CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Plantekst BestemmingsplanHeerhugowaard Zuid-West 2021

Gemeenteraad 13 september 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: RV Vaststellen bestemmingsplan Heerhugowaard ‘Zuid-West 2021’41.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

HEERHUGOWAARD ZUID-WEST 2021 gemeente Heerhugowaard

INHOUDSOPGAVE Planregels

4

hoofdstuk 1 Inleidende Regels

5

artikel 1 Begrippen

5

artikel 2 Wijze van meten

15

hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

17

artikel 3 Centrum

17

artikel 4 Groen

19

artikel 5 Maatschappelijk

21

artikel 6 Tuin

24

artikel 7 Tuin - 1

25

artikel 8 Tuin - 2

26

artikel 9 Verkeer

27

artikel 10 Verkeer - 1

28

artikel 11 Water

29

artikel 12 Wonen

30

artikel 13 Wonen - 1

34

artikel 14 Wonen - 2

37

artikel 15 Wonen - 4

41

artikel 16 Wonen - 5

41

artikel 17 Leiding

43

artikel 18 Waarde - Archeologie 2

45

artikel 19 Waarde - Archeologie 3

46

artikel 20 Waarde - Cultuurhistorie

48

hoofdstuk 3 Algemene regels

51

artikel 21 Anti-dubbeltelregel

51

artikel 22 Algemene bouwregels

51

artikel 23 Algemene gebruiksregels

51

artikel 24 Algemene aanduidingsregels

52

artikel 25 Algemene afwijkingsregels

53

artikel 26 Algemene wijzigingsregels

54

artikel 27 Overige regels

55

hoofdstuk 4 Overgangs- en Slotregels

56

artikel 28 Overgangsrecht

56

artikel 29 Slotregel

56

Bijlagen bij regels

57

1 Staat van bedrijfsactiviteiten

58

2 Uitbouw aan voor- en zijgevel

59

3 Wijze van meten

60 1

Toelichting

61

3.1 Inleiding

62

3.1.1 Algemeen

62

3.1.2 Plangebied

62

3.1.3 Doel

63

3.1.4 Geldende planologische regelingen

63

3.1.5 Opzet van de toelichting

63

3.2 Huidige situatie

64

3.2.1 Ontstaansgeschiedenis

64

3.2.2 Bestaande situatie

65

3.3 Beleidskaders

66

3.3.1 Inleiding

66

3.3.2 Europees beleid

66

3.3.3 Rijksbeleid

67

3.3.4 Provinciaal en regionaal beleid

70

3.3.5 Gemeentelijk beleid

75

3.4 Milieu- en omgevingsaspecten

85

3.4.1 Inleiding

85

3.4.2 Geluid

85

3.4.3 Bedrijven en milieuzonering

86

3.4.4 Water

87

3.4.5 Luchtkwaliteit

88

3.4.6 Bodem

88

3.4.7 Natuur

90

3.4.8 ErfGoed

91

3.4.9 Landschap en ecologie

94

3.4.10 Duurzaamheid en energie

95

3.4.11 Veiligheid

95

3.4.12 Externe veiligheid

96

3.4.14 Milieueffectrapportage (MER)

98

3.5 Planbeschrijving

99

3.5.1 Inleiding

99

3.5.2 Beheer

99

3.6 Juridische aspecten

100

3.6.1 Inleiding

100

3.6.2 Planvorm - juridisch systeem

100

3.6.3 Inleidende regels

103

3.6.4 Bestemmingsregels

103

3.6.5 Algemene regels

109

3.6.6 Overgangs- en slotregels

110

2

3.6.7 Uitvoerbaarheid en handhaving

110

3.7 Financieel-economische uitvoerbaarheid

112

3.8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

113

3.8.1 Uitkomsten overleg ex artikel 3.1.1 Bro

113

3.8.2 Rapportering zienswijzen

114

Bijlagen bij toelichting

115

1 Historische geografische inventarisatie Heerhugowaard

116

2 Reactienota beantwoording overlegreacties en zienswijzen

117

3

PLANREGELS

4

hoofdstuk 1 Inleidende Regels artikel 1 Begrippen 1.1 aan huis gebonden beroep: Een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.2 aanbouw: Een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.3 aanduiding: Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens: De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 afmeervoorziening een voorziening ten behoeve van het afmeren van een schip, zoals een steiger

1.6 bebouwing: Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.7 bebouwingspercentage: Een in de regels of op de plankaart aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.

1.8 bed & breakfast: Een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis of bijgebouw en wordt gerund door de eigenaren van het betreffende huis.

1.9 bedrijfsgebouw: Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf, niet zijnde een kas.

1.10 bedrijfsvloeroppervlakte: De totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan huis gebonden beroep dan wel een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.

5

1.11 bedrijfswoning / dienstwoning: Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is.

1.12 begin- en eindtijden bij evenementen Een eendaags of meerdaags evenement vindt plaats tussen 07.00 - 24.00, vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan een wettelijke vrije dag tussen 07.00 - 01.00 uur en zondag tussen 13.00 - 24.00, tenzij in de regels voor het evenementerrein een afwijking van deze tijden is opgenomen.

1.13 bestaand Het legale gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of de legale bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is krachtens een bouwvergunning/omgevingsvergunning voor het bouwen dan wel nog gebouwd kan worden met gebruikmaking van een ontheffing op basis van de Wro of een afwijkingsprocedure op basis van de Wabo.

1.14 bestemmingsgrens: De grens van een bestemmingsvlak.

1.15 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.16 bestemmingsvlak: Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.17 bijbehorend bouwwerk: Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.18 bouwen: Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.19 bouwgrens: De grens van een bouwvlak.

1.20 bouwlaag: Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

1.21 bouwperceel:

6

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.22 bouwperceelgrens: De grens van een bouwperceel.

1.23 bouwvlak: Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.24 bouwwerk geen gebouw zijnde bouwwerk of gedeelte daarvan voor zover geen gebouw of onderdeel daarvan is.

1.25 bouwwerk: Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.26 CROW-richtlijn richtlijnen ten aanzien van parkeerkencijfers, opgesteld door het Nationale Kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte

1.27 dagrecreatieve voorzieningen vormen van recreatief gebruik, zoals wandelpaden, visplaatsen en parkeerplaatsen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, geen sprake is van overnachting en geen gemotoriseerde vormen van recreatie zijn toegestaan.

1.28 dak: Iedere bovenbeëindiging van een bouwwerk.

1.29 dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.

1.30 detailhandel: Een bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, zulks met uitzondering van horeca activiteiten.

1.31 dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling: Een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio’s en naar de aard

7

daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting.

1.32 dienstverlening: Het bedrijfsmatig verlenen van diensten.

1.33 eerste bouwlaag De begane grondlaag.

1.34 erfafscheiding Constructie voor het afscheiden van een erf of een gedeelte daarvan bij een hoofdgebouw, waarbij er sprake moet zijn van een functionele relatie tussen de erfafscheiding en het hoofdgebouw.

1.35 erotisch getinte vermaakfunctie: Een vermaakfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van pornoerotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal.

1.36 evenement: Evenement als bedoeld in de begripsbepalingen van de 'Algemene Plaatselijke Verordening' van de gemeente Heerhugowaard, zoals die luidt op de dag van de ter visie legging van dit bestemmingsplan.

1.37 evenementendag: Als gesproken wordt van een evenement van een dag, moet daaronder worden verstaan een periode van 24 uur aansluitend, wat betekent dat de periode over 2 kalenderdagen verspreid kan zijn

1.38 gastouderopvang: Opvang van kinderen in een gezinssituatie door een ander dan diegene die als ouder fungeert en hiervoor aanspraak maakt op kinderopvangtoeslag of een andere tegemoetkoming, waardoor deze vorm als bedrijfsmatig te typeren is.

1.39 gebouw: Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.40 geluidscategorie 1: Evenementen waarbij het geluid maximaal 95 dB(A)/105 dB(C) op 30 meter van het podium/luidsprekers en 75 dB(A) op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen bedraagt.

1.41 geluidscategorie 2: Evenementen waarbij het geluid maximaal 70dB(A) op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen bedraagt.

1.42 geluidscategorie 3:

8

Evenementen waarbij het geluid van luidsprekers e.d. op een afstand van 5 tot 7 meter maximaal een geluidsniveau (gemeten over 1 minuut) van 65 dB(A) mag bedragen en waarbij het geluid op de gevel van dichtstbijzijnde woningen niet hoger mag zijn dan 50 dB(A). Indien de dichtstbijzijnde woningen zich op kortere afstand dan 15 meter bevinden mag het invallend geluid maximaal 55 dB(A) bedragen.

1.43 groothandel: Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, instellingen, dan wel personen ter aanwending in een ander bedrijf.

1.44 hoofdgebouw: Een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt.

1.45 horecabedrijf: Een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt; de volgende categorieën horeca-instellingen worden onderscheiden:

1.45.1 horeca van categorie 1 Horecabedrijven die gelet op de aard en de omvang zowel uit functionele als uit milieu-overwegingen niet of nauwelijks storend werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze bedrijven en waarbij het accent ligt op het verstrekken van maaltijden (bijvoorbeeld een restaurant).

1.45.2 horeca van categorie 2 Horecabedrijven die gelet op de aard en de omvang zowel uit functionele als uit milieu-overwegingen in geringe mate storend werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze bedrijven en waarbij het accent ligt op het verstrekken van lunches of snacks (bijvoorbeeld een cafetaria, lunchroom, tearoom, broodjeszaak of ijssalon).

1.45.3 horeca van categorie 3 Horecabedrijven die gelet op de aard en de omvang zowel uit functionele als uit milieu-overwegingen in min of meer ernstige mate storend werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze bedrijven en waarbij het accent ligt op het (vrijwel) uitsluitend verstrekken van dranken (bijvoorbeeld een café, bar, café-restaurant en zaalverhuur).

1.45.4 horeca van categorie 4 Horecabedrijven die gelet op de aard en de omvang zowel uit functionele als uit milieu-overwegingen in ernstige mate storend werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze bedrijven en waarbij het accent ligt op het dansen en het verstrekken van dranken (discotheek).

1.45.5 horeca van categorie 5 Horecabedrijven die gelet op de aard en de omvang zowel uit functionele als uit milieu-overwegingen in geringe mate storend werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze bedrijven en waarbij het accent ligt op het verstrekken van nachtverblijf, al dan niet in combinatie met het verstrekken van maaltijden

9

(bijvoorbeeld een hotel, pension of jeugdherberg).

1.46 huishouden: Persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen;

1.47 kantoor: Een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van instellingen en bedrijven.

1.48 kantoorruimte of praktijkruimte Een gedeelte van een woning of woongebouw, dat dient voor de uitoefening van een beroep, dat in die woning met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en dat is gericht op het verlenen van diensten.

1.49 kas: Een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of planten.

1.50 kleinschalige bedrijfsmatige activiteit: De in de bijlage 1 (Bedrijvenlijst ontleend aan de brochure Bedrijven en Milieuzonering VNG) genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend.

1.51 kunstobject: Uiting van één der beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde.

1.52 kunstwerk: Een bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening.

1.53 ligplaats: Een door de gemeente aangewezen ligplaats die door een woonschip wordt ingenomen.

1.54 maatschappelijk: Educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening.

1.55 mantelzorg: Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen

10

bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.

1.56 natuurvriendelijke oever Oever zonder of met een gedeeltelijke verwijderde beschoeiing en een flauw niet afgewerkte talud.

1.57 onderkomen: Een voor verblijf geschikt bouwwerk, waaronder begrepen al dan niet aan zijn bestemming onttrokken voer- of vaartuig, ark, caravan, woon- of stacaravan, voor zover geen bouwwerk zijnde, alsmede een tent.

1.58 ontmoetingsplaats: Een als zodanig ingerichte openbare locatie voor het ontmoeten van personen, al dan niet met voorzieningen, gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde.

1.59 op- en afbouwdagen Op- en afbouwenactiviteiten behorend bij een evenement waarbij voldaan wordt dient te worden aan de begin- en eindtijden, zoals deze zijn opgenomen in artikel 8.3 van het Bouwbesluit.

1.60 overkapping een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts met een wand is omgeven.

1.61 pand: De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.62 parkeerkencijfers hulpmiddel om een orde van grootte uit te rekenen voor het bepalen van het aantal aan te leggen parkeerplaatsen bij een bepaalde voorziening (bijvoorbeeld woonwijk of winkelgebied).

1.63 parkeernorm het door het bevoegd gezag vastgestelde aantal parkeerplaatsen.

1.64 peil: a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdingang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het waterpeil.

11

1.65 perceelsafscheiding Constructie voor het afscheiden van een perceel of een gedeelte daarvan zonder dat er sprake is van een relatie tot bebouwing.

1.66 permanente bewoning bewoning van een gebouw als hoofdverblijf.

1.67 plan: Het bestemmingsplan Heerhugowaard Zuid-West 2021 met identificatienummer NL.IMRO.0398.BP203HHWZUIDWEST-ON01 van de gemeente Heerhugowaard.

1.68 productiegebonden detailhandel: Detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.

1.69 prostitutie: Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

1.70 recreatief medegebruik: Een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan.

1.71 recreatieve bewoning: De bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie waarbij elders het hoofdverblijf wordt gehouden.

1.72 seksinrichting: Een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.73 snijdende voorgevelrooilijn: De (denkbeeldige) doorgetrokken voorgevelrooilijn van een woningrij, welke de voorgevelrooilijn van de dwars daarop geplaatste andere woningrij kruist.

1.74 standplaats voor ambulante handel Een door burgemeester en wethouders aangewezen ruimte op of aan de weg voor het te koop aanbieden, verkopen of verstrekken van goederen, waren of diensten.

1.75 uitbouw:

12

Een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.76 verblijfsrecreatie het kortdurend verblijf van één of meerdere personen met overnachting die elders hun hoofdverblijf hebben, waarbij in ieder geval geen sprake is van permanente bewoning.

1.77 verkoopvloeroppervlakte: Een voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel. (let op: dit is dus de nettovloeroppervlakte)

1.78 voorgevel: De naar de openbare weg gerichte gevel van een gebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

1.79 voorgevelrooilijn: Alle naar de naastgelegen wegen toegekeerde bouwgrenzen van het hoofdgebouw en het denkbeeldig verlengde daarvan.

1.80 waterpeil: Het door het hoogheemraadschap vastgestelde streefpeil voor het desbetreffende peilvlak zoals dat geldt op de dag van ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

1.81 webwinkel Uitoefening van detailhandel waarbij goederen uitsluitend worden verkocht door middel van een schriftelijke en/of elektronische opdracht, die niet ter plaatse ter hand worden gesteld en waarbij geen uitstalling van goederen ten verkoop bestaat (geen showroom).

1.82 winkel: Een gebouw, dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruikt voor de detailhandel.

1.83 wonen: Bewonen van een woning door één afzonderlijk huishouden;

1.84 woning: Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

1.85 wooneenheid een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

13

1.86 woongebouw: Een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.

1.87 woonhuis: Een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.

1.88 woonschip: a. Elk vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot als hoofdbewoning geldend dag- en/of nachtverblijf van één huishouden; b. een vaar- of drijftuig, als bedoeld onder a. in opbouw; c. een casco dat tot vaar- of drijftuig, als bedoeld onder a. kan worden opgebouwd; d. elk vaar- of drijftuig, waarin of waarop bedrijfsmatige of soortgelijke activiteiten worden uitgeoefend of dat daartoe is ingericht; e. de overblijfselen van een vaar- of drijftuig, als bedoeld onder a. tot en met c.

1.89 woonwagen Voor de bewoning en/of huisvesting van één huishouden bestemd, niet in de grond gefundeerd en met slechts één voor bewoning bestemde bouwlaag, gebouw dat is geplaatst op een woonwagenstandplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst".

1.90 woonzorgcomplex een al dan niet afgesloten inrichting met een cluster van wooneenheden waarbij de functie wonen wordt gecombineerd met zorg- en welzijnsvoorzieningen, veelal voorzien van bijbehorende voorzieningen gerciht op dagbesteding, recreatie en educatie.

1.91 woonzorgeenheid een gebouw of deel van een gebouw, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één bewoner van een woonzorgcomplex.

1.92 zomerhuis: Een gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning.

1.93 zorginstelling een gebouw dat bestemd is voor het verlenen van intensieve zorg waarbij tevens de uitrusting van het gebouw sterk gericht is op zorgprocessen.

1.94 zorgwoning: Een gebouw of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven; verzorging kan voortdurend of nagenoeg voortdurend plaatsvinden en in het

14

gebouw kan afzonderlijke ruimte ten behoeve van de verzorging aanwezig zijn.

artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 lengte, breedte en diepte van gebouwen: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren;

2.2 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c. q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij het bepalen van de goothoogte wordt gebruik gemaakt van Bijlage 1 Wijze van meten

2.4 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.5 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, valbeveiligingen voor dakterrassen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. Bij het bepalen van de bouwhoogte wordt gebruik gemaakt van Bijlage 1 Wijze van meten

2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.7 afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend hoofdgebouw, waar die afstand het kortst is.

2.8 ondergeschikte bouwdelen bouwdelen als goot- en dakoverstekken, plinten, pilasters, kozijnen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en dergelijke worden buiten beschouwing gelaten, mits de breedte van de overschrijding van de bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,60 meter bedraagt.

2.9 bouwen binnen de bouw-of bestemmingsvlakken

15

indien een bouwwerk binnen een op de verbeelding aangegeven bouw- of bestemmingsvlak gebouwd moet worden mag hiervan worden afgeweken ten behoeve van de (zijdelingse) grenzen van een standplaats en enig punt van het op die standplaats voorkomende gebouw, waar die afstand het kortst is.

2.10 peil vanwege situering van de toegestane bouwwerken (palen/steigers) in het water, geldt daarvoor een specifiek aangegeven peil van -3.30 N.A.P.

16

hoofdstuk 2 Bestemmingsregels artikel 3 Centrum 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, waarbij maximaal één supermarkt is toegestaan; b. dienstverlenende voorzieningen; c. wonen, vanaf de tweede bouwlaag; met de daarbij behorende: d. wegen en paden; e. verkeers-, parkeer- en groenvoorzieningen; f. tuinen, erven en terreinen; g. bouwwerken geen gebouw zijnde.

3.1.1 Bestaand aantal woningen Bestaand aantal woningen Het aantal woningen bedraagt niet meer dan het bestaande aantal. Hierbij is het bestaand aantal woningen gedefinieerd als: Het aantal woningen dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan legaal aanwezig is en het aantal woningen dat: a. nog gebouwd mag worden krachtens een onherroepelijk bestemmingsplan en/of omgevingsvergunning; b. in uitvoering is krachtens een bouwvergunning/omgevingsvergunning voor het bouwen en/of gebruiken van een woning, en c. nog gebouwd kan worden met gebruikmaking van een reeds verleende ontheffing op basis van de Wro of een afwijkingsprocedure op basis van de Wabo.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwd oppervlak binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan het percentage dat ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven 'maximum bebouwingspercentage (%)' is vermeld; c. indien op de verbeelding geen bebouwingspercentage staat aangegeven, mag het bouwvlak voor 100% worden bebouwd; d. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer dan de hoogte die ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is vermeld; e. goten van ondergeschikte bouwdelen zoals dakkapellen, dakopbouwen e.d. worden niet getoetst aan de goothoogte; f. van de eis dat een bouwwerk binnen een op de verbeelding aangegeven bouwvlak moet worden gebouwd, mag worden afgeweken voor het overschrijden van de bouwgrens ten behoeve van het maken van: galerijen, balkons en (brand)trappen en trappenhuizen tot een breedte van niet meer dan 2,00 meter en luifels tot een breedte van niet meer dan 2,50 meter; g. van de eis dat een bouwwerk binnen een op de verbeelding aangegeven bouw- of bestemmingsvlak moet worden gebouwd mag worden afgeweken voor het overschrijden van die bouw- of bestemmingsgrens ten behoeve van het maken van:

17

goot- en dakoverstekken, plinten, pilasters, kozijnen, ventilatiekanalen,schoorstenen, gevel- en kroonlijsten e.d. tot een breedte van maximaal 0,60 meter.

3.2.2 Bijgebouwen - Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. maximaal 5% van het buiten het bouwvlak gelegen bestemmingsgedeelte mag worden aangewend voor het bouwen van aangebouwde- en vrijstaande bijgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde; b. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bouwwerk waarop wordt aangesloten en zoveel hoger als constructie- en isolatietechnisch op grond van bouwtechnische regelgeving nodig is; c. de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 3,00 meter; d. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorende bouwwerk mag niet meer bedragen dan 4,50 meter.

3.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2,00 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel danwel het verlengde daarvan niet meer dan 1,30 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 8,00 meter bedragen, met uitzondering van kunstobjecten waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 12,00 meter.

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de waarborging van gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; f. het aantal en de situering van parkeervoorzieningen.

3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Gebruik van de woning Naast een gebruik van de woning en de bijbehorende bouwwerken voor wonen zijn de volgende gebruiksmogelijkheden toegestaan: a. de uitoefening van een aan huis gebonden beroep en/of dienstverlenend bedrijf of dienstverlenende instelling, een webwinkel of gastouderopvang, onder de voorwaarden dat: 1. niet meer dan 1/3e deel van de als verblijfsgebied aan te merken vloeroppervlakte van de woning met de daarbij bijhorende bouwwerken, met een maximum van 45 m², voor de uitoefening van het beroep of bedrijf wordt gebruikt; 2. geen vergunning- en/of meldingsplicht op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving vereist is; 3. detailhandel uitsluitend is toegestaan in producten en diensten die op het betreffende perceel zijn

18

vervaardigd; 4. bij het gebruik van een garage, parkeergelegenheid op het eigen erf mogelijk is en wordt gerealiseerd; 5. een vloeroppervlak van ten minste 5 m2 bij een breedte van ten minste 1,8 meter en een hoogte daarboven van ten minste 2,3 meter beschikbaar blijft voor bergruimte; 6. bij een webwinkel opslag van goederen binnen het maximaal toegestane oppervlak voor de bedrijfsmatige activiteit blijft, geen afhaaladres en geen uitstalling ten verkoop aanwezig is; 7. bij gastouderopvang het aantal op te vangen kinderen niet meer mag bedragen dan 6, inclusief eventuele eigen kinderen; b. bed en breakfast voor ten hoogste 2 kamers en maximaal 4 slaapplaatsen in de woning en/of in de bijbehorende bouwwerken van de woning voor een oppervlakte van maximaal 50 m², onder voorwaarde dat; 1. er geen eigen kookgelegenheid is toegestaan; 2. geen permanente bewoning is toegestaan; 3. het niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen noodzakelijk maken; c. mantelzorg, onder de voorwaarde dat: 1. door een deskundige is aangetoond dat de verzorging in verband met medische, psychische en/of sociale omstandigheden noodzakelijk is en de mantelzorger in staat is de mantelzorg langdurig te verlenen; 2.

door de vestiging van extra woonruimte er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van belangen van omwonenden en bedrijven; 3. brandveiligheid gewaarborgd is; 4. parkeren plaatsvindt op eigen erf; 5. na afloop van de zorgverlening de extra woonruimte niet meer wordt gebruikt voor inwoning of bijwoning, maar het geheel weer door de hoofdbewoner in gebruik wordt genomen.

3.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gebouwen voor bewoning, met uitzondering van een eventuele bedrijfswoning; b. het gebruik van de woning voor meer dan één huishouden; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

3.5 Afwijken van de gebruiksregels Afwijken t.b.v. bed en breakfast Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.1 onder b. voor een bed en breakfast accommodatie voor ten hoogste 5 kamers en maximaal 10 slaapplaatsen, waarbij het oppervlak van de bed en breakfast accommodatie niet meer mag bedragen dan 40% van het vloeroppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 125 m² onder de voorwaarde dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, met in achtneming van de parkeerkencijfers van het CROW danwel de parkeerbeleidsnota Heerhugowaard 2021 of de rechtsopvolger daarvan.

artikel 4 Groen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen waaronder plantsoenen en bermen; b. ontmoetingsplaatsen; c. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en ontmoetingsplaatsen; d. voet- en fietspaden;

19

e. parkeervakken en parkeerstroken; f. sport- en speelvoorzieningen; g. evenemententerrein ter plaatse van de aanduiding "evenemententerrein"; h. water; i. kunstobjecten; j. kunstwerken; k. opstelplaatsen voor de Brandweer; l. tewaterlaatplaatsen; m. verkeersvoorzieningen; met de daarbij behorende: n. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4.2 Bouwregels Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Groen' worden gerealiseerd.

4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. ten hoogste 5% van de oppervlakte van de voor Groen bestemde gronden mag worden bebouwd; b. de oppervlakte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 25 m²; c. de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 3,50 meter; d. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 4,50 meter.

4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor geluidwerende voorzieningen niet meer bedragen dan 4,00 meter, b. de bouwhoogte voor speeltoestellen mag niet meer bedragen dan 6,00 meter; c. de bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer dan 12,00 meter bedragen; d. en voor overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan 8,00 meter.

4.2.3 Inrichtingseisen Ten aanzien van de ruimtelijke indeling en gebruik van de gronden met de bestemming 'Groen' geldt dat: a. niet meer dan 15 % van de gronden mag worden verhard; b. niet meer dan 15% van de gronden ten behoeve van water, waterpartijen en/of sloten mag worden gebruikt; c. voor zover de gronden liggen in de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' de hoogte van de opgaande beplanting niet meer dan 2,00 meter mag bedragen.

4.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.2 onder b en toestaan dat de bouwhoogte van speeltoestellen maximaal 10 meter mag bedragen, mits de privacy van omliggende woningen niet wordt geschaad door de hoogte van het speeltoestel en het speeltoestel geen afbreuk doet aan de eisen zoals genoemd in de Wet attractiebesluit speeltoestellen (WAS).

20

4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Gebruik ten behoeve van evenementen Voor het gebruik van de gronden ten behoeve van een evenement gelden de volgende regels: a. evenementen zijn alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein'; b. het aantal evenementen dat jaarlijks is toegestaan mag niet meer bedragen dan 2; c. de duur van een evenement (exclusief op- en afbouwdagen) is maximaal 1 dag per jaar; d. het aantal bezoekers mag maximaal 15.500 personen bedragen, mits voorzien wordt in voldoende parkeervoorzieningen; e. er zijn geen evenementen toegestaan in geluidscategorie 1 en 2.

4.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gereken: a. het gebruik van gronden, grenzend aan water als ligplaats voor woonschepen, woonarken of een casco (caisson) dat tot een woonschip of woonark kan worden opgebouwd zoals beschreven in artikel; b. het gebruik van gronden ten behoeve van verblijfsrecreatie.

artikel 5 Maatschappelijk 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke doeleinden (betrekking hebbend op de maatschappij, de samenleving), zoals: 1. medische voorzieningen; 2. culturele voorzieningen; 3. religieuze voorzieningen; 4. welzijnsvoorzieningen; 5. educatieve voorzieningen; 6. voorzieningen voor openbaar bestuur; 7. onderwijsvoorzieningen; 8. kinderopvang/peuterspeelzaal; 9. zorgvoorzieningen; met de daarbij behorende: b. verkeers-, parkeer- en groenvoorzieningen; c. sport- en speelvoorzieningen; d. water; e. kunstwerken; f. erven en terreinen; g. kunstobjecten; h. bouwwerken geen gebouwen zijnde; i. bedrijfswoningen.

5.1.1 Bestaand aantal woningen Bestaand aantal woningen

21

Het aantal woningen bedraagt niet meer dan het bestaande aantal. Hierbij is het bestaand aantal woningen gedefinieerd als: "Het aantal woningen dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan legaal aanwezig is en het aantal woningen dat: a. nog gebouwd mag worden krachtens een onherroepelijk bestemmingsplan en/of omgevingsvergunning; b. in uitvoering is krachtens een bouwvergunning/omgevingsvergunning voor het bouwen en/of gebruiken van een woning, en c. nog gebouwd kan worden met gebruikmaking van een reeds verleende ontheffing op basis van de Wro of een afwijkingsprocedure op basis van de Wabo".

5.2 Bouwregels 5.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' op de verbeelding staat aangegeven; c. indien op de verbeelding geen bebouwingspercentage staat aangegeven, mag het bouwvlak voor 100% worden bebouwd; d. de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven; e. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven; f. goten van ondergeschikte bouwdelen zoals dakkapellen, dakopbouwen en dergelijke worden niet getoetst aan de goothoogte; g. binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak, op de met 'Maatschappelijk' aangeduide gronden mag ten hoogste één bedrijfswoning worden gebouwd, waarvan de inhoud niet meer dan 500 m³ mag bedragen en de bouw- en goothoogte

niet meer dan respectievelijk 9,00 meter en 6,00 meter mogen bedragen;

h. van de eis dat een bouwwerk binnen een op de verbeelding aangegeven bouwvlak moet worden gebouwd, mag worden afgeweken voor het overschrijden van de bouwgrens ten behoeve van het maken van: galerijen, balkons en (brand)trappen en trappenhuizen tot een breedte van niet meer dan 2,00 meter en luifels tot een breedte van niet meer dan 2,50 meter; i. van de eis dat een bouwwerk binnen een op de verbeelding aangegeven bouw- of bestemmingsvlak moetworden gebouwd mag worden afgeweken voor het overschrijden van die bouw- of bestemmingsgrens tenbehoeve van het maken van goot- en dakoverstekken, plinten, pilasters, kozijnen, ventilatiekanalen,schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en dergelijke tot een breedte van maximaal 0,60 meter.

5.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. maximaal 5 % van de bij het hoofdgebouw behorende gronden buiten het bouwvlak en binnen het bestemmingsvlak mag worden aangewend voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken; b. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bouwwerk waarop wordt aangesloten en zoveel hoger als constructie- en isolatietechnisch op grond van bouwtechnische regelgeving nodig is; c. de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 3,00 meter; d. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 4,50 meter.

22

5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2,00 meter bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, mag voor speeltoestellen niet meer dan 6.00 meter bedragen; c. de bouwhoogte van kunstwerken mag maximaal 12,00 meter bedragen; d. voor overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag de bouwhoogte niet meer dan 8,00 meter bedragen.

5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Bouwen buiten het bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.1 onder a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen ten hoogste gelijk zal zijn aan het maximaal toegestane oppervlakte zoals dat geldt binnen het bouwvlak.

5.3.2 Speeltoestellen Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.3 onder b en toestaan dat de bouwhoogte van speeltoestellen niet meer dan 10 meter mag bedragen, mits de privacy van omliggende woningen niet wordt geschaad door de hoogte van het speeltoestel en het speeltoestel geen afbreuk doet aan de eisen zoals genoemd in de Wet attractiebesluit speeltoestellen (WAS).

5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Gebruik van de bedrijfswoning Naast een gebruik van de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken voor wonen zijn de volgende gebruiksmogelijkheden toegestaan: a. de uitoefening van een aan huis gebonden beroep en/of dienstverlenend bedrijf of dienstverlenende instelling, een webwinkel of gastouderopvang, onder de voorwaarden dat: 1. niet meer dan 1/3e deel van de als verblijfsgebied aan te merken vloeroppervlakte van de woning met de daarbij bijhorende bouwwerken, met een maximum van 45 m², voor de uitoefening van het beroep of bedrijf wordt gebruikt; 2. geen vergunning- en/of meldingsplicht op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving vereist is; 3. detailhandel uitsluitend is toegestaan in producten en diensten die op het betreffende perceel zijn vervaardigd; 4. bij het gebruik van een garage, parkeergelegenheid op het eigen erf mogelijk is en wordt gerealiseerd; 5. een vloeroppervlak van ten minste 5m2bij een breedte van ten minste 1,8 meter en een hoogte daarboven van ten minste 2,3 meter beschikbaar blijft voor bergruimte; 6. bij een webwinkel opslag van goederen binnen het maximaal toegestane oppervlak voor de bedrijfsmatige activiteit blijft, geen afhaaladres en geen uitstalling ten verkoop aanwezig is; 7.

bij gastouderopvang het aantal op te vangen kinderen niet meer mag bedragen dan 6, inclusief eventuele eigen kinderen; b. bed en breakfast: voor ten hoogste 2 kamers en maximaal 4 slaapplaatsen in de woning en/of in de bijbehorende bouwwerken van de woning voor een oppervlakte van maximaal 50 m², onder voorwaarde dat; 1. er geen eigen kookgelegenheid is toegestaan; 2. permanente bewoning is toegestaan; 3. het niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die

23

verkeersmaatregelen noodzakelijk maken; c. mantelzorg, onder de voorwaarde dat: 1. door een deskundige is aangetoond dat de verzorging in verband met medische, psychische en/of sociale omstandigheden noodzakelijk is en de mantelzorger is staat is de mantelzorg langdurig te verlenen; 2. door de vestiging van voor mantelzorg benodigde extra woonruimte geen onevenredige aantasting plaatsvindt van belangen van omwonenden en bedrijven; 3. brandveiligheid gewaarborgd is; 4. parkeren plaatsvindt op eigen erf; 5. na afloop van de zorgverlening de extra woonruimte niet meer wordt gebruikt voor inwoning of bijwoning, maar het geheel weer door de hoofdbewoner in gebruik wordt genomen.

5.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gebouwen voor bewoning, met uitzondering van een eventuele bedrijfswoning, indien wonen ten behoeve van de ter plaatse gevestigde bedrijfsactiviteiten noodzakelijk wordt geacht; b. het gebruik van de bedrijfswoning voor meer dan één huishouden; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten en detailhandel; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

5.4.3 Afwijken t.b.v. bed en breakfast Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.1 onder b. voor een bed en breakfast accommodatie voor ten hoogste 5 kamers en maximaal 10 slaapplaatsen, waarbij het oppervlak van de bed en breakfast accommodatie niet meer mag bedragen dan 40% van het vloeroppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 125 m² onder de voorwaarde dat er voldoende parkeergelegenheid op eigen erf aanwezig is.

artikel 6 Tuin 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen en erfverhardingen; b. parkeren op de oprit als deze aanwezig is; c. natuurvriendelijke oevers als de bestemming 'Tuin' grenst aan de bestemming 'Water'.

6.2 Bouwregels 6.2.1 Uitbouw en entree a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en/of overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van: 1. een uitbouw met een diepte van 1,50 meter en een lengte van maximaal 2/3e deel van de gevellengte van de voorgevel van het hoofdgebouw of; 2. een entree met een breedte van 1/3e deel van de voorgevellengte van het hoofdgebouw en/of een uitbouw aan de zijgevel van de woning met een lengte van maximaal 4,50 meter, gerekend vanuit de voorgevelrooilijn van de uitbouw of entree aan de voorgevel en een diepte van 1,50 meter of; 3. een overkapping boven de voor- of achterdeur van de woning met een diepte van maximaal 1,00 meter en een breedte van 1/3e deel van de voor- of achtergevellengte; b. de bouwhoogte van de uitbouw, entree of overkapping boven de voor- of achterdeur mag niet hoger zijn dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bouwwerk waarop wordt aangesloten en zoveel hoger als constructieen isolatietechnisch

op grond van geldende bouwtechnische regelgeving nodig is;

24

c. voor de uitbouw aan de zijgevel geldt dat de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens tenminste 1,50 meter moet bedragen.

6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van: a. erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,00 meter; b. erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,30 meter; c. afscheidingen ten behoeve van huisafvalcontainers, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,30 meter.

6.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de realisering van een carport met een maximale hoogte van 3,00 meter, een maximale breedte van 3,0 meter en een maximale lengte van 6,00 meter, onder de voorwaarde dat: a. de als Tuin bestemde gronden voor niet meer dan 50% worden overkapt; b. de carport wordt uitgevoerd als open constructie zonder zijwanden; c. het ontwerp wordt afgestemd op het ontwerp van de woning; d. de carport in het geheel achter de voorgevelrooilijn is gesitueerd; e. er geen bezwaren bestaan vanuit stedenbouwkundig en/of verkeerskundig oogpunt.

6.4 Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend; a. het gebruik van de tuin als parkeerplaats, met uitzondering van de erfverharding die onderdeel uitmaakt van de garage(oprit).

artikel 7 Tuin - 1 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen en erfverhardingen; b. parkeren op de oprit als deze aanwezig is; c. parkeren buiten de oprit van maximaal 1 personenauto per woning; d. natuurvriendelijke oevers als de bestemming 'Tuin-1' grenst aan de bestemming 'Water'.

7.2 Bouwregels 7.2.1 Uitbouw en entree a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en/of overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van: 1. een uitbouw met een diepte van 1,50 meter en een lengte van maximaal 2/3e deel van de gevellengte van de voorgevel van het hoofdgebouw of; 2. een entree met een breedte van 1/3e deel van de voorgevellengte van het hoofdgebouw en/of een uitbouw aan de zijgevel van de woning met een lengte van maximaal 4,50 meter, gerekend vanuit de voorgevelrooilijn van de uitbouw of entree aan de voorgevel en een diepte van 1,50 meter of; 3. een overkapping boven de voor- of achterdeur van de woning met een diepte van maximaal 1,00 meter en

25

een breedte van 1/3e deel van de voor- of achtergevellengte; b. de bouwhoogte van de uitbouw, entree of overkapping boven de voor- of achterdeur mag niet hoger zijn dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bouwwerk waarop wordt aangesloten en zoveel hoger als constructieen isolatietechnisch op grond van geldende bouwtechnische regelgeving nodig is; c. voor de uitbouw aan de zijgevel geldt dat de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens tenminste 1,50 meter moet bedragen; d. ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - overkapping" is een overkapping/carport toegestaan met een maximale hoogte van 3,00 meter, een maximale breedte van 3,00 meter en een maximale lengte van 6,00 meter.

7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van: a. erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,00 meter; b. erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,30 meter; c. afscheidingen ten behoeve van huisafvalcontainers, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,30 meter.

7.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de realisering van een carport met een maximale hoogte van 3,00 meter, een maximale breedte van 3,00 meter en een maximale lengte van 6,00 meter, onder de voorwaarde dat: a. de als Tuin - 1 bestemde gronden voor niet meer dan 50% worden overkapt; b. de carport wordt uitgevoerd als open constructie zonder zijwanden; c. het ontwerp wordt afgestemd op het ontwerp van de woning; d. de carport in het geheel achter de voorgevelrooilijn wordt gesitueerd; e. er geen bezwaren bestaan vanuit stedenbouwkundig en/of verkeerskundig oogpunt.

7.4 Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de tuin als parkeerplaats, voor meer dan één auto per woning, met uitzondering van de erfverharding die onderdeel uitmaakt van de (garage)oprit, waarop wel mag worden geparkeerd.

artikel 8 Tuin - 2 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen en erfverhardingen; b. als er een oprit aanwezig is, het parkeren op die oprit; c. het parkeren buiten de oprit van maximaal 2 personenauto's per woning; d. natuurvriendelijke oevers als de bestemming 'Tuin - 2' grenst aan de bestemming 'Water'.

8.2 Bouwregels 8.2.1 Uitbouw en entree

26

a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en/of overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van: 1. een uitbouw met een diepte van 1,50 meter en een lengte van maximaal 2/3e deel van de gevellengte van de voorgevel van het hoofdgebouw of 2. een entree met een breedte van 1/3e deel van de voorgevellengte van het hoofdgebouw en/of een uitbouw aan de zijgevel van de woning met een lengte van maximaal 4,50 meter, gerekend vanuit de voorgevelrooilijn van de uitbouw of entree aan de voorgevel en een diepte van 1,50 meter of 3. een overkapping boven de voor- of achterdeur van de woning met een diepte van maximaal 1 meter en een breedte van 1/3e deel van de voor- of achtergevellengte; b. de bouwhoogte van de uitbouw, entree of overkapping boven de voor- of achterdeur mag niet hoger zijn dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bouwwerk waarop wordt aangesloten en zoveel hoger als constructieen isolatietechnisch op grond van geldende bouwtechnische regelgeving nodig is; c. voor de uitbouw aan de zijgevel geldt dat de afstand van de zijdelingse perceelsgrens tot de uitbouw tenminste 1,50 meter moet bedragen.

8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van: a. erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,00 meter; b. erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,30 meter; c. afscheidingen ten behoeve van huisafvalcontainers waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,30 meter.

8.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de realisering van een carport met een maximale hoogte van 3,00 meter, een maximale breedte van 3,0 meter en een maximale lengte van 6,0 meter, onder de voorwaarde dat: a. de als Tuin-2 bestemde gronden voor niet meer dan 50% worden overkapt; b. de carport wordt uitgevoerd als open constructie zonder zijwanden; c. het ontwerp wordt afgestemd op het ontwerp van de woning; d. de carport in het geheel achter de voorgevellijn is gesitueerd; e. er geen bezwaren bestaan vanuit stedenbouwkundig en/of verkeerskundig oogpunt.

8.4 Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de tuin als parkeerplaats, voor meer dan twee auto's per woning, met uitzondering van de erfverharding die onderdeel uitmaakt van de garage(oprit), waarop wel mag worden geparkeerd.

artikel 9 Verkeer 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten; b. voet- en rijwielpaden; c. water; d. groenvoorzieningen;

27

e. parkeervoorzieningen; f. verkeersvoorzieningen; g. geluidbeperkende voorzieningen; h. gebouwen ten behoeve van openbare- en nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende: i. bouwwerken geen gebouwen zijnde, waaronder kunstwerken zoals bruggen en duikers; j. kunstobjecten.

9.2 Bouwregels 9.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. ten hoogste 3 % van de oppervlakte van de gronden met de bestemming Verkeer mag worden bebouwd; b. de oppervlakte van enig bouwwerk mag niet meer bedragen dan 25 m²; c. de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 3,50 meter; d. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 4,50 meter.

9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd anders dan genoemd onder artikel 9.1; b. ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd worden waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 3,00 meter; c. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 8,00 meter bedragen; d. de bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer dan 12,00 meter bedragen.

9.2.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.1 onder hen de bouw van abri's toestaan, per abri tot een oppervlakte van maximaal 10 m2 en een maximale bouwhoogte van 3.00 meter.

artikel 10 Verkeer - 1 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. (woon)straten; b. voet- en rijwielpaden; c. parkeervoorzieningen; d. verkeersvoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. water; g. ontmoetingsplaatsen; h. sport- en speelvoorzieningen; i. gebouwen ten behoeve van openbare- en nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende:

28

j. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kunstwerken; k. kunstobjecten.

10.2 Bouwregels 10.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. ten hoogste 5 % van de gronden met de bestemming Verkeer - 1 mag worden bebouwd; b. de oppervlakte van enig bouwwerk mag niet meer bedragen dan 25 m²; c. de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 3,50 meter; d. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 4,50 meter.

10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag voor speeltoestellen niet meer dan 6.00 meter bedragen; b. de bouwhoogte voor overige bouwwerken mag niet meer dan 8,00 meter bedragen; c. de bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer dan 12,00 meter bedragen.

10.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.2.2 onder a en toestaan dat de bouwhoogte van speeltoestellen maximaal 10 meter mag bedragen, mits de privacy van omliggende woningen niet wordt geschaad door de hoogte van het speeltoestel en het speeltoestel geen afbreuk doet aan de eisen zoals genoemd in de Wet attractiebesluit speeltoestellen (WAS).

artikel 11 Water 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. groenvoorzieningen; c. recreatieve doeleinden; met de daarbij behorende: d. steigers; e. bouwwerken geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen en andere kunstwerken ten behoeve van het kruisen van water; f. kunstobjecten; g. tewaterlaatplaatsen.

11.2 Bouwregels 11.2.1 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,50 meter, gerekend vanaf peil; b. de bouwhoogte van kunstobjecten mag, gerekend vanaf peil, niet meer dan 12.00 meter bedragen.

29

11.2.2 Steigers in water Het bouwen van steigers, oeverbeschermingen en dergelijke in het water zijn toegestaan indien: a. deze voldoen aan de algemene regels zoals deze zijn gesteld door de waterbeheerder; b. direct aangrenzend aan het woonperceel worden gerealiseerd; c. uitsluitend dienen voor het eigen gebruik.

11.3 Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend een ligplaats voor woonschepen als bedoeld in de begripsomschrijving in artikel 1 van de bestemmingsplanregels.

artikel 12 Wonen 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, uitsluitend in de vorm van aaneen gebouwde woningen en twee-onder-één-kap woningen; met de daarbij behorende b. bed and breakfast; c. erven; d. bijbehorende bouwwerken; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. afmeervoorzieningen (steigers) en natuurvriendelijke oevers als de bestemming 'Wonen' grenst aan de bestemming 'Water';

12.1.1 Bestaand aantal woningen Bestaand aantal woningen Het aantal woningen bedraagt niet meer dan het bestaande aantal. Hierbij is het bestaand aantal woningen gedefinieerd als: "Het aantal woningen dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan legaal aanwezig is en het aantal woningen dat: a. nog gebouwd mag worden krachtens een onherroepelijk bestemmingsplan en/of omgevingsvergunning; b. in uitvoering is krachtens een bouwvergunning/omgevingsvergunning voor het bouwen en/of gebruiken van een woning, en c. nog gebouwd kan worden met gebruikmaking van een reeds verleende ontheffing op basis van de Wro of een afwijkingsprocedure op basis van de Wabo".

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=7829ce31-8d52-49e5-ab34-b0681c6fe784