Beantwoording technische vragen VVD over Dynamisch grondbeleid
Tekst van het document
BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Politieke avond
Aan: Van: Datum politieke tafel: Zaaknummer: Onderwerp:
De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 5 maart 2024 0000779132 Vragen financiële mandaat dynamisch grondbeleid
Aanleiding Op 7 maart 2024 heeft het college technische vragen ontvangen van raadslid Csurka van de fractie VVD over Vragen financiële mandaat situationeel grondbeleid . Dit onderwerp staat op de agenda van de raadsvergadering van 12 maart. In dit bericht staan de antwoorden op deze vragen. Toelichting van de vragensteller(s) van de fractie VVD Het grondbeleid helpt de gemeente Dijk en Waard om haar beleid, visie en ambities waar te maken en daarmee maatschappelijke meerwaarde te creëren. Het grondbeleid is een middel om de ambities en doelen te realiseren. Het college kiest daarbij voor Dynamisch Grondbeleid, dit biedt maatwerk. Daarnaast vraag het college om een financieel mandaat om onder voorwaarden strategische verwervingen te verrichten tot een bedrag van € 2,5 miljoen per transactie. Beantwoording Antwoorden 1. Hoe hoog was het financiële mandaat in voormalige gemeenten Langedijk en Heerhugowaard? Antwoord: De gemeente Langedijk heeft destijds in de nota aangegeven dat strategische aankopen moeten passen binnen het beschikbare raamkrediet van 1 miljoen euro. De gemeente Heerhugowaard hanteerde hiervoor een bedrag van 2,5 miljoen euro. 2.
Hoe vaak is er in de afgelopen 6 jaar een aankoop gedaan waarvoor het financiële mandaat benodigd was?
Antwoord: Er zijn in het verleden 5 aankopen gedaan, waarbij gebruik is gemaakt van het financiële mandaat. Voor 2 aankopen bleek het budget niet toereikend en is hiervoor een voorstel aan de raad voorgelegd. 3.
Hoe vaak is het in de afgelopen 6 jaar niet gelukt om overeenstemming te bereiken omdat het financiële mandaat niet toereikend was?
Antwoord: Ondanks dat het budget niet voldoende was kon overeenstemming worden bereikt. 4. Door middel van ‘’aankopen onder voorbehoud goedkeuring gemeenteraad’’ kan het college nog steeds strategische aankopen doen, waarna de gemeenteraad goedkeuring kan geven. Via deze weg heeft de gemeenteraad meer invloed, is het college niet afhankelijk van (een bedrag van) een financieel mandaat en is de positie van het college beter beschermd tegen aankopen die achteraf door de raad als onwenselijk worden beschouwd.
Vraag: Waarom kiest het college er niet voor om uit te gaan van ‘’aankopen onder voorbehoud goedkeuring van de gemeenteraad"? a. Indien het college van mening is dat dit het proces te veel vertraagt, kan het college dan aangeven in welke gevallen gedurende de afgelopen 6 jaar dit tot problemen zou hebben geleid? Antwoord 4 en 4a: Om een strategische verwerving slagvaardig en met daadkracht te kunnen verrichten stelt het college aan de raad voor om onder voorwaarden een mandaat te krijgen. Gezien de ambities waar Dijk en Waard voor staat is het de verwachting dat zich kansen zullen voordoen waarbij het wenselijk is om snel te kunnen handelen. Vertrouwen staat daarbij voorop. Het hoeft niet zo te zijn dat zich problemen voordoen als het mandaat er niet is, dit is in de afgelopen jaren ook niet voorgekomen. Maar een kans doet zich soms maar één keer voor. Als het pakken van deze kans ervoor zorgt dat ruimtelijke ontwikkelingen inclusief ambities op het gebied van duurzaamheid en leefbaarheid ook daadwerkelijk kunnen worden verwezenlijkt, vinden wij het als college zeer wenselijk om dit op basis van het mandaat te kunnen uitvoeren. Ten aanzien van de wenselijkheid of onwenselijkheid van een aankoop kunnen wij aangeven dat we hiervoor zeven factoren hebben opgenomen in de nota die in elk geval in de onderbouwing voor verwerving aan bod komen.
Ook hebben wij in de randvoorwaarden aangegeven dat wij de raad actief informeren over strategische aankopen en afhankelijk van de aard en-of omvang van de aankoop een wensen of bedenkingen procedure moet worden gevolgd. De spelregels zijn juist dusdanig expliciet en scherp gemaakt zodat uw raad nog beter in staat wordt gesteld om het budgetrecht uit te oefenen ten opzichte van de situatie in de voormalige gemeenten. Er wordt daardoor dus ook voorkomen dat een aankoop door uw raad als onwenselijk kan worden gezien.
2