Verordening rekenkamercommissie Diemen 2022.doc
Tekst van het document
Raadsvoordracht
Onderwerp:
Verordening rekenkamer gemeente Diemen 2022
Datum: Steller:
10 november 2022 E.G. Bunt
Gevraagde beslissing: Vast te stellen de Verordening rekenkamer gemeente Diemen 2022.
Toelichting In uw vergadering van 31 maart 2011 heeft u de Verordening rekenkamer Gemeente Diemen 2011 vastgesteld. Voor de bestuurlijke afhandeling stelt het presidium u voor die verordening te herzien. Het geeft de raad de gelegenheid om een rekenkamerrapport bestuurlijk vast te stellen, de conclusies en aanbevelingen over te nemen, geheel of gedeeltelijk, dan wel die af te wijzen. Voor de borging van de politieke relevantie van de onderzoeksonderwerpen is een klankbordgroep rekenkamer toegevoegd. Geadviseerd wordt die klankbordgroep raadsbreed samen stellen uit één lid van elke fractie zoals die bij de aanvang van de raadsperiode bestaan. Die klankbordgroep kan, anders dan de auditcommissie tot nu toe, de directeur van de rekenkamer advies geven over de prioritering van onderwerpen op de zogenoemde groslijst met uitleg over die politieke relevantie. In de auditcommissie blijft wel de afstemming bestaan tussen onderzoeken die de rekenkamer, de accountant en het college in 213A onderzoeken in een kalenderjaar wensen uit te voeren. Daarbij is beoogd de bedrijfsvoering van organisatieonderdelen niet onevenredig te hinderen. De termijn van de benoeming van een directeur rekenkamer is teruggebracht van 6 naar 3 jaar.
Die directeur kan geen personele unie vormen met degene die namens hetzelfde onderzoeksbedrijf andere opdrachten dan rekenkameronderzoek uitvoert voor de gemeente of gesubsidieerde instellingen. De reactietermijn voor bestuurlijk wederhoor is gelimiteerd op 4 weken, dat bevordert de actualiteit van de rekenkameronderzoeken. Bij de agendering van het onderzoeksrapport is pragmatisch gekozen voor ‘een’ eerstvolgende vergadering van de raad, om de vergaderdruk niet op spanning te zetten. Tot slot is de verordening aangepast op gewijzigde wetgeving sinds 2011. Dat betreft artt 81a tot en met 81k van de Gemeentewet en artikel 5 van de Wet open overheid. Wij stellen u voor om de verordening vast te stellen.
1
Het presidium, De griffier a.i.,
De voorzitter,
E.G. Bunt
H. van ’t Riet.
2
Raadsbesluit
Onderwerp:
Verordening rekenkamer gemeente Diemen 2022
De gemeenteraad van Diemen in vergadering bijeen, Gelet op het voorstel van het presidium d.d. 10 november 2022;
B e s l u i t: Vast te stellen de:
Verordening rekenkamer gemeente Diemen 2022
PARAGRAAF 1 BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1. de rekenkamer: de rekenkamerfunctie die is ingesteld op basis van deze verordening; 2. doelmatigheid: het streven om met een zo beperkt mogelijke inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken; 3. doeltreffendheid: de mate waarin een organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken; 4. rechtmatigheid: de lasten, de baten en balansmutaties die in overeenstemming zijn met de begroting en de van toepassing zijnde wettelijke regelgeving waaronder de gemeentelijke verordeningen; 5. klankbordgroep: de klankbordgroep rekenkamer, als benoemd door de raad.
PARAGRAAF 2 DE TAAK, SAMENSTELLING EN HET LIDMAATSCHAP VAN DE REKENKAMER Artikel 2 Instelling en taak van de rekenkamer 1. Er is een gemeentelijke rekenkamer. 2. De rekenkamer voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke) effecten van het gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gemeentelijke beleid.
Artikel 3 Samenstelling van de rekenkamer 1. De rekenkamer heeft één lid, tevens directeur.
3
2. De raad benoemt de directeur voor een periode van drie jaar van buiten de kring van zijn leden. 3. De directeur kan door de raad één maal worden herbenoemd. 4. De raad stelt op voordracht van de directeur een plaatsvervangend directeur aan. 5. De directeur en de plaatsvervangend directeur leggen, voordat zij hun functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de raad ten overstaan van de voorzitter van de raad de volgende eed (verklaring en belofte) af: «Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!» («Dat verklaar en beloof ik!») 6. De raad benoemt in de klankbordgroep leden van de raad, uit elke lijst die bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen als leden van de raad zijn gekozen maximaal 1 lid.
Artikel 4 Taak van de directeur 1. De directeur draagt zorg voor het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. 2. De directeur rekenkamer is niet ondergeschikt aan de raad, het college van burgemeester en wethouders of enig ander gemeentelijk gezag. 3. De directeur is geen ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet 2017.
Artikel 5 Einde van het lidmaatschap 1. Het lidmaatschap van de directeur eindigt: a. op eigen verzoek; b. bij aanvaarding van een functie die op grond van artikel 81f van de Gemeentewet onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamer; c. wanneer de directeur bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; d. indien de directeur bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld. 2. De directeur kan door de raad worden ontslagen wanneer hij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid blijvend niet in staat is zijn functie naar behoren te vervullen.
Artikel 6 Verboden handelingen 1. Het is de directeur van de rekenkamer verboden de handelingen te verrichten analoog aan artikel 15 van de Gemeentewet. De raad kan, gehoord de directeur, een directeur die heeft gehandeld in strijd met dit verbod van zijn functie ontslaan.
4
2. De functie van de directeur van de rekenkamer is, wanneer diens bedrijf opdrachten uitvoert in opdracht van de gemeente of bij een door de gemeente gesubsidieerde instelling, geen personele unie met degene die een dergelijke opdracht uitvoert en de directeur heeft geen andere (neven)betrekkingen die de onafhankelijke positie ten aanzien van de gemeente zouden kunnen schaden. 3. De directeur van de rekenkamer overlegt aan de raad elk jaar een lijst met daarin opgenomen de nevenfuncties die hij op dat moment vervult.
Artikel 7 Vergoeding voor de werkzaamheden van de directeur 1. De directeur ontvangt een vergoeding voor zijn werkzaamheden. 2. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald door de raad van de gemeente Diemen. 3. De vergoeding komt ten laste van het budget van de rekenkamer als bedoeld in artikel 11.
PARAGRAAF 3 DE WERKWIJZE VAN DE REKENKAMER Artikel 8 Onderwerpkeuze en onderzoeksprogramma en –opzet 1. De directeur van de rekenkamer kiest zelf de onderwerpen voor onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast, gehoord de klankbordgroep. 2. De in een jaar te onderzoeken onderwerpen worden jaarlijks vóór 1 november van het voorafgaande jaar als onderzoeksprogramma ter kennisname aan de raad aangeboden. 3. De directeur van de rekenkamer overlegt jaarlijks, voorafgaand aan het vaststellen van het onderzoeksprogramma, met de Auditcommissie. Het doel van dit overleg is de afstemming van onderzoeken in relatie met accountantsonderzoek en onderzoek op grond van 213A Gemeentewet. 4. De in lid 1 bedoelde onderzoeksopzet wordt door de directeur rechtstreeks ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden. 5. Bij de selectie van onderwerpen hanteert de directeur de volgende criteria: a. het onderzoek moet betrekking hebben op de doelmatigheid, doeltreffendheid en/of rechtmatigheid van beleid; b. er moet sprake zijn van een substantieel belang; c.
het moet door de gemeente te beïnvloeden beleid betreffen;
d. er moet sprake zijn van enige evenwichtige spreiding over de gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken; e. de resultaten moeten communiceerbaar zijn naar de bevolking. 6. Het overleg met de klankbordgroep als bedoeld in lid 1 heeft tot doel de bevordering van de politieke relevantie van de onderwerpen voor onderzoek.
Artikel 9 Verzoeken om onderzoeken door de raad 1. Conform artikel 182 tweede lid, van de Gemeentewet kan de raad de directeur van de rekenkamer verzoeken een onderzoek in te stellen.
5
2. Na ontvangst van een verzoek van de raad meldt de directeur van de rekenkamer binnen één maand of hij gevolg geeft aan het verzoek. 3. Indien de directeur van de rekenkamer besluit gevolg te geven aan het verzoek van de raad, geeft hij in zijn melding als bedoeld in lid 2 tevens aan hoe hij het verzoek zal oppakken en welke tijdsplanning hij hanteert. 4. Indien de directeur van de rekenkamer besluit geen gevolg te geven aan het verzoek van de raad, geeft hij in zijn melding als bedoeld in lid 2 tevens aan op welke gronden hij tot zijn besluit is gekomen.
Artikel 10 Uitvoering van onderzoek en rapportage 1. De directeur van de rekenkamer is verantwoordelijk voor de uitvoering van de onderzoeken volgens de vastgestelde onderzoeksopzet. 2. De directeur van de rekenkamer is bevoegd ten laste van het budget als bedoeld in artikel 11 (tijdelijk) onderzoeksmedewerkers aan te stellen en/of externe deskundigen in te schakelen. 3. De directeur van de rekenkamer beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds over de voortgang van een onderzoek te informeren. 4. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht op zijn verzoek aan de directeur van de rekenkamer alle inlichtingen en informatie te verstrekken die hij nodig heeft voor de uitvoering van een onderzoek. De informatie en/of inlichtingen worden verstrekt binnen een door de directeur van de rekenkamer aan te geven termijn. Verzoeken aan ambtenaren van de gemeente worden tevens ter kennis gebracht van de gemeentesecretaris. 5. De rapporten van de rekenkamer zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 5 van de Wet open overheid kan de rekenkamer rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. 6.
De directeur van de rekenkamer en degenen die ten behoeve van hem werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van directeur, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen. 7. De directeur van de rekenkamer formuleert in zijn rapporten conclusies en aanbevelingen. Na diens vaststelling van een rapport wordt het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid gesteld binnen een door de directeur te stellen termijn die ten minste twee weken en ten hoogste vier weken bedraagt, hun zienswijze op het rapport en de conclusies en aanbevelingen kenbaar te maken. De directeur van de rekenkamer formuleert een nawoord naar aanleiding van de reactie van het college van burgemeester en wethouders. 8. Het rapport, de reactie van het college van burgemeester en wethouders en het nawoord van de directeur van de rekenkamer worden door de directeur van de rekenkamer aan de raad aangeboden binnen vier weken na de ontvangst van het bestuurlijk wederhoor. 9. De raad bespreekt het aangeboden onderzoeksrapport in een eerstvolgende raadsvergadering en besluit bij de vaststelling van het rapport de conclusies en de aanbevelingen daarin geheel of gedeeltelijk over te nemen dan wel af te wijzen.
PARAGRAAF 4 DE KOSTEN VAN DE REKENKAMER Artikel 11 Budget 1. De raad stelt jaarlijks bij de begroting een bedrag beschikbaar voor de rekenkamer. 2. De directeur van de rekenkamer is bevoegd binnen het bij de begroting beschikbaar gestelde budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van zijn taken.
6
3. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van de: a. directeur rekenkamer; b. plaatsvervangend directeur; c. onderzoeksmedewerkers; d. externe deskundigen; e. mogelijke overige uitgaven die de directeur van de rekenkamer nodig oordeelt voor de uitvoering van zijn taak.
PARAGRAAF 5 SLOTBEPALINGEN Artikel 12 Evaluatie 1. Het functioneren van de rekenkamer wordt door de raad periodiek geëvalueerd, en in ieder geval een half jaar vóór de contractsbeëindiging. 2. Met de directeur van de rekenkamer worden afspraken gemaakt over de evaluatiemomenten en de uitvoering van de evaluatie. 3. Een jaar na besluitvorming door de raad naar aanleiding van een onderzoek van de rekenkamer, meldt het orgaan die de aanbevelingen uit een onderzoek aangaan in hoeverre aan deze aanbevelingen gevolg is gegeven.
Artikel 13 Citeertitel en inwerkingtreding 1. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening rekenkamer gemeente Diemen 2022”. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 november 2022.
Artikel 14 Intrekking De verordening rekenkamercommissie gemeente Diemen 2011, vastgesteld 31 maart 2011, wordt ingetrokken.
Aldus besloten tijdens de gemeenteraadsvergadering van 15 december 2022, De griffier,
De voorzitter,
Mr. W. van Zanen
E. Boog
7