CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvulling op beantwoording technische vragen LDW - Ondernemersfonds

Commissie de Binding 11 februari 2026, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Invoering ondernemersfonds Dijk en Waard - portefeuillehouder Ruiten1.969 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Algemeen Aan: Van: Datum: Zaaknummer: Onderwerp:

De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 22 januari 2026 00001202627 Technische vragen Ondernemersfonds

Aanleiding Mevrouw A. Kloosterboer en mevrouw C. Schuurman van fractie Lokaal Dijk en Waard hebben op 8 januari 2026 technische vragen gesteld over agendapunt 5.1 – Invoering ondernemersfonds Dijk en Waard. Tijdens de behandeling in de commissie van 13 januari 2026 is een verduidelijking gevraagd op de vragen 2a, 2c, 4a en 17. Deze vragen en antwoorden zijn in de beantwoording in blauw opgenomen. Toelichting van de vragensteller(s) Beantwoording Het college beantwoordt de gestelde vragen als volgt. Algemeen: In september 2023 heeft Ondernemend Dijk en Waard aan ons college verzocht om gezamenlijk een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren naar de invoering van een ondernemersfonds. Ondernemend Dijk en Waard ziet kansen om door middel van het ondernemersfonds de samenwerking tussen de ondernemers onderling en de samenwerking tussen ondernemers en gemeente te verbeteren. Hierdoor kan ook de positie in de regio worden versterkt. Op basis van de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek, het doorlopen proces en landelijke ervaringen met ondernemersfondsen in diverse Nederlandse gemeenten concludeert het onafhankelijke adviesbureau Stad &Co dat een ondernemersfonds voor Dijk en Waard van toegevoegde waarde kan zijn. Wij willen graag meewerken aan dit initiatief dat door en voor ondernemers wordt uitgevoerd, vandaar het raadsvoorstel.

Antwoorden 1. Gemeente is ook eigenaar van niet-woningen, dit gaat 111.000 euro kosten om de verplichte bijdrage te doen aan het Ondernemersfonds. a) Uit welk budget gaat dit betaald worden? b) Is dit geen ongeoorloofde Staatssteun? c) Hoe gaat de gemeente in alle 18 trekkingsgebieden evenredig en met kennis van de omgeving participeren? Antwoord: a) Omdat dit een verhoging betreft van de OZB wordt dit aangevraagd bij de Kadernota 2027. b) Nee, de gemeente moet net als de andere gebruikers niet-woningen meebetalen aan het ondernemersfonds.

c) Dit is niet in alle trekkingsgebieden noodzakelijk en krijgt vorm in het komende jaar. In 2026 wordt door de op te richten stichting bepaald hoe verder gewerkt kan worden aan samenwerkingsverbanden binnen trekkingsgebieden.

2. Ruim 3500 (in bijlage 2 zijn het er 3551) gebruikers van niet-woningen zijn aangeschreven. a) Hoeveel van die 3500 gebruikers zijn niet ondernemer of bedrijf, maar bijvoorbeeld gebruiker sportkantine, kinderboerderij, school, wijkcentrum, dorpshuis etc.? b) Is die categorie gebruiker goed duidelijk gemaakt waarom ze de aanschrijving kregen? Wat de gevolgen kunnen zijn? c) Hoe is de bijdrage geregeld bij gedeeld eigenaarschap, gemeente / vereniging? d) Kunnen wij de enquêtevraag ontvangen? Antwoord: a) In de tabel hieronder zijn de panden opgenomen die het kenmerk ‘maatschappelijk’ hebben in de WOZ administratie van Cocensus. Het is een heel diverse groep. Sommigen hiervan zijn vrijgesteld van betaling en andere hebben (deels) een commerciële inslag. Type Tehuizen Kinderboerderijen Kinderdagverblijven Basisonderwijs Voortgezet onderwijs Gemeente Wijk/buurtcentra Cultuur Sportterrein Sporthallen Clubhuizen Kantines Kerk Moskee

Brandweer/politie Gevangenis Sportcentra Uitvaart

Aantallen 2025 Opmerkingen 12 6 3 39 15 5 18 8 50 36 23 Ook commerciële inslag (horeca) 7 Ook commerciële inslag (horeca) 17 Vrijgesteld 1 Vrijgesteld

2 1 14 Commercieel 13 Commercieel

a) Behalve de openbare informatie die is gedeeld, is deze doelgroep niet specifiek aangeschreven. De (nog op te richten) stichting heeft daarin een belangrijke rol in 2026. b) Daar waar de vereniging of gemeente de OZB-aanslag ontvangt voor het gebruikersdeel nietwoningen zal dit ongewijzigd blijven ten opzichte van voorgaande jaren. Verder zullen we attent zijn op instellingen die deze extra kosten echt niet kunnen dragen. De omvang van die extra kosten zijn nog niet in beeld, maar zullen naar verwachting beperkt zijn. We zien voor veel maatschappelijke instellingen juist een kans om mee te spreken in hun eigen trekkingsgebied en verbindingen te leggen met ondernemers uit de omgeving. Ook daar kan de samenwerking nieuwe kansen bieden. Dat geldt natuurlijk ook voor de gemeente zelf waar

2

wij meespreken over de besteding van de gelden in de trekkingsgebieden waar we zelf gevestigd zijn. c) Ja, deze worden zo snel mogelijk nagezonden.

3. Van de slechts 100 reageerders: hoeveel bedrijven/ondernemingen waren dit en hoeveel nietbedrijven ondernemingen? Antwoord: Dit is niet duidelijk, omdat de enquête anoniem kon worden ingevuld.

4. Niet bebouwde bouwkavels (voor woningen en/of bedrijven) worden ook als niet- woning door Cocensus en dus gemeente aangeslagen. a) Hoeveel van die kavels zijn er in Dijk en Waard en in welke kernen gesitueerd? b) Waarom worden particulieren aangeslagen voor het ondernemersfonds? Antwoord: a) Er zijn 254 niet bebouwde bouwkavels in de gemeente. Het merendeel betreft bouwkavels voor woningen. In de onderste tabel is het aantal per kern in de gemeente opgenomen. Type Bouwgrond woning Bouwgrond niet-woning Totaal

Aantal 227 27 254

Kern Broek op Langedijk Heerhugowaard Noord-Scharwoude Oudkarspel Sint Pancras Zuid-Scharwoude Eindtotaal

Aantal 19 198 3 7 25 2 254

b) Particulieren met bouwgrond betalen niet mee aan het ondernemersfonds. Aangezien de bouwgrond alleen ‘klaar ligt’ in afwachting van vergunningen en start bouw is er geen sprake van gebruik en wordt de gebruikersheffing niet opgelegd.

5. In het raadsvoorstel wordt toegelicht dat de organisatie voor het Ondernemersfonds nog vorm krijgt. a) Wat wordt bedoeld met organisatie? b) Wanneer is er duidelijkheid over de organisatie? c) Wordt dit organisatievoorstel voorgelegd aan de raad of is dit collegebevoegdheid? Antwoord: a) Daarmee wordt bedoeld de nog op te richten stichting en de uitvoeringsorganisatie. Zie hiervoor ook bladzijde 17 van het haalbaarheidsonderzoek. b) Nadat er een raadsbesluit is genomen zal voor eind 2026 de organisatie zijn ingericht.

3

c) Nee, hier is geen bestuurlijke besluitvorming voor nodig. Het gaat hier om onder andere de oprichting van een stichting. Het sluiten van de uitvoeringsovereenkomst (die in concept is bijgevoegd bij het raadsvoorstel) is een collegebevoegdheid.

6. In het voorstel worden de trekkingsgebieden aangeduid, maar niet alleen met een trekkingsgerechtigde. a) Hoe wordt de trekkingsgerechtigde vastgesteld? b) Hoe wordt het opgelost als voor het trekkingsgebied als er geen trekkingsgerechtigde is? c) Wat is de zeggenschap van de trekkingsgebieden in de besluitvorming van de investeringen en realisatie van activiteiten vanuit het ondernemersfonds? Antwoord: a) Op bladzijde 19 van het haalbaarheidsonderzoek is aangegeven welke afspraken er zijn met betrekking tot trekkingsrecht. b) De uitvoeringsorganisatie heeft hierin de taak om samenwerking op te zetten, te initiëren en stimuleren. Dit is ook aangegeven op bladzijde 19 van het haalbaarheidsonderzoek. c) Elk trekkingsgebied doet een voorstel om vanuit het eigen budget voor het eigen gebied een onttrekking te doen uit het fonds. De stichting toetst vervolgens of dit bijdraagt aan de doelstelling van het ondernemersfonds.

7. Hoe is de verantwoording van het beheer van de ondernemersfondsgelden geborgd? Antwoord: Dit zal worden geborgd in de statuten van de stichting en wordt in de uitvoeringsovereenkomst tussen stichting en gemeente opgenomen. Op pagina 20 van het haalbaarheidsonderzoek staan de rol en verantwoordelijkheden beschreven. Wij zullen vanuit onze rol toetsen op redelijkheid en billijkheid.

8. Hoe vindt er afstemming plaats tussen de ondernemersfonds- en gemeentelijke initiatieven zodat er duurzaam omgegaan wordt met de investeringen en het blijft aansluiten bij de gemeentelijke doelstellingen? Antwoord: De gemeentelijke doelstellingen en doelstellingen van het ondernemersfonds zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. Een van deze doelstellingen is het bevorderen van een aantrekkelijk, duurzaam en toekomstbestendig vestigingsklimaat in de gemeente Dijk en Waard; Hoe hierover afstemming plaats gaat vinden krijgt vorm zodra de stichting is opgericht.

9. Is er een coördinator of contact vanuit de gemeente die overzicht heeft op de regionale subsidies en regionale initiatieven zodat er geen onnodige of niet doordachte en eenzijdige initiatieven worden gerealiseerd, terwijl regionale samenwerking en grenzeloos besturen meer oplevert en brengt? Antwoord: De samenwerking tussen gemeente en de stichting krijgt nog nadere invulling, Er is goed contact tussen Ondernemend Dijk en Waard en de gemeente over regionale initiatieven.

4

10. In de uitvoeringsovereenkomst ontbreekt punt 7 bij artikel 3. Is dit tekstuele onjuistheid of ontbreekt er tekst? Antwoord: Dit is een tekstuele onjuistheid en deze wordt hersteld in de volgende versie. 11. In de uitvoeringsbijeenkomst bij artikel 6 ontbreekt dat initiatieven ook in lijn zijn met het beleid en doelstellingen van de gemeente? Zou dat toegevoegd kunnen worden? Antwoord: De doelstellingen staan voor een groot deel al benoemd in artikel 2, maar deze suggestie kan toegevoegd worden in de overeenkomst. Omdat de stichting nog niet is opgericht benadrukken we dat het hierbij gaat om een concept waar ook de stichting wellicht nog wijzigingen in wil aanbrengen.

12. In de uitvoeringsovereenkomst wordt een 5-jaarlijkse evaluatie gepland, terwijl na de 1e 5 jaar ook verlenging van de inzet van het ondernemersfonds voor de komende 5 jaar wordt voorgelegd aan de raad. Dat betekent dat gedurende de evaluatieperiode de raad moet besluiten over verlenging van het ondernemersfonds. Wat wordt er van de raad verwacht? Antwoord: In de overeenkomst is aangegeven dat er eind 2030 een evaluatie wordt uitgevoerd. In het vijfde jaar zal aan de raad worden voorgelegd of het ondernemersfonds kan worden verlengd.

13. Bijlage 2: Hoeveel ondernemers/ondernemingen kent Dijk en Waard en hoeveel zijn er lid van Ondernemend Dijk en Waard? Antwoord: In de gemeente Dijk en Waard zijn 9.100 bedrijven gevestigd (bron: Lisa, 31 december 2024). Ondernemend Dijk en Waard heeft circa 450 leden. Circa 5% is dus lid van Ondernemend Dijk en Waard.

14. Bladzijde 18: hoe vinden ondernemers en alle andere niet-ondernemers in niet-woningen elkaar in belangen en inzet van trekkingsgebied budget? Antwoord: Het is aan de uitvoeringsorganisaties en aan de deelnemers in het trekkingsgebied zelf om hier vorm aan te geven.

15. Aanvragen moeten onderbouwd worden. Hoe kunnen vrijwilligersorganisaties zoals sportverenigingen, kinderboerderijen, die vaak al met vrijwilligers tekort kampen nog mensen vinden om onderbouwingen van hun zuur bijeengebrachte geld in het ondernemersfonds hier mensen voor vinden en leveren? Antwoord: De organisaties zoals u aangeeft worden onderdeel van een trekkingsgerechtigde organisatie, bijvoorbeeld een vereniging. Die trekkingsgerechtigde organisatie zorgt voor indiening en

5

onderbouwing. De inzet en kwaliteiten van de diverse deelnemers kan dus worden verdeeld en is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

16. Op bladzijde 22 lezen we dat er vanuit ondernemers input is opgehaald op diverse plekken (maar lang niet alle). Waar en wanneer en hoe zijn al die andere gebruikers van nietwoningen gevraagd om input? Antwoord: Zoals ook op pagina 22 van het haalbaarheidsonderzoek is aangegeven zijn diverse middelen gebruikt om iedereen zo goed mogelijk te bereiken en informeren: Per e-mail, via nieuwsbrieven, mondelinge toelichting door Stad & Co en gesprekken met een toelichting door Ondernemend Dijk en Waard

17. Op bladzijde 12 staat dat er rekening is gehouden met 6% leegstand. Echter wanneer een niet-woning leeg staat wordt de eigenaar van het onroerend goed geacht het zelf te gebruiken en betaalt hij of zij ook het gebruikerstarief. Kortom in onze gemeente wordt het gebruikersdeel van niet-woningen altijd betaald. Waarom dan budgettair rekening houden met leegstand? Antwoord: Bij leegstand wordt geen gebruikersheffing opgelegd. Ook niet aan de eigenaar. Twee dingen zijn daarbij relevant: het moment van leegstand en of de eigenaar gemeld heeft dat het pand leeg staat: - De situatie per 1 januari is daarvoor leidend. Als een pand alleen in januari gebruikt wordt en vanaf februari leeg staat, wordt er een aanslag gebruikersheffing voor het gehele jaar gestuurd. - Als een pand leeg staat, kunnen eigenaren dat melden. Cocensus stuurt naar eigenaren ‘huurinlichtingen-formulieren’ waarop de eigenaren leegstand per 1 januari kunnen melden. Cocensus controleert niet zelf op straat of een pand leeg staat. - Juridisch moet er wel nuance worden aangebracht in het begrip ‘gebruik’: De Hoge Raad legt het begrip ‘gebruik’ van een onroerende zaak uit als ‘het metterdaad bezigen ter bevrediging van de eigen behoeften. De maatstaf daarbij is dat er sprake is van (te verwachten) duurzaam gebruik.

Het gaat niet om het alleen maar beschikbaar houden van de onroerende zaak, maar de belastingplichtige moet er daadwerkelijk iets mee doen, waarbij ook het bewust leeg laten staan van de onroerende zaak als een vorm van gebruik wordt aangemerkt’.

Bijlagen Enquêtevragen

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=0c60199b-64c2-40c5-a444-cc9df185ed03