Beantwoording technische vragen CDA Ondernemersfonds 7 januari 2026
Tekst van het document
BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Algemeen Aan: Van: Datum: Zaaknummer: Onderwerp:
De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 7 januari 2026 00001202627 Technische vragen Ondernemersfonds
Aanleiding Op 2 december 2025 heeft het college technische vragen ontvangen van commissielid van Verseveld-Gerrits van de fractie CDA over Invoering gemeentebreed ondernemersfonds. In dit bericht staan de antwoorden op deze vragen. Beantwoording Het college beantwoordt de gestelde vragen als volgt. Algemeen: In september 2023 heeft Ondernemend Dijk en Waard aan ons college verzocht om gezamenlijk een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren naar de invoering van een ondernemersfonds. Ondernemend Dijk en Waard ziet kansen om door middel van het ondernemersfonds de samenwerking tussen de ondernemers onderling en de samenwerking tussen ondernemers en gemeente te verbeteren. Hierdoor kan ook de positie in de regio worden versterkt. Op basis van de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek, het doorlopen proces en landelijke ervaringen met ondernemersfondsen in diverse Nederlandse gemeenten concludeert het onafhankelijke adviesbureau Stad &Co dat een ondernemersfonds voor Dijk en Waard van toegevoegde waarde kan zijn. Wij willen graag meewerken aan dit initiatief dat door en voor ondernemers wordt uitgevoerd, vandaar het raadsvoorstel. Antwoorden 1. Ondernemend Dijk en Waard heeft een verzoek tot oprichten gedaan wordt er gezegd. a. Hoeveel procent van de ondernemers is lid van Ondernemend Dijk en Waard b. Zijn er ook agrarische ondernemers lid van Ondernemend Dijk en Waard? c.
Hoe zijn ondernemers bereikt die niet lid zijn van Ondernemend Dijk en Waard - los van de informatieavonden voor specifieke doelgroepen? Antwoord: a. Ondernemend Dijk en Waard heeft circa 450 leden. In de gemeente Dijk en Waard zijn 9.100 bedrijven gevestigd (bron: Lisa, 31 december 2024). Circa 5% is dus lid van Ondernemend Dijk en Waard. Het aantal gebruikers niet woningen is 3.551. Zij krijgen bij een ondernemersfonds een opslag op de OZB (bron: Haalbaarheidsonderzoek ondernemersfonds, pagina 13). b. Ja, zie ook de website van Ondernemend Dijk en Waard. c. Daar zijn diverse middelen voor gebruikt, onder andere digitale nieuwsbrieven over het ondernemersfonds, de digitale ondernemersnieuwsbrief van de gemeente en de digitale nieuwsbrieven aan de leden van Ondernemend Dijk en Waard. Ook in het Noord Hollands Dagblad zijn er diverse artikelen aan gewijd. Zie ook pagina 22 en 23 van het haalbaarheidsonderzoek.
2. Het is algemeen bekend dat de LTO “geen meerwaarde” ziet in een Ondernemersfonds voor agrarische bedrijven. De reden is dat voor boeren en tuinders de extra kosten niet opwegen tegen de vermeende voordelen: In de stukken over het ondernemersfonds (OFDW) wordt de LTO Noord niet genoemd als een initiatiefnemer, stakeholder of deelnemer. Het is voor ons dan ook niet duidelijk wat de reactie van de LTO in deze is (wel/geen steun, bezwaar of reserve) a. Zijn er gesprekken gevoerd met de LTO ? b. zo ja, wat is hiervan de uitkomst? Antwoorden: a. Een vertegenwoordiging van de LTO heeft tweemaal een bijeenkomst bijgewoond georganiseerd door Ondernemend Dijk en Waard. Ook is gesproken met de Ondernemersvereniging Alton. b. Ondernemersvereniging Alton ziet meerwaarde in de systematiek waarbij zij in staat is om meer te kunnen doen voor de ondernemers. De LTO ziet nog geen toegevoegde waarde voor zichzelf. 3. Het college geeft aan dat de beoordeling van voldoende draagvlak, in dit onderzoekstraject, gebaseerd is op inhoudelijke argumenten. Daarnaast zijn er wel 3.500 gebruikers van niet-woningen met een brief benaderd en uitgenodigd om een enquête in te vullen en hun mening te geven. Hierop hebben 100 gebruikers van nietwoningen gereageerd. Dit is slechts 2,86% Het CDA is van mening dat een kwantitatieve meting meer recht doet aan een draagvlak meting. a.
Waarom is niet intensief ingezet op een kwantitatieve meting? Pagina 2 van het document van Stad en Co zegt: De beoordeling dat er sprake is van voldoende draagvlak, is in dit onderzoekstraject gebaseerd op inhoudelijke argumenten. Het is dus geen kwantitatieve meting van voors en tegens. Een uitgebreide toelichting op het traject dat voorafging aan deze conclusie, vindt u in de bijlage op pagina 22 en 23. b. van wie zijn deze inhoudelijke argumenten afkomstig waarop het gebaseerd is? Antwoorden: a. Er zijn diverse manieren om de haalbaarheid te beoordelen. Uit de enquête bleken voldoende aanknopingspunten voor een ondernemersfonds. Op basis van de expertise van Stad & Co blijkt bovendien dat inhoudelijke argumenten de belangrijkste voorwaarde zijn om een ondernemersfonds op te kunnen zetten. b. Stad & Co heeft hier zorgvuldig onderzoek naar gedaan. Er is gekeken naar diverse beleidsdocumenten, er zijn enquêtes uitgezet onder ondernemers en bijeenkomsten voor ondernemers gehouden (die ook dienden als verdieping van de uitkomsten van de enquêtes). 4. Voor de uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek naar een ondernemersfonds geeft Stad & Co aan een uitgebreid proces te hebben doorlopen (pag. 3, 22 en 23) a.
hoe heeft de informatieverstrekking vorm gekregen in dit proces? Daarnaast zijn er 5 bijeenkomsten geweest (2 startbijenkomsten, bijeenkomst voor winkeliers, bijeenkomst voor werklocaties/bedrijventerrein en een terugkomsessie) a. tijdens welke bijeenkomst werd de agrariër geïnformeerd? b. Wat was de opkomst bij deze bijeenkomsten? Ook is er fysiek geënquêteerd in Winkelcentrum Centrumwaard en Middenwaard (pag. 24) c. Is er ook fysiek geënquêteerd in Winkelcentrum Broekerveiling? Zo nee, waarom is deze locatie niet meegenomen? Antwoorden:
2
a. Per e-mail, via nieuwsbrieven, mondelinge toelichting door Stad & Co en gesprekken met een toelichting door Ondernemend Dijk en Waard. b. Tijdens de bijeenkomst werklocatie/bedrijventerrein. Uiteraard waren zij ook welkom tijdens de andere bijeenkomsten. c. De bijeenkomsten zijn georganiseerd door Ondernemend Dijk en Waard. In april waren er circa vijf aanwezigen. Voor de bijeenkomst in juni waren er 14 aanmeldingen. Daarvan hebben zich vijf mensen afgemeld, deze ondernemers hebben wel hun reactie meegegeven. d. Nee, de twee enquêterondes gaven geen aanleiding om nog meer input op te halen. 5. In het raadsvoorstel geeft u aan: Een daadwerkelijke oprichting van een ondernemersfonds vraagt om een goede organisatie die zorgvuldig is opgezet. Hier is tijd voor nodig. Op basis van het haalbaarheidsonderzoek kan al wel het besluit worden genomen om dit fonds op te zetten a. Waarom is ervoor gekozen om eerst een besluit bij de gemeenteraad op te halen om daarna pas te gaan werken aan een oprichting ondernemersfonds? Antwoord: Het ondernemersfonds is onderdeel van het huidige coalitieprogramma. Een positief raadsbesluit is voor Ondernemend Dijk en Waard en andere betrokken ondernemers noodzakelijk om in 2026 verder te kunnen werken aan samenwerkingsverbanden binnen trekkingsgebieden.
Ook kunnen na een positief besluit makkelijker vrijwilligers geworven worden voor diverse functies bij de stichting. In Centrumwaard is al een BIZ. In 2026 wordt gestemd over het wel of niet vervolgen van deze BIZ. a. hebben de winkelcentra (Middenwaard en Broekerveiling) ook financiële afspraken/bijdragen aan de eigenaren voor activiteiten? b. zo ja, hoe is dat geregeld? Moeten de winkeliers dan dubbel betalen of vervalt de bijdrage aan de eigenaar van de winkelcentra?
Antwoorden: a. In Middenwaard dragen de winkeliers bij aan de promotie van het winkelcentrum. We weten niet hoe dat in Winkelcentrum Broekerveiling geregeld is. b. Dat dienen ondernemers en eigenaren binnen de trekkingsgebieden zelf met elkaar af te spreken.
Bijlagen -
3