CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verkeersstructuur Diemen Zuid_vastgesteld_1_Toelichting_Bijlage 10 Nader onderzoek Vleermuizen.pdf

Gemeenteraadsvergadering 8 juli 2021, gemeente DiemenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Verkeerstructuur Diemen Zuid3.224 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT Vleermuisonderzoek Boven Rijkersloot te Diemen Nader onderzoek in het kader van de Wnb (beschermde soorten) Klant:

Gemeente Diemen

Referentie: BG8415WATRP2010231100 Status:

Definitief/01

Datum:

23 oktober 2020

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

George Hintzenweg 85 3068 AX ROTTERDAM Water Trade register number: 56515154 +31 88 348 90 00 T +31 10 209 44 26 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Vleermuisonderzoek Boven Rijkersloot te Diemen Ondertitel: Vleermuisonderzoek Boven Rijkersloot te Diemen Referentie: BG8415WATRP2010231100 Status: 01/Definitief Datum: 23 oktober 2020 Projectnaam: Bestemmingsplan Aanpassing Hoofdverkeersstructuur Diemen-Zuid Projectnummer: BG8415 Auteur(s): Chantal Posthouwer

Gecontroleerd door: Tessa van Vreeswijk Datum: 2-11-2020 / TV Goedgekeurd door: Sanne Groot Datum: 01-11-2020/ SG

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 23 oktober 2020

VLEERMUISONDERZOEK BOVEN RIJKERSLOOT TE DIEMEN

BG8415WATRP2010231100

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Doel

1

1.3

Wettelijk kader

1

2

Het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling

2

3

Methode

3

4

Resultaten

4

5

Effectanalyse en toetsing Wet natuurbescherming

4

6

Conclusie

5

7

Literatuur

6

23 oktober 2020

VLEERMUISONDERZOEK BOVEN RIJKERSLOOT TE DIEMEN

BG8415WATRP2010231100

ii

Projectgerelateerd

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

De gemeente Diemen is voornemens de nieuwe woonwijk Holland Park beter te laten aansluiten op de rest van Diemen voor fietsers, voetgangers, openbaar vervoer en autoverkeer. In de huidige situatie is er een wegverbinding tussen Holland Park en het centrum van Diemen Zuid. Deze route loopt via de Boven Rijkersloot maar is echter niet ontworpen als directe verbinding tussen deze gebieden. Om de verbinding geschikt te maken voor alle vervoersmodaliteiten is de gemeente voornemens de huidige busbaan aan te passen en open te stellen voor autoverkeer en om een rotonde in te passen ter hoogte van de Beukenhorst. Voor deze ruimtelijke ingreep worden enkele bomen gekapt en worden enkele bermpercelen aangetast of verwijderd. Deze ingreep kan leiden tot negatieve effecten op onder de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) beschermde soorten en gebieden. Royal HaskoningDHV heeft middels een quickscan in het kader van de Wnb de effecten op mogelijk aanwezige natuurwaarden onderzocht. Uit deze quickscan is gebleken dat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat vleermuizen aanwezig zijn in de te kappen bomen. Nader onderzoek dient uit te wijzen welke functie de te kappen bomen hebben voor vleermuizen. De gemeente Diemen heeft Royal HaskoningDHV verzocht dit onderzoek uit te voeren. De veldbezoeken zijn uitgevoerd door Van Bommel FAUNAWERK.

Grote stukken tekst zijn (deels) ontleend aan het rapport van Van Bommel FAUNAWERK (Thissen, 2020).

1.2

Doel

De resultaten van dit onderzoek worden getoetst aan de kaders van de Wnb (onderdeel Soorten). Hieruit volgt of de voorgenomen ingreep leidt tot een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb en of een ontheffing in het kader van de Wnb aangevraagd moet worden. Voorliggende rapportage is een aanvulling op de quickscan die in 2019 is opgesteld (Van den Bosch, 2019). Samen geven deze onderzoeken een volledig en actueel beeld van de aanwezigheid van beschermde soorten binnen het plangebied. Hierdoor kan voorliggende rapportage dienen als ondersteunend document bij een eventuele ontheffingsaanvraag in het kader van de Wnb (onderdeel Soorten)

1.3

Wettelijk kader

In Nederland is de bescherming van bepaalde soorten planten en dieren geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet bevat regels voor de bescherming van natuurgebieden, in het wild levende dier- en plantensoorten en houtopstanden in Nederland. Het uitgangspunt van de wet is de natuur te beschermen, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit zonder de lasten te verhogen. Naast de bescherming van natuur en biodiversiteit voorziet de Wnb in de decentralisatie van taken en bevoegdheden en de vereenvoudiging van regelgeving. De Europese regelgeving, met name de Vogel- en Habitatrichtlijn, vormt het kader en het uitgangspunt van deze wet. Het instrumentarium van de Wnb sluit aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. De Wet natuurbescherming kent naast de algemene zorgplicht (artikel 1.11) een drietal hoofdstukken die relevant zijn voor ruimtelijke ingrepen. Dit betreft hoofdstuk 2 (Natura 2000-gebieden), hoofdstuk 3 (Soorten) en hoofdstuk 4 (Houtopstanden). Voor dit project is alleen hoofdstuk 3 (Soorten) relevant. In bijlage 1 wordt hoofdstuk 3 van de Wnb verder toegelicht.

23 oktober 2020

VLEERMUISONDERZOEK BOVEN RIJKERSLOOT TE DIEMEN

BG8415WATRP2010231100

1

Projectgerelateerd

2

Het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling

Uit de quickscan is gebleken dat er twee bomen met holtes gekapt gaan worden. In Figuur 2-1 is de ligging van de twee te onderzoeken bomen weergegeven. De omgeving van de twee te onderzoeken platanen bestaat in hoofdzaak uit dicht bebouwd stedelijk gebied met hoogbouw. Direct naast de platanen staat aan de noordzijde van de Boven Rijkersloot een flat met zes bouwlagen. Ten noorden ligt een parkeerplaats, een speeltuin, waterpartijen en de Weesper Trekvaart. Figuur 2-2 geeft de te onderzoeken platanen weer.

Figuur 2-1. Ligging van de te onderzoeken platanen (rode stippen). Foto: Van Bommel FAUNAWERK, 2020.

Figuur 2-2. De te onderzoeken platanen met holten (rode cirkel). Foto: Van Bommel FAUNAWERK, 2020.

23 oktober 2020

VLEERMUISONDERZOEK BOVEN RIJKERSLOOT TE DIEMEN

BG8415WATRP2010231100

2

Projectgerelateerd

3

Methode

Er is gericht onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van kraam-, zomer-, of paarverblijven van boombewonende vleermuissoorten, met name ruige dwergvleermuis in de te kappen platanen. Ook is onderzocht of de bomen een functie hebben als foerageergebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2017 (NGB, 2017), zoals opgesteld door de bracheorganisatie Netwerk Groene Bureaus en de Gegevensautoriteit Natuur (GaN). Door de inventarisatie conform het Vleermuisprotocol 2017 uit te voeren, wordt juridisch gezien voldaan aan de vereiste onderzoeksinspanning. Het nader onderzoek bestaat uit de volgende onderdelen: • kraamverblijfonderzoek, bestaande uit twee onderzoeksrondes in de avond tussen 15 mei en 15 juli, met een tussentijd van minimaal 30 dagen; • zomerverblijfonderzoek, bestaande uit twee onderzoeksrondes tussen 15 mei en 15 augustus, waarvan twee bezoeken in de avond, minstens één ochtendbezoek en één bezoek in de kraamperiode, met een tussentijd van minimaal 20 dagen; • paarverblijfonderzoek, bestaande uit twee onderzoeksrondes tussen 15 augustus en 1 oktober, met een tussentijd van minimaal 20 dagen. Een aantal onderzoeksrondes konden worden gecombineerd. Op basis van de geschikte onderzoeksperiode van vleermuizen zijn vier onderzoeken uitgevoerd door vleermuisdeskundige J. Thissen, werkzaam bij Van Bommel FAUNAWERK.

In Tabel 3-1 zijn de onderzoeksrondes met aanvullende informatie weergegeven. Er is op basis van geluid en zicht geïnventariseerd. Bij de veldbezoeken stond een Pettersson D500Xapparaat onder de twee platanen. Dit is een apparaat, dat automatisch ultrasone geluiden opneemt. Bij het eerste en het tweede veldbezoek werd bij licht de bomen voortdurend met het blote oog bekeken en in het donker met een warmtebeeldkijker (type Pulsar Accolade). Het derde en het vierde veldbezoek waren geheel in het donker en toen werd steeds met de warmtebeeldkijker naar de platanen gekeken. Tabel 3-1. De voorgeschreven onderzoeksinspanning conform het Vleermuisprotocol 2017 met de onderzochte functie, het tijdstip en de onderzoeker.

Datum

Onderzochte functie

Tijd

Onderzoeker

27 mei 2020

Zomer- en kraamverblijfplaats

21:48-00:18 uur

J. Thissen

7 juli 2020

Zomer- en kraamverblijfplaats

02:26-05:26 uur

J. Thissen

26 augustus 2020

Paarverblijfplaats

21:39-23:39 uur

J. Thissen

15 september 2020

Paarverblijfplaats

20:54-22:54 uur

J. Thissen

23 oktober 2020

VLEERMUISONDERZOEK BOVEN RIJKERSLOOT TE DIEMEN

BG8415WATRP2010231100

3

Projectgerelateerd

4

Resultaten

Tijdens de veldbezoeken zijn in totaal vier soorten vleermuizen nabij de onderzochte bomen waargenomen. Dit waren rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en watervleermuis. De resultaten van de vier veldbezoeken kunnen als volgt worden samengevat. Alleen van gewone dwergvleermuis werd baltsroep waargenomen. Het ging om twee baltsterritoria buiten het plangebied. Eén individu baltste langs de zuidgevel van de grote flat aan de Beukenhorst, aan de noordzijde van de Boven Rijkersloot. Het andere baltsterritorium lag langs ten oosten van de wooncomplexen rond de grote parkeerplaats van Beukenhorst, een deel hiervan was de noordgevel van de grote flat (Figuur 4-1). Het beperkte aantal tijdens de eerste twee veldbezoeken in de schemering langs vliegende vleermuizen liet zien dat de platanen geen functie hebben als vliegroute. Rosse vleermuis was steeds slechts een passant hoog in de lucht. Eenmaal passeerde een watervleermuis. De platanen hebben voor deze twee soorten geen betekenis. Voor de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis hebben de platanen een zekere betekenis als foerageergebied. Er zijn geen aanwijzingen dat de platanen essentieel foerageergebied vormen.

Figuur 4-1. Ligging baltsterritoria gewone dwergvleermuis (rood omlijnd). Foto: Van Bommel FAUNAWERK, 2020.

5

Effectanalyse en toetsing Wet natuurbescherming

De te kappen platanen hebben geen functie als vaste zomer-, kraam- of paarverblijfplaats voor vleermuizen. Ook hebben de bomen geen functie als vliegroute. Bij de platanen werd wel gefoerageerd. De bomen vormen echter geen essentieel foerageergebied. Negatieve effecten op vleermuizen als gevolg van de bomenkap is daarom op voorhand uitgesloten en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb bij voorgenomen ingreep.

23 oktober 2020

VLEERMUISONDERZOEK BOVEN RIJKERSLOOT TE DIEMEN

BG8415WATRP2010231100

4

Projectgerelateerd

6

Conclusie en vervolg

De te kappen platanen hebben geen functie als vaste zomer-, kraam- of paarverblijfplaats voor vleermuizen. Ook hebben de bomen geen functie als vliegroute. Bij de platanen werd wel gefoerageerd. De bomen vormen echter geen essentieel foerageergebied. Negatieve effecten op vleermuizen als gevolg van de bomenkap is daarom op voorhand uitgesloten. De kap van de bomen zal zodoende niet leiden tot overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb ten aanzien van vleermuizen. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming (Soorten) is daarom niet nodig.

23 oktober 2020

VLEERMUISONDERZOEK BOVEN RIJKERSLOOT TE DIEMEN

BG8415WATRP2010231100

5

Projectgerelateerd

7

Literatuur • • • •

NGB (2017). Vleermuisprotocol 2017. Odijk, Netwerk Groene Bureaus. Verkregen op: https://www.netwerkgroenebureaus.nl/downloads/category/20?download=626 Thissen, J.B.M. (2020). Nader onderzoek vleermuizen. Beukenhorst Diemen. Wageningen, Van Bommel FAUNAWERK. Van den Bosch, A. (2019). Natuurtoets Boven Rijkersloot. In het kader van de Wet natuurbescherming. Amersfoort, Royal HaskoningDHV. Wet natuurbescherming (2017). https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01

23 oktober 2020

VLEERMUISONDERZOEK BOVEN RIJKERSLOOT TE DIEMEN

BG8415WATRP2010231100

6

Projectgerelateerd

BIJLAGE 1 – Beschermde soorten (Wnb hoofdstuk 3) De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn1, Habitatrichtlijn1 en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming nodig hebben. Voor alle in het wild levende planten en dieren (dus ook voor soorten die niet zijn opgenomen in de Wnb) geldt de algemene zorgplicht conform Wnb artikel 1.11. Deze plicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving. Veelal komt de zorgplicht erop neer dat tijdens werkzaamheden negatieve effecten op planten en dieren zoveel mogelijk worden voorkomen, en dat bij de inrichting aandacht wordt besteed aan de realisatie van geschikt habitat voor plant en dier. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht betekent niet dat geen effecten mogen optreden, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat de verstoring en eventueel lijden zo beperkt mogelijk is.

Beschermingsregimes Het gaat om de volgende beschermingsregimes: • Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb) Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). • Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (paragraaf 3.2 van de Wnb) Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, Bijlage I of II bij het Verdrag van Bern en Bijlage II bij het Verdrag van Bonn. • Beschermingsregime andere soorten (paragraaf 3.3 van de Wnb) Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A en B van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten van nature voorkomend in Nederland. Verbodsbepalingen Elk van de beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van deze verboden. De verbodsbepalingen in de paragrafen 3.1 en 3.2 (van de Wnb) zijn eenop-een overgenomen uit de genoemde richtlijnen (zie Tabel 2-1) en verdragen en zijn uitsluitend van toepassing op de in deze richtlijnen en verdragen genoemde soorten. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien toe op de ‘nationale’ andere soorten die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb. Hiervoor geldt een kleiner aantal verbodsbepalingen.

Bij de toetsing aan het soortbeschermingsdeel van de Wnb wordt bepaald of beschermde plant- en diersoorten kunnen voorkomen in het plangebied en of de functionaliteit van het leefgebied van deze soorten aangetast wordt als gevolg van het project, waardoor de gunstige staat van instandhouding in gevaar komt.

23 oktober 2020

VLEERMUISONDERZOEK BOVEN RIJKERSLOOT TE DIEMEN

BG8415WATRP2010231100

7

Projectgerelateerd

Tabel 7-1. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2

Beschermingsregime andere soorten § 3.3

Art. 3.1 lid 1 Art. 3.5 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden opzettelijk te doden of te vangen. of te vangen.

Art. 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art. 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Art. 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Art. 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art. 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Art. 3.1 lid 4 Het is verboden vogels opzettelijk te storen.

Art. 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art. 3.1 lid 5 Opzettelijk storen is niet verboden indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Art. 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art. 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden In beginsel moet met voorzorgsmaatregelen ervoor worden gezorgd dat de functionaliteit van het leefgebied niet wordt aangetast en soorten niet worden verwond of gedood. Lukt dat niet en worden dus verbodsbepalingen overtreden, dan moeten mitigerende maatregelen genomen worden en is een ontheffing nodig. Het beschermingsregime van de soort bepaalt de mogelijkheid tot het verkrijgen van een ontheffing. Artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wnb bevatten de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden van de genoemde verboden per beschermingsregime. Voor soorten van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn kan alleen vrijstelling worden verleend op basis van de in deze richtlijnen genoemde belangen (bijvoorbeeld openbare veiligheid of dwingende reden van groot openbaar belang). Onder de Wnb geldt voor deze soorten een ontheffingsplicht, behalve als het bevoegd gezag door middel van een zogenoemde vrijstelling anders besluit1. Voor de ‘andere soorten’ van artikel 3.10 kunnen provincies en het ministerie van LNV een algemene vrijstelling van de ontheffingsplicht vaststellen middels een verordening. De provincie is het bevoegd gezag voor het al dan niet verlenen van vergunningen en ontheffingen in het kader van de Wnb.

Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het rijk in de vorm van de minister van LNV bevoegd gezag1. Het bevoegd gezag voor dit project is de provincie Noord-Holland. Voor sommige soorten geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen op basis van Provinciale Staten vastgestelde provinciale verordeningen. De vrijgestelde soorten in Noord-Holland zijn in Tabel 7-2 weergegeven. De algemene zorgplicht (artikel 1.11) blijft wel te allen tijde van toepassing.

23 oktober 2020

VLEERMUISONDERZOEK BOVEN RIJKERSLOOT TE DIEMEN

BG8415WATRP2010231100

8

Projectgerelateerd

Tabel 7-2. Soorten met een algemene vrijstelling voor ruimtelijke ingrepen op basis van door PS vastgestelde provinciale verordeningen in Provincie Noord-Holland. Grondgebonden zoogdiersoorten

Amfibieën

Aardmuis

Gewone bosspitsmuis

Rosse woelmuis

Bruine kikker

Bosmuis

Haas

Veldmuis

Gewone pad

Dwergmuis

Huisspitsmuis

Vos

Kleine watersalamander

Dwergspitsmuis

Konijn

Woelrat

Meerkikker

Egel

Ree

Bastaardkikker (middelste groene kikker)

Voorzorgs- en mitigerende maatregelen Indien door voorzorgsmaatregelen de negatieve effecten volledig kunnen worden opgeheven, waardoor overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Het gaat erom dat de voorzorgsmaatregel zorgt dat de functionaliteit van voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van de aanwezige beschermde soort blijft behouden en de betreffende soort niet gedood, verwond of verstoord wordt. De voorzorgsmaatregelen worden als randvoorwaarde meegegeven aan de aannemer. Indien dit niet wenselijk of mogelijk is, dan dienen mitigerende maatregelen genomen te worden om de optredende effecten te verzachten. Omdat sprake is van het overtreden van één of meerdere verbodsbepalingen, moet een ontheffing worden aangevraagd. In specifieke gevallen geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht als ruimtelijke ontwikkelingen uitgevoerd worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Opzettelijkheid In de Wnb is voor veel verbodsbepalingen de term opzettelijk van toepassing. Niet-opzettelijke handelingen waarbij verbodsbepalingen overtreden worden zijn niet verboden.

Daarbij is van belang dat het Europese Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant”. Wezenlijke invloed Met de term ‘wezenlijke invloed’ wordt gedoeld op een wezenlijk negatieve invloed op een soort of populatie. Om te bepalen of sprake is van een wezenlijk (negatieve) invloed dienen de effecten van de activiteiten of werkzaamheden op de populatie te worden onderzocht. Of hiervan sprake is hangt af van de lokale, regionale, landelijke en Europese stand van de soort. Op welk van deze niveaus de effecten op een soort moeten worden onderzocht, hangt af van de soort. Er is geen sprake van een wezenlijke invloed wanneer de populatie de mogelijke negatieve effecten van de activiteiten of werkzaamheden zélf op een zodanige wijze (bijvoorbeeld doordat voldoende uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders) teniet kan doen dat er geen invloed is op de huidige staat van instandhouding van de soort. In alle gevallen geldt proportionaliteit. Effecten op een zeer zeldzame soort zullen op een lager niveau moeten worden bezien dan een zeer algemene soort.

Bij soorten die zich niet over grote afstanden kunnen verplaatsen, zoals amfibieën, reptielen, planten en veel soorten insecten, is eerder sprake van een wezenlijk negatieve invloed dan bij soorten die zich over grotere afstanden kunnen verplaatsen. Verder is van belang of het effect van tijdelijke of permanente aard is. Van tijdelijke effecten kan een populatie van een soort zich over het algemeen gemakkelijker herstellen dan wanneer het om een aanhoudend negatief effect gaat.

23 oktober 2020

VLEERMUISONDERZOEK BOVEN RIJKERSLOOT TE DIEMEN

BG8415WATRP2010231100

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=fee5b814-e484-46e4-9e6e-f04a018d4a44