CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

15. was-wordt lijst verordeningen 2026

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Belastingverordeningen 20265.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt lijst verordeningen 2026 In deze was-wordt lijst worden de wijzigingen ten opzichte van 2025 zichtbaar gemaakt en toegelicht. Uitzondering hierop zijn de wijzingen in tarieven die zijn geïndexeerd conform de CPI van juni en mineure taal/jaaraanpassingen. Daarnaast is in alle belastingverordeningen een verwijzing opgenomen naar het Besluit kwijtscheldingsregels 2026, dat eveneens ter besluitvorming aan de raad is voorgelegd. 1. Verordening Riool- en Waterzorgheffing Dijk en Waard 2026 2025 Was:

2026 Wordt:

Artikel 7 Belastingtarieven 1. Het tarief voor het eigenarendeel bedraagt € 314,71 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, bedraagt het tarief van het eigenarendeel voor een perceel met een bruto vloeroppervlakte van minder dan 25 m² € 78,67

Artikel 7 Belastingtarieven 1. Het tarief voor het eigenarendeel bedraagt € 254,92 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, bedraagt het tarief van het eigenarendeel voor een perceel met een bruto vloeroppervlakte van minder dan 25 m² € 63,73

3. Het tarief voor het gebruikersdeel als bedoeld in het tweede lid van artikel 6 onder letter a. bedraagt: a. voor elke kubieke meter water of gedeelte daarvan boven het aantal van 300 kubieke meters water tot en met 2.000 kubieke meters water €1,05 b. vermeerderd met een bedrag voor elke kubieke meter water of gedeelte daarvan boven het aantal van 2.000 kubieke meters water € 0,58 4. Het tarief voor het gebruikersdeel als bedoeld in het tweede lid van artikel 6 onder letter b. voor zover het een perceel betreft dat niet in hoofdzaak tot woning dient, bedraagt voor elke vierkante meter verhard (on-) en bebouwd oppervlak boven het aantal van 500 vierkante meters € 0,43

3. Het tarief voor het gebruikersdeel als bedoeld in het tweede lid van artikel 5 onder letter a. bedraagt: a. voor elke kubieke meter water of gedeelte daarvan boven het aantal van 300 kubieke meters water tot en met 2.000 kubieke meters water € 0,85 b. vermeerderd met een bedrag voor elke kubieke meter water of gedeelte daarvan boven het aantal van 2.000 kubieke meters water € 0,47 4. Het tarief voor het gebruikersdeel als bedoeld in het tweede lid van artikel 5 onder letter b. voor zover het een perceel betreft dat niet in hoofdzaak tot woning dient, bedraagt voor elke vierkante meter verhard (on-) en bebouwd oppervlak boven het aantal van 500 vierkante meters € 0,35

Toelichting: De tarieven voor rioolheffing zijn met 19% verlaagd. Deze verlaging wordt gedekt door een onttrekking uit de egalisatievoorziening. Deze verlaging komt voort uit het herzien het kostendekkingsplan. In het Programma Stedelijk Water en Riolering 2022-2027 (PSWR) d.d. 20 december 2022 zijn de uitgangspunten voor de tariefbepaling van de rioolheffing vastgesteld. In het beleidsstuk is opgenomen om, indien daar aanleiding voor is, het kostendekkingsplan te herzien. Op 19 augustus 2025 heeft het college besloten om het kostendekkingsplan te herzien. U bent hiervan via een collegebericht op de hoogte gesteld. De belangrijkste reden om het kostendekkingsplan te herzien is de toename van de stand in de Egalisatievoorziening Riolering. Deze is de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen. Belangrijkste

1

redenen hiervoor zijn lasten, m.n. geprognotiseerde kapitaallasten, die achterlopen bij de planning en de hogere baten. Hierdoor is er de afgelopen jaren een overschot gerealiseerd, welke bij de jaarrekening werd toegevoegd aan de egalisatievoorziening. De geplande investeringen en exploitatielasten zijn bijgesteld in de “Actualisatie kostendekkingsplan riolering 2025” welke het college op 19 augustus 20225 heeft vastgesteld. 2. Verordening Afvalstoffenheffing Dijk en Waard 2026 Was Artikel 5 - Maatstaf van heffing en belastingtarief

Wordt Artikel 5 - Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar: a. indien dat perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door één persoon € 238,35; b. indien dat perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door meer dan één persoon € 288,99.

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar: a. indien dat perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door één persoon € 247,49; b. indien dat perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door meer dan één persoon € 303,09.

Toelichting De tarieven van de afvalstoffenheffing worden ieder jaar berekend op basis van de te verwachten kosten voor de inzameling en verwerking van de afval- en grondstoffen. Voor 2026 komen de tarieven voor een 1-persoonshuishouden of een meerpersoonshuishouden respectievelijk uit op € 250,50 en € 309,11 per jaar. De hoogte van de tarieven komt uit op een gemiddelde stijging van 6,4% ten opzichte van 2025. Dit is hoger dan de CPI index (3,1%). De stijging heeft onder andere te maken met hogere kosten voor het verwerken van het restafval. Meer te verwerken restafval per inwoner dan verwacht. Verder ontvangt de gemeente minder vergoeding voor de huidige kwaliteit ingezameld PMD, door andere landelijke afspraken per 2026. Het voorstel is om door inzet van de voorziening egalisatie afvalstoffenheffing het deel van de PMD stijging te compenseren (€196.000). Inwoners (en de gemeente) kunnen op de korte termijn weinig doen aan de aangepaste landelijke afspraken rond de vergoeding van het PMD. Het is te rechtvaardigen om deze daling te compenseren uit de voorziening. Op deze manier is er een duidelijke reden aan te geven waarom en hoeveel wordt onttrokken (gecompenseerd). Onttrekken vanuit de voorziening egalisatie afvalstoffenheffing is passend gezien de huidige hoogte van de voorziening (€ 879.000).

Indien de kwaliteit van het ingezamelde PMD stijgt, gaat de vergoeding omhoog en komt dan in de buurt van het oude niveau. Dit is een traject waar wij al mee zijn 2

gestart en een gezamenlijke inspanning is van inwoners en gemeente. De hoogte van de voorziening maakt het mogelijk om deze onttrekking (compensatie) ook nog in 2027 voort te zetten. Dit voorstel is opgenomen in Verordening afvalstoffenheffing 2026 waardoor de tarieven voor een 1-persoonshuishouden of een meerpersoonshuishouden respectievelijk niet uitkomt op € 250,50 en € 309,11 per jaar maar op € 247,49 en € 303,09 per jaar voor 2026. 3. Verordening Marktgelden Dijk en Waard 2026 Het tarief is geïndexeerd met het CPI van juni 2025 (3,1%) conform begroting 2026. 4. Verordening Lijkbezorgingsrechten Dijk en Waard 2026 Was Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten op de begraafplaats 1.5 Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een graf wordt geheven

Wordt

Tarief

1.5.1 Voor een periode van 5 jaar

€ 940

1.6.1Voor een periode van 5 jaar

€ 531

1.7.1 Voor een periode van 5 jaar

€ 244

1.8.1 Voor een periode van 5 jaar

€ 331

1.6 Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een groot kindergraf wordt geheven 1.7 Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een klein kindergraf wordt geheven 1.8 Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een urnengraf wordt geheven Hoofdstuk 3 Bieden van gelegenheid op de begraafplaats 3.4 Voor het verlengen van de gelegenheid tot bijzetten in een urnennis wordt geheven 3.4.1 Voor een periode van 5 jaar € 454 Toelichting: Steeds meer groeit de behoefte om ook voor een kortere termijn dan 10 jaar te kunnen verlengen. Wij hebben voor de bovenstaande artikelen de afgelopen jaren vaak verzoeken hiertoe binnengekregen. Hierdoor hebben wij nu ook een verlengingsmogelijkheid van 5 jaar toegevoegd naast de mogelijkheid van verlenging voor een periode van 10 en 20 jaar.

3

De indexatie voor lijkbezorgingsrechten volgt niet de CPI maar wordt berekend op basis van de daadwerkelijke kosten. Hierdoor blijkt dat de kostenstijging niet 3.1% (CPI juni) maar 4.4% is. Dit komt voornamelijk door de stijging van de loonkosten. Daarnaast is dit jaar nauwkeuriger gekeken naar de daadwerkelijke tijdsbesteding per handeling, waardoor het aantal uren voor de verschillende handelingen is aangepast. Hierdoor kan er een klein verschil zitten in de verhoging van de tarieven tussen artikelen. De tarieven voor een klein particulier kindergraf zijn zelfs iets gedaald. Dit omdat uit nacalculatie blijkt dat de werkzaamheden hiervoor minder tijd in beslag nemen dan in het verleden. 5. Verordening Campergelden Dijk en Waard 2026 Het tarief is geïndexeerd met het CPI van juni 2025 (3,1%) conform begroting 2026 6. Verordening Liggeld Vaartuigen Dijk en Waard 2026 Was Artikel 1 Definities e. Winterplek in de haven Broek op Langedijk: een ligplaats voor de periode 30 september tot en met 1 april van het volgende kalenderjaar. Artikel 4 Maatstaf van heffing Lid 2. Een gedeelte van een etmaal wordt voor een geheel gerekend Artikel 5 Tarief Lid 2 Tarief jaarplaats: € 275 Lid 3 Het tarief voor een winterplaats in de haven Broek op Langedijk bedraagt per maand, per strekkende meter: €3,75

Wordt Artikel 1 Definities e. Winterplek in de haven Broek op Langedijk: een ligplaats voor de periode 16 oktober tot en met 14 april van het volgende kalenderjaar. Artikel 4 Maatstaf van heffing Lid 2. Een gedeelte van een etmaal wordt voor een geheel gerekend (meer dan 2 uur). Artikel 5 Tarief Lid 2 Tarief jaarplaats: € 325 Lid 3 Het tarief voor een winterplaats in de haven Broek op Langedijk bedraagt per maand, per strekkende meter: €5,00

Lid 5 Het tarief voor het gebruik van een passantenplaats in de haven Broek op Langedijk voor maximaal 3 etmalen, bedraagt per etmaal, per strekkende meter: € 1,15 met een minimum van € 9,90 per etmaal.

Lid 5 Het tarief voor het gebruik van een passantenplaats in de haven Broek op Langedijk voor maximaal 7 etmalen, bedraagt per etmaal, per strekkende meter: € 1,30

nvt

Lid 6 Het tarief voor het gebruik van een passantenplaats in de haven Broek op Langedijk voor een verblijf korter dan 2 uur € 5,00

4

Toelichting: Het tarief is geïndexeerd met het CPI van juni 2025 (3,1%) conform begroting 2026. Onderstaand de toelichting op de overige wijzigingen: Art 1: Winterperiode was niet correct aangegeven. Art 4: Een volledig tarief in rekeningen brengen bij een verblijf van slechts een paar uur (of nadat de havenmeester naar huis gaat) is niet te controleren. Daarom wordt in lid 6 van artikel 5 een ‘boodschappentarief’ geïntroduceerd. Art. 5: Tarief Lid 2: Het tarief van een jaarplaats is goedkoper dan een winterplaats. Dit wordt stapsgewijs verhoogd. Lid 3: Het tarief van een winterplaats per maand per strekkende meter is lager dan in de omliggende havens. Dit wordt stapsgewijs verhoogd. Mensen met een boot van 5 meter betalen relatief meer dan eigenaren van een boot van 9 meter. Dat verschil is niet goed te beargumenteren. Lid 5 Er wordt voorgesteld om het minimum tarief niet meer te hanteren, maar in plaats daarvan een lager tarief te introduceren voor kortdurend verblijf (maximaal 2 uur). Zie lid 6. De maximale duur in de haven (3 dagen) is erg kort hier zijn 7 dagen van gemaakt. Het tarief voor liggelden is meer dan de indexatie verhoogd. Het tarief is lager dan de omliggende havens na de renovatie van de steiger en het aanbieden van wifi. Het tarief wordt stapsgewijs verhoogd. Lid 6: Er wordt voorgesteld om een ‘boodschappentarief’ introduceren.

In deze tijd kan mijn een boodschap doen. Indien men langer verblijft dan 2 uur wordt dit gezien als recreëren. 7. Verordening Toeristenbelasting Dijk en Waard 2026 Was Artikel 4 Maatstaf van heffing 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is de maatstaf van heffing, ingeval van een seizoenplaats, het aantal plaatsen per maand. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder seizoenplaats de ruimte waar gedurende een seizoen of een jaar exclusief verblijf wordt gehouden

Wordt Artikel 4 Maatstaf van heffing 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is de maatstaf van heffing, ingeval van een seizoenplaats, het aantal plaatsen per maand. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder seizoenplaats de ruimte waar gedurende een seizoen of een jaar exclusief verblijf wordt gehouden door dezelfde persoon of personen.

Toelichting: Er is verduidelijkt wat wordt bedoeld met exclusief verblijf. 8. Verordening Forensenbelasting Dijk en Waard 2026 Het tarief is geïndexeerd met het CPI van juni 2025 (3,1%) conform begroting 2026. Het tarief is aangepast van € 250,10 naar € 257,85. Verder zijn er geen wijzigingen.

5

9. Verordening Parkeerbelasting Dijk en Waard 2026 Deze verordening is inhoudelijk niet gewijzigd. Wel is de verwijzing naar het Besluit kwijtscheldingsregels aangepast wat betreft het jaartal, aangezien het Besluit kwijtscheldingsregels 2025 wordt ingetrokken. 10. Verordening Sluisgeld Dijk en Waard 2026 Deze verordening is niet gewijzigd. Wel is de verwijzing naar het Besluit kwijtscheldingsregels aangepast wat betreft het jaartal, aangezien het Besluit kwijtscheldingsregels 2025 wordt ingetrokken. 11. Verordening Onroerende zaakbelasting Dijk en Waard 2026 Het tarief voor OZB wordt berekend aan de hand van twee pijlers: de totale WOZ waarde (heffingsgrondslag) voor de gehele gemeente per categorie (woningen, niet-woningen gebruikers en niet-woningen eigenaren) en de begrote opbrengsten per categorie (woningen, niet-woningen gebruikers en niet-woningen eigenaren). Zie hiervoor onderstaand overzicht.

Zoals in de begroting 2026 is opgenomen zijn de begrote opbrengsten (per categorie) voor 2026 bepaald op basis van de begrote opbrengsten 2025 + groei van de gemeente 2025 (VJR 2025) + Loon-, prijs compensatie (3,1%) + geschatte groei van de gemeente 2026 (bouwgrond, (niet)woningen in aanbouw). Jaarlijks wordt van Cocensus de heffingsgrondslag ontvangen voor het nieuwe jaar (totale WOZ waarde van de gehele gemeente) per categorie op basis van de inschattingen op dat moment. De heffingsgrondslag is gebaseerd de totale WOZ waarde in de gemeente + groei (bouwgrond, (niet)woningen in aanbouw). Deze waarde wordt gecorrigeerd met een aanpassing in de waarde in verband met bezwaren, vrijstellingen (voor niet-woningen), het amendement de Pater (gebruiker niet-woningen) 6

en leegstand (gebruiker-niet woningen). Door de begrote opbrengsten 2026 (excl. geschatte verhoging in verband met groei) te delen door de heffingsgrondslag (minus groei van de gemeente) wordt het tarief bepaald. De groei wordt buiten de berekening van het tarief gelaten. Het tarief voor 2026 is opgenomen in onderstaande tabel. Artikel 5 2025 2026 Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2789% 0,2697% b. bij de eigenarenbelasting: 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0783% 0,0740% 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,3870% 0,3928% 12. Legesverordening Dijk en Waard 2026 Was

Wordt

Artikel 4 Vrijstellingen g. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

Artikel 4 Vrijstellingen g. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald.

Toelichting: Afdeling 6.4 van de Wro ging over grondexploitatie en daarmee vaak over anterieure overeenkomsten. De Wro is echter vervallen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, dus geldt voor de relevante vrijstellingen afdeling 13.6 van de Omgevingswet. Legestabel Hoofdstuk 1. Algemene dienstverlening Paragraaf 1 Burgerlijke stand Artikel

Omschrijving

Tarief 2025

1.1.1. Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap Wijzigingskosten huwelijk

7

Tarief 2026

f1.2.4.

Bij wijziging van betaald huwelijk/partnerschap naar een kosteloze ceremonie of het annuleren van een betaald huwelijk/partnerschap.

€ 32,15

Paragraaf 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen Artikel

Omschrijving

1.4.1

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen:

d.

erfgenamenonderzoek - staat van inlichtingen. Dit wordt aangevraagd door een notaris en geeft informatie over wie de erfgenamen van een overledene zijn.

Tarief 2025

Tarief 2026

Tarief 2025

Tarief 2026

€ 24,30

€ 26,05

Paragraaf 7 Overige publiekszaken Artikel

Omschrijving

1.7.2

Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het legaliseren van een handtekening. Onder andere ten behoeve van garantstelling of particuliere logiesverstrekking.

1.7.3 Waarmerken kopie identiteitsdocument € 26,05 Toelichting Wijziging leges bij het wijzigen van een huwelijksdossier Het komt regelmatig voor dat inwoners hun huwelijksafspraak willen wijzigen, bijvoorbeeld van een betaald huwelijk naar een kosteloos huwelijk of andersom. Het verwerken van deze wijzigingen brengt extra administratieve lasten en kosten met zich mee. Om deze kosten deels te dekken en inwoners te stimuleren om direct een juiste afspraak te maken, wordt voor het wijzigen van een huwelijksdossier een tarief in rekening gebracht. Dit tarief is gebaseerd op de gemiddelde tijdsbesteding van een kwartier per wijziging. Erfgenamenonderzoek - staat van inlichtingen. Dit wordt aangevraagd door een notaris en geeft informatie over wie de erfgenamen van een overledene zijn. Bovenstaande toelichting is toegevoegd aan de legesverordening om de handeling waarvoor de leges geheven worden beter te duiden. Garantstelling De leges voor het legaliseren van een handtekening worden meer geduid met de splitsing tussen het waarmerken van een handtekening en het waarmerken van een kopie legitimatie.

8

Gehandicaptenparkeerkaart 1.9.4.2 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: a. een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het € 30,25 € 67,00 wegverkeer (BABW) b. verlenging van een gehandicaptenparkeerkaart mits deze binnen drie maanden na verloop van de geldigheidsduur € 30,25 € 47,00 van de te verlengen gehandicaptenparkeerkaart is aangevraagd c. een duplicaat van een gehandicaptenparkeerkaart € 30,25 € 41,00 1.9.4.3 Indien sprake is van een medische keuring voor het kunnen verstrekken of verlengen van een € 122,05 € 140,00 gehandicaptenparkeerkaart bedraagt het tarief onverminderd de andere tarieven in dit hoofdstuk Gehandicaptenparkeerplaats 1.9.4.5 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van a. een gehandicaptenparkeerplaats € 122,05 € 180,00 b. een nieuw kentekenbord bij of andere wijziging aan een gehandicaptenparkeerplaats € 30,25 € 55,00 bc. een verplaatsing van een gehandicaptenparkeerplaats € 125,00 Toelichting: De gemeenteraad heeft als uitgangspunt vastgesteld dat de leges kostendekkend dienen te zijn.

Gebruikmakend van de tool ‘kostendekkendheid.nl’ werd duidelijk dat de leges voor de gehandicaptenparkeerkaarten/gehandicaptenparkeerplaats (GPK/GPP) niet kostendekkend waren gezien de kosten van personele inzet, medische keuring en materiaal. Het afhandelen van een aanvraag of verlenging van een GPK vergt zo’n 40 respectievelijk 30 minuten van een medewerker. Het afhandelen van een aanvraag en plaatsen van een GPP vergt zo’n 70 minuten plus de kosten van een paal, een GPP-bord, een kentekenbord en ‘n kraanauto. Een nieuw kentekenbord kost ongeveer 55 euro. Voor 2026 wordt een geleidelijke verhoging voorgesteld. Bovenstaande tarieven zijn nog niet kostendekkend, maar zijn gemiddeld nog steeds lager dan bij andere gemeenten. Een GPK is vijf jaar geldig en men mag ermee veelal gratis parkeren. Een GPP blijft geldig zolang men ook een GPK heeft en op hetzelfde adres blijft wonen. Voor 2027 en verder wordt jaarlijks berekend wat het tarief moet zijn en aan de raad voorgelegd, gebaseerd op het principe van kostendekkendheid. Verder is in artikel 1.9.4.5 punt c toegevoegd om onderscheid te maken tussen het plaatsen van een nieuw kentekenbord en een gehele verplaatsing. Dit komt overeen met de werkwijze van andere gemeenten.

9

Parkeerontheffing 1.9.4.7

Het tarief voor een parkeerontheffing bedraagt:

a.

voor een bewonersontheffing

€ 25,00

€ 25,00

b.

voor een bezoekersontheffing bedrijfsontheffing

€ 25,00

€ 25,00

c.

Parkeren voor een bedrijfsontheffing inrit

€ 25,00

€ 25,00

cd. Kort parkeren restauranthouders Stadshart € 25,00 Toelichting: De bezoekersontheffing bestaat in 2026 niet meer. Deze werd altijd uitgegeven in het Stationsgebied, maar de blauwe zone aldaar is omgezet naar een vergunninghouder gebied. Via de Parkeerverordening is daar nu een bezoekersvergunning beschikbaar, waarvan het tarief vastgelegd is in de verordening parkeerbelastingen. Vanwege het Integraal Parkeerbeleid is een ontheffingsregeling opgenomen waarmee ontheffing verleend kan worden om voor de (eigen) inrit te parkeren. Men hanteerde daarvoor het tarief van de “bewonersontheffing”, maar het is beter om hier een eigen omschreven ontheffing voor te hebben. Ook geven we al enige tijd ontheffingen uit aan restauranthouders om in het Stadshart te mogen parkeren met hun bezorgauto’s. Ook hiervoor is een eigen omschreven ontheffing opgenomen in de legesverordening. Hoofdstuk 2 Omgevingswet Artikel

Omschrijving

Variabel 2025

Artikel 2.1 Definities 2.1.4 Onder bouwkosten wordt verstaan: de door de aanvrager opgegeven aannemingssom voor het uit te voeren werk, exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van het Besluit vaststelling Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken [...] installatiewerken 2012 (UAV 2012 (versie 2025)) In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving: - onder a

Variabel 2026

Tarief 2025

Tarief 2026

Toelichting

De artikelen 2.1.4 en 2.1.5 zijn aangepast om de berekening van bouwkosten te verduidelijken en eenduidig toe te passen in de praktijk.

10

2.1.5

genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567; In aanvulling op 2.1.4: a. de opgegeven aannemingssom exclusief omzetbelasting kan worden gecontroleerd op basis van het product van de eenheidsprijzen voor het uit te voeren werk en de inhoud c.q. oppervlakte c.q. lengte van het bouwwerk, conform de bij deze verordening behorende en bijgevoegde bijlage: ‘Tabel eenheidsprijzen bouwkosten 2026'. Als de bouwkosten op basis van deze berekening meer dan 10% hoger zijn dan de opgegeven aannemingssom volgens 2.1.4. dan worden de bouwkosten vastgesteld op basis van de ‘Tabel eenheidsprijzen bouwkosten 2026’; b. als de ‘Tabel eenheidsprijzen bouwkosten 2026’ op bepaalde onderdelen niet kan worden toegepast bestaan de bouwkosten voor die onderdelen uit een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen ten behoeve van de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, exclusief omzetbelasting; c. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt, wordt in dit hoofdstuk onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft.

In afwijking van bijlage I bij de Omgevingsregeling wordt onder bouwkosten verstaan: De bouwkosten exclusief BTW worden geraamd op basis van het product van de eenheidsprijzen voor het uit te voeren werk en

De artikelen 2.1.4 en 2.1.5 zijn aangepast om de berekening van bouwkosten te verduidelijken en eenduidig toe te passen in de praktijk..

11

de inhoud c.q. oppervlakte c.q. lengte van het bouwwerk, conform de bij deze verordening behorende en bijgevoegde bijlage ‘Tabel eenheidsprijzen bouwkosten 2025. Indien de Tabel eenheidsprijzen niet kan worden toegepast worden de bouwkosten bepaald met behulp van de bouwkostenberekeningsmodule van Casadata danwel op basis van de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012,1567 ), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen ten behoeve van de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, exclusief omzetbelasting. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschied wordt in dit hoofdstuk onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft Artikel 2.4 Omgevingsoverleg Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: b. voor elk volgend overleg (tussenintaketafel en/of omgevingstafel:

€ 671,15

12

€ 326,90

Door het bedrag te verlagen stimuleren we vroegtijdige afstemming, wat leidt tot betere planvorming en minder vertraging in vergunningstrajecten.

Artikel

Variabel Variabel Tarief Tarief 2025 2026 2025 2026 Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) en het gebruik van gronden 2.6.1 Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, het gebruik van gronden, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. indien de bouwkosten minder bedragen dan € 20.000,00 of 4,290% 4,290% wanneer er geen sprake is van een bouwactiviteit:

2.6.3

a.

c.

Omschrijving

van de bouwkosten met een minimum van: voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: de tarieven genoemd onder 2.6.1 worden vermeerderd met:

€ 208,25

Indien de bouwkosten minder dan € 30.000,00 bedragen of wanneer geen sprake is van een bouwactiviteit:

€ 491,45

€ 526,55

€ 2.920,90

€ 3.129,45

In overige gevallen indien de bouwkosten minder bedragen dan € 500.000,00 of wanneer er geen sprake is van bouwactiviteit 13

Tekstuele verduidelijking dat er ook in het geval grondgebruik Tekstuele verduidelijking dat er ook in het geval grondgebruik

Tekstuele verduidelijking dat er ook in het geval van geen bouwactiviteit kosten kunnen ontstaan bij andere omgevingsplanactiviteiten

€ 208,25 Tekstueel verduidelijkt dat het om een meerprijs gaat bovenop artikel 2.6.1 Tekstuele verduidelijking dat er ook in het geval van geen bouwactiviteit kosten kunnen ontstaan bij andere omgevingsplanactiviteiten. Tekstuele verduidelijking dat er ook in het geval van geen

bouwactiviteit kosten kunnen ontstaan bij andere omgevingsplanactiviteiten. Artikel

Variabel 2025 Artikel 2.29 Toekenning of wijziging van huisnummers (zonder omgevingsvergunning) 2.29 Gereserveerd Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot toekenning of vernummering van huisnummers, indien deze geen onderdeel uitmaakt van een aanvraag omgevingsvergunning, bedraagt: a. b. c. Artikel

Omschrijving

indien de aanvraag betrekking heeft op één huisnummer: indien de aanvraag betrekking heeft op meerdere huisnummers, per toe te kennen of te wijzigen huisnummer: met een maximum van: Omschrijving

Tarief 2025

Tarief 2026

€ 114,65 € 68,80

Variabel 2025

Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Gereserveerd Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikel 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

Artikel 2.50 Advies 2.50.1

Variabel 2026

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over 14

Variabel 2026

Tarief 2025

Dit artikel is toegevoegd omdat losse aanvragen voor huisnummering vaker voorkomen en de gemeente hier tijd en kosten aan kwijt is. Zie toelichting artikel 2.29 Zie toelichting artikel 2.29

€ 343,90 Tarief 2026

Zie toelichting artikel 2.29

€ 1.607,10

Dit artikel is toegevoegd als vangnet voor maatwerkvoorschriften die niet onder artikel 2.36 vallen, zodat de gemeente de gemaakte tijd en kosten kan doorberekenen aan de aanvrager.

d.

de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: voor een advies van de agrarische beoordelingscommissie:

€ 1.490,90

Dit artikel is toegevoegd zodat ook de kosten voor een advies van de agrarische adviescommissie in rekening kunnen worden gebracht, net zoals al geldt voor andere externe adviseurs.

Hoofdstuk 3. Europese dienstenrichtlijn Artikel d. Artikel 3.5

a.

b.

Omschrijving een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een bedrijf als bedoeld in artikel 2:83 2:81 van de Algemene plaatselijke verordening Omschrijving Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 5:18, van de Algemene plaatselijke verordening (standplaatsvergunning): voor een tijdelijke standplaats voor één of meer dagen voor een periode van maximaal vier maanden per kalenderjaar met een maximum van 5 jaar.

Tarief 2025 € 337,25

Tarief 2026 € 361,35

Tarief 2025

Tarief 2026

€ 114,40

€ 133,95

voor een tijdelijke standplaats voor één of meer dagen voor een periode van vier maanden per kalenderjaar tot een maximum van vijf jaar, het tarief uit artikel 3.5 onderdeel a. vermenigvuldigd met het aantal jaren waarvoor de vergunning verleend wordt met een maximum van voor een vaste standplaats

€ 114,40

€ 133,95

15

Toelichting De verwijzing is aangepast zodat het artikel aansluit bij de juiste bepaling.

De twee artikelen voor tijdelijke standplaatsen zijn samengevoegd tot één artikel. Hierbij is gekozen voor het goedkopere jaartarief, dat enigszins is verhoogd zodat het in verhouding staat tot aanvragen voor een langere periode. Rood: Is verwijderd ivm samenvoeging, zie toelichting sub a. Groen: De twee artikelen voor tijdelijke standplaatsen (zie rood sub c en d) zijn

voor één of meer dagen voor een periode van één kalenderjaar, met een maximum van 5 jaar.

c.

d

e

voor een vaste standplaats voor één of meer dagen voor een periode van één kalenderjaar Bij een weigering van de vergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening wordt geen teruggaaf verleend. voor een vaste standplaats voor één of meer dagen voor een periode langer dan één kalenderjaar tot een maximum van vijf jaar, het tarief uit artikel 3.5 onderdeel b. vermenigvuldigd met het aantal jaren waarvoor de vergunning verleend wordt met een maximum van een verzoek tot wijziging van standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening. Bij een weigering van de vergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening wordt geen teruggaaf verleend.

samengevoegd tot één artikel. Hierbij is gekozen voor het goedkopere jaartarief, dat enigszins is verhoogd zodat het in verhouding staat tot aanvragen voor een langere periode. Herplaatsing van sub e die is verwijderd

€ 45

Rode tekst is verwijderd, zie toelichting sub b. Groene tekst is de oude tekst van sub 3, herschreven.

Verwijderd, is verplaatst naar sub c.

In de commissievergadering van 27 november 2024 is gevraagd of er meer gelaagdheid kan worden aangebracht in de legesverordening hoofdstuk 3 ten aanzien van de evenementenstaffel boven de 1.000 bezoekers, omdat dit nu in één keer een grote stap betekent: van € 86 naar € 469. Afgesproken is om hier bij de vaststelling van de legesverordening 2026 op terug te komen. Voorgesteld wordt om de huidige staffel te handhaven. In de legesverordening 2025 is namelijk al een verruiming doorgevoerd: waar voorheen de grens gold van maximaal 1.000 bezoekers per evenement, geldt dit vanaf 2025 per dag. Hierdoor valt bijvoorbeeld een driedaags evenement met 500 bezoekers per dag in het lagere tarief. Het creëren van extra staffelruimte zou bovendien weinig effect hebben, aangezien het slechts om een beperkt aantal evenementen gaat. De meeste evenementen blijven onder de grens van 1.000 bezoekers en vallen daardoor reeds in het goedkopere tarief. Daarnaast zijn goede doelen vrijgesteld van leges (artikel 4, onderdelen d en e) en zijn er op deze punten geen bezwaren ontvangen.

16

13. Besluit kwijtscheldingsregels Dijk en Waard 2026 Was Art 1 Met toepassing van het in de artikelen 3, 4, 5 en 6 van deze verordening bepaalde, wordt kwijtschelding verleend voor: a. b. c. d. e. f.

De onroerendezaakbelastingen; De afvalstoffenheffing; De rioolheffing-gebruikersdeel woningen; De rioolheffing-eigenaarsdeel; De rioolheffing-gebruikersdeel niet woningen; De leges voor zover het de wettelijke verplichte identiteitsbewijzen betreft.

Art. 2. Tussengevoegd Nummering verdere artikelen als gevolg daarvan aangepast.

Wordt Art 1 Met toepassing van het in de artikelen 4, 5, 6 en 7 van deze verordening bepaalde, wordt kwijtschelding verleend voor: a. De onroerendezaakbelastingen; b. De afvalstoffenheffing; c. De rioolheffing-gebruikersdeel woningen; d. De rioolheffing-eigenaarsdeel; e. De rioolheffing-gebruikersdeel niet woningen;

Artikel 2. Artikel 2. Met toepassing van het in de artikelen 4, 5, 6 en 7 van deze verordening bepaalde, wordt kwijtschelding van de leges beperkt tot: 1. de leges voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart. 2. De gemeente verleent kwijtschelding van de in het eerste lid genoemde leges indien: • verzoeker op de datum van aanvraag van de Nederlandse identiteitskaart geen geldig Nederlands paspoort of een Nederlandse identiteitskaart bezit, • verzoeker op de datum van aanvraag van de Nederlandse identiteitskaart een geldig Nederlands paspoort of Nederlandse identiteitskaart bezit welke binnen acht weken verloopt. 3. Verzoeker komt ten hoogste éénmaal in aanmerking voor kwijtschelding van de in het eerste lid genoemde leges indien verzoeker de Nederlandse identiteitskaart heeft aangevraagd ter vervanging van een verloren of

17

gestolen Nederlandse identiteitskaart of Nederlands paspoort. Artikel 2 Uitgesloten van kwijtschelding Bij de invordering van de volgende belastingen wordt géén kwijtschelding verleend voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

De leges; m.u.v. de wettelijke verplichte identiteitsbewijzen; De lijkbezorgingsrechten; De marktgelden; Het liggeld vaartuigen; Het campergeld; De toeristenbelasting; De forensenbelasting; De parkeerbelasting; Het sluisgeld.

Artikel 7 Overgangsbepaling Artikel 8 Inwerkingtreding 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van dit besluit is 1 januari 2025.

Artikel 3 Uitgesloten van kwijtschelding Bij de invordering van de volgende belastingen wordt géén kwijtschelding verleend voor: j. De leges; dit met uitzondering van de rechten zoals genoemd in artikel 2; k. De lijkbezorgingsrechten; l. De marktgelden; m. Het liggeld vaartuigen; n. Het campergeld; o. De toeristenbelasting; p. De forensenbelasting; q. De parkeerbelasting; r. Het sluisgeld. Artikel 8 Intrekking Besluit kwijtscheldingsregels 2025 Artikel 9 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Toelichting: Artikel 1 sub f: Kwijtschelding voor de leges voor zover het de wettelijke verplichte identiteitsbewijzen betreft is verwijderd, aangezien deze in artikel 2 verder uitgewerkt zijn onder ‘Beperkte kwijtschelding’. In de oude tekst was onduidelijk welke voorwaarden er werden aangehouden voor kwijtschelding van de leges. Die zijn nu verduidelijkt in de aangepaste tekst. Artikel 2 is toegevoegd met de voorwaarden voor het in aanmerking komen voor kwijtschelding van leges van Nederlandse identiteitskaart. Inwoners hebben een identificatieplicht en kunnen er met de kwijtschelding van de leges voor een Nederlandse identiteitskaart voor zorgen dat zij zich kunnen identificeren. Artikel 3: kloppend gemaakt met artikel 1 en 2. Artikel 8: titel aangepast. De titel klopt nu met de tekst die eronder staat. Artikel 9: tekst aangepast. Twee leden die er stonden waren verwarrend. In tekstvoorstel is de modelverordening VNG gevolgd.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=6783c5dc-7699-4f4f-b7a9-e96eb2dcb28c