CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen CDA Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 2025 12 mei 2025

Gemeenteraad 27 mei 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 2025913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Commissie Aan: Van: Datum commissie: Zaaknummer: Onderwerp:

De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 13 mei 2025 00001044066 Raadsvoorstel verordening jeugdhulp en mo 2025

Aanleiding Op 8 mei 2025 heeft het college technische vragen ontvangen van raadslid Walter van de fractie CDA over het raadsvoorstel verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 2025. Dit onderwerp staat op de agenda van de commissie van 13 mei 2025. In dit bericht staan de antwoorden op deze vragen. Beantwoording De verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 2025 is het juridisch kader waar binnen de gemeente maatwerkvoorzieningen voor hulp en ondersteuning indiceert. De CAR heeft een aantal adviezen gegeven waar de gemeente een reactie op geeft. 1. Wat zijn de cijfers per jaar omtrent het primaire proces van de aanvragen WMO (bv. aantallen aanvragen per categorie aanvraag, toekenningen, afwijzingen, financieel volume, eventueel nadere bijzonderheden die het vermelden waard zijn)? Graag de cijfers en/of een verwijzing naar de vindplaats van deze gegevens. Antwoord vraag 1: Voor het antwoord op deze vraag verwijst het college graag naar de Monitor Sociaal Domein, waarin dergelijke cijfers periodiek worden gepresenteerd. Deze monitor is ontwikkeld om de raad te informeren over de voortgang en impact van het Integraal Beleidskader Sociaal Domein. De eerste versie daarvan heeft de raad ontvangen in november 2024. De eerstvolgende monitor wordt verwacht rond dezelfde periode in 2025.

Daarnaast ontvangt de raad met de voorjaarsrapportage, als onderdeel van de P&C-cyclus, eveneens inzicht in dergelijke kengetallen. Inleiding vragensteller van CDA: Een definitie die wordt gehanteerd voor het begrip hardheidsclausule is: Een hardheidsclausule is een clausule in een wet of overeenkomst (of zoals hier: een verordening) op grond waarvan een bepaling geheel of gedeeltelijk buiten toepassing kan worden gelaten als de toepassing ervan zou leiden tot uitzonderlijk onbillijke of onredelijke gevolgen1. In de reactie op de verzoeken van de CAR staat ten aanzien van de hardheidsclausule: “Het toevoegen van een hardheidsclausule zou alleen leiden tot meer bureaucratie en levert geen extra mogelijkheden voor onze inwoners op. Immers op basis van de huidige regels mag er al aan de hand van de individuele situatie een beslissing tot woningaanpassing genomen worden.” In de toelichting van artikel 5 van de verordening staat:

1 KCBR: In een regeling wordt een hardheidsclausule opgenomen, indien er aanleiding is om te

verwachten dat, gelet op het doel en de strekking van de regeling, de toepassing van de regeling kan leiden tot onbillijkheden van overwegende aard in niet precies te voorziene gevallen of groepen van gevallen.

“Naast algemene afwijzingsgronden zijn ten aanzien van de Wmo 2015 ook wat specifieke afwijzingsgronden ten aanzien van vervoers- en woonvoorzieningen opgenomen. Ook deze lijst is niet uitputtend. Ook hier zal een afweging worden gemaakt of de afwijzingsgrond in redelijkheid gebruikt kan worden.” Hierbij hebben wij de volgende vragen: 1. Aangezien een hardheidsclausule nu juist van toepassing is als de regels zijn toegepast en desalniettemin een “onredelijke” situatie ontstaat, ligt het dan niet voor de hand om toch een hardheidsclausule in de verordening op te nemen? Of ondervangt de vermelding van de “redelijkheid” in de toelichting op artikel 5 in combinatie met de mogelijkheid om bezwaar te maken de noodzaak van een hardheidsclausule? Waar staat die “redelijkheid” in de hoofdtekst van de verordening? 2. Hoe ontstaat “meer bureaucratie” door toch een algemene hardheidsclausule op te nemen en daarmee eventuele bezwaarprocedures voor te kunnen zijn. In de beantwoording van de CAR-adviezen wordt het volgende geschreven: “Deze werkwijze heeft door jurisprudentie vanuit de Centrale Raad van Beroep een verplichtend karakter gekregen. De methode wordt het vijf-stappenmodel genoemd. In de gemeente Dijk en Waard hechten we eraan om te benadrukken dat we deze methodiek gebruiken.

Daarom is deze onderzoeksmethode in onze verordening in artikel 4 vastgelegd.” Antwoord vraag 1 over hardheidsclausule: Inderdaad het woord ‘redelijkheid’ in de toelichting geeft weer, dat er een uitgebreid en op de persoonlijke situatie van de inwoner afgestemde motivatie (onderzoek en verslag) ten grondslag moet liggen aan het besluit. Een hardheidsclausule leidt er niet tot en beter en persoonlijker afwegingskader. Antwoord vraag 2 over de hardheidsclausule: Het toevoegen van de hardheidsclausule betekent, dat het college verplicht wordt in elk besluit nadat het brede en persoonlijke onderzoek doorlopen is, opnieuw moet afwegen of het in deze situatie nodig is af te wijken. Dat is twee keer dezelfde afweging. Uit jurisprudentie blijkt, dat als de afweging de hardheidsclausule al dan niet toe te passen in een verslag ontbreekt, de rechter de gemeente dit onderzoek alsnog oplegt. Het college beschouwt het als ‘bureaucratisch’ om twee keer hetzelfde in elk rapport op te moeten schrijven. De inwoner heeft altijd de mogelijkheid bezwaar te maken, waarna een nieuwe beoordeling volgt. Vragen 3 en 4 van CDA Hierbij hebben wij de volgende vragen: 3. Welke partijen worden betrokken bij deze onderzoekmethodiek? Zijn hier bijvoorbeeld ook welzijnsorganisaties betrokken? 4.

Hoe wordt de wegging gemaakt tussen de verschillende factoren zoals genoemd in artikel 4 van de verordening? Antwoord vraag 3: Welke partijen betrokken worden bij het onderzoek is afhankelijk van de persoonlijke situatie en vraag van de hulpvrager. Een welzijnsorganisatie kan betrokken zijn bij een onderzoek. Dat kan ook zijn in de rol van de onafhankelijke cliëntondersteuner (in Dijk en Waard ‘meedenker’ genaamd). Antwoord vraag 4: De afwegingen worden gemaakt op basis van de persoonlijke omstandigheden in brede context van de hulpvrager. Dat is bij elke inwoner anders, omdat elke vraag en situatie anders is en ondervonden beperkingen op een andere manier opgelost zouden kunnen worden (passend bij de situatie).

2

Bijlagen Nvt

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=9d21ec45-3dea-4376-98bb-640c2bc7d7fe