bijlage 1. Regionaal beleidskader Toezicht en handhaving Wmo en Jeugdwet
Tekst van het document
10 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-225918.pdf 11 file:///Users/carla/Downloads/Afsprakenkader-en-draaiboeken-voor-afstemming-met-WMO-toezicht-en-
nalevings-en-stelseltoezicht-Rijksinspecties-sociaal-domein.pdf
Bijlage 2 Privacy en gegevensdeling Voor de gegevensdeling en gegevensverwerking bij Toezicht en handhaving, is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. In de samenwerking met ketenpartners wordt rekening gehouden met de domein specifieke privacy kaders. Iedere ketenpartner heeft op grond van wet- en regelgeving zijn eigen bevoegdheden binnen het totale proces Toezicht en handhaving. 2.1 Gegevensverwerking Een verwerking is onder meer het verzamelen, vastleggen, ordenen, raadplegen en verstrekken van gegevens. Alles wat met persoonsgegevens kan worden gedaan, geldt als een verwerking. Persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt als daarvoor een in de AVG genoemde deugdelijke grondslag bestaat. Dit betreft: ➢ Als er een wettelijke verplichting geldt; ➢ Als de verwerking noodzakelijk is voor de uitoefening van een publieke taak. Voor verwerking van gezondheidsgegevens gelden daarnaast extra strenge regels. Het college mag gezondheidsgegevens niet verwerken, tenzij dat noodzakelijk is in verband met een in de AVG opgenomen rechtmatige grondslag voor deze verwerking. Deze grondslagen zijn voor zover hier van belang: ➢ Verwerking is noodzakelijk voor het beheren en het lokale toezicht op gezondheidszorgstelsels; ➢ Verwerking is noodzakelijk in verband met een zwaarwegend algemeen belang.
Het voorkomen van fraude is in de AVG uitdrukkelijk genoemd als een zwaarwegend algemeen belang. De grondslag voor het verwerken van gegevens voor toezicht en de handhaving van de rechtmatigheid ligt in artikel 6 lid 1 sub c AVG. Bij de gegevensverwerking moeten de gegevensverwerkers (toezichthouders en handhavers) handelen in overeenstemming met de beginselen. De beschrijving van deze kaders voor iedere ‘verwerking van persoonsgegevens’ is opgenomen in artikel 5 AVG. 2.2 Gegevensdeling Een wet die het mogelijk maakt om binnen het Sociaal domein (binnengemeentelijk) gegevens te delen is er nog niet. De Wet aanpak meervoudige problematiek Sociaal domein (Wams) is hiervoor in ontwikkeling. Vanuit andere domeinen, zoals het ruimtelijke en veiligheidsdomein, zijn ook vaak contacten met zowel cliënten als aanbieders. Als medewerkers uit andere domeinen bij controles bijvoorbeeld, misstanden constateren, kan het nuttig zijn om binnen de AVG-kaders informatie te delen met de toezichthouders binnen het Sociaal domein. Totdat er wetgeving voor intergemeentelijke gegevensdeling is, wordt gebruik gemaakt van artikel 6, eerste lid sub e AVG12. Om op een goede en juiste manier uitvoering te kunnen geven aan de verplichting om toezicht te houden en te handhaven, zijn aanvullende taken weggelegd bij de toezichthouders zorg en ondersteuning.
Voor wat betreft de gegevensuitwisseling binnen de onderdelen van handhaving in het Sociaal domein, betekent dit dat uitwisseling uitsluitend plaats zal vinden tussen de medewerkers die hiervoor 12 Dit artikel stelt dat verwerking (onder andere dus ook het raadplegen van gegevens) rechtmatig is als dit
noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag die aan de verwerkingsverantwoordelijke (gemeente) is opgedragen.
door het college zijn aangewezen als toezichthouder. Het mag dan alleen gaan om de uitwisseling van gegevens die voor de toezichthouder nodig zijn voor een goede taakuitoefening. Het kan hierbij dan gaan om de volgende gegevens: ➢ Gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP); ➢ Inkomensgegevens; ➢ Gegevens over bezittingen en schulden; ➢ Factureringsgegevens; ➢ Gegevens over leveringen van producten en diensten; ➢ Gegevens (voor zover relevant) over fysieke en psychische gezondheid/beperkingen van cliënten; ➢ Sociaal/maatschappelijke situatie en het netwerk van de inwoner; ➢ Gegevens over de woonsituatie; ➢ Gegevens over verblijfsgegevens. 2.3 Openbronnenonderzoek Een openbronnenonderzoek is voor gemeenten een efficiënte manier om onderzoek te verrichten en in dit digitale tijdperk is dit ook niet meer weg te denken.
Dit kan onder voorwaarde dat: ➢ Het op een transparante manier gebeurt (niet via nepaccounts), waarbij het account herleidbaar naar de gemeente moet zijn; ➢ Het alleen wordt ingezet bij een gegrond vermoeden van fraude; ➢ Bij het delen van gegevens moet in iedere casus vastgelegd worden welke gegevens worden gedeeld en de reden van deze gegevensdeling; ➢ Een waarborg ingebouwd worden inzake dataminimalisatie (dat je als organisatie niet meer gegevens mag verzamelen dan strikt noodzakelijk is voor het beoogde doel); ➢ er per proces een heldere en goed omschreven werkinstructie is met betrekking tot het delen en verwerken van gegevens. Dit geldt voor: • de mailbox van het meldpunt; • verdere deling van de melding; • het toezichthouders overleg; • het toezichthouders onderzoek.
Bijlage 3
Het onderzoek
Een onderdeel van het uitvoeren van toezicht is het verrichten van een onderzoek. Hoe een onderzoek eruitziet, kan per situatie verschillen. Het hangt af van het onderwerp van onderzoek (bijvoorbeeld de voorziening of de instantie) en van de aanleiding (proactief of signaal gestuurd). Het onderzoek kan bestaan uit een locatiebezoek, uit een documentenonderzoek of uit gesprekken met betrokkenen, waaronder cliënten of een cliëntenraad. Bij het onderzoek wordt ook de cliënttevredenheid meegewogen als onderdeel van de kwaliteitseisen. Het toezicht kan aangekondigd of onaangekondigd zijn, ook daarbij is het type toezicht medebepalend: proactief of signaal gestuurd. De toezichthouder kan onaangekondigd een bezoek afleggen om een goed beeld te krijgen van de dagelijkse praktijk. Soms is het belangrijk om de tijd te hebben om met mensen te praten of om het bestaande beleid onder de loep te nemen. In dat geval maakt de toezichthouder daar een afspraak voor. De toezichthouder voert het onderzoek uit op basis van openbaar gemaakte toetsingskaders. In deze kaders is opgenomen naar welke kwaliteits- en rechtmatigheidseisen gekeken wordt. Als een onderzoek is afgerond, stelt de toezichthouder een rapport op met daarin alle bevindingen. In het geval van signaal gestuurd toezicht is het rapport voorzien van een handhavingsadvies aan het college.
Een toezichtrapport kan gevolgen hebben voor zowel de aanbieder als de cliënt. Daarom is het belangrijk dat het rapport zorgvuldig tot stand komt. De toezichthouder stelt allereerst een conceptrapport op en legt dit voor aan de betrokken aanbieder. Als er feitelijke onjuistheden of onduidelijkheden in staan, kan de toezichthouder dit aanpassen. Zoals eerder vermeld, worden in principe alle toezichtrapporten openbaar gemaakt.
Bijlage 4
Juridische grondslag Toezicht en Handhaving in beeld