Beantwoorden technische vragen CDA - Kadernota en jaarrekening Geestmerambacht
Tekst van het document
BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Commissie Aan: Van: Datum commissie: Zaaknummer: Onderwerp:
De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 9 juni 2026 00001237131 Zienswijzen Jaarrekening 2025, begrotingswijziging 2026 en begroting 2027 Geestmerambacht
Aanleiding Op 4 juni 2026 heeft het college technische vragen ontvangen van raadslid Walter van de fractie CDA over Zienswijzen Jaarrekening 2025, begrotingswijziging 2026 en begroting 2027 Geestmerambacht. Dit onderwerp staat op de agenda van de commissie van 9 juni 2026. In dit bericht staan de antwoorden op deze vragen. Toelichting van de vragensteller(s) van de fractie CDA In de concept-zienswijze op de begrotingswijziging 2026 wordt gezegd: “Zorgen uit te spreken over de aanzienlijke afwijking door het BCF tussen de vastgestelde begroting 2026 en de voorliggende begrotingswijziging 2026”. En onder b staat: “Daarom het Algemeen Bestuur te verzoeken de toepassing en verwerking van het BCF te herzien en te komen tot een stabieler financieel model.” In het raadsvoorstel wordt onder het kopje BCF aangegeven: “Bij lagere of vertraagde investeringen – zoals nu het geval is door de bijstelling van het uitvoeringsprogramma naar € 2,9 miljoen – vallen deze middelen later of in mindere mate vrij. Dit leidt ertoe dat het financiële kantelpunt, waarop reserves zijn uitgeput en aanvullende bijdragen nodig zijn, eerder en scherper zichtbaar wordt. Het financiële verloop was dus al wel bekend, maar in de programmabegroting 2027 concreet. Antwoorden 1.
Welke alternatieven heeft – volgens de gemeente - het Geestmerambacht bij het herzien van de toepassing en verwerking van het BCF en te komen tot een stabieler financieel model? Antwoord: Nu wordt de bruto (inclusief BTW) investering geactiveerd. De BTW die terugontvangen wordt, wordt dan als baten in de exploitatie opgenomen. Er zijn 2 alternatieven: 1. De BTW die terugontvangen wordt, wordt direct in mindering gebracht op de investering waardoor er een lager bedrag wordt geactiveerd wat leidt tot lagere kapitaallasten. Er zijn dan geen onverwachte mee of tegenvallers in de exploitatie als gevolg van hogere of lagere investeringen. 2. De terugontvangen BTW wordt in een reserve geplaatst waaruit vervolgens jaarlijks een deel van vrijvalt voor de dekking van de hogere afschrijvingslasten. Die worden veroorzaakt doordat we een hoger bedrag dan de netto kosten (namelijk de BTW op de investering) hebben geactiveerd. Beide methoden moeten onderzocht worden om te bepalen wat volgens regelgeving kan en wat voor alle partijen het meest duidelijke inzicht geeft. 2. Het doel van die herziening is kennelijk een stabieler financieel model? Wat wordt daarmee bedoeld en wat wordt bedoeld met “voor alle drie partijen een goed werkbare situatie”? Antwoord:
Het hanteren van een alternatief model zorgt er inderdaad voor dat er minder financiële fluctuatie ontstaat, waardoor makkelijker inzicht kan worden verkregen. Zoals ook bij de beantwoording van vraag 1 is aangegeven moet dit uiteraard voor alle partijen werkbaar zijn en in overeenstemming zijn met de regels in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) waaraan ook een GR zich dient te houden. 3. Het is toch zo dat deze nieuwe situatie inherent is aan de verlaging van de investeringen (besloten door de deelnemers)? Antwoord: Ja, dat is een juiste veronderstelling. 4. Kosten bestuursbureau 2025 Op blz. 82 van de jaarrekening 2025 van het GMA staat dat ook de kosten van het bestuursbureau hebben geleid tot de grotere onttrekking uit de reserve. Vraag: Kan dit worden toegelicht? Het (oude) bestuursbureau was toch per direct uit de begroting geschrapt (bezuinigingsmaatregel)? Antwoord: De structurele besparing als gevolg van het beëindigen van de dienstverlening door het bestuursbureau was voorzien vanaf 2026. Bij de eerdere besluitvorming over het beëindigen van de overeenkomst zijn de financiële effecten verwerkt in de begrotingswijzigingen en rapportages van 2025. De in de jaarrekening opgenomen kosten hangen samen met bestaande contractuele verplichtingen en de afwikkeling van de overeenkomst. 5. Status van het stappenplan Blz.
2 van de samenvatting van de begrotingswijziging 2026: Er staat: De ambtelijke vertegenwoordiging van de participanten en de uitvoeringsorganisatie bereiden hiervoor een stappenplan voor dat in het eerste kwartaal van 2026 aan het AB wordt voorgelegd. Na akkoord van het AB worden de gemeenteraden hier vervolgens bij betrokken. Vraag: wat is de status hiervan? Antwoord: Er worden de komende weken offertes ingediend en beoordeeld. Op basis hiervan kan dan voor het zomerreces een opdracht worden verleend. 6. Dienstverlening van Recreatie Noord Holland NV Op blz. 42 van de jaarstukken 2025 staat dat de dienstverlening van Recreatie Noord Holland NV een kleine 1,7 M€ bedroeg. Vraag: Is er een specificatie van deze kosten van RNH in 2025 beschikbaar? Antwoord: Alle werkzaamheden in het recreatieschap worden gedaan door Recreatie Noord Holland. Van beheer, toezicht tot het verzorgen van de bestuursvergaderingen, ondersteuning van het bestuur en de P&C cyclus. Hierbij een overzicht van deze kosten.
2
7. Evaluatie dienstverlening RNH Op blz. 6 van de begrotingswijziging 2026 wordt aangegeven: “De dienstverlening wordt afgerekend op basis van werkelijk gemaakte uren en kosten. In de begrotingswijziging 2026 is € 1.516.000 opgenomen.” Op blz. 40 van de programmabegroting 2027 staat “In 2017 is de dienstverlening van RNH geëvalueerd en vervolgens heeft RNH een verbeterplan uitgevoerd naar tevredenheid van zowel ambtelijke als bestuurlijke vertegenwoordigers van (de participanten van) de vijf recreatieschappen waar RNH de uitvoeringsorganisatie voor is.” En tevens wordt vermeld: “In de laatste vergadering van 2024 heeft het algemeen bestuur besloten tot verlenging van de bestaande overeenkomst, die nu tot wederopzegging stilzwijgende wordt verlengd met een opzegtermijn van één heel kalenderjaar.” Vragen: 1. Wanneer is de volgende evaluatie van de dienstverlening en de kosten van RNH? Antwoord: Hiervoor is geen vaststaande periode. Allereerst kan nu de tussenevaluatie worden afgewacht, omdat hierbij ook wordt gekeken naar de governance. 2. Kunnen de gemeenteraden actiever worden betrokken in deze evaluatie? Antwoord: Uiteraard staan wij ervoor open om hiernaar te kijken.
Bij de evaluatie van de dienstverlening gaat het echter vooral om de samenwerking tussen de ambtelijke en bestuurlijke vertegenwoordiger van de participanten van de vijf recreatieschappen waar RNH uitvoeringsorganisatie voor is.
3