Beantwoording technische vragen 50PLUS Oprichting bedrijfsorganisatie gemeenschappelijke inkoop 6 oktober 2025
Tekst van het document
BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Commissie Aan: Van: Datum commissie: Zaaknummer: Onderwerp:
De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 23 september 2025 00001105670 Oprichting bedrijfsorganisatie gemeenschappelijke inkoop
Aanleiding Op 26 september 2025 heeft het college technische vragen ontvangen van raadslid de heer J.J. Van der Starre van de fractie 50PLUS over Oprichten bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) voor inkoop en contractmanagement Sociaal Domein. Dit onderwerp stond op de agenda van de commissie van 23 september 2025 en de technische vragen zijn naar aanleiding van de betreffende oordeelsvormende avond gesteld. In dit bericht staan de antwoorden op deze vragen. Toelichting van de vragensteller(s) van de fractie 50PLUS
Tijdens de commissievergadering van 23 september 2025 hebben we de vraag gesteld over de uitkoopregelingen zoals omschreven in de gemeenschappelijke regeling GISD Regio Alkmaar op pagina 9 artikel 25: uittreding Beantwoording 1. De inkooporganisatie NORA wordt beëindigd. Bestaat bij de overeenkomst met NORA ook een uitkoopregeling en zo ja wat gaat dat kosten? Antwoord: De huidige samenwerking op het gebied van inkoop van Jeugdhulp, Wmo, Vervoer en Hulpmiddelen vindt plaats via een informeel samenwerkingsverband (“NORA”) zonder dat hier een overeenkomst met formele juridische basis aan ten grondslag ligt. Aan het beëindigen van deze samenwerkingsconstructie zijn geen financiële verplichtingen (zoals het betalen van een uittreedsom) verbonden.
2. Waarom een afkoopsom voor 5 jaar als de voorliggende overkomst voor 4 jaar telt? Antwoord: De gemeenschappelijke regeling wordt niet getroffen voor een periode van vier jaar, maar voor onbepaalde tijd (zie artikel 21 van de gemeenschappelijke regeling). Gedurende de eerste vier jaar is uittreding niet mogelijk (zie artikel 25 lid 1 van de gemeenschappelijke regeling). Na deze periode mag een deelnemer uittreden, waarbij er een opzegtermijn geldt van tenminste één jaar (artikel 25 lid 5 van de gemeenschappelijke regeling). Bij uittreding is de deelnemer verplicht een uittreedsom te betalen. Uitgangspunt daarbij is dat de uittredende gemeente de reële schade vergoedt die het GISD Regio Alkmaar en de overblijvende gemeenten lijden als rechtstreeks gevolg van het (gedeeltelijk) uittreden. Voor het bepalen van de hoogte van deze schade wordt in beginsel uitgegaan van een afbouwperiode van vijf jaar, gerekend vanaf de datum van uittreding. In 2023 heeft uw raad een kaderstellend besluit genomen naar aanleiding van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR). Dit besluit bood de raad de mogelijkheid om richtinggevende keuzes te maken over de inrichting van toekomstige gemeenschappelijke
regelingen. Ter ondersteuning van dit besluit is destijds een bijlage opgesteld met tekstvoorstellen voor bepalingen over diverse onderwerpen die in een regeling opgenomen dienen te worden. Sinds het kaderstellend besluit hanteren wij deze standaardbepalingen consequent bij het opstellen van nieuwe gemeenschappelijke regelingen. De bepaling over uittreding, zoals opgenomen in de huidige conceptregeling, is één van deze standaardteksten. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de eerder door uw raad vastgestelde kaders en wordt tevens gezorgd voor uniformiteit en rechtszekerheid in de regelingen waarin onze gemeente participeert.
3. Is het juist dat onder punt 14 van de uitkoopregeling de desintegratiekosten na de uitkoop van 5 jaar ook nog eens voor 5 jaar de verantwoordelijkheid blijven voor de uittredende gemeente? Antwoord: Nee. Het uitgangspunt is dat de uittredende gemeente de reële schade vergoedt, waarbij in beginsel een afbouwperiode van vijf jaar wordt gehanteerd. De desintegratiekosten maken onderdeel uit van de uittreedsom. In hoeverre deze kosten aan de uittredende gemeente worden toegerekend, is geregeld in artikel 25, lid 14. Niet alle desintegratiekosten worden immers aan de uittredende partij toegerekend.
4. Is de voorgestelde afkoopsom bij uittreding overeenkomstig de overige gemeenschappelijke regelingen zoals Consensus etc? Antwoord: Ja.
5. De voorgestelde afkoopsom bij uittreding is voor raadsleden niet transparant, daar er een onafhankelijk bureau aan te pas moet komen om de afkoopsom te bepalen. Waarom niet een afbouw, 100% van de bijdrage in het eerste jaar en daarna een afbouw van 25%? Antwoord: Zie het hiervoor bepaalde onder punt 2. De voorgestelde gemeenschappelijke regeling is conform het kaderstellend besluit zoals dat genomen is door de raad in 2023. Hierbij is aansluiting gezocht bij wat thans in jurisprudentie de lijn is.
6. De verhouding bij het stemmen is niet uitgelegd. Tot 20.000 inwoners 1 stem (Uitgeest), tot 40.000 inwoners (Bergen en Heiloo) 3 stemmen en boven de 40.000 inwoners (Castricum, Dijk en Waard en Alkmaar) 5 stemmen. Waarom niet 1, 2 en 3 stemmen in plaats van 1, 3 en 5 stemmen? Gaarne uitleg. Antwoord: Op basis van de concept gemeenschappelijke regeling die nu voorligt, heeft Uitgeest 1 stem, Bergen, Heiloo en Castricum 3 stemmen, Alkmaar en Dijk en Waard 5 stemmen. Deze stemverhouding is gelijk aan de stemverhouding bij de gemeenschappelijke regeling Zaffier, waar dezelfde colleges aan deelnemen. Het college meent dat op deze wijze de stemverhouding in balans is.
2
Bijlagen Brief schriftelijke vragen van 50Plus, dhr. J.J. van der Starre, over Oprichting bedrijfsorganisatie
gemeenschappelijke inkoop d.d. 26 september 2025
3