Bijlage 1 - Integraal Huisvestingsplan (IHP) onderwijs
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan Voor onderwijs in de gemeente Dijk en Waard
Opdrachtgever Gemeente Dijk en Waard
Datum 15 januari 2024
Referentienummer 2230056/20231227sl01
Auteur(s) Nienke Hakenberg Maarten Groenen Leonoor Clemens
│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 1.
Inleiding 1.1
Aanleiding
4
1.2
Proces
4
1.3
Taken en verantwoordelijkheden
5
1.3.1
2.
3.
4.
5.
4
Wetswijzigingsvoorstel
Visie op de huisvesting
6
7
2.1
Gezamenlijke visie
7
2.2
Uitgangspunten voor het IHP
8
Relevante ontwikkelingen
12
3.1
Dijk en Waard 2040
12
3.2
Toekomstvisie zaalsport Dijk en Waard
12
Inzicht en beoordeling
14
4.1
Onderwijsgebouwen
14
4.2
Sportaccommodaties
16
Oplossingsrichtingen 5.1
Primair onderwijs
18 19
5.1.1
Sint Pancras
19
5.1.2
Broek op Langedijk
20
5.1.3
Noord- en Zuid-Scharwoude
21
5.1.4
Oudkarspel
22
5.1.5
De Noord- en Buitengebieden
23
5.1.6
Heemraden- en Schilderswijk
24
5.1.7
De Draai
25
5.1.8
Schrijvers-, Planeten-, en Bomen- Recreatiewijk
26
5.1.9
Edelstenen-, Molen- en Rivierenwijk, Stadshart, Oostertocht en ’t Kruis
27
5.1.10
Huygenhoek, Zuidwijk, Butterhuizen, Stad van de Zon
28
5.1.11 Frans
Nieuwbouwgebied Tuinen van Luna, Westpoort, De Scheg, Gildestraat, Stationsgebied en De 29
5.2
Voortgezet onderwijs
30
5.2.1
Naar een masterplan voortgezet onderwijs
31
5.2.2
10 -14 onderwijs
33
5.3
Speciaal onderwijs
www.icsadviseurs.nl
34
6.
5.4
Bewegingsonderwijs
35
5.5
Planning projecten
37
Financiën 6.1
Onderwijs
39 39
6.1.1
Uitgangspunten
39
6.1.2
Totale investering onderwijs
40
6.1.3
Investeren in circulariteit
42
6.1.4
Investeren in groene schoolpleinen
42
6.1.5
Investeringen in ruimte voor kinderopvang
42
6.1.6
Investeren in verduurzaming bestaande gebouwen
42
6.2
Bewegingsonderwijs
43
6.2.1
Uitgangspunten
43
6.2.2
Totale investering bewegingsonderwijs
44
6.3
Totaal overzicht investeringskosten
Bijlagen
45
46
Bijlage 0 : Financiële uitgangspunten investeringsbedragen IHP
46
Bijlage 1 : Bevindingenrapportage inventarisatie schoolgebouwen, d.d. 4 april 2023
46
Bijlage 2 : Bevindingenrapportage inventarisatie gemeentelijke sportaccommodaties, d.d. 4 april 2023
46
Bijlage 3 : Scenariokaarten PO, VO inclusief binnensport accommodaties, d.d. 14 december 2023
46
Bijlage 4 : Rapportage ruimtebehoefte en capaciteit aanvullend onderzoek VO-scholen Dijk en Waard, d.d. 28 november 2023
46
Bijlage 5 : Bestuurlijke reactie SOVON en Pontis Onderwijsgroep inzake huisvestingsproblematiek, d.d. 9 januari 2024
46
Bijlage 6 : Visiedocument in kader integraal huisvestingsplan Toekomstbestendige huisvesting voor onderwijs gemeente Dijk en Waard, d.d. 10 augustus 2023 46
De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.
www.icsadviseurs.nl
De Boomladder
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Per 1 januari 2022 is de nieuwe gemeente Dijk en Waard ontstaan uit een samenvoeging van de voormalige gemeenten Heerhugowaard en Langedijk. De afzonderlijke gemeenten beschikten beide over een Integraal Huisvestingsplan (IHP) waarvan de looptijd reeds verstreken was. Het college heeft opdracht gegeven aan de ambtelijke organisatie om samen met de schoolbesturen een IHP op te stellen voor de nieuwe gemeente. Dit IHP dient op basis van een gedegen inventarisatie van de aanwezige schoolgebouwen en landelijke en lokale ontwikkelingen een beleidsrijk toekomstperspectief te schetsen. Het IHP geeft daarnaast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen opdat er in de gemeente Dijk en Waard een duurzame en gezonde onderwijsomgeving kan worden voortgezet. In gezamenlijkheid met de schoolbesturen en de gemeente is onderzocht hoe alle leerlingen nu en in de toekomst het beste gehuisvest kunnen worden. Hierbij gaat het om voldoende capaciteit, maar ook om de kwaliteit van de gebouwen en de wijze waarop kan worden ingespeeld op ontwikkelingen, zoals IKC-vorming (Integraal Kindcentra-vorming), passend onderwijs, verduurzaming en de bredere betekenis van een school in een wijk. Het IHP heeft betrekking op het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.
Naast de onderwijshuisvesting is er ook onderzoek gedaan naar de binnensportaccommodaties ten behoeve van het bewegingsonderwijs. Hierbij is er afstemming geweest met het onderzoek naar het sportbeleid, waarvoor het Mullier Instituut een onderzoek heeft uitgevoerd. De bevindingen en het toekomstperspectief voor deze accommodaties zijn in dit rapport uitgewerkt.
1.2 Proces Het proces om te komen tot het IHP is opgedeeld in twee fasen. Fase 1 stond in het teken van het verkrijgen van inzicht in de huidige staat en prestatie van de onderwijs- en binnensportaccommodaties. In deze fase zijn objectieve gegevens verzameld, zoals de leerlingenprognoses, bezetting, exploitatiegegevens en is er een technische schouw uitgevoerd. Voor ieder gebouw is een schouwrapport en een zogenaamd factsheet opgesteld. Fase 1 is afgesloten met een bevindingen-rapportage waarin conclusies over de staat van de onderwijs- en sportportefeuille zijn geformuleerd. In Fase 2 is er gezamenlijk gewerkt aan een beleidsrijke visie. De resultaten van Fase 1 en de visie vormen samen een belangrijke basis voor het formuleren van oplossingsrichtingen voor alle onderwijs- en binnensportaccommodaties.
www.icsadviseurs.nl
4/46
Aan de hand van een knelpunten- en kansenanalyse zijn er gezamenlijk verschillende scenario’s verkend. De voorkeurscenario’s zijn vervolgens door de gemeente financieel vertaald. De resultaten uit fase 1 en 2 zijn opgetekend in het voorliggend IHP. Het voorliggend IHP is in nauwe samenwerking met de gemeente en schoolbesturen tot stand gekomen. De betrokken partijen zijn: Onderwijs en opvang Stichting Allente Stichting Blosse Stichting Tabijn SOVON SCVO Pontis Heliomare Aloysius Stichting Talland College
Gemeente Dijk en Waard Afdeling Beleid Ruimte Afdeling Beheer Ruimte Afdeling Financien Afdeling Sociaal domein
1.3 Taken en verantwoordelijkheden De taken en verantwoordelijkheden van gemeente en schoolbestuur zijn wettelijk bepaald. De afbeelding hieronder (figuur 1) toont het onderscheid in wettelijke taken en verantwoordelijkheden. De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair, speciaal, voortgezet onderwijs en bewegingsonderwijs. Deze zorgplicht is uitgewerkt in de verordening voorziening huisvesting onderwijs gemeente Dijk en Waard uit 2022. De gemeente is onder andere verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. Vooruitlopend op de aangekondigde wetswijziging is de gemeente tevens verantwoordelijk voor renovatie, ook wel vernieuwbouw genoemd. Voor de gymzalen die in eigendom zijn van schoolbesturen in het basisonderwijs dient de gemeente te voorzien in het zogenaamde buitenonderhoud zoals daken, kozijnen e.a. (de onderdelen die voorheen ten aanzien van de schoolgebouwen vielen onder het ‘groot onderhoud’). Voor de uitvoering van de zorgplicht ontvangt de gemeente jaarlijks ongelabeld budget in het gemeentefonds vanuit het ministerie van binnenlandse zaken. Dit budget wordt jaarlijks gebaseerd op verschillende maatstaven (factoren) en verschilt per gemeente. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de instandhouding van het schoolgebouw.
Taken als het onderhouden, exploiteren en het uitvoeren van inpandige (onderwijskundige) aanpassingen zijn belegd bij het schoolbestuur. Voor deze taken ontvangen de besturen jaarlijks vanuit het Rijk middelen. Deze vergoeding wordt gebaseerd op het aantal ingeschreven leerlingen. Wat de gymzalen betreft zijn de schoolbesturen binnen het basisonderwijs verantwoordelijk voor het klein- en binnenonderhoud (van gymzalen waarvan zij juridisch eigenaar zijn). Voor de uitvoering van dit onderhoud ontvangen zij een klokuurvergoeding van de gemeente. Het buitenonderhoud van de gymzalen in het primair onderwijs is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Het voortgezet onderwijs is verantwoordelijk voor al het onderhoud aan de gymzalen (waarvan zij juridisch eigenaar is). Bij gebruik van gemeentelijke accommodaties betaalt het voortgezet Figuur 1: taken en verantwoordelijkheden onderwijs een exploitatievergoeding.
www.icsadviseurs.nl
5/46
1.3.1 Wetswijzigingsvoorstel Er is een wetswijziging in behandeling waardoor het wettelijk kader voor onderwijshuisvesting gaat veranderen. De streefdatum voor de inwerkingtreding van het wetswijzigingsvoorstel is 1 januari 2025. Het voorstel bevat de volgende elementen: ▪ ▪ ▪ ▪
Het IHP wordt een wettelijke verplichting van gemeenten. Het IHP heeft een scope van 16 jaar en daarbinnen een perspectief van een beschikking voor alle projecten in de eerste 4 jaar; Renovatie wordt een voorziening in de huisvesting en valt onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid; Het investeringsverbod voor het primair en speciaal onderwijs wordt gedeeltelijk opgeheven; Gemeente en schoolbesturen hebben de verplichting te zorgen voor een gezond binnenklimaat. Waarbij de gemeente bij (ver)nieuwbouw verantwoordelijk is voor het creëren van een goed binnenklimaat en het schoolbestuur verantwoordelijk is om het gezonde binnenklimaat te behouden.
Het voorliggend IHP sluit aan op het wijzigingsvoorstel. Zowel in de visie als in bij het formuleren van scenario’s en het berekenen van investeringen zijn bovenstaande thema’s onder de aandacht gebracht en vertaald naar concrete voorstellen.
www.icsadviseurs.nl
6/46
De Zeppelin
2. Visie op de huisvesting Gemeente en schoolbesturen hebben hun gezamenlijke visie geformuleerd in het stuk ‘Toekomstbestendige huisvesting voor onderwijs, kinderopvang en zorg’ d.d. 10 augustus 2023. Een samenvatting van de visie uitgangspunten is hieronder omschreven.
2.1 Gezamenlijke visie In de gemeente Dijk en Waard worden kwalitatief hoogstaand onderwijs, opvang en zorg aan alle kinderen in de gemeente geboden. In Dijk en Waard is voor ieder kind een passende opvang- en onderwijsplek te vinden. Verschillende partijen rondom het kind, zoals opvang, onderwijs en zorg, werken intensief samen om dit mogelijk te maken. Een stip op de horizon daarbij is een doorgaande ontwikkellijn van 0 - 23 jaar, bij voorkeur samengebracht in één gebouw. De samenwerking tussen partijen is er op gericht de overgang tussen opvang, primair, voortgezet en hoger onderwijs soepel te laten verlopen. De eerste stappen hierin zijn reeds gezet, maar de ambitie ligt hoger. In de gemeente Dijk en Waard bieden de aanwezige schoolbesturen in het primair onderwijs ook alle kinderopvang aan. Vanuit een eenduidige pedagogische visie worden opvang en onderwijs van 0 - 12 jaar geboden binnen integrale kindcentra. Met tieneronderwijs (10 - 14jarigen) wordt de overstap van de basisschool naar de middelbare school laagdrempelig vormgegeven. Schoolbesturen uit het primair en voortgezet onderwijs zetten zich in om het tieneronderwijs in Dijk en Waard op de kaart te zetten en verder uit te rollen op plaatsen waar dit kansrijk is. Tenslotte zoeken de partijen naar kansen om de overgang van het voortgezet onderwijs naar het middelbaar beroepsonderwijs te verkleinen.
De samenwerking met het Talland College is al tot stand gebracht en wordt de komende jaren verder versterkt. Partijen verkennen met elkaar de mogelijkheden om aanwezige voorzieningen te delen op basis van een inhoudelijke samenwerking. Kansengelijkheid is voor alle kinderen in Dijk en Waard belangrijk. Niemand wordt buitengesloten. Ook voor kinderen met ondersteunningsbehoefte wordt er, in het kader van inclusie, gezocht naar een passende plek binnen het reguliere onderwijs. Waar mogelijk komt de benodigde expertise en zorg naar de kinderen toe, zodat voor ieder kind thuis nabij opvang, onderwijs en zorg wordt gegarandeerd.
www.icsadviseurs.nl
7/46
Naast een intensieve inhoudelijke samenwerking tussen verschillende partijen draagt ook de huisvesting bij aan een goed ontwikkelklimaat voor de kinderen en aan een inspirerende werkomgeving voor professionals. De huisvesting is zowel kwalitatief en kwantitatief op orde voor haar gebruikers. De gebouwen zijn multifunctioneel, flexibel en bieden onderdak aan verschillende partijen rondom het kind, zodat de doorgaande ontwikkellijn tot stand komt. De samenwerking komt hiermee optimaal tot zijn recht en er wordt efficient omgegaan met de beschikbare ruimten. Het huisvesten van andere partijen dan onderwijs vraagt om heldere kaders ten aanzien van de investering, het eigendom en het beheer. Gemeente en schoolbesturen maken hier op voorhand heldere afspraken over. Duurzaamheid staat bij gemeente Dijk en Waard hoog in het vaandel. Veel onderwijsgebouwen beschikken over PV-panelen, zijn gasloos of zelfs Nul-op-de-meter (NOM). De gemeente en schoolbesturen willen koploper blijven en leggen de lat graag hoger. Het streven is niet alleen bij nieuwbouw of vernieuwbouw verduurzaming toe te passen, maar ook om de bestaande gebouwen te verduurzamen en het binnenklimaat te verbeteren. Daarnaast gaan de schoolbesturen en gemeente aan de slag met circulair bouwen. De komende jaren wordt actief ervaring opgedaan met circulaire bouwprojecten en hierbij ingezet op kennisdeling.
Vooruitlopend op de wetswijziging (1.3.1), om renovatie een formele status te geven, zien schoolbesturen en de gemeente het als een kans om renovatie toe te passen als alternatief voor nieuwbouw. Met een renovatie wordt de levenscyclus van grondstoffen verlengd en de ecologische foortprint beperkt. Niet ieder gebouw leent zich voor een renovatie. De afweging voor renovatie wordt dan ook vanuit een breder perspectief gemaakt. In deze rapportage wordt in plaats van renovatie verder gesproken over vernieuwbouw.
2.2 Uitgangspunten voor het IHP Vanuit deze gezamenlijke visie is er bij een aantal thema’s met elkaar nadacht over de concrete invulling en zijn onderstaande uitgangspunten voor het IHP geformuleerd. Inclusie en verbreding ▪
▪ ▪ ▪
▪ ▪
Het integreren van inclusieve functies aan het reguliere onderwijs is maatwerk en zal per school en locatie verschillen. Per project wordt de behoefte aan aanvullende functies die bijdragen aan inclusie in kaart gebracht. De (extra) ruimten die nodig zijn om inclusieve en brede huisvesting te realiseren zijn flexibel inzetbaar en multifunctioneel. In de eerste plaats wordt onderzocht of de benodigde (neven)ruimten reeds aanwezig zijn en op basis van dubbel gebruik door andere partijen ingezet kunnen worden. Als deze ruimten binnen bestaande gebouwen niet voorhanden zijn of als er sprake is van nieuwbouw dan kan er extra bouwvolume (aanvullend op de ruimtebehoefte vanuit het onderwijs) worden toegevoegd. Met circa 20 - 50 m² bvo extra kunnen er spreekkamers en behandelruimten worden toegevoegd aan het nieuwe gebouw. De exacte aanvullende capaciteit is maatwerk en wordt verder uitgewerkt op basis van een programma van eisen als onderdeel van een businesscase. Hierbij dient aandacht te zijn voor eigendom, financiering en beheer. In het IHP wordt gezocht naar de permanente huisvesting voor het Dijk en Waard College (VSO). Hierbij wordt onderzocht of koppeling met regulier onderwijs gemaakt kan worden in het kader van inclusie.
Gemeente, schoolbesturen, opvang- en zorgpartijen hebben gezamenlijk uitgangspunten geformuleerd over de financiering, het eigendom en het ruimtegebruik van brede voorzieningen zoals IKC’s en het expertisecentrum. Deze uitgangspunten dragen bij aan het functioneren en de toekomstbestendigheid van IKC’s en dienen voor concrete projecten verder te worden uitgewerkt: ─ Ruimtelijke verweving tussen de verschillende functies binnen brede voorzieningen draagt bij aan het tot stand brengen van een optimale samenwerking tussen partijen. Met een ruimtelijke verweving komt de inhoudelijke samenwerking tussen partijen en daarmee de ontwikkeling van het kind het beste tot zijn recht. Ruimtelijke verweving zorgt daarnaast voor een efficiënt ruimtegebruik en maakt gedeeld ruimtegebruik toepasbaar.
www.icsadviseurs.nl
8/46
─
─
─
─
─
Gemeente heeft geen inhoudelijke rol bij de vorming van inhoudelijke afspraken tussen het schoolbestuur, kinderopvang en zorgaanbieders. De partijen gaan een (langjarige) samenwerking met elkaar aan op basis van een gedeelde inhoudelijke en pedagogische visie op de ontwikkeling van het kind. (Voor)financiering door de gemeente: Vanuit de zorgplicht heeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor nieuwbouw of uitbreiding van onderwijshuisvesting. Het heeft de voorkeur dat de gemeente voor de overige voorzieningen binnen brede voorzieningen de voorfinanciering verstrekt aan de bouwheer. Om de financiële risico’s voor de gemeente te minimaliseren stelt de gemeente voorwaarden aan deze voorfinanciering. De gemeente dient zich te houden aan de Wet Markt en Overheid, die onder andere voorschrijft dat de gemeente geen staatssteun mag verlenen en daarom marktconforme tarieven moet doorberekenen. De verdere voorwaarden dienen nader te worden uitgewerkt. Eigendom ligt in één hand: Gezien het belang van het multifunctioneel en gedeeld ruimtegebruik heeft het de voorkeur het eigendom van brede voorzieningen bij één partij te beleggen. Gesplitst eigendom en het daarmee gepaard gaande splitsbaarheid van het gebouw gaat slecht samen met de ruimtelijke visie.
Het heeft de voorkeur het juridisch eigendom bij het schoolbestuur te beleggen, omdat daarmee de meeste invloed op de organisatie en de samenwerking tussen partijen ontstaat. Het schoolbestuur treedt in deze constructie op als verhuurder richting de andere gebruikers binnen de brede voorziening. Er vindt een afdracht plaats van de huurinkomsten naar de gemeente, ter dekking van de gedane investering. Het is noodzakelijk om aanvullende afspraken te maken over de afdracht van de huurinkomsten in geval van leegstand. Het Didam-arrest is niet van toepassing op deze constructie, omdat het schoolbestuur optreedt als verhuurder. Indien het eigendom bij de gemeente komt te liggen dient er wel rekening gehouden te worden met de consequenties van het Didam Arrest1. Zeker als er ook wijkfuncties in het gebouw ondergebracht worden, ligt het voor de hand dat de gemeente het eigendom op zich neemt. Het voordeel van het beleggen van het eigendom bij één partij is dat als de samenwerking stopt, het gehele gebouw terugvalt aan de gemeente. Partijen willen langjarige zekerheid. Dit is te bereiken door het afsluiten van langjarige huurovereenkomsten. Met langjarige overeenkomsten wordt het risico op leegstand voor de investeerder en eigenaar van de ruimte voor kinderopvang/zorg verkleind.
Andersom is het vanuit de opvang/zorgpartij het uitgangspunt dat de ruimten waar zij gebruik van maken niet vorderbaar zijn door het onderwijs. Hier dienen goede afspraken over te worden gemaakt. Groei of krimp van het aantal kinderen dat gebruik maakt van de brede voorziening heeft gevolgen voor de ruimtebehoefte van alle aanwezigen voorzieningen. Groei en krimp is daarmee een gezamenlijk probleem van de participerende partijen. Gedeeld leegstandsrisico: Alle partijen hebben baat bij het goed functioneren van brede voorzieningen. Leegstand brengt een investerings- en exploitatierisico met zich mee. Het leegstandrisico dient dan ook zoveel mogelijk gespreid te worden, zodat alle partijen de noodzaak voelen om nieuwe huurders of gebruikers te vinden zodat de voorziening in stand blijft. Het leegstandsrisico kan worden verkleind door het afsluiten van langjarige huurovereenkomsten. Daarnaast is het verstandig het investerings- en exploitatierisico over verschillende partijen te spreiden.
1 https://www.waarborgfondskinderopvang.nl/sites/default/files/bestanden/kennisbank/Kennisdocument_gevolgen_Didam-
arrest_voor_ontwikkeling_kindcentra.pdf
www.icsadviseurs.nl
9/46
Samenwerking MBO ▪
▪
Bij het onderzoeken en formuleren van oplossingsrichtingen voor huisvestingsvraagstukken voor het voortgezet onderwijs wordt in het IHP, naast de mogelijkheden binnen de beschikbare accommodaties voor voortgezet onderwijs, ook gekeken naar mogelijkheden binnen de bestaande huisvesting van het MBO. Voorwaarde voor het delen van huisvesting (ruimten en/of faciliteiten) is inhoudelijke samenwerking.
Sport en bewegen ▪ ▪
In het IHP inventariseren we de capaciteit van het bewegingsonderwijs per kern en beoordelen we of de capaciteit toereikend is om het bewegingsonderwijs te faciliteren. Oplossingen voor het bewegingsonderwijs volgen de scenario’s van de onderwijsgebouwen. Ook de resultaten uit het onderzoek van Mulier Instituut, waarin is gekeken naar accommodatiebehoefte vanuit de sportverenigingen, worden in de oplossingen meegenomen. Daarbij wordt gezocht naar mogelijkheden om bestaande maar ook nieuw te bouwen sporthallen multifunctioneel te kunnen gebruiken.
Duurzaamheid – nieuwbouw ▪ ▪
▪ ▪
▪
De budgetten in het IHP sluiten aan bij genoemde ambities op het gebied van duurzaamheid en in de projecten wordt op deze ambities gestuurd. Per project wordt op basis van een TCO-benadering (levensduurkosten) onderzocht in hoeverre schoolbesturen kunnen bijdragen aan deze ambities. Gemeente en schoolbesturen maken hierover per project verdere afspraken. Een revolverend fonds van de gemeente kan worden ingezet om een deel van de meerkosten te dekken, samen met een exploitatiebijdrage vanuit het schoolbestuur. Bij de planvorming in het IHP wordt rekening gehouden met warmtetransitie binnen de gemeente (en de planning daarvan). De nieuwbouw vormt een natuurlijk moment om de school gasloos te maken. Kennisontwikkeling en -deling is een voorwaarde om genoemde ambities te realiseren. In de projecten wordt hier actief op gestuurd door onder andere het selecteren van partijen met de benodigde expertise. Verder is binnen de overlegstructuur tussen gemeente en schoolbesturen specifiek aandacht voor dit thema. Om duurzaamheid bij de nieuwbouw of vernieuwbouw van schoolgebouwen aan te jagen worden de volgende maatregelen uitgevoerd: ─ We selecteren twee pilotprojecten, waarin we ervaring met circulair bouwen gaan opdoen. We onderzoeken welke specifieke maatregelen daarbij haalbaar zijn en een meerwaarde hebben.
Denk daarbij onder andere aan het invoeren van een gebouw- en materialenpaspoort en het uitvoeren van een scan naar de herbruikbaarheid van sloopmateriaal. ─ Bij elk nieuwbouwproject wordt tijdens de ontwerpfase vanuit het TCO-principe in beeld gebracht wat de financiële consequenties zijn voor het realiseren van een Nul-op-de-meter-gebouw. ─ In het ontwerp van elk nieuw schoolgebouw en -terrein worden maatregelen opgenomen die bijdragen aan de klimaatadaptie en natuurinclusie. Gemeente en schoolbesturen geven hierin het goede voorbeeld. ─ Bij elk nieuw schoolgebouw wordt regenwatergebruik onderzocht.
Duurzaamheid – bestaande bouw ▪
▪
Een revolverend fonds van de gemeente wordt ingezet om bij te dragen aan het verduurzamen van de bestaande gebouwen. Het fonds is vooral gericht op de verbetering van de energieprestatie en gezondheid van schoolgebouwen. Uitgangspunten en randvoorwaarden voor dit fonds moeten verder worden uitgewerkt voor de bredere toepasbaarheid dan alleen de reeds lopende SUVIS-projecten (Specifieke uitkering ventilatie in scholen - projecten). Er wordt ingezet op het verkrijgen van landelijke subsidies (zoals de DUMAVA-subsidie, Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed) bij het verduurzamen van de schoolgebouwen.
www.icsadviseurs.nl
10/46
Vernieuwbouw ▪
▪
In het IHP wordt gerekend met één investeringsbudget voor zowel vernieuwbouw als (vervangende) nieuwbouw. De ruimtebehoefte voor nieuwbouw vormt de basis voor de indicatieve investeringskosten, waaruit ook een vernieuwbouw bekostigd kan worden. De afweging voor nieuwbouw of vernieuwbouw wordt gemaakt na het opstellen van het IHP, in een businesscase. In de businesscase wordt de haalbaarheid van vernieuwbouw ten opzichte van nieuwbouw nader onderzocht op basis van een technische, functionele, ruimtelijke en financiële verkenning, met aandacht voor de impact die vernieuwbouw of nieuwbouw heeft op het milieu en het klimaat. Indien bij vernieuwbouw een gelijkwaardige kwaliteit als bij nieuwbouw wordt behaald is de afschrijftermijn voor vernieuwbouw gelijkwaardig aan de afschrijftermijn voor nieuwbouw.
Flexibiliteit ▪
Flexibiliteit houdt in de eerste plaats verband met het aanpassen van de onderwijscapaciteit aan de wijkbrede behoefte. In het IHP wordt deze behoefte, nu en in de toekomst, per wijk op basis van de leerlingenprognoses bepaald. De vastgestelde woningbouwontwikkelingen worden hierin meegenomen. In iedere wijk dient in deze toekomstbestendige huisvestingsbehoefte te worden voorzien. We zoeken daarbij tevens naar kansen om fysieke koppelingen te maken tussen het PO, VO, (V)SO en het MBO.
www.icsadviseurs.nl
11/46
3. Relevante ontwikkelingen 3.1 Dijk en Waard 2040 Dijk en Waard streeft ernaar om in 10 jaar 10.000 woningen te bouwen. We richten ons op alle doelgroepen met betaalbare woningbouw. Van alle nieuwbouw dient 30% in de categorie sociale huur te worden opgeleverd. Er is voldoende ruimte om deze ambitie binnenstedelijk te realiseren, onder andere via transformatie van bestaand stedelijk gebied. De toekomstige woningbehoefte wordt sterk bepaald door de enorme druk op de regionale woningmarkt, waarbij de druk vanuit de grote steden in de Metropoolregio Amsterdam tot in Dijk en Waard voelbaar is. Deze woningzoekenden zoeken vooral een eengezinswoning in diverse vormen. Dit kan een grondgebonden woning zijn, maar deze behoefte kan ook worden ingevuld met grotere (stads)woningen binnen een appartementencomplex. We wijken bewust af van de woningbehoefteplaatjes die ontstaan wanneer we bestaande trends en patronen doortrekken. Hier zijn een aantal redenen voor: ▪ ▪ ▪ ▪
We willen snel kansen bieden voor jongeren, starters en in het bijzonder alleenstaanden, op zoek naar een appartement maar ook naar een eengezinswoning. Veel inwoners (waaronder, maar niet uitsluitend, lege-nest huishoudens) wonen niet passend en we willen hen een alternatief bieden. We willen geen nieuwe grote uitbreidingswijken meer. We willen via intensivering van het bebouwde gebied de levensvatbaarheid van voorzieningen (zoals OV) stimuleren.
In het bouwprogramma zijn zeker in de eerstkomende jaren veel meergezinswoningen opgenomen. Juist het type woningen dat nu een oplossing is voor velen. We houden daarbij het tempo waarmee we woningen opleveren hoog. De afgelopen jaren hebben we er hard aan getrokken om veel projecten en gebiedsontwikkelingen tot ontwikkeling te brengen en de komende jaren worden de eerste ‘palen geslagen’. De ambitie van 10.000 woningen in 10 jaar is nog niet geheel vertaald in concrete plannen. De leerlingenprognose van begin 2023 heeft de middenvariant van de bevolkingsprognose als uitgangspunt met een aantal van 5000 woningen die in een concreet en vrij zeker te realiseren woningbouwplan zijn opgenomen.
3.2 Toekomstvisie zaalsport Dijk en Waard Het Mulier Instituut heeft in opdracht van de gemeente onderzoek gedaan naar de behoefte aan zaalsporten in Dijk en Waard. Dit onderzoek richt zich op de breedtesport. De uitkomsten van dit onderzoek staan omschreven in ‘Ruimte voor binnensport in Dijk en Waard’ d.d. september 2023. Samenvattend zijn de volgende bevindingen en conclusies uit dit onderzoek geformuleerd: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Dijk en Waard is een groeigemeente; op landelijk niveau neemt het aantal leden van binnensportbonden af. In Dijk en Waard is een aantal zaalsporten (handbal, voetbal) relatief populair; diverse verenigingen sporten op hoog niveau en hebben bijbehorende ambities; verenigingen ervaren een capaciteitstekort; drie werkgroepen hebben bij de gemeente een plan ingediend voor uitbreiding; per saldo beschikt Dijk en Waard over minder binnensportruimte dan we op basis van de bevolkingsomvang zouden verwachten; vrijwel alle inwoners van Dijk en Waard hebben een sporthal op acceptabele afstand; het huidige aantal sporthallen bevindt zich ongeveer in het midden van de behoeftebandbreedte; het aantal gebruiksuren van de accommodaties op jaarbasis ligt in Dijk en Waard hoger dan gemiddeld in vergelijkbare gemeenten;
www.icsadviseurs.nl
12/46
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
het aantal gebruiksuren is ten opzichte van 2019 iets toegenomen; diverse verenigingen kunnen het gewenste aantal uren niet accommoderen; een aantal verenigingen maakt gebruik van accommodaties buiten de eigen gemeente; met de bevolkingsgroei zal de vraag naar zaalsportruimte in Dijk en Waard toenemen; het huidig aantal sprothallen komt daarmee aan de onderkant van de behoeftebandbreedte te liggen; uitbreiding van het aanbod is te verantwoorden.
De bevindingen hebben betrekking op de breedtesport. De behoefte aan bewegingsonderwijs is in het IHP onderzocht. Tijdens de uitvoering van het onderzoek van Mulier Instituut hebben er twee digitale sessies plaatsgevonden, waarbij de gemeente Dijk en Waard, ICS (opsteller van het IHP) en het Mulier Instituut aanwezig waren. Tijdens deze sessies is er gereflecteerd op de inzichten die beide trajecten hebben opgeleverd en de aanknopingspunten die deze kunnen bieden voor de invulling van de behoefte aan zaalruimte op de diverse locaties.
www.icsadviseurs.nl
13/46
4. Inzicht en beoordeling Fase 1 van dit IHP-traject stond in het teken van het verkrijgen van inzicht in de huidige staat en prestatie van de onderwijs- en binnensportaccommodaties. In deze fase zijn objectieve gegevens verzameld, zoals de leerling prognoses, bezetting en exploitatiegegevens en is er een schouw uitgevoerd. Voor ieder gebouw is een schouwrapport en een factsheet opgesteld. Fase 1 is afgesloten met bevindingen rapportages (d.d. april 2023) waarin conclusies over de staat van de onderwijs- en sportportefeuille zijn getrokken. Deze rapportages zijn als bijlage aan het IHP toegevoegd, evenals de factsheets. Onderstaand is een samenvatting opgenomen van de resultaten uit deze analyse.
4.1 Onderwijsgebouwen De gemeente Dijk en Waard heeft 28 locaties basisonderwijs, 7 locaties voortgezet onderwijs en 2 locaties (voortgezet) speciaal onderwijs. Van de in totaal 37 onderwijslocaties zijn er 7 in ontwikkeling (vervangende nieuwbouw). De overige 30 schoollocaties zijn uitvoerig in kaart gebracht. Het gemiddeld bouwjaar van de onderwijsportefeuille is 1987. De gemiddelde leeftijd komt daarmee uit op 35 jaar. Binnen het primair onderwijs zijn de gebouwen gemiddeld 42 jaar oud. Binnen het voortgezet onderwijs gemiddeld 21 jaar oud. De resultaten van de inventarisatie van de schoolgebouwen in Dijk en Waard zijn vergeleken met de resultaten van de ‘QuickScan kwaliteit onderwijshuisvesting’ uitgevoerd in opdracht van het ministerie van OCW in 2023. Technische kwaliteit ▪ Jongste schoolgebouwen staan er het beste voor. ▪ Gebouwen tussen de 20-40 jaar oud scoren redelijk. Aandacht is nodig voor deze gebouwen t.a.v. het binnenklimaat en duurzaamheid. Oude gebouwen scoren vrijwel op alle onderdelen redelijk tot matig. ▪ In vergelijking met het landelijk gemiddelde scoort Dijk en Waard iets slechter t.a.v. de onderhoudsconditie van de gebouwen.
Matige onderhoudsconditie 15% 10% 5% 0%
Landelijk
Dijk en Waard
Belevingskwaliteit ▪ De beleving van het binnenklimaat is vaak matig tot zeer slecht. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde is dit niet afwijkend. ▪ De gebruikers zijn wisselend tevreden over de functionaliteit van de schoolgebouwen. ▪ Werkomgeving staf, speelplein en multifunctionaliteit (ruimte voor IKC-vorming) zijn onderdelen waar gebruikers het minst tevreden over zijn. Exploitatie ▪ De onderhoudslasten zijn met gemiddeld € 45,- per m² bvo hoog. ▪ De energielasten zijn met gemiddeld €10,- relatief laag, dat komt onder andere door: ─ relatief veel gebouwen hebben PV-panelen; ─ relatief veel gebouwen zijn aardgasvrij; ─ het ontbreken van klimaatinstallaties; ─ schoolsluiting vanwege Coronapandemie. ▪ Vergeleken met het landelijk gemiddelde is er in Dijk en Waard veel aandacht voor het verduurzamen van schoolgebouwen.
www.icsadviseurs.nl
Duurzaamheid 100%
50%
0% Energieneutraal
Aardgasvrij
Landelijk
Gebouwen met zonnepanelen
Dijk en Waard
14/46
Leerling ontwikkeling De meest actuele leerlingenprognoses (Pronexus, jan 2023) geven inzicht in de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen in de komende jaren. Onderstaande grafiek geeft een overzicht van het huidig aantal leerlingen en de verwachte leerling prognose voor het BO en VO. De vastgestelde woningbouwontwikkeling voor 5.000 nieuwe woningen zijn hierin opgenomen.
Voor het voortgezet onderwijs is het de verwachting dat het aantal leerlingen tot 2030 licht toeneemt om vervolgens licht te dalen tot 4.485 leerlingen in 2038. Over een periode van 16 jaar neemt het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs met een kleine 1% af.
Leerling ontwikkeling 10000 8000 6000
VO
4000
BO
2000 0
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038
Voor het primair onderwijs is het de verwachting dat het aantal leerlingen de komende tijd zal toenemen tot circa 8.500 leerlingen. Tot aan 2028 wordt er een stijging van 9% voorspeld.
Totaaloverzicht analyse In onderstaand het overzicht van de portefeuille schoolgebouwen. Per schoolgebouw zijn de resultaten van de analyse uit Fase 1 samengevoegd en wordt in één oogopslag zichtbaar hoe de schoolgebouwen zich tot elkaar verhouden. De schoolgebouwen zijn gerangschikt op urgentie op basis van de score uit de schouw, belevingskwaliteit, bezetting2 en exploitatie. Totaalscore schouw Totaalscore
Vraag & aanbod 2023 (incl.
(ongewogen)
medegebruik)
belev ingskwaliteit
S choolgebouw
O.b.v . normatiev e ruimtebehoefte
Exploitatie
W Eii-indicatie
Hogere onderhoudslasten dan gemiddeld?
IKC De Poolster
3,4
4,3
Tekort (-101 m² bv o)
Nee
Onzuinig
De Boomladder
3,1
4,1
Ov erschot (1066 m² bv o)
Ja
Zuinig
De Phoenix locatie Broek op Langedijk
2,9
4,0
Tekort (-144 m² bv o)
Nee
Zuinig
KC Het Baken
3,3
3,3
Tekort (-426 m² bv o)
Nee
Gemiddeld
P.J. S mitschool
2,5
3,0
Huygens College (Umbriellaan 6)
3,5
3,8
De W ijde Veert
2,9
4,3
KC Atalanta
3,2
KC Het Mozaiek
Ja
Onzuinig
Nee
Gemiddeld
Ov erschot (454 m² bv o)
Nee
Gemiddeld
4,0
Ov erschot (437 m² bv o)
Nee
Gemiddeld
2,8
4,2
Ov erschot (269 m² bv o)
Nee
Gemiddeld
De Koolv let
2,9
4,0
Ov erschot (392 m² bv o)
Nee
Zuinig
IKC S t. Josephschool
3,0
3,7
Beperkt tekort (-6 m² bv o)
Ja
Zuinig
IKC Oudkarspel
3,0
3,5
Ov erschot (824 m² bv o)
Nee
Zuinig
De Vlindertuin
2,4
2,9
Ov erschot (270 m² bv o)
Ja
Zuinig
De Zev ensprong
2,8
3,3
Beperkt ov erschot (59 m² bv o)
Ja
Zuinig
Praktijkschool Focus
2,4
2,7
Tekort (-551 m² bv o)
Nee
Zuinig
De Hasselbraam
3,0
4,1
Ov erschot (541 m² bv o)
Onbekend
Onbekend
De Reflector
2,5
2,5
Ov erschot (432 m² bv o)
Ja
Paris Proof
Campus Columbus
2,2
2,7
Ov erschot (359 m² bv o)
Ja
Onzuinig
Taxuslaan
3,2
3,6
Beperkt ov erschot (60 m² bv o)
Nee
Onbekend
De Zonnewijzer
2,5
2,8
Ov erschot (329 m² bv o)
Nee
Zuinig
Familieschool
2,6
2,7
Beperkt ov erschot (41 m² bv o)
Ja
Zuinig
Huygens College (Umbriellaan 3)
2,4
3,3
Nee
Onbekend
De Zeppelin
2,9
3,3
Ov erschot (576 m² bv o)
Onbekend
Onbekend
Huygens College v wo hav o v mbo-t
2,0
2,1
Tekort (-1891 m² bv o)
Nee
Paris Proof
De Helix
1,9
1,9
Tekort (-183 m² bv o)
Nee
Onbekend
De Paperclip
2,6
3,1
Ov erschot (571 m² bv o)
Onbekend
Onbekend
Trinitas College loc Johannes Bosco
2,6
3,1
Ov erschot (2919 m² bv o)
Onbekend
Zuinig
2,3
2,2
Ov erschot (1947 m² bv o)
Nee
Onbekend
Trinitas College loc Han Fortmann
2,5
3,0
Ov erschot (2045 m² bv o)
Onbekend
Paris Proof
Het Baken dislocatie
2,3
3,2
Tijdelijk
Onbekend
Gemiddeld
GEMIDDELDE
2,7
3,3
Jan Arentsz Christelijke S cholengemeenschap
Tekort (-385 m² bv o) Ov erschot v oor UL 3 en 6: 318m² bv o
Ov erschot v oor UL 3 en 6: 318m² bv o
2 De capaciteit van de Helix is inmiddels geschikt gemaakt voor 400 leerlingen. Van het tekort is in de huidige situatie gaan sprake meer.
www.icsadviseurs.nl
15/46
4.2 Sportaccommodaties De gemeente Dijk en Waard beschikt over 25 gemeentelijke binnensportaccommodaties. 15 accommodaties hebben 1 zaaldeel, 5 accommodaties hebben 2 zaaldelen en 5 accommodaties hebben 3 afzonderlijk te gebruiken zaaldelen. Het gemiddeld bouwjaar van de sportaccommodaties is 1988. De gemiddelde leeftijd komt daarmee uit op 34 jaar. Dertien accommodaties zijn ouder dan 40 jaar en acht accommodaties jonger dan 20. De resultaten van de inventarisatie van de sportaccommodaties in Dijk en Waard zijn vergeleken met resultaten van verschillende landelijke onderzoeken, waaronder ‘Binnensportaccommodaties in Nederland’ uitgevoerd door Mulier Instituut in 2020 en de ‘Benchmark Gemeentelijke Vastgoed 2022’ van Republiq. Technische kwaliteit ▪ Jongste accommodaties staan er goed tot voor. ▪ Accommodaties tussen de 20-40 jaar oud scoren over het algemeen redelijk. Met name het binnenklimaat en de installaties scoren minder goed. ▪ De technische staat van de accommodaties ouder dan 40 jaar is matig. Het binnenklimaat en duurzaamheid is veelal slecht door het ontbreken van luchtbehandelingsinstallaties. Belevingskwaliteit ▪ Vakleerkrachten zijn overwegend positief over de functionaliteit. Dit is in lijn met de landelijke beleving. ▪ Afstand school – sportaccommodatie wordt voor een aantal scholen als te groot ervaren.
▪ Sport- en spelmateriaal is in een aantal gevallen beperkt aanwezig en/of verouderd. ▪ Ervaringen rond binnenklimaat zijn matig tot (zeer) slecht. Zeker op gebied van ventilatie en akoestiek. Exploitatie ▪ Accommodaties hebben met € 48,90 per m² bvo relatief hoge onderhoudslasten ook in vergelijk met het landelijk gemiddelde. ▪ Accommodaties hebben met € 11,41 per m² bvo relatief lage energielasten, dit komt onder andere vanwege: ─ aanwezigheid PV-panelen; ─ afwezigheid van klimaatinstallaties; ─ sluiting tijdens Coronapandemie.
Bezetting ▪ De bezetting als gevolg van het bewegingsonderwijs ligt in Dijk en Waard hoger dan het landelijk gemiddelde. De bezetting van sporthallen is gemiddeld 80%. ▪ De bezetting van de gymzalen loopt uiteen. De bezetting in de kleine kernen ligt over het algemeen lager dan in Heerhugowaard ▪ De druk op de accommodaties voor het bewegingsonderwijs is hoog. Indien de vraag naar bewegingsonderwijs toeneemt, als gevolg van het stijgende leerlingaantal, is er extra capaciteit nodig.
Knelpunten in het gebruik 100% 50% 0%
landelijk
Gem. onderhoudslast per m² € 100 € 50 €-
landelijk
Dijk en Waard
Bezetting tussen 09:00-15:00 100% 80% 60% 40% 20% 0% sporthal landelijk
www.icsadviseurs.nl
Dijk en Waard
sportzaal
gymzaal
Dijk en Waard
16/46
Totaaloverzicht analyse In onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de gehele portefeuille. Per accommodatie zijn de resultaten van de analyse samengevoegd en wordt in één oogopslag zichtbaar hoe de accommodaties zich tot elkaar verhouden. De accommodaties zijn gerangschikt op urgentie op basis van de score uit de schouw, belevingskwaliteit, bezetting en exploitatie.
www.icsadviseurs.nl
17/46
IKC Oudkarspel
5. Oplossingsrichtingen In dit hoofdstuk wordt, op basis van de geconstateerde knelpunten en kansen, het voorkeursscenario voor de oplossingsrichting geformuleerd. Aan de hand van scenariokaarten zijn verschillende oplossingen (wijkgericht) gezamenlijk verkend en is er toegewerkt naar het voorliggende voorkeursscenario. De scenariokaarten zijn als bijlage aan het IHP toegevoegd. Als onderlegger voor de scenariokaarten zijn de kaarten van de planmonitor gebruikt, waarop de woningbouwlocaties zijn aangegeven. In paragraaf 5.1 wordt het voorkeursscenario voor het primair onderwijs beschreven. Vanwege de wijkgerichte functie van het primair onderwijs zijn de scenario’s voor het primair onderwijs per wijk omschreven. Het voortgezet onderwijs heeft een gemeentebrede of regionale functie. In paragraaf 5.2 zijn de knelpunten en oplossingen voor het voortgezet onderwijs geformuleerd. Naast een schouw van de gebouwen is er binnen het voorgezet onderwijs, aan de hand van een verdiepende studie, onderzoek gedaan naar het gebruik van de gebouwen in relatie tot de beschikbare capaciteit. De resultaten van dit onderzoek worden kort toegelicht en de oplossingen omschreven. In paragraaf 5.2 wordt eveneens, in lijn met de visie, stil gestaan bij de mogelijkheden om 10-14 onderwijs vorm te geven. Ook voor het bewegingsonderwijs zijn er gemeente breed scenario’s geformuleerd.
De voorgestelde ingrepen en bijbehorende onderbouwing staat beschreven in paragraaf 5.3. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een overzicht van alle projecten, samengevat in een planning.
www.icsadviseurs.nl
18/46
5.1 Primair onderwijs 5.1.1 Sint Pancras
Knelpunten/Kansen In deze kern staan twee basisscholen. De nieuwbouw voor IKC Sint Pancras is momenteel in uitvoering is. Het Baken is momenteel ondergebracht op twee locaties. De dislocatie aan de Bovenweg 62 valt vanaf het schooljaar 2026-2027 terug aan de gemeente. Hoewel de leerling ontwikkeling voor deze school stabiel is, is er aanvullende permanente capaciteit nodig. Wanneer de dislocatie van Het Baken terugvalt richting de gemeente, zal een tekort aan ruimte ontstaan. De kwaliteit van het hoofdgebouw is matig. Het exterieur is verouderd. Het gebouw is niet duurzaam en past niet bij het onderwijskundig concept. Scenario’s IHP Op basis van de prestatie van de schoolgebouwen worden op de korte termijn (0 -4 jaar) de volgende ingrepen/onderzoeken voorgesteld: ▪
(Ver)nieuwbouw van het Baken op huidige of alternatieve locatie; ─ Daarbij is een verkenning naar de mogelijkheden voor een bestemmingsplanwijziging ten aanzien van het langer aanhouden van de dislocatie het Baken nodig om het tekort aan ruimte te dekken tot de (ver)nieuwbouw tot uitvoering komt. ─ In geval van de nieuwbouw op een alternatieve locatie is tijdelijke huisvesting niet nodig ─ In geval van vernieuwbouw van de hoofdlocatie is er tijdelijke huisvesting nodig.
In stand houden ▪
IKC Sint Pancras (oplevering 2024) - in stand houden
www.icsadviseurs.nl
19/46
5.1.2 Broek op Langedijk
Knelpunten/Kansen In deze kern blijven de leerlingaantallen de komende jaren (dit is inclusief de ontwikkeling van woningbouw Westerdel) stabiel. De technische staat van de gebouwen is redelijk tot goed. Hoewel er normatief gezien voldoende capaciteit aanwezig is, wordt dit in het gebruik niet zo ervaren. Het gebruik en de functionaliteit van de gebouwen sluit niet aan bij de wensen vanuit het onderwijs en de opvang. Ingrepen zijn nodig de beschikbare capaciteit functioneler en flexibeler te maken. Tevens wordt er in de kern meer krapte ervaren dan uit de cijfers blijkt. Door jaarlijks de leerling ontwikkeling te monitoren wordt tijdig op tekorten ingespeeld. Scenario’s IHP Op basis van de prestatie van de schoolgebouwen worden op de korte termijn (0-4 jaar) de volgende ingrepen/onderzoeken voorgesteld: ▪ ▪
Uitvoeren huisvestingsonderzoek naar de verbetering functionaliteit van het IKC waar de Koolvlet, de Phoenix en kinderopvang gehuisvest zijn. Het Mozaïek uitbreiden ten behoeve van het vergroten van de huisvesting voor kinderopvang. Deze aanvullende ruimte dient eventueel te worden gezocht bij een andere maatschappelijke voorziening in de buurt, omdat het terrein van de school geen mogelijkheid tot uitbreiding biedt.
In stand houden Niet van toepassing.
www.icsadviseurs.nl
20/46
5.1.3 Noord- en Zuid-Scharwoude
Knelpunten/Kansen De huidige prognose laat een kleine toename zien van leerlingen in dit gebied. De woningbouwontwikkeling aan de Oostrand en Langedijk-West zijn nog niet verwerkt in de formele leerlingenprognose. Voor Oostrand is de ontwikkeling inmiddels al duidelijker en verder in de besluitvorming dan Langedijk-West. Berekend is dat de woningbouw in de Oostrand (ruim 600 woningen) tot een substantiële toename van het aantal leerlingen leidt. Hier dient extra capaciteit voor worden gerealiseerd. Voor Langedijk-West is er nog onvoldoende beeld van de ontwikkeling om een berekening te maken van het potentieel aantal leerlingen. Voor IKC Waterrijk wordt momenteel op de locatie van de voormalige Mariaschool aan de Tulpenstaat een nieuw IKOC (Integraal Kind en Ouderen Centrum) ontwikkeld. De staat van het gebouw van De Wijde Veert is goed. De gebruikers ondervinden echter hinder van het binnenklimaat en de functionaliteit sluit niet aan bij de wensen. De capaciteit van het gebouw wordt daarom niet optimaal benut. Met behulp van een SUVIS-aanpak wordt het binnenklimaat verbeterd. Scenario’s IHP Op basis van de prestatie van de schoolgebouwen worden op de korte termijn (0-4 jaar) de volgende ingrepen/onderzoeken voorgesteld: ▪ ▪ ▪
Nieuwbouw IKC Waterrijk (in het kader van het IKOC) op locatie Tulpenstraat. Daarbij wordt onderzocht of er extra functionele meters aan het gebouw kunnen worden toegevoegd. Uitvoeren huisvestingsonderzoek naar de verbetering functionaliteit voor IKC De Wijde Veert. Afhankelijk van de woningbouwontwikkelingen realiseren van een dislocatie voor onderwijs en opvang (van één van de bestaande scholen in Noord-Scharwoude) in het nieuwbouwgebied de Oostrand.
In stand houden ▪
Huidige gebouw IKC Waterrijk – na realisatie nieuwbouw in stand houden en mogelijk inzetbaar maken voor tijdelijke huisvesting
www.icsadviseurs.nl
21/46
5.1.4 Oudkarspel
Knelpunten/Kansen In Oudkarspel zien wij een stabiele prognose van het aantal leerlingen. De capaciteit van IKC Oudkarspel is ruim voldoende voor het aantal leerlingen. De kwaliteit van het gebouw is redelijk. Scenario’s IHP Op basis van de prestatie van het schoolgebouw worden er geen ingrepen/onderzoeken voorgesteld In stand houden ▪
IKC Oudkarspel – in stand houden en verduurzamen
www.icsadviseurs.nl
22/46
5.1.5 De Noord- en Buitengebieden
Knelpunten/Kansen Het gebouw van de St. Josephschool is verouderd, wat onder andere resulteert in hoge onderhoudslasten. Het gebouw is niet duurzaam en er zijn geregeld klachten over het binnenklimaat. Voor de nieuwbouwontwikkeling Vaandel-Zuid is in de prognoses 50% van de leerlingen toegekend aan de St. Josephschool. Mocht deze verdeling zich in de praktijk zo voordoen, krijgt de school reeds op korte termijn te kampen met een ruimtetekort. Scenario’s IHP Op basis van de prestatie van het schoolgebouw en de leerlingenprognose wordt op de middellange termijn (5-10 jaar) de volgende ingreep voorgesteld: ▪ ▪
Nieuwbouw voor de St Josephschool op de huidige of een alternatieve locatie. Monitoren leerling ontwikkeling St. Josephschool en indien nodig tijdelijke huisvesting realiseren ter overbrugging richting nieuwbouw.
In stand houden Niet van toepassing.
www.icsadviseurs.nl
23/46
5.1.6 Heemraden- en Schilderswijk
Knelpunten/Kansen Het voornaamste knelpunt in dit gebiedsdeel is het tekort aan capaciteit. Door een groei van het aantal leerlingen op de Zevensprong gaat er vanaf 2026 een ruimtetekort ontstaan. De P.J. Smitschool is gehuisvest op twee locaties. De bovenbouw van de school is, vanwege een tekort aan ruimte op de hoofdlocatie, gehuisvest aan de Taxuslaan. Als de geprognosticeerde daling van het aantal leerlingen op de P.J. Smitschool zich doorzet, past de bovenbouw op termijn weer in het hoofdgebouw. De locatie Taxuslaan huisvest ook nieuwkomersonderwijs. Vanwege de toenemende vraag naar nieuwkomersonderwijs is er meer ruimte in de Taxuslaan nodig voor deze doelgroep. Het is daarom de wens de bovenbouwgroepen van de P.J. Smitschool uit te huizen en (tijdelijk) te huisvesten in de nabijheid van het hoofdgebouw. Scenario’s IHP Op basis van de prestatie van de schoolgebouwen worden op de korte termijn (0-4 jaar) de volgende ingrepen voorgesteld: ▪ ▪
De Zevensprong: Uitbreiding ten behoeve van het onderwijs. P.J. Smitschool: onderzoek naar (tijdelijke) alternatieve huisvesting voor de bovenbouw.
In stand houden ▪
P.J. Smitschool (hoofdgebouw) – In stand houden en verduurzamen
www.icsadviseurs.nl
24/46
5.1.7 De Draai
Derde schoollocatie
Knelpunten/Kansen In deze nieuwbouwwijk staan op dit moment twee scholen, De Helix en De Nieuwe Draai. Als gevolg van grootschalige woningbouwontwikkelingen neemt het aantal kinderen fors toe. De druk op de twee aanwezige scholen is dusdanig hoog dat reeds gestart is met het uitbreiden van de capaciteit. Ook naar de toekomst dient rekening gehouden te worden met het fasegewijs uitbreiden van de capaciteit. Scenario’s IHP Op basis van de ontwikkelingen van deze nieuwbouwwijk worden op de korte termijn (0-4 jaar) de volgende ingrepen voorgesteld: ▪ ▪
Realiseren Nieuwe Draai - fase 2. Het gebouw wordt uitgebreid en geschikt gemaakt voor in totaal 400 leerlingen. Realiseren derde schoollocatie – fase 1. In de eerste fase wordt een gebouw gerealiseerd voor 100 leerlingen en 3 groepen kinderopvang. Deze semi-permanente locatie is bedoeld voor de overloop van zowel De Helix als De Nieuwe Draai.
Op de middellange termijn (5-10 jaar) worden de volgende ingrepen voorgesteld: ▪
Realiseren derde schoollocatie – fase 2. Uitbreiding van het gebouw tot maximaal 250 leerlingen.
In stand houden ▪ ▪
De Nieuwe Draai – in stand houden (na realisatie). De Helix (2023 opgeleverd) – in stand houden.
www.icsadviseurs.nl
25/46
5.1.8 Schrijvers-, Planeten-, en Bomen- Recreatiewijk
Knelpunten/Kansen De prognose laat voor de scholen in dit gebiedsdeel een stabiele ontwikkeling zien. De wijk kenmerkt zich verder door verouderde schoolgebouwen (m.u.v. de Paperclip). Het gebouw van de Poolster, Boomladder en de locatie Taxuslaan zijn ruim 40 jaar oud. De Boomladder heeft in 2011 een renovatie van de buitenzijde ondergaan. Technisch vertonen de gebouwen gebreken en functioneel gezien passen de gebouwen niet bij de huidige manier van lesgeven. Bovendien zijn de onderhoudslasten aan deze gebouwen hoog. De capaciteit van de locatie Taxuslaan staat onder druk. Er is meer ruimte nodig om het nieuwkomersonderwijs een plek te geven. Voor de andere scholen in deze wijk geldt dat de capaciteit voldoende is. Bij de Boomladder en de Paperclip is er sprake van een normatief ruimteoverschot. Dit ruimteoverschot wordt ingezet door onder andere kinderopvang. Scenario’s IHP Op basis van de prestatie van de schoolgebouwen worden op de korte termijn (0-4 jaar) de volgende ingrepen voorgesteld: ▪
De Taxuslaan (bassischool de Regenboog): meer ruimte bieden aan nieuwkomersonderwijs door het uithuizen van de P.J. Smitschool.
Op basis van de prestatie van de schoolgebouwen worden op termijn (5-10 jaar) de volgende ingrepen voorgesteld: ▪ ▪
IKC De Poolster: (ver)nieuwbouw. De Boomladder: (ver)nieuwbouw.
In stand houden ▪ ▪
De Paperclip- in stand houden en verduurzamen. De Regenboog Taxuslaan - in stand houden en verduurzamen.
www.icsadviseurs.nl
26/46
5.1.9 Edelstenen-, Molen- en Rivierenwijk, Stadshart, Oostertocht en ’t Kruis
Knelpunten/Kansen Voor twee scholen (De Vaart en De Carrousel) in dit gebiedsdeel is de ontwikkeling naar nieuwbouw gestart op de locatie Standerdmolen 2 en Smaragd 32. De hoofdlocatie (Smaragd 27) en de dislocatie Onyx 89, De Fonkelsteen)van de Carrousel komen na de nieuwbouw vrij voor een andere functie, zoals woningbouw. Dat geldt ook voor een deel van de huidige locatie van De Vaart. De Familieschool kent een eigen voedingsgebied. Het leerlingaantal is redelijk stabiel. De verwachting is dat na een lichte afname tot 2030 het aantal leerlingen weer toeneemt. Gezien de grootte van de school (circa 400 leerlingen) is er een toenemende behoefte aan kinderopvang. Daar is in het gebouw onvoldoende ruimte voor beschikbaar. Daarnaast kent het gebouw verschillende bouwdelen uit verschillende bouwjaren. Met name de oudste bouwdelen vertonen technische gebreken en voldoen niet aan de functionele wensen. Scenario’s IHP Op basis van de prestatie van de schoolgebouwen worden op de korte termijn (0-4 jaar) de volgende ingrepen voorgesteld: ▪ ▪
IKC De Vaart – in stand houden na realisatie (voorbereidingskrediet reeds verstrekt). IKC De Carrousel – in stand houden na realisatie (voorbereidingskrediet reeds verstrekt).
Op basis van de prestatie van de schoolgebouwen worden op de lange termijn (11-16 jaar) de volgende ingrepen voorgesteld. ▪
De Familieschool: (ver)nieuwbouw en uitbreiding ten behoeve van kinderopvang.
In stand houden N.v.t.
www.icsadviseurs.nl
27/46
5.1.10
Huygenhoek, Zuidwijk, Butterhuizen, Stad van de Zon
Knelpunten/Kansen Dit gebiedsdeel kenmerkt zich door relatief jonge onderwijsgebouwen. Over het algemeen zijn de gebruikers tevreden met de kwaliteit van de gebouwen. Voor de gehele wijk wordt er de komende jaren een daling van het aantal leerlingen voorspeld. De huidige normatieve overcapaciteit neemt naar de toekomst in grootte toe. De huidige overmaat wordt ingezet om het aanbod aan kinderopvang uit te breiden. Aan de noordwestkant van het gebied wordt nog gebouwd (Tuinen van Luna). Een groot knelpunt in deze wijk is de huisvestingssituatie van de Hasselbraam en de Zeppelin. Beide scholen zijn gehuisvest in hetzelfde gebouw, samen met woningen. De integrale opzet van gebouw past niet bij de wensen van beide scholen. Functioneel gezien doet het gebouw geen recht aan de onderwijsconcepten en de wens om kinderopvang te huisvesten. Daarnaast zijn er veel klachten over het binnenklimaat, de akoestiek en vandalisme. Scenario’s IHP Op basis van de prestatie van de schoolgebouwen worden op de korte termijn (0 - 4 jaar) de volgende ingrepen voorgesteld. ▪
Onderzoek naar huisvestingssituatie Hasselbraam/Zeppelin, waarbij verkend wordt of één van de scholen verplaatst kan worden naar het nieuwbouwgebied (zie 5.1.10). Daarbij kunnen de schoolwoningen boven de scholen worden afgestoten en teruggebracht naar de woonfunctie.
In stand houden ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
De Vlindertuin – in stand houden en verduurzamen. KC Atalanta – in stand houden en verduurzamen. De Reflector – in stand houden en verduurzamen. Campus Columbus – in stand houden en verduurzamen. De Zonnewijzer – in stand houden en verduurzamen.
www.icsadviseurs.nl
28/46
5.1.11 Nieuwbouwgebied Tuinen van Luna, Westpoort, De Scheg, Gildestraat, Stationsgebied en De Frans
Knelpunten/Kansen Aan de noordzijde van Heerhugowaard worden de komende jaren veel woningen gerealiseerd. Met de bouw van de eerste woningen is reeds gestart. Deze woningbouwopgave resulteert in een aanvullende behoefte aan onderwijshuisvesting, welke nog niet in de formele prognose van begin 2023 is verwerkt. Hier is nader onderzoek naar gedaan met een minimum en een maximum scenario. Naar schatting ontstaat er gemiddeld een aanvullende huisvestingsbehoefte voor 400 leerlingen. Omdat het een uitgestrekt gebied betreft met een niet-optimale onderlinge bereikbaarheid van de deelgebieden, wordt voorgesteld om één school te realiseren met een hoofd- en een dislocatie, om zo in voldoende capaciteit te voorzien. Scenario’s IHP Op basis van de ontwikkeling van de nieuwbouwgebieden wordt op de korte termijn (0-4 jaar) het volgende scenario voorgesteld: ▪ ▪
Nieuwbouw onderwijslocatie in Stationsgebied of omgeving. Nieuwbouw onderwijslocatie in Westpoort/Tuinen van Luna. Onderzocht wordt of als alternatief het gebouw van Eclips (zie 5.1.9) hiervoor kan worden ingezet.
In stand houden Niet van toepassing.
www.icsadviseurs.nl
29/46
5.2 Voortgezet onderwijs
Net als voor het primair onderwijs zijn de schoolgebouwen voor het voortgezet onderwijs geanalyseerd en zijn knelpunten benoemd. De belangrijkste knelpunten zijn:
Locatie
Voornaamste knelpunten
Huygens College / Praktijkschool Focus
▪ Onvoldoende capaciteit (vooral praktijklokalen; ▪ Aanwezigheid noodlokalen (SOVON) ▪ Technische en functionele kwaliteit locatie Umbriëllaan 6
Umbriëllaan 1-3-6 Huygens College – Middenweg 68
▪ Onvoldoende capaciteit (vooral theorielokalen) ▪ Tijdelijke huisvesting locatie Windmolen 4 ▪ Aanwezigheid noodlokalen (SOVON)
Jan Arentsz
▪ Normatieve leegstand
Trinitas College Johannes Bosco
▪ Normatieve leegstand ▪ Bereikbaarheid en parkeren
Trinitas College – Han Fortmann
▪ Normatieve leegstand ▪ Aanwezigheid noodlokalen ▪ Afspraken ruimtegebruik bestuursbureau Pontis
Om meer inzicht in de knelpunten en de mogelijke oplossingen te krijgen is door ICSadviseurs een verdiepende onderzoek uitgevoerd. Dit verdiepend onderzoek is als bijlage 4 bijgevoegd.
www.icsadviseurs.nl
30/46
Uit het verdiepende onderzoek is nogmaals naar voren gekomen dat er op dit moment in totaal voldoende capaciteit voor het voortgezet onderwijs aanwezig is binnen de gemeente, maar dat deze capaciteit niet volledig aansluit bij de behoefte van de scholen. Zo heeft het Huygens College volgens de laatste leerlingenprognose te maken met een (toenemend) ruimtetekort en het Trinitas College met (toenemend) ruimteoverschot. Daarnaast is een deel van de capaciteit tijdelijk, in de vorm van noodlokalen of een aparte locatie. Ook sluit de behoefte aan praktijklokalen voor de locatie Umbriellaan 1-3 niet aan bij de beschikbaarheid van vooral theoretische onderwijsruimten. Eerder is al geconcludeerd dat de structurele huisvesting van het voortgezet onderwijs kwalitatief prima voldoet en dat er, behoudens de locatie Umbriëllaan 6, geen vervangings- of renovatievraag aan de orde is de komende jaren. Vervolgens is in het IHP-proces met elkaar gesproken over scenario’s om de knelpunten op te lossen. Deze scenario’s staan beschreven in de scenariokaarten, die als bijlage zijn toegevoegd. Het is daarbij niet gelukt om consensus (tussen gemeente en Pontis/SOVON) te bereiken over een gezamenlijk voorkeursscenario.
Grootste struikelblok daarin blijft hoe om te gaan met de normatieve leegstand bij de vestigingen van het Trinitas College en de mogelijkheid om die, conform de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Dijk en Waard, in te zetten voor het ruimtetekort van het Huygens College en praktijkschool Focus.
5.2.1 Naar een masterplan voortgezet onderwijs Om uit de impasse te komen is met Pontis Onderwijsgroep en SOVON afgesproken dat zij zouden komen met een gezamenlijke notitie, waarin zij hun visie zouden geven op de huisvesting van het voortgezet onderwijs en hoe zij hierin zouden kunnen samenwerken. Deze notitie is op 28 november 2023 aangeboden aan de gemeente. Belangrijke punten uit de notitie zijn: ▪
▪
▪
Nieuwe inzichten leerling ontwikkeling: De aanmeldingen in de periode 2020-2023 laten een ander beeld zien dan de meeste recente leerlingen prognose (uit 2021). De aanmeldingen laten bij Trinitas College een groei zijn (in plaats van krimp) en bij het Huygens College een stabilisatie (in plaats van groei) sinds de oplevering van de nieuwbouw. Inhoudelijke en praktische bezwaren tegen inhuizen: Bij eventuele inhuizing bij een van de scholen wordt op geen enkele manier rekening gehouden met onderwijskundige ontwikkelingen en het belang van leerlingen en personeel. Deze onderwijskundige én maatschappelijke ontwikkelingen vragen om extra ruimten, waarin de normeringen geen rekening wordt gehouden. Daarnaast betekent inhuizing extra reisbewegingen voor leerlingen en/of personeel, wat leidt tot een verslechtering van het lesrooster en het verlies van onderwijstijd. Samenwerken aan een toekomstbestendig onderwijsaanbod: De besturen zien kansen voor verdere samenwerking om een kwalitatief hoogstaand onderwijsaanbod in stand te houden. Daarnaast zien zij kansen, om in lijn met visie uit het IHP, de samenwerking met het primair onderwijs en de jeugdhulpverlening te zoeken en om de doorlopende leerlijn, de kansengelijkheid en inclusiviteit in het onderwijsaanbod te versterken.
Deze notitie is vervolgens op 4 december 2023 in een bestuurlijk overleg van SOVON, Pontis Onderwijsgroep en gemeente besproken. Daarbij is het volgende afgesproken: 1. De opgestelde en besproken notitie kan met een aantal aanpassingen dienen als onderbouwing voor het besluitpunt van de raad om opdracht te geven aan het college om samen met de besturen VO de notitie uit te werken naar een ‘masterplan VO’ en dat vervolgens voor te leggen aan de raad (inmiddels is de notitie aangepast en opgenomen in het bijlageboek). 2. In het masterplan wordt op basis van huidige en toekomstige ontwikkelingen en de gestelde visie en ambities geschetst hoe wordt toegewerkt naar een toekomstbestendig onderwijsaanbod VO in Dijk en Waard, hoe hierin wordt samengewerkt door de VO-besturen, maar ook met de besturen van het PO, SO en