Beantwoording technische vragen BvdW - Agressieprotocol voor raadsleden Dijk en Waard 2025
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN FRACTIE Beter voor Dijk en Waard
Agendapunt 4.2 - Agressieprotocol voor raadsleden Dijk en Waard 2025 Commissie 25 november 2025 Registratienummer 00001151295
Beste raadsleden, Mevrouw Bosscher van fractie BvdW heeft op 24 november technische vragen gesteld. Onderstaand treft u de vragen en beantwoording.
1. Reikwijdte van het protocol Het protocol richt zich uitsluitend op agressie door inwoners. Waarom is ervoor gekozen om interne politieke onveiligheid of intimidatie binnen de raad — zoals benoemd binnen Weerbaar Bestuur — niet op te nemen? Antwoord: Het agressieprotocol richt zich expliciet op agressie en geweld door derden/burgers. Het gaat om de veiligheid van politieke ambtsdragers en het veilig kunnen functioneren. Interne omgangsvormen en politieke veiligheid binnen de raad vallen onder andere kaders zoals de gedragscode en het reglement van orde. Dit behoort niet tot de strekking van dit protocol, dat is opgezet als veiligheidsinstrument rondom openbare orde en strafbare feiten. 2. Centrale rol van de griffier De griffier is meldpunt, procesbegeleider, adviseur, gesprekspartner bij schade en kosten, én opsteller van rapportages. Hoe wordt belangenverstrengeling voorkomen wanneer een melding betrekking heeft op situaties waarbij de griffie of het presidium zelf betrokken is? Antwoord: Het protocol gaat over agressie en geweld door derden/inwoners. De klachtenregeling gaat over melding die gaan over de griffie of het presidium. 3.
Verplichte afhankelijkheid Waarom moet een raadslid volgens het protocol voor stappen als: het inschakelen van juridische hulp, schadeverhaal,kostenvergoeding,altijd eerst via de griffier? Welke route bestaat wanneer de melding juist de griffie betreft? Antwoord: Het protocol gaat niet over meldingen over de griffie. Het gaat om gaat over agressie en geweld door derden/inwoners. Het protocol werkt met één vaste ingang om te zorgen voor eenduidige registratie, consistente toepassing van de norm en zorgvuldige afstemming met burgemeester en politie. Dit is belegd bij de griffie, als eerste adviseur van de gemeenteraad (artikel 107A)
Voor kosten en schadeverhaal geldt eveneens dat de griffier dit met burgemeester en juridische zaken bespreekt. 4. Ontbreken van een onafhankelijke route Waarom is geen onafhankelijke escalatieroute opgenomen, zoals: een vertrouwenspersoon politieke ambtsdragers, een externe integriteitsadviseur, of de ombudsman? Is dit overwogen? Zo ja, waarom niet opgenomen? Antwoord: Het protocol bouwt primair op twee pijlers: 1. Openbare-orde-keten (burgemeester, politie, OM, driehoek), 2. Bestuurlijke verantwoordelijkheid van de raad en griffie. Externe deskundigheid ontbreekt niet volledig: in de nazorg wordt juist expliciet verwezen naar Slachtofferhulp en De Vertrouwenslijn als onafhankelijke steunpunten. In het presidium van 27 januari hebben de fractievoorzitters uitgesproken dat er geen behoefte is aan een externe vertrouwenspersoon voor politieke ambtsdrager. De burgemeester en de griffier kunnen vanuit hun (wettelijke) taken en rollen als vertrouwenspersoon benaderd worden. Daarnaast zijn er verschillende beroepsverenigingen waar men terecht kan. 5. Rol van de burgemeester De burgemeester is volgens de Gemeentewet hoeder van bestuurlijke integriteit. Waarom heeft de burgemeester in dit protocol geen structurele rol in de meldlijn of escalatie, maar alleen een operationele? Antwoord: Het gaat hier om een agressieprotocol, niet om bestuurlijke integriteit.
Daarom is de rol van de burgemeester anders dan bij een protocol integriteitsmeldingen. 6. Objectiviteit en volledigheid van rapportages De jaarlijkse rapportage over incidenten wordt opgesteld door de griffie. Hoe wordt geborgd dat deze rapportage: volledig, objectief, en niet selectief tot stand komt? Antwoord: Alle meldingen worden geregistreerd, ongeacht duiding of ernst. Het geanonimiseerde rapportage wordt met het presidium gedeeld. Incidenten die leiden tot aangifte lopen via politie/OM, waardoor de feitelijk basis extern wordt vastgesteld. Door registratieplicht en externe strafrechtelijke keten is objectief. 7. Samenhang met gedragscode en klachtenregeling Hoe verhoudt dit protocol zich tot de nieuwe gedragscode en klachtenregeling, waarin ook geen onafhankelijke route is opgenomen? Is hier een integrale veiligheidsanalyse uitgevoerd? Antwoord: Het agressieprotocol is onderdeel van het overkoepelende programma Weerbaar bestuur, integriteit en agressie, waarin ook de gedragscode en het protocol integriteitsmeldingen zijn opgenomen. Het agressieprotocol richt zich uitsluitend op externe agressie, de gedragscode op gedrag
2
binnen het politieke domein en de klachtenregeling op klachten over het handelen van raad en griffie. De regelingen vullen elkaar functioneel aan en zijn bewust parallel aan elkaar opgesteld. Het protocol is in afstemming met team veiligheid opgesteld. Een integrale veiligheidsanalyse wordt uitgevoerd als er een casus is. 8. Evaluatie en toetsing Waarom bevat het protocol geen bepaling over onafhankelijke evaluatie of periodieke toetsing van de werking van het protocol? Antwoord: dat bevat het wel in artikel 7: ‘evaluatie van het protocol vindt minimaal eens per raadsperiode plaats’. De raad is hiervoor verantwoordelijk.
3