bijlag 1 - Woonzorgvisie Dijk en Waard
Tekst van het document
Opgave 2: Prestatieafspraken wonen zorg en welzijn Momenteel maakt de gemeente jaarlijks afspraken met huurders en corporaties over de sociale huurvoorraad en aanpalende thema’s. Corporaties zullen een belangrijke rol vervullen in het tot uitvoering brengen van deze visie. Om activiteiten beter op elkaar af te stemmen nodigen we op onderwerpen die gerelateerd zijn aan wonen en zorg de lokale zorg- en welzijnspartijen uit. Zo worden de prestatieafspraken uitgebreid naar prestatieafspraken wonen en zorg. Voorzet voor het uitvoeringsprogramma Om onze ambities te realiseren, zijn verschillende instrumenten en afspraken met betrokken partijen mogelijk. Minimaal de volgende
maatregelen willen we nader onderzoeken om op te nemen in het uitvoeringsprogramma: 1. Afspraken over het verzamelen van informatie en definities vastleggen. 2. Betrekken zorg- en welzijnspartijen, evenals het zorgkantoor bij de relevante onderdelen van de prestatieafspraken tussen de gemeente en corporaties vanaf 2024. 3. Eens per vier jaar een (regionaal) behoefteonderzoek wonen en zorg uitvoeren. Zo brengen we de ontwikkeling van vraag en aanbod voor de verschillende aandachtsgroepen (inclusief senioren) in beeld. 4. Organiseren jaarlijkse themadag om de voortgang van het uitvoeringsprogramma te bespreken. De themadag bestaat uit twee delen. Enerzijds een informatief deel, waarin de belangrijkste activiteiten van dat jaar worden besproken (statusupdate), anderzijds een verdiepend deel waarin de partijen gezamenlijk op één thema of enkele acties met elkaar het gesprek aan gaan. 5. Via de regionale overlegtafels zoals Vitaal oud in Noord Kennemerland (VONK), Pact wonen met ondersteuning en de Samenwerkingsagenda werken we aan het opstellen van een regionale woonzorgvisie.
29
9 Uitvoeringsparagraaf De woonzorgvisie geeft aan ‘wat’ wij als gemeente in samenwerking met onze partners en bewoners willen gaan doen. Voor de uitwerking van onze ambities is een planmatige werkwijze nodig. In deze uitvoeringsparagraaf zetten we hiervoor de grote lijnen uit en leggen we de principes en prioriteiten waarmee we deze uitvoering vormgeven vast. In de komende periode stellen we daarnaast een uitvoeringsprogramma op. Het uitvoeringsprogramma zal acties bevatten op het gebied van wonen, inrichting van de buitenruimte, maar ook samenleven, welzijn, gezondheid en het inrichten van zorg. Er is dan ook veel overlap met verschillende domeinen en tussen organisaties. Dit betekent actief samenwerken om de gestelde doelen en ambities te halen. Binnen de gemeente, maar ook met onze partners. Kortom, een domeinoverstijgende aanpak is van groot belang.
9.1
Externe factoren van invloed op resultaat
De woonzorgvisie wordt gekenmerkt door een hoog ambitieniveau. Zeker als we andere ambities van de gemeente meenemen zoals de doelen uit de Woondeal NHN 2.0 en onze duurzaamheidsdoelstellingen. Voor veel maatregelen staan we als gemeente zelf aan de lat of nemen we het initiatief. Dit doen we vanuit onze kaderstellende rol (denk aan het opstellen van toetsingskaders vanuit de Woonvisie, de visie Sociaal Domein, het Integraal Beleidskader of de Strategische Omgevingsvisie), evenals vanuit onze uitvoerende rol (bijv. inkoop van Wmo-ondersteuning en subsidiebeleid). We doen dit niet in een vacuüm. Kijkend naar de
aanzet die de visie geeft voor het uitvoeringsprogramma, zien we diverse maatregelen waarbij we als gemeente afhankelijk zijn van andere partijen of factoren. Als gemeente hebben we hier weinig/geen invloed op. Denk alleen al aan de sterk gestegen bouwkosten van de afgelopen jaren als gevolg van sterke inflatie. En hoe ontwikkelt de rentestand zich de komende tijd? Of aan de groeiende tekorten op de arbeidsmarkt. Kunnen zorgpartijen voldoende personeel vinden voor de groeiende behoefte aan zorg en ondersteuning? Welke regelgeving komt er nog vanuit het Rijk of de provincie? De ontwikkelingen van veel van deze factoren zijn nog onzeker richting 2040. Tot slot vragen maatregelen zoals het realiseren van geclusterde woningen en woonzorgcirkels ruimte. Ruimte is schaars en het realiseren van nieuwe geclusterde complexen kan op gespannen voet staan met andere prioriteiten (parkeren, mobiliteit, groen, spelen en recreatie). Dit alles zet de mogelijkheden voor het realiseren van de doelen uit de visie onder druk. Het is daardoor goed mogelijk dat het volledig uitvoeren van deze visie wordt bemoeilijkt. Ook andere factoren zoals capaciteit bij gemeente en ketenpartners hebben invloed op het al dan niet behalen van onze doelen. De belangrijkste (risico)factoren geven we hieronder weer:
30
Factoren
Impact op realiseren doelen
Economie (rentestand, inflatie, koopkracht etc.)
Zeer groot
Voldoende locaties/gebouwen/woningen (transformatie naar) geclusterde woningen
Zeer groot
Capaciteit bouwende personeel)
partijen
(grondstoffen,
Groot
Uitvoering geplande (private) investeringen bij binnenstedelijke ontwikkelingen rondom OVknooppunt Heerhugowaard (mobiliteit)
Middel
Middel
Zeer groot
Bereidheid bewoners om door te stromen naar een geschikte woning en woonomgeving of om hun woning aan te passen.
Regelgeving vanuit het Rijk (Omgevingswet, zorgfinanciering, Stikstof, Integraal Zorg Akkoord (IZA), Overheidssubsidies etc.)
Middel
Zeer groot
Bereidheid lokale ondernemers en maatschappelijke organisaties om voorzieningen op te starten/in stand te houden.
Bereidheid inwoners om een grotere rol te pakken rondom mantelzorg/omzien naar elkaar
Zeer groot
voor
Beschikbaar stellen van maatschappelijk vastgoed ter inrichting van woonzorgcirkels en een sterk voorzieningenniveau.
Capaciteit gemeente (vinden van voldoende gekwalificeerd personeel; voldoende financiële middelen)
Zeer groot
Capaciteit en bereidheid tot meewerken van alle ketenpartners zoals zorgpartijen, zorgkantoor, corporaties etc (personeel, financieel, beleidsmatig)
Zeer groot
De groeiende toestroom van ontheemden heeft invloed op beschikbaarheid van de betaalbare sociale huurvoorraad voor andere doelgroepen zoals mensen met een verstandelijke beperking of GGZ-problematiek.
Groot
9.2
Rol van de gemeente
De gemeente bouwt geen woningen. Dat doen corporaties en ontwikkelaars. Wel is de gemeente verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende woningen en (deels) voor voldoende beschikbare zorg en ondersteuning. Dit vullen we in door het opstellen van beleid (woningbouwprogramma, ruimtelijk beleid en inkoopbeleid zorg etc.). Daarnaast stuurt de gemeente op, en handhaaft het beleid (kaderstellende rol). Als overheidslaag die het dichtst op de uitvoering staat, ziet de gemeente ook een verbindende rol voor zichzelf weggelegd. Bijvoorbeeld door het samenbrengen en uitdagen van partijen en het aanjagen van het ontwikkelproces. Vanuit gemeentelijk perspectief leidt dit tot de volgende vragen. • Welk domein is bij welke vraagstukken leidend en wie ondersteunt?
31
• •
Wat zijn de principes die we hanteren bij het uitvoeren van de acties? Hoe beheersen we de (financiële) risico’s rond de uitvoering van deze visie?
In de onderstaande paragrafen rondom de uitvoeringsprincipes (paragraaf 1.3) vullen we deze vragen verder in. Rol in de regio In regionaal verband hebben we samen met omliggende gemeenten, de provincie en het Rijk de Woondeal 2.0 NHN gesloten. De komende jaren zal ook een regionale woonzorgvisie opgesteld moeten worden. Naast de afspraken in deze woondeal(s) pakken we gezamenlijk met de buurgemeenten de vraagstukken op die de gemeentegrens van Dijk en Waard overschrijden. Denk aan de uitstroom uit intramurale voorzieningen (MO/BW) of de jeugdzorg. Partners Voor de uitvoering werken we nadrukkelijk samen met onze partners. Onze belangrijkste partners hierin zijn: • Woningbouwcorporaties en huurdersorganisaties • Ontwikkelaars en bouwers • Zorgverzekeraars en zorgkantoor • Zorg- en welzijnsaanbieders • Lokale ondernemers • Inwoners Samenwerking met corporaties en ontwikkelaars vindt projectmatig en per initiatief plaats. Met corporaties en huurdersorganisaties maken we prestatieafspraken. De doelen uit deze visie vormen een
bouwsteen voor deze afspraken. Met en tussen zorg- en welzijnsaanbieders wordt momenteel .al veel samengewerkt, ook in de regio: onder meer in het kader van het PACT Wonen en Zorg.. Een belangrijke stap (opgenomen in deze visie) is het betrekken van de zorg- en welzijnspartijen bij de samenwerkingsafspraken met corporaties en huurders rondom het thema wonen en zorg. Deze samenwerking is gestart bij het opstellen van de nieuwe langjarige prestatieafspraken.
9.3
Uitvoeringsprincipes
Hoewel we als gemeente niet op alles direct invloed hebben, kunnen we wel aangeven hoe we onze rol en verantwoordelijkheid als gemeente invullen. We vatten dit samen in principes voor de uitvoering. Hiermee bedoelen we: Wie is binnen de gemeente primair verantwoordelijk en wat spreken we af om de uitvoering van deze visie te borgen. Hierin onderscheiden we de volgende onderwerpen: • Gemeentelijke organisatie en prioritering van inzet/capaciteit • Samenwerking • Financiën • Prioritering van de opgaven Gemeentelijke organisatie De opgave vraagt om integrale afwegingen en een programmatische aanpak, waarbij de verschillende beleidsdomeinen op een goede manier worden betrokken. Daarbij moeten we rekening houden met de (huidige) organisatiestructuur. In de onderstaande tabel geven we aan welk domein primair verantwoordelijk is, evenals welke domeinen direct in de samenwerking worden betrokken.
32
Uitvoeringsaspect
Primair
Samen met
Zorginfrastructuur (bijv. aanwijzen en inrichten woonzorgcirkels en versterken verbinding formele en informele zorg)
Sociaal Domein
Wonen
Welzijn (bijv. versterken gemeenschapsgevoel/ eigen regie) en zorg (o.a inkoop Wmo ondersteuning)
Sociaal Domein
Wonen
Gebiedsontwikkeling: integrale strategische afweging op programmaniveau. Tempo van ontwikkeling is een belangrijk criterium in de afweging op projectniveau.
Gebieds- en locatieontwikkeling
Wonen/ Soc. Domein
Borgen van kwantitatieve en kwalitatieve kaders woningbouw en geclusterde woningen.
Wonen
Sociaal Domein
Voorlichting en bewustwording
Sociaal Domein
Wonen Communicatie
Kwalitatieve kaders inrichting openbare ruimte (in relatie tot positieve gezondheid en preventie).
Gebiedsontwikkeling Beheer en onderhoud
Sociaal Domein
Gebiedsgerichte aanpak (leefbaarheid etc.)
Sociaal Domein
Dorps- en wijkgericht werken
Aanpak bestaande voorraad: aanpassingen en transformatie/verbetering
Wonen
Sociaal Domein
Huisvesting ouderen en bijzondere doelgroepen (Maatschappelijke opvang/ Beschermd wonen). - Toevoeging woningen - Woonruimteverdeling.
Wonen
Huisvesting bijzondere doelgroepen (Maatschappelijke opvang/ Beschermd wonen) - Ondersteuning, begeleiding, spreiding
Sociaal. Domein
Sociaal Domein
Wonen
Prioritering van inzet en capaciteit: • De opgaven rondom wonen en zorg zijn de komende jaren dusdanig groot dat de inzet van extra personeel nodig is. Hiervoor stellen we budget beschikbaar. De opgave heeft gevolgen voor zowel de inzet bij het Ruimtelijk Domein (afdelingen Wonen en Gebieds- en Locatieontwikkeling) als bij het Sociaal Domein. Nader onderzocht moet worden hoe de gemeentelijke organisatie ingericht dient te worden, maar er is in ieder geval extra personele inzet nodig. Voorlopige inschatting is dat het zal gaan om 2 fte’s. • Het grotere beroep op zelf- en samenredzaamheid van inwoners vraagt om een andere manier van werken, die gericht is op het zelfoplossend vermogen van bewoners (wat kan wel). Als het nodig is dat (gemeentelijk) personeel nieuwe vaardigheden of werkwijzen moeten ontwikkelen, begeleiden we hen hierin; we maken hiervoor budget vrij in ons opleidingsbeleid.
33
•
•
•
Bij gebiedsontwikkeling starten we altijd met een toets of locatie kansen bieden voor het toevoegen van (geclusterde) levensloopgeschikte woningen, gemengd wonen of flex-wonen projecten voor doelgroepen met een zorgof ondersteuningsvraag. Zo ja, dan heeft dit prioriteit. De opgave rechtvaardigt overheidsregie en het benutten van het beschikbare instrumentarium, zoals de huisvestingsverordening, ook als dit leidt tot extra inzet voor implementatie en handhaving. In woonzorgcirkels zullen we (indien mogelijk) bestaande nieuwbouwplannen aanpassen ten gunste van mensen met een zorgvraag ook als dit leidt tot vertraging van de oplevering van het project.
•
•
• Samenwerking • Samenwerking is risico’s delen. Bij de start van gebiedsontwikkelingen maken we per project afspraken over deze (financiële) risico’s en afhankelijkheden en hoe deze worden gedeeld. • We werken samen met onze partners vanuit een gedeeld beeld. We hanteren dezelfde definities en voeren periodiek onderzoek uit in gezamenlijkheid met onze partners. Alle partijen dragen hier naar capaciteit aan bij (financieel en/of in natura). • Voor de financiering van projecten waar meerdere partijen belanghebbend zijn, dragen partijen naar vermogen bij (financieel en/of in natura). Hierbij houden we rekening met de verdeling van de (maatschappelijke) kosten en baten van de investering • We betrekken zorg- en welzijnspartijen, evenals het zorgkantoor bij de relevante onderdelen van de prestatieafspraken tussen de gemeente en corporaties.
•
We geven prioriteit aan plannen en activiteiten van partijen die werken in de lijn van deze woonzorgvisie. Hier stemmen we onze toetsingskaders, het subsidiebeleid en (zorg)inkoopbeleid op af. Dit geldt ook voor bewonersinitiatieven. We hechten groot belang aan breed toegankelijke ontmoetingsvoorzieningen voor de wijk. Bij nieuwe woonzorglocaties stellen we als eis aan exploitanten dat ook omwonenden die gebruik maken van de diensten van de exploitant toegang hebben tot (bepaalde) voorzieningen. Waar mogelijk maken we ontmoetingsruimtes toegankelijke voor alle bewoners van de wijk, tenzij dit met oog op de doelgroep niet haalbaar of wenselijk is. Vrijkomend gemeentelijk vastgoed in of nabij woonzorgcirkels stellen we in eerste instantie beschikbaar (indien geschikt) aan zorg- en welzijnsorganisaties of (indien geschikt) voor transformatie naar (tijdelijke) woningen voor zorgdoelgroepen of gemengd wonen. Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het levensloopgeschikt maken van hun woning. De gemeente zoekt actief naar mogelijkheden om inwoners te stimuleren om hun woning aan te passen door informatie te verstrekken (bijvoorbeeld over beschikbare subsidies, doorstroommogelijkheden of de voordelen van doorstroming).
Financiën • Extra investeringen in de woonomgeving of kwaliteit van de woningen verhaalt de gemeente in eerste instantie via de gebiedsexploitatie. In de Woondeal 2.0 NHN worden de verhaalmogelijkheden o.a. in verband gebracht met bereikbaarheid maar ook in relatie tot het terugdringen van
34
•
•
•
•
•
publieke tekorten bij gebiedsontwikkeling. Daar waar verevening via gebiedsexploitatie onvoldoende is, wordt gezocht naar alternatieve financieringsvormen (bijvoorbeeld Woningbouwimpuls-gelden). Ook benutten we de diverse financieringsmogelijkheden uit de Woondeal, die nog moeten worden uitgewerkt. Voor complexe zeer gewenste projecten, cruciaal voor het behalen van de ambities uit deze visie, wegen we integraal af (aanvullende) middelen uit algemene reserves beschikbaar te stellen, óf een lagere grondopbrengst te accepteren met het oog op de sociale meerwaarde en (mogelijke) kostenbesparingen op andere uitgaven. De gemeente koppelt budgetten (ook domeinoverstijgend) door maatregelen op elkaar af te stemmen. Dit wordt in alle uitvoeringsparagrafen van gebiedsontwikkelingen en gebiedsvisies meegenomen en gaat om budgetten voor wonen, aanpak openbare ruimte en infrastructuur, als ook budgetten vanuit het sociaal domein. De gemeente verkoopt gemeentegrond tegen een sociale grondprijs als hier geclusterde sociale huurwoningen op worden gerealiseerd of noodzakelijke maatschappelijke voorzieningen. De gemeente voert situationeel grondbeleid om de beleidsdoelstellingen uit de woonzorgvisie te bereiken. Actief grondbeleid, ofwel verwerving van grondposities wordt overwogen en nader onderzocht.
De gemeente betrekt lokale ondernemers en organisaties bij het invullen van de voorzieningenopgave. Bijvoorbeeld via initiatieven zoals Doesgoed.
Prioritering opgaven • Bij het realiseren van geclusterde woningen kijken we in eerste instantie naar oplossingen in de bestaande woningvoorraad door transformatie en renovatie en het toevoegen van ontmoetingsruimtes of andere voorzieningen; nieuwbouw vult hierop aan. • Voor de realisatie van sociale huur geven we prioriteit aan woningen ontwikkeld door woningcorporaties actief in Dijk en Waard. • Bij plantoetsing is wonen en zorg een prioritair thema. Dit betekent dat als een plan niet past binnen de kaders van deze visie, het plan niet doorgaat. • Voor de doelgroep senioren en VG is exploitatie van woonzorgvastgoed en voorzieningen leidend boven spreiding over wijken en kernen met oog op continuïteit van de zorg (personeel en financieel) en de behoefte van mensen om meer beschut te wonen in nabijheid van gelijkgestemden die een oogje in het zeil kunnen houden. • Voor overige doelgroepen zoals uitstroom MO/BW en jeugdzorg is spreiding over wijken en kernen het vertrekpunt met het oog op veerkracht van de wijk. • We zetten kerngericht in op de maatregelen die daar passend zijn. Dit betekent bijvoorbeeld dat we bij informatievoorziening in kleine kernen de nadruk leggen op woningaanpassingen en rondom woonzorgcirkels op verhuismogelijkheden.
35
Bijlage 1: Eerste aanzet vlekkenkaart Als onderdeel van het opstellen van de woonzorgvisie zijn enkele gesprekken gevoerd rondom mogelijke locaties voor het realiseren van geclusterd wonen en mogelijke woonzorgcirkels in Dijk en Waard. Op basis van de uitkomsten is een eerste overzicht gemaakt met locaties waar de opgave geclusterd wonen kan worden ingevuld. Dit overzicht is hieronder weergegeven. Bestaande initiatieven hebben een felle kleur. Hier wordt actief aan projecten gewerkt. De doorzichtige gebieden zijn mogelijke zoeklocaties waar wellicht kansen liggen en die verder moet worden verkend. Let op: dit is een eerste schets. Dat een locatie op de kaart staat, betekent niet dat hier ook daadwerkelijk geclusterd wonen wordt gerealiseerd.
36
Figuur B.1: Eerste aanzet vlekkenkaart geclusterd wonen Dijk en Waard. Op de interactieve versie van deze kaart staat informatie over maatschappelijke- en woonvoorzieningen en staat onder deze link.
37
Bijlage 2: Invulling motie iedereen thuis in een zorgbuurthuis Op 21 juni 2022 is besloten het concept Zorgbuurthuis nader te onderzoeken in het kader van de Woonzorgvisie. Specifiek is gevraagd om te onderzoeken of de Nexuslocatie kansrijk is voor de ontwikkeling van een Zorgbuurthuis.
▪
In de motie worden zorgbuurthuizen beschreven als kleinschalige woonlocaties met alarmering en met collectieve voorzieningen (zorg op afroep, dagbesteding, maaltijdvoorziening, fysiotherapie, huisarts, apotheek, etc.). Deze aangepaste woningen zijn bedoeld voor ouderen die niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen, maar die niet in aanmerking komen voor een zorgzwaartepakket (continu toezicht en/of 24 uur per dag zorg in de nabijheid). De Zorgbuurthuizen staan in verbinding met de buurt. Daardoor hoeven ouderen niet meer op hoge leeftijd naar een andere buurt te verhuizen. Hierdoor kunnen mantelzorgers blijven zorgen en worden ze tegelijkertijd ontlast door de collectieve voorzieningen en faciliteiten die het Zorgbuurthuis biedt. Bovendien worden de ouderen in Zorgbuurthuizen begeleid om deel te nemen aan activiteiten en vervult het Zorgbuurthuis een inloopfunctie in de buurt. Tot slot hoeven partners niet meer gescheiden te worden op oudere leeftijd.
▪
Centrale uitgangspunten voor een Zorgbuurthuis zijn: ▪ Geclusterd wonen voor mensen die nog geen (zware) zorgvraag hebben, maar waar wel intensieve zorg geleverd kan worden, zodat men in principe voor de laatste keer verhuist.
▪
Aanbod van diensten nabij, zoals gezonde maaltijden, ruimte voor ontmoeting en activiteiten. Deze diensten en ontmoetingsruimte zijn ook bedoeld voor andere buurtbewoners. In de eigen buurt kunnen blijven wonen, samen met de eigen partner en met behoud van het eigen netwerk. Kleinschalig (op buurtniveau, niet op wijkniveau). Groep woningen van 6 tot 8 woningen.
Een zorgbuurthuis biedt zonder twijfel een oplossing voor de uitdagingen zoals benoemd in deze woonzorgvisie en is daarom een wenselijke ontwikkeling. De kleinschaligheid van het zorgbuurthuis maakt echter dat het moeilijk zal zijn om een ontwikkelaar te vinden die deze voorziening kan realiseren binnen de reguliere financiële kaders. Alleen met structurele subsidie voor de exploitatie (door gemeente of woningcorporatie) en hoge servicekosten voor de huurder lijkt een zorgbuurthuis haalbaar. Om die reden wordt gekozen om te sturen op financiële haalbaarheid in combinatie met een aantal kenmerken (zie definitie geclusterd wonen) en aanbevelingen uit deze woonzorgvisie: ▪ Het bevorderen van doorstroom vanuit koopwoningen én via doorstroomvoorrang bij sociale huurwoningen. Door actief benaderen van ouderen in de omgeving van geschikte locaties voor geclusterd wonen. Daarbij wordt zoveel als mogelijk gefaciliteerd dat de ouderen betrokken worden bij de ontwikkeling
38
▪
▪
van het juiste woonproduct. Daarnaast wordt onderzocht welke concrete belemmeringen ouderen ervaren om te verhuizen en hoe betrokken partijen deze belemmeringen kunnen opheffen. Stimuleren van onderling contact en contact met de omgeving bijvoorbeeld door professionele ondersteuning te bieden aan zogenaamde buurtverbinders. Het stimuleren van afspraken om per buurt of wooncomplex een preferentie zorgaanbieders aan te wijzen, zodat 24-uurszorg nabij mogelijk is.
Op dit moment wordt gewerkt aan een stedenbouwkundige visie en projectplan voor de Nexuslocatie. Gedacht wordt aan stedenbouwkundige uitgangspunten en een programma dat ruimte biedt om een (grootschaliger) vorm van geclusterd wonen te realiseren. Met Woonwaard wordt gesproken over de sociale huurwoningen. Ook voor andere locaties binnen onze gemeente kan worden onderzocht of en in welke vorm geclusterd wonen gerealiseerd kan worden.
398.104/G | Woonzorgvisie
39