CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen D66 - Bestemmingsplan Vaandel Noord

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan De Vaandel Noord804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Commissie Aan: Van: Datum commissie: Zaaknummer: Onderwerp:

De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 2 september 2025 00001105636 Beantwoording technische vragen De Vaandel Noord_D66

Aanleiding Op 28 augustus 2025 heeft het college technische vragen ontvangen van raadslid de heer Daan Pheijffer van de fractie D66 over het bestemmingsplan De Vaandel Noord. Dit onderwerp staat op de agenda van de commissie van 2 september 2025. In dit bericht staan de antwoorden op deze vragen. Toelichting van de vragensteller(s) van de fractie D66 Er wordt in het raadsvoorstel gevraagd de grondexploitatie voor een looptijd van 15 jaar vast te stellen. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat de richttermijn voor de maximale looptijd van een grondexploitatie in de BBV 10 jaar bedraagt. Gesteld wordt dat er gericht mag worden afgeweken van de richttermijn en dat dit gepaard dient te gaan met beheersmaatregelen. Een duidelijke motivatie ontbreekt echter. Beantwoording Antwoorden 1. Wat is de motivering om af te wijken van de richtlijn van 10 jaar? Antwoord: De BBV hanteert een richttermijn van 10 jaar voor grondexploitaties, maar afwijking is toegestaan mits goed gemotiveerd en voorzien van beheersmaatregelen. In dit geval is gekozen voor een looptijd van 15 jaar vanwege: • Netcongestie: Door capaciteitsproblemen op het elektriciteitsnet kunnen bedrijven pas vanaf een later moment aansluiten. Dit vertraagt de start van de gronduitgifte. • Gefaseerde uitgifte: Vanaf 2031 wordt uitgegaan van een gemiddelde uitgifte van circa 1,8 hectare per jaar.

Gezien de totale omvang van het plangebied leidt dit tot een realistische doorlooptijd van 15 jaar. 2. “Over het algemeen geldt hoe langer de looptijd en hoe groter de omvang van de verwachte kasstromen hoe groter het schattingsrisico van de grondexploitatie.” Kan worden uitgelegd wat hiermee wordt bedoeld? Betekent dit dat indien de raad akkoord gaat met een looptijd van 15 jaar het risico dat de waarde van de grondexploitatie verkeerd wordt ingeschat, toeneemt? Antwoord: Een langere looptijd vergroot de onzekerheid over toekomstige opbrengsten en kosten. Marktontwikkelingen, beleidswijzigingen en inflatie kunnen de financiële uitkomsten beïnvloeden. Hierdoor neemt het risico toe dat de waarde van de grondexploitatie verkeerd wordt ingeschat. Dit risico wordt beheerst door de jaarlijkse actualisatie van de GREX, zoals voorgeschreven in de BBV. 3. Indien bovenstaande interpretatie correct is, waarom wordt er dan gekozen voor een

langere looptijd? Antwoord: Zie beantwoording vraag 1. 4. In het raadsvoorstel wordt verwezen naar een uitspraak van de Raad van State aangaande intern salderen. Dit kan “mogelijke gevolgen” hebben voor het huidige voorstel. Hoe zien deze “mogelijke gevolgen” eruit? Antwoord: Bij de manier waarop het nu voorligt, dienen initiatiefnemers bij de uitvoering een natuurvergunning in te dienen. Zo lang er landelijk geen andere oplossing wordt gevonden, bij het provincie het kader niet kan worden aangepast en er geen jurisprudentie is voor bestemmingsplannen, is dit de lijn. Echter, er kan over een jaar een beleidswijziging komen voor het stikstofbeleid, of een juridische uitspraak door de rechtbank, waardoor dit aspect na vaststelling van het bestemmingsplan nog anders kan uitpakken in regelgeving. Dit zorgt voor extra inzet capaciteit, kennis en financiële middelen. 5. Er wordt aangegeven dat de uitspraak van de Raad van State strikt gesproken geen gevolgen heeft voor het voorliggende raadsvoorstel, gezien het gaat om een plan en niet om een project.

Wat is volgens het college het verschil tussen een plan en een project? Antwoord: Het verschil tussen een plan en een project, in de context van de stikstofuitspraak van 18 december 2024, is dat een plan de kaders en de toestemming schetst voor toekomstige ontwikkelingen, terwijl een project de daadwerkelijke, concrete realisatie daarvan betreft. Hierbij is het bestemmingsplan De Vaandel Noord het plan. In De Vaandel Noord worden op termijn individueel projecten aangedragen, als een initiatiefnemer een bedrijfspand wil ontwikkelen. 6. Is de interpretatie die het college betreffende dit verschil hanteert juridisch houdbaar? Antwoord: Het gaat hierbij niet om inzicht van het college, maar om regelgeving. 7. “Verder is op dit moment niet bekend hoe het bevoegd gezag, de provincie NoordHolland, omgaat met de vergunningplicht (zal de provincie vergunning verlenen voor intern salderen en zo ja onder welke voorwaarden?).” Is/Wordt hierover contact gezocht met de provincie? Antwoord: Voor plannen is het nog niet bekend welke gevolgen de uitspraken hebben. In periodieke gesprekken met de ROM-adviseurs (Ruimtelijke Ordening en Milieu) van de provincie wordt hierover gesproken. 8. In het raadsvoorstel wordt gesteld dat er kan worden geanticipeerd op de risico’s omtrent stikstof.

Op welke wijze kan het college op deze risico’s anticiperen? Kunnen hierbij voorbeelden worden genoemd? Antwoord: Op 7 juli 2025 is een collegebericht over de stikstofaanpak gestuurd. Er is overleg met de Omgevingsdienst en de provincie Noord Holland. Op het moment dat het duidelijk wordt wat de (mogelijke nieuwe) richtlijnen en kaders vanuit het Rijk worden, kan op basis hiervan in overleg met de provincie worden geanticipeerd.

2

Bijlagen Niet van toepassing

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=f7b16222-6a99-4237-957e-f084035dbd6a