Was-wordt-tabel Verordening Jeugdhulp Diemen 2022 - versie oktober 2021.docx
Tekst van het document
Was wordt tabel Verordening Jeugdhulp Diemen 2022
Grootste veranderingen: • Segment B/C specialistische hulp • Besluit verplaatst naar nadere regels • Pgb • Eenduidigheid DUO verordeningen en met verordening Amsterdam • Nummering
1
WAS
WORDT
TOELICHTING
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - algemene voorziening: voorziening op grond van de wet die rechtstreeks toegankelijk is zonder toegangsbeoordeling of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling; - andere voorziening: voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, niet vallend onder de wet;
-
-
2
hoogspecialistische jeugdhulp: individuele voorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.2 zijnde voorzieningen voor jeugdhulp die een zeer intensieve aanpak en/of zeer hoge dan wel zeer specifieke – vaak multidisciplinaire – expertise vragen; individuele voorziening: de op de jeugdige en/of zijn ouders toegesneden voorziening die door het college in natura of bij persoonsgebonden budget wordt verstrekt op basis van een besluit;
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - algemene voorziening: voorziening op grond van de wet die rechtstreeks toegankelijk is zonder toegangsbeoordeling of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling; - andere voorziening: voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, niet vallend onder de wet;
Begrippen cursief gemaakt, voor duidelijkheid en in lijn met de verordeningen van Amsterdam, OuderAmstel en Uithoorn
-
familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren;
Definitie Familiegroepsplan toegevoegd, komt voor in artikel 3.6
-
hoogspecialistische jeugdhulp: individuele voorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.2 zijnde voorzieningen voor jeugdhulp die een zeer intensieve aanpak en/of zeer hoge dan wel zeer specifieke – vaak multidisciplinaire – expertise vragen; individuele voorziening: de op de jeugdige en/of zijn ouders toegesneden voorziening die door het college in natura of bij persoonsgebonden budget wordt verstrekt op basis van een besluit;
Vervalt omdat er alleen SJH wordt toegekend.
-
-
-
-
-
-
3
intensiteit: de duur en omvang van de individuele voorzieningen voor specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp die geboden worden binnen een ondersteuningsprofiel; lokale toegang: professionals (ouder- en kindcoaches, jeugdconsulenten en het Sociaal Wijkteam Diemen) die door het college aangewezen zijn om de gemeentelijke toegang naar de individuele voorzieningen te verzorgen; ondersteuningsprofiel: een cluster van hulpvragen waarmee de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en zijn ouders wordt gecategoriseerd; ondersteuningsvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet; ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt;
-
integraal plan: het document waarin de ondersteuningsbehoeften van de jeugdige en/of zijn ouders zijn vastgelegd samen met de resultaten en hoe deze te bereiken en waarin op verschillende levensgebieden de gezinssituatie in kaart gebracht wordt om een effectieve ondersteuning van de jeugdige mogelijk te maken;
In de nieuwe inkoop wordt gesproken over het integraal plan om duidelijk te maken dat er bij specialistische jeugdhulp altijd een plan moet zijn. Een perspectiefplan is een vorm van integraal plan.
-
intensiteit: de duur en omvang van de individuele voorzieningen voor specialistische jeugdhulp die geboden worden binnen een ondersteuningsprofiel; lokale toegang: professionals die door het college aangewezen zijn om de gemeentelijke toegang naar de individuele voorzieningen te verzorgen;
Intensiteiten vervallen
ondersteuningsprofiel: een cluster van hulpvragen waarmee de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en zijn ouders wordt gecategoriseerd; ondersteuningsvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet; ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt;
Profielen vervallen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
persoonsgebonden budget: het persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken; perspectiefplan: het document waarin de ondersteuningsbehoeften van de jeugdige en/of zijn ouders zijn vastgelegd samen met de doelen en hoe deze te bereiken en waarin op verschillende levensgebieden de gezinssituatie in kaart gebracht wordt om een effectieve ondersteuning van de jeugdige mogelijk te maken; professional: een hulpverlener die op grond van de Jeugdwet of Wet publieke gezondheid zorg verleent en in de regel geregistreerd staat in en voldoet aan het Kwaliteitsregister Jeugd of het register Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG specialistische jeugdhulp: individuele voorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.1 zijnde voorzieningen voor jeugdhulp die een intensieve aanpak en/of hoge dan wel specifieke expertise vragen; wet: de Jeugdwet;
Hoofdstuk 2 Algemene voorzieningen
4
-
-
-
-
-
persoonsgebonden budget: het persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken; perspectiefplan: het document waarin de ondersteuningsbehoeften van de jeugdige en/of zijn ouders zijn vastgelegd samen met de doelen en hoe deze te bereiken en waarin op verschillende levensgebieden de gezinssituatie in kaart gebracht wordt om een effectieve ondersteuning van de jeugdige mogelijk te maken; professional: een hulpverlener die op grond van de Jeugdwet of Wet publieke gezondheid zorg verleent en in de regel geregistreerd staat in en voldoet aan het Kwaliteitsregister Jeugd of het register Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG). specialistische jeugdhulp: individuele voorzieningen voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3.1.; wet: de Jeugdwet; zorgteam: een multidisciplinair team dat op een schoollocatie verantwoordelijk is voor de zorg richting leerlingen
Zie integraal plan
Tekstuele aanpassing i.v.m. keuze van nieuwe inkoop/stelsel om alleen op de term specialistische hulp toe te kennen.
Toegevoegd vanwege rol zorgteam op speciaal onderwijslocaties bij het toegang verlenen tot jeugdhulp, zie artikel 3.5 lid7
Artikel 2.1 Algemene voorzieningen • •
1. De volgende vormen van algemene voorzieningen
zijn beschikbaar: a. informatie en advies voor jeugdige en ouders; b. op preventie gerichte informatie en activiteiten; c. ambulante hulp kortdurende hulp bestaande uit opvoed – en opgroei ondersteuning door de ouder en kindcoaches;
• •
Artikel 2.1 Algemene voorzieningen
a. informatie en advies voor jeugdige en ouders; b. op preventie gerichte informatie, preventieve jeugdhulp en vroegsignalering; c. ambulante kortdurende hulp bestaande uit opvoed- en opgroei ondersteuning; d. cliëntondersteuning
Ivm eenduidigheid van de DUO verordeningen is lid 1 sub b en c aangepast en sub d toegevoegd In beleidsregels wordt de uitwerking van clientondersteuning opgenomen, zoals in oude artikel 2.3.
2.Het college kan bij nadere regeling vaststellen welke aanbod onder algemene voorzieningen op basis van het eerste lid beschikbaar zijn. Artikel 2.2 Sociaal Wijkteam Diemen
Artikel 2.2 Gemeentelijke toegang tot Jeugdhulp
1.Er is een Sociaal Wijkteam Diemen voor minder of niet zelfredzame huishoudens (geen of weinig regie) (met en zonder kinderen) waarbij sprake is van meervoudige en domein overstijgende problematiek;
1.Er is een Sociaal Wijkteam Diemen voor minder of niet zelfredzame huishoudens (geen of weinig regie) (met en zonder kinderen) waarbij sprake is van meervoudige en domein overstijgende problematiek;
Verplaatst naar lid 4 en tekstuele aanpassing i.v.m. eenduidigheid verordeningen DUO
1. De gemeentelijke toegang, georganiseerd door Jeugdconsulenten van team Wmo zijn het aanmeldpunt voor alle vragen in het kader van de jeugdwet. 2. Het Sociaal Wijkteam Diemen biedt ondersteuning en zorg aan jeugdigen en volwassenen door professionals uit verschillende leefdomeinen in een gezamenlijke aanpak bij elkaar te brengen die werken
5
2. De gemeentelijke toegang biedt ondersteuning en zorg door samen te werken met het gezin en het betrokken netwerk, met professionals die vanuit de verschillende leefdomeinen een gezamenlijke aanpak
Nummering verspringt Tekstuele aanpassing i.v.m. eenduidigheid verordeningen DUO
volgens het principe één gezin, één plan en één regisseur.
tot stand brengen volgens het principe één gezin, één plan en één regisseur.
3. De daartoe gemandateerde professional van het Sociaal Wijkteam Diemen neemt namens het college besluiten met betrekking tot het toekennen van individuele voorzieningen.
3. De daartoe gemandateerde professional van de gemeentelijke toegang neemt namens het college besluiten met betrekking tot het toekennen van individuele voorzieningen. Tekstuele aanpassing i.v.m. eenduidigheid verordeningen DUO
4. Binnen de gemeentelijke toegang is er ook een Sociaal Wijkteam Diemen voor minder of niet zelfredzame huishoudens (geen of weinig regie) met en zonder kinderen, waarbij sprake is van meervoudige en domein overstijgende problematiek en de regie daarover zijn kwijtgeraakt.
•
•
Artikel 2.3 Cliëntondersteuning
Artikel 2.3 Cliëntondersteuning
1.Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een • beroep kunnen doen op kostenloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. 2.Het college wijst de cliënt, bedoeld in artikel 2.3., • eerste lid op de mogelijkheid gebruik te maken van kostenloze cliëntondersteuning.
1.Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kostenloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. 2.Het college wijst de cliënt, bedoeld in artikel 2.3., eerste lid op de mogelijkheid gebruik te maken van kostenloze cliëntondersteuning.
•
6
• •
Artikel vervalt i.v.m. toevoeging artikel 2.1. lid 1 sub d
Artikel 2.4 Jeugdhulpvoorzieningen in het kader van speciaal onderwijs
Artikel 2.4 Jeugdhulpvoorzieningen in het kader van speciaal onderwijs
1. In aanvulling op het aanbod zoals bedoeld in artikel 2.1 en 2.2, is er een laagdrempelig aanbod aan jeugdhulpvoorzieningen in de stad voor leerlingen die speciale onderwijsondersteuning nodig hebben en hun ouders, bestaande uit: a. ambulante jeugdhulp geboden op scholen voor speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en praktijkonderwijs, b. onderwijszorgarrangementen geboden door de onderwijsinstelling en de jeugdhulpaanbieder gezamenlijk. 2. Het college kan nadere regels stellen over de omvang en toegang van de in het eerste lid bedoelde aanbod.
3. In aanvulling op het aanbod zoals bedoeld in artikel 2.1 en 2.2, is er een laagdrempelig aanbod aan jeugdhulpvoorzieningen in de stad voor leerlingen die speciale onderwijsondersteuning nodig hebben en hun ouders, bestaande uit: a. ambulante jeugdhulp geboden op scholen voor speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en praktijkonderwijs, b. onderwijszorgarrangementen geboden door de onderwijsinstelling en de jeugdhulpaanbieder gezamenlijk. 4. Het college kan nadere regels stellen over de omvang en toegang van de in het eerste lid bedoelde aanbod.
Hoofdstuk 3 Individuele voorzieningen Paragraaf 1 Soorten individuele voorzieningen
•
7
Artikel 3.1 Specialistische jeugdhulp
Artikel 3.1 Specialistische Jeugdhulp
1. In aanvulling op de algemene voorzieningen draagt het college zorg voor de beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp. 2. De ondersteuning die geboden wordt vanuit de specialistische jeugdhulp kan bestaan uit: a. ambulante hulp, begeleiding, verzorging en ondersteuning voor jeugdigen en hun ouders, geboden in de thuissituatie, op het
1.In aanvulling op de algemene voorzieningen draagt het college zorg voor de beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp. 2.De ondersteuning die geboden wordt vanuit de specialistische jeugdhulp kan bestaan uit: a. ambulante hulp, begeleiding, verzorging en ondersteuning voor jeugdigen en hun ouders, geboden in de thuissituatie, op het
Vervalt i.v.m. aanpassing SJSO, zie artikel 3.5 lid 7
Keuze van nieuwe inkoop/stelsel om alleen op de term specialistische hulp toe te kennen artikel 3.1. en 3.2 is daarom samengevoegd Kenmerk van het brede spectrum specialistische jeugdhulp opgenomen
kinderdagverblijf, de school of de locatie van de jeugdhulpaanbieder; b. kortdurende dagbehandeling, dagbesteding en verblijf (logeervoorzieningen) op de locatie van de jeugdhulpaanbieder.
•
•
• •
8
kinderdagverblijf, de school of de locatie van de jeugdhulpaanbieder; b. kortdurende dagbehandeling en/of dagbehandeling met een lage intensiteit, dagbesteding en verblijf (logeervoorzieningen) op de locatie van de jeugdhulpaanbieder; c. ambulante jeugdhulp geboden in het netwerk en op de locatie van de jeugdhulpaanbieder, met een hoge intensiteit, langdurige, complexe en/of meervoudige problematiek; d. jeugdhulp met verblijf.
Toegevoegd ‘dagbehandeling met een lage intensiteit’ ivm eenduidigheid andere verordeningen
Lid c en d zijn toegevoegd ivm samenvoegen artikel 3.1. en 3.2. Tekst aangepast ivm eenduidigheid
Artikel 3.2 Hoogspecialistische jeugdhulp
Artikel 3.2 Hoogspecialistische jeugdhulp
1.In aanvulling op de algemene voorzieningen draagt • het college zorg voor de beschikbaarheid van hoogspecialistische jeugdhulp. 2.De ondersteuning die geboden wordt vanuit de • hoogspecialistische jeugdhulp kan bestaan uit: a. ambulante jeugdhulp bij complexe en/of meervoudige problematiek+ b. jeugdhulp met verblijf.
1.In aanvulling op de algemene voorzieningen draagt het college zorg voor de beschikbaarheid van hoogspecialistische jeugdhulp. 2.De ondersteuning die geboden wordt vanuit de hoogspecialistische jeugdhulp kan bestaan uit: a. ambulante jeugdhulp bij complexe en/of meervoudige problematiek+ b. jeugdhulp met verblijf.
Artikel vervalt omdat het is samengevoegd met artikel 3.1.
Artikel 3.3 Dyslexiezorg
Artikel 3.2 Dyslexiezorg
Nummering verspringt
1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van dyslexiezorg. 2. De ondersteuning die geboden wordt vanuit dyslexiezorg kan bestaan uit:
1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van dyslexiezorg, bestaande uit: a. diagnostiek bij een vermoeden van ernstige enkelvoudige dyslexie,
Lid 1 en 2 samengevoegd ivm eenduidigheid andere verordeningen Er is een nieuw landelijke dyslexieprotocol ‘Protocol Dyslexie Diagnostiek en
o o •
•
•
a.
a. diagnostiek bij een vermoeden van ernstige enkelvoudige dyslexie; b. behandeling van ernstige enkelvoudige dyslexie. 3.Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de afbakening van de in het eerste lid bedoelde dyslexiezorg en de doelgroep.
2. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de afbakening van de in het eerste lid bedoelde dyslexiezorg en de doelgroep.
Artikel 3.4 Overige individuele voorzieningen
Artikel 3.3 Overige individuele voorzieningen
1. In aanvulling op de individuele voorzieningen en de• voorzieningen zoals genoemd in artikel 3.1, 3.2 en 3.3 draagt het college zorg voor de beschikbaarheid van overige individuele voorzieningen (o.a. landelijke jeugdhulpaanbieders met specialisme). 2. De ondersteuning die geboden kan worden vanuit • de overige individuele voorzieningen kan alle vormen van jeugdhulp bevatten voor zover deze niet wordt geboden door de voorzieningen zoals genoemd in artikel 3.1, 3.2 of 3.3.
1. In aanvulling op de algemene voorzieningen en de voorzieningen zoals genoemd in artikel 3.1 en 3.2 draagt het college zorg voor de beschikbaarheid van overige individuele voorzieningen (o.a. landelijke jeugdhulpaanbieders met specialisme). 2. De ondersteuning die geboden kan worden vanuit de overige individuele voorzieningen kan alle vormen van jeugdhulp bevatten voor zover deze niet wordt geboden door de voorzieningen zoals genoemd in artikel 3.1 of 3.2. 3. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de afbakening van de in dit artikel bedoelde jeugdhulp.
Verwijzing naar 3.3 vervalt ivm samenvoegen 3.1. en 3.2 en daarmee het verspringen van de nummering
Paragraaf 2. Toegang specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp
Paragraaf 2. Toegang specialistische jeugdhulp
Hoogspecialistische vervalt in het verwijsproces
Artikel 3.5 Algemeen
Artikel 3.4 Algemeen
• 1. In dit artikel en volgende artikelen van paragraaf 2 •
wordt verstaan onder jeugdhulpaanbieder: de jeugdhulpaanbieder in de zin van de wet die specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp aanbiedt zoals bedoeld in artikel 3.1 en 3.2, tenzij
9
b. behandeling van ernstige enkelvoudige dyslexie.
1.In dit artikel en volgende artikelen van paragraaf 2 wordt verstaan onder jeugdhulpaanbieder: de jeugdhulpaanbieder in de zin van de wet die specialistische jeugdhulp aanbiedt.
Behandeling-versie 3.0’ Co-morbiditeit is geen directe contra-indicatie meer voor vergoede zorg. De terminologie wijzigt daarom van EED (Ernstige enkelvoudige Dyslexie) naar ED (ernstige Dyslexie) Nummering verspringt Nummering verspringt
Verwijzing naar 3.3 vervalt ivm samenvoegen 3.1. en 3.2 en daarmee het verspringen van de nummering Lid 3 toegevoegd ivm eenduidigheid verordeningen
Nummering verspringt Hoogspecialistisch vervalt
specifiek aangegeven is dat het om een van beide gaat. b. 2. Het college kent een specialistische of • hoogspecialistische voorziening toe door middel van een besluit dat toegang geeft tot specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp binnen een bepaald ondersteuningsprofiel en – als het gaat om hoogspecialistische jeugdhulp – met een bepaalde intensiteit.
2.Het college kent een specialistische of hoogspecialistische voorziening toe door middel van een besluit dat toegang geeft tot specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp binnen een bepaald ondersteuningsprofiel en – als het gaat om hoogspecialistische jeugdhulp – met een bepaalde intensiteit.
Verplaatst naar nadere regels.
• •
10
c.
3. Het college neemt het besluit als bedoeld in het tweede lid op grond van het gesprek over de ondersteuningsvraag met de jeugdige en/of zijn ouders en het opgestelde perspectiefplan zoals bedoeld in artikel 3.6, en wanneer het gaat om een persoonsgebonden budget, aanvullend op grond van het pgb-plan zoals bedoeld in artikel 3.11.
2.Een individuele voorziening voor specialistische jeugdhulp wordt ingezet op grond van het gesprek over de hulpvraag met de jeugdige en/of zijn ouders, zoals bedoeld in artikel 3.5 en wanneer het gaat om een persoonsgebonden budget, aanvullend op grond van het pgb-plan, zoals bedoeld in artikel 3.9.
Nummering verspringt Tekstuele aanpassing Verwijzing naar artikel 3.5 aangepast ivm verspringen nummering
d.
4. Het gesprek, zoals bedoeld in artikel 3.6, kan • achterwege gelaten worden, wanneer: a. de huisarts, jeugdarts of medisch specialist o conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel g van de wet verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp; b. in crisissituaties waar de onmiddellijke o uitvoering van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp geen uitstel • duldt.
3. Het gesprek, zoals bedoeld in artikel 3.5, kan achterwege gelaten worden, wanneer: a. de huisarts, jeugdarts of medisch specialist conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel e van de wet verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp waarbij geen ondersteuningsvraag is op meerdere levensgebieden;
Nummering verspringt Verwijzing naar artikel 3.5 aangepast ivm verspringen nummering Toegevoegd “waarbij er geen ondersteuningsvraag is op meerdere levensgebieden”, omdat daarmee het onderscheid voor wel of geen integraal plan is gewaarborgd. Dit onderscheid is namelijk vervallen doordat er alleen naar specialistische jeugdhulp wordt verwezen. Doel is dat het gaat om breder kijken Eenduidig met Amsterdam
b. in crisissituaties waar de onmiddellijke uitvoering van specialistische jeugdhulp geen uitstel duldt.
e.
5. In de in het vierde lid onderdeel a genoemde gevallen neemt het college het besluit als bedoeld in het tweede lid op grond van het verzoek tot een zorgtoewijzing van de betrokken jeugdhulpaanbieder van specialistische jeugdhulp.
4.In de in het derde lid onderdeel a genoemde gevallen kent het college een individuele voorziening voor jeugdhulp toe op grond van het verzoek tot een zorgtoewijzing van de betrokken jeugdhulpaanbieder van specialistische jeugdhulp.
Tekstuele aanpassing
f.
6. Wanneer de huisarts, jeugdarts of medisch • specialist conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel g van de wet verwezen heeft naar hoogspecialistische jeugdhulp, neemt het college het besluit als bedoeld in het tweede lid op grond van het door de jeugdige en/of zijn ouders – al dan niet met ondersteuning van de verwijzende huisarts, jeugdarts, of medisch specialist of het lokale team – opgestelde perspectiefplan, en de toets hiervan door het lokale team.
5. Wanneer de huisarts, jeugdarts of medisch specialist conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel e van de wet verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp waarbij er een ondersteuningsvraag is op meerdere levensgebieden, wordt de individuele voorziening zoals bedoeld in het tweede lid, ingezet op grond van signaal van de betrokken jeugdhulpaanbieder dat er een integraal plan is opgesteld en hierin de ondersteuningsbehoeften op de verschillende levensgebieden voldoende in kaart zijn gebracht om een effectieve uitvoering van de jeugdhulp mogelijk te maken.
Hoogspecialistische jeugdhulp vervangen door ‘specialistische jeugdhulp waarbij er een ondersteuningsvraag is op meerdere levensgebieden’, omdat daarmee het onderscheid voor wel of geen integraal plan is gewaarborgd. Dit onderscheid is namelijk vervallen doordat er alleen naar specialistische jeugdhulp wordt verwezen. Doel is dat het gaat om breder kijken. Eenduidig met Amsterdam Toets hiervan door het lokale team is gewijzigd in ‘signaal van de betrokken jeugdhulpaanbieder’ omdat in de nieuwe inkoop ook de aanbieder kan bepalen of een integraal plan is opgesteld. Hiermee wordt een administratieve last verminderd
g.
7. Wanneer een jeugdige en/of zijn ouders ernstige bezwaren hebben tegen de toetsing van het perspectiefplan door de lokale toegang zoals bedoeld in het vorige lid, kunnen zij dit kenbaar maken aan het college; het college neemt dan het besluit enkel op aanwijzing van de jeugdhulpaanbieder dat inzet van hoogspecialistische jeugdhulp noodzakelijk is en dat een perspectiefplan is opgesteld. •
•
11
7.Wanneer een jeugdige en/of zijn ouders ernstige bezwaren hebben tegen de toetsing van het perspectiefplan door de lokale toegang zoals bedoeld in het vorige lid, kunnen zij dit kenbaar maken aan het college; het college neemt dan het besluit enkel op aanwijzing van de jeugdhulpaanbieder dat inzet van hoogspecialistische jeugdhulp noodzakelijk is en dat een perspectiefplan is opgesteld.
Deze bepaling vervalt, omdat lid 6 is gewijzigd.
6. Wanneer een zorgteam van een speciaal onderwijslocatie de inzet van specialistische jeugdhulp in de vorm van ambulante jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige nodig acht, wordt de individuele voorziening, zoals bedoeld in het tweede lid, ingezet op grond van het verzoek om een zorgtoewijzing van de betrokken jeugdhulpaanbieder voor specialistische jeugdhulp. 7.Het college kan nadere regels stellen omtrent de verdere uitwerking van de criteria voor een individuele voorziening en de methodiek en procedure waarmee de noodzaak tot het bieden van een individuele voorziening wordt vastgesteld. • h.
8. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de ondersteuningsprofielen en intensiteiten zoals bedoeld in het tweede lid.
Artikel 3.6 Het gesprek en perspectiefplan •
8. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de ondersteuningsprofielen en intensiteiten zoals bedoeld in het tweede lid. 8.Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is de inzet van specialistische jeugdhulp te heroverwegen en stelt hieromtrent nadere regels. Artikel 3.5 Het gesprek en het integraal plan
•
Dit lid is toegevoegd omdat vanaf 1/8/21 het SJSO onderdeel is van de nieuwe inkoop en dus een individuele voorziening waarvoor een toekenningsbesluit nodig is.
nieuw
Vervalt, want nieuwe verwijzen is naar specialistische jeugdhulp Verplaatst vanuit 3.8 Perspectiefplan wijzigt in het integraal plan en nummering verspringt
1. De lokale toegang stelt namens het college in een of 1. De lokale toegang stelt namens het college in een of meerdere gesprek(ken) samen met de jeugdige en/of meerdere gesprek(ken) samen met de jeugdige en/of zijn ouders vast: zijn ouders vast: a. wat de ondersteuningsvraag is en wat de gezinssituatie is op de verschillende leefgebieden; . b. wat de jeugdige, zijn ouders en het sociale netwerk zelf kunnen doen om
12
de ondersteuningsvraag te beantwoorden; c. of en welke ondersteuning nodig is vanuit de algemene voorzieningen; d. of en welke extra ondersteuning nodig is in de vorm van een individuele voorziening; e. op welke wijze de ondersteuning bedoeld onder b, c en d wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen; f. wat de beoogde resultaten zijn van de ondersteuning. g. of er sprake is van de wens voor een pgb. • •
g. of er sprake is van de wens voor een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders worden ingelicht over de gevolgen van de keuze
•
2. Wanneer uit het gesprek blijkt dat de inzet van specialistische jeugdhulp nodig is, wordt door het lokale team met de te betrekken jeugdhulpaanbieder overleg gevoerd over de in te zetten jeugdhulp.
• • • •
•
13
2. De lokale toegang en de jeugdige en/of zijn ouders• leggen de zaken genoemd in het eerste lid vast in een perspectiefplan dat door de professional van de lokale
3. De lokale toegang en de jeugdige en/of zijn ouders leggen de zaken genoemd in het eerste lid vast in een integraal plan dat door de professional van de lokale
Toevoeging ivm eenduidigheid met DUO verordeningen
Dit lid is toegevoegd: bij specialistische jeugdhulp is het van belang dat er zo snel mogelijk de juiste hulp wordt ingezet, overleg tussen lokale team en jeugdhulpaanbieder is daarom essentieel voordat formele besluit wordt genomen. Gezien het belang hiervan wordt deze stap in het proces nu geformaliseerd in de verordening. Nummering verspringt Perspectiefplan wijzigt in het integraal plan
•
•
•
•
•
•
toegang, de jeugdige en/of zijn ouders ondertekend wordt. 3. Het ondertekende perspectiefplan, dan wel de weergave ervan in een gespreksverslag, kan door de lokale toegang worden opgeslagen in de eigen administratie. 4. Het (ondertekende) perspectiefplan wordt, voor zover van toepassing, voor een effectieve uitvoering van de specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, door de jeugdige en/of zijn ouders, of in voorkomende gevallen door de lokale toegang, gedeeld met de betrokken jeugdhulpaanbieder met inachtneming van de geldende privacyregelgeving. 5. In het perspectiefplan worden afspraken • opgenomen over het moment en de wijze waarop de resultaten van het perspectiefplan met de jeugdige en/of zijn ouders, het lokale team en de jeugdhulpaanbieder besproken worden. 6. Als de jeugdige en zijn ouders een • familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt de lokale toegang dat als eerste bij het gesprek. 7. Het perspectiefplan wordt binnen 6 weken na het • 1e gesprek aan de jeugdige en/of de ouders toegestuurd. 8. Een door de jeugdige en/of ouders voor akkoord • ondertekend perspectiefplan wordt gezien als een aanvraag voor een individuele voorziening. 9. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van en de wijze waarop het gesprek zoals bedoeld in dit artikel gevoerd wordt. •
14
toegang, de jeugdige en/of zijn ouders ondertekend wordt. 4. Het ondertekende integraal plan, dan wel de weergave ervan in een gespreksverslag, kan door de lokale toegang worden opgeslagen in de gemeentelijke administratie. 5. Het (ondertekende) integraal plan wordt, voor zover van toepassing, voor een effectieve uitvoering van de specialistische jeugdhulp, door de jeugdige en/of zijn ouders, of in voorkomende gevallen door de lokale toegang, gedeeld met de betrokken jeugdhulpaanbieder met inachtneming van de geldende privacyregelgeving. 6. In het integraal plan worden afspraken opgenomen over het moment en de wijze waarop de resultaten van het integraal plan met de jeugdige en/of zijn ouders, het lokale team en de jeugdhulpaanbieder besproken worden. 7. Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt de lokale toegang dat als eerste bij het gesprek. 7. Het perspectiefplan wordt binnen 6 weken na het 1e gesprek aan de jeugdige en/of de ouders toegestuurd. 8. Een door de jeugdige en/of ouders voor akkoord ondertekend integraal plan wordt gezien als een aanvraag voor een individuele voorziening. 8. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van en de wijze waarop het gesprek zoals bedoeld in dit artikel gevoerd wordt.
Nummering verspringt Perspectiefplan wijzigt in het integraal plan; eigen wijzigt in gemeentelijke Nummering verspringt Perspectiefplan wijzigt in het integraal plan Hoogspecialistisch vervalt Nummering verspringt Perspectiefplan wijzigt in het integraal plan Nummering verspringt
Dit lid vervalt en komt in de beleidsregels
Vervalt, melding is de aanvraag volgens Awb Nummering verspringt
Artikel 3.7 Criteria en afwegingsfactoren bij de toekenning van individuele voorzieningen
Artikel 3.6 Criteria en afwegingsfactoren bij de toekenning
Het hoofdstuk gaat over individuele voorzieningen, dus die toevoeging kan weg, nummering verspringt
1.Het college kent een specialistische en hoogpecialistische jeugdhulp toe indien en voor zover in het gesprek en perspectiefplan zoals bedoeld in artikel 3.6 vastgesteld is dat:
1. Een jeugdige of ouder kan binnen de kaders van de Jeugdwet en deze verordening in aanmerking komen voor een individuele voorziening wanneer door het college of een andere wettelijke verwijzer is vastgesteld dat:
Tekstuele aanpassing
een individuele voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst van de ondersteuningsvraag; b. de jeugdige op eigen kracht, of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving, geen afdoende oplossing voor zijn ondersteuningsvraag kan vinden; c. een algemene voorziening niet adequaat is voor de oplossing van de ondersteuningsvraag; d. de jeugdige of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de ondersteuningsvraag te beantwoorden. 2.Het college kan nadere regels vaststellen ter verdere uitwerking van de algemene criteria zoals genoemd in het eerste lid of ter bepaling van specifieke criteria voor bepaalde individuele voorzieningen. a.
•
15
Artikel 3.8 Besluit specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp
Artikel 3.7 Besluit specialistische jeugdhulp
1.In het besluit tot toekenning van een specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp wordt vastgelegd:
1.In het besluit tot toekenning van specialistische jeugdhulp wordt vastgelegd:
Verplaatst naar nadere regels om op deze manier sneller te kunnen acteren op ontwikkelingen in het stelsel (o.a. als gevolg van inrichting taakgerichte bekostiging)
of sprake is van specialistische of • hoogspecialistische jeugdhulp, het ondersteuningsprofiel en als het gaat om hoogspecialistische jeugdhulp ook de intensiteit van de jeugdhulp; b. in geval van een persoonsgebonden budget de hoogte van het budget en hoe deze is berekend. c. Wat de beoogde resultaten zijn.
a. wat de, in samenspraak met de betrokkenen, beoogde doelen (resultaten) zijn;
2. Het besluit tot toekennen van specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp wordt afgegeven: a. als het gaat om zorg in natura, met een • geldigheidsduur tot vier maanden nadat de • jeugdige en/of zijn ouders in overleg met de • betrokken jeugdhulpaanbieder hebben • besloten dat de jeugdhulp niet langer nodig is• en het college hiervan door de jeugdhulpaanbieder op de hoogte is gesteld; b. als het gaat om een persoonsgebonden budget: met een in het besluit vastgestelde geldigheidsduur van maximaal een jaar. 3.In aanvulling op het gestelde in het tweede lid wordt • het besluit opnieuw van kracht wanneer een jeugdige en/of zijn ouders zich binnen vier maanden na een volgens plan beëindigd jeugdhulptraject dat gericht was op herstel opnieuw, met dezelfde hulpvraag, bij de jeugdhulpaanbieder melden.
2. Het besluit tot toekennen van specialistische jeugdhulp wordt afgegeven:
3.In aanvulling op het gestelde in het tweede lid wordt het besluit opnieuw van kracht wanneer een jeugdige en/of zijn ouders zich binnen vier maanden na een volgens plan beëindigd jeugdhulptraject dat gericht was op herstel opnieuw, met dezelfde hulpvraag, bij de jeugdhulpaanbieder melden.
4.De geldigheid van het besluit kan vervallen wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen drie maanden na het afgegeven van het besluit is gestart met zorg.
4.De geldigheid van het besluit kan vervallen wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen zes maanden na het afgegeven van het besluit is gestart met zorg.
a.
•
16
Verplaatst naar nadere regels om op deze manier sneller te kunnen acteren op ontwikkelingen in het stelsel (o.a. als gevolg van inrichting taakgerichte bekostiging)
Vervalt ivm de nieuwe manier van verwijzen (alleen naar specialistische jeugdhulp) waarin geen SPIC systematiek meer aanwezig is.
Geldigheid verlengt van 3 naar 6 maanden ivm eenduidigheid voor de uitvoering/kernpartner die ook voor Amsterdam werken. In verordening van Amsterdam is dit 6 maanden
Verplaatst naar nadere regels Verplaatst naar nadere regels 5. Het besluit wordt genomen: a. indien er overeenstemming is tussen de lokale toegang en de jeugdige en/of zijn ouders over de in te zetten specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, direct na de ondertekening van het perspectiefplan door de jeugdige en/of zijn ouders en de professional van de lokale toegang en; b. binnen 2 weken na ontvangst van het eenzijdig door de jeugdige en/of zijn ouders opgestelde perspectiefplan, wanneer de lokale toegang en de jeugdige en/of zijn ouders geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over het perspectiefplan; c. binnen 5 werkdagen na het verzoek om toewijzing van de jeugdhulpaanbieder, wanneer een perspectiefplan op grond van artikel 3.5 vierde lid niet nodig is.
17
5. Het besluit wordt genomen: a. indien er overeenstemming is tussen de lokale toegang en de jeugdige en/of zijn ouders over de in te zetten specialistische jeugdhulp, direct na de ondertekening van het integraal plan door de jeugdige en/of zijn ouders en de professional van de lokale toegang en; b. binnen 2 weken na ontvangst van het eenzijdig door de jeugdige en/of zijn ouders opgestelde integraal plan, wanneer de lokale toegang en de jeugdige en/of zijn ouders geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over het integraal plan; c. c. binnen 7 werkdagen na het verzoek om toewijzing van de jeugdhulpaanbieder, wanneer een integraal plan op grond van artikel 3.4 vierde lid niet nodig is.
6. Als de jeugdige of zijn ouders hierom vragen of bij 5b van dit artikel legt het college het besluit vast in een beschikking. 7. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen en kan hieromtrent nadere regels stellen.
6. Als de jeugdige of zijn ouders hierom vragen of bij 5b van dit artikel legt het college het besluit vast in een beschikking. 7. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen en kan hieromtrent nadere regels stellen.
Paragraaf 3. Toegang dyslexiezorg
Paragraaf 3. Toegang dyslexiezorg
Uit evaluatie van de verordening blijkt dat de termijn soms te krap is, daarom aangepast naar 7 werkdagen Verwijzing naar artikel aangepast ivm verspringen nummering. Verplaatst naar nadere regels
Verplaatst naar nadere regels Verplaatst naar nieuwe 3.4
• •
•
18
Artikel 3.9 Toegang dyslexiezorg
Artikel 3.7 Toegang dyslexiezorg
Nummering verspringt
1. Het college kent een individuele voorziening voor dyslexiezorg toe door middel van een besluit dat toegang geeft tot diagnostiek, om vast te stellen of sprake is van ernstige enkelvoudige dyslexie, en behandeling, indien uit de uitgevoerde diagnostiek blijkt dat sprake is van ernstige enkelvoudige dyslexie.
1.Het college kent een individuele voorziening voor dyslexiezorg toe door middel van een besluit dat toegang geeft tot diagnostiek, om vast te stellen of sprake is van ernstige enkelvoudige dyslexie, en behandeling, indien uit de uitgevoerde diagnostiek blijkt dat sprake is van ernstige enkelvoudige dyslexie.
Er is een nieuw landelijke dyslexieprotocol ‘Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling-versie 3.0’ Co-morbiditeit is geen directe contra-indicatie meer voor vergoede zorg. De terminologie wijzigt daarom van EED (Ernstige enkelvoudige Dyslexie) naar ED (ernstige Dyslexie)
2.Het college neemt het besluit als bedoeld in het eerste lid op grond van het leerlingdossier dyslexie van de basisschool door de daartoe gemandateerde verwijzer dyslexiezorg. 3.Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de werkwijze van de toegang dyslexiezorg en de eisen waaraan het leerlingdossier dyslexie dient te voldoen.
2.Het college neemt het besluit als bedoeld in het eerste lid op grond van het (leerling)dossier dyslexie van de basisschool door de daartoe gemandateerde verwijzer dyslexiezorg.
Paragraaf 4. Toegang overige individuele voorzieningen jeugdhulp
Paragraaf 4. Toegang overige individuele voorzieningen jeugdhulp
Artikel 3.10 Toegang overige individuele voorzieningen jeugdhulp
Artikel 3.8 Toegang overige individuele voorzieningen jeugdhulp • •
1. Voor de overige individuele voorzieningen jeugdhulp zoals beschreven in deze paragraaf zijn artikel 3.5 lid 1 en 3, artikel 3.6, tot en met 3.8 en artikel 3.9 lid 1 tot en met 10 en lid 13 van toepassing. Hierbij wordt het begrip specialistische en / of hoog specialistische jeugdhulp vervangen door het begrip overige individuele voorzieningen jeugdhulp. • 2. In het besluit tot toekenning van overige individuele voorzieningen wordt vastgelegd:
1. Voor de overige individuele voorzieningen jeugdhulp zoals beschreven in deze paragraaf zijn artikel 3.4 lid 1 en 3 en artikel 3.6 van toepassing. Hierbij wordt het begrip specialistische jeugdhulp vervangen door het begrip overige individuele voorzieningen jeugdhulp.
(leerling) tussen haakjes om aan te geven dat niet het hele leerlingdossier hoeft te worden bekeken, maar alleen dat wat nodig is. Kan ook ander document zijn. Keuze i.v.m. eenduidigheid DUO
Nummering verspringt Verwijzing naar artikel 3.9 lid 1 tot en met 10 en lid 13 verwijdert, stond er foutief in. Hoogspecialistisch vervalt
o o o o • o
o
o
o •
•
a. wat de toegekende voorziening is; b. de duur en het aantal eenheden van de voorziening; c. in geval van een persoonsgebonden budget de hoogte van het budget en hoe deze is berekend; d. wat de resultaten zijn. 3. Het besluit wordt genomen: • a. tegelijkertijd met de ondertekening van het o perspectiefplan door de jeugdige en/of zijn ouders en de professional van de lokale toegang genomen en; b. binnen 2 weken na ontvangst van het eenzijdig o door de jeugdige en/of zijn ouders opgestelde perspectiefplan, wanneer de jeugdige en/of zijn ouders en de lokale toegang geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over het perspectiefplan; c. binnen 5 werkdagen na het verzoek om toewijzing o van de jeugdhulpaanbieder, wanneer een perspectiefplan op grond van artikel 3.9 vierde lid niet • nodig is. •
4. Als de jeugdige of zijn ouders hierom vragen of bij • 3b van dit artikel legt het college het besluit vast in een beschikking. 5. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen en kan hieromtrent nadere regels stellen.
Paragraaf 5 Aanvullende regels persoonsgebonden budget Artikel 3.11 Het pgb-plan
19
3. Het besluit wordt genomen: a. tegelijkertijd met de ondertekening van het integraal plan door de jeugdige en/of zijn ouders en de professional van de lokale toegang genomen en; b. binnen 2 weken na ontvangst van het eenzijdig door de jeugdige en/of zijn ouders opgestelde integraal plan, wanneer de jeugdige en/of zijn ouders en de lokale toegang geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over het integraal plan; c. binnen 7 werkdagen na het verzoek om toewijzing van de jeugdhulpaanbieder, wanneer een integraal plan op grond van artikel 3.4 derde lid niet nodig is.
6. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de toegang overige individuele voorzieningen jeugdhulp
Perspectiefplan wijzigt in het integraal plan Perspectiefplan wijzigt in het integraal plan Uit evaluatie van de verordening blijkt dat de termijn soms te krap is, daarom aangepast naar 7 werkdagen Verwijzing naar artikel aangepast ivm verspringen nummering
Toegevoegd ivm eenduidigheid met DUO en aanpassing in nadere regels
1.Als de jeugdige en/of zijn ouders zich in het gesprek zoals bedoeld in artikel 3.6 gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door de door gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieders niet passend achten, kunnen zij een persoonsgebonden budget aanvragen. 2.De jeugdige en/of zijn ouders moeten hiervoor in aanvulling op het perspectiefplan een pgb-plan op te stellen waarin is opgenomen: a. De motivatie waarom zorg in natura niet toereikend is en een persoongebonden budget gewenst is; b. de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening; c. de kosten (uitgedrukt in aantal eenheden en tarief) van de uitvoering; d. de kwalificaties van de uitvoerder.
Artikel 3.9 Het pgb-plan
Nummering verspringt
1.Als de jeugdige en/of zijn ouders zich in het gesprek zoals bedoeld in artikel 3.5 gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door de door gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieders niet passend achten, kunnen zij een persoonsgebonden budget aanvragen.
Verwijzen naar artikel aangepast ivm verandering volgorde artikelen van hoofdstuk 3
2.De jeugdige en/of zijn ouders moeten hiervoor in aanvulling op het integraal plan een pgb-plan op stellen waarin is opgenomen: a. De motivatie waarom zorg in natura niet passend is en een persoonsgebonden budget gewenst is;
Perspectiefplan wijzigt in het integraal plan
Artikel 3.10 Onderscheid professionele ondersteuning en ondersteuning uit sociaal netwerk
Artikel toegevoegd i.v.m. nieuwe Pgb bepalingen. Dit vloeit voort uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over het PGB.
1. Bij het vaststellen van de soort hulp die benodigd is, wordt onderscheid gemaakt tussen professionele ondersteuning en ondersteuning uit sociaal netwerk. 2. Van professionele ondersteuning is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of
20
‘toereikend’ verandert in ‘passend’, conform 8.1.1. Jeugdwet
ECLI:NL:CRVB:2019:2362, Centrale Raad van Beroep, 18/3756 JW (rechtspraak.nl) Inhoud van het artikel is eenduidig met Amsterdam, termen informele en informele hulp niet overgenomen, want pas niet bij de uitvoering binnen DUO.
aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder: a. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; b. personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; c. personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet (SKJ-register), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp.
21
3. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder is er sprake van ondersteuning uit sociaal netwerk. 4. Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 2 onder a, b of c, is sprake van ondersteuning uit sociaal netwerk. Artikel 3.12 Vaststellen hoogte van persoonsgebonden budget •
1. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt berekend aan de hand van het aantal uren, dagdelen of etmalen dat de individuele voorziening nodig is.
Artikel 3.11 Vaststellen hoogte van persoonsgebonden budget 1. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt berekend aan de hand van het aantal uren, dagdelen of etmalen dat de individuele voorziening nodig is vermenigvuldigt met geldende tarief per zorgvorm erbij .
•
2. Het college kan nadere regels stellen met • betrekking tot de maximale hoogte van het tarief als bedoeld in het eerste lid. 3. Het college bepaalt bij nadere regels op welke wijze• de hoogte van een pgb wordt vastgesteld. 4. Het college bepaalt bij nadere regels onder welke • voorwaarden de persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.
2. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de maximale hoogte van het tarief als bedoeld in het eerste lid. 3. Het college bepaalt bij nadere regels op welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld. 4. Het college bepaalt bij nadere regels onder welke voorwaarden de persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.
•
• •
2. De tarieven op basis waarvan de hoogte van het persoonsgebonden budget berekend wordt, bedragen voor professionele ondersteuning:
22
Nummering verspringt
Als gevolg van jurisprudentie worden de tarieven opgenomen in de verordening en niet in de nadere regels. Alleen de gemeenteraad is bevoegd de hoogte van de tarieven vast te stellen. De tarieven zijn aangepast op basis van de gewijzigde Wet minimumloon
‘vermenigvuldigt met geldende tarief per zorgvorm’ toegevoegd, duidelijker en eenduidigheid andere verordeningen
De tarieven zijn in een separaat voorstel in 2021 vastgesteld. In deze nieuwe
TARIEVEN
3. De tarieven op basis waarvan de hoogte van het persoonsgebonden budget berekend wordt, bedragen voor ondersteuning uit sociaal netwerk:
verordening zijn de tarieven afgerond en worden ze jaarlijks geïndexeerd.
TARIEVEN
4. De in het tweede lid genoemde tarieven zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2022 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van de consumentenprijsindex die geldt voor het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar (T-2). De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2. 5. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen. Artikel 3.12 Verstrekken persoonsgebonden budget professionele ondersteuning en ondersteuning uit sociaal netwerk 1. Het college kent een persoonsgebonden budget voor professionele ondersteuning enkel toe indien de zorgverlener: a. voldoet aan hetgeen is bepaald in artikel 3.10 b. werkt op basis van een hulpverleningsplan;
23
Lid 4 en 5 zijn verplaatst van nadere regels naar verordening.
De bepalingen over de eisen aan de formele en informele zorgverleners zijn niet in de nadere regels, maar in de verordening opgenomen. Rechtszekerheid voor jeugdige/ouders Dit artikel is uitgebreider dan wat er in de nadere regels stond. De bepalingen sluiten aan bij de bestaande Pgb praktijk en eenduidig met verordening Amsterdam.
Inhoud van het artikel is eenduidig met Amsterdam, termen informele en
c. werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking; d. de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp hanteert; e. een vertrouwenspersoon in staat stelt zijn taak uit te voeren. 2. Het college kent een persoonsgebonden budget voor ondersteuning uit sociaal netwerk enkel toe: a. voor zorg zoals genoemd in artikel 3.1; b. als wordt gemotiveerd waarom de inzet van ondersteuning uit sociaal netwerk leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van professionele ondersteuning; c. indien de persoon die ondersteuning uit sociaal netwerk verleent voldoet aan de volgende minimale (kwaliteits)criteria: i. de zorgverlener beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om verantwoorde hulp te bieden; ii. de zorgverlener beschikt over een VOG (behalve als de
24
informele hulp niet overgenomen, want pas niet bij de uitvoering binnen DUO.
zorgverlener een ouder is, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet); iii. de zorgverlener neemt bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling contact op met Veilig Thuis voor advies of het doen van een melding en maakt hierbij bij voorkeur gebruikt van de Meldcode Huiselijk geweld; iv. de zorgverlener meldt calamiteiten direct aan het lokale team; v. de zorgverlener werkt op basis van een plan. d. als de ondersteuning aan de jeugdige of zijn ouders niet leidt tot overbelasting bij de persoon die deze ondersteuning uit sociaal netwerk verleent. 3. Ondersteuning kan niet worden geboden door iemand vanuit het sociaal netwerk als die, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerde professional. 4. Het college kent geen vrij besteedbaar bedrag toe vanuit het persoonsgebonden budget.
25
5. Beheer van het Pgb is niet toegestaan door een professionele aanbieder die ook ondersteuning levert aan de pgb-houder. Uitgezonderd zijn familieleden in de eerste tot en met de derde graad. 6. Het informeel pgb-tarief dient te allen tijde te voldoen aan het wettelijk minimum uurloon.
Paragraaf 6 Nieuwe feiten en omstandigheden Artikel 3.13 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering •
•
26
1.Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk, en uiterlijk binnen een maand, aan het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluit aangaande een individuele voorziening. 2.Het college kan een besluit aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
Lid 5 wijkt af van Amsterdam (“niet toegestaan door de persoon of organisatie”) keuze want dit is conform praktijk
de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget zijn aangewezen; c. de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget, of; e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3.Als het college een besluit op grond van het tweede lid, onder a heeft ingetrokken, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget. • 4.Een beslissing tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. b.
•
•
27
4.Een beslissing tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen drie maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
Termijn is aangepast van 6 naar 3 maanden, eenduidig met termijn Wmo Diemen en met verordening Uithoorn en OA.
•
•
5.Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit • van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van het persoonsgebonden budget. 6.Het college kan personen aanwijzen die belast zijn • met het houden van toezicht op naleving van het bepaalde bij of krachtens de jeugdwet.
5.Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van het persoonsgebonden budget. 6.Het college kan personen aanwijzen die belast zijn met het houden van toezicht op naleving van het bepaalde bij of krachtens de jeugdwet.
Lid 5 en 6 verplaatst naar artikel 3.14, logischere plek, meer duidelijkheid en eenduidig met andere verordeningen.
Artikel 3.14 Bestrijding oneigenlijk gebruik en misbruik
Nieuw artikel ivm duidelijker opnemen PGB in verordening
•
1. Het college informeert de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening of persoonsgebonden budget zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Het college wijst personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij de wet, dan wel deze verordening, ten aanzien van de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van het bepaalde bij de wet, dan wel deze verordening. 3. Het college kan nadere regels vaststellen over de bevoegdheden van de toezichthouder. 4. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen in natura en Pgb met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan.
28
Lid 2 en 4 vervangen oude artikel 3.13 lid 5en 6.
Artikel 3.15 Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het Pgb voor ten hoogste dertien weken, als er ten aanzien van de persoon aan wie het Pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e, van de wet. 2. Indien de jeugdige voor een bepaalde periode verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet kan het college de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het Pgb voor de duur van de opname. 3. Het college stelt de Pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid.
Hoofdstuk 4 Afstemming met andere voorzieningen
29
Artikel 4.1 Overgang naar volwassenheid 1. Het college draagt zorg dat voor jeugdigen die de leeftijd van 18 jaar bereiken en ook na hun 18e jaar een ondersteuningsvraag hebben tijdig afstemming plaatsvindt over welke andere voorzieningen benodigd zijn. 2. In het geval er sprake is van verlengende jeugdhulp vindt de afstemming op latere leeftijd, maar altijd tijdig plaats. 3. Het college draagt zorg dat het lokale team zich in de gevallen bedoeld in het eerste lid de jeugdige en
Nieuw artikel i.v.m. duidelijker opnemen PGB in verordening Deze sanctie is minder zwaar dan direct intrekken en terugvorderen. Eenduidig met Amsterdam
n.a.v. overleg met uitvoering/DUO+, er ‘bepaalde periode” van gemaakt
Nieuw artikel i.v.m. belang overgang naar volwassenheid Eenduidigheid met verordening Amsterdam Op basis van de Jeugdwet moet de afstemming met andere voorzieningen worden opgenomen. Ook uit de nieuwe inkoopstrategie wordt afstemming en integraal werken veelvuldig genoemd.
zijn ouders wijst op de consequenties dat deze zorg vanaf de 18e verjaardag van de jeugdige onder een andere voorziening valt, en zich inspant voor de continuïteit van de zorg indien noodzakelijk. 4. Het college draagt zorg dat de lokale toegang (en de gecertificeerde instellingen) zich in de gevallen bedoeld in het eerste lid de jeugdige en zijn ouders vroegtijdig wijst op de eventuele veranderingen, vanaf de 18e verjaardag of na afloop van verlengde jeugdhulp met verblijf, voor de woonsituatie, inkomen, zorgverzekering enzovoort. Artikel 4.1 Afstemming gezondheidszorg
Artikel 4.2. Afstemming gezondheidszorg
Nummering verspringt
Artikel 4.3 Afstemming langdurige zorg
Nummering verspringt
1. Het college draagt zorg dat wanneer het lokale toegang een besluit neemt over de inzet van zorg die vanaf de 18e verjaardag valt onder het basispakket van de Zorgverzekeringswet en er de reële verwachting is dat deze zorg na de 18e verjaardag van de jeugdige door zal lopen, het besluit voldoet aan de eisen die daaraan gesteld worden door de zorgverzekeraars. 2. Het college draagt zorg dat het lokale toegang zich in de gevallen bedoeld in het eerste lid de jeugdige en zijn ouders wijst op de consequenties dat deze zorg vanaf de 18e verjaardag van de jeugdige onder de Zorgverzekeringswet valt, en zich inspant voor de continuïteit van de zorg indien noodzakelijk. Artikel 4.2 Afstemming langdurige zorg 1.Het college draagt zorg dat het lokale toegang de jeugdige en/of zijn ouders ondersteunt richting het
30
Centraal Indicatieorgaan Zorg, indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg. 2.Indien de jeugdige en/of zijn ouders weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een besluit van het Centraal Indicatieorgaan Zorg, is het college niet gehouden een individuele voorziening toe te kennen op grond van deze verordening. Artikel 4.3 Afstemming voorschoolse voorzieningen en het onderwijs
Artikel 4.4 Afstemming voorschoolse voorzieningen en het onderwijs
Nummering verspringt
1. Het college draagt zorg dat alle locaties voor kinderopvang, peuterspeelzaalwerk, primair en voortgezet onderwijs een contactpersoon hebben bij de lokale toegang.
1. Het college draagt zorg dat alle locaties voor kinderopvang, peuterspeelzaalwerk, primair en voortgezet onderwijs een contactpersoon hebben bij de lokale toegang.
Afstemming met leerplicht toegevoegd Eenduidig met Amsterdam
2. Het college draagt zorg voor een goede afstemming tussen de in het eerste lid genoemde contactpersonen en de leerplichtambtenaren.
31
‘leerplicht’ toegevoegd
Nummering verspringt Leerplicht toegevoegd Perspectiefplan gewijzigd in integraal plan
2. Afspraken over de afstemming van jeugdhulpvoorzieningen en onderwijszorg worden vastgelegd in het perspectiefplan van de jeugdige en zijn ouders.
3. Afspraken over de afstemming van jeugdhulpvoorzieningen, onderwijszorg en leerplicht worden vastgelegd in het integraal plan van de jeugdige en zijn ouders.
Artikel 4.4 Afstemming maatschappelijke ondersteuning
Artikel 4.5 Afstemming maatschappelijke ondersteuning
Nummering verspringt
1. Het college draagt zorg voor een goede afstemming tussen de lokale toegang en de wmo consulenten en de wmo aanbieders, indien een
1. Het college draagt zorg voor een goede afstemming tussen de verschillende gemeentelijke voorzieningen die onderdeel uitmaken van lokale
Na overleg met lokale teams DUO, tekst aangepast