CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bespreeknotitie Richting geven aan bezuinigingsopgave

Commissie Trouwzaal 16 april 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Bespreeknotitie 'Richting geven aan de bezuinigingsopgave'2.365 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bespreeknotitie Richting geven aan bezuinigingsopgave

H1: Leeswijzer Voor u ligt de bespreeknotitie ‘Richting geven aan bezuinigingsopgave’. In deze notitie staat: • • •

• •

De aanleiding voor het proces realistisch begroten. Waarom moet er bezuinigd worden en keuzes worden gemaakt? Toelichting op het doorlopen proces Presentatie van diverse denkrichtingen, samen met de denklijn van het college op elk onderdeel A. Baten/belastingen B. Groeigelden C. Programmabudgetten D. Investeringen E. Reserves F. Jeugdzorg G. Korte versus lange termijn H. GR-en Op welke manier de raad in positie wordt gebracht en wat van de raad verwacht wordt tijdens de commissievergadering van 16 april Vervolgproces

H2: Aanleiding (waarom moeten we bezuinigen/keuzes maken) De gemeentelijke financiën staan onder druk. In de begroting van 2025 is dit duidelijk zichtbaar. De begroting 2025 toonde een tekort van € 4,9 miljoen (tabel 1). Dit tekort wordt gedekt vanuit de reserves. De meerjarenraming laat op de gemeentelijke structurele kosten en inkomsten eveneens een tekort zien. Dit betekent dat de gemeente inteert op haar spaargeld. Dit structurele tekort kent meerdere oorzaken. Vanaf 2026 verandert de systematiek van de bijdrage van het Rijk aan het gemeentefonds. Dit leidt ertoe dat de gemeenten in Nederland een lagere bijdrage krijgen. Verder is er sprake van toenemende kosten voor de gemeentelijke verplichte taken waar het Rijk ons onvoldoende voor compenseert zoals de jeugdzorg. En als jonge gemeente is ervoor gekozen om te investeren in goede voorzieningen, sport en onderwijs en zorgen voor hulp dichtbij onze inwoners. Op basis van de huidige inzichten bij uitvoering van het gekozen beleid loopt het tekort op tot € 11,5 miljoen in 2028 (tabel 2). Dit is geen duurzaam financieel beleid en dit kan leiden tot een strenger toezicht regime vanuit de provincie.

Bespreeknotitie

Realistisch begroten

2

Bij de vaststelling van de begroting 2025 gaf de raad het college de opdracht mee om bij de kadernota 2026 te komen met scenario’s voor een sluitende begroting. Het geactualiseerde beeld van het meerjarenperspectief ziet er als volgt uit:

Tabel 1: Begroting 2025

Tabel 2: meerjarenperspectief incl. september en december circulaire H3: Doorlopen proces Na het vaststellen van de begroting is het project ‘Realistisch begroten’ gestart. De opdracht aan de projectgroep bestond uit twee delen: een inhoudelijke analyse en een richtinggevend deel. In de inhoudelijke analyse is ieder budget tegen het licht gehouden om te beoordelen welke ruimte en keuzes er zijn om te bezuinigen en wat de impact hiervan is. Op deze wijze worden de mogelijkheden in de begroting inzichtelijk en de mogelijke keuzes transparant. Dit is gedaan op de volgende vlakken: -

-

Meerjareninvesteringsplan (MIP): voor het actualiseren, toetsen op realiseerbaarheid in tijd en beschikbare middelen (zowel intern als extern) en op aansluiting op de ambities van de gemeente; Reserves: scherp tegen het licht houden van de bestedingsplannen en toetsen op mate van beïnvloedbaarheid inclusief de wettelijke noodzaak; Groeigelden: komen tot een integraal inzicht van de financiele effecten van ons als groeigemeente; Programmabudgetten: bepalen welke flexibiliteit de (exploitatie) budgetten kent en bepalen wat de impact is voor kort- en langere termijn bij bezuinigingen; Jeugdzorg; Voorzieningen groot onderhoud;

Dit is verwerkt in de ambtelijke inventarisatie die uw raad op 2 april 2025 is aangeboden en op 9 april 2025 in een informatieve raadssessie is toegelicht. Op deze wijze is een integraal beeld van de besparingsmogelijkheden ontstaan. En daarmee kan de raad mede richting geven om te komen tot een sluitende begroting (deel 2 van de opdracht). Op 23 januari en 12 maart is de auditcommissie meegenomen in de procesvoortgang. In de informerende sessie van 29 januari is de raad meegenomen in het uitgezette proces.

Bespreeknotitie

Realistisch begroten

3

H4: Denkrichtingen en denklijnen van het college. Om inzicht te krijgen in de toekomstige koers van de meerjarenbegrotingen, worden in deze bespreeknotitie diverse denkrichtingen gepresenteerd, samen met een denklijn van het college op elk specifiek onderdeel. In de richtinggevende sessie (16 april 2025) verkennen wij graag uw visie op de verschillende onderdelen zodat deze meegenomen kunnen worden bij het opstellen van de kadernota. A: Zienswijze Baten/ belastingen: In de begroting van 2025 is de onroerendezaakbelasting (ozb) met 12,5% verhoogd. Dit heeft de gemeente jaarlijks € 2,6 miljoen aan extra inkomsten opgeleverd. Deze lastenverzwaring was noodzakelijk om te voorkomen dat het meerjarige tekort verder op zou lopen. Denklijn van het college: Ondanks dat er nog steeds sprake is van een tekort wil het college als uitgangspunt nemen dat de ozb alleen geïndexeerd wordt. B. Zienswijze Groeigelden: Groeigelden zijn middelen die beschikbaar komen door groei van de bevolking en het aantal panden. Deze bestaan uit ozb-inkomsten en extra middelen uit de algemene uitkering van het Rijk. De afgelopen jaren heeft de gemeente dit minimaal meegenomen in de begroting. De verwachting is dat de groei van de afgelopen jaren zich de komende jaren voortzet. Denklijn van het college: De groeiambitie van de gemeente staat nog steeds.

We gaan de geplande groei volledig meenemen in de meerjarenbegroting. Aan de kostenkant nemen we de groei, net als in de huidige begrotingssystematiek, niet op alle onderdelen mee. Dit betekent dat we aan de uitgavenkant wellicht scherpere keuzes moeten maken. C: Zienswijze programmabudgetten: Per programma is opgehaald welke bezuinigingsmogelijkheden er zijn. Hierbij hebben we op twee manieren de budgetten in kaart gebracht. Ten eerste is er aangegeven op welke budgetten mogelijkheden zijn om te bezuinigen en daarbij een minimale – middel en maximale variant in kaart gebracht. Vervolgens is vanuit de ambtelijke organisatie aangegeven wat de impact is op de samenleving/inwoner indien deze besparing wordt doorgevoerd. Indien een voorstel onomkeerbare effecten heeft of meerjarig juist tot hogere kosten leidt, is dat meegenomen in de beoordeling van de impact.

Bespreeknotitie

Realistisch begroten

4

Op totaal niveau betekent dit: Maximaal 2026 2027

x 1.000 eur Programma

2028

Begroting Middel 2026 2027

2028

2026

Minimaal 2027

2028

P 0 Bestuur en ondersteuning

424

412

412

407

395

395

407

395

395

P 1 Veiligheid

259

259

259

142

142

142

20

20

20

P 2 Verkeer, vervoer en waterstaat

359

359

359

141

141

141

51

51

51

P 3 Economie

585

585

735

353

353

353

55

55

55

P 4 Onderwijs

714

714

714

101

101

101

20

70

70

P 5 Sport, cultuur en recreatie

1.582

1.680

1.703

848

906

922

451

453

463

P 6 Sociaal domein

2.571

2.833

2.918

1.372

1.528

1.535

823

828

833

P 7 Volksgezondheid en milieu

894

894

894

188

188

188

91

91

91

P 8 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing

133

148

148

18

18

18

18

18

18

7.521

7.884

8.142

3.570

3.772

3.795

1.936

1.981

1.996

Begroting Middel 2026 2027

2028

2026

Minimaal 2027

2028

Ordening op impact niveau: x 1.000 eur Programma

Maximaal 2026 2027

2028

Zeer hoog

4.999

5.374

5.632

738

887

910

10

10

10

909

909

909

1.449

1.514

1.514

879

886

901

Hoog Laag

Zeer hoog Hoog Laag

: : :

1.613

1.601

1.601

1.383

1.371

1.371

1.047

1.085

1.085

7.521

7.884

8.142

3.570

3.772

3.795

1.936

1.981

1.996

Zeer hoge impact op de samenleving, is lastig omkeerbaar. Medium tot hoge impact op de samenleving, is omkeerbaar Beperkte of lage impact op de samenleving

Denklijn van het college: We nemen initieel alleen de voorstellen mee met beperkte of lage impact in het begrotingsproces (die blauw gekleurd zijn in het boekwerk). Als de begroting hiermee niet structureel sluitend is, kijken we pas naar de voorstellen met hogere impact. D: Zienswijze Investeringen: De jaarlijks gerealiseerde investeringsuitgaven blijven doorgaans onder de begrote investeringen in het desbetreffende begrotingsjaar. De oorzaken hiervan kunnen variëren, maar vaak gaat het om projecten die later van start zijn gegaan of later worden afgerond. Het gevolg is dat de jaarlijkse werkelijke kapitaallasten lager uitkomen dan in de begroting opgenomen. Voor 2023 was de afwijking ongeveer 11%, voor 2024 ongeveer 16%. Denklijn van het college investeringen: We houden in de ramingen rekening met een onderuitputting van 10% van de geplande kapitaallasten van activa in een jaar. Denklijn van het college MIP: De projecten in de MIP stellen we bij op het beperkte of lage impact niveau (die blauw gekleurd zijn in het boekwerk). Dit betekent dat we de projecten met een blauwe markering licht temporiseren. Het gevolg van deze temporisering is dat geplande kapitaallasten later in de tijd komen. Daarop passen we onze ramingen aan. E: Zienswijze reserves: De gemeente heeft een omvangrijke reservepositie voor wat betreft bestemmingsreserves.

Een toezichtregel die vorig jaar is ingevoerd geeft aan dat 10% van het surplus van de algemene

Bespreeknotitie

Realistisch begroten

5

reserve ingezet kan worden als structurele dekking in de begroting. Als de algemene reserve wordt vergroot hoeft er minder op programmabudgetten te worden bezuinigd. Een manier om dat te realiseren is om een deel van de bestemmingsreserves toe te voegen aan de algemene reserve. Er is in het project beoordeeld welke bestemmingsreserves mogelijk niet meer voldoen aan het oorspronkelijke doel, of er daadwerkelijk bestedingen zijn geweest in het afgelopen jaar en of er een concreet bestedingsplan aanwezig is. Denklijn van het college: Van de bestemmingsreserves die niet meer aan de hierboven genoemde criteria voldoen wordt een voorstel gemaakt welk deel vrij kan vallen ten gunste van de algemene reserve. F: Zienswijze Jeugdzorg Deel 1 De kosten van de Jeugdzorg blijven in bijna alle gemeenten in Nederland stijgen en dat heeft een aanzienlijk effect op de begroting van gemeenten. Het is duidelijk dat dit een landelijk probleem is. De gemeente Dijk en Waard leek in negatieve zin af te wijken (BDO onderzoek). Naar aanleiding daarvan is een data-analyse uitgevoerd door onderzoeksbureau van Dam Datapartners. Om op deze wijze inzicht te krijgen in de kostenontwikkeling van de Jeugdzorg. De uitkomsten hiervan en de voorgestelde ontwikkelmaatregelen op basis van dit rapport zijn op de beeldvormende commissie van 8 april toegelicht.

De stijgende kosten en de groeiende behoefte aan jeugdzorg staan niet op zichzelf, maar zijn een gevolg van een breder maatschappelijk probleem. Investeren in de sociale basis draagt bij aan het normaliseren en kunnen opvangen van hulpvragen. Ook de ‘Stevig Lokale Teams’ moeten bijdragen aan een sterkere sociale basis. Beide ontwikkelmaatregelen voorkomen inzet van gespecialiseerde jeugdhulp. Denklijn van het college besparing Jeugdzorg: (F1) Aan het uitvoeren van de ontwikkelmaatregelen verbindt het college een generieke inspanningsverplichting van een besparing van 5% in 2026 (op basis van de kosten 2024) op de jeugdzorgkosten. Dit is exclusief indexaties en andere autonome ontwikkelingen. Deel 2: Uitspraak onafhankelijke deskundigencommissie Van Ark Op 30 januari jl. heeft de onafhankelijke deskundigencommissie van Ark een zwaarwegend advies aan het Rijk uitgebracht over de hervormingsagenda jeugd. De conclusie van die commissie is dat de reeds opgelegde taakstelling van het Rijk aan gemeenten niet realistisch is en dat er een herijking van het financieel kader nodig is. Mocht het Rijk niet over de brug komen met extra middelen, dan zal Dijk en Waard gezamenlijk met andere Nederlandse gemeente juridische stappen ondernemen.

Denklijn van het college standpunt VNG over jeugdzorg (F2) Het college verwerkt de financiële vertaling van het rapport van Ark in de gemeentelijke kadernota en begroting. G: Zienswijze korte versus lange termijn Het repressieve toezichtregime is momenteel van kracht in Dijk en Waard. Het toezichtkader staat toe dat het komende begrotingsjaar (2026) sluitend is. Indien dit niet haalbaar is, moet het laatste jaar van de planperiode (2029) structureel sluitend zijn.

Bespreeknotitie

Realistisch begroten

6

Denklijn van het college: Het college wil een ongewijzigd toezichtregime van de provincie. Het streven is om 2026 structureel sluitend te krijgen. Als dit alleen mogelijk is met keuzes met grote impact voor de samenleving kiest het college ervoor om niet 2026 maar 2029 structureel sluitend te begroten. H. Zienswijze GR-en: De gemeenschappelijke regelingen in Noord-Holland Noord zijn gevraagd om bij de Kadernota 2026 scenario’s op te nemen voor bezuinigingen. Dit is gebeurd met een brief afkomstig van de regietafel Noord-Holland Noord en een position paper regio Alkmaar. De kadernota’s zijn langs alle raden geweest en voorzien van een zienswijze (Dijk en Waard 25 februari 2025). De gemeenschappelijke regelingen nemen deze zienswijzen mee bij het opstellen van hun begroting 2026, welke 24 juni 2025 door de raad wordt behandeld. Naast de scenario’s voor bezuinigingen hebben de GR-en in de kadernota ook aangegeven welk percentage indexering zij toepassen. Dit is geregeld in de Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen (FUGR). Denklijn van het college: Het college volgt de zienswijze zoals de raad die bij de kadernota's heeft vastgesteld.

Daar waar een gemeenschappelijke regeling geen uniform besparingsvoorstel doet voor alle deelnemende gemeente kan het college bij de zienswijze op de begroting van deze GR het voorstel doen aan uw Raad om vanuit een integrale afweging het eerder voorgestelde bezuinigingsvoorstel bij te stellen.

H5: Hoe brengen we u in positie en kunt u richting geven? Op 9 april heeft u een technische informatieve sessie gehad, zodat u volledig inzicht heeft in alle ambtelijk opgehaalde voorstellen. Op 16 april wordt in de commissievergadering voorliggende notitie besproken en kunt u als raad het college richting meegeven. Het college hoort graag de beschouwing per fractie op de zienswijzen van het college. Het college ontvangt ook graag reactie op onderstaande drie vragen: 1. Mist u nog onderdelen die van invloed kunnen zijn? 2. Zijn er zorgen die u het college wilt meegeven? 3. Zijn er bepaalde no-go's? De opgehaalde input neem het college mee in de overwegingen bij het opstellen van de kadernota.

H6. Vervolg De uitkomsten van de richtinggevende sessie wordt meegewogen bij het opstellen van de kadernota 2026. In de kadernota worden de belangrijkste ontwikkelingen voor de gemeente in kaart gebracht, en worden voorstellen gedaan voor de ontwikkeling van beleid. De kadernota is een eerste schets van de beleidsmatige en financiële ontwikkelingen voor de aankomende begroting. Besluitvorming over de kadernota vindt plaats in juli 2025. De daadwerkelijke financiële keuzes worden voorgelegd bij de behandeling van de begroting, rekening houdend met de kaders die de raad daarvoor geeft. Besluitvorming over de begroting vindt plaats in november 2025. Dan is ook het laatste financiële perspectief, inclusief de uitkomsten van de meicirculaire, beschikbaar.

Bespreeknotitie

Realistisch begroten

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=063a815a-a6c1-4897-8fb8-84dbeca0038d