Beantwoording technische vragen belastingverordening n.a.v. tafel 13-12-2022
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Belastingverordening gesteld op de Politieke Tafel Parelhof op 13 december 2022.
Vraag Antwoord
Vraag Antwoord
Vraag Antwoord
Vraag
Antwoord
VVD Kan er informatie geven over een mogelijke wachtlijst aangaande de havens. Voor Haven BOL is geen wachtlijst. De haven Broekhorn heeft wel een wachtlijst. Voor de kleinste boxmaat (7meter) staan er gemiddeld 10 mensen op de wachtlijst en duurt het ongeveer drie jaar voor men aan de beurt is. Momenteel staan er 13 mensen op de wachtlijst. Voor de grotere boxmaten (9, 10 en 12 meter) staan er doorgaans ca. 3 mensen op de wachtlijst per bootlengte en daar ben je na ongeveer een jaar aan de beurt. Het valt niet te zeggen of mensen weggaan of zich terug trekken van de wachtlijst als de tarieven verder worden verhoogd. PVDA In de toelichting op het kwijtscheldingsbesluit is aangegeven dat dit € 17.000 extra gaat kosten. Gaan we het redden met de 17.000? Het bedrag wat is opgenomen voor extra kwijtscheldingen (€17.000) is berekend door Cocensus en is extra op hetgeen reeds in de begroting is opgenomen. Het kan zijn dat er meer kwijtscheldingen zullen zijn dan vooraf ingeschat. Dit zal dan bij de jaarrekening tot uiting komen. Er wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm. Moet dit niet aangepast worden naar 120% De wettelijke grens is 100% en is correct in de verordening opgenomen. Lokaal Dijk en Waard Kan de OZB voor particuliere bouwgrond waarop nog niet gebouwd is losgekoppeld worden van OZB niet woningen.
Aanvragers moeten redelijk lang wachten tot er wordt gestart met de bouw. Het los koppelen van OZB particuliere bouwgrond waarop nog niet is gebouwd van de tarief OZB net-woningen is in strijd met de wet.
Voor bouwgrond wordt het niet-woningentarief in rekening gebracht. Het toetsmoment is 1 januari van het betreffende belastingjaar. De heffing wordt berekend op basis van de status van het object per 1 januari van het belastingjaar (dat is het moment waarop gekeken wordt of het bouwgrond is of een woning in aanbouw) en de waarde per de waardepeildatum die een jaar eerder ligt. Is de inwoner op 1 januari eigenaar van bouwgrond, dan krijgt diegene een eigenarenaanslag niet-woning. De wetgever heeft kennelijk de bedoeling gehad om geen onderscheid te maken tussen bouwgrond die bestemd is om te wonen en bouwgrond die bestemd is voor bedrijvigheid. Het wordt anders zodra er sprake is van een woning in aanbouw. In dat geval wordt er een eigenarenaanslag opgelegd tegen het lagere woningtarief. Volgens Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2019:2202) is hiervan sprake als er een omgevingsvergunning is verleend en er op 1 januari daadwerkelijk met de bouw van de woning is begonnen.
Het loskoppelen van OZB particuliere bouwgrond waarop nog niet is gebouwd van de tarief OZB net-woningen is derhalve in strijd met de wet en de Hoge Raad heeft hierover recent een uitspraak gedaan. Particuliere bouwgrond is dus niet los te koppelen van de OZB-niet woningen. Verder zijn het natuurlijk niet alleen particulieren die bouwgrond aankopen maar ook beleggers, speculanten etc. e.e.a. zou dan in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel. Hieronder vindt u twee uitspaken hierover.
Het Hoge Raad heeft op 22 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:49) de uitspraak van het Hof bevestigd. ECLI:NL:HR:2022:49, Hoge Raad, 20/02285 (rechtspraak.nl)
3.2 Het zogenoemde woningtarief van de OZB is geregeld in artikel 220f, aanhef en letter b, van de Gemeentewet en is van toepassing voor zover het onroerende zaken betreft die in hoofdzaak tot woning dienen. Volgens artikel 220a, lid 2, van de Gemeentewet dient een onroerende zaak in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Tot die delen moeten blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepalingen ook worden gerekend de woning in aanbouw en het leegstaande object met woonbestemming.3 Het gaat echter te ver om zoals belanghebbende betoogt al te spreken over delen die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden, vóórdat de (feitelijke) bouwkundige werkzaamheden die tot de stichting van die woning leiden, zijn aangevangen. Deze uitleg staat te ver af van wat in het spraakgebruik onder een ‘woning in aanbouw’ of een ‘leegstaand object’ kan worden verstaan. De klachten falen daarom. 3.3 De slotsom is dat het beroep in cassatie ongegrond is.
ECLI:NL:GHARL:2020:4649, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19/00654 (rechtspraak.nl)
4.8. Uit jurisprudentie volgt dat voor de vraag welk tarief van toepassing is in een geval zoals het onderhavige, een onroerende zaak is te beschouwen als een woning in aanbouw indien tot die onroerende zaak een onvoltooid bouwsel behoort en die onroerende zaak na de voltooiing ervan in de hoofdzaak zal dienen tot woning, Hoge Raad 12 augustus 2005, nr. 39828 (ECLI:NL:HR:2005:AU0874). Van een ‘woning in aanbouw’ is echter pas sprake vanaf het moment van aanvang van de (feitelijke) bouwkundige werkzaamheden die tot de stichting van die woning leiden. Onbebouwde grond ter zake waarvan enkel de intentie bestaat om daarop in de toekomst een woning te bouwen, of grond waarop een bouwwerk aanwezig is dat de belastingplichtige wil (laten) slopen om daarop vervolgens een woning te (laten) bouwen, kan niet worden aangemerkt als een woning in aanbouw, Hoge Raad 3 oktober 2014, nr. 13/00471 (ECLI:NL:HR:2014:2872). Hoewel laatstgenoemd arrest is gewezen onder de toepassing van de Wet inkomstenbelasting 2001, ziet het Hof in overweging 3.3.6. van dat arrest aanleiding om voor de OZB uit te gaan van een eensluidende uitleg van het begrip ‘woning in aanbouw’.
Vraag Antwoord
Verordening campergelden. Kan er een termijn worden toegevoegd hoelang de campers mogen staan. Nu kan men daar erg lang staan. De voorliggende verordening is alleen een verordening waarin het tarief is opgenomen. Andere regels zijn hier niet in meegenomen. Hier is bij de fusie voor gekozen. Andere regels moeten eventueel worden opgenomen in Algemene Plaatselijke Verordening (APV) of Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL). De termijn is daar echter niet in opgenomen. Bij de camperplaatsen staat een bord dat er maximaal 3 dagen gebruik gemaakt kan worden van de plaatsen. Het zijn geen openbare plekken. Vergelijkbaar als bij een camping moet men een plek boeken bij het havenkantoor en hiervoor betalen. Het havenbestuur let er goed
op dat campers niet te lang staan. In de praktijk is er dus geen probleem. Dit zou eventueel wel meegenomen kunnen nemen als de APV of VFL weer een keer wordt gewijzigd.