Beantwoording technische vragen VVD Visie en Strategie Circulaire Economie 12 mei 2025
Tekst van het document
BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Commissie Aan: Van: Datum commissie: Zaaknummer: Onderwerp:
De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 13 mei 2025 00001037089 Visie en Strategie Circulaire Economie Dijk en Waard
Aanleiding Op 8 mei 2025 heeft het college technische vragen ontvangen van raadslid Vermeulen van de fractie VVD over de Visie en Strategie Circulaire Economie Dijk en Waard. Dit onderwerp staat op de agenda van de commissie van 13 mei 2025. In dit bericht staan de antwoorden op deze vragen. Beantwoording Antwoorden 1. Welke indicatoren hanteert de gemeente voor het meten van voortgang op circulaire economie (bijvoorbeeld CO₂-reductie, afvalstromen, materiaalhergebruik)? Antwoord: Hoe de monitoring eruit komt te zien en welke indicatoren worden gebruikt, is onderdeel van het uitwerken van de randvoorwaarden “monitoren”. Het streven is om hierbij wel zoveel als mogelijk gebruik te maken van landelijke of regionale tools en data. 2. Hoe worden deze indicatoren afgestemd op (inter)nationale standaarden, bijvoorbeeld de CSRD of ESRS, ook al is de gemeente niet verplicht deze te volgen? Antwoord: Zie antwoord op vraag 1. Bij de uitwerking wordt gekeken naar de standaarden, al hebben deze wel een bredere benadering dan de CO2 reductie. Deze omvatten namelijk niet alleen de klimaatimpact, maar ook sociale en governance-kwesties, zoals mensenrechten, arbeidsomstandigheden en bedrijfsbestuur. 3. Overweegt de gemeente zich te conformeren aan de VSME-standaard voor maatschappelijke entiteiten, en zo ja, op welke onderdelen? Antwoord: Zie antwoord op vraag 1. 4.
Het tijdspad spreekt van start op zilver en oplopend naar goud in 2030. Zijn er evaluatiemomenten gepland waarin bepaald wordt of het doorgaan naar het volgende scenario evident is? Antwoord: Ja, deze momenten zijn 1x per 2 jaar en gekoppeld aan de looptijd van de uitvoeringsplannen. Het eerste moment is daarmee in 2027. Via de reguliere P&C instrumenten wordt jaarlijks op hoofdlijnen gerapporteerd op de geplande maatregelen en resultaten.
5. Welke risico’s ziet het college bij de uitvoering van scenario Goud, bijvoorbeeld op het gebied van capaciteit in de organisatie, marktontwikkeling of juridische beperkingen en hoe worden deze dan gemitigeerd? Antwoord: Het gaat met name over het risico van verwachting en capaciteit in de organisatie, als direct wordt gestart met scenario Goud. Veranderingen hebben tijd nodig, waardoor ook bij een keus voor scenario Goud er sprake is van “ingroeien” in de activiteiten en actielijnen. Om deze reden is ook besluit 3 opgenomen. Een ander risico is dat scenario Goud zich meer richt op inwoners en externe partijen. Het onderwerp circulaire economie is nog volop in ontwikkeling. Wat de toekomst brengt is daarom onzeker. Het is lastig te voorspellen welke (maatschappelijke) ontwikkelingen van invloed zijn op het circulair denken en handelen van inwoners en ondernemers. Voor het behalen van de landelijke richtinggevende doelen, voor 2030 en 2050, is inzet van iedereen nodig. De gemeente heeft op deze inzet beperkt grip en is hierbij ook afhankelijk van beleid, maatregelen en acties vanuit hogere overheden. 6. Het raadsvoorstel spreekt van de landelijke R-ladder.
Welke strategie in de hiërarchie wordt door het college als het meest haalbaar geacht om te komen tot richtinggevende doelen in 2030? Antwoord: Het gaat om het inzetten van meerdere strategieën om te komen tot de richtinggevende doelen in 2030. De visie en strategie richt zich op de strategieën van R1-R4 (1. Refuse en rethink 2. Reduce 3. Reuse 4. Repair en remanufacturing). Strategieën die hoger op de ladder staan, besparen meer grondstoffen. Alle strategieën zijn nodig en versterken elkaar. Recycling alleen is niet voldoende. De strategie waarbij het meeste grondstoffen worden bespaard heeft de voorkeur. Zo bespaar je met het niet gebruiken van grondstoffen, door bijvoorbeeld geen parkeervakken aan te leggen of geen nieuwe computers te kopen de meeste grondstoffen (refuse). Het maken van de afweging en keus welke strategie het meest haalbare is, is afhankelijk van het onderwerp en situatie. De lagere R strategieën zijn gekoppeld aan het Grondstoffenbeleidsplan. Hierin wordt gestuurd op het zo goed mogelijk inzamelen van grondstoffen voor recycling en het terugwinnen van energie. 7. Zal er gestart worden met een Nul-meting. Mocht deze Nul-meting er al zijn kunnen wij dan de resultaten daarvan zien en dat in relatie tot de R-ladder? Antwoord: Op dit moment is er geen Nul-meting.
Het bepalen van de Nul situatie is onderdeel van de uitvoering van de actielijnen wanneer ook maatregelen worden ingezet. Aangezien het gaat om verschillende onderwerpen en maatregelen is er geen sprake van een gezamenlijke nul situatie. Dit hangt ook samen met de wijze van monitoren. Wat willen, kunnen en moeten we meten om goed sturing te geven richting de doelen en ambities. 8. Hoe wordt transparantie richting inwoners, bedrijven en raad georganiseerd? Wordt bijvoorbeeld een publiek duurzaamheidsrapport opgesteld?
2
Antwoord: Zie antwoord op vraag 1 9. Hoe zijn de meerkosten van scenario Goud (€190.000) en de arbeidskosten (€320.000) opgebouwd? Worden daar ook investeringen in rapportagesystemen of dataverzameling in meegenomen? Antwoord: De opgenomen bedragen in de uitvoeringsparagraaf hebben betrekking op de inzet van personeel (uren), wat zich inzet om binnen de aangegeven actielijnen projecten op te pakken. Met als doel een structurele koerswijziging ten aanzien van het meenemen van duurzaamheid (waaronder circulaire economie) in de processen en werkzaamheden binnen de gemeente. Binnen de kosten zijn geen investeringen opgenomen voor rapportagesystemen of dataverzameling. In eerste instantie wordt zoveel als mogelijk gezocht naar oplossingen waarbij gewerkt wordt met bestaande systemen en data. Mocht blijken dat extra structurele middelen nodig zijn voor het opzetten van rapportagesystemen, dan worden deze meegenomen in het reguliere proces van de kadernota. 10. Zijn er (Europese of landelijke) subsidiemogelijkheden die benut kunnen worden als de gemeente meer rapporteert volgens vrijwillige standaarden zoals VSME? Antwoord: Hier is nog geen onderzoek naar gedaan. 11.
Welke juridische of financiële instrumenten overweegt de gemeente om circulaire doelen te halen (bijvoorbeeld via aanbestedingen of vergunningen)? Antwoord: Via de randvoorwaarde van duurzaam opdrachtgeven en inkopen, worden zeker de aanbestedingen ingezet. Een verder overzicht is er nog niet. Het actief nader uitzoeken en afwegen hiervan is onderdeel van scenario Zilver plus. In de Visie en Strategie zijn wel een aantal voorbeelden genoemd. 12. Hoe sluit de gemeentelijke strategie aan bij Europese kaders (zoals Green Deal, CSRD, Taxonomie) ook al is er geen directe verplichting? Antwoord: De visie en strategie sluit aan bij de zaken en taken die vanuit de hogere overheden worden geadviseerd, namelijk kijken wat je rol als (lokale) overheid is, zorgen voor het goede voorbeeld en waar mogelijk ook meer sturende regels en kaders opleggen. Dit alles uiteraard binnen de mogelijkheden die de gemeente als lokale overheid heeft. 13. Wordt in de uitvoeringsparagraaf meegenomen hoe de gemeente wil rapporteren over maatschappelijke effecten, bijvoorbeeld met behulp van VSME of vergelijkbare rapportagestandaarden? Antwoord: Zie antwoord op vragen 1 en 2
3
14. Hoe worden betrokkenen (zoals maatschappelijke organisaties, bedrijven, inwoners) meegenomen in het opstellen van de rapportages? Antwoord: Hier is nog geen zicht op. 15. In hoeverre is het opleggen van de circulaire werklijnen en principes in actielijn 1 en 2 kosten verhogend en staat dat bijvoorbeeld de ontwikkeling van de woningbouw in de weg? Antwoord: Met de visie en strategie Circulaire Economie heeft de gemeente haar eigen visie en strategie ten aanzien van de transitie naar een circulaire economie geformuleerd. Gekeken is hoe de gemeente zelf het goede voorbeeld kan geven en waar ze de meeste impact kan maken als het gaat over het terugdringen van het gebruik van primaire grondstoffen bij zaken waar de gemeente zelf opdrachtgever is. Bij die (bouw)projecten waar de gemeente geen opdrachtgever is, gaan wij in gesprek met andere ontwikkelende partijen om circulaire principes te gebruiken zonder het verplichtend te maken, maar als een waardevolle stimulans voor innovatie en duurzaamheid. Onze ervaring is dat allerlei partijen ook zelf de mogelijkheden verkennen om meer circulair bezig te zijn. Wij zijn daarom van mening dat het de ontwikkeling van de woningbouw niet in de weg staat. 16. Om te komen tot duurzame inkoop is het vaststellen van duurzame inkoopcriteria noodzakelijk.
Zijn deze criteria al bepaald of zijn er landelijke kaders die hiervoor ingezet kunnen worden. En zo Nee wanneer verwacht het college deze te bepalen? Antwoord: Het bepalen van de duurzame inkoopcriteria moet nog worden gedaan. Dit is onderdeel van het uitvoeringsplan. Bij het bepalen wordt gekeken naar landelijke en regionale kaders om te zorgen dat het speelveld voor partijen zo gelijk mogelijk is. De verwachting is dat begin 2026 de duurzame inkoopcriteria duidelijk zijn. 17. In hoeverre zijn de gevolgen voor het lokale MKB meegenomen bij het uitwerken van actielijnen1 en 2 en zijn onbedoelde effecten inzichtelijk gemaakt. Antwoord: Deze gevolgen zijn niet meegenomen. In de breedte zijn wij van mening dat de circulaire economie kansen biedt, met name voor lokale ondernemers en het MKB. Een van de actielijnen is het ondersteunen van het MKB in de transitie.
18. Wordt bij de uitvoering van de visie ook naar regionale samenwerking gezocht? Zijn er al buurgemeenten die al de eerste stappen hebben genomen op de circulaire economie waar we bij kunnen aansluiten? Antwoord: Ja. Circulaire economie stopt niet bij de grens van Dijk en Waard. Dit maakt dat samenwerking voor het behalen van de richtinggevende doelen vanuit de Rijksoverheid onvermijdelijk is. Binnen regio Alkmaar wordt ten aanzien van de uitvoeringsplannen van de afzonderlijke
4
gemeenten gekeken waar samenwerking en eventuele aansluiting mogelijk is en meerwaarde biedt. Ook op Noord-Holland-Noord niveau wordt samengewerkt aan projecten van o.a. het sluiten van grondstofketens om de grondstoffen zo lang mogelijk en waardevol te kunnen blijven (her)gebruiken. Hierbij is de Provincie Noord-Holland ook betrokken. 19. In hoeverre kunnen de circulaire ambities met andere gemeentelijke doelstellingen zoals woningbouw, sociale inclusie of mobiliteit botsen? Antwoord: Het botsen van ambities kan ook van toepassing zijn op die voor circulaire economie. Het gaat erom om vroegtijdig in projecten en ontwikkelingen in beeld te hebben wat mogelijk is en kan om dan een keus te maken in wat op die plek en in die situatie de juiste afweging is. Door de positieve effecten op vele vlakken van het goed doorvoeren van de circulaire principes, lijkt het ons minder voor de hand liggend dat het gaat om grote of onoverkomelijke botsingen.
Bijlagen Geen
5