Beantwoording technische vragen D66 - Belastingverordeningen 2026 - afval
Tekst van het document
BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Commissie Aan: Van: Datum commissie: Zaaknummer: Onderwerp:
De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 25 november 2025 00001148338 Belastingverordeningen 2026
Aanleiding Op 19 november 2025 heeft het college technische vragen ontvangen van raadslid Stet van de fractie D66 over Belastingverordening 2026. Dit onderwerp staat op de agenda van de commissie van 25 november 2025. In dit bericht staan de antwoorden op deze vragen. Toelichting van de vragensteller(s) van de fractie D66 De afvalstoffenheffing 2026 bedraagt voor eenpersoonshuishouden 247 euro en voor meerpersoonshuishoudens 303 euro. D66 Dijk en Waard vraagt zich af hoe deze bedragen bepaald worden en hebben hier een paar vragen over. Beantwoording Antwoorden 1. Volgens https://dijkenwaard.incijfers.nl/dashboard/bevolking/huishoudens bestaat Dijk en Waard uit 31,7% uit eenpersoonshuishoudens en dus 68,3% uit meerpersoonshuishouden. Zijn de dezelfde cijfers waarmee de heffingsbedragen bepaald zijn? Antwoord: Het aantal heffingseenheden dat gebruikt wordt voor de berekening van de afvalstoffenheffing komt uit de bestanden van Cocensus. De verhouding bedraagt 29,6% voor eenpersoonshuishoudens en 70,4% voor meerpersoonshuishoudens. 2. Wordt er voor de afvalstoffenheffing gerekend met vaste kosten-deel (per huishouden even hoog) en een variabele deel (hoger bij meerpersoonshuishoudens)? Antwoord: Dat klopt, de afvalstoffenheffing wordt als volgt gespecificeerd: Tarief 2026 Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden
vast variabel € 191,90 € 55,59 € 191,90 € 111,19
totaal € 247,49 € 303,09
Het vaste deel wordt over het totaal aantal huishoudens gelijk verdeeld, ongeacht de heffingscategorieën. Het variabele deel wordt op basis van een verdeelsleutel (1:2) toegerekend aan de twee heffingscategorieën. Eenpersoonshuishoudens betalen dus de helft van de variabele verwerkingskosten ten opzichte van meerpersoonshuishouden.
3. Zo ja, welk gedeelte van de heffing bestaat uit vaste kosten en welk gedeelte bestaat uit variabele kosten? Antwoord: Zie beantwoording vraag 2 4. Zo nee, hoe wordt dan het verschil in heffing tussen een eenpersoonshuishouden en een meerpersoonshuishouden bepaald of berekend? Antwoord: Zie beantwoording vraag 2
Bijlagen Niet van toepassing
2