Beantwoording technische vragen VVD - Derde voorbereidingskrediet Oostrand NZS
Tekst van het document
BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Commissie Aan: Van: Datum commissie: Zaaknummer: Onderwerp:
De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 27 november 2024 0000917624 Derde voorbereidingskrediet Oostrand NZS
Aanleiding Op 21 november 2024 heeft het college technische vragen ontvangen van raadslid Csurka van de fractie VVD over het derde voorbereidingskrediet Oostrand NZS. Dit onderwerp staat op de agenda van de commissie van 27 november 2024. In dit bericht staan de antwoorden op deze vragen. Toelichting van de vragensteller(s) van de fractie VVD In lijn met het op 20 juni 2023 door de raad vastgestelde Ontwikkelplan Oostrand Noord- en ZuidScharwoude (NZS) wordt gewerkt aan de gebiedsontwikkeling Oostrand NZS. Om verder te kunnen met de gebiedsontwikkeling, is een derde voorbereidingskrediet nodig. Met dit voorbereidingskrediet werkt de gemeente in flink tempo door aan de plannen en onderzoeken om over niet al te lange tijd meer woningen voor Noord- en Zuid-Scharwoude te bouwen. Op dit moment wil het college de plannen verder uitwerken aan de hand van een aantal bouwstenen; - 580 woningen - 40 woningen per hectare - 52 % appartementen, 18 % grondgebonden appartementen, 30 % grondgebonden woningen - 30 % sociaal, 40 % middensegment, 30 % vrije sector - Geclusterd parkeren met twee centraal gelegen parkeerhubs Beantwoording Inleiding Na het ontwikkelplan is het structuurplan gemaakt, waarop de WBI-aanvraag is gebaseerd die in mei 2024 door de raad is bekrachtigd.
De aan de WBI-beschikking verbonden vereisten zijn harde uitgangspunten voor het stedenbouwkundig plan, zijnde: minimaal 580 woningen, waarvan 70% betaalbaar, in de verhouding van 30% (sociale huur) – 40% (middensegment) – 30% (vrije sector), start bouw april 2027 en start bouw laatste woning april 2033. Op dit moment wordt gewerkt aan de uitwerking van het structuurplan in een stedenbouwkundig plan. De presentatie in de commissie op 5 november jl. was een tussenstand. Antwoorden 1. In het ontwikkelplan sprak het college over drie parkeerhubs die verspreid in het gebied zouden worden geplaatst. Waarom is dit gewijzigd in twee parkeerhubs? Antwoord: Tijdens de uitwerking van het ontwikkelplan naar het structuurplan voor de WBI-subsidieaanvraag is geoptimaliseerd op basis van een nadere integrale afweging van financiële-, gebruiks- en ruimtelijke aspecten.
2. In de presentatie over de stand van zaken Gebiedsontwikkeling Oostrand Noord- en Zuid Scharwoude zien we terug dat men gaat voor 52 % appartementen, 18 % grondgebonden appartementen en 30 % grondgebonden woningen. Bij de dichthedenstudie staat echter 50 % appartementen. Zijn de 18 % grondgebonden appartementen onderdeel van de andere 52 %? Of moet het percentage in de dichthedenstudie worden aangepast naar een totaal van 70 % appartementen in de Oostrand? Antwoord: Bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan kijken we meer precies naar de woningtypologie. Als uitgangspunt wordt gehanteerd 50% appartementen, 30% grondgebonden woningen en 20% andere, nader te bepalen woontypes. Deze laatste hadden we in de presentatie benoemd als grondgebonden appartementen. 3. Hoeveel parkeerplaatsen worden er gerealiseerd per parkeerhub? Antwoord: Het gaat in deze fase nog om globale berekeningen. Op basis van huidige inzichten in het te bouwen woonprogramma en de daarbij behorende parkeernormen uit de parkeernota komen er circa 450 - 550 parkeerplaatsen in de buurtparkeerhubs. Bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan berekenen we precies de parkeerplaatsen per buurtparkeerhub.
4. Hoeveel appartementen zijn afhankelijk van de parkeerhubs? Hoeveel parkeerplaatsen worden er gerealiseerd voor de 30 procent / 174 grondgebonden woningen op eigen terrein? En hoeveel per woning? Antwoord: Uitgangspunt is dat de bewoners van alle appartementen parkeren in de buurtparkeerhubs. Dan kom je vooralsnog uit op circa 370 parkeerplaatsen op eigen terrein. Bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan berekenen we precies de parkeerplaatsen op eigen terrein. Er is gerekend met twee parkeerplaatsen op eigen terrein bij vrijstaande woningen en 2-onderéén-kappers, één parkeerplaats op eigen terrein bij rijwoningen.
5. In deelgebieden 1 & 6 was in het ontwikkelplan voorzien dat parkeren onder appartementen of parkeren op een maaiveld in de buitenruimte zou worden gerealiseerd. Is er nog sprake van deze parkeermogelijkheden of zijn de bewoners van deze gebieden ook afhankelijk van de parkeerhubs? Antwoord: Deelgebied 1 (de Wuyver) maakt geen onderdeel uit van het structuurplan en wordt later uitgewerkt. De parkeervraag van deelgebied de Wuyver moet binnen dit deelgebied worden opgelost. In deelgebied 6 (parkwonen) moet de parkeervraag ook binnen dit plandeel worden opgelost. Uitgangspunt is dat deze twee deelgebieden geen gebruik maken van de buurtparkeerhubs. 6. Komen er verder nog parkeerplaatsen/parkeerkoffers in de openbare ruimte? Antwoord:
2
Op dit moment is uitgegaan van het handhaven van de parkeerplaatsen nabij de huidige voorzieningen. Ook dit is een aspect dat nader wordt onderzocht. 2e toelichting van de vragensteller(s) van de fractie VVD Het college wil een aantal mogelijkheden openhouden voor ‘’meer ambitie’’. Hierin staan drie specifieke punten; deelauto’s, in gesprek over OV- en fietsverbindingen & extra fietsenstallingen. Dit zijn precies drie zogeheten ‘’reductiefactoren’’ om de parkeernorm te verlagen. 7. Welke parkeernorm hanteert het college voor deze gebiedsontwikkeling? Antwoord: Het college hanteert de parkeernormen conform de door de raad vastgestelde parkeernota 2022, zonder toepassing van de reductiefactoren. 8. Zijn bovenstaande ‘’reductiefactoren’’ in dit stadium al toegepast op de parkeernorm, terwijl ze nog niet zijn gerealiseerd? Antwoord: Er zijn geen reductiefactoren toegepast.
3