Antwoorden op Programma stedelijk water.docx
Tekst van het document
Technische vragen n.a.v. agenda tafels d.d. 13 december 2022 Programma Stedelijk Water en Riolering Dijk en Waard Vragen fractie VVD: Inleiding: Het voorliggende raadsvoorstel mist nog enige informatie of de informatie is niet goed te duiden. Tevens zijn er nog wat vragen aangaande het Programma. Vragen 1. In het Raadsvoorstel wordt gevraagd om de kredieten voor het investeringsprogramma 2022-2027 te voteren. In het raadsvoorstel is geen overzicht gegeven van de hoogte van de kredieten en een onderverdeling per jaar. a. Kan het raadsvoorstel aangepast worden zodat in het voorstel de betreffende kredieten zijn opgenomen. Op deze wijze is er geen enkele onduidelijkheid om welke bedragen dit gaat. b. Het budgetrecht van de raad wordt in principe verwoord in de meerjarenbegroting die jaarlijks in november wordt vastgesteld. Hierin is in de MIP geen investering voor de riolering opgenomen. Is dit het te prefereren document en de daarbij behorende besluitvorming m.b.t. investeringsbudgetten?
2. Conform de inhoudsopgave van het programma zou in Bijlage G informatie moeten staan over de Kostendekking. Deze is leeg. Kan deze alsnog toegevoegd worden ? 3. In tabel 10 op pag 42 van het Programma is de eerste kolom beschreven als “Benodigde inkomsten uit rioolheffing”. a. Op basis van welke gegevens ( tabellen of overzichten in het Programma) zijn de genoemde getallen gebaseerd. b. In de laatste kolom is de rioolheffing met indexatie opgenomen.
1a. Er is gekozen de werkwijze zoals gebruikt in de voormalige gemeente Langedijk toe te passen in Dijk en Waard. De volledige tabel voor het investeringsprogramma voor uitbreidingen, vervangingen en verbeteringen staat in het plan op pagina 36, tabel 5. b. In de begrotingsparagraaf Onderhoud kapitaalgoederen staat de bepaling dat nieuwe investeringen, vervangingsinvesteringen en herinrichtingsprojecten worden opgenomen in het MeerjarenInvesteringsPlan. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten worden verwerkt in de begroting. Daaronder is in het beleidsveld Riolering een verwijzing naar het PSWR waarin het budget voor het investeringsprogramma wordt gereserveerd. Indienen van investeringsbudgetten middels het PSWR heeft voorkeur.
2. In de nieuwe versie van het programma is bijlage G toegevoegd.
3a. Op basis van het aantal (equivalente) heffingseenheden. Deze staan in bijlage G, tabel Kostendekkingsplan
3b. De rioolheffing wordt jaarlijks geïndexeerd
Kan aangegeven worden op basis van welke verwachte indexaties de jaren 2024 en verder zijn berekend ?
4. Op pag 37 (6 Middelen : de inleiding) staat aangegeven dat we in de aankomende planperiode (2022-2027) gemiddeld € 11,2 Milj uitgeven hetgeen uitkomt op € 67,2 Milj. De optelling van kolom 1 van tabel 10 op pag 42 laat een totaal van zien van € 59,2 Milj. Op basis van welke getallen is het aangegeven gemiddelde berekend ?
tegen optredende inflatie om een kostendekkend tarief te behouden. Voor jaren 2024 en verder is een inflatiepercentage van 1,5% opgenomen. Bij het vaststellen van het tarief voor de nieuwe jaarschijf wordt het dan geldende tarief gebruikt conform advies van het CBS.
4. Na controle blijkt dat het gemiddelde bedrag in tabel 10 uitkomt op 12,0 Milj. Tabel 10 op pag 42 van het PSWR is in de nieuwe versie aangepast.
5. In het Raadsvoorstel staat bij de tabel “Ontwikkeling riooltarief” een percentage genoemd van 11%. Op basis van welke grondslag is deze indexering gebaseerd ?
5. Het percentage van 11% is de prijsstijging voor de periode van januari 2021 tot januari 2022 afkomstig van het CBS voor grond-, weg- en waterbouw. Zie de tabel.
6. In het Programma op pag 18 staat dat kijkende in de toekomst gerekend is met de getallen uit de kennisbank Riolering. Deze zijn afgeleid uit de neerslagreeks van het KNMI van 1955 tot 1979. Geconstateerd is dat de laatste decennia de hoeveelheid neerslag en dan vooral in korte heftige neerslag ( clusterbuien) toeneemt. In hoeverre zijn deze getallen nog voorspellend voor de perioden 20232107?
6. De generieke rekenbuien zijn gebaseerd op statistiek. Dat zijn standaarden die voor berekeningen in de rioleringsmodellen worden gebruikt. In het verleden aangelegde rioleringen zijn ontworpen op basis van maatgevende bui 8. Op pagina 19 is aangegeven dat we bestaande rioleringssystemen blijven toetsen met bui 8. Bij verbetermaatregelen toetsen we met zwaardere toetsingsbui 9 en 10, rekening houdend met klimaatverandering. Dit zijn herhalingstijden die in de huidige situatie als geldend worden beschouwd. Voor de toekomst is de verwachting dat zwaardere buien vaker gaan vallen. Een bui met de inhoud van bui 9 zal dus naar verwachting in de toekomst vaker dan één keer per vijf jaar vallen. De herhalingstijden die volgens de statistieken nu bij de buien horen, hebben dus geen voorspellende waarde voor ver in de toekomst. We anticiperen hierop door bij nieuwbouw en soms ook bestaande bouw voor zwaardere toetsingsnormen te kiezen. In de regio is afgesproken om bui 9 te kiezen voor nieuwbouw en voor bestaande bouw ook te kijken of knelpunten bij bui 9 of 10 ontstaan.
7. Het beleid is in de afgelopen periode aangepast van preventief naar risicogestuurd handelen. Op welke wijze
7. De stap van preventief naar risicogestuurd handelen vereist planvorming op basis van onderzoek. Vervanging van oude rioleringen die in
heeft deze beleidsaanpassing effect gehad op de doelmatige invulling van de rioleringszorg ?
goede staat zijn wordt uitgesteld. Doelmatigheid wordt bereikt door efficiënt en effectief te handelen. Het (lange termijn) doel om naar risicogestuurd beheer over te stappen was om kosten te besparen en om risicovolle locaties extra te beschermen. Daarmee geven we doelmatige invulling aan de rioleringszorg.
Vragen fractie D66: In het voorliggende raadsvoorstel over het PSWR lezen we dat de oorspronkelijke stijging van het tarief voor inwoners met 2 % wordt verlaagd. Dit terwijl er wel 2,1 fte uitbreiding van het team riolering nodig is. Om dit te begrijpen heeft de fractie van D66 enkele technische vragen voor de behandeling van dit raadsvoorstel op 13 december 2022. Vragen 1. Kunt u uitleggen hoe ondanks de uitbreiding van formatie er toch een tariefverlaging kan plaats vinden?
2. Is er een risicoinventarisatie geweest, dat de met deze verlaging de kosten nog steeds gedekt zijn? 3. Op basis waarvan is de in eerste instantie hogere procentuele tariefstijging vastgesteld?
Vragen fractie GroenLinks: In het PSWR zijn de noodzakelijke maatregelen (onderzoek, vervangingen en verbetermaatregelen) en de organisatie van het rioolbeheer opgenomen om de rioleringszorg op doelmatige wijze uit te voeren. Naar aanleiding van dit document heeft GroenLinks de volgende verduidelijkingsvragen. Vragen: 1. Pag.9. Huidige situatie: Het lozingsgedrag van de industrie is de
1. Uitbreiding van formatie resulteert in een structurele kostenverhoging. Door toepassen van risicogestuurd beheer besparen we kosten voor de vervangingsinvesteringen. Per saldo ontstaat de mogelijkheid om in de planperiode een tariefverlaging te realiseren. 2. De kosten voor rioolvervangingen zijn op basis van risicoanalyse begroot en zodanig ingerekend in de kostendekkingsberekeningen.
3. De tariefstijging voor het jaar 2023 komt door de prijsstijging van 11% zoals die door het CBS berekend is voor de periode van januari 2021 tot januari 2022 in grond- weg en waterbouw sector.
boosdoener van scheuren en beschadigingen in de buiswand van de riolering. a. Om hoeveel schade gaat het hier en om wat voor lozingsgedrag gaat het?
1a. In de afgelopen planperiode zijn drie foutieve lozingen van bedrijven geconstateerd. Daar wordt altijd adequaat op gereageerd. Voor de schade die aanwijsbaar is aan een bedrijf wordt het betreffende bedrijf aansprakelijk gesteld voor de geleden schade. Het aantonen en de bewijslast is wel een lastig traject. Het bedrag dat met de schade gemoeid is, is niet in te schatten en is bijna altijd verzekeringswerk.
b. Is dit iets wat de komende tijd aangepakt gaat worden?
b. We treden in dit soort trajecten gelijk op met HHNK en ODNHN. In de aanstaande periode wordt dit in regionaal verband sterker aangepakt. We zorgen altijd dat het lozingsgedrag aangepakt wordt d.m.v. stoppen met lozen of wijzen op lozingsgedrag.
2. Pag.10. Terugblik: Geen wateroverlast door afvoercapaciteit, wel problemen met verstopte kolken. Hoe gaat dit probleem opgelost worden?
2. De verstopte kolken zullen altijd blijven; dit is een repeterend proces. En daar gaat elk jaar ook flink wat geld in om dit te repareren. Boomwortels en vuil zullen altijd blijven; dat kan bijvoorbeeld niet voorkomen worden door het reinigen van kolken te verdubbelen. Wel worden structurele acties ingezet als een kolk niet voldoende functioneert. Er worden reparaties uitgevoerd of blikjes, boomwortels e.d. worden uit de afvoerleiding verwijderd. Dit valt onder normaal beheer en onderhoud. Bij nieuwe aanleg zorgen we dat er betere kolken worden teruggeplaatst die robuuster zijn en minder snel verstopt raken.
3. Nu moet er gelobbyd worden bij private partijen om een goede riolering te garanderen. Mogelijk is een Hemelwaterverordening een oplossing om een goede riolering te garanderen. Is dit een ontwikkeling waar naartoe bewogen wordt? 4. Op blz. 21 gaat het over afkoppelen van openbaar terrein en dakoppervlak afkoppelen. Wat wordt er met dit afkoppelen bedoeld?
3. Dit wordt onderzocht in de samenwerkingsgroep regio Alkmaar.
4. Afkoppelen is het op de gemengde of vuilwaterriolering aangesloten afvoerend verhard oppervlak loskoppelen en aansluiten op een hemelwatervoorziening. Bij nieuwbouw: het niet aansluiten van afvoerend verhard oppervlak op een vuilwatersysteem. Doel is om geen water dat schoon is onnodig naar de waterzuiveringsinstallatie te brengen.
5. Op blz. 25 gaat het over goed rioolgebruik en de verantwoordelijkheid van inwoners om het riool thuis goed te gebruiken. a. Wat wordt verstaan onder goed rioolgebruik?
b. Op welke manier gaan inwoners hier op gewezen worden?
5a. Huishoudelijke afvalwaterlozingen moeten voldoen aan algemene regels op grond van de Wet milieubeheer. b. Het punt zit in het veranderen van gedrag. Goed rioolgebruik is bijvoorbeeld geen vet en/of doekjes door de wc spoelen of het niet weggooien van hondenpoepzakje in de kolken. Een voorbeeld met informatie voor onze inwoners: https://www.rodi.nl/dijkenwaard/203693/gooi-geenverf-billendoekjes-of-vet-in-het-riool
c. Is er een verschil tussen goed rioolgebruik voor inwoners en industrie?
6. Blz. 34: In de tabellen van het gemeentelijk uitvoeringsprogramma zijn sommige bedragen verspreid tot 2027 en sommige maar in 1 jaar. Wat is de reden van het verschil hierin?
c. Reguliere lozingen vanuit bedrijven worden geregeld door middel van amvb’s (algemene maatregelen van bestuur) gebaseerd op de Wet milieubeheer of door middel van de Wmvergunning. Met uitzondering van lozingen van huishoudelijk afvalwater en afstromend hemelwater moeten alle lozingen (reguliere en incidentele) op de riolering voorafgaande aan de lozing bij het bevoegd gezag gemeld worden. Dit betekent dat de gemeente vooraf bekend moet zijn met deze lozingen. 6. De bedragen zijn verankerd aan de jaren volgens de verwachte uitvoeringsplanning. Soms is het werk in een jaar opgeleverd, soms is het sprake van een gefaseerde uitvoering.