CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

VO BP Buitenlust 2022_Toelichting def.pdf

Informatieve raadsvergadering 12 mei 2022, gemeente DiemenBij agendapunt: Voorontwerp bestemmingsplan Buitenlust 202212.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.10

Luchtvaartverkeer

4.10.1 Wet- en regelgeving Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) bevat ruimtelijke maatregelen op rijksniveau die verband houden met de luchthaven Schiphol. Het Luchthavenverkeerbesluit is gericht op de beheersing van de belasting van het milieu door het luchthavenluchtverkeer. Samen vormen deze besluiten een uitwerking van hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart.

27

Buitenlust 2022 (sociale woningbouw zuidzijde)

4.10.2 Onderzoek De projectlocatie ligt buiten de zones waar beperkingen aan kwetsbare functies worden gesteld. De maximum bouwhoogte conform het LIB bedraagt 74 meter boven NAP (toetshoogte radar, maatgevende kaart). Het bouwvoornemen gaat uit van gebouwen met een maximale hoogte van 15 meter, zodat het bouwplan ruim voldoet aan het LIB. 4.10.3 Conclusie Het LIB vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.11

Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties

In een ruimtelijk plan dienen planologisch relevante leidingen te worden opgenomen. Deze kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik in de omgeving. Planologisch relevant zijn hoofdnutsvoorzieningen, zoals waterleidingen, aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen, afvalwaterleidingen, en dergelijke. Indien dergelijke leidingen in het plangebied voorkomen zullen deze als zodanig bestemd moeten worden, inclusief de afstand die vrijgehouden moet worden van bebouwing ter bescherming van de leiding. In het gebied bevinden zich geen kabels, leidingen of telecommunicatie installaties, die planologisch relevant zijn. Dit aspect vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.12

Bezonning

4.12.1 Wet- en regelgeving TNO-normen Er bestaan in Nederland geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Wel zijn er normen van TNO: de lichte norm en de strenge norm. De lichte norm Een gebouw voldoet aan de lichte norm wanneer er gedurende twee uren per etmaal bezonning mogelijk is in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober. Daarbij is het geen vereiste dat de bezonning aansluitend plaatsvindt. De strenge norm Om te voldoen aan de strenge norm moet er in de periode van 21 januari tot en met 22 november bezonning mogelijk zijn gedurende drie uren per etmaal. Ook hierbij is het geen vereiste dat de bezonning aansluitend plaatsvindt.

4.12.2 Bezonningsstudie Er is een bezonningsstudie met het maximum kader volgens dit bestemmingsplan uitgevoerd (zie Bijlage 8). Door het opzij verschuiven van het bouwdeel met 5 verdiepingen geeft het bouwplan minder schaduw op de omliggende woningen dan volgens het conceptplan.

4.12.3 Conclusie Het bouwplan wordt momenteel nog geoptimaliseerd. In een later stadium zal dan ook de bezonningsstudie hierop worden aangepast en zal de toelichting hiermee worden aangevuld.

28

Buitenlust 2022 (sociale woningbouw zuidzijde)

4.13

Duurzaamheid en klimaatadaptie

Gasloos bouwen is uitgangspunt van de nieuwbouw. Bij de uitwerking van het gebouw zal rekening worden gehouden met de duurzaamheidseisen. De gemeente Diemen heeft als doelstelling om in 2040 een gebouwde omgeving in Diemen te hebben die onafhankelijk is van fossiele energie. Hierbij gaat het om energiebesparing en het opwekken van duurzame energie door gemeente, burgers en bedrijven. Intensivering is nodig om de doelstelling energieneutraal in 2040 te kunnen halen. Voor nieuwbouw die op 2 juli 2020 (Duurzaamheidsagenda) nog niet planologisch of contractueel vastlag hanteert de gemeente als doelstelling dat deze gasloos en minimaal energieneutraal is, waarbij wordt gestreefd naar energiepositief. Om de woningbouw maximaal toekomstbestendig (geschikt voor vrijwel alle aardgasloze verwarmingstechnieken en energiezuinige koeling) te maken is het toepassen van lage temperatuurverwarming wenselijk

In lijn met de landelijke doelstelling heeft de gemeente Diemen als doelstelling om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben. k. Voor een circulaire economie het wenselijk om bij (ver)nieuwbouw: 1. materiaalverspilling tegen te gaan, 2. zo hoogwaardig mogelijk gebruik te maken van wat er lokaal aan (sloop)materialen beschikbaar is, 3. gebruik te maken van hernieuwbare materialen (de gemeente heeft het MRA convenant houtbouw mede-ondertekend), 4. een zo laag mogelijke milieubelasting na te streven (zo laag mogelijke MPG waarde) 5. flexibel en levensloopbestendig te ontwerpen voor een lange levensduur en 6. zodanig te ontwerpen (modulair, schroefbaar, materialenpaspoort, etc.) dat materialen bij sloop zo hoogwaardig mogelijk geoogst en hergebruikt kunnen worden. De gemeente heeft het beleid om bepaalde sterk milieubelastende materialen niet toe te passen: lood, ongecoat zink, teerhoudende dakbedekking, koperen waterleidingen\dakbedekking, (hard)hout zonder FSC-keurmerk. De gemeente Diemen heeft als doelstelling dat gebieden in principe een bui van 120mm in een uur kunnen bergen/afvoeren zonder dat gebouwen en (parkeer)kelders onderlopen. Alleen als dat niet realiseerbaar is wordt een norm van 90mm in een uur gehanteerd.

In Buitenlust zijn de effecten van regenbuien voor de wegen en gebouwen minimaal, omdat de bestaande woningen ten opzichte van de wegen een stuk hoger liggen. Om wateroverlast in de woningen te voorkomen, moet regenwater van een extreme bui tijdelijk in de openbare buitenruimte worden geborgen. In de plannen voor de nieuwbouw dient er rekening mee te worden gehouden om deze woningen op dezelfde hoogte te bouwen. Hierbij is het van belang dat het vloerpeil van de woningen zich ruim voldoende boven de wegverharding bevindt. De vloerpeilen van Buitenlust bevinden zich op NAP -0,75 m. De maat tussen het rioolsysteem en het vloerpeil is eigenlijk kleiner dan gewenst waardoor er nauwelijks afschot is in de huisaansluitingen van woning naar openbaar riool. Dit leidt vaak tot verstoppingen. Dit pleit ervoor het vloerpeil van de nieuwe appartementen met 20 cm te tillen naar NAP-0,55 m. Dit heeft tevens een gunstige invloed op de mate van klimaatbestendigheid. We worden geconfronteerd met steeds warmere zomers. Hiermee neemt de noodzaak toe om maatregelen te treffen om het risico op oververhitting bij nieuwbouw woningen te beperken. Nieuwe woningen worden energiezuinig gebouwd, en houden daardoor hun warmte beter vast. Directe zonintreding heeft een grote invloed op oververhitting bij nieuwbouwwoningen wat in de zomer problemen kan opleveren.

Hogere binnentemperaturen leiden tot gezondheidsrisico's en overlast. Er is een indicator voor verlaging van het risico op oververhitting genaamd: TOjuli (TOjuli). De grenswaarde per 1 januari 2021 voor de TOjuli-indicator is: 1,20. Deze waarde is een indicatiegetal waarmee per oriëntatie van het gebouw inzicht wordt gegeven in het risico op temperatuuroverschrijding in het gebouw. De TOjuli volgt automatisch uit de software van de Energieprestatieberekening volgens de NTA 8800. Woningen met een actieve koeling voldoen automatisch aan de TOjuli-eis. Bij de inrichting van het gebied worden de bestaande groenzones zoveel mogelijk en zorgvuldig ingepast in de nieuwe situatie. De beoogde groene invulling van de ruimte rond de nieuwbouw heeft een gunstig effect tegen hittestress. Voor de ecologie met betrekking tot de groenzones wordt verwezen naar

29

Buitenlust 2022 (sociale woningbouw zuidzijde) paragraaf 4.9.1 Woningcorporaties hebben doorgaans niet de mogelijkheid om de kosten voor de gemeentelijke wensen op het gebied van duurzaamheid af te wentelen op de huurders. Deze kosten, drukken zwaar door in de vastgoedexploitatie zonder dat daar een huurverhoging of huurprijs tegenover staat. Terwijl de nationale milieucriteria waaraan de nieuwbouw moet voldoen zijn geborgd in het Bouwbesluit. Er worden geen verdergaande eisen bovenop de eisen van het Bouwbesluit opgelegd. Wel wordt in samenspraak met de ontwikkelaar onderzocht of er op het gebied van duurzaamheid nog bepaalde no regret maatregelen en quick wins te realiseren zijn

4.14

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.14.1 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 2017) is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 en luidt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De begrippen “bestaand stedelijk gebied” en “nieuwe stedelijke ontwikkeling” zijn opgenomen in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h en i Bro. De 'behoefte' is de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar -looptijd van een bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De Ladder bepaalt niet voor welke regio de behoefte in beeld moet worden gebracht. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt.

De afbakening van het onderzoeksgebied is dus afhankelijk van het beoogde programma in het bestemmingsplan. De Ladder biedt de mogelijkheid om in geval van een globaal bestemmingsplan met uitwerkingsplichten en/of wijzigingsbevoegdheden, in het moederplan te bepalen dat het Ladderonderzoek pas hoeft te worden verricht bij vaststelling van het uitwerkingsplan of het wijzigingsplan. 4.14.2 Behoefte Diemen is gelegen in Noord-Holland Zuid, regio Amstelland-Meerlanden. In de periode 2017-2040 neemt de woningbehoefte in Noord-Holland toe met 212.000 woningen en 189.700 in Noord-Holland Zuid. De woningbehoefte blijft ook in de regio Amstelland-Meerlanden toenemen. Voor Diemen is een behoefte van 5.800 woningen tot 2040 geprognosticeerd (Bron: Prognose 2017-2040: bevolking, huishoudens en woningbehoefte, Provincie Noord-Holland). Door een dalende nieuwbouwproductie is het binnenlands migratiesaldo van de regio de laatste jaren afgenomen. Dit is deels een crisiseffect maar hangt ook samen met de opkomst van een meer stedelijke woonvoorkeur en de afnemende groei van het aantal gezinnen met kinderen. De afgelopen tijd zien we dat vooral de gemeenten groeien die direct grenzen aan Amsterdam (Diemen en Amstelveen).

Door de vele bouwmogelijkheden, de goede bereikbaarheid, de hoge druk op de woningmarkt in Haarlem en Amsterdam en de aantrekkende economie valt te verwachten dat de woningbouwproductie blijft aantrekken en de bevolkingsgroei in de regio gaat stijgen. Dit leidt in 2040 tot een groei van 67.800 inwoners en 35.400 huishoudens. Door de specifieke groei uit het verleden is de vergrijzing in deze regio vrij groot. Dit gaat samen met een relatief hoge groei van het aantal jonge huishoudens.

30

Buitenlust 2022 (sociale woningbouw zuidzijde)

Deze geschetste ontwikkeling van de woningbehoefte sluit grotendeels aan bij de ambitie in de provinciale omgevingsvisie en het ontwikkelingsbeeld van de Metropoolregio Amsterdam. Verschil t.o.v. de uitgangspunten in deze beleidsdocumenten is dat de groei in de provincie Noord-Holland groter is dan verwacht en zich meer concentreert in de oude steden in Noord-Holland Zuid.

Er is grote behoefte aan extra sociale woningen in Diemen en de regio. Daarom heeft het College van B&W de ambitie om de komende periode 1.085 sociale woningen toe te voegen. Het totaal van 1.085 woningen is niet het resultaat van de behoefteberekening, maar gebaseerd op de nu bekende ruimtelijke en financiële mogelijkheden. De behoefte voor sociale woningbouw ligt namelijk aanzienlijk hoger. Over 10 jaar zullen er in Diemen tussen de 17.000 en 18.000 huishoudens gevestigd zijn. Van de huishoudens in groot Amsterdam valt meer dan 40% onder EU-inkomens grens voor de sociale huur. Voor Diemen betekent dat 6.800 sociale huurwoningen. In Diemen zijn nu 3.576 woningen met een sociale huurprijs. Er is daarom een feitelijke behoefte van 2.224 sociale woningen. Het toevoegen van 1.085 sociale woningen is ruim onvoldoende om hierin te voorzien.

Uit het voorafgaande wordt duidelijk dat er behoefte is aan nieuwe woningen, met name in het sociale segment. Juist herin voorziet dit bestemmingsplan. Deze worden binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. 4.14.3 Conclusie De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningen voldoen aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

31

Buitenlust 2022 (sociale woningbouw zuidzijde)

4.15

Milieueffectrapportage

De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). Bepalend daarbij is of een project moet worden beschouwd als een “stedelijk ontwikkelingsproject”. M.e.r. en m.e.r.-beoordeling Of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van het stedelijk ontwikkelingsproject een rol. Uit die rechtspraak volgt voorts dat of per saldo aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan, daarbij niet van belang is. De in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling van 38 sociale huurwoningen kwalificeert als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Dit initiatief blijft wel onder de drempelwaarden uit het besluit.

De omschrijving van de drempelwaarden behorend bij deze categorie is opgenomen in onderstaande tabel.

Conclusie Uit voorafgaande hoofdstukken is duidelijk gebleken dat de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen geen relevante gevolgen hebben voor de omgeving, die aanleiding geven voor het uitvoeren van een MER. Omdat de gemeente Diemen zelf initiatiefnemer is, is geen aparte aanmeldnotitie MER nodig. Het project blijft in omvang onder de drempelwaarden zodat er geen onderzoek nodig is. Voor een compleet beeld is in de toelichting van de bestemmingsplan aandacht besteed aan de effecten van het plan op de omgeving (geluid, lucht, externe veiligheid, ecologie, stikstof, klimaatadaptief) zodat op deze manier is voorzien in de beoordeling van deze effecten van het plan op de milieusituatie ter plaatse en in de omgeving met als resultaat dat het plan passend is binnen deze milieubelangen.

32

Buitenlust 2022 (sociale woningbouw zuidzijde)

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Standaard en plansystematiek

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (kaart), regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridische plan. De plantoelichting heeft geen bindende rechtskracht. Standaard Het bestemmingsplan Buitenlust 2022 (sociale woningbouw zuidzijde) is opgesteld en ingericht conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Systematiek Dit bestemmingsplan is een gedetailleerd bestemmingsplan, dat wil zeggen dat aan de meeste percelen en gebieden specifieke bestemmingen zijn toegekend, in plaats van globale bestemmingen.

5.2

Toelichting op de regels

Deze paragraaf bevat een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. Daarnaast wordt in deze paragraaf ingegaan op de overige regels uit het bestemmingsplan. Conform SVBP2012 zijn de regels onderverdeeld in vier hoofdstukken.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Dit artikel voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begripsbepalingen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels.

Hoofdstuk 2 Bestemmingen Artikel 3 Groen De bestemming Groen is gegeven aan beeld- of structuurbepalend groen. Het gaat dan om gronden die in gebruik zijn als onder meer parken, plantsoenen, bermen, en voet- en fietspaden. Binnen de bestemming Groen zijn tevens speelvoorzieningen toegestaan. Daarnaast zijn via aanduidingen enkele specifieke, afwijkende functies in het groen mogelijk gemaakt, zoals nutsvoorziening, berging en parkeren. Artikel 4 Verkeer Het verkeersareaal in het plangebied heeft de bestemming Verkeer gekregen. Binnen deze bestemming zijn wegen en een aantal daarin passende gebruiksvormen toegestaan, zoals parkeren, groen- en waterpartijen, nutsvoorzieningen en dergelijke. Artikel 5 Wonen De woningen zijn voorzien van de bestemming Wonen. Hier zijn gestapelde woningen mogelijk. Deze zijn uitsluitend binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken toegestaan. De bouwvlakken mogen volledig bebouwd worden met de op de verbeelding aangegeven maximum bouwhoogte. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging' zijn alleen ondergeschikte bouwdelen in de vorm van galerij, balkon, trappenhuis en dakoverstek toegelaten.Ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' is vanwege onderhoud bebouwing uitsluitend vanaf de tweede bouwlaag toegelaten. 33

Buitenlust 2022 (sociale woningbouw zuidzijde)

Binnen de woonfunctie is het uitoefenen van aan-huis-gebonden beroepen of bedrijven in hoofdgebouwen toegestaan, mits de woonfunctie blijft prevaleren, geen hinder optreedt voor de woonomgeving en wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Om te garanderen dat de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft, mag ten hoogste 30% van het vloeroppervlak worden benut ten behoeve van de kantoor-, praktijk- of bedrijfsruimte met een maximum van 50 m².

Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. De algemene regels bestaan uit de volgende artikelen. Artikel 6 Antidubbeltelregel Een antidubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de antidubbeltelbepaling wordt bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Artikel 7 Algemene bouwregels In dit artikel zijn regels opgenomen die waarborgen dat bij het bouwen de parkeernormen in acht worden genomen voor autoparkeren en fietsparkeren,. Hiervan is afwijking mogelijk indien de situatie ter plaatse of de aard van het bouwwerk hiertoe aanleiding geeft. Artikel 8 Algemene gebruik sregels In dit artikel worden de vormen van verboden gebruik van gronden en/of water genoemd. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels om bij een omgevingsvergunning af te wijken. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan.

Artikel 10 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is opgenomen dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen. Artikel 11 Overige regels Verwijzing naar andere regelgeving In de regels van het bestemmingsplan wordt met verwijzing naar een (andere) wettelijke regeling een procedure, begrip en/of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard. De van toepassing verklaarde wettelijke regeling geldt zoals deze luidt op het moment van de vaststelling van het plan. Wijziging van de wettelijke regeling na de vaststelling van het bestemmingsplan zou anders zonder Wro-procedure een wijziging van het bestemmingsplan met zich meebrengen. Bestaande maten regeling Door deze regel worden gebruik, bouwwerken, werken geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zoals die zijn vergund op basis van de bestaande bestemmingsplannen, geacht op grond van dit plan te zijn toegestaan en mogen respectievelijk als bestaand gebruik, bestaand bouwwerk, bestaand werk geen bouwwerk zijnde en bestaande werkzaamheid worden aangemerkt.

Hoofdstuk 4 Overgangsrecht en slotregel Artikel 12 Overgangsrecht De formulering van het overgangsrecht is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.1 Bro).

34

Buitenlust 2022 (sociale woningbouw zuidzijde)

Artikel 13 Slotregel Deze regel bevat de titel van de regels van het plan.

35

Buitenlust 2022 (sociale woningbouw zuidzijde)

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De Wro stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het bestemmingsplan nieuwe, bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van nieuwbouw van woningen en voorzieningen en maakt daarmee een aangewezen bouwplan mogelijk. Het plangebied is volledig in eigendom van de gemeente. De gemeentelijke plankosten en de inrichting van de openbare ruimte worden volledig gedekt in de gemeentelijke grondexploitatie, waarmee de economische uitvoerbaarheid is verzekerd. Schade tijdens en als gevolg van de bouw moet zoveel mogelijk worden voorkomen en als deze toch voorkomt, worden vergoed. De aannemer is verantwoordelijk om tijdens het bouwproces schade, waaronder schade aan omliggende panden, te voorkomen. Planschade Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden tot herontwikkeling met een risico op planschade.

Deze risico's worden afgedekt in de koopovereenkomst(en), af te sluiten met de ontwikkelende partij.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan wordt getoetst aan het vooroverleg met de reguliere overlegpartners en een zienswijzenperiode voor reacties van bewoners en andere belanghebbenden. Het gemeentebestuur hecht veel waarde aan een breed gedragen en haalbaar bestemmingsplan. De reacties uit zowel het vooroverleg als de zienswijzenperiode worden voorzien van een beantwoording en afgewogen in het bestemmingsplan.

6.2.1

Participatie

In het kader van een zoektocht naar geschikte locaties voor het realiseren van sociale huurwoningen is de locatie Buitenlust in 2018 aangewezen als zoekgebied. Hierover zijn de bewoners van Buitenlust geïnformeerd. En zijn diverse overleggen geweest tussen gemeente en bewoners. Aan de bewoners is de mogelijkheid geboden tot participatie over de invulling van de zoeklocatie van sociale woningbouw in Buitenlust door middel van cocreatie. Voor deze vorm van participatie bleek onvoldoende animo. Vervolgens heeft de gemeente in 2020 een schetsplan opgesteld met varianten wat in het najaar 2020 aan bewoners is voorgelegd door middel van een online raadpleging en een enquête. Dit mede vanwege de beperkingen als gevolg van de maatregelen om het COVID-19 virus in bedwang te houden. De resultaten van de enquête zijn meegenomen in het verder uitwerken van het schetsplan naar een conceptplan. Over het conceptplan zijn in maart 2021 online bijeenkomsten georganiseerd en konden bewoners van Buitenlust hun vragen stellen. De vragen en opmerkingen zijn meegenomen bij de vaststelling van het conceptplan door de gemeenteraad op 6 juli 2021.

6.2.2

Inspraakreacties

Op … 2022 is bekend gemaakt dat het voorontwerp bestemmingsplan van … tot en met … 2022 ter visie is gelegd. Tijdens deze termijn kon een ieder schriftelijk zijn inspraakreactie kenbaar maken bij de gemeenteraad.

36

Buitenlust 2022 (sociale woningbouw zuidzijde)

PM 6.2.3

Resultaten wettelijk vooroverleg

Een voorontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan de rijksoverheid, de provincie en het waterschap. Niet in alle gevallen is het echter nodig een voorontwerpbestemmingsplan voor te leggen aan provincie en rijk. Alleen als er rijks- of provinciale belangen in het geding zijn is vooroverleg nodig. Concreet zijn de volgende instanties verzocht uiterlijk (datum) op het plan te reageren: <namen instanties, zonder vermelding van postadres of e-mailadres> PM

6.2.4

Resultaten zienswijzen op ontwerpbestemmingsplan

PM

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=b3348525-30bd-46a9-9e4e-81b38d9447bb