsluitsel geven of voor deze ontwikkeling in de openbare ruimte wel of geen restcapaciteit aanwezig is. Om de huidige situatie met betrekking tot het parkeren in beeld te brengen voert Bureau de Groot Volker op een aantal maatgevende momenten parkeerdrukmetingen uit.
Figuur 1.1
Loopakker in Noord-Scharwoude
Door het registreren van de bezetting op verschillende onderzoeksdagen is de parkeersituatie in de omgeving inzichtelijk gemaakt. Op basis van de resultaten van dit parkeeronderzoek kan worden beoordeeld hoeveel vrije parkeerplaatsen in de omgeving aanwezig zijn. Aan de hand hiervan kan de restcapaciteit worden berekend.
1.2
Leeswijzer
Deze rapportage bevat een toelichting op de uitgevoerde onderzoeken in hoofdstuk 2. Een beknopte weergave van de resultaten van de uitgevoerde tellingen staat in hoofdstuk 3 en in hoofdstuk 4 is een korte samenvatting van het onderzoek gegeven en zijn de belangrijkste conclusies
verwoord.
In
de
bijlagen
1
t/m
4
zijn
de
onderzoeksresultaten
van
het
parkeeronderzoek op sectieniveau weergegeven door middel van tabellen en visualisaties.
3
2
Werkwijze
In dit hoofdstuk worden de opzet van het parkeeronderzoek, een omschrijving van de werkwijze en de omstandigheden van het onderzoek weergegeven.
2.1
Onderzoeksgebied
Het onderzoek is uitgevoerd in de omgeving van de Loopakker in Noord-Scharwoude. De parkeerdrukmetingen. In figuur 2.1 is een kaart van het gebruikte onderzoeksgebied opgenomen.
Figuur 2.1
Onderzoeksgebied omgeving de Loopakker in Noord-Scharwoude
Sectie-indeling Om de parkeerbezetting in beeld te brengen is het onderzoeksgebied opgedeeld in verschillende secties. Een sectie kan gevormd worden door een straat, een gedeelte van een straat of een parkeerterrein met min of meer dezelfde bebouwingskenmerken. Met deze sectie-indeling kan op straatniveau
de
geregistreerde
parkeerdruk
worden
weergegeven.
Een
gedetailleerde
overzichtskaart van het onderzoeksgebied met de gebruikte sectie-indeling staat weergegeven in bijlage 1 van dit rapport.
2.2
Onderzoeksperiode
Het parkeeronderzoek is uitgevoerd op een zaterdag om 16 uur en 20 uur, een zondag om 15 uur, een dinsdag om 11 uur, 15 uur, 20 uur en 23 uur en een donderdag om 20 uur. In totaal is op 8 verschillende momenten de parkeerdruk geregistreerd. De parkeerbezetting is geregistreerd op de onderzoeksmomenten die staan weergegeven in tabel 2.1. 4
Tabel 2.1
Registratiemomenten parkeerbezetting 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23/05
Zaterdag 20 mei Zondag 21 mei Dinsdag 23 mei Donderdag 25 mei
Deze onderzoeksperiode valt buiten de landelijke advies-data voor schoolvakanties en feestdagen.
2.3
Parkeercapaciteit
Binnen het onderzoeksgebied is de parkeercapaciteit van de aanwezige parkeerplaatsen geïnventariseerd. Bij het bepalen van de parkeercapaciteit is onderscheid gemaakt naar de volgende kenmerken: Tabel 2.2
Verschillende typen parkeermogelijkheden
Parkeermogelijkheden
Uitgangspunten
Vakken
•
Aangeven door belijning en/of bestrating
• •
Benodigde ruimte van ca. 6 meter per parkeerder Parkeerverbod ▪ Bebording ▪ Ter plaatse van in- en uitritconstructie ▪ Binnen 5 meter van een kruispunt ▪ Blokkade rijbaan
Gehandicapten
•
Verkeersbord E6: Gehandicaptenparkeerplaats
Laden en lossen
•
Verkeersbord E7: Gelegenheid voor het laden en lossen
Elektrisch
•
Verkeersbord E1000, E1002 t/m E1004: Gelegenheid voor elektrische voertuigen
Overige
•
Verkeersbord E8: Gelegenheid alleen bestemd voor bepaalde doelgroep
Rijbaan en/of strook
Bij dit onderzoek zijn alleen de openbare parkeerplaatsen in beeld gebracht.
5
2.4
Parkeerdruk
Per sectie is het aantal geparkeerde voertuigen in kaart gebracht (met uitsplitsing naar type parkeerplaats). Door deze aantallen te delen door de parkeercapaciteit ontstaat op sectieniveau een overzicht van de bezettingsgraad. De bezettingsgraad is het percentage parkeerplaatsen dat op een bepaald moment is bezet. Een laag percentage geeft aan dat er weinig parkeerplaatsen bezet zijn. Een hoog percentage betekent dat er veel voertuigen staan geparkeerd. Bij het registreren is onderscheid gemaakt tussen de volgende typen geparkeerde voertuigen: •
Voertuigen die in een parkeervak geparkeerd staan.
•
Voertuigen die op de rijbaan geparkeerd staan.
•
Voertuigen die op een gehandicaptenparkeerplaats geparkeerd staan.
•
Voertuigen die op een parkeerplaats voor laden en lossen geparkeerd staan.
•
Overige
parkeerders
(voertuigen
op
een
gereserveerde
parkeerplaats,
op
een
parkeerplaats voor opladen van elektrische auto’s, etc.). •
Fout geparkeerde voertuigen.
•
Parkeervakken
bezet
door
objecten
(bijvoorbeeld
aanhangers,
bouwmaterialen
of
afvalcontainers). Geparkeerde voertuigen op eigen terrein zijn bij dit parkeeronderzoek niet meegeteld. De resultaten van de parkeerdrukmetingen zijn in hoofdstuk 3.2 van deze rapportage opgenomen.
2.5
Restcapaciteit
Naast de parkeerdruk is per sectie de restcapaciteit in beeld gebracht. De restcapaciteit van een gebied of sectie is het aantal parkeerplaatsen dat tijdens het betreffende onderzoekstijdstip nog vrij is. Bij de berekening van de restcapaciteit is uitgegaan van een gewenste maximum bezetting van 85%. Met de overige 15% kan zoekverkeer en een eventuele toekomstige groei worden opgevangen. De berekening van de restcapaciteit staat in hoofdstuk 3.3 van deze rapportage opgenomen.
2.6
Onderzoeksomstandigheden
In deze paragraaf zijn de weersomstandigheden op de onderzoeksdagen weergegeven.
Weersomstandigheden De weersomstandigheden op de onderzoeksdagen staan weergegeven in tabel 2.3. De gegevens zijn afkomstig van het KNMI meetstation Berkhout.
6
Tabel 2.3:
Weersomstandigheden (KNMI, meetlocatie Berkhout)
Dag
Temperatuur (°C)
Neerslag
Omstandigheden
Min.
Max.
(mm.)
Zaterdag 20 mei 2023
8,7
19,9
0,0
Zonnig
Zondag 21 mei 2023
12,0
18,9
0,0
Bewolkt
Dinsdag 23 mei 2023
4,9
15,3
0,0
Zwaar bewolkt
Donderdag 25 mei 2023
7,8
16,7
0,0
Zwaar bewolkt
De waargenomen weersomstandigheden zijn niet ongebruikelijk voor de tijd van het jaar.
7
3
Resultaten
In dit hoofdstuk staan de resultaten van het parkeeronderzoek. Per onderzoeksmoment is de parkeercapaciteit, de parkeerdruk en de restcapaciteit in het onderzoeksgebied omschreven.
3.1
Parkeercapaciteit
De parkeercapaciteit is bepaald voor alle openbare parkeerplaatsen binnen het onderzoeksgebied. In
tabel
3.1
staat
de
parkeercapaciteit
van
het
onderzoeksgebied
weergegeven.
De
parkeercapaciteit op sectieniveau, uitgesplitst naar verschillende kenmerken, staat in de tabel van bijlage 2 weergegeven. Tabel 3.1:
Parkeercapaciteit omgeving Loopakker
Categorie
Totaal
Parkeervakken
110
Parkeren op de rijbaan
62
Gehandicapten
1
Laden en lossen
0
Elektrische auto
0
Overige parkeerplaatsen
0
Totale capaciteit
173
In totaal bedraagt de parkeercapaciteit van het onderzoeksgebied 173 parkeerplaatsen.
3.2
Parkeerdruk
De parkeerdruk en bezettingsgraad is bepaald voor de verschillende meetmomenten op de zaterdag, zondag, dinsdag en donderdag.
Zaterdag 20 mei Op basis van het aantal geregistreerde voertuigen is de bezettingsgraad per onderzoeksmoment bepaald. De parkeerbezetting op de verschillende meetmomenten voor zaterdag 20 mei is afgebeeld in tabel 3.2. De bezetting op sectieniveau is terug te vinden in de tabellen van bijlage 3.
8
Tabel 3.2:
Parkeerbezetting (%) zaterdag 20 mei Totaal
Tijd
Bezetting
Bezetting
(abs.)
(%)
16 uur
133
77%
20 uur
131
76%
De bezettingsgraad van het onderzoeksgebied varieert op de verschillende onderzoeksmomenten tussen de 76% en de 77%. Het drukste meetmoment op zaterdag 20 mei is om 16 uur. Zondag 21 mei Op basis van het aantal geregistreerde voertuigen is de bezettingsgraad per onderzoeksmoment bepaald. De parkeerbezetting op het meetmoment voor zondag 21 mei is afgebeeld in tabel 3.3. De bezetting op sectieniveau is terug te vinden in de tabellen van bijlage 3. Tabel 3.3:
Parkeerbezetting (%) zondag 21 mei Totaal
Tijd
15 uur
Bezetting
Bezetting
(abs.)
(%)
129
75%
De bezettingsgraad van het onderzoeksgebied is op dit meetmoment 75%. Dinsdag 23 mei Op basis van het aantal geregistreerde voertuigen is de bezettingsgraad per onderzoeksmoment bepaald. De parkeerbezetting op de verschillende meetmomenten voor dinsdag 23 mei is afgebeeld in tabel 3.4. De bezetting op sectieniveau is terug te vinden in de tabellen van bijlage 3. Tabel 3.4:
Parkeerbezetting (%) dinsdag 23 mei Totaal
Tijd
Bezetting
Bezetting
(abs.)
(%)
11 uur
65
38%
15 uur
88
51%
20 uur
131
76%
23 uur
140
81%
De bezettingsgraad van het onderzoeksgebied varieert op de verschillende onderzoeksmomenten tussen de 38% en de 81%. Het drukste meetmoment op dinsdag 23 mei is om 23 uur. Donderdag 25 mei Op basis van het aantal geregistreerde voertuigen is de bezettingsgraad per onderzoeksmoment bepaald. De parkeerbezetting voor het meetmoment op donderdag 25 mei is afgebeeld in tabel 3.5. De bezetting op sectieniveau is terug te vinden in de tabellen van bijlage 3.
9
Tabel 3.5:
Parkeerbezetting (%) donderdag 25 mei Totaal
Tijd
Bezetting
Bezetting
(abs.)
(%)
119
69%
20 uur
De bezettingsgraad van het onderzoeksgebied is op dit meetmoment 64% In figuur 3.1 staan de geregistreerde bezettingsgraden voor alle meetmomenten in een grafiek afgebeeld.
Figuur 3.1:
Bezettingsgraad Loopakker Noord-Scharwoude
In
4
bijlage
staat
een
visualisatie
van
het
maatgevende
(drukste)
onderzoeksmoment
weergegeven. Hierbij wordt de geregistreerde bezettingsgraad per sectie met verschillende kleuren op de kaart afgebeeld.
3.3
Restcapaciteit
Op basis van de maximaal acceptabele bezettingsgraad en de aanwezige bezetting kan de restcapaciteit van de openbare parkeerplaatsen worden berekend. De restcapaciteit in het onderzoeksgebied voor de verschillende onderzoeksmomenten staat weergegeven in tabel 3.6. Hierin is het aantal aanwezige vrije parkeerplaatsen op basis van een maximale parkeerbezetting van 85% weergegeven.
10
Tabel 3.6:
Restcapaciteit per onderzoeksmoment
Meetmoment
Restcapaciteit
Zaterdag 20 mei 16 uur
14
Zaterdag 20 mei 20 uur
16
Zondag 21 mei 15 uur
18
Dinsdag 23 mei 11 uur
82
Dinsdag 23 mei 15 uur
59
Dinsdag 23 mei 20 uur
16
Dinsdag 23 mei 23 uur
7
Donderdag 25 mei 20 uur
28
In de huidige situatie is op het maatgevende meetmoment in het onderzoeksgebied (dinsdag 23 uur) een overschot van 7 parkeerplaatsen aanwezig.
11
4
Conclusie
Onderstaand wordt een korte samenvatting gegeven en de belangrijkste conclusies verwoord. Parkeercapaciteit De parkeercapaciteit is bepaald voor alle openbare parkeerplaatsen binnen het onderzoeksgebied In totaal bedraagt de parkeercapaciteit van het onderzoeksgebied 173 parkeerplaatsen. Parkeerdruk De parkeerdruk en bezettingsgraad is bepaald voor de verschillende meetmomenten op zaterdag 20 mei, zondag 21 mei, dinsdag 23 mei en donderdag 25 mei. Op basis van het aantal geregistreerde voertuigen is de bezettingsgraad per onderzoeksmoment bepaald voor het onderzoeksgebied en op sectieniveau. De bezettingsgraad in het onderzoeksgebied ligt tussen de 76% en 77% op zaterdag, op zondag is de bezettingsgraad 75%, op dinsdag ligt de bezettingsgraad tussen de 38% en 81% en de bezettingsgraad is 69% op donderdag. De gemeten bezettingsgraden liggen hiermee onder de maximaal acceptabele bezettingsgraad van 85%. Restcapaciteit De restcapaciteit is gebaseerd op basis van een maximaal acceptabele bezetting van 85%. De restcapaciteit op het drukste meetmoment (dinsdag 23 mei, 23 uur) bedraagt 7 parkeerplaatsen. Er is daarmee nog voldoende restcapaciteit in de huidige situatie.
12
Bijlagen
Bijlage 1 •
Sectie-indeling
B1.1, visualisatie sectie-indeling
B1.1 Sectie-indeling Loopakker Versie: augustus 2023
Opdrachtgever:
BBV Development Gebied:
Loopakker Plaats:
Noord-Scharwoude Rapportnummer:
P232625
LEGENDA Onderzoeksgebied Sectie-indeling 12 Sectienummer
Achtergrondkaart bron: J.W. van Aalst, www.opentopo.nl
Bijlage 2 •
Tabel parkeercapaciteit
B2.1, Tabel parkeercapaciteit
Parkeeronderzoek omgeving Loopakker
B2.1 Parkeercapaciteit parkeercapaciteit (openbare parkeerplaatsen) sectienummer
parkeer regime
1
opmerking
parkeervakken
op de rijbaan
gehandicapten
laden en lossen
elektrische auto
overige plaatsen
totaal
geen
0
18
0
0
0
0
18
2
geen
0
7
0
0
0
0
7
3
geen
14
0
0
0
0
0
14
4
geen
26
0
0
0
0
0
26
5
geen
21
0
1
0
0
0
22
6
geen
0
6
0
0
0
0
6
7
geen
21
5
0
0
0
0
26
8
geen
0
14
0
0
0
0
14
9
geen
4
6
0
0
0
0
10
10
geen
8
6
0
0
0
0
14
11
geen
0
0
0
0
0
0
0
12
geen
16
0
0
0
0
0
16
110
62
1
0
0
0
173
totaal
Bijlage 3
Tabellen parkeerdruk
•
B3.1, Tabel, parkeerdrukmetingen, zaterdag
•
B3.2, Tabel, parkeerdrukmetingen, zondag
•
B3.3, Tabel, parkeerdrukmetingen, dinsdag
•
B3.4, Tabel, parkeerdrukmetingen, donderdag
B3.1 Parkeerdruk zaterdag 20 mei 2023,
Parkeeronderzoek omgeving Loopakker
16 uur bezetting openbare parkeerplaatsen
sectie nummer
capaciteit
1
restcapaciteit bezetting (abs.)
bezetting (%)
aantal plaatsen
aantal plaatsen bij 85%
5
5
28%
13
10
0
5
5
71%
2
1
14
9
0
9
64%
5
3
4
26
20
0
20
77%
6
2
5
22
20
0
21
95%
1
-2
6
6
0
0
0
0%
6
5
7
26
13
5
18
69%
8
4
8
14
0
12
12
86%
2
0
9
10
4
5
9
90%
1
-1
10
14
7
3
11
79%
3
1
11
0
0
0
4
4
-
-4
-4
12
16
13
0
6
19
119%
-3
-5
173
86
35
133
77%
40
14
parkeervakken
op de rijbaan
18
0
2
7
3
totaal
gehandicapten
elektrische auto
overige parkeren
fout parkeren
bezet door objecten
1
1
1
0
0
10
1
B3.1 Parkeerdruk zaterdag 20 mei 2023,
Parkeeronderzoek omgeving Loopakker
20 uur bezetting openbare parkeerplaatsen
sectie nummer
capaciteit
1
restcapaciteit bezetting (abs.)
bezetting (%)
aantal plaatsen
aantal plaatsen bij 85%
6
6
33%
12
9
0
5
5
71%
2
1
14
8
0
8
57%
6
4
4
26
23
0
23
88%
3
-1
5
22
18
0
19
86%
3
0
6
6
0
0
0
0%
6
5
7
26
14
5
19
73%
7
3
8
14
0
14
14
100%
0
-2
9
10
4
4
8
80%
2
1
10
14
7
3
11
79%
3
1
11
0
0
0
2
2
-
-2
-2
12
16
11
0
5
16
100%
0
-2
173
85
37
131
76%
42
16
parkeervakken
op de rijbaan
18
0
2
7
3
totaal
gehandicapten
elektrische auto
overige parkeren
fout parkeren
bezet door objecten
1
1
1
0
0
7
1
B3.2 Parkeerdruk zondag 21 mei 2023,
Parkeeronderzoek omgeving Loopakker
15 uur bezetting openbare parkeerplaatsen
sectie nummer
capaciteit
1
restcapaciteit bezetting (abs.)
bezetting (%)
aantal plaatsen
aantal plaatsen bij 85%
9
50%
9
6
5
5
71%
2
1
9
0
9
64%
5
3
26
20
0
20
77%
6
2
5
22
14
0
14
64%
8
5
6
6
0
0
0
0%
6
5
7
26
16
5
1
22
85%
4
0
8
14
13
0
1
14
100%
0
-2
9
10
4
4
8
80%
2
1
10
14
8
6
14
100%
0
-2
11
0
0
0
3
3
-
-3
-3
12
16
8
0
3
11
69%
5
3
173
92
28
129
75%
44
18
parkeervakken
op de rijbaan
18
0
8
2
7
0
3
14
4
totaal
gehandicapten
elektrische auto
overige parkeren
fout parkeren
bezet door objecten
1
0
0
0
9
0
B3.3 Parkeerdruk dinsdag 23 mei 2023,
Parkeeronderzoek omgeving Loopakker
11 uur bezetting openbare parkeerplaatsen
sectie nummer
capaciteit
1
restcapaciteit bezetting (abs.)
bezetting (%)
aantal plaatsen
aantal plaatsen bij 85%
4
4
22%
14
11
0
3
3
43%
4
3
14
8
0
8
57%
6
4
4
26
4
0
4
15%
22
18
5
22
15
0
15
68%
7
4
6
6
0
0
0
0%
6
5
7
26
7
2
9
35%
17
13
8
14
0
3
4
29%
10
8
9
10
0
0
0
0%
10
9
10
14
0
0
0
0%
14
12
11
0
0
0
2
2
-
-2
-2
12
16
14
0
2
16
100%
0
-2
173
48
12
65
38%
108
82
parkeervakken
op de rijbaan
18
0
2
7
3
totaal
gehandicapten
elektrische auto
overige parkeren
fout parkeren
bezet door objecten
1
0
0
0
4
1
B3.3 Parkeerdruk dinsdag 23 mei 2023,
Parkeeronderzoek omgeving Loopakker
15 uur bezetting openbare parkeerplaatsen
sectie nummer
capaciteit
1
restcapaciteit bezetting (abs.)
bezetting (%)
aantal plaatsen
aantal plaatsen bij 85%
5
5
28%
13
10
0
4
4
57%
3
2
14
8
0
8
57%
6
4
4
26
6
0
6
23%
20
16
5
22
19
0
19
86%
3
0
6
6
0
0
0
0%
6
5
7
26
14
5
19
73%
7
3
8
14
0
8
8
57%
6
4
9
10
0
0
0
0%
10
9
10
14
0
0
0
0%
14
12
11
0
0
0
3
3
-
-3
-3
12
16
14
0
2
16
100%
0
-2
173
61
22
88
51%
85
59
parkeervakken
op de rijbaan
18
0
2
7
3
totaal
gehandicapten
0
elektrische auto
0
overige parkeren
0
fout parkeren
5
bezet door objecten
0
B3.3 Parkeerdruk dinsdag 23 mei 2023,
Parkeeronderzoek omgeving Loopakker
20 uur bezetting openbare parkeerplaatsen
sectie nummer
capaciteit
1
restcapaciteit bezetting (abs.)
bezetting (%)
aantal plaatsen
aantal plaatsen bij 85%
7
7
39%
11
8
0
5
5
71%
2
1
14
6
0
6
43%
8
6
4
26
22
0
22
85%
4
0
5
22
17
5
22
100%
0
-3
6
6
0
0
0
0%
6
5
7
26
17
5
22
85%
4
0
8
14
0
11
11
79%
3
1
9
10
4
5
9
90%
1
-1
10
14
8
2
10
71%
4
2
11
0
0
0
2
2
-
-2
-2
12
16
12
0
3
15
94%
1
-1
173
86
40
131
76%
42
16
parkeervakken
op de rijbaan
18
0
2
7
3
totaal
gehandicapten
0
elektrische auto
0
overige parkeren
0
fout parkeren
5
bezet door objecten
0
B3.3 Parkeerdruk dinsdag 23 mei 2023,
Parkeeronderzoek omgeving Loopakker
23 uur bezetting openbare parkeerplaatsen
sectie nummer
capaciteit
1
restcapaciteit bezetting (abs.)
bezetting (%)
aantal plaatsen
aantal plaatsen bij 85%
8
8
44%
10
7
0
4
4
57%
3
2
14
7
0
7
50%
7
5
4
26
24
0
24
92%
2
-2
5
22
21
0
24
109%
-2
-5
6
6
0
0
0
0%
6
5
7
26
20
5
25
96%
1
-3
8
14
0
11
11
79%
3
1
9
10
4
5
9
90%
1
-1
10
14
8
1
9
64%
5
3
11
0
0
0
2
2
-
-2
-2
12
16
16
0
1
17
106%
-1
-3
173
100
34
140
81%
33
7
parkeervakken
op de rijbaan
18
0
2
7
3
totaal
gehandicapten
elektrische auto
overige parkeren
1
1
fout parkeren
bezet door objecten
2
0
0
5
0
B3.4 Parkeerdruk donderdag 25 mei 2023,
Parkeeronderzoek omgeving Loopakker
20 uur bezetting openbare parkeerplaatsen
sectie nummer
capaciteit
1
restcapaciteit bezetting (abs.)
bezetting (%)
aantal plaatsen
aantal plaatsen bij 85%
7
7
39%
11
8
0
5
5
71%
2
1
14
8
0
8
57%
6
4
4
26
19
0
19
73%
7
3
5
22
21
0
23
105%
-1
-4
6
6
0
0
0
0%
6
5
7
26
15
5
20
77%
6
2
8
14
0
9
9
64%
5
3
9
10
0
0
0
0%
10
9
10
14
6
1
7
50%
7
5
11
0
0
0
3
3
-
-3
-3
12
16
16
0
2
18
113%
-2
-4
173
85
27
119
69%
54
28
parkeervakken
op de rijbaan
18
0
2
7
3
totaal
gehandicapten
elektrische auto
overige parkeren
fout parkeren
bezet door objecten
2
0
0
0
7
0
Bijlage 4 •
Visualisatie parkeerdruk
B4.1, visualisatie, parkeerdruk, dinsdag 23 uur
B4.1 Bezettingsgraad dinsdag 23 mei 2023 23:00 uur
Opdrachtgever:
BBV Development Gebied:
omgeving Loopakker Plaats:
Noord-Scharwoude Rapportnummer:
P232625
LEGENDA Onderzoeksgebied Onderzoeksgebied Bezettingsgraad Geen capaciteit 0% >0 - 40% 40 - 60% 60 - 80% 80 - 85% 85 - 90% 90 - 100% 100 - 120% Meer dan 120% Geen cap, wel druk
12 Sectienummer
Loopakker 3, Zuid-Scharwoude
A1932-06/SWI/rap1 19 april 2022
Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek
: :
Datum
Kenmerk Datum
Functie 19-04-2022
Opdrachtgever
Goedkeuring Opsteller, auteur
19-04-2022
BBV Development B.V. Dhr. H. Beke De Riek 2 1704 AS Heerhugowaard
Mevrouw S. Wielemaker (Adviseur milieu)
2e lezerschap en vrijgave
: : : :
Mevrouw P. Mulder (Projectleider)
Handtekening
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002
INHOUDSOPGAVE
2.5
2.4
2.3
2.2
2.1
BEÏNVLOEDING ............................................................................................................................ 10
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ..................................................................................... 9
BODEMKWALITEIT EN ASBEST.................................................................................................... 9
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 8
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 7
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 6
INLEIDING ........................................................................................................................................... 4
2.6 BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 10
1.
2.7 TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 11
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 6
2.8 BEOORDELING............................................................................................................................. 11
3.7
3.6
3.5
3.4
3.3
3.2
3.1
AANBEVELINGEN......................................................................................................................... 19
CONCLUSIES ............................................................................................................................... 18
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 18
INTERPRETATIE........................................................................................................................... 17
TOETSINGSKADER ...................................................................................................................... 16
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 15
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 13
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 13
Pagina 2 van 20
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 20
3.8
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 13
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.................................................................................... 12
2.9
2.
3.
4.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
4. 4.1 4.2
3. 3.1 3.2
2. 2.1 2.2
1. 1.1 1.2
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater
Laboratoriumonderzoek Certificaat grond Certificaat grondwater
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda
Vooronderzoek Rapportage Bodemloket Fotoreportage
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening
BIJLAGEN
5. 5.1 5.2
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
Pagina 3 van 20
1.
INLEIDING
In opdracht van BBV Development B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Loopakker 3 te Zuid-Scharwoude (afbeelding 1).
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: IDDS Projectenkaart)
Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met het opstellen van een bestemmingsplanwijziging en de daaruit (voortvloeiende) aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). In het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening dient een omgevingsvergunningaanvraag (activiteit bouwen) vergezeld te gaan van een rapportage inzake de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd.
Pagina 4 van 20
Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken.
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoekresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen.
Pagina 5 van 20
In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
2.1
2. AANLEIDING VOORONDERZOEK
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725;2017 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.
Pagina 6 van 20
De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
Hoogte maaiveld
RD-coördinaten
Provincie
Gemeente
Postcode / Plaats
Adres
Situering
Bebouwd
Totaal
Nummers
Sectie
Gemeentecode
Gemeente
Z
Y
X
Omschrijving
Noord-Holland
Dijk en Waard
Klinkers ca. 580 m2
Ca. 340 m2
1.354 m2
2617, 4197, 4198
B
LGD00
Langedijk
Circa 0,7 m -NAP
523.264
115.641
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
1722 VN en 1722 VL Zuid-Scharwoude
Loopakker 3 en Korteweide 220
Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.
Uitwerking
Kadastraal
Verharding
Oppervlaktes (m²)
Alle richtingen
Belendingen
25 meter buiten kadastrale grenzen
Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: OpenTopo)
Rondom de locatie is sprake van woonwijken. Ten oosten en ten zuiden van de onderzoekslocatie ligt een watergang. Aan de noordkant grenst de locatie aan de openbare weg Loopakker en aan de westkant aan Korteweide.
Afbakening VO Conclusie Afbakening voldoende
#1: Google Earth #2: IDDS Projectenkaart / AHN Viewer 0,8 / Perceelloep
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
Bronnen #1 / #2
-
Pagina 7 van 20
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag
Potentiële bronnen De locatie is momenteel in gebruik als kinderdagverblijf.
Er is sprake van slootdempingen. Vermoed wordt dat deze zijn gedempt met gebiedseigen grond. Dit dient echter geverifieerd te worden.
#3
#1 / #2
Bronnen
Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking
Huidig gebruik In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Voormalig gebruik
De locatie is sinds 1978 bebouwd geweest. Voor die tijd betrof het poldergebied en waren er meerdere watergangen aanwezig op en om de locatie. Deze zijn vermoedelijk bij het bouwrijp maken van het terrein gedempt met gebiedseigen grond. De locatie kende destijds vermoedelijk een agrarisch gebruik.
Potentiële bronnen Op de locatie zullen woningen worden gerealiseerd.
Er zij geen ondergrondse tanks of andere bodembedreigende activiteiten bekend van deze onderzoekslocatie.
Toekomstig gebruik Conclusie
Pagina 8 van 20
Er is geen sprake van specifieke verdachte locaties en specifieke verdachte parameters. Het vermoeden is dat de slootdempingen met gebiedseigen grond zijn gedempt bij het bouwrijp maken van de locatie. Dit dient echter geverifieerd te worden. #1: Bodemloket Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (online) #2: BAG-viewer / TopoTijdreis #3: Informatie verkregen van de opdrachtgever
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag
Ontgravingskaart boven- en ondergrond
Bodemkwaliteitszone
Bodemfunctieklasse -
-
-
Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht.
Er is geen informatie beschikbaar omtrent een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem.
-
#1 / #2
Bronnen
Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bodemkwaliteit
Conclusie De bodem in niet asbestverdacht. Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. De gemeente Dijk en Waard beschikt niet over een bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
#1: Bodemloket Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (online) #2: Bodemarchieven IDDS
2.5 TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag
Zand en/of klei met plaatselijk een laag veen
0,0 - 16,0 m-mv
1e afsluitende laag
1e watervoerend pakket
Deklaag
#1
Bronnen
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
0,0 - 5,0 m-mv
Circa 1,0 m-mv
Uitwerking Bodemopbouw (lokaal)
Grondwaterstand freatisch
16,0 - 55,0 m-mv
De reeds genoemde gedempte sloten.
55,0 - 70,0 m-mv
Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.).
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater richting de naastgelegen watergang zal stromen en derhalve zuidoostelijk gericht is. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond.
Grondwater (lokaal)
Geohydrologie
Bodemvreemde lagen Conclusie
Pagina 9 van 20
Ter plaatse van een groot gedeelte van de onderzoekslocatie kan sprake zijn van bodemvreemde lagen ten gevolge van slootdempingen. #1: DINOloket / Archief IDDS Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
2.6
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag
Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.
#1
Bronnen
Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater.
BODEMVERONTREINIGING
#1: Bodemloket / Bodemloket Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (online)
2.7 TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag
#1 / #2
#1 / #2
Bronnen
Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Er is geen informatie beschikbaar/bekend. Voor zover bekend is er ter plaatse van de beoogde nieuwbouwlocatie tot op heden geen milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd.
Onderzoek ter plaatse van de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Nabij de onderzoekslocatie zijn voor zover bekend eveneens geen bodemonderzoek uitgevoerd.
Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek Conclusie
Pagina 10 van 20
Onbekend is in hoeverre op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging is te verwachten. #1: Bodemloket / Bodemloket Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (online) #2: Archief IDDS
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 4 april 2022 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens.
Afbeelding 4: Onderzoekslocatie
De navolgende afbeeldingen geven een beeld van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Ter illustratie is in bijlage 2 een fotoreportage opgenomen.
BEOORDELING
Afbeelding 3: Onderzoekslocatie
2.9
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk?
Gevolgen betrouwbaarheid
Afwijking
-
-
Geen
Omschrijving
-
-
-
Reden afwijking
Beantwoording
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen Conclusie
Pagina 11 van 20
De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
2.10
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1: Conclusie en hypothese Hypothese
Hypothese
Conclusie
Locatie
Vermoed wordt dat de voormalige sloten met gebiedseigen grond zijn gedempt. Dit dient echter geverifieerd te worden.
Onverdacht
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bodem geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht.
Gehele terrein
Algemeen
Opmerking
Pagina 12 van 20
Op voorhand wordt er niet van uitgegaan dat in de grond sprake is van puinbijmengingen. Ingeval echter wel sprake blijkt te zijn van een puinbijmenging dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
3.1
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1.
Gehele terrein
NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL).
TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie (Deel)locatie Onderzoeksstrategie
Gedempte sloten
UITVOERING VELDONDERZOEK
Het onderzoek ter plaatse van de gedempte sloten heeft als doel om na te gaan in hoeverre de dempingen visueel nog zijn terug te vinden (afwijkend dempingsmateriaal, slib- en rietresten). Dit wordt gecombineerd met het onderzoek van het gehele terrein. Enkele diepe boringen worden ter plaatse van de voormalige sloten uitgevoerd. Indien de sloten worden teruggevonden wordt aanvullend een peilbuis geplaatst.
3.2 Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode Grondmonstername: 4 april 2022 Grondwatermonstername: 11 april 2022
3
Aantal
GS09, GS10, GS11
02, 05, 08 04 01
03, 06, 07
Codering
-
Bijzonderheden
IDDS VeldXpert
Diepte [m-mv] 3 1 1
Uitvoerende partij
0,5
3
BRL SIKB / protocol
Type
1,0 2,0 2,7
BRL SIKB 2000 Protocol 2001, 2002
Boring
1,5
Meetpunten
Peilbuis
-
Boring
Onderzoekaspect
Gehele terrein
Gedempte sloten
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven.
Pagina 13 van 20
Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
De bovengrond bestaat overwegend uit klei of zand. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,7 m-mv uit klei en/of zand.
De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven.
In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreffen plaatselijk resten baksteen, resten houtskool en/of resten plastic; Zeer plaatselijk zijn resten slib aangetroffen. De sloot lijkt gedempt te zijn met gebiedseigen grond aangezien geen bodemvreemde lagen zijn waargenomen.
Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm).
Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen; Opgemerkt wordt dat baksteen, houtskool en plastic conform bijlage A van de NEN 5725 niet verdacht zijn op asbest.
Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging.
[m-mv]
Filterstelling
1,14
[m-mv]
Grondwaterstand
7,0
[–]
pH
676
[S/cm]
EC
2,7
[NTU]
Troebelheid
11-04-2022
d.d.
Monstername
Pagina 14 van 20
Geen bijzonderheden
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden
In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen.
1,70 - 2,70
TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
01
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
-
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging; De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater.
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende:
3.3 Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses.
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald.
Pagina 15 van 20
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.
In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
3.4
TOETSINGSKADER
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (HandhavingUitvoeringsMethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.
In tabel 3.4.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen.
Pagina 16 van 20
<AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. >I
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
Toetsingsresultaten
PAK (0,04)
> AW / > S (licht verhoogd)
-
-
>T (matig verhoogd)
-
-
>I (sterk verhoogd)
Analyse
#1 Kwik (-)
-
Wbb (index)
Klei #1
-
-
Matrix en eventuele bijzonderheden
TABEL 3.4.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)
MM01 03(0-30) 05(15-60) 07(30-50) 08(0-50) Gs09(0-50) Klei, resten baksteen, resten houtskool
-
-
Bovengrond
M02 02(15-50)
#1
-
Grondwater
MM03 01(130-180) 04(100-150) Gs11(90-140)
Ondergrond Klei
#2
INTERPRETATIE
Peilbuis 01 (170-270) Grondwater Blanco : Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst #1 : Standaardpakket grond #2 : Standaard pakket grondwater > AW : > Achtergrondwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - AW) / (I - AW)
3.5
Bovengrond De bovengrond bestaat uit klei en/of zand. In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft plaatselijk resten tot zwakke bijmengingen met baksteen, resten houtskool en/of resten tot zwakke bijmengingen met plastic. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de kleiige grond met bijmengingen licht verontreinigd te zijn met kwik. De zintuiglijke schone grond is licht verontreinigd met PAK. Ondergrond De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,7 m-mv uit klei en/of zand. In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreffen plaatselijk resten plastic. Zeer plaatselijk zijn resten slib aangetroffen. De sloot lijkt gedempt te zijn met gebiedseigen grond aangezien geen bodemvreemde lagen zijn waargenomen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de ondergrond niet verontreinigd te zijn met de onderzochte parameters. Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater.
In het grondwater zijn de concentraties van de onderzochte parameters alle lager dan de betreffende streefwaarden.
Pagina 17 van 20
Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater afdoende mate vastgelegd. De grond is maximaal licht verontreinigd. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven.
Hypothese Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese:
Onverdacht
TABEL 3.6.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen
Toetsing Verworpen (formeel) Reden: in de grond komen lichte verontreinigingen voor. Onzes inziens heeft de toegepaste onderzoeksstrategie geen invloed gehad op de representativiteit van het onderzoek.
CONCLUSIES
Representativiteit
3.7
In opdracht van BBV Development B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Loopakker 3 te Zuid-Scharwoude. Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met het opstellen van een bestemmingsplanwijziging en de daaruit (voortvloeiende) aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). In het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening dient een omgevingsvergunningaanvraag (activiteit bouwen) vergezeld te gaan van een rapportage inzake de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Wet bodembescherming Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden (grond), dient de hypothese onverdacht voor de onderzoekslocatie formeel te worden verworpen. Echter, de gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is.
Pagina 18 van 20
Beperkingen inzake het verlenen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) worden op basis van de onderzoeksresultaten uit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
3.8
AANBEVELINGEN
Wij adviseren u om onderhavige rapportage bij de aanvraag van de omgevingsvergunning (activiteit bouwen) te voegen. Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden.
Pagina 19 van 20
Het bodemonderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat plaatselijk sprake kan zijn van een afwijkende bodemopbouw. Ook is het niet uit te sluiten dat plaatselijk nog restanten van voormalige watergangen in de bodem aanwezig zijn. Indien op de locatie graafwerkzaamheden worden uitgevoerd wordt derhalve aanbevolen om alert te blijven op plaatselijke afwijkingen in de bodem die kunnen wijzen op een eventuele bodemverontreiniging.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
4.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.
In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn.
Pagina 20 van 20
Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Kenmerk rapportage: A1932-06/SWI/rap1
BIJLAGE 1 1.1 TOPOGRAFISCHE KAART 1.2 SITUATIETEKENING
1.1 Topografische kaart
Legenda Onderzoekslocatie
Schaal 1:10.000
Legenda
Onderzoekslocatie Oude watergangen
Boorpunten Boring tot 0,5 m -mv Boring tot 1,0 m -mv Boring tot 1,5 m -mv Boring tot 2,0 m -mv Boring met peilbuis
Opdrachtgever BBV Development B.V.
Projectnummer A1932-06
Locatie Loopakker 3, Zuid-Scharwoude Getekend: SWI Formaat: A3 Omschrijving Verkennend bodemonderzoek Schaal: Schaal situatie Datum: 19-4-2022 Bijlagenummer 1.2
BIJLAGE 2 2.1 RAPPORTAGE BODEMLOKET 2.2 FOTOREPORTAGE
Rapport Bodemloket Datum: 22-3-2022
Legenda Locatie Voortgang onderzoek
Mijnsteengebieden
Pagina 1 van 2
Bodemloket Rapport
Rapport
1 Disclaimer
Algemeen
Inhoud
2
1 Algemeen Bij het Bodemloket is geen informatie voor deze locatie beschikbaar over bodemonderzoek en/of sanering. Mogelijk is informatie beschikbaar bij gemeente, omgevingsdienst of provincie.
2 Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.
Pagina 2 van 2
BIJLAGE 3 3.1 FORMULIEREN VELDONDERZOEK 3.2 BOORSTATEN EN LEGENDA
Protocol van toepassing 2001
Toelichting
Nummer pH/EC-lijst: Ic-427
Ja / Nee Nee
Ja / Nee Ja Ja Nee
FV11 Bodem veldwerkformulier uitvoer Projectnummer A1932
Veldmedewerker(s) Jeroen Verkade
Gecertificeerde veldmedewerker: Datum 4-4-2022 Overige medewerkers: Assistenten Jeroen Verkade, Jacob Nugteren Contact/voorinformatie/problemen: Vraag Contact gehad met adviseur of projectleider? Voorinformatie correct en volledig? Problemen opgetreden? Boorplan: Vraag Is afgeweken van het boorplan
Nummer pH/EC-lijst: Is er een peilbuis geplaatst? Ja
Bodem veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2021-11-15 Projectnummer: A1932
Pagina 1 van 2
Asbest: Vraag Is asbest aangetroffen Zo, aantal stukjes Bij welk boorpunt Getroffen maatregelen Protocol: Vraag Is het onderzoek volgens de aangegeven protocollen uitgevoerd? Indien afwijking geef toelichting. Opmerkingen: Geen
4-4-2022 Jeroen Verkade
Ja / Nee Nee
Ja / Nee Ja
Geregistreerde projectleider
6-4-2022 Imre Dijkstra
Hierbij verklaard de erkend veldwerker dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de BRL-SIKB2000 en het daarbij behorende protocol 2001
Akkoord
Ondertekening Erkend veldmedewerker
De formulieren zijn digitaal ondertekend. Het moment van tekenen, de data weergegeven in het formulier en de verificatie van de personen die hebben getekend zijn vastgelegd in het kwaliteitssysteem van IDDS.
Bodem veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2021-11-15 Projectnummer: A1932 BRL SIKB 2000 BRL SIKB-protocollen: 2001
Pagina 2 van 2
FV21 Grondwatermonstername veldwerkformulier uitvoer Projectnummer A1932
Protocol van toepassing 2002
Ja / Nee Ja
Ja / Nee Ja Nee (toelichten) Ja Nee Niet nodig
Toelichting
Assistenten N.V.T, werkzaamheden zelfstandig uitgevoerd
Veldmedewerker(s) Imre Dijkstra
Gecertificeerde veldmedewerker: Datum 11-4-2022 Overige medewerkers: Datum 11-4-2022 Nummer pH/EC-lijst: Nummer
Contact/voorinformatie/problemen: Vraag Staat de peilbuis op de aangegeven plaats? Contact gehad met adviseur of projectleider? Voorinformatie correct en volledig? Problemen opgetreden? Protocol: Vraag Is het onderzoek volgens de aangegeven protocollen uitgevoerd? Indien afwijking geef toelichting.
Grondwatermonstername veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2022-04-11 Projectnummer: A1932 Pagina 1 van 2