4. Natuurtoets Elrow Town 2023 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Natuurtoets
Elrow
Town
Toetsing onder de Wet natuurbescherming 18 april 2023
2023
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-VO1-pws-NL
Verantwoording Titel
Natuurtoets Elrow Town 2023
Opdrachtgever
Apenkooi Events B.V.
Projectleider
(geanonimiseerd) |
auteur
(geanonimiseerd) } (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) e
Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Aantal pagina's
29 (exclusief bijlagen)
Datum
18 april 2023
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW
bv
Handelskade
37
Postbus 133 7400 AC
Deventer
T+31570699911
E info.deventer@tauw.com
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Inhoud 1
Inleiding 11
Doel..
1.2
_ Wettelijk kader…
1.3 _ Te beschouwen natuurwet- en regelgeving …. 14
2
3
_
Kwaliteit
Huidige situatie, beoogde ontwikkeling en uitgangspunten.. 21
Huidige situatie …
22
_ Beoogde ontwikkeling .
23
_ Uitgangspunten werkzaamheden en toetsing …
NnoSO
_ Soortenbescherming … 31
_ Beschermingsregime en bepalingen…
32
Vrjstelingen…
33
Zorgplicht…
34
Werkwijze.
3.5
Literatuuronderzoek ….
36
_ Toetsing beschermde soorten. 361
4
11
Flora..
36.2
_ Grondgebonden zoogdieren …
363
_
14
Vleermuizen.
364
Vogels.
365
_ Amfibieën…
3.6.6
_
Vlinders…
36.7
_
Libellen en overige ongewervelde
Conclusies en aanbevelingen.… 41
_ Aanleiding en doel…
42
_ Relevante natuurwet- en regelgeving
43
_ Conclusies toetsing… 431
_ Natura 2000-gebieden
4.3.2
_ Soortenbescherming…
4.3.3
_ Provinciaal beschermde gebieden
…
27
…
…27 …27 ….
…27
329
& TAUW Kenmerk 5
Literatuur.
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
& TAUW Kenmerk
1
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft het doel van de toetsing, de relevante natuurwetgeving, de wijze van kwaliteitsborging en de te hanteren uitgangspunten voor de toetsing. 11
Doel
In opdracht van Apenkooi Events B.V. heeft TAUW onderzoek gedaan naar de consequenties van de geldende natuurwet- en regelgeving voor het houden van een festival in landelijk gebied.
De
ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving, of als de benodigde vergunningen worden afgegeven en/of ontheffingen kunnen worden verleend. In deze rapportage volgt het antwoord op de volgende vragen: ° _ Welke natuurwet- en regelgeving is van belang? « _ In hoeverre is de beoogde ontwikkeling (mogelijk) strijdig met de geldende natuurwet- en regelgeving? °
Zijn maatregelen en/of een vergunning/ontheffing/melding nodig?
«
Wat betekent dit voor de verdere planvorming en uitvoering?
1.2
Wettelijk kader
De Wet natuurbescherming (hierna:
‘Wnb’) is het wettelijke stelsel voor bescherming van Natura
2000-gebieden, soorten (flora en fauna) en houtopstanden. Het beschermingsregime gaat uit van het 'nee, tenzij-principe'.
Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb altijd
gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan.
Gedeputeerde Staten (GS)
van de provincie Noord-Holland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning of ontheffing.
Provinciale Staten (PS) van de provincie Noord-Holland
kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van verbodsbepalingen met betrekking tot beschermde soorten. Naast de Wnb geldt vanuit provinciale ruimtelijke beleidsregels ook regelgeving met betrekking tot beschermde gebieden zoals het Natuurnetwerk Nederland (hierna:
1.3
Te beschouwen
'NNN').
natuurwet- en regelgeving
Natura 2000-gebieden De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Schoorlse Duinen’ is circa 3,5 kilometer. Verstoringsfactoren zoals geluid, licht en optische verstoring van op- en afbouw van het festival en van het festival zelf zorgen vanwege de afstand en kleinschalige aard van de werkzaamheden met zekerheid niet tot negatieve effecten in Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten door stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitattypen (op circa 3,5 kilometer afstand) worden niet verwacht.
Alleen een toetsing met AERIUS kan hier uitsluitsel over geven.
Het bevoegd
gezag kan hier om vragen.
sr29
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Provinciaal beschermde gebieden Natuurnetwerk
Nederland
Veel natuurgebieden in Nederland zijn beschermd onder het NNN.
Het NNN omvat bestaande en
nieuw aan te leggen natuurgebieden met als doel deze beter met elkaaren het omliggende gebied te verbinden.
Provincies zijn verantwoordelijk voor het aanwijzen van de gebieden.
plangebied maakt geen dee! uit van het NNN.
Het
Een toetsing van de effecten op het NNN van
ontwikkelingen die daarbuiten plaatsvinden (externe werking) is in provincie Noord-Holland niet van toepassing (provincie Noord-Holland, 2016). Toetsing van die effecten op het NNN is daarom niet noodzakelijk. Noord-Holland
In de provincie Noord-Holland zijn naast het NNN ook gebieden aangeduid en beschermd als Bijzonder Provinciale Landschappen of Natuurbeheerplan. Het plangebied maakt geen dee! uit van deze gebieden.
Voor deze gebieden is verder ook geen onderzoek nodig naar externe
werking. Houtopstanden Bomenrijen langer dan 20 bomen en houtopstanden groter dan 10 are zijn beschermd, met enkele uitzonderingen. Dit heeft als doel het totale bosoppervlak in Nederland te behouden.
Toetsing van
eventuele effecten op beschermde houtopstanden is niet aan de orde, omdat er geen bomen worden gekapt. Beschermde
soorten
Onder de Wnb zijn diverse planten- en diersoorten specifiek beschermd en voor alle soorten geldt dat negatieve effecten zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. Vanwege het mogelijk voorkomen van (beschermde) flora en fauna in en nabij het plangebied is een toetsing van eventuele effecten op beschermde soorten noodzakelijk. 14
_
Kwaliteit
TAUW garandeert dat alle relevante beschermde gebieden en houtopstanden bij het ecologisch onderzoek zijn betrokken. Voor soortenbescherming s geen volledige zekerheid te geven over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten.
Dat komt doordat beschermde soorten soms in heel
kleine aantallen voorkomen en in sommige jaren zelfs afwezig kunnen zijn. Door inzet van deskundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd.
Mede daarom is TAUW
aangesloten bij het Netwerk
Groene Bureaus, een samenwerkingsverband van adviesbureaus die ecologisch advies geven en ecologisch onderzoek verrichten.
629
& TAUW Kenmerk 2
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Huidige situatie, beoogde ontwikkeling en uitgangspunten
Dit hoofdstuk beschrijft de h
jge situatie, het voorgenomen plan en de uit te voeren
werkzaamheden.
21
Huidige situatie
Figuur 2.1 toont de ligging van het plangebied. Het gaat om het gebied rondom de Wagenweg in Oudkarspel, in de provincie Noord-Holland. Figuur 2.2 geeft een sfeerimpressie van het gebied. Het plangebied bestaat uit een aantal weilanden. Om deze weilanden liggen verschillende watergangen en bosschages met veel braamstruweel. Aan de noordkant bevindt zich een grotere bosschage met twee vervallen schuurtjes en grenst het plangebied aan de provinciale weg N504. Aan de westkant loopt het Noord-Hollands kanaal, welke aan weerzijden wordt begrenst door de provinciale wegen N504 en N9. Nog verder naar het westen begint het duingebied 'Schoorlse duinen’ en liggen verschillende vakantieparken.
Figuur 2.1 Ligging van het plangebied (globaal begrensd)
729
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Figuur 2.2 Impressie van het plangebied
22
Beoogde ontwikkeling
Figuren 2.3, 2.4 en 2.5 geven de beoogde ontwikkeling weer.
Het gaat om het houden van het
(geanonimise rd) festival Elrow Town Holland 2023 op het festivalterrein Geestmerambacht aan de Wagenweg I te Oudkarspel, in de provincie Noord-Holland. In tabel 2.1 zijn de uitgangspunten voor het festival beschreven.
Tabel 2.1
Uitgangspunten
voor Elrow
Town
Holland 2023
Datum festival
2 september 2023
Startdatum opbouw
24 augustus 2023
Einddatum afbouw
7 september 2023
Tijden festival
12:00 — 00:00 uur
Vuurwerk? Lichtshows?
Nee Nee
Aantal beoogde bezoekers
28.000
Activiteiten buiten het festivalterrein?
Alleen de parkeerplaats
829
$ TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Figuur 2.4 Detailkaart van het festivalterrein
$ TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
* .
Ti
Figuur 2.5 Overzichtskaart van de parkeerplaatsen in het plangebied
23
Uitgangspunten werkzaamheden
en toetsing
De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij de toetsing in dit rapport:
* _ Kap van bomen en struiken is geen onderdeel van de werkzaamheden * _ De sloop of renovatie van woningen is geen onderdee! van de werkzaamheden « _ Het vergraven of dempen van oppervlaktewater is geen onderdeel van de werkzaamheden
10129
& TAUW Kenmerk 3
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Soortenbescherming
Dit hoofdstuk beschrijft of het voorgenomen plan of project negatieve effecten heeft op beschermde flora en fauna en of vervolgstappen nodig zijn.
31
_ Beschermingsregime en bepalingen
Het onderdeel soortenbescherming onder de Wnb heeft bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten.
Het gaat onder meer om soorten die
in Nederland, maar soms ook in Europa n hun voortbestaan worden bedreigd. De Wnb kent 3 beschermingsregimes: *
Vogels:
Het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied.
Ze zijn
Europees beschermd via de Vogerichtljn ° _ Dieren en planten: Het gaat hier om inheemse dieren en planten, die zijn Europees beschermd via de Habitatrichtlijn en/of de verdragen van Bern en Bonn . _ Nationale soorten: Het gaat hier om soorten, die niet onder de reikwijdte van de Vogel of Habitatrichtljn of de verdragen van Bern en Bonn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd
Per beschermingsregime geldt een aantal verbodsbepalingen. van de verbodspalingen.
Tabel 3.1 geeft een samenvatting
Ze voorzien in de bescherming van verblijfplaatsen en de bescherming
tegen verstorende invloeden. Gedeputeerde Staten van provincie Noord-Holland kan een ontheffing verlenen van de verboden zoals benoemd in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. Dit kan alleen wanneer er sprake is van een geldend wettelijk belang, er geen reële alternatieven zijn en er geen effect is op de staat van instandhouding beschermde soorten.
32
Vrijstellingen
In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren landelijk beschermd onder de categorie 'Nationale soorten’, zoals gewone pad, bruine kikker en konijn. Gedeputeerde Staten van provincie Noord-Holland heeft bij verordening deze soorten ‘vrijgesteld’ van de ontheffingsplicht (provincie Noord-Holland, 2016).
Dit betekent dat voor deze soorten geen
ontheffing nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud.
Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht (zie paragraaf 3.3).
Voor tijdelijke
activiteiten zoals festivals geldt deze vrijstelling echter niet. Dit betekent dat in deze toetsing ook vrijgestelde soorten zijn meegenomen.
1129
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Tabel 3.1 Verbodsbepalingen soortenbeschenming onderde Wnb.
VR = Vogelrichtlijn, HR = Habitatrichtijn.
Cijfers
verwijzen naar de wetsartkelen
Beschermingsregime
Vogels-VR
Verbodsbepaling
/ Dieren-HR/
_
Bonn/Bern
Planten-
HR/
Dieren -
Planten -
naal | nationaal
EN
Dieren of planten:
Doden of vangen
344
Storenverstoren
3.1.4 (enzij
351
31014
3.15)
Plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen Onder
355
3.10.1c
of vernielen
zich hebben
of vervoeren
326
362
362
Plaatsen:
Verielen, beschadigen of wegnemen
312
nesten
Beschadigen of vernielen rust-
354
3.10.1b
of voortplantingsplaatsen Eieren:
Vermielen (VR: en beschadigen)
312
353
Rapen
313
353
Onder
3.3
zich hebben
313
_ Zorgplicht
De zorgplicht (Wnb, artikel 1.11) houdt in dat handelingen, die nadelige gevolgen kunnen hebben
voor in het wild levende dieren en planten achterwege worden gelaten. De initiatiefnemer neemt de noodzakelijke maatregelen om negatieve gevolgen te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken/ongedaan te maken. Het betreft alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht
dient onder meer als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt.
34
_ Werkwijze
De mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten is bepaald aan de hand van de volgende gegevens:
« _ Regionale en landelijke verspreidingsatlassen en -data «
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), geraadpleegd op 10 maart 2023
«
De
°
Een oriënterend veldbezoek op 16 maart 2023
Ecoviewer
van
TAUW
De ecoloog controleert tijdens het oriënterende veldbezoek of de locatie voldoet aan eisen die
soorten aan hun leefomgeving stellen. Ook kijkt de ecoloog naar aanwijzingen van de aanwezigheid (zichtwaarnemingen en sporen van terreingebruik, zoals holen, uitwerpselen, haren, prooi- of voedselresten).
12129
& TAUW Kenmerk 3.5
_
R001-1290314RJG-V01-pws-NL Literatuuronderzoek
Tabel 3.2 geeft een overzicht van alle beschermde soorten die op basis van verspreidingsgegevens en biotoop mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomen Op basis van de afwezigheid van grote aaneengesloten bosschages, heide, duingebied en andere grote natuurterreinen in en nabij het plangebied worden de aanwezigheid van en negatieve effecten op de volgende soort(groep)en op voorhand uitgesloten: damhert en reptielen. Doordat er geen werkzaamheden plaatsvinden aan (oevers van) watergangen kunnen effecten op vissen ook worden uitgesloten. Deze soort(groep)en worden om die reden niet verder behandeld n deze rapportage. Tabel 3.2 Beschermde soorten die op basis van verspreidingsgegeven en habitat mogelijk in (de omgeving van) het langebied
voorkomen
Soortgroep
Mogelijk aanwezige beschermde soorten
Flora
Blauw guichelheil, glad biggenkruid, groot spiegelklokje, grote leeuwenklauw,
stofzaad, wilde ridderspoor, wilde weit Grondgebonden zoogdieren
‘Boommarter, bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsm
‚ eekhoom, egel, gewone
bosspitsmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, noordse woelmuis, ree, rosse
woelmuis, steenmarter, veldmuis, vos, waterspitsmuis, wezel, woelrat Vleermuizen
Baardvieermi
franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis,
kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige
dwergvleermuis, tweekleurige vieermuis, watervieermuis Vogels - jaarrond
Boomvalk,
beschermde
sperwer, steenuil, wespendief
nesten
buizerd, gierzwaluw, havik, huismus, kerkuil, ransuil, roek, slechtvalk,
Vogels - jaarrond
Blauwe
beschermd:
roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht,
afhankelijk
reiger, boerenzwaluw, boomklever, boomkruiper, bosuil, ekster, gekraagde
van ecologische
huiszwaluw, isvogel, kleine bonte specht, koolmees, oeverzwaluw,
factoren
spreeuw, torenvalk, zwarte kraaïí, zwarte roodstaart
Vogels — in gebruik
Algemene vogels als merel en roodborst
pimpelmees,
raaf,
zijnde nesten Amfibieën
Meerkikker, rugstreeppad, algemene soorten als gewone pad en kleine watersalamander
Viinders
Aardbeivinder, bruine eikenpage, duinparelmoervlinder, grote vos
Libellen
Geviekte witsnuitlibel, sierlijke witsnuitibel
Overige ongewervelden
Platte schijfhoren
3.6
_ Toetsing beschermde soorten
In de volgende paragrafen zijn de effecten van de beoogde ontwikkeling op de in tabe! 3.2 genoemde soorten beschreven.
1929
& TAUW Kenmerk 3.6.1
R001-1290314RJG-V01-pws-NL Flora
Blauw guichelheil, glad biggenkruid, groot spiegelklokje, grote leeuwenklauw, wilde ridderspoor en wilde ruit komen voor op zonnige, open plaatsen in weilanden, op akkers en ruderale plaatsen, langs wegbermen en op andere open plekken. Stofzaad komt ook voor op zonnige, open plekken, maar dan in bossen en in duingebieden. gebruikte agrarische percelen voorkomen.
Het betreft zeer zeldzame soorten die niet in intensief Gelet hierop kan het voorkomen van beschermde flora
worden uitgesloten. Negatieve effecten op flora zijn daarom uitgesloten. Maatregelen zijn niet nodig. 3.6.2
Grondgebonden
zoogdieren
Alle beschermde grondgebonden zoogdieren die mogelijk in het plangebied voorkomen zijn beschermd onder artikel 3.10 van de Wnb. Dit houdt in dat er geen verbod rust op verstoring van individuen van deze soorten. Wel is het aantasten van verblijfplaatsen en daarvoor essentieel leefgebied verboden.
Aangenomen wordt dat de aanwezige zoogdieren door de hoge
gebruiksdruk in enige mate gewend zijn aan aanwezigheid, beweging en geluid van mensen en voertuigen.
Vossen, boommarters en bunzingen leven vooral in bossen,
waar zij hun verblijfplaatsen hebben
in konijnen-, vossen- en dassenholen, boomholten, tussen boomwortels of onder takkenbossen. Steenmarters leven vooral in bebouwing waar zij hun verblijfplaatsen hebben op zolders of achter gevelbetimmeringen. Steenmarters kunnen echter ook verblijven in struweel of takkenhopen, en boommarter kunnen soms voorkomen in bebouwing.
Bij het veldbezoek zijn aan de noordkant van
het plangebied twee vervallen schuren aangetroffen met mogelijke verblijfplaatsen voor steen- of boommarter (zie figuur 3.1). Daaraast zijn verschillende braamstruwelen aangetroffen aan de noordkant en de westkant van het plangebied (zie figuur 3.2). Zodoende is er voldoende beschutting en ruimte voor steen- en boommarter, bunzing, wezel en hermelijn.
Daarnaast bieden
de bosschages en struwelen rondom het plangebied genoeg leefruimte voor allerlei (spits)muizen, woelratten en egels.
Deze elementen worden niet aangetast door de festiviteiten waardoor fysieke
aantasting is uitgesloten. Het plangebied zelf dient als foerageergebied voor hazen en konijnen en er zijn overal muizenholletjes aanwezig in de oevers van de watergangen.
Tijdens het veldbezoek zijn
meermaals drie of vier hazen waargenomen in verschillende velden binnen het plangebied. Ook zijn hazen aangetroffen in de bosschage ten noorden van het plangebied. Voor hazen en konijnen is genoeg altematief foerageergebied aanwezig rondom het plangebied in de vorm van open velden, bosschages en struwelen. Verblijfplaatsen van hazen kunnen aanwezig zijn in de weilanden in het plangebied, maar ook in struweel, ruigtes en bosschages aan de rand van het plangebied.
De paartjd van hazen loopt van februari tot in augustus/september.
Om precies te
weten waar nest- en verblijfplaatsen van hazen zich precies bevinden is een controle nodig naar aanwezige hazenlegers. De aanwezige holetjes in de oevers van watergangen worden niet aangetast door de werkzaamheden
1429
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Tijdens de broedvogelcontrole zal ook goed worden gekeken naar hazenlegers en andere verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdieren in en rondom de velden in het plangebied. Wanneer deze worden aangetroffen worden gepaste maatregelen genomen om deze verblijfplaatsen te ontzien bijvoorbeeld door het op voldoende afstand plaatsen van hekken. Omdat de meeste velden door sloten zijn afgescheiden van struweel en bosschages is het voor deze bosschages niet nodig om ze af te zetten met hekken. Onderzoek naar verblijfplaatsen is hier dan ook niet nodig
Figuur 3.1 Schuren met voor marters geschikte ruimtes aan de noordkant van het plangebied
Figuur 3.2 Voor marters, egels en andere zoogdieren geschikte braamstruwelen aan de noord- (lnks) en westkant (rechts) van het plangebied 3.6.3
Vleermuizen
Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld.
Er zijn drie typen leefgebied van vleermuizen te onderscheiden,
namelijk: verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes. Deze worden hieronder per type leefgebied beschreven.
Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn te allen tijde wettelijk beschermd.
Indien foerageergebied en/of vliegroutes een essentieel onderdeel van het eefgebied van vleermuizen vormen, zijn deze functies eveneens wettelijk beschermd. Er wordt daarom onderscheid gemaakt in essentiële foerageergebieden en vliegroutes en niet-essentiële foerageergebieden en vliegroutes.
18129
& TAUW Kenmerk 36.3.1
R001-1290314RJG-V01-pws-NL _
Verblijfplaatsen
Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich, afhankelijk van de soort, in woningen, allerlei andere bouwwerken zoals kerken, kantoorpanden en bunkers, in grotten, in boomholtes of achter schors en in kieren van bomen. Globaal kan daarbij onderscheid gemaakt worden tussen in gebouwen verblijvende vleermuissoorten en in bomen verblijvende vleermuissoorten.
Omdat
vleermuizen een duidelijke jaarcyclus kennen, maken we onderscheid tussen verschillende typen verblijfplaatsen, namelijk zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen. Fysieke aantasting In het plangebied zijn dergelijke verblijfplaatsen niet aanwezig. Rondom het plangebied wel, namelijk achter loshangende schors van bomen en in twee vervallen schuurtjes in de bosschage aan de noordkant van het plangebied (zie figuur 3.3 en 3.4). Het hele plangebied en omgeving zijn geïnspecteerd op mogelijke verblijfplaatsen. Dit betrof echter geen volledige inventarisatie van holtes, mogelijk zijn geschikte verblijfplaatsen gemist. Om ervoor te zorgen dat eventueel gemiste verblifplaatsen niet worden verstoord dienen aanwezige bomen in en rond het plangebied niet directte worden aangelicht tijdens het festival en tijdens de op- en afbouw.
Figuur 3.3 Schuurtjes met geschikte verblifplaatsen voor vleermuizen ten noorden van het plangebied
1629
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Figuur 3.4 Bomen met loshangende schors, geschikt voor vleermuizen
Effecten door verlichting In de omgeving van het plangebied zijn geschikte holtes en openingen aangetroffen in enkele bomen en in twee schuurtjes (zie figuur 3.3 en 3.4). Verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen hier daarom niet worden uitgesloten. Effecten op deze verblijfplaatsen kunnen worden voorkomen door de bebouwing en bomen niet direct aan te lichten, dat geldt ook voor bebouwing en bomen in
en rond het plangebied. Effecten als gevolg van licht zijn op deze manier uitgesloten. Effecten door geluid Het festivalgeluid kan vleermuizen in hun verblijfplaatsen binnen het plangebied niet verstoren Alleen luid ultrasoon geluid (geluid >20 kH) kan vleermuizen uit verblijfplaats verjagen (Zeale et al., 2016). Tijdens het festival is er geen ultrasoon geluid en dit type geluid weerkaatst bovendien van hout en steen af zodat het niet in de verblijfplaatsen van vleermuizen kan binnendringen.
De
verblijfplaatsen van vleermuizen worden daarom niet verstoord door het festivalgeluid. Al deze mogelijke verblijfplaatsen worden niet aangetast door de werkzaamheden. Om ervoor te zorgen dat geen verstoring plaatsvindt van verblijfplaatsen mogen aanwezige bebouwing, bomen, struweel en ander groen 3.6.3.1
_
niet worden aangelicht tijdens de festiviteiten.
Vliegroutes en foerageergebieden
Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn onder andere groen- of waterstructuren zoals struweel, bomenrijen, andere opgaande begroeiing, randen van bebouwing en watergangen Fysieke aantasting In en in de omgeving van het plangebied kunnen aanwezige bomen en (braam)struweel dienen als vliegroute of foerageergebied voor vleermuizen. Er vindt door de festivals echter geen fysieke aantasting plaats van deze groenstructuren. Fysieke aantasting van vliegroutes en foerageergebieden is daardoor uitgesloten.
17129
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Effecten door licht
Sommige vleermuissoorten zijn gevoelig voor verlichting.
Daardoor kunnen deze soorten door
verlichting worden verstoord. Andere soorten worden juist door verlichting aangetrokken (door de insecten die afkomen op het licht). Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn bijvoorbeeld vleermuissoorten die (ook) in de nabijheid van straatverlichting jagen. De tijd dat er extra verlichting op en rond het terrein is, is beperkt tot enkele uren.
In de omgeving
van het plangebied blift te allen tjde voldoende foerageergebied beschikbaar waar vieermuizen terecht kunnen in de korte perioden waarin verstoring plaatsvindt. In de omgeving van het plangebied zijn namelijk watergangen, bomen en groen aanwezig die kunnen dienen als foerageergebied.
Daarnaast is genoeg alternatieve bebouwing aanwezig die voor vleermuizen kan
dienen als vliegroute. Door verlichting niet op bebouwing, bomen en struweel te richten, en naar beneden schijnende armaturen te gebruiken op het festivalterrein, wordt de uitstraling van verlichting op foerageergebieden en vliegroutes beperkt. Wanneer de maatregelen gevolgd worden, zijn negatieve effecten van verlichting op foerageergebieden en vliegroutes uitgesloten.
Ook doordat
er genoeg alternatief foerageergebied aanwezig is in de omgeving van het plangebied en omdat de verstoring is beperkt tot enkele uren. Effecten door geluid Er zijn diverse vleermuisonderzoeken uitgevoerd om de geluidseffecten van het festival Airforce in Enschede op vleermuizen te onderzoeken (Wisgerhof et al., 2017; Reimerink et al., 2017; Lubbers & Marchal, 2017; Janssen et al.2017). Uit deze onderzoeken blijkt dat negatieve effecten van geluid van evenementen alleen zijn te verwachten wanneerde frequentie van het festivalgeluid samenvalt met de frequenties die vleermuizen goed kunnen horen.
Frequenties hoger dan 10 kHz
doven na enkele honderden meters uit. De frequenties van 20 KH en hoger zijn binnen enkele tientallen meters al uitgedoofd Gelet op het voorgaande heeft festivalgeluid maar een beperkte invloedsfeer voor vleermuizen. Er is namelijk horen.
maar weinig overlap met festivalgeluid en de frequenties die vleermuizen kunnen
Bovendien doven deze hogere frequenties (relevant voor vleermuizen) relatief snel uit.
Zelfs al heeft festivalgeluid dergelijke (voor de mens veelal onhoorbare) frequenties dan zijn deze alleen plaatselijk hoorbaar voor de vieermuizen. Dat het geluid hoorbaar is, wil nog niet zeggen dat vleermuizen daardoor verstoord worden.
Vleermuizen jagen en vliegen immers regelmatig in
groepen, waarbij ze elkaars roepen kunnen horen. Gelet op het tjdelijk en plaatselijke invloed door geluid en het relatief grote leefgebied van vleermuizen wordt een blijvend effect door festivalgeluid niet verwacht.
Geletop het voorgaande worden geen effecten op de vleermuizen in
het plangebied verwacht.
1829
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
3.6.4
Vogels
3.6.4.1
_
Vogels - jaarrond beschermde nesten
De nesten van deze vogelsoorten zijn het hele jaar beschermd, evenals de functionele leefomgeving rondom het nest. Opbouw en festival zullen eind augustus/begin september plaatsvinden. Voor veel van deze soorten zullen daarom geen broedgevallen meer in het plangebied aanwezig zijn. Boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, sperwer, torenvalk en wespendief broeden in grote nesten in bomen. Dit kunnen zelf gemaakte nesten zijn of oude nesten van ekster of zwarte kraai betreffen.
Van geen van deze vogels zijn geschikte nesten aangetroffen in of rond het plangebied
Aanwezigheid van en effecten op boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, sperwer en wespendief zijn daarom uitgesloten. Omdat de bomen nog geen bladeren hadden was goed te controleren of en waar mogelijke nesten zich bevonden.
Om ervoor ze zorgen dat er geen vogels aan het
broeden zijn tijdens (de opbouw van) het festival zal voorafgaand aan het festival nog een broedvogelcontrole plaatsvinden naar broedende vogels. Slechtvalken broeden n hoogbouw, vanaf waar ze uitkijken over de gehele omgeving. Vanaf hun nest hoog in een kerk, flatgebouw of wolkenkrabber kunnen ze gemakkelijk jagen op voorbijvliegende vogels.
Dergelijke hoogbouw is niet aanwezig in het plangebied.
Aanwezigheid
van en effecten op slechtvalk zijn daarom uitgesloten. Gierzwaluwen spenderen bijna hun hele leven in de lucht. De soort komt alleen naar beneden om te broeden. Dit doen ze onder daken van bebouwing. Huismussen broeden ook onder daken van bebouwing, waar ze zich nestelen onder de dakpannen. Door het ontbreken van geschikte bebouwing kan het voorkomen van gierzwaluw en huismus worden uitgesloten Kerkuil en steenuil broeden vooral in landelijk gebied, waar ze verblijfplaatsen hebben in schuren en zoiders van bebouwing.
Deze zijn alleen te vinden in 6&n van de twee schuurtjes ten noorden
van het plangebied (zie figuur 3.5). Deze schuur is geschikt voor steenuil, niet voor kerkuil. Wel kan kerkuil in plangebied foerageren. van het plangebied.
Van kerkuil zijn veel waarnemingen bekend uit de omgeving
Van steenuil zijn twee waarnemingen bekend uit het plangebied:
van het plangebied, langs de N504, en bij een woning langs de Veertweg.
ten noorden
Verblijfplaatsen in het
plangebied zijn niet bekend. Effecten op nestplaatsen zijn daarom uitgesloten. Effecten op essentieel foerageergebied kunnen worden uitgesloten door de aanwezigheid van genoeg alteratief foerageergebied in de omgeving van het plangebied en doordat het festival niet 's nachts plaatsvindt.
19129
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Figuur 3.5 Schuurtje met geschikte openingen voor steenuil in de bosschage ten noorden van het plangebied
Blauwe reigers broeden in kolonies in groe bomen, meestal op een eiland. Boerenzwaluw en huiszwaluw broeden in boerderijen, schuren, huizen, stallen en op bedrijventerreinen in landelijk
gebied. Alle drie de soorten komen veelvuldig voor in de omgeving van het plangebied. Voor blauwe reiger zijn geen geschikte nestplaatsen aangetroffen in het plangebied. Door het ontbreken van geschikte bebouwing in en rond het plangebied kan het voorkomen van
boerenzwaluw en huiszwaluw ook worden uitgesloten. Wel kunnen deze soorten in het plangebied foerageren.
Er is echter genoeg alternatief foerageergebied aanwezig in de omgeving van het
plangebied om dit te compenseren. Effecten op boerenzwaluw, huiszwaluw en blauwe reiger zijn daarom uitgesloten. Bosuilen broeden in holtes en spleten in bomen in bosschages en landelijk gebied. IJsvogels
broeden in steile oevers langs helder water, met genoeg vis om te kunnen overleven. Oeverzwaluwen nestelen in steilwanden van natuurlijke oevers of, veel vaker, afgravingen, gronddepots of andere gevolgen van menselijke bedrijvigheid. Voor bosuil, oeverzwaluw en ijsvogel zijn geen geschikte nestplaatsen aangetroffen.
Bosuil, oeverzwaluw en ijsvogel kunnen
wel n en rond het plangebied foerageren. Door de aanwezigheid van genoeg alternatief foerageergebied in de omgeving van het plangebied kunnen effecten op beide soorten toch worden uitgesloten.
Soorten als boomklever, boomkruiper, ekster, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, koolmees, pimpelmees,
spreeuw, zwarte kraai en zwarte roodstaart kunnen
nestelen in de bosschages en struwelen rondom het plangebied (zie figuur 3.6). Ook is een geschikte nestkast voor broedvogels aangetroffen in de bosschage ten noorden van het plangebied (zie figuur 3.7). In dezelfde bosschage zijn ook twee bomen aangetroffen met geschikte holtes voor spechten (zie figuur 3.8) en zijn roepende boomklevers, grote bonte spechten en groene spechten gehoord. De bosschages, struwelen en nestkast worden niet aangetast door het festival. Daarnaast broeden deze vogels van februari tot begin augustus. Omdat de opbouw van het festival eind augustus plaatsvindt worden broedende vogels van deze soorten niet verwacht. Een broedvogelcontrole voor aanvang van het festival is specifiek voor deze soorten dan ook niet nodig.
2029
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Figuur 3.6 Geschikte nestplaatsen voor allerlei vogels in bosschages en struweel rondom het plangebied
Figuur 3.7 Geschikte nestkast voor allerlei vogels als koolmees, pimpelmees en grauwe vliegenvanger ten noorden van het plangebied
2129
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Figuur 3.8 Geschikte nestplaatsen voor spechten in bomen ten noorden van het plangebied
3642
__
Vogels — in gebruik zijnde nesten
De nesten van alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd wanneer ze als broedlocatie in gebruik
zijn. Bij het veldbezoek zijn algemene soorten als roodborst en houtduif waargenomen. Deze soorten broeden in bomen en struiken. Ook zijn geschikte nestplaatsen als nestkasten en boomholtes aangetroffen. Verder zijn alle velden en watergangen ook geschikt als broedplaats voor verschillende weide- en watervogels. Het is daarom niet uitgesloten dat vogels in en rond het plangebied aan het broeden zijn tijdens het festival. Omdat festival en opbouw plaatsvinden rond eind augustus/september worden niet veel broedgevallen verwacht.
De meeste vogels zijn in deze
periode namelijk al uitgebroed. Om eventuele late broedgevallen te kunnen ontzien zal voor aanvang van de opbouwwerkzaamheden een broedvogelcontrole worden uitgevoerd. Effecten door geluid op vogels Een overtreding van de wet treedt alleen op als er een blijvend effect wordt veroorzaakt, zoals het permanent verlaten van het nest. Het langdurig verlaten van het nest met de dood van jongen of het niet uitkomen van eieren beschouwen we ook als een blijvend effect (zie paragraaf 3.1). Zowel geluidsfrequenties (in Herz Hz of kiloHerz (kHz) als geluidssterkte (decibels dB) is van invloed op de reactie van broedende vogels. Volgens Beason (2004) zijn vogelsoorten het meest gevoelig voor geluiden tussen de 1 en 4 kHz, hoewe! ze ook lagere en hogere frequenties kunnen horen. Uitrasoon geluid (boven de 20 KHz) kunnen vogels niet horen. De meeste soorten kunnen ook geen infrasoon geluid (onder de 20 Hz) horen, met uitzondering van duiven. Vogels kunnen in het algemeen ook binnen de 1 en 4 kHz maar half zo goed horen als mensen. Uit de literatuur blijkt dat broedende vogels zelden hun nest verlaten door geluidverstoring. Brown
(1990) heeft het geluid van vliegtuigen (frequenties tussen de 30 Hz en 8000 Hz) onderzocht bij broedkolonies van sterns die niet gewend waren aan vliegtuigen. Hieruit bleek dat de vogels bij geluidssterkte tussen 65 en 90 dB wel reageerden op het geluid maar de reactie bestond uit het
kijken in de richting van de geluidsbron. Schrik- of vluchtreacties werden pas bij de hogere geluidssterkte waargenomen
(significant meer schrik- en vluchtreacties boven de 90 dB). Echter,
ook bij deze hogere geluidssterkte bleef meer dan 80 % van de broedkolonie op het nest zitten.
2229
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
De vogels de vluchtten kwamen ook weer terug op het nest. Delaney et al. (2011) en Pater et al. (1999, 2001) onderzochten de reacties van broedende spechten op geluiden van miliaire acties (schieten, helikopters, granaten).
Pas bij geluidssterktes van 79 dB tot 103 dB werd waargenomen
dat enkele spechten het nest verlieten. Deze spechten keerden relatief snel weer terug naar het nest en er was geen effect op broedsucces. Uit verschillende monitoringen tijdens vergelijkbare festivals in vergelijkbare gebieden met vergelijkbare soorten, is vastgesteld dat geluid niet heeft geleid tot verstoring.
Broedende vogels,
met soms een nest op slechts een tiental meter van het hoofdpodium, bleven broeden of hun jongen verzorgen tijdens het festival. Gelet op het voorgaande en op het lokale en tjdelijke karakter worden blijvende effecten door festivalgeluid niet verwacht. broedvogels noch op jaarrond beschermde nesten.
Niet op algemene
Gelet op het voorgaande wordt niet verwacht
dat het festivalgeluid leidt tot permanente effecten op broedende vogels of jaarrond beschermde nesten
Menselijke aanwezigheid en vogels Het festival vindt plaats in een recreatiegebied waar dagelijks mensen aanwezig zijn. Op de grasvelden worden daarom geen broedende vogels verwacht. Mogelijke broedlocaties betreffen de groenstroken, bomen en bebouwing in en rond het plangebied. Elk jaar is daarom een broedvogelcontrole nodig enkele dagen voorafgaand aan het festival. Op basis van de broedvogelcontrole worden gepaste maatregelen genomen om gevoelige locaties te ontzien. Geschikte maatregelen verschillen per situatie. Voor een vogelnest hoog in een boom zijn andere maatregelen nodig dan voor een nest op de grond.
Voorbeelden van maatregelen zijn het
plaatsen van (zichtdichte) hekken, niet direct aanlichten van boomkronen en het niet plaatsen van foodtrucks met rookontwikkeling onder bomen. Effecten door licht op vogels In hoeverre licht ook blijvende effecten op dieren kan hebben is slecht bekend. Uit onderzoek naar de effecten van wegverlichting boven autosnelwegen blijkt dat in een zone langs een verlicht gedeelte van een snelweg de dichtheid van het aantal broedparen van weidevogels afnam. Op grotere afstand van de lichtbron was juist sprake van een vergrote dichtheid van broedparen (de Molenaar, 2003).
Het onderzoek toont aan dat icht effecten op vogels kan hebben, waarbij
uiteraard de kanttekening past dat boven een autosnelweg sprake is van beduidend sterkere verlichting dan boven een parkeerplaats of festivalterrein. Bovendien is de verlichting van snelwegen een permanente verlichting, verlichting van festivals is zeer tijdelijk.
Omdat de
lichtintensiteit met een toenemende afstand tot de lichtbron sne! (kwadratisch) afneemt zijn de lichteffecten beperkt tot een relatief klein gebied in de directe omgeving van de lichtbronnen.
2329
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
De verlichting wordt gericht op het festivalterrein en het terrein daaromheen wordt niet direct verlicht. Geconcludeerd wordt dat er geen effect op broedende vogels is van de verlichting tijdens het festival. De redenen daarvoor zijn: «
De verlichting is van korte duur, beperkt tot maximaal enkele uren
« _ Het verlichte deel van het deel waar een evenement plaatsvindt, is relatief klein « _ Verlichting wordt voldoende van opgaande begroeiing met broedende vogels afgericht Conclusie vogels Het geluid en licht van het festival zorgt niet voor een blijvend effect op vogels. aanvullende maatregelen noodzakelijk.
Hiervoor zijn geen
Menselijke aanwezigheid kan broedende vogels mogelijk
wel verstoren. Daarom wordt elk jaar enkele dagen voorafgaand aan het festival een broedvogelcontrole uitgevoerd. Ook naar broedende watervogels langs de watergangen.
Bij
aanwezigheid van nesten worden op aanwijzing van een deskundige gepaste maatregelen getroffen om aanwezige nestplaatsen te ontzien. Het gaat om maatregelen als het plaatsen van (zichtdichte) hekken, het niet aanlichten van boomkronen en groen, en het niet gebruiken van rook uitstotende machines en installaties onder bomen.
Op plaatsen waar het plangebied wordt
afgescheiden van struweel en bosschages door een watergang, hoeven geen hekken te worden geplaatst.
Hierdoor kan de broedlocatie niet worden betreden en treedt er geen verstoring op.
Deze methode is al bij andere festivals succesvol toegepast.
De broedvogelcontrole hoeft alleen
uitgevoerd te worden waar deze verstoring kan optreden namelijk binnen het festivalterrein en de direct daaraan grenzende bosranden, oevers et cetera. Gelet op het voorgaande worden effecten op vogels voorkomen.
Een overtreding van de wet treedt niet op.
Een ontheffing is niet nodig.
De festivals zijn tijdelijk en lokaal van aard. Aangenomen wordt dat de aanwezige broedvogels door de hoge gebruiksdruk in enige mate gewend zijn aan de aanwezigheid, beweging en geluid van mensen en voertuigen. Daarnaast vinden de evenementen op het open veld plaats en niet in de groenstructuren aan de rand. Kleinere zangvogels broeden in dichte vegetatie.
Door de
verborgen broedecologie en gewenning wordt verstoring met wezenlijke invloed uitgesloten. Het kan niet met zekerheid worden uitgesloten dat vogels in de tijd tussen het veldbezoek en de start van de opbouw van het festival op kwetsbare locaties gaan broeden.
Het is daarom zaak om
hier voorafgaand aan het festival rekening mee te houden. Een controle op nesten van broedvogels is maximaal vijf dagen voorafgaand aan de opbouw van het festivalterrein noodzakelijk om overtreding van de wet te voorkomen.
Als een broedgeval aanwezig is, dient een
verstoringsvrije zone te worden aangehouden, waarbinnen gedurende de periode van broeden niet wordt gewerkt.
De breedte van deze zone dient door een ter zake kundige te worden bepaald
Verstoring kan onder andere ook worden voorkomen door een nestlocatie af te schermen met een zichtdicht hek. Deze methode is bij diverse festivals met succes toegepast.
2429
& TAUW Kenmerk 3.6.5
R001-1290314RJG-V01-pws-NL Amfibieën
Meerkikker houdt van zon en warmte, met een voorkeur voor onbeschaduwde
wateren
met een
goed begroeide oever. Het water is vaak vrij omvangrijk of maakt deel uit van een groter complex van wateren. De soort komt niet in de omgeving van het plangebied voor. Effecten op meerkikker zijn daarom uitgesloten. Rugstreeppaden komen voor n de duinen en aangrenzende agrarische percelen op enige afstand van het plangebied.
Gelet op de verspreiding in de ruime omgeving van het plangebied is de
aanwezigheid van rugstreeppad in het plangebied uitgesloten. Het plangebied ligt in een gebied waar in het verleden ruikverkaveling heeft plaatsgevonden. Binnen dit grotere gebied zijn geen waarnemingen (in de NDFF) bekend van rugstreeppad.
De waarnemingen in agrarisch gebied
hebben vrijwel uitsluitend betrekking op polders met een origineel verkavelingspatroon, ten zuidwesten van het Noord-Hollands Kanaal.
Een onderzoek naar in het plangebied aanwezige
ugstreeppadden is daarom niet nodig. Soorten als gewone pad en kleine watersalamander kunnen hun verblijfplaatsen hebben in het struweel rondom het plangebied, holletjes onder het struweel en in het aanwezige strooisel Aanwezig struweel wordt niet betreden tijdens het festival.
Effecten zijn hierdoor daarom
uitgesloten. Verblijfplaatsen n grasland en in aanwezige holletjes kunnen wel worden aangetast door de festiviteiten. Tijdens de broedvogelcontrole wordt daarom ook op mogelijke verblijfplaatsen van rugstreeppadden en andere amfibieën gelet. Wanneer deze worden aangetroffen worden gepaste maatregelen genomen om verblijfplaatsen te ontzien. 366
Vlinders
Aardbeivlinder, bruine eikenpage en duinparelmoervlinder zijn kritische vlindersoorten die voorkomen in natuurlijke terreinen als kruidenrijke graslanden, heiden, goed ontwikkelde bossen en duingebieden. Deze elementen komen alleen voor ten westen van het plangebied, n de duingebieden rondom Schoorl.
Negatieve effecten op aardbeivlinder, bruine eikenpage en
duinparelmoervlinder zijn daarom uitgesloten. Grote vos komt voor n bossen, boomgaarden en solitaire bomen. iep, kers, populier en sommige wilgen.
Waardplanten van de soort zijn
In het plangebied komen deze bomen niet voor. Ten
noorden van het plangebied komen populieren voor. De bosschages waarin deze bomen staan worden echter niet aangetast door de festiviteiten.
Hierdoor zijn effecten op grote vos toch
uitges!oten. Negatieve effecten op beschermde vlinders zijn uitgesloten. Maatregelen zijn niet nodig.
25129
& TAUW Kenmerk 3.6.7
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
_ Libellen en overige ongewervelden
Gevlekte en sierlijke witsnuitiibel komen voor langs schone, vegetatierijke vennen, (duin)plassen, laagveenmoerassen en dode rivierarmen. Van beide soorten zijn geen waarnemingen bekend uit de omgeving van het plangebied en er is geen geschikt habitat aanwezig. Effecten op libellen zijn daarom uitgesloten. Platte schijfhoren komt op een enkele locatie voor ten zuidwesten van het plangebied. Doordat echter geen werkzaamheden plaatsvinden aan watergangen zijn effecten op platte schijfhoren uitgesloten. Effecten op beschermde libelien en overige ongewervelden zijn uitgesloten. Maatregelen zijn niet nodig.
2629
& TAUW Kenmerk
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
4
Conclusies en aanbevelingen
41
_ Aanleiding en doel
In opdracht van Apenkooi Events B.V. heeft TAUW onderzoek gedaan naar de consequenties van de geldende natuurwet- en regelgeving voor het houden van een festival in landelijk gebied.
De
ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend.
4.2
_ Relevante natuurwet- en regelgeving
Voor de toetsing van het voornemen is de volgende natuurwet- en regelgeving van toepassing: « _ Wet natuurbescherming — onderdelen: - _ Gebiedsbescherming - Natura 2000 - _ Soortenbescherming «
Provinciaal beschermde gebieden -
_ Natuumnetwerk
Nederland
4.3
_ Conclusies toetsing
431
_ Natura 2000-gebieden
Verstoringsfactoren zoals geluid, licht en optische verstoring van de aanlegfase en gebruiksfase zorgen vanwege de afstand en kleinschalige aard van de werkzaamheden met zekerheid niet tot negatieve effecten in Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten door stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitattypen (op circa 3,5 kilometer afstand) worden niet verwacht.
Alleen een
toetsing met AERIUS kan hier echter uitsluitsel over geven. Het bevoegd gezag kan hier om vragen
432
_ Soortenbescherming
De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk negatieve effecten op door de Wb
beschermde soorten,
namelijk grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, jaarrond beschermde vogels, broedvogels en amfibieën. Door het nemen van mitigerende maatregelen kunnen negatieve effecten op alle soorten worden voorkomen. Behalve een veldcontrole voorafgaand aan het festival is geen nader onderzoek naar deze soorten nodig.
Afhankelijk van het veldbezoek kan het nemen van
maatregelen noodzakelijk zijn. In tabel 4.1 is een samenvatting opgenomen van de toetsing van de mogelijke effecten op beschermde soorten. 4.3.3 4.3.3.1
Provinciaal beschermde gebieden Natuurnetwerk
Nederland
Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN.
Een toetsing van de effecten op het NNN van
ontwikkelingen die daarbuiten plaatsvinden (externe werking) is in provincie Noord-Holland niet van toepassing (provincie Noord-Holland, 2016). Toetsing van die effecten op het NNN is daarom niet noodzakelijk.
2729
& TAUW Kenmerk
4.3.3.2
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Noord-Holland
In de provincie Noord-Holland zijn naast het NNN ook gebieden aangeduid en beschermd als Bijzonder Provinciale Landschappen of Natuurbeheerplan. Het plangebied maakt geen dee! uit van deze gebieden. Voor deze gebieden is verder ook geen onderzoek nodig naar externe werking.
Soortgroep
Overtreding | Nader onderzoek
Te nemen maatregelen
3
Flora Nee Grondgebonden | Mogelijk zoogdieren
Nee Nee
Nvt. « _ Extra veldbezoek naar verblijfplaatsen n plangebied (nazenlegers) en ‘bosschages, struweel en langs oevers « _ Gerichte maatregelen naar aanleiding van aantreffen verblijfplaatsen
Vleermuizen _ | Mogelijk
Nee
« _ Niet aanlichten van watergangen, 'bomen en groen
Vogelsjaarrond beschermde
Mogelijk
Nee
° _ Broedvogeloontrole naar nestplaatsen voor aanvang van de werkzaamheden « _ Gerichte maatregelen naar aanleiding
nesten
Vogelsbroedvogels
van aantreffen nestplaatsen
Mogelijk
Nee
« _ Broedvogelcontrole naar nestplaatsen voor aanvang van de werkzaamheden « _ Gerichte maatregelen naar aanleiding van aantreffen nestplaatsen
Amfbieën
Mogelijk
Nee
« _ Extra veldbezoek naar verblijfplaatsen n plangebied en omliggende
‘bosschages, struweel en langs oevers « _ Gerichte maatregelen naar aanleiding van aantreffen verblijfplaatsen
Reptielen Vissen Vlinders Libellen Overige
Nvt Nvt Nee Nee Nee
Nvt. Nvt. Nee Nee Nee
Nvt. Nvt. Nvt, Nvt. Nvt
ongewervelden
28129
& TAUW Kenmerk 5
R001-1290314RJG-V01-pws-NL
Literatuur
BIJ12, 2017. Kennisdocumenten beschermde soorten.
Herder J.E., A. van Diepenbeek & R.C.M. amfibieën 2013.
Creemers, 2013.
Rapport 2013-010. Stichting RAVON,
Verspreidingsonderzoek reptielen en
Nijmegen.
Provincie Noord-Holland, 2016. Verordening Wet natuurbescherming. van Dijk A.J. & Boele A. 2011. Handleiding SOVON
PRB, publicatienr. 6151
Broedvogelonderzoek. SOVON
Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Rijksdienst voor Ondememend
Nederland, Vieermuisprotocol 2020
Geraadpleegde internetwebsites: www.anemoon.nl wwwfloron.nl www.libellennet.nl www.ravon.nl www.s0von.nl
www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.vlindernet.nl
www.zoogdiervereniging.nl
2929