Antwoorden technische vragen Museum Broekerveiling.pdf
Tekst van het document
Technische vragen n.a.v. agenda PA 5 juli 2022 Uitwerking Toekomstvisie Broekerveiling Vragen ChristenUnie: Inleiding
Na aanleiding van de presentatie afgelopen maandag ( 30 mei 2022 ) over de Broekerveiling hebben wij nog enkele vragen. Vragen
1) Er wordt gesteld dat de visie voor De Broekerveiling niet kan zonder het Oosterdel gebied. Wanneer wordt de visie van het Oosterdel verwacht?
Het project is op dit moment in voorbereiding. Op 7 juni 2022 heeft het college als stap in die voorbereiding besloten het projectgebied van het project toekomstbestendig Oosterdel te verruimen met het woongebied Rijk der Duizend Eilanden. De gemeente heeft de intentie om met HHNK, Staatsbosbeheer, Stichting Veldzorg en Museum BroekerVeiling een samenwerkingsovereenkomst op te stellen (fase 1). De samenwerking betreft het (laten) opstellen van een plan om het cultuurhistorische landschapsreservaat Oosterdel richting de toekomst te kunnen behouden (fase 2). Aangezien verbetering van de waterkwaliteit in het totale waterlichaam een bijdrage kan leveren aan het behoud van het Oosterdelgebied is besloten het projectgebied in de op te stellen samenwerkingsovereenkomst uit te breiden met het woongebied Rijk der Duizend Eilanden.
2) Er is sprake van een rijksmonument .Wordt er monumentensubsidie ontvangen voor het onderhoud? Zo ja, hoeveel bedraagt die dan? Zo nee, waarom niet?
Museum BroekerVeiling is een rijksmonument. Bij de provincie kunnen we SIM subsidie aanvragen (om de 6 jaar) en provinciale subsidie (om de 10 jaar) aanvragen. • In 2021 is Sim subsidie toekend. Er is € 92.520,- toegekend en dat wordt in 6 jaar uitgekeerd. • De provinciale subsidie aanvraag is in 2021 niet gehonoreerd en wordt in 2022 weer aangevraagd.
3) Als raad van Dijk en Waard staan wij voor een forse investering voor De Broekerveiling terwijl wij niet eens weten hoe de gemeente er voor staat. Zeker de aangekondigde korting op het gemeentefonds en de sterk oplopende inflatie brengen grote risico’s voor de gemeente mee.
In dit geval is geen sprake van een investering van de gemeente die op de balans komt te staan waarover afgeschreven gaat worden. Het eenmalige bedrag dat genoemd is in de notitie van Berenschot heeft een brede specificatie. Denk aan aanpassingen aan de gebouwen,
Gebruikelijk en conform het investeringsbeleid in de voormalige gemeente Langedijk is om nieuwe investeringen in te brengen in het begrotingsproces zodat er een integrale afweging kan worden gemaakt. Waarom gebeurt dat in dit geval niet?
4) In het rapport van Berenschot wordt voor de vergelijking van de uitgaven van onze gemeente een vergelijking
inrichting van de structurele expositie, enkele museumkunstwerken maar ook begeleiding van het ontwikkelproces of ondersteuning bij de fondsenweving. Het gaat hierbij dus niet om de boekhoudkundige term van investeringen maar om alle uitgaven die gedaan moeten worden. Er zijn mogelijkheden om bijdragen aan investeringen van derden wel op de balans te zetten maar deze uitgaven voldoen hierbij niet aan de daarbij gestelde voorwaarden. Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien: a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Met name voor voorwaarde b en d is het de vraag in hoeverre (alle) uitgaven die het museum moet doen hier aan voldoen. Daarbij is het gebruikelijk om investeringen bij de begroting op te nemen indien deze geactiveerd worden en (meerjarig) kapitaallasten met zich meebrengen waardoor ze het meerjarenperspectief beïnvloeden.
Juist om te voorkomen dat dit meeloopt in het meerjarenperspectief zal voorgesteld worden om de incidentele bijdrage te doen vanuit de algemene reserve die gevormd is vanuit de twee oude gemeenten of vanuit het resultaat 2022. Daarmee heeft de incidentele bijdrage geen invloed op het meerjarenperspectief. Alleen het museum BroekerVeiling en 3 kerktorens (Toren Koogerkerk, Toren Broek op Langedijk, Toren Sint Pancras (witte
gemaakt met centrumgemeenten als Alkmaar, Hoorn en Purmerend. Daarbij misten wij het verschil tussen deze gemeenten en onze gemeente op het gebied van de centrumfunctie die deze gemeenten hebben en waarvoor zij een vergoeding krijgen in de uitkering gemeentefonds, juist voor voorzieningen als musea en theaters etc. Kunt u in dit licht aangeven hoe u aankijkt tegen de vergelijking die wordt gemaakt met de uitgaven van deze gemeenten?
kerkje)) zijn monumenten die in aanmerking komt voor SIM- en provinciale subsidie. Voor de torens is eveneens SIM subsidie en provinciale subsidie in 2021 aangevraagd en dat is gehonoreerd.
5) A. In het rapport van Berenschot wordt voor de vergelijking van de uitgaven van onze gemeente een vergelijking gemaakt met centrumgemeenten als Alkmaar, Hoorn en Purmerend. Daarbij misten wij het verschil tussen deze gemeenten en onze gemeente op het gebied van de centrumfunctie die deze gemeenten hebben en waarvoor zij een vergoeding krijgen in de uitkering gemeentefonds, juist voor voorzieningen als musea en theaters etc. Kunt u in dit licht aangeven hoe u aankijkt tegen de vergelijking die wordt gemaakt met de uitgaven van deze gemeenten?
A. De vergelijking is gemaakt op de uitgaven die door de gemeenten gedaan worden voor cultuur. Mogelijk krijgen de centrumgemeenten een extra uitkering maar deze valt dan onder het cluster cultuur en ontspanning en betreft deze derhalve niet alleen een extra bijdrage voor cultuur/musea.
B. Er werden verschillende varianten genoemd voor de bekostiging van de genoemde opties. Wij misten de volgens ons voor de hand liggende optie van het activeren van deze investeringen bij derden. Waarom is deze variant niet meegenomen? Wat zou deze variant betekenen voor de jaarlijkse aanvullende kosten? Kunt u aangeven wat de totale kosten van de mogelijke kapitaallasten, de subsidie en de onderhoudskosten die de gemeente voor haar eigen rekening neemt zijn?
Daarbij zien we bij de vergelijking tussen gemeenten dat het verschil tussen de uitgaven van de centrumgemeenten en Dijk en Waard dermate groot is (op het gemiddelde bijna het dubbele ten opzichte van de gemeente Dijk en Waard) dat we kunnen stellen dat de stelling dat onze gemeente fors minder uitgeeft dan andere gemeenten wel overeind blijft. Daarbij is het dan zeker interessant om ook de benchmark van de bijdragen aan andere musea mee te nemen. Daar staan vergelijkbare musea opgenomen die niet in een centrumgemeente liggen. Ook daar is een grote afwijking te zien ten opzichte van de bijdrage van de gemeente Dijk en Waard. B.Zie voor het eerste deel van deze vraag de beantwoording van vraag 3. Er is dus geen sprake van mogelijke kapitaalslasten. De structurele subsidie is opgenomen in het rapport van Berenschot. De onderhoudslasten betreffen onderhoud aan het monumentale deel en dat is eigendom van de gemeente waarvoor we ook een subsidie ontvangen. Zie hiervoor vraag 2.
6) Wij misten in het verhaal de concretisering van het belang en draagvlak voor de benodigde investeringen en subsidie voor het bedrijfsleven. Kunt u daar een nadere concretisering voor geven?
Een concretisering hiervan is (nog) niet te geven. Bedrijven in de regio zijn bereid bij te dragen als de gemeente structureel bij gaat dragen. Er zijn wel enkele (kleinere) toezeggingen en het lokale bedrijfsleven heeft het museum de afgelopen jaren op kleinere schaal ondersteuning gegeven. Zoals besproken in de presentatie is er hier sprake van een ‘kip-ei’ situatie. Er zijn (regionale) bedrijven en landelijke instellingen die het museum wel willen ondersteunen maar daarvoor is cofinanciering (van de gemeente) en zekerheid over de continuïteit van het museum nodig. Bij de financiële uitwerking is uitgegaan van een bijdrage van 25% van de totale eenmalige kosten. Voor de structurele exploitatie is uitgegaan van een verdrievoudiging van de subsidie ten opzichte van het museum als informatiecentrum. Deze aannames zijn door Berenschot gedaan op basis van vergelijkingen met andere musea. De daadwerkelijke realisatie van deze bijdragen is een van de parameters die meegenomen al worden in de governance cyclus.
Vragen D66 Inleiding: 1.In document: Raadsvoorstel Uitwerking Toekomstvisie Museum BroekerVeiling op pagina 1 staat: De transitie samen met het museum in een stuurgroep en kerngroep te monitoren en evalueren, en daarbij: De stuurgroep halfjaarlijks de voortgang van de realisatie en bijbehorende financiën te laten beoordelen. 2.Op pagina 4 staat: Als de basis op orde (scenario 2) is, kan de stap gemaakt worden naar scenario 3 (museum als verrijking). Onderdelen uit scenario 3 die inkomsten op leveren, kunnen in overleg met de stuurgroep
naar voren gehaald worden. De op te richten stuurgroep zal in 2024\/2025 bepalen of het museum voldoende op koers is om de stap naar de uitvoering van scenario 3 te kunnen zetten (en de daarbij behorende exploitatiesubsidie te ontvangen). 3.Toelichting financiële verwerking toekomstplannen Museum Broekerveiling (1). Op pagina 2 staat Grip op het proces en governance: projectplan, stuurgroep en terugkoppeling Vragen
1. Kunt U aangeven wie er in de stuurgroep en kerngroep plaats nemen?
1. In de stuurgroep zullen vanuit de gemeente in ieder geval twee bestuurders plaatsnemen. In de kerngroep zullen vanuit de gemeente vertegenwoordigers van de verschillende betrokken disciplines plaatsnemen. Er zal vanuit de gemeente gezorgd worden voor een verbinding tussen de stuurgroep en de kerngroep. De invulling vanuit het museum is nog niet bekend.
2. Wij gaan er vanuit dat deze stap van de stuurgroep de vooraf gecommuniceerd wordt met de raad? Alvorens er een volgende stap naar de uitvoering van scenario 3 wordt gezet?
Zoals in het raadsvoorstel is opgenomen komt er een tussentijdse evaluatie die gedeeld zal worden met de raad. Voor de mogelijke doorontwikkeling naar scenario 3 zal conform het raadsvoorstel een besluit aan de raad voorgelegd worden.
3. Kunt U aangeven of het projectplan ook eerst naar de raad komt en wanneer?
Het projectplan is een uitvoeringsdocument dat past binnen de huidige plannen/kaders die nu aan de raad worden voorgesteld en zal derhalve niet apart naar de raad worden gezonden. In het kader van transparante communicatie zal de raad bij de tussentijdse evaluatiemomenten meegenomen worden in het projectplan en de mate waarin de doelen daarin zijn gehaald.