CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen GL PvdA Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 2025 12 mei 2025

Gemeenteraad 27 mei 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 20251.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Commissie Aan: Van: Datum commissie: Zaaknummer: Onderwerp:

De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 13 mei 2025 00001044066 Raadsvoorstel verordening jeugdhulp en mo 2025

Aanleiding Op 8 mei 2025 heeft het college technische vragen ontvangen van raadslid Van Eijk van de fractie GL/PvdA over het raadsvoorstel verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 2025. Dit onderwerp staat op de agenda van de commissie van 13 mei 2025. In dit bericht staan de antwoorden op deze vragen. Beantwoording Nav bijlage 2; schriftelijke reactie CAR-advies. Vraag 1: Wat is de reden dat het integrale advies van de CAR niet bijgevoegd is? Onze constatering hierbij is dat geen van de aanbevelingen van de CAR overgenomen is. Antwoord 1: Het advies van de CAR is herhaald in de schriftelijke reactie aan de CAR. Daarom is deze niet afzonderlijk opgenomen als bijlage op het raadsvoorstel. We voegen deze alsnog toe in de bijlage van dit document (bijlage 1). Het klopt dat de aanbevelingen van de CAR niet zijn overgenomen. Dit is onderbouwd in de schriftelijke reactie. Vraag 2: Is de CAR in de gelegenheid gesteld hierop te reageren? Zo ja. Wat was hun reactie? Antwoord 2: De CAR is op 1 april 2025 geïnformeerd over de schriftelijke reactie van het college op hun advies. Daarop heeft het college geen verdere reactie vernomen. Nav Bijlage 3: inhoudelijke wijzigingen Verordening.

Artikel 4.1.4 Indien een individuele voorziening of maatwerkvoorziening wordt verstrekt en de jeugdige of zijn ouders of de client geeft de voorkeur aan een pgb als leveringsvorm, dan wordt dit na de 5e stap (lid e) van het stappenplan onderzocht. Vraag 3: Welke argumenten zijn voor u doorslaggevend om een PGB WEL te verstrekken? Antwoord 3: Daar is geen eenduidig antwoord op te geven, omdat dat afhankelijk is van de persoonlijke situatie die uit het pgb-onderzoek naar voren komt. Als uit het onderzoek blijkt dat een pgb verstrekken passend is, kan die verstrekt worden. Vraag 4: Wat zijn de afwijzing gronden uwerzijds voor het afwijzen van een PGB-aanvraag? Antwoord 4: Ook het antwoord op deze vraag is situatieafhankelijk en dus vergelijkbaar met het antwoord op vraag 3. Vraag 5: Herkent u het verstrekken van een PGB als (hulp)middel voor een cliënt om het eigen oplossend vermogen, het regie in eigen hand houden en autonomie te versterken?

Antwoord 5: Een pgb is pas aan de orde wanneer: 1. na onderzoek blijkt dat de inzet van een individuele of maatwerkvoorziening nodig is (omdat de eigen kracht of het zelfoplossend vermogen van de inwoner/het gezin niet toereikend is); 2. er voldoende kan worden onderbouwd dat het ingekochte zorg in natura aanbod niet voldoet (pgb-plan); 3. en er aan de overige voorwaarden van het pgb-onderzoek wordt voldaan. 4.2.1.2 Het onderzoek vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van SKJ- of BIGgeregistreerde professionals. Vraag 6: Kunt u aangeven welke professionals dit betreft? Antwoord 6: Dit zijn de jeugd- en gezinscoaches of gedragswetenschappers van de gemeente. Vraag 7a: Op welke manier wordt de in de Wet BIG geborgde wijze, welke personen tot welke handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg bevoegd zijn, in stand gehouden door deze (veralgemeniseerde) gemeentelijke werkwijze? Antwoord 7a: Deze professionals behouden hun registratie door het voldoen aan de voorwaarden van BIG-registratie. Vraag 7b: Zelfde vraag mbt SKJ-geregistreerde professionals? Antwoord 7b: Idem vraag 7a, maar dan voor SKJ-geregistreerde professionals.

Vraag 7c: Hoe wordt voorkomen dat de onder verantwoordelijkheid van de BIG- en SKJgeregistreerde optredende uitvoerende binnen de grenzen van de bevoegdheden van de BIG- en of SKJ-geregistreerde professional blijft? Antwoord 7c: De vraag is niet geheel duidelijk. We interpreteren deze vraag als in hoeverre de gemeente ervoor zorgdraagt dat professionals die werken vanuit of onder verantwoordelijkheid van de BIG- en SKJ-geregistreerde professionals, dit doen binnen de grenzen van hun bevoegdheid. De gemeente draagt hiervoor zorg door te werken volgens de norm van verantwoorde werktoedeling, zoals opgenomen in het Besluit Jeugdwet. Artikel 5. 1. Geen individuele voorziening of maatwerkvoorziening wordt verstrekt. I. Indien de individuele of maatwerkvoorziening niet als goedkoopst compenserend aan te merken is. Vraag 8: In hoeverre speelt de kwaliteit van de voorziening een rol? Antwoord 8: Met het begrip ‘compenserend’ wordt bedoeld dat het een passende voorziening is voor de hulp of ondersteuning die nodig is. Onder andere de kwaliteit van een voorziening, maakt dat deze al dan niet passend is. Artikel 5.3. In de toelichting geeft u aan dat: • Het primaat bij verhuizen ligt boven het aanpassen van een woning.

• Het primaat van verhuizen sluit ook aan bij het stimuleren van doorstroming van inwoners naar andere woningen vanuit de woonzorgvisie, passend bij de levensfase van de inwoner; Vraag 9a: Waarom denkt u dat u met het primaat verhuizen meer senioren deze stap zullen overwegen? Antwoord 9a: Het primaat van verhuizen is een uitgangspunt dat kan worden gehanteerd bij het beoordelen van een aanvraag, wanneer uit het onderzoek blijkt dat verhuizen een geschikte en goedkopere compenserende oplossing blijkt dan het aanpassen van een woning. Hierbij wordt

2

altijd gekeken naar de unieke situatie van de inwoner. Verhuizen kan voor de doelgroep senioren in sommige gevallen wenselijk zijn (kleiner, gelijkvloers, aangepast etc.), wat ook de doorstroming van woningen binnen Dijk en Waard ten goede komt. Vraag 9b: Houdt u rekening met de levensfase, het welzijn van de inwoner, het behoud van eigen omgeving en opgebouwde sociale contacten? Antwoord 9b: Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 9a. Het is alleen mogelijk om te spreken van een passende woning wanneer er rekening wordt gehouden met aspecten uit de unieke situatie van de cliënt, waaronder de aspecten die u benoemd. Vraag 9c: Welke woningen (ook grondgebonden woningen, waar in deze gemeente veelal behoefte aan is) zijn hiervoor beschikbaar? Antwoord 9c: De beschikbaarheid van woningen binnen de particuliere of sociale sector is tijd- en situatie afhankelijk. Vraag 9d: In hoeverre kunt voorkomen u dat de meer assertieve cliënt een passender aanbod krijgt dan de meer teruggetrokken (verlegen) cliënt? Antwoord 9d: Door het onderzoek zorgvuldig uit te voeren, door de juiste vragen te stellen en door de juiste gesprekstechnieken toe te passen, wordt dit geborgd. De inzet van een passende individuele of maatwerkvoorziening mag niet afhangen van het karakter van de inwoner. Artikel 5.3.1 Een onafhankelijk medisch advies kan in het kader van deze beoordeling worden gevraagd.

Vraag 10: Wie vraagt dit medisch advies aan? Antwoord 10: De jeugd- en gezinscoach of wmo-consulent. Artikel 5.3.3. h. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: indien er onvoldoende actie is genomen om een passende woning te vinden. Vraag 11: Op welke manier kunt u/ gaat u deze afwijzingsgrond onderbouwen? Antwoord 11: Dit moet blijken uit aantoonbare correspondentie en gemaakte afspraken met de inwoner en de mate waarop deze al dan niet zijn nagekomen. Artikel 14.7 Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet. Vraag 12a: Wordt de commissie Sociaal Domein geconsulteerd bij het vormgeven van de profielschets van deze nieuwe functie? Antwoord 12a: Het opstellen van profielschetsen is niet aan de orde, omdat de functie al bestaat. Vraag 12b: Welke wet wordt bedoeld bij het houden van toezicht etc.? Antwoord 12b: In artikel 14.7 wordt bedoeld het toezicht op de Jeugdwet. Dit moet in de verordening opgenomen worden, omdat er geen grondslag in de Jeugdwet staat. In de Wmo staat het aanwijzen van een toezichthouder wel in de wet, daarom wordt dat niet expliciet in de verordening opgenomen. Het college houdt dus toezicht op de uitvoering van beiden wetten.

3

Bijlagen Bijlage 1: Advies inzake Aanvullingen en Wijzigingen op Beleidsbepalingen Jeugdwet en Wmo 2015

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=1a4364b4-7130-40b5-8b91-5c3bc4155668