Beantwoorden technische vragen gemeenteraad - VVD - Accommodatieplan binnensport
Tekst van het document
BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Commissie Aan: Van: Datum gemeenteraad: Zaaknummer: Onderwerp:
De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 25 november 2025 00001152670 Accommodatieplan binnensport
Aanleiding Op 20 november 2025 heeft het college technische vragen ontvangen van raadslid Stammis van de fractie VVD over het Accommodatieplan binnensport. Dit onderwerp staat op de agenda van de gemeenteraadsvergadering van 9 december 2025. In dit bericht staan de antwoorden op deze vragen. Inleiding vraagsteller: Beantwoording Antwoorden 1. Kunt u aangeven welke risico’s in de investeringsraming zijn opgenomen, welke risicoreservering is meegenomen? Antwoord: Er is in alle investeringsramingen een post “winst/risico” opgenomen van 4% over de directe bouwkosten en een post “onvoorzien” van 5% over de bouw- en bijkomende kosten. Zie hoofdstuk 3 uit het Accommodatieplan Binnensport. a. Hoe groot de kans is dat de totale investering boven de € 40,7 miljoen uitkomt? Graag inclusief bandbreedte (best-case / expected / worst-case). Antwoord: De investeringsraming is opgesteld met een bandbreedte die in dit stadium van de planvorming te doen gebruikelijk is. Het risico dat de totale investering uiteindelijk boven € 40,7 miljoen uitkomt wordt ondervangen door per accommodatie een projectplan op te stellen en eventuele afwijkingen daarvan voor te behouden aan afzonderlijke besluitvorming. 2.
Welke scenario’s heeft het college voor ogen als de structurele lasten van € 2,1 miljoen niet opgenomen kunnen worden in de Kadernota 2027? Antwoord: Wanneer de raad besluit de lasten niet op te nemen in de Kadernota 2027, kan dit leiden tot uitstel, versobering of heroverweging van het plan. Wanneer er door de raad geen bedrag wordt vrijgemaakt voor het plan, is enkel het reeds gereserveerde bedrag voor de sportaccommodaties uit het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) beschikbaar. Dit betreft 1 sporthal ter vervanging van de Deimoshal en 1 sporthal ter vervanging van sporthal Geestmerambacht. Hiermee vervallen alle andere sportaccommodaties uit het voorstel, zoals de turnhal en de sporthallen.
a. Leidt dit tot uitstel, versobering of heroverweging van het plan? Antwoord: Ja, dit zal leiden tot uitstel, fasering, versobering of heroverweging van het plan. 3. Wat is de bezettingsgraad voor alleen de turnhal in de Vaandel? Antwoord: Op basis van het sportvloeroppervlak van de nieuwe turnhal in Vaandel-Zuid van 32 x 24 meter voorziet deze in de capaciteit van twee zaaldelen; het SiU gebruik omvat in totaal tenminste 2.600 uur; dat is gelijk aan gemiddeld 1.300 uur per zaaldeel. Daarmee resteert er per zaaldeel nog zo’n 100 uur ingroeiruimte om te komen tot een minimale verenigingsbenutting van 1.400 uur per jaar. 2.200 is het maximum aantal uren van een turnhal. Hierin kan worden voorzien door de groei die voor SiU wordt verwacht vanwege de aantrekkingskracht van de turnhal in combinatie met de bevolkingsaanwas. SiU beoogt de resterende uren gebruik te blijven maken van sporthal De Draai (163), Gymzaal De Weegbree (195) en Gymzaal Jan Glijnisweg (69). Zie paragraaf 2.4.2 uit het Accommodatieplan Binnensport. Deze bezetting is op basis van de gebruiksuren van SiU omdat TTL aangegeven heeft niet in de Vaandel-Zuid uren af te nemen, maar te blijven huren in onder andere de sportzaal Mayersloot. a.
Kunt u de actuele en geprognosticeerde urenbehoefte (per vereniging) inzichtelijk maken en aangeven welke aannames hierbij zijn gebruikt? Antwoord: Zie paragraaf 2.4.2 van het Accommodatieplan Binnensport. 4. Is het eerste jaar van structurele dekking voor de (top-)sporthal in de Vaandel 2029 of 2030? In verschillende stukken worden beide jaartallen genoemd. Antwoord: 2030 5. Kunt u duidelijk aangeven vanaf welk begrotingsjaar de structurele lasten van € 2,1 miljoen precies drukken op het begrotingsresultaat? Antwoord: Vanaf 2028 lopen deze lasten op tot afgerond € 2,1 miljoen in 2032 en 2033. Zie de tabel in het raadsvoorstel, onder het kopje “Financiele gevolgen”. 6. Kunt u helder maken in welke projectfase dit voorstel zich bevindt? a. Welke stappen volgen er ná vaststelling van dit voorstel? Antwoord: Hiervoor gaat een gedetailleerd projectplan opgesteld worden, zie in het raadsvoorstel onder het kopje “Uitvoering” 7. Kunt u een overzicht geven van de benodigde middelen voor ontwerp, onderzoeken, vergunningen en voorbereidingskosten tot aan aanbesteding, inclusief wat al gedekt is en wat nog niet? Antwoord: Deze kosten zijn, op basis van kengetallen, inbegrepen bij de bijkomende kosten die deel uitmaken van de investeringsramingen. Hierbij is geen onderscheid gemaakt in termijnen voor of na de aanbesteding. 8.
Hoe robuust is de exploitatieberekening van € 2,1 miljoen jaarlijks? a. Welke aannames zijn gedaan over energieprijzen, personeel, onderhoud, verhuuropbrengsten, tariefstijgingen?
2
Antwoord: Zie Hoofdstuk 4 van het Accommodatieplan Binnensport. b. Hoe gevoelig is de exploitatie voor lagere verhuur of hogere kosten? Antwoord: De exploitatieprognose is opgesteld met een bandbreedte die in dit stadium van de planvorming te doen gebruikelijk is. Dit betekent dat de kans aanwezig is dat de exploitatieberekening van € 2,1 miljoen jaarlijks moet worden herzien. Dit risico wordt ondervangen door per accommodatie een projectplan op te stellen en eventuele afwijkingen daarvan voor te behouden aan afzonderlijke besluitvorming.
3