Beantwoorden technische vragen VVD - Havenverordening Dijk en Waard
Tekst van het document
BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Commissie Aan: Van: Datum commissie: Zaaknummer: Onderwerp:
De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 9 juni 2026 00001230756 Havenverordening Dijk en Waard
Aanleiding Op 4 juni 2026 heeft het college technische vragen ontvangen van raadslid Stammis van de fractie VVD over Havenverordening Dijk en Waard. Dit onderwerp staat op de agenda van de commissie van 9 juni 2026. In dit bericht staan de antwoorden op deze vragen. Toelichting van de vragensteller(s) van de fractie VVD Naar aanleiding van de voorliggende Havenverordening heeft de VVD Dijk en Waard nog een aantal technische vragen over de praktische uitvoering, het participatietraject en de rechtszekerheid voor gebruikers van de haven en de uitwerking van een aantal bepalingen in de praktijk. Beantwoording Antwoorden 1. In het raadsvoorstel staat dat de input van de havenmeester is meegenomen in de actualisatie van de Havenverordening. Kan het college toelichten hoe het participatietraject verder is vormgegeven? En op welke wijze zijn direct betrokken ondernemers, omwonenden en gebruikers van de haven hierin meegenomen? Antwoord: Op grond van onze Participatieverordening wordt participatie toegepast bij ontwikkeling van beleid. In deze verordening verandert er niets voor de ondernemers en omwonenden, ten opzichte van de huidige verordening. Er is wel afstemming geweest met het team van de haven. 2. Aan de Prins Hendrikkade bestaat van oudsher het gebruik dat de direct aanwonenden gebruik kunnen maken van de kade en haven ter hoogte van de breedte van hun perceel.
Kan het college toelichten hoe deze bestaande praktijk zich verhoudt tot de nieuwe Havenverordening? En waarom is deze situatie niet explicieter opgenomen in de verordening of weergegeven op de situatietekening, juist om toekomstige onduidelijkheid en discussies te voorkomen? Antwoord: Deze situatie is niet gewijzigd in deze verordening. Aanwonenden verliezen hun rechten niet. Daarom is op de situatietekening, behorende bij de Havenverordening, duidelijk gemaakt dat passanten geen ligplaats kunnen innemen aan de Prins Hendrikkade. Met omwonenden zal nog gekeken worden hoe de kade aantrekkelijker gemaakt kan worden. 3. Waarom is er besloten om de passage over de toepassing op de direct aan de haven gevestigde scheepswerven en scheepsconstructiebedrijven in de Havenverordening van 2023 uit de Havenverordening 2026 te halen.
Antwoord: Het artikel is o.i. niet gewijzigd in deze verordening. Het is niet duidelijk wat met deze vraag bedoeld wordt. 4. In de verordening worden veel bevoegdheden en afwegingen in de haven en de sluis neergelegd bij het oordeel van de havenmeester. Kan het college toelichten op basis van welke objectieve criteria deze besluiten worden genomen? Wordt dit nader uitgewerkt in het nog op te stellen Havenreglement? En hoe wordt daarbij willekeur en ongelijke behandelijk voorkomen. Antwoord: Om willekeur te voorkomen zijn er juist regels toegevoegd in deze verordening, zoals bijv. dat kano’s niet in de sluis mogen i.v.m. de veiligheid. In de uitvoering moeten er wel afwegingen plaats kunnen vinden door de havenmeester, omdat niet alles via de gemeente of het college afgewogen kan worden. Veel beslissingen moeten immers direct ter plaatse worden genomen, bijvoorbeeld om onveilige situaties of hinder te voorkomen. Het streven is om dit altijd zo consequent en objectief mogelijk te doen. Als bepaalde zaken vaker voorkomen, kunnen hier eventueel regels voor opgenomen worden in een volgende versie van de verordening. Verder zal het college nog nadere regels vaststellen, die hetzelfde karakter hebben als een Havenreglement. Het college is daartoe bevoegd op grond van artikel 6 van de Havenverordening. 5.
Artikel 24 beperkt het gebruik van passantenplaatsen gedurende de winterperiode, terwijl artikel 26 winterstalling mogelijk maakt. Kan het college toelichten hoe deze artikelen zich tot elkaar verhoudenen welke ligplaatsen in de winterperiode exact worden aangewezen voor winterstalling? Antwoord: Met artikel 24 is bedoeld dat passanten in de winter geen gebruik mogen maken van de haven voor een kortere periode. Artikel 26 maakt het wel mogelijk dat een boot wordt gestald in de winter. Dat betekent dat de boot daar stil ligt voor een langere periode en niet wordt gebruikt. Zo geïnterpreteerd spreken de artikelen elkaar niet tegen, maar het is een terecht punt dat dit tegenstrijdig lijkt en daardoor is het onduidelijk. Voorgesteld wordt om de tekst in artikel 24, lid 2 te wijzigen in: Tussen 15 oktober en 15 april is het niet toegestaan met een schip een ligplaats in te nemen in de haven, met uitzondering van vaste ligplaatsen als bedoeld in artikel 25 en winterstalling zoals bedoeld in artikel 26. Daarnaast hebben wij geconstateerd dat in artikel 26, lid 2 per abuis het woord ‘niet’ ontbreekt bij de mogelijkheid om een plek voor de winterstalling te reserveren. Voorgesteld wordt om de tekst van artikel 26, lid 2 te wijzigen in: Aanmelding voor de winterstalling kan uitsluitend plaatsvinden vanaf 1 oktober bij de havenbeheerder.
Het is niet mogelijk om vóór deze datum een plaats in de winterstalling te reserveren. Bijlagen -
2