Beantwoording technische vragen VVD TAM-omgevingsplan H22K Actualisatieplan 2 Dijk en Waard
Tekst van het document
BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Commissie Aan: Van: Datum: Zaaknummer: Onderwerp:
De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders februari 2026 00001188213 Vaststelling Actualisatieplan 2
Aanleiding Op 12 februari 2026 heeft het college technische vragen ontvangen van raadslid Csurka van de fractie VVD over het TAM-omgevingsplan H22K Actualisatieplan 2 Dijk en Waard. Dit onderwerp staat op de agenda van de raadsvergadering van 17 februari 2026. In dit bericht staan de antwoorden op deze vragen. Toelichting van de vragensteller(s) Tijdens de commissiebehandeling van het TAM-omgevingsplan Actualisatieplan 2 is door het college toegelicht dat het voorstel een technische actualisatie betreft, bedoeld om bestaande situaties planologisch vast te leggen. Tegelijkertijd is in de commissie opnieuw aandacht gevraagd voor de situatie rondom MyHealthClub aan de Oosttangent. Omwonenden geven aan dat het bestemmingsvlak “Sport” niet volledig aansluit op de feitelijke begrenzing van het sportcomplex en dat dit in de toekomst opnieuw kan leiden tot onduidelijkheid en discussie, mede gezien de gevoeligheid rondom padel en de lopende bezwaarprocedure. Naar aanleiding van de toelichting van de wethouder stelt de VVD-fractie de volgende technische vervolgvragen. Beantwoording 1. De wethouder gaf aan dat het gebruikelijk is om een sportbestemming iets ruimer te tekenen vanuit flexibiliteit.
Kan het college toelichten welke beleidskaders of richtlijnen deze werkwijze ondersteunen? Antwoord: Er is geen standaard dat in een beleidskader of werkwijzerichtlijn staat, het is echter wel een gebruikelijke werkwijze om bij het maken van bestemmingsplannen rekening te houden met enige flexibiliteit. De toets is daarbij dat er een zorgvuldige belangenafweging plaatsvindt, waarbij het niet ruimer wordt dan noodzakelijk voor een optimale bedrijfsvoering van de sportaccommodatie enerzijds en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties binnen de fysieke leefomgeving anderzijds. 2. Wordt deze flexibiliteit standaard toegepast bij vergelijkbare sportlocaties in Dijk en Waard? a. Zo ja, kan het college daarvan voorbeelden geven? Antwoord: Het inpassen van enige flexibiliteit wordt vaak toegepast bij sportbestemmingen, enkele voorbeelden staan in de onderstaande afbeeldingen. Er is uit af te leiden dat de sportbestemming niet strak aansluit op kadastrale begrenzing.
Oeverzegge Oudkarspel Sportcentrum Langedijk
Beukenlaan Heerhugowaard Helena Nordheimlaan Heerhugowaard Sporthal Waardergolf Sporthal Zuid (bron ruimtelijke plannen).
3. Welke concrete planologische of uitvoeringsrisico’s zouden ontstaan indien het bestemmingsvlak volledig zou aansluiten op de feitelijke begrenzing van het sportcomplex? Antwoord: De vraag welke concrete planologische of uitvoeringsrisico’s zouden ontstaan bij het aansluiten op de feitelijke begrenzing is in dit geval niet aan de orde, omdat het Actualisatieplan geen nieuwe ruimtelijke ontwikkeling betreft. De zorgvuldige belangenafweging over het ruimtebeslag van de sportaccommodatie heeft in dit geval al plaatsgevonden op het moment dat het ruimtelijk mogelijk werd gemaakt, namelijk bij het opstellen van het (voormalige) bestemmingsplan Heerhugowaard-Zuid 2021 dat nu (van rechtswege) onderdeel van het omgevingsplan is. Voor het stuk ten zuidoosten van het perceel 8810 dat aan de recreatiebestemming wordt toegevoegd is evident dat dit niet bij de sportbestemming hoort waardoor het in het Actualisatieplan opgenomen kan worden. 4. De wethouder gaf aan dat een ondernemer enige ontwikkelruimte moet behouden, in algemene zin kunnen wij ons daarin vinden.
Kan het college concreet aangeven welke uitbreidings- of ontwikkelingsmogelijkheden het huidige bestemmingsvlak biedt ten opzichte van een volledige aansluiting op de feitelijke situatie? Welke vormen van ontwikkeling zouden bij een striktere begrenzing niet mogelijk zijn? Antwoord: Uit de planregels van het omgevingsplan volgt dat buiten het bouwvlak, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouw zijnde (ten dienste aan de sportbestemming) toegestaan zijn. 5. Is het college het ermee eens dat flexibiliteit voor de exploitant ook gevolgen kan hebben voor omwonenden? Op welke wijze is dit aspect meegewogen bij de keuze voor de huidige begrenzing? Antwoord: Het is juist dat flexibiliteit ook gevolgen kan hebben voor de omgeving, maar die afweging is reeds gemaakt bij het opstellen van het voormalige bestemmingsplan (zie beantwoording vraag 3). 6. Is overwogen om eventuele flexibiliteit vast te leggen via maatwerkregels of voorwaarden in plaats van via een ruimer bestemmingsvlak?
2
Antwoord: Nee, zie beantwoording van vraag 3 en 5. 7. Gelet op de gevoeligheid in de omgeving: ziet het college nog ruimte om het bestemmingsvlak nader te preciseren of aan te passen vóór definitieve vaststelling? Antwoord: Nee, met het verruimen van het bestemmingsvlak naar ‘Recreatie’ inclusief de strook rondom is geen sprake van herstellen meer, maar van een nieuwe beleidskeuze. Er moet dan een nieuwe procedure komen. Dit zal dan ook niet vóór de definitieve vaststelling mogelijk zijn. Bijlagen -
3