CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen PvdA Groen Links

Gemeenteraad 19 december 2023, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Belastingverordeningen 2024721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Politieke avond Aan: Van: Datum politieke tafel: Zaaknummer: Onderwerp:

De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 12 december 2023 0000620692 Belastingverordening 2024

Aanleiding Op 7 december 2023 heeft het college technische vragen ontvangen over Belastingverordening 2024. Dit onderwerp staat op de agenda van de politieke avond van 12 december 2023. In dit bericht staan de antwoorden op deze vragen. Toelichting van de vragensteller(s) van de fractie PvdA en Groenlinks Toelichting vraag 1: De gemeente is wettelijk verplicht dit aan te bieden. Zie artikel 4 Wet rechten burgerlijke stand. Toelichting vraag 2: De stijgingspercentages zijn veelal 5,6% ( CPI) maar het afval- en rioolrecht stijgt met 7%. Toelichting vraag 3: bij OZB niet woningen wordt “Enorme stijging bij harmonisatie” vermeld als argument om de OZB-tarieven niet woningen niet te indexeren. Beantwoording Antwoorden 1. Waarom is het nul-tarief tbv kosteloze Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap niet opgenomen in de tabel? Antwoord: Kosteloze huwelijken staan vastgelegd in het regelement Burgerlijke stand. Omdat er geen kosten aan verbonden zijn, is dit niet opgenomen in de belastingverordening. Wanneer dit wel wenselijk is, kunnen we vanaf volgend jaar ook de kosteloze huwelijken standaard opnemen in de belastingverordening. Link naar regelement burgerlijke stand: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR700104/1 Link naar Gemeente Dijk en Waard, communicatie naar inwoner m.b.t.

Trouwen en geregistreerd partnerschap: https://www.dijkenwaard.nl/geboorte-huwelijk-en-overlijden/trouwen-en-geregistreerdpartnerschap#c12764 2. Wat is de reden dat voor het afval- en rioolrecht een afwijkend stijgingspercentage van de

tarieven is toegepast? Antwoord: Voor de rioolheffing wordt, conform het Plan Stedelijk Water en Riolering (PSWR) jaarlijks een indexatie doorgevoerd die is gebaseerd op de CPI-index voor Grond-, weg- en waterbouw. Voor 2024 komt deze uit op 9%. Aangezien de kosten jaarlijks wijzigen is er een kostendekkingsplan opgesteld, zie hiervoor ook de PSWR. Daaruit blijkt dat in de periode t/m 2027 dit percentage kan worden verminderd met 2%. Hierdoor wordt er voor 2024 geïndexeerd met 7% voor de rioolheffing.

Het product “afval en grondstoffen” kent een eigen financieringsgrondslag, te weten de afvalstoffenheffing. Deze staat los van de CPI die door de gemeente jaarlijks wordt toegepast op verschillende leges en tarieven. De tarieven van de afvalstoffenheffing moeten kostendekkend zijn. Hierdoor kunnen ze jaarlijks omhoog of omlaag gaan, afhankelijk van de ontwikkeling in de kosten en opbrengsten voor het inzamelen en verwerken van het huishoudelijk afval. De tarieven voor de afvalstoffenheffing zijn voor 2024 nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2023. De opmerking over 7% stijging kunnen wij daarom niet plaatsen of herleiden. Categorie Tarief 2023 Tarief 2024 Verandering (%) eenpersoonshuishouden € 232,46 € 235,07 +1,1% meerpersoonshuishouden € 289,67 € 289,17 -0,2% Het verschil tussen de stijging / daling (percentage) van de tarieven voor éénpersoons- en meerpersoonshuishoudens heeft te maken met de opbouw van het tarief. Deze is opgebouwd een vast en variabel deel. Het vaste deel wordt, ongeacht de heffingscategorieën, gelijk verdeeld over alle huisaansluitingen. Voor 2024 is dit vaste deel van de heffing gestegen. Deze stijging is percentagegewijs voor een éénpersoonshuishouden groter. Daarnaast is er een variabel deel. Dit wordt op basis van de verhouding 1:2 toegerekend aan de twee heffingscategorieën. Meerpersoonshuishoudens betalen dus 2 keer zoveel verwerkingskosten.

Voor 2024 is dit variabele deel van de heffing gedaald. Deze daling werkt ook in de verhouding 1:2 door. Bij meerpersoonshuishoudens vallen de stijging en daling nagenoeg tegen elkaar weg. Bij de éénpersoonshuishoudens wordt de stijging wat verkleind door de daling, echter blijft er nog steeds een kleine stijging over. 3. Hoe verhouden zich de OZB-tarieven niet woningen zich op dit moment met de buurgemeenten Antwoord: Uit uw toelichting blijkt dat u doelt op de tarieven voor gebruikers van niet-woningen. Deze worden gedurende enkele jaren niet geïndexeerd. De tarieven voor eigenaar niet-woningen worden wel geïndexeerd. Hieronder vindt u de tarieven voor gebruikers en eigenaren van niet-woningen van gemeenten in deze regio. Gemeente

Tarief 2023 - niet woningen gebruikersbelasting eigenarenbelasting Alkmaar 0,0712% 0,4539% Bergen 0,0000% 0,4227% Heiloo 0,0000% 0,3074% Uitgeest 0,2271% 0,3235% Castricum 0,2109% 0,2378% Dijk en Waard 0,2495% 0,3339% Uit bovenstaande tabel blijkt dat gemeente Dijk en Waard het hoogste tarief heeft voor gebruikers van niet-woningen. Voor de lastendruk voor woningen verwijzen wij u naar het raadsvoorstel. Bijlagen

2

nvt

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=1ce8ede9-8c76-4d77-a2b3-00c8c92950b0