Verkeersstructuur Diemen Zuid_vastgesteld_1_Toelichting_Bijlage 6 Luchtonderzoek.pdf
Tekst van het document
Luchtkwaliteitsonderzoek aanpassing verkeersstructuur Diemen-zuid 30 maart 2021
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Verantwoording Titel
Luchtkwaliteitsonderzoek aanpassing verkeersstructuur Diemen-zuid
Opdrachtgever
Gemeente Diemen
Projectleider
Ramon van Bruggen
Auteur(s)
Thomas Hofman
Tweede lezer
Luc Verhees
Projectnummer
1280715
Aantal pagina’s
16
Datum
30 maart 2021
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/16
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 4
2
Wijzigingen in de verkeerssituatie ............................................................................................. 4
3
Rekenmodel .............................................................................................................................. 5
4
Afbakening en methode modellering bronnen ........................................................................... 6
5
4.1
Verkeersmodel ................................................................................................................... 6
4.2
Afbakening modelgebied.................................................................................................... 6
4.3
Modellering bussen ............................................................................................................ 7
4.4
Modellering van wegen en wegeigenschappen ................................................................. 8
4.5
Rekenpunten ...................................................................................................................... 8
Resultaten en conclusies......................................................................................................... 10
Bijlage 1
Contourplots totale concentratie NO2
Bijlage 2
Contourplots totale concentratie PM10
Bijlage 3
Contourplots bronbijdrage NO2
Bijlage 4
Contourplots bronbijdrage PM10
Bijlage 5
Rekeninstellingen Geomilieu-STACKS+
Bijlage 6
Wettelijk kader
3/16
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
1 Inleiding Het college van Diemen heeft in 2017 onderzoek laten doen naar het aanpassen van de hoofdverkeersstructuur in Diemen-Zuid 1. Variant 2 uit dit onderzoek, waarin de busbaan wordt opengesteld voor autoverkeer en het 30 km/uur gebied wordt uitgebreid, is op verzoek van de gemeente verder uitgewerkt 2. De gemeente Diemen heeft ingenieursbureau TAUW in 2018 gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de effecten van de gewijzigde verkeersituatie op de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen NO2 (stikstofdioxide) en fijnstof (PM10 en PM2,5) 3. Dit heeft geresulteerd in de rapportage “Luchtkwaliteitsonderzoek aanpassing verkeersstructuur Diemen-zuid” van 2 november 2018 met kenmerkt R001-1266699HNX-V02aqb-NL. Eind 2020 heeft Goudappel het verkeersmodel van de gemeente Diemen geactualiseerd en is aan TAUW gevraagd het luchtkwaliteitsonderzoek te actualiseren op basis van dit geactualiseerde verkeersmodel. De uitgangspunten en resultaten van deze actualisatie worden in voorliggend rapport gepresenteerd. TAUW heeft drie situaties (2019, 2030 autonome situatie, 2030 plansituatie) gemodelleerd in het softwarepakket Geomilieu, module luchtkwaliteit. De verkeersmodellen van Goudappel zijn door de gemeente Diemen aan TAUW aangeleverd. De wegkenmerken en omgevingsfactoren zijn bepaald door TAUW op basis van openbare databronnen in het model ingevoerd.
De uitkomsten zijn getoetst aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer (zie bijlage 6) en de verschillen tussen de plansituatie en de autonome situatie zijn inzichtelijk gemaakt. Leeswijzer In hoofdstuk twee wordt de beoogde wijziging van de verkeersstructuur kort beschreven. In hoofdstuk drie wordt het gebruikte rekenmodel toegelicht. Hoofstuk vier gaat in op de keuzes die zijn gemaakt bij het modelleren van het wegverkeer en de afbakening van het modelgebied. De resultaten en conclusies zijn in hoofdstuk vijf en bijlagen 1 tot en met 4 te vinden.
2 Wijzigingen in de verkeerssituatie Het doel van het wijzigen van de verkeerssituatie is het creëren van een meer directe verbinding tussen Holland Park, Diemen-Zuid en Diemen-Centrum. Variant 2 uit het onderzoek naar het aanpassen van de hoofdverkeersstructuur in Diemen-Zuid houdt in dat: • •
De busbaan wordt opengesteld voor autoverkeer De snelheid wordt op een aantal wegen naar 30 km/uur bijgesteld
1
Rapport Verkeersstructuur Diemen-Zuid, Goudappel Coffeng, kenmerk DMN083/Mqt/1224.03, 26-6-2017 Verkeersontwerp Diemen-Zuid, Goudappel Coffeng, kenmerk DMN086/Wrj/1229.01, 12-2-2018 3 Fijnstof met een diameter tot 10 micrometer (PM10) en tot 2.5 micrometer (PM2.5) 2
4/16
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
De wijzigingen van de verkeersstructuur leiden niet tot grote toenames in de verkeersintensiteit, behalve (logischerwijs) op de busbaan welke wordt opengesteld voor personenauto’s en de rijroutes van/naar de busbaan. In figuur 2.1 (uit het rapport verkeersontwerp Diemen-Zuid, 2018) worden de aanpassingen grafisch weergegeven.
Figuur 2.1 Aanpassingen in de verkeerstructuur Diemen-Zuid
3 Rekenmodel De berekeningen zijn uitgevoerd met de STACKS+ module voor luchtkwaliteitsberekeningen van het softwarepakket Geomilieu, versie 2020.2. Geomilieu (en daarmee de STACKS+ module) is door het ministerie van I&W goedgekeurd voor berekeningen conform standaardrekenmethode 1, 2 en 3 uit de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit 2007. In Geomilieu zijn steeds de meest recente emissiefactoren voor het wegverkeer en de meeste recente achtergrondconcentraties (ook wel Grootschalige Concentratiekaarten Nederland; GCN) opgenomen. Zowel de emissiefactoren als de GCN worden jaarlijks geactualiseerd en op 15 maart vrijgegeven door het ministerie van I&W. De terreinruwheid is in het model op 1 meter ingesteld; behorende bij een bebouwde omgeving. In bijlage 5 wordt een overzicht gegeven van de algemene rekeninstellingen van de uitgevoerde berekeningen. De input voor het rekenmodel zijn enerzijds de emissiebronnen; in dit geval het wegverkeer, en anderzijds de kenmerken van de wegen en de bebouwing langs de wegen, zoals de afstand tussen de gevels aan beide kanten van een weg. Op basis van de emissies en de omgevingsfactoren berekent het model uur-, dag- en jaargemiddelde concentraties (immissies) op geselecteerde toets-/rekenpunten op leefniveau voor NO2, PM10 en PM2,5.
5/16
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
4 Afbakening en methode modellering bronnen De berekeningen zijn uitgevoerd voor de componenten NO2, PM10 en PM2,5 voor de volgende situaties: • • •
Situatie 2019 Autonome situatie 2030 Plansituatie 2030
In de volgende paragrafen worden de keuzes die zijn gemaakt voor de afbakening van het modelgebied en de modellering van de verschillende parameters nader toegelicht.
4.1
Verkeersmodel
Het verkeersmodel voor de plan- en autonome situatie in 2030 en de situatie in 2019 zijn geleverd door Goudappel in shape-formaat. Deze shape files zijn ingelezen in Geomilieu. De modellen bevatten de volgende informatie: • De ligging van de wegen • Verkeersintensiteiten van personenauto’s, middelzware en zware vrachtwagens per
•
4.2
weekdaggemiddeld etmaal, met onderverdeling in intensiteiten in dag-, avond- en nachtperiode (per wegvak) Gemiddelde rijsnelheid (per wegvak)
Afbakening modelgebied
Het modelgebied is gelijk gesteld aan het gebied waarvoor Goudappel in 2018 het onderzoek naar de verkeersstructuur Diemen-Zuid heeft uitgevoerd. De wegen welke in voorliggend luchtkwaliteitsonderzoek zijn meegenomen zijn eveneens gelijk aan de wegen welke in het onderzoek van 2018 zijn meegenomen 4. Dit zijn alle wegen waarbij in figuur 4.1 cijfers zijn opgenomen, plus een aantal extra wegen en wegdelen. Figuur 4.3 laat alle wegen zien die in het model voor de luchtkwaliteitsberekeningen zijn opgenomen (situatie 2030). Tabel 4.1 geeft de verkeersintensiteiten (motorvoertuigen/etmaal) zoals opgenomen in het door Goudappel opgestelde verkeersmodel van eind 2020. De busbaan is locatie 20.
4
Dit zijn alle wegen waarvoor in het onderzoek van 2018 sprake was een verkeersintensiteit van 1.000 mvt/etmaal in de plansituatie in 2030.
6/16
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Locatie
Situatie
2030
2030
2019
autonome
plan-
situatie
situatie
1
16.768
18.931
18.755
2
1.981
2.142
2.075
3
1.243
1.397
1.435
4
9.562
10.746
10.716
5
2.607
2.611
3.485
6
1.299
1.265
2.796
7
1.458
1.419
3.432
8
5.303
6.268
5.681
9
5.387
6.212
3.003
10
4.835
5.591
3.162
11
6.334
7.421
8.541
12
7.781
12.203
11.898
13
6334
11.350
11.842
14
4321
4.691
5.421
15
3513
7.980
8.283
16
2638
5.940
5.888
17
1681
4.841
4.991
18 & 19
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
20
143
143
4.468
Figuur/tabel 4.1. Locaties/punten met in de tabel rechts de verkeersinsiteit (motorvoertuingen/etmaal) per situatie
4.3
Modellering bussen
Er zullen geen wijzigingen plaatsvinden in het openbaar vervoer binnen het projectgebied tussen de autonome situatie (busbaan niet opengesteld voor personenauto’s) en de plansituatie (busbaan wel opengesteld voor personenauto’s). Voor de drie doorgerekende situaties (2019, 2030 autonoom en 2030 plan) zijn de frequenties aangehouden van de huidige dienstregeling. Er zijn twee bussen die door het modelgebied heen rijden: bus 44 en nachtbus 287 van de GVB. Er is in de huidige dienstregeling sprake van 194 bewegingen per dag op doordeweekse dagen, 140 bewegingen op zaterdag en 96 op zon- en feestdagen. Dit maakt gemiddeld 172 busbewegingen per dag. Dit aantal is in het Geomilieu model toegevoegd aan alle wegen waar de bussen rijden (bussen hebben in het rekenmodel eigen emissiefactoren). Er is op basis van de dienstregeling onderscheid gemaakt naar het aantal bewegingen per uur van de dag, zie tabel 4.2.
7/16
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Tabel 4.2 Aantal bussen per tijdvak en dag binnen het projectgebied Gemiddeld aantal Weekdagen
Zaterdag
Zondag
busbewegingen
[per uur]
[per uur]
[per uur]
per uur
01:00 - 06:00
1
2
2
2,6
06:00 - 07:00
4
2
2
6,9
07:00 - 09:00
6
2
2
9,7
09:00 - 10:00
6
3
2
10
10:00 - 20:00
6
4
2
10,3
20:00 - 21:00
2
3
2
4,3
21:00 - 01:00
2
2
2
4,0
Tijdvak
4.4
Modellering van wegen en wegeigenschappen
Straten met bebouwing zijn als ‘street canyon’ ingevoerd. Hierbij is aangegeven wat de hoogte van de gebouwen aan weerzijde van de weg, de afstand tussen de gevels aan weerszijde van de weg, de ‘bomenfactor’ en de ventilatiegraad; een maat voor het aantal openingen tussen de gebouwen. De hoogte van gebouwen is bepaald met behulp van het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN). Een straat wordt als street canyon gemodelleerd als de afstand van de straatas tot het gebouw kleiner is dan driemaal de hoogte van het gebouw 5. Als dit niet het geval is, zijn de wegen gemodelleerd met wegtype ‘normaal’. In dat geval zijn bovengenoemde wegeigenschappen als gebouwhoogtes en ventilatiegraad niet van belang. De bomenfactor is van belang in street canyons. Het bladerdak van bomen zorgt ervoor dat de uitlaatgassen minder snel weg kunnen. De bomenfactor is voor het modelgebied per straat vastgesteld op basis van actuele luchtfoto’s.
4.5
Rekenpunten
Conform de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl 2007) zijn de concentratieniveaus beoordeeld op toetspunten op 10 meter buiten de wegverharding. Wanneer de bebouwing echter dichter bij de wegrand staat, geldt deze afstand als beoordelingsafstand. Er zijn toetspunten in het modelgebied geplaatst welke gelijkmatig langs het wegennet zijn verdeeld, zie figuur 4.4. De berekende concentraties op de toetspunten worden in hoofdstuk 5 gegeven. Ten behoeve van het presenteren van de concentratieniveaus als contourplot zijn onder andere een groot aantal rekenpunten op vaste afstanden van de wegrand gelegd (op 1, 5, 10, 15 en 25m). De contourplots zijn als bijlages 1 tot en met 4 bijgevoegd.
5
Bron: meet- en rekenvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteit
8/16
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Figuur 4.3 Ligging van de toetspunten in het modelgebied
9/16
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
5 Resultaten en conclusies De concentratieniveaus van NO2, PM10 en PM2,5 in het projectgebied in Diemen-Zuid zijn berekend voor drie situaties: situatie 2019, autonome situatie 2030 en plansituatie 2030. De resultaten op 22 toetspunten (zie paragraaf 4.5) zijn weergegeven in tabellen 5.1 tot en met 5.6 en als contourplots 6 in bijlagen 1 tot en met 4. In de tabellen met de bronbijdragen is tevens het verschil tussen de plan- en autonome situatie in 2030 gegeven 7. De concentraties in tabellen 5.1 tot en met 5.6 zijn jaargemiddelde concentraties. Voor PM10 wordt ook het aantal overschrijdingsdagen gegeven. De totale concentratie is de optelsom van de achtergrondconcentratie (ook wel Grootschalige Concentratiekaarten Nederland; GCN) en de bronbijdrage. De bronbijdrage is de bijdrage van alle in het model opgenomen bronnen; in dit geval het wegverkeer op de wegen zoals getoond in figuur 4.2. De contourplots in bijlagen 1 en 2 en onderstaande tabellen laten zien dat de totale concentratie vooral bepaald wordt door de achtergrondconcentratie en dat de bijdrage van de gemodelleerde wegen in het modelgebied beperkt is. Op de contourplots in bijlage 1 en 2 is aan het ‘blokpatroon’ duidelijk te zien dat de achtergrondconcentraties per kilometerblok gegeven worden (een waarde voor een gebied van 1 bij 1 kilometer).
De achtergrondconcentraties en daarmee de totale concentraties nemen tussen 2019 en 2030 af met 30 tot 35 % voor NO2, nemen af met circa 12 % voor PM10 en met circa 14 % voor PM2,5. Afhankelijk van of er sprake is van een toe- of afname is van de verkeersintensiteit in de plansituatie in 2030 ten opzichte van de autonome situatie in 2030 neemt ook de bronbijdrage van de luchtverontreinigende stoffen toe of af. De sterkste afname wordt berekend op de Boven Rijkersloot (tot - 0,6 µg NO2/m3) en de sterkste toename langs de busbaan (tot + 1,4 µg NO2/m3). Op basis van de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: •
• •
De totale concentratie aan luchtverontreinigende stoffen neemt af van 2019 naar 2030 met 30 % tot 35 % voor NO2 en neemt af met 12 % tot 14 % voor fijnstof (PM10 en PM2,5). Dit geldt voor zowel de beschouwde autonome als plansituatie. De afname van de totale concentraties is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan het schoner worden van het verkeer en de industrie richting 2030 De verschillen in totale concentraties tussen de plansituatie en autonome situatie in 2030 zijn in absolute zin zeer beperkt, met maximaal 8 % hogere concentraties in de plansituatie De concentratieniveaus liggen overal ruim beneden de grenswaarden voor de jaargemiddelde concentraties (40 µg/m3 voor NO2 en PM10 en 25 µg/m3 voor PM2.5) en het aantal overschrijdingsdagen PM10 (35x per jaar); zie verder bijlage 6. Dit geldt zowel voor de situatie in 2019 als voor de autonome en plansituatie in 2030
6
De verschillen tussen de in concentratieniveaus tussen de autonome en plansituatie zijn beperkt en daarmee ook de verschillen tussen de contourplots. De meerwaarde van de contourplots is beperkt; de tabellen geven beter inzicht. Contourplots van PM2,5 zijn niet toegevoegd aangezien deze hetzelfde patroon zouden laten zien als de plots voor PM10; alleen het absolute niveau zou lager liggen. In de tabellen is PM2,5 wel opgenomen 7 Dit verschil is gelijk aan het verschil tussen de totale concentratie in de plan- en autonome situatie aangezien de achtergrondconcentraties niet verschillen tussen beide scenario’s
10/16
Kenmerk
•
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
De bijdrage aan de concentraties door het lokale wegverkeer neemt in de plansituatie ten opzichte van de autonome situatie toe met maximaal 1,4 µg NO2/m3, 0,4 µg PM10/m3 en 0,1 µg PM2,5/m3 (langs de busbaan). Op andere locaties nemen de concentraties af, met maximaal 0,6 µg NO2/m3, 0,2 µg PM10/m3 en 0,05 µg PM2,5/m3 Afsluitend kan geconcludeerd worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor realisatie van het plan
•
Tabel 5.1 Totale concentratie NO2 (jaargemiddeld) in µg/m3 op toetspunten in de drie scenario's Toetspunt
Straatnaam
2019
2030
2030
Autonoom
Plan
1
Daalwijkdreef
24,17
16,44
16,38
2
Bergwijkdreef
23,68
16,12
16,13
3
Rotonde Diemerdreef
24,65
16,54
16,70
4
Daalwijkdreef
20,75
14,66
14,67
5
Dalsteindreef
23,84
16,05
16,05
6
Busbaan (Polderland)
23,90
16,13
17,50
7
Boven Rijkersloot (Kruidenbuurt)
27,38
17,54
17,08
8
Boven Rijkersloot (Schelpenhoek)
27,68
17,85
17,52
9
Boven Rijkersloot (zwembad)
26,13
17,16
18,03
10
Hartveldseweg
27,53
17,87
17,84
11
Boven Rijkersloot (Bomenrijk)
25,85
16,98
17,03
12
Arent Krijtstraat
31,09
19,64
19,63
13
Hartveldseweg
20,73
14,63
14,54
14
Ouddiemerlaan
22,43
15,49
15,50
15
Burg. Bickerstraat
28,15
18,32
18,30
16
Muiderstraatweg
21,31
14,85
14,85
17
Diemerdreef S112
24,71
16,51
16,50
18
Piet Mondriaansingel
20,16
14,30
14,31
19
Boven Rijkersloot (Tapijtschelp)
24,96
16,59
15,96
20
P.J. Ter Beekstraat
22,78
15,73
15,62
21
Boven Rijkersloot (Bomenrijk)
26,10
17,10
17,26
22
Busbaan (Speenkruid)
26,08
17,20
18,31
11/16
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Tabel 5.2 Bronbijdragen NO2 (jaargemiddeld) in µg/m3 op toetspunten in de drie scenario's Toetspunt
Straatnaam
2019
2030
2030
2030
Autonoom
Plan
verschil
1
Daalwijkdreef
2,17
1,42
1,36
-0,06
2
Bergwijkdreef
0,68
0,56
0,58
0,02
3
Rotonde Diemerdreef
1,65
0,98
1,15
0,17
4
Daalwijkdreef
1,05
0,75
0,76
0,01
5
Dalsteindreef
0,84
0,50
0,49
-0,01
6
Busbaan (Polderland)
0,90
0,57
1,95
1,38
7
Boven Rijkersloot (Kruidenbuurt)
4,38
1,98
1,52
-0,46
8
Boven Rijkersloot (Schelpenhoek)
2,28
1,12
0,78
-0,34
9
Boven Rijkersloot (zwembad)
0,73
0,43
1,30
0,87
10
Hartveldseweg
2,13
1,13
1,11
-0,02
11
Boven Rijkersloot (Bomenrijk)
0,45
0,25
0,30
0,05
12
Arent Krijtstraat
5,69
2,90
2,89
-0,01
13
Hartveldseweg
0,63
0,44
0,34
-0,10
14
Ouddiemerlaan
2,33
1,30
1,30
0,00
15
Burg. Bickerstraat
2,75
1,59
1,56
-0,03
16
Muiderstraatweg
1,21
0,65
0,65
0,00
17
Diemerdreef S112
1,71
0,96
0,94
-0,02
18
Piet Mondriaansingel
0,46
0,38
0,39
0,01
19
Boven Rijkersloot (Tapijtschelp)
1,96
1,03
0,41
-0,62
20
P.J. Ter Beekstraat
2,68
1,53
1,43
-0,10
21
Boven Rijkersloot (Bomenrijk)
0,70
0,37
0,53
0,16
22
Busbaan (Speenkruid)
0,68
0,47
1,57
1,10
12/16
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Tabel 5.3 Totale concentratie PM10 (jaargemiddeld) in µg/m3 en het aantal overschrijdingsdagen (OSD) op toetspunten in de drie scenario's Toetspunt
Straatnaam
2019
Aantal
2030
Aantal
2030
Aantal
OSD
Autonoo
OSD
Plan
OSD
m 1
Daalwijkdreef
18,50
6
16,38
6
16,37
6
2
Bergwijkdreef
18,33
6
16,23
6
16,23
6
3
Rotonde Diemerdreef
18,47
6
16,34
6
16,37
6
4
Daalwijkdreef
17,91
6
15,99
6
15,99
6
5
Dalsteindreef
18,35
6
16,19
6
16,19
6
6
Busbaan (Polderland)
18,32
6
16,13
6
16,52
6
7
Boven Rijkersloot
18,87
6
16,60
6
16,40
6
18,95
7
16,71
6
16,58
6
18,72
7
16,51
6
16,67
6
(Kruidenbuurt) 8
Boven Rijkersloot (Schelpenhoek)
9
Boven Rijkersloot (zwembad)
10
Hartveldseweg
18,92
7
16,70
6
16,69
6
11
Boven Rijkersloot
18,70
7
16,49
6
16,50
6
(Bomenrijk) 12
Arent Krijtstraat
19,60
8
17,32
6
17,32
6
13
Hartveldseweg
18,46
6
16,46
6
16,43
6
14
Ouddiemerlaan
18,67
6
16,66
6
16,67
6
15
Burg. Bickerstraat
19,03
7
16,79
6
16,78
6
16
Muiderstraatweg
18,54
6
16,52
6
16,52
6
17
Diemerdreef S112
18,49
6
16,36
6
16,35
6
18
Piet Mondriaansingel
17,83
6
15,89
6
15,89
6
19
Boven Rijkersloot
18,53
6
16,37
6
16,18
6
(Tapijtschelp) 20
P.J. Ter Beekstraat
18,75
6
16,73
6
16,66
6
21
Boven Rijkersloot
18,73
7
16,51
6
16,55
6
18,71
7
16,48
6
16,86
6
(Bomenrijk) 22
Busbaan (Speenkruid)
13/16
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Tabel 5.4 Bronbijdragen PM10 (jaargemiddeld) in µg/m3 op toetspunten in de drie scenario's Toetspunt
Straatnaam
2019
2030
2030
2030
Autonoom
Plan
verschil
1
Daalwijkdreef
0,25
0,32
0,30
-0,02
2
Bergwijkdreef
0,09
0,16
0,17
0,01
3
Rotonde Diemerdreef
0,23
0,28
0,31
0,03
4
Daalwijkdreef
0,15
0,22
0,23
0,01
5
Dalsteindreef
0,11
0,13
0,13
0,00
6
Busbaan (Polderland)
0,08
0,07
0,45
0,38
7
Boven Rijkersloot (Kruidenbuurt)
0,63
0,53
0,34
-0,19
8
Boven Rijkersloot (Schelpenhoek)
0,31
0,29
0,16
-0,13
9
Boven Rijkersloot (zwembad)
0,08
0,09
0,26
0,17
10
Hartveldseweg
0,28
0,28
0,27
-0,01
11
Boven Rijkersloot (Bomenrijk)
0,06
0,07
0,09
0,02
12
Arent Krijtstraat
0,96
0,90
0,90
0,00
13
Hartveldseweg
0,08
0,12
0,09
-0,03
14
Ouddiemerlaan
0,29
0,32
0,32
0,00
15
Burg. Bickerstraat
0,39
0,37
0,37
0,00
16
Muiderstraatweg
0,16
0,17
0,18
0,01
17
Diemerdreef S112
0,25
0,29
0,29
0,00
18
Piet Mondriaansingel
0,07
0,12
0,12
0,00
19
Boven Rijkersloot (Tapijtschelp)
0,29
0,30
0,12
-0,18
20
P.J. Ter Beekstraat
0,37
0,38
0,32
-0,06
21
Boven Rijkersloot (Bomenrijk)
0,09
0,09
0,14
0,05
22
Busbaan (Speenkruid)
0,07
0,06
0,45
0,39
14/16
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Tabel 5.5 Totale concentratie PM2,5 (jaargemiddeld) in µg/m3 op toetspunten in de drie scenario's Toetspunt
Straatnaam
2019
2030
2030
Autonoom
Plan
1
Daalwijkdreef
10,50
9,02
9,01
2
Bergwijkdreef
10,38
8,93
8,94
3
Rotonde Diemerdreef
10,43
8,96
8,97
4
Daalwijkdreef
10,02
8,87
8,87
5
Dalsteindreef
10,39
8,93
8,93
6
Busbaan (Polderland)
10,38
8,92
9,01
7
Boven Rijkersloot (Kruidenbuurt)
10,57
9,03
8,98
8
Boven Rijkersloot (Schelpenhoek)
10,72
9,18
9,15
9
Boven Rijkersloot (zwembad)
10,65
9,13
9,18
10
Hartveldseweg
10,72
9,18
9,17
11
Boven Rijkersloot (Bomenrijk)
10,64
9,12
9,13
12
Arent Krijtstraat
10,94
9,33
9,33
13
Hartveldseweg
10,40
9,07
9,06
14
Ouddiemerlaan
10,47
9,12
9,12
15
Burg. Bickerstraat
10,76
9,21
9,21
16
Muiderstraatweg
10,43
9,09
9,09
17
Diemerdreef S112
10,44
8,97
8,97
18
Piet Mondriaansingel
9,99
8,84
8,84
19
Boven Rijkersloot (Tapijtschelp)
10,45
8,97
8,92
20
P.J. Ter Beekstraat
10,50
9,14
9,12
21
Boven Rijkersloot (Bomenrijk)
10,65
9,13
9,14
22
Busbaan (Speenkruid)
10,65
9,13
9,22
15/16
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Tabel 5.6 Bronbijdragen PM2,5 (jaargemiddeld) in µg/m3 op toetspunten in de drie scenario's Toetspunt
Straatnaam
2019
2030
2030
2030
Autonoom
Plan
verschil
1
Daalwijkdreef
0,09
0,08
0,08
0,00
2
Bergwijkdreef
0,03
0,04
0,04
0,00
3
Rotonde Diemerdreef
0,08
0,07
0,08
0,01
4
Daalwijkdreef
0,05
0,06
0,06
0,00
5
Dalsteindreef
0,04
0,03
0,03
0,00
6
Busbaan (Polderland)
0,03
0,02
0,12
0,10
7
Boven Rijkersloot (Kruidenbuurt)
0,22
0,13
0,09
-0,04
8
Boven Rijkersloot (Schelpenhoek)
0,10
0,07
0,04
-0,03
9
Boven Rijkersloot (zwembad)
0,03
0,02
0,07
0,05
10
Hartveldseweg
0,10
0,07
0,07
0,00
11
Boven Rijkersloot (Bomenrijk)
0,02
0,02
0,02
0,00
12
Arent Krijtstraat
0,32
0,22
0,22
0,00
13
Hartveldseweg
0,03
0,03
0,02
-0,01
14
Ouddiemerlaan
0,10
0,08
0,08
0,00
15
Burg. Bickerstraat
0,14
0,10
0,10
0,00
16
Muiderstraatweg
0,06
0,04
0,04
0,00
17
Diemerdreef S112
0,09
0,07
0,07
0,00
18
Piet Mondriaansingel
0,02
0,03
0,03
0,00
19
Boven Rijkersloot (Tapijtschelp)
0,10
0,07
0,03
-0,04
20
P.J. Ter Beekstraat
0,13
0,10
0,08
-0,02
21
Boven Rijkersloot (Bomenrijk)
0,03
0,02
0,04
0,02
22
Busbaan (Speenkruid)
0,03
0,02
0,12
0,10
16/16
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Contourplots totale concentratie NO2
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Kenmerk
Bijlage 2
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Contourplots totale concentratie PM10
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Kenmerk
Bijlage 3
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Contourplots bronbijdrage NO2
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Kenmerk
Bijlage 4
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Contourplots bronbijdrage PM10
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Kenmerk
Bijlage 5
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Rekeninstellingen Geomilieu-STACKS+
Kenmerk
Bijlage 6
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Wettelijk kader
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Bestuursorganen nemen bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen voor de luchtkwaliteit kunnen hebben, de regelgeving omtrent luchtkwaliteit in acht. Vanaf 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit van kracht. Uit de Wet luchtkwaliteit volgt dat een voorgenomen ontwikkeling vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit inpasbaar is, indien in ieder geval aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. Er worden geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit overschreden 2. Er treedt geen verslechtering van de luchtkwaliteit op, of er vindt per saldo een verbetering 3. 4.
van de luchtkwaliteit plaats door compenserende maatregelen De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging De voorgenomen ontwikkeling is onderdeel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)
De ontwikkeling is niet opgenomen in het NSL, waardoor alleen de eerste drie voorwaarden gronden zijn waarop een bestuursorgaan kan besluiten dat de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. Tabel B6.5.1 Relevante grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit Stof
Criterium
Grenswaarde
Maximaal toegestane aantal overschrijdingen
NO2
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
-
Aantal overschrijdingen van een
200 µg/m3
18 keer per jaar
40 µg/m3
-
uurgemiddelde concentratie PM10
Jaargemiddelde concentratie Aantal overschrijdingen van een
3
50 µg/m
35 keer per jaar
25 µg/m3
-
daggemiddelde concentratie PM2,5
Jaargemiddelde concentratie
Ad 1. Geen overschrijding van grenswaarden Een voornemen is inpasbaar vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit indien in de situatie met planontwikkeling nu en in de toekomst geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit worden overschreden. Daarbij wordt ook rekening gehouden met onlosmakelijk met het plan verbonden maatregelen. Onderstaande tabel vat de meest relevante grenswaarden voor de luchtkwaliteit samen. Relevante grenswaarden voor deze ontwikkeling zijn de concentraties van stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Ad 2. De luchtkwaliteit verslechtert niet Indien de ontwikkeling van een project, inclusief de daarmee samenhangende maatregelen, nergens leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit, of de luchtkwaliteit verbetert ten gevolge van de planontwikkeling, is de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. Dit geldt ook in gebieden waar grenswaarden worden overschreden. Daarnaast is het, net als voorheen, toegestaan een geringe verslechtering van de luchtkwaliteit te compenseren met behulp van compenserende maatregelen (saldobenadering), zodat de luchtkwaliteit per saldo niet verslechtert.
Kenmerk
R001-1280715VLU-V01-evm-NL
Ook in dat geval is de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. In de Regeling projectsaldering is vastgelegd op welke wijze saldering plaats dient te vinden. Ad 3. Projecten die niet in betekenende mate bijdragen Projecten die niet ‘in betekenende mate’ (NIBM) een bijdrage leveren aan de luchtverontreiniging, hoeven op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer niet individueel getoetst te worden aan de genoemde grenswaarden. Het is in dat geval voldoende om aan te tonen dat een voorgenomen ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’ is. Wettelijk is vastgelegd dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging wanneer de bronbijdrage minder dan 3 % is van de wettelijke grenswaarde. Toetsing Om een project of activiteit te kunnen toetsen aan de grenswaarden die gelden voor de luchtkwaliteit, moet eerst worden bepaald op welke locaties getoetst moet worden. Dit is geregeld in de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl). Daarin is vastgelegd dat de luchtkwaliteit langs wegen getoetst moet worden op 10 meter buiten de wegverharding. Wanneer de bebouwing echter dichter bij de wegrand staat, geldt deze afstand als beoordelingsafstand moet worden vanaf de grens van de inrichting. Naast deze algemene regel brengt de Rbl nog twee principes naar voren: het toepasbaarheidsbeginsel en het blootstellingscriterium.
Toepasbaarheidsbeginsel Een aantal specifieke locaties is uitgezonderd voor het beoordelen van de luchtkwaliteit (het toepasbaarheidsbeginsel, artikel 5.19 lid 2b van de Wet milieubeheer): • Locaties die zich bevinden in gebieden waartoe leden van het publiek geen toegang hebben • •
en waar geen vaste bewoning is Op bedrijfsterreinen of terreinen van industriële inrichtingen waar Arbo-regels gelden Op rijbanen van wegen en op de middenberm van wegen, tenzij voetgangers toegang hebben tot de middenberm
Blootstellingscriterium In artikel 22 en 65 van de Rbl wordt beschreven dat de luchtkwaliteit berekend moet worden op een locatie waar de bevolking kan worden blootgesteld gedurende een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de betreffende luchtkwaliteitseis significant is. Dit betekent dat in het kader van de luchtkwaliteit langs wegen een middelingsduur van één jaar voor NO2 en een middelingsduur van 24 uur voor PM10 relevant is. Locaties waar de blootstellingsduur veel korter is dan deze middelingsduur zijn geen relevante toetslocaties.