CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie Warmte Diemen.pdf

Informatieve raadsvergadering 2 december 2021, gemeente DiemenBij agendapunt: Transitievisie warmte18.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Mogelijke koppelkansen - Oude gasleidingen zullen in Centrum Oost vervangen dienen te worden voor 2032. Dit kan mogelijk dienen als een koppelkans voor bijvoorbeeld de verzwaring van het elektriciteitsnet.

Diemen-Zuid De meeste woningen in Diemen Zuid zijn redelijk geïsoleerd (schillabel C), Beukenhorst is voor een deel zeer goed geïsoleerd (schillabel A).

Meest logische techniek De beste warmtetechniek is nog onzeker, daarom wordt gefocust op isoleren. De doelstelling is om alle gebouwen die slecht zijn geïsoleerd tenminste te isoleren naar schillabel D. Een deel van de woningen kan misschien naar schillabel B worden gebracht, waardoor ze ook geschikt worden voor laagtemperatuurverwarming zoals een all-electric oplossing of een lokaal warmtenet op lage temperatuur. Bij vervanging van de CV-ketel kan mogelijk worden overgegaan naar een (hybride) warmtepomp. Transitievisie Warmte - 19

Er komen mogelijk kansen voor het doortrekken van het bestaande MT-warmtenet vanuit Duivendrecht. Voor bepaalde goed geïsoleerde gebouwen en buurten en de nieuwbouw ‘Hof van Saan’ is aquathermie een optie. De haalbaarheid hiervan moet onderzocht worden.

Mogelijke acties van de gemeente De gemeente stimuleert isoleren. De doelstelling is zoveel mogelijk woningen te bereiken met ten minste schillabel D. De gemeente onderzoekt de haalbaarheid van het doortrekken van het bestaande MT-warmtenet vanuit Duivendrecht.

Wat kunt u doen? -

Overweeg het verbeteren van isolatie voor zover technisch en financieel mogelijk. Overweeg om over te gaan op een (hybride) warmtepomp bij het vervangen van uw CV-ketel. U kunt nu al of bij de vervanging keukenapparatuur inzetten op toekomstbestendig elektrisch koken

-

Mogelijke koppelkansen - Oude gasleidingen zullen in dit cluster vervangen dienen te worden voor 2032. Dit kan mogelijk -

dienen als een koppelkans voor bijvoorbeeld de verzwaring van het elektriciteitsnet. In Akkerland, Polderland, Kruidenhof en Schelpenhoek staat de ophoging van de buurten gepland in de periode 2026-2030. Dit kan mogelijk dienen als een koppelkans voor bijvoorbeeld de verzwaring van het elektriciteitsnet.

Holland Park De woningen zijn goed geïsoleerd (schillabel A/B) en zijn gasvrij. De kantoren van Holland Park Zuid worden herontwikkeld en blijven gasvrij.

Meest logische techniek Er bestaat de mogelijkheid voor verdere uitbreiding van het bestaande warmtenet/WKO-net. Haalbaarheid hiervan moet worden onderzocht. Isolatie hoeft nauwelijks verbeterd te worden voor de woningen.

Mogelijke acties van de gemeente De gemeente stimuleert isoleren voor zover dat nog noodzakelijk is.

Wat kunt u doen? -

Overweeg het verbeteren van isolatie voor zover nog zinvol en technisch en financieel mogelijk.

Verrijn Stuart, De Sniep en Stammerdijk In Verrijn Stuart en Stammerdijk staan bijna uitsluitend utiliteitsgebouwen welke deels redelijk geïsoleerd zijn (schillabel B en C ) en deels matig (schillabel E).

Meest logische techniek De beste warmtetechniek is nog onzeker, daarom wordt gefocust op isoleren. Het Rijk schrijft voor dat alle kantoorgebouwen in 2023 minimaal schillabel C hebben behaald en in 2030 schillabel A. Een deel van de slecht geïsoleerde gebouwen in deze gebieden kunnen naar schillabel B worden geïsoleerd. Indien de ontwikkeling van Transitievisie Warmte - 20

een datacenter in het bedrijventerrein Verrjjn Stuart doorzet kan dit een LT-warmtebron zijn waar andere gebouwen in de buurt op kunnen worden aangesloten. De haalbaarheid hiervan moet onderzocht worden.

Mogelijke acties van de gemeente De gemeente stimuleert isoleren. De doelstelling is om álle gebouwen naar tenminste schillabel C te brengen, overeenkomstig met de verplichting voor kantoorgebouwen. De gemeente onderzoekt haalbaarheid voor een collectief LT-warmtenet indien de ontwikkeling van het datacenters doorzet.

Wat kunt u doen? -

Overweeg verbetering van isolatie voor zover technisch en financieel mogelijk. Overweeg overgang op een (hybride) warmtepomp bij het vervangen van de CV-ketel. U kunt nu al of bij de vervanging keukenapparatuur inzetten op toekomstbestendige elektrische apparatuur.

-

Mogelijke koppelkansen -

In dit cluster staat de ophogingscyclus gepland in de periode 2026-2030. Dit kan mogelijk dienen als een koppelkans voor bijvoorbeeld de verzwaring van het elektriciteitsnet.

Bergwijkpark In kantorenpark Bergwijkpark staan bijna uitsluitend utiliteitsgebouwen die redelijk geïsoleerd zijn. Alle gebouwen zijn al geïsoleerd tot schillabel B en C.

Meest logische techniek De beste warmtetechniek is nog onzeker, daarom wordt gefocust op isoleren. Het Rijk schrijft voor dat alle kantoorgebouwen in 2023 minimaal schillabel C hebben behaald en in 2030 schillabel A. Een deel van de slechter geïsoleerde gebouwen in dit gebied kunnen naar schillabel B worden geïsoleerd.

Mogelijke acties van de gemeente De gemeente stimuleert isoleren zodat de schillabel A-doelstelling in 2030 gehaald kan worden. Daarnaast kunnen de mogelijkheden voor een collectieve aardgasloze warmtevoorziening worden onderzocht.

Wat kunt u doen? -

Overweeg verbetering van isolatie voor zover technisch en financieel mogelijk. Overweeg overgang op een (hybride) warmtepomp bij het vervangen van de CV-ketel. U kunt nu al of bij de vervanging keukenapparatuur inzetten op toekomstbestendige elektrische apparatuur.

-

Mogelijke koppelkansen -

In dit cluster staat de ophogingscyclus gepland in de periode 2026-2030. Dit kan mogelijk dienen als een koppelkans voor bijvoorbeeld de verzwaring van het elektriciteitsnet.

Transitievisie Warmte - 21

Plantage de Sniep De woningen zijn goed geïsoleerd (schillabel A) en een groot deel is al gasvrij.

Meest logische techniek De meest logische techniek is all-electric verwarming voor de woningen die nog niet gasvrij zijn. Mogelijk zijn er ook kansen om woningen te verwarmen met de eventuele overcapaciteit van de WKO die in deze wijk reeds aanwezig is.

Mogelijke acties van de gemeente De gemeente stimuleert overgang op een all-electric warmtepomp bij het vervangen van de CV-ketel en overstappen op elektrisch koken.

Wat kunt u doen? -

Overweeg overgang op een all-electric warmtepomp bij het vervangen van de CV-ketel. U kunt nu al of bij de vervanging keukenapparatuur inzetten op toekomstbestendige elektrische apparatuur.

Buitengebied Meest logische techniek De meest logische technieken voor de bestaande woningbouw in het buitengebied zijn individuele oplossingen. Dit kan in de vorm van een (hybride) warmtepomp indien de woning voldoende geïsoleerd is.

Mogelijke acties van de gemeente De gemeente stimuleert isoleren. De doelstelling is zoveel mogelijk woningen te isoleren tot schillabel B.

Wat kunt u doen? Overweeg verbetering van isolatie voor zover technisch en financieel mogelijk, indien mogelijk naar schillabel B. Overweeg overgang op een (hybride) warmtepomp bij het vervangen van de CV-ketel. U kunt nu al of bij de vervanging keukenapparatuur inzetten op toekomstbestendig elektrisch koken.

Transitievisie Warmte - 22

6

VAN TRANSITIEVISIE WARMTE NAAR WIJK UITVOERINGSPLAN

De voorliggende Transitievisie Warmte maakt inzichtelijk welke kansen we zien voor het gasvrij maken van de Diemer buurten en wijken en biedt een opening voor het gesprek hierover. Er zijn tal van mogelijkheden om vanaf 2022 aan de slag te gaan. We maken bewust nog geen keuze of prioritering. De vraag wáár er gestart kan worden met een concreet project, wáár we als eerste ‘de buurt in gaan’, voor welke wijk we een eerste wijkuitvoeringsplan gaan ontwikkelen, willen we in de eerste helft van 2022 met onze inwoners, bedrijven en organisaties gaan bespreken. Zo doen we recht aan ons belangrijkste uitgangspunt; we doen het sámen. Hierop vooruitlopend willen we hier wél omschrijven hoe de gemeente met haar inwoners, bedrijven en organisaties keuzes wil gaan maken en hoe de veelal technische uitgangspunten die er nu liggen ingevuld gaan worden en tot leven worden gewekt. Er wordt vaak gesproken over een ‘regierol’ van de gemeente. Wat betekent dat precies en hoe vult Diemen die in? Hoe zorgen we ervoor dat de warmteplannen urgentie krijgen en houden en dat er betrokkenheid is van inwoners, bedrijven en organisaties? En hoe zorgen we ervoor dat de Diemenaren zélf zoveel mogelijk eigenaar worden van het proces? Hiervoor hebben we vier uitgangspunten geformuleerd: Vier uitgangspunten voor de rol van de gemeente bij het ontwikkelen van wijk uitvoeringsplannen 1.

Een uitnodiging om samen plannen te ontwikkelen We willen als gemeente samen met burgerinitiatieven, buurten, wijken, stakeholders en professionals richting geven aan de uitvoering van de Transitievisie Warmte. We hebben het hier in eerste instantie over beleids-participatie en (nog) niet over eventuele (financiële) project-participatie; dat is een volgende stap. 2. Samenwerken in diverse samenstellingen De gemeente heeft de regierol. Maar bij het concretiseren van deze grote opgave ‘Doet Iedereen Wat’, en gaat het om een veelheid van relevante partijen en stakeholders. Het gaat erom zo veel mogelijk op een gelijkwaardige manier, in onderlinge afhankelijkheid, te komen tot samenwerkingsvormen en het samen bedenken van concrete oplossingen. 3. Veel ruimte voor initiatieven Bottom up waar het kan, top down waar het moet; de gemeente neemt een regierol die sturend en monitorend is. Transitiepartners nemen initiatieven binnen heldere kaders en (nog op te stellen) spelregels. We zoeken de ruimte tussen wat er collectief moet worden geregeld en welke individuele vrijheden er binnen deze kaders zijn. Initiatieven komen bij voorkeur uit de buurten en wijken. Voor een samenwerking kan het goed zijn om je als buurt of wijk te verenigen in bijvoorbeeld een buurtcollectief of wijkvereniging. Die kan dan bijvoorbeeld een verkenning of haalbaarheidsstudie (laten) starten.

De gemeente kan hierbij op verschillende momenten, in verschillende trajecten, verschillende rollen aannemen: • ondersteunende en faciliterende rol - het initiatief ligt bij de gemeenschap, de gemeente helpt mee om plannen te realiseren. • gelijkwaardige samenwerking - de gemeente werkt met de gemeenschap aan een gezamenlijk doel. • directieve rol – de gemeente neemt het initiatief, geeft de kaders en voert regie. Deze rol kan noodzakelijk worden als er geen initiatief uit een wijk of buurt ontstaat. 4. Elk plan of initiatief telt mee We werken samen vanuit gelijkwaardigheid, vanuit ieders mogelijkheden en onmogelijkheden en hebben oog voor verschillen, bijvoorbeeld in wensen en behoeften en in draagkracht (met oog voor Transitievisie Warmte - 23

bijvoorbeeld energie armoede). Coöperaties, wijk- en buurtinitiatieven maken van burgers en consumenten ook bedenkers, ondernemers, versnellers of (energie-)producenten. Het kan daarbij gaan om grootschalige of kleinschalige plannen, startend in een straat, een wijk of buurt of bij een woningcorporatie, netbeheerder of vanuit de gemeente. We gaan dus niet ‘kiezen’. Elk plan of initiatief, mits realistisch en gedragen door een groep inwoners, bedrijven en/of organisaties, wordt op zijn eigen waarde geschat en wordt waar mogelijk ondersteund. We krijgen te maken met verschillende soorten en maten plannen, de een meer vers en groen, de ander verder doorontwikkeld. De ene keer is het een modulaire kleine aanpak die wordt opgeschaald, de andere keer is het een grootschalige aanpak. En die manieren zullen ook door de tijd veranderen; een initiatief heeft de ruimte nodig om te groeien en om zich te ontwikkelen. De gemeente loopt voorop Er wordt de komende decennia veel verwacht van inwoners, bedrijven en andere betrokkenen. Om als gemeente de regierol van de warmtetransitie geloofwaardig in te kunnen vullen, is het van groot belang dat de gemeente het goede voorbeeld geeft. Dit betekent dat de gemeente vaart maakt met het gasvrij maken van de eigen gebouwen. De gemeente heeft in de Duurzaamheidsagenda 2020-2025 de doelstelling ‘klimaatneutrale gemeentelijke 2030’ vastgelegd.

Dit biedt de basis voor het gasvrij maken van het gemeentelijk vastgoed.

Transitievisie Warmte - 24

COLOFON De Transitievisie Warmte voor de gemeente Diemen is opgesteld door Sweco, in opdracht van, en in samenwerking met de gemeente Diemen.

Oktober 2021

Projectnummer:

51002661/51002113

Referentienummer:

SWNL NL21-648800269-5805

Sweco Nederland B.V. De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt T +31 88 811 66 00 Handelsregister 30129769 www.sweco.nl

Transitievisie Warmte - 25

Bijlage A. BEGRIPPENLIJST Aardgasvrij Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. Dit betekent niet altijd gasloos. Er kan namelijk hernieuwbaar gas worden toegepast. All-electric Warmtetechniek waarbij een gebouw alleen is aangesloten op het elektriciteitsnet. In veel gevallen voorziet een warmtepomp in ruimteverwarming en warm tapwater en wordt een elektrisch fornuis gebruikt voor koken. Buurt Een gemeente is opgedeeld in wijken en wijken zijn weer opgedeeld in buurten. Buurten zijn op basis van historische of stedenbouwkundige kenmerken ingedeeld. De buurt (en wijk) indeling is vastgelegd door het college van burgemeester en wethouders en wordt door het CBS gebruikt voor het verzamelen en presenteren van allerlei gegevens. Eindgebruikerskosten De transitie naar aardgasvrij Nederland brengt kosten met zich mee. Een deel van deze kosten komt terecht diegenen die een huis bezitten of een woning huren. Dit zijn de eindgebruikerskosten. Energielabel Het energielabel van een woning laat een koper of huurder in één oogopslag zien hoe energiezuinig de woning is. Energielabel A betekent dat een gebouw zeer energiezuinig is. Oude en slecht geïsoleerde gebouwen hebben een energielabel F of G. Voor het energielabel wordt ook naar installatietechnische voorzieningen (bijvoorbeeld verwarming of zonnepanelen) gekeken. In dit rapport gebruiken we te term ‘schillabel’.

Voor het schillabel van een gebouw geldt dat de opwek of warmtevoorziening (zoals zonnepanelen of een Hr-ketel) niet worden meegenomen. Hernieuwbaar gas Gas dat afkomstig is uit een duurzame bron of is geproduceerd met duurzame energie. Voorbeelden zijn biogas en groene waterstof. Hoge temperatuur verwarming Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een warmtebron op een operationele temperatuur van 70°C of hoger wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater. Hybride warmteoplossing Warmtetechniek waarbij in veel gevallen een warmtepomp wordt gecombineerd met een Hr-ketel op gas. Lage temperatuur verwarming Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een warmtebron op een operationele temperatuur van 55°C of lager verwarmd wordt. Tapwater wordt separaat verwarmd. Midden temperatuur verwarming Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een warmtebron op een operationele temperatuur van 55°C tot 70°C wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater. Nationale kosten De nationale kosten zijn de kosten voor de Nederlandse samenleving als geheel. Het gaat om de totale kosten voor de warmtetransitie, dus zowel de kosten voor aanpassingen aan gebouwen, kosten voor infrastructuur en kosten voor de duurzame bron. De kosten bestaan niet alleen uit investeringen, maar ook kosten voor onderhoud en beheer en de kosten van de energierekening.

Transitievisie Warmte - 26

Regionale Energiestrategie (RES) Nederland is opgedeeld in dertig energieregio’s. Elke regio onderzoekt zijn behoefte aan zowel warmte als elektriciteit en geeft aan hoeveel elektriciteit in de eigen regio kan worden opgewekt. Restwarmte Warmte die vrijkomt bij een (industrieel) productieproces en die ingezet kan worden als bron voor nieuwe of bestaande warmtenetten. Schillabel Het schillabel geeft een indicatie van de kwaliteit van de gebouwschil. Het is gebaseerd op het energielabel van het gebouw, maar dan exclusief de warmtevoorziening en eventuele opwek. Transitievisie Warmte (TVW) Plan op gemeenteniveau waarin het globale tijdpad wordt bepaald waarin buurten aardgasvrij kunnen worden gemaakt en met welke warmtetechniek. Warmtenet of stadsverwarming Infrastructuur die warm water vanuit een collectieve of centrale warmtebron via een leidingnetwerk onder de grond levert aan gebouwen voor ruimteverwarming en eventueel warm tapwater. Warmtepomp Een warmtepomp onttrekt warmte uit de buitenlucht of grond(water). Door middel van een warmtepomp die op elektriciteit werkt wordt de temperatuur verhoogd en afgegeven aan de binnenruimte. Wijkuitvoeringsplan (WUP) Gedetailleerd plan waarin de uitvoering van de Transitievisie Warmte concreet wordt gemaakt op wijkniveau. Dit gebeurt in samenwerking met gebouweigenaren, huurders en andere stakeholders.

Transitievisie Warmte - 27

Bijlage B. TECHNISCHE ONDERBOUWING Voor het opstellen van de Transitievisie Warmte is een technische analyse uitgevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van een multicriteria-analyse. Een multicriteria-analyse is een methode om een onderbouwde keuze te maken tussen diverse alternatieven op basis van meerdere criteria. In deze bijlage worden de aardgasvrije alternatieven uitgebreid omschreven en de criteria en de beoordeling en weging daarvan toegelicht. Tot slot worden de belangrijkste resultaten van de analyse gedeeld.

B.1.

Warmtetechnieken

In Nederland worden de meeste gebouwen nog verwarmd met aardgas. Ook in de gemeente Diemen wordt meer dan 90% van de woningen, bedrijven en instellingen verwarmd met aardgas. Om van het aardgas af te gaan zijn er verschillende alternatieven. In de Transitievisie Warmte worden alleen de meest volwassen technieken meegenomen: all-electric, midden temperatuur (MT) warmtenet, lage temperatuur (LT) warmtenet en groengas. Waterstof is uiteraard ook een aardgasvrij alternatief. Het voordeel van waterstof is dat het huidige gasnetwerk, indien niet verouderd, waarschijnlijk gebruikt kan worden om waterstof te transporteren. De verwachting is echter dat waterstof pas na 2030 op grote schaal beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving. Waterstof speelt namelijk ook een belangrijke rol in de verduurzaming van de industrie. In de eerste editie van de Transitievisie Warmte is waterstof daarom nog niet meegenomen. De visie wordt elke vijf jaar bijgesteld. In een volgende editie kan waterstof mogelijk toegevoegd worden als alternatief. Daarnaast kunnen er in de toekomst mogelijke nieuwe technieken of toepassingen ontstaan, die tegen die tijd meegenomen kunnen worden. All-electric Een elektrische warmtepomp wordt gebruikt om de ruimtes in een gebouw te verwarmen. Daarnaast wordt de warmtepomp gebruikt voor warm tapwater voor bijvoorbeeld de douche.

De warmtepomp onttrekt de warmte uit de bodem, de lucht of uit het water. Aangezien bij allelectric tevens op elektriciteit wordt gekookt, is er geen aansluiting op het gasnet meer nodig. Een warmtepomp levert warmte met een lage temperatuur. Het is daarom belangrijk om een gebouw eerst goed te isoleren. Daarnaast zijn er aanpassingen aan de installaties nodig. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het plaatsen van vloerverwarming en/of lage temperatuurradiatoren. Deze gebouwaanpassingen leiden tot hogere investeringen enerzijds en lagere energielasten anderzijds. Een warmtepomp vraagt om wat meer ruimte dan een CV-ketel. Installeren van een warmtepomp betekent een hoger elektrisch energieverbruik. Omdat de warmtepomp warmte uit de omgeving (uit de lucht, bodem of water) haalt is dit energieverbruik echter aanzienlijk lager dan met verwarmen op gas. Als het gebouw het toelaat is het mogelijk om (een deel van) deze elektriciteit zelf op te wekken met behulp van zonnepanelen. Bij grootschalige toepassing van warmtepompen in een wijk moet het elektriciteitsnet mogelijk worden verzwaard. Voordelen: + Individueel toepasbaar + Geen gasaansluiting nodig + Lager energieverbruik dan met gas of hogere temperatuur verwarmingssystemen

Nadelen: − Goede isolatie (minimaal schillabel B) is vereist en daardoor niet geschikt voor elke woning. − Hoge investeringen − Relatief groot ruimtebeslag

Transitievisie Warmte - 28

− Verzwaring elektriciteitsnet nodig

Midden temperatuur (MT) warmtenet Bij een warmtenet worden gebouwen verwarmd met warmte uit de omgeving. Het is een collectief systeem waarbij meerdere gebouwen, of zelfs hele buurten, op het warmtenet zijn aangesloten. De warmte wordt via leidingen van de warmtebron(nen) naar de gebouwen getransporteerd. Een warmtenet heeft een aanvoer- en retourleiding. In een gebouw wordt warmte uit de aanvoerleiding onttrokken en gebruikt voor ruimteverwarming en eventueel voor warm tapwater. Hiervoor is een afleverset2 nodig en deze vervangt de CV-ketel. Het afgekoelde water gaat vervolgens via de retourleiding terug naar de warmtebron. Een MT warmtenet heeft een aanvoertemperatuur tussen de 55 en 80 graden Celsius. Voorbeelden van warmtebronnen die deze temperatuur kunnen leveren zijn geothermie en restwarmte uit de industrie. Voor MT warmtenetten is isolatie van gebouwen minder belangrijk, omdat de temperatuur voldoende is om de gebouwen te verwarmen. Isolatie is echter altijd aan te raden, omdat de vraag naar warmte dan afneemt en de beschikbare warmtebronnen optimaal kunnen worden ingezet. Daarnaast moet worden overgestapt op elektrisch koken, zodat geen aansluiting op het gasnet nodig is. Een warmtenet is met name interessant wanneer de gebouwdichtheid en warmtevraag relatief hoog zijn. Wanneer meer gebouwen aansluiten op een warmtenet, dalen de kosten per aansluiting.

Hierbij is het wel van belang dat de gebouwen dicht bij elkaar staan. In buitengebieden waar woningen verder uit elkaar staan, is een warmtenet kostbaar. Voordelen: + Slechts isoleren tot schillabel D + Beperkte aanpassingen aan de installaties nodig

Nadelen: − Bij toepassing in gebouwen met een slechte isolatie wordt veel energie verspild.

+ Collectief systeem en daardoor centraal en extern beheerd

− Toepasbaarheid afhankelijk van beschikbare warmtebronnen

+ Geen gasaansluiting nodig

− Duurzaamheid afhankelijk van beschikbare warmtebronnen. − Kosten afhankelijk van aantal aansluitingen op warmtenet − Minder keuzevrijheid

Lage temperatuur (LT) warmtenet Een LT warmtenet is vergelijkbaar met een MT warmtenet. Een LT warmtenet heeft echter een lagere aanvoertemperatuur, tussen de 35 en 55 graden Celsius. Voorbeelden van warmtebronnen die deze temperatuur kunnen leveren zijn aquathermie waarbij warmte wordt onttrokken uit oppervlaktewater, of restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en datacenters. Ook WKO systemen waarbij de warmte uit de bodem komt kunnen als bron voor een LT warmtenet dienen.

2 De afleverset bevindt zich in uw meterkast, berging of andere technische ruimte en zorgt ervoor dat de warmte van het warmtenet de verwarmingsinstallatie van uw woning bereikt. Transitievisie Warmte - 29

Voordat gebouwen worden aangesloten op een LT warmtenet, moeten de gebouwen eerst goed worden geïsoleerd. Wanneer dit niet gebeurt kan een gebouw onvoldoende worden verwarmd en dit gaat ten koste van het comfort. Daarnaast zijn aanpassingen aan de installaties nodig. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het plaatsen van vloerverwarming en/of lage temperatuurradiatoren. Aangezien de aanvoertemperatuur te laag is voor warm tapwater, is per gebouw tevens een boosterwarmtepomp nodig. Bij een LT warmtenet zijn de warmteverliezen in het warmtenet lager. Voordelen: + Collectief systeem en daardoor centraal en extern beheerd + Lagere warmteverliezen in warmtenet + Geen gasaansluiting nodig

Nadelen: − Goede isolatie (minimaal schillabel B) is vereist en daardoor niet geschikt voor elke woning − Toepasbaarheid afhankelijk van beschikbare warmtebronnen − Tarief afhankelijk van aantal aansluitingen op warmtenet − Minder keuzevrijheid

Groengas Groengas is biogas dat is opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit Groengas wordt geproduceerd uit mest, tuinafval, resten van groente en fruit, maar ook afval op stortplaatsen en rioolslib. De duurzame productie van groengas is momenteel nog zeer beperkt, daarom kan groengas nog niet op grote schaal worden ingezet voor de verduurzaming van buurten en wijken. De bestaande aardgasleidingen kunnen worden gebruikt om het groengas naar de gebouwen te transporteren. Groengas kan zowel in een Hr-ketel als in een hybride warmtepomp (zie kader) worden gebruikt. Bij groengas is de overstap naar elektrisch koken niet noodzakelijk. Voor groengas is isolatie van gebouwen minder belangrijk, omdat de temperatuur van de warmte bij de verbranding van groengas voldoende is om de gebouwen te verwarmen. Isolatie wordt echter altijd dringend aangeraden, omdat de vraag naar warmte dan afneemt en het beschikbare groengas optimaal kan worden ingezet. Voordelen: + Slechts isoleren tot schillabel D + Huidige aardgasnet kan worden gebruikt + Geen aanpassingen aan technische installaties nodig + Elektrisch koken niet nodig

Transitievisie Warmte - 30

Nadelen: − Beschikbaarheid groengas onbekend − Kosten van inzet van groengas op grote schaal zijn nog onbekend

Verwarmen met een hybride warmtepomp? Een hybride warmtepomp kan worden gezien als een tussenoplossing om van het aardgas af te gaan. Een hybride warmtepomp is een elektrische warmtepomp gecombineerd met een Hr-ketel. De warmtepomp levert de basislast van de warmtevraag. De Hr-ketel springt bij op koude winterdagen of bij grote vraag naar warm tapwater. Het gebruik van een hybride-warmtepomp vermindert de vraag naar aardgas aanzienlijk. In de toekomst kan een hybride warmtepomp mogelijk ook in combinatie met een duurzaam gas worden ingezet. De beschikbaarheid van duurzame gassen is echter nog onzeker.

B.2.

Besliscriteria

Om een beeld te krijgen hoe kansrijk een warmtetechniek is voor een bepaalde buurt, zijn per buurt verschillende criteria beoordeeld. De score van de verschillende criteria zijn gecombineerd in een multicriteria-analyse. De criteria zijn hieronder toegelicht. Isolatieniveau Warmtetechnieken all-electric en LT warmtenet verwarmen gebouwen op een lage temperatuur. Dit is echter alleen mogelijk wanneer gebouwen voldoende zijn geïsoleerd. Het uitgangspunt is dat voor deze warmtetechnieken schillabel B nodig is. Warmtetecnieken MT warmtenet en groengas verwarmen gebouwen op een hogere temperatuur. Goed isoleren blijft het streven, omdat gebouwen die goed geïsoleerd zijn minder warmte nodig hebben. Kortom, de beschikbare warmtebronnen kunnen effectiever worden ingezet. Uitgangspunt is dat voor deze warmtetechnieken schillabel D nodig is. Het isolatieniveau wordt bepaald door het gemiddelde schillabel van gebouwen in een bepaalde buurt te berekenen. Er wordt gebruik gemaakt van landelijke data van het Planbureau voor de Leefomgeving. Niet voor elk gebouw is data beschikbaar. Wanneer het schillabel voor een gebouw ontbreekt, is een grove inschatting gemaakt op basis van het bouwjaar en woningtype. Wanneer het gemiddelde schillabel van een buurt slecht is, betekent dit dat er relatief veel isolatiemaatregelen nodig zijn om deze buurt aardgasvrij te maken.

Dit geldt met name voor de lage temperatuuroplossingen als all-electric en LT warmtenet. Doordat de buurt eerst aan de slag moet met isoleren, zal deze buurt pas op langere termijn aardgasvrij kunnen worden.

Transitievisie Warmte - 31

Nationale kosten De nationale kosten zijn de kosten voor de Nederlandse samenleving als geheel. Het zijn de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om op een bepaalde aardgasvrije warmtetechniek over te stappen. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten voor aanpassingen aan gebouwen als isolatie en een (hybride) warmtepomp, kosten voor infrastructuur als verzwaring van het elektriciteitsnet of aanleg van een warmtenet en kosten voor de duurzame bron. De nationale kosten worden uitgedrukt in euro per ton vermeden CO2-uitstoot. Wanneer de nationale kosten hoog zijn, betekent dit dat het relatief duur is voor de samenleving om op deze warmtetechniek over te stappen. De nationale kosten zijn berekend met behulp van de startanalyse. De startanalyse is een technisch-economisch rekenmodel en is ontwikkeld door het Planbureau van de Leefomgeving. Collectief woningbezit Elk gebouw heeft een eigenaar. Dit kan een particulier zijn, maar bijvoorbeeld ook een woningcorporatie. Een woningcorporatie bezit meestal tientallen tot honderden woningen in een gemeente. In dit geval spreken we van collectief woningbezit. Wanneer het collectief woningbezit in een buurt relatief hoog is, is het eenvoudiger om gezamenlijke afspraken te maken over isolatiemaatregelen of de gewenste aardgasvrije warmtetechniek. In Diemen zijn woningcorporaties Stadsgenoot, Rochdale, de Key en de Alliantie actief.

Naast deze woningcorporaties is voornamelijk in Diemen-Noord nog de grootschalige vastgoedeigenaar Bouwinvest actief, De geschatte woningvoorraad van deze grootste verhuurders en woningcorporaties in 2021 in Diemen is weergegeven in onderstaande tabel. Voor een deel van de woning van de Alliantie geldt dat deze nog gerealiseerd dienen te worden.

Tabel 1: Woningvoorraad van corporaties in Diemen. Verhuurder

Aantal woningen

Stadsgenoot Rochdale

250 2.300

De Key De Alliantie Bouwinvest

1.700 106 660

Transitievisie Warmte - 32

Geschiktheid van het elektriciteitsnet voor all-electric Door gebouwen massaal aan te sluiten op een elektrische warmtepomp, neemt de vraag naar (duurzame) elektriciteit significant toe. Het is belangrijk dat het elektriciteitsnet daarvoor geschikt is. In sommige buurten zullen kabels moeten worden vervangen door dikkere kabels of moeten extra transformatorstations worden geplaatst. De geschiktheid van het stroomnet speelt een belangrijke rol bij de warmtetechnieken all-electric en eventueel bij groengas wanneer gekozen wordt voor een hybride oplossing. In Diemen is Liander de netbeheerder voor het elektriciteitsnet. Liander heeft in kaart gebracht in welke buurten grote aanpassingen aan het elektriciteitsnet nodig zijn om gebouwen op grote schaal over te laten stappen op een elektrische warmtepomp. In deze inschatting is gekeken naar de geschiktheid van de laagspanningskabels, middenspanningsstations, wijksamenstelling en isolatieniveau. In de buurten waar dit speelt vraagt dit niet alleen extra investeringen in het elektriciteitsnet kosten, maar kan dat ook leiden tot een langere doorlooptijd totdat het elektriciteitsnet volledig geschikt is . Koppelkansen De warmtetransitie is een complexe opgave en heeft een grote impact op de omgeving. Op grote schaal moeten gebouwen worden geïsoleerd.

Afhankelijk van de warmtetechniek moet het elektriciteitsnet mogelijk worden verzwaard of een warmtenet worden aangelegd. Deze opgaven hoeven niet op zichzelf te staan. Door werkzaamheden op elkaar af te stemmen kan overlast worden beperkt, kosten worden bespaard en neemt het draagvlak onder inwoners toe. Deze koppelkansen hoeven zich niet te beperken tot de warmtetransitie. Er kan ook worden gekeken naar de aanleg, renovatie of vervanging van de riolering of wegen, maar ook maatregelen voor klimaatadaptatie. Om koppelkansen te benutten is het belangrijk dat de gemeente, provincie, woningcorporaties, netbeheerder en andere belangrijke stakeholders met elkaar in gesprek gaan.

Transitievisie Warmte - 33

B.3.

Score criteria per buurt

De bovengenoemde criteria worden in principe gescoord van laag (1) naar hoog (5). Dit is echter alleen mogelijk als buurten op basis van kwantitatieve variabelen met elkaar kunnen worden vergeleken. Voorbeelden van kwantitatieve criteria zijn bijvoorbeeld afstand, kosten en leeftijd omdat deze zijn uit te drukken in getallen of waarden. Bij de criteria isolatieniveau, nationale kosten, collectief woningbezit en geschiktheid van het elektriciteitsnet voor het toepassen van 100% all-electric is een kwantitatieve beoordeling mogelijk. Bij het criterium koppelkansen kan dit niet. De vervanging van de riolering in één straat is niet kwantitatief te vergelijken met grootschalige renovatieplannen door een woningcorporatie. Dit criterium is daarom kwalitatief beoordeeld. Tabel 2: Beoordelingsmatrix besliscriteria technische analyse.

❶

❷

❸

❹

❺

All-electric en LT warmtenet

Gemiddeld schillabel E, F of G

Gemiddeld schillabel D

Gemiddeld schillabel C

n.v.t.*

Gemiddeld schillabel A of B

MT warmtenet en groengas

Gemiddeld schillabel G

Gemiddeld schillabel F

Gemiddeld schillabel E

n.v.t.*

Gemiddeld schillabel A, B, C of D

Meer dan 800 euro per ton CO2

Tussen 650 en 800 euro per ton CO2

Tussen 500 de 650 euro per ton CO2

Tussen 350 en 500 euro per ton CO2

Minder dan 350 euro per ton CO2

Minder dan 5%

Tussen 5% en 10%

Tussen 10% en 20%

Tussen 20% en 30%

Meer dan 30%

0% tot 20% geschikt

20% tot 40% geschikt

40% tot 60% geschikt

60% tot 80% geschikt

80% tot 100% geschikt

Isolatieniveau

Nationale kosten

Collectief woningbezit Geschiktheid van het elektriciteitsnet voor all-electric

* Bij twee criteria is een score van 4 niet mogelijk. De reden hiervoor is om het verschil extra te benadrukken tussen wel en geen noodzakelijk aanpassingen.

Transitievisie Warmte - 34

B.4.

Resultaten per criterium

Voor de vier aardgasvrije warmtetechnieken all-electric, MT warmtenet, LT warmtenet en groengas zijn per buurt in de gemeente Diemen de scores voor de verschillende criteria bepaald. De resultaten van de multicriteria-analyse worden hieronder per criterium toegelicht. Isolatieniveau De resultaten van het criterium ‘isolatieniveau’ zijn weergegeven in Figuur 1 voor de warmtetechnieken all-electric en LT warmtenet. en in Figuur 2 voor de warmtetechnieken MT warmtenet en groengas.3 Uit de analyse blijkt dat de buurten in de gemeente Diemen veelal een gemiddeld schillabel C of D hebben. 6 van de 32 buurten hebben een gemiddeld schillabel A of B. Met name het buitengebied, de industrieterreinen, Diemerpolder en Spoorzicht zijn relatief slecht geïsoleerd, deze hebben veelal een gemiddeld schillabel D, E of G.

Figuur 1: Score van het isolatieniveau voor warmtetechnieken all-electric en LT warmtenet.

3 Er zijn twee kaarten gemaakt omdat de scoring voor all-electric en LT-warmtenet verschillend is van de scoring van MT-warmtenet en groengas. Dit komt door het verschil in het vereiste isolatieniveau. Transitievisie Warmte - 35

Figuur 2: Score van het isolatieniveau voor warmtetechnieken MT warmtenet en groengas. Om over te stappen op all-electric of een LT warmtenet is het belangrijk om eerst grootschalig in te zetten op isoleren. Wanneer de gebouwen onvoldoende worden geïsoleerd, is de warmtevraag te hoog om met lage temperatuuroplossingen te kunnen verwarmen. Bijna alle buurten in Gemeente Diemen zijn wel voldoende geïsoleerd om over te stappen op een MT warmtenet of groengas. Desalniettemin blijft isoleren in deze buurten zinvol.

Transitievisie Warmte - 36

B.5.

Nationale kosten

De resultaten van het criterium ‘nationale kosten’ zijn per warmtetechniek weergegeven in Figuur 3 tot en met Figuur 66. De nationale kosten voor all-electric en een LT warmtenet zijn in veel buurten vrijwel gelijk. In verreweg de meeste buurten liggen deze kosten tussen de 350 en 650 euro per ton bespaarde CO2-uitstoot. De nationale kosten van een MT warmtenet liggen aanzienlijk hoger. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals het niet op grote schaal aanwezig zijn van geschikte warmtebronnen of een grote te overbruggen afstand tot geschikte warmtebronnen. De nationale kosten van groengas zijn over het algemeen het laagst. De beschikbaarheid en prijs van groengas zijn echter nog uiterst onzeker zoals eerder in deze bijlage vermeld.

Figuur 3: Score van de nationale kosten voor warmtetechniek all-electric.

Warmtenet: brontemperatuur of leveringstemperatuur? Bij een warmtenet worden gebouwen verwarmd met warmte uit de omgeving. Dit kan een warmtebron zijn met een lage, midden of hoge temperatuur. De warmte wordt via leidingen van de warmtebron naar de gebouwen getransporteerd. De brontemperatuur is niet altijd gelijk aan de temperatuur waarmee de warmte aan gebouwen wordt geleverd. Bij een lage brontemperatuur kan de warmte middels een warmtepomp in temperatuur worden verhoogd. Aangezien voor inwoners de leveringstemperatuur van belang is, wordt in deze visie bij een LT warmtenet en MT warmtenet altijd de leveringstemperatuur bedoeld. De enige uitzondering hierop is bij de berekening van de nationale kosten. De startanalyse, een analysetool van de overheid, gaat namelijk uit van de brontemperatuur. Wij hebben over de nationale kosten van een LT warmtenet daarom een verdiepingsslag uitgevoerd om deze resultaten juist te interpreteren. Transitievisie Warmte - 37

Figuur 4: Score van de nationale kosten voor warmtetechniek MT warmtenet. Uit Figuur 4 blijkt dat de nationale kosten van een MT warmtenet in de buurten Campus Diemen Zuid en Holland Park relatief lager is. De reden daarvoor is dat deze wijken al zeer goed zijn geïsoleerd.. Daarnaast geldt dat voor dichte bebouwing een warmtenet haalbaarder is. In het buitengebied is een warmtenet financieel niet haalbaar omdat de gebouwdichtheid laag is. De kosten voor de aanleg van een warmtenet zijn dan relatief hoog per aansluiting. Er zijn vervolgonderzoeken nodig om de technische en financiële haalbaarheid voor MT netten voor de verschillende buurten verder te bepalen.

Transitievisie Warmte - 38

Figuur 5: Score van de nationale kosten voor warmtetechniek LT warmtenet. Uit Figuur 5 blijkt dat de nationale kosten van een LT warmtenet in de buurten Beukenhorst, Plantage De Sniep, Centrum Oost, Campus Diemen Zuid, Holland Park lager is en. De reden daarvoor is dat er al relatief goed geïsoleerd is en er voor een deel reeds een WKO net aanwezig is. In Diemen scoren de meeste buurten een relatief goede score van 3. Dit is te verklaren door het feit dat de woningen relatief dicht bij elkaar geplaatst zijn, onder andere door hoogbouw. In de buitengebieden rolt er ook een relatief goede score 3 uit het model, maar is de gebouwdichtheid laag. De kosten voor de aanleg van een warmtenet zijn dan toch relatief hoog per aansluiting. Er zijn vervolgonderzoeken nodig om de technische en financiële haalbaarheid verder te bepalen.

Transitievisie Warmte - 39

Figuur 6: Score van de nationale kosten voor warmtetechniek groengas. Uit Figuur 6 blijkt dat de nationale kosten van groengas in veel buurten onder de 350 euro per ton bespaarde CO2-uitstoot ligt. Dit betekent dat deze warmtetechniek op basis van de nationale kosten in veel buurten de voorkeur krijgt. De oorzaak van deze lage nationale kosten is dat groengas getransporteerd kan worden door het bestaande aardgasnet en er slechts beperkte aanpassingen aan gebouwen hoeven te worden gemaakt. Aangezien groengas momenteel zeer beperkt beschikbaar is en de prijs van groengas hoger ligt dan aardgas, is het verstandig om gebouwen goed te isoleren. Dit zorgt er ook voor dat de beschikbare hoeveelheid groengas gebruikt kan worden om zoveel mogelijk gebouwen te verwarmen. Daarnaast wordt bespaard op de jaarlijkse energierekening. Er is grote onzekerheid over de hoeveelheid groengas die in de toekomst beschikbaar komt. Het zal in elk geval niet voldoende zijn om in de komende jaren een substantieel aantal gebouwen in Nederland van groengas te voorzien. In de analyse is daarom gekeken naar de waarde die groengas in een bepaalde buurt heeft. Het gaat dus over de meerkosten om op een alternatieve aardgasvrije warmtetechniek over te stappen in plaats van groengas. Wanneer de meerkosten om op een andere strategie over te gaan relatief hoog zijn, heeft groengas een hogere waarde.

Het groengas dat in die buurt gebruikt wordt bespaart daar dus meer kosten. De beschikbare hoeveelheid groengas zal eerst worden ingezet in buurten waar de waarde van groengas relatief hoog is. Uit de analyse blijkt dat dit met name in het buitengebied het geval is, omdat de aanleg van een warmtenet daar relatief duur is.

Transitievisie Warmte - 40

Collectief woningbezit De resultaten van het criterium ‘collectief woningbezit’ zijn weergegeven in Figuur 7. In 12 van de 32 buurten is het aandeel woningen in bezit van woningcorporaties meer dan 30%. In deze buurten is de kans groter dat de woningbouwcorporaties de kartrekkers voor de warmtetransitie worden, omdat het eenvoudiger zal zijn om gezamenlijke afspraken te maken over isolatiemaatregelen of de gewenste aardgasvrije warmtetechniek.

Figuur 7: Score van het collectief woningbezit van woningcorporaties.

Transitievisie Warmte - 41

Geschiktheid elektriciteitsnet voor all-electric De resultaten van het criterium ‘geschiktheid van het elektriciteitsnet voor toepassing van 100% allelectric’ zijn weergegeven in Figuur 8. Deze inventarisatie is gemaakt op basis van eerste inschattingen van netbeheerder Liander. In deze inventarisatie wordt rekening gehouden met de geschiktheid van de laagspanningskabels, middenspanningsstation, wijksamenstelling en isolatieniveau. Uit de resultaten blijkt dat er significante aanpassingen in de elektra-infrastructuur (zoals vervangingen van elektriciteitskabels) benodigd zijn in de wijken Centrum West, Centrum Oost, Ruimzicht Oost en delen van Diemen Zuid en Diemen Noord.

Figuur 8: Score van de geschiktheid van het elektriciteitsnet voor toepassing van 100% all-electric van Liander.

Transitievisie Warmte - 42

B.6.

Koppelkansen

Om de warmtetransitie mogelijk te maken wordt er ook gekeken naar koppelkansen. Koppelkansen kunnen ervoor zorgen dat er bijvoorbeeld kosten bespaard worden of dat overlast voor omwonenden wordt beperkt. Voor Diemen zijn de mogelijke koppelkansen onderzocht en samengevat in de Figuur 9. De koppelkansen worden onder de kaart besproken.

Figuur 9: Mogelijke koppelkansen voor buurten in de komende jaren. Ophogingscyclus gemeente Diemen Als gevolg van bodemdaling in de gemeente Diemen wordt de openbare ruimte cyclisch opgehoogd. Denk hierbij aan het vervangen of herleggen van de riolering, het ophogen van wegen, etc. Deze ophogingscyclus is een mogelijke koppelkans voor het vervangen van bijvoorbeeld elektriciteitskabels, maar ook voor de aanleg van collectieve warmtevoorzieningen. In het geval dat de planning van de ophogingscyclus op een gunstig moment valt, is dit een kans die meegenomen dient te worden. In Figuur 10 is de planning van de ophogingscyclus (van het Programma Groot Onderhoud) tot 2030 weergegeven. De ophoging die gepland staat tot en met 2025 zien we in de bovenstaande kaart niet als een directe koppelkans, aangezien dit een korte termijn is. Daarnaast is te zien dat er niet op grote schaal ophoging plaats zal vinden in deze periode. De ophoging vanaf 2026 wordt wel gezien als een koppelkans. Transitievisie Warmte - 43

Figuur 10: Planning van de ophogingscyclus in de gemeente Diemen (PGO) Planningen van woningcorporaties De planningen van woningcorporaties zijn een mogelijke koppelkans in de warmtetransitie. Mogelijke isolatieverbetering kan bijvoorbeeld worden afgestemd met het aanleggen of uitbreiden van een collectieve warmtevoorziening. Binnen de gemeente Diemen is Rochdale een van de woningcorporaties die actief verduurzamingsplannen heeft. Voornamelijk in Spoorzicht en Buitenlust wordt zijn er isolatieplannen onderweg tot schillabel A vanaf 2022. Daarnaast is in Diemen Noord de grootschalige vastgoedeigenaar Bouwinvest actief. Bouwinvest is op grote schaal aan het verduurzamen. Veel woningen worden geïsoleerd naar schillabel A. Daarnaast worden er ook hybride warmtepompen geïnstalleerd. Omdat een hybride warmtepomp circa 15 jaar meegaat, zal een natuurlijk moment voor het overgaan op een andere warmteoptie pas over ongeveer 15 jaar zijn. Planningen netbeheerder De planningen van de netbeheerder zijn ook een mogelijke koppelkans in de warmtetransitie. Mogelijke verbetering van de elektrische infrastructuur kan bijvoorbeeld een bepaalde buurt of wijk meer geschikt maken voor een all-electric oplossing. Het kan er echter ook voor zorgen dat het elektriciteitsnet eerst verzwaard moet worden voordat een hele wijk over gaat op een all-electric oplossing.

Daarnaast kan de vervanging van elektriciteitskabels mogelijk gecombineerd worden met het aanleggen van collectieve warmtevoorzieningen.

Transitievisie Warmte - 44

Een concrete koppelkans in bepaalde wijken van Diemen is de vervanging van oude gasleidingen. Deze verouderde leidingen dienen voor 2032 vervangen te worden. De vervanging van deze gasleidingen is een mogelijke koppelkans binnen de buurten waar dit speelt. De verwachting is dat de eerste wijken in 2023-2024 opgepakt zullen worden.

B.7.

Multicriteria-analyse en totstandkoming van eerste conclusies

Hierboven lieten we zien hoe de verschillende Diemer buurten scoren op de verschillende criteria. In de volgende stap hebben we de hieruit resulterende deelanalyses met elkaar gecombineerd om tot de eerste conclusies te komen. Hierbij zijn we verder gegaan dan het simpelweg optellen van de scores per buurt. Om vanuit de multicriteria analyse tot conclusies te komen zijn de volgende stappen gezet: • We hebben kwalitatieve en kwantitatieve analyses op elkaar gelegd en met elkaar gecombineerd. • We hebben de vakspecialisten van de gemeente hierover geconsulteerd. • We hebben gekeken waar logische verbanden tussen de buurten zijn en zoveel mogelijk logische ‘clusters’ gevormd. Hoe deze clusters zijn bepaald wordt hieronder verder toegelicht. Het bepalen van logische clusters Bij het bepalen van de logische ‘clusters’ binnen Diemen zijn een aantal overwegingen meegenomen: • Op basis van overeenkomende bouwjaren en buurtkarakteristieken van de zijn de meest logische clusters gevormd. • Om naar warmteopties te kijken binnen de gemeente Diemen is gekeken op grote schaal. Naast deze analyse en clustering is maatwerk op straatniveau in de toekomst wel nodig. Diemen Noord Het cluster Diemen Noord bevat de buurten Buytenstee, Vogelweide, Scheepskwartier en Vlindertuin en Oud Diemen. Het gemiddelde schillabel voor het cluster is B/C.

Veel woningen zijn of worden goed geïsoleerd door de woningcorporaties en door Bouwinvest, een grote investeerder die in Diemen Noord honderden woningen in bezit heeft. Door de redelijke goede isolatiegraad lijkt het cluster in de toekomst geschikt voor LT-oplossingen. De mogelijk geschikte warmtebronnen voor dit cluster zijn enkel laagtemperatuur bronnen zoals aquathermie uit het Amsterdam-Rijnkanaal en datacenters in Science Park. Deze bronnen zijn met name kansrijk voor de hoogbouw langs het Amsterdam-Rijnkanaal. De technische en financiële haalbaarheid hiervan moet onderzocht worden. Er is veel collectief woningbezit en dus zijn er mogelijk kansen voor een collectieve aanpak. De plannen van Bouwinvest zetten in op isolatie en hybride warmtepompen in 2020-2021 en isoleren tot schillabel A. De verdeling van de huidige schillabels in het cluster zijn in Figuur 11 opgenomen.

Transitievisie Warmte - 45

Figuur 11: Verdeling van het isolatieniveau van de buurten in het cluster Diemen Noord vóór de plannen van Bouwinvest De verdeling van de schillabels in het cluster ná de plannen Bouwinvest en het resultaat hiervan zijn onderstaand opgenomen in Figuur 12.

Figuur 12: Verdeling van het isolatieniveau voor het cluster Diemen Noord vóór de plannen van Bouwinvest In veel buurten binnen dit cluster is het elektriciteitsnet niet geschikt voor all-electric. Als alle woningen overgaan op een all-electric oplossing is afstemming met de netbeheerder nodig. De ophoging van de wijk – onderdeel van de langjarige vervangingscyclus van de gemeente Diemen - is al reeds in uitvoering. Het zal minimaal 15 jaar duren voordat opnieuw moet worden opgehoogd. De ophogingscyclus biedt daarom nu geen koppelkans voor dit cluster.

Transitievisie Warmte - 46

Spoorzicht en Buitenlust In de buurten Spoorzicht en Buitenlust is een grote spreiding van schillabels te zien. Het grootste deel van de schillabels zit tussen C en E, met een gemiddeld schillabel van D. Hiermee is het isolatieniveau in deze beide buurten nog niet erg hoog. In beide buurten is er een hoge mate van collectief bezit. Voor Spoorzicht is er 100% collectief bezit en in Buitenlust 51% in collectief bezit. Grootschalige isolatie komt er op korte termijn aan (2022). In Spoorzicht staan voornamelijk jaren ’30 woningen die gerenoveerd gaan worden door Rochdale en in Buitenlust voornamelijk ’70 woningen die ook gerenoveerd gaan worden door Rochdale. De huidige verdeling van de schillabels is weergegeven in Figuur 13.

Figuur 13: Verdeling van het isolatieniveau voor Spoorzicht en Buitenlust. In de plannen wordt grootschalige isolatie uitgevoerd. Daarna is een groot deel van de woningen qua isolatie mogelijk geschikt voor LT-oplossingen. Er worden ook CV-ketels vervangen in de renovatieplannen van Rochdale. Hieronder is een beknopt overzicht opgenomen. Spoorzicht • Totaal aantal woningen in Spoorzicht: 171 • 115 woningen (67%) worden door Rochdale geïsoleerd naar schillabel A in 2022 Buitenlust • Totaal aantal woningen in Buitenlust: 130 • 66 woningen (51%) worden door Rochdale geïsoleerd naar schillabel A in 2022 Er zijn beperkte geschikte warmtebronnen in de omgeving aanwezig. Mogelijk zijn er datacenters geschikt en daarnaast ook aquathermie. Waarschijnlijk is de aquathermie bron zoals het AmsterdamRijnkanaal te ver weg. Geschiktheid van het elektriciteitsnet bij volledige all-electric is gemiddeld en nog niet volledig geschikt wanneer de volledige buurt over zou gaan op all-electric. Ophoging vindt plaatst in Buitenlust in 2026/2027. Dit kan mogelijk een koppelkans zijn voor het verzwaren van het elektriciteitsnet.

Transitievisie Warmte - 47

Ruimzicht West en Ruimzicht Oost Veel woningen zijn matig geïsoleerd. De twee buurten hebben een gemiddeld schillabel van D. Door het matige isolatieniveau is dit cluster niet direct geschikt voor LT-oplossingen. De mate van collectief woningbezit is niet hoog maar voor bepaalde stukken hoogbouw liggen er mogelijk kansen voor een collectieve aanpak. Een deel van de hoogbouw is in bezit van woningcorporatie de Key die verwachten niet eerder dan over 10-15 jaar aan de slag te gaan. Ophoging in deel van Ruimzicht West al in uitvoering. Voor andere delen vindt dat plaats in 2024-2030. Wanneer nader wordt onderzocht welke warmte oplossing meest kansrijk is, dan onderzoeken of dit een koppelkans is. Mogelijk zijn er kansen met het cluster maatschappelijk vastgoed en winkelcentrum. Er ligt een bestaand lokaal MT-net in het noorden van Ruimzicht West/Oost. Een aantal grote flatgebouwen zijn hierop aangesloten. Deze ‘blokverwarming’ is werkt op basis van een WKK (warmtekrachtkoppeling). De WKK produceert elektriciteit die wordt opgewekt met aardgas. De warmte die daarbij vrijkomt wordt gebruikt voor het lokale warmtenet. Dit net kan mogelijk worden uitgebreid. Kansen en haalbaarheid dienen verder onderzocht te worden. Hiervoor is afstemming nodig met de eigenaar van de WKK installatie (Vattenfall), woningcorporaties (met name Rochdale) en de aanwezige VvE’s.

Centrum West en Centrum Oost Veel woningen zijn matig geïsoleerd en heeft een gemiddeld schillabel van D en veel oudere woningen. Een uitzondering is de punt Sniep. Hier is recent een nieuwe, reeds gasloze buurt opgeleverd. Er zijn geen grootschalige warmtebronnen bekend binnen het cluster en de woningen zijn matig geïsoleerd, daardoor is de buurt niet direct geschikt voor grootschalige LT-oplossingen . De Weespertrekvaart en de Ringvaart kunnen mogelijk op kleine schaal worden ingezet voor aquathermie. De ambities van Vattenfall in afstemming met de gemeente kunnen in de toekomst mogelijk kansen brengen door het doortrekken van het MT/HT-net vanuit Duivendrecht. Geschiktheid van het elektriciteitsnet wanneer alle woningen overgaan op all-electric is laag (tussen de 0 en 20%) dus de buurt kan niet overgaan op all-electric zonder verzwaring van het net. Daarom is afstemming nodig met de netbeheerder. De ophoging van Centrum West is reeds in uitvoering en andere delen worden na 2030 opgehoogd. Dus voorlopig zijn er geen koppelkansen. Mate van collectief woningbezit ligt rond 30% dus er zijn kansen voor een collectieve aanpak.

Transitievisie Warmte - 48

Diemen-Zuid Diemen Zuid is gemiddeld redelijk goed geïsoleerd met een gemiddeld schillabel C. Diemen Zuid is een samen clustering van de volgende buurten: • Schelpenhoek • Anne Frank • Biesbosch • Beukenhorst • Akkerland • Kruidenhof • Bomenrijk • Polderland Binnen het cluster hebben deze buurten nagenoeg dezelfde verdeling van isolatieniveaus per buurt op Beukenhorst na. In Beukenhorst is ongeveer 50% schillabel A en ongeveer 30% schillabel E. Deze 30% komt door één enkel flatgebouw met een ouder bouwjaar. In alle andere buurten van Diemen Zuid is meer dan 80% schillabel C. De exacte verdeling is te zien in Figuur 14.

Figuur 14: Verdeling van het isolatieniveau in het cluster Diemen Zuid. Het bestaand warmtenet van Vattenfall (MT/HT) loopt langs grens van Diemen-Zuid (Duivendrecht). Er zijn mogelijk kansen om het MT-net van Vattenfall door te trekken. De haalbaarheid en ambitie voor deze kansen dient onderzocht te worden. Dit cluster is op dit moment nog niet geschikt voor LT-oplossingen zoals all-electric of een LT-net (uitzondering Beukenhorst: deels schillabel A en deels schillabel E). Geschiktheid van het elektriciteitsnet wanneer alle woningen overgaan op all-electric is voor bijna het hele cluster laag (0-40%). Volledig overgaan op all-electric zal dus alleen kunnen door verzwaringen van het net en hiervoor is afstemming nodig met de netbeheerder. Ophoging voor wijken Akkerland, Polderland en Kruidenhof vindt plaats tussen 2026-2030, andere delen na 2030. Hier ligt mogelijk een koppelkans voor het verzwaren van het elektriciteitsnet als de buurt naar een all-electric oplossing gaat. Tevens biedt de ophoging een koppelkans voor de uitbreiding van het bestaande warmtenet vanuit Duivendrecht. Mate van collectief woningbezit is erg verschillend per buurt maar kan mogelijk kansen bieden voor een collectieve aanpak.

Transitievisie Warmte - 49

Holland Park De woningen zijn goed geïsoleerd met schillabel A of B en zijn v aak al gasvrij, de kantoren van Holland Park Zuid worden herontwikkeld en worden gasvrij. In het cluster wordt een collectief WKO net ontwikkeld door Ontwikkeling HP West. Het bestaande warmtenet van Vattenfall (MT/HT) loopt langs grens Holland-park zuid. Een groot deel van de woningen is al, of wordt mogelijk in de toekomst, aangesloten op dit warmtenet. Voor de ontwikkeling van Holland Park West is bepaald dat er geen gas of warmtenet-stelsel gebruikt mag worden. Er is daarom gekozen voor een WKO installatie. De mate van collectief woningbezit is erg laag in Holland Park.

Bergwijkpark, In kantorenpark Bergwijkpark zijn de gebouwen tenminste geïsoleerd tot lab el C en meer dan de helft is geïsoleerd tot schillabel B (zie Figuur 15). De gebouwen met schillabel B lijken qua isolatie al geschikt voor een LT-oplossing.

Figuur 15: Verdeling van het isolatieniveau voor Bergwijkpark. Gebouwen met schillabel C zijn nog niet geschikt voor een LT-oplossing. Aanpakken van de kantoren met schillabel C is een prioriteit voor Bergwijkpark.

Verrijn Stuart, De Sniep en Stammerdijk In de bedrijventerreinen Verrijn Stuart, de Sniep en Stammerdijk staan veel utiliteitsgebouwen welke matig geïsoleerd zijn. De gebouwen met schillabel B lijken qua isolatie al geschikt voor een LT-oplossing. Zie Figuur 16. Kantoorgebouwen met schillabel E in dit cluster zullen hoe dan ook geïsoleerd moeten worden. Voor kantoren liggen isolatie eisen vanuit de staat vast. Kantoren moeten van de centrale overheid per 1 januari 2023 minimaal het energielabel C hebben. Aanpakken van de slecht geïsoleerde kantoren (met schillabel E) is een prioriteit, met name in Verrijn Stuart. Gebouwen met schillabel C zijn nog niet geschikt voor een LT-oplossing.

Transitievisie Warmte - 50

Figuur 16: Verdeling van het isolatieniveau voor Verrijn Stuart en Stammerdijk De ontwikkeling van een datacenter op Verrijn Stuart is een potentiële LT bron voor de omgeving. De geschiktheid van het elektriciteitsnet wanneer alle gebouwen overgaan op all-electric is matig (2040%) in Verrijn Stuart en Stammerdijk. In de Sniep is de situatie een stuk beter (geschiktheid 80-100%) Er is waarschijnlijk afstemming met de netbeheerder nodig wanneer veel gebouwen overgaan op allelectric. Ophoging vindt plaats tussen 2026 en 2030. Verzwaring van het elektriciteitsnet biedt dan mogelijk een koppelkans.

Plantage de Sniep De woningen van Plantage de Sniep zijn doorgaans goed geïsoleerd (schillabel A). Hierdoor is de buurt geschikt voor LT-oplossingen. Een groot deel is al gasvrij door een WKO-installatie waar een groot deel van de woningen op is aangesloten. De rest van de woningen, voornamelijk nieuwbouw, wordt deels verwarmd met aardgas en deels met elektrische warmtepompen. De geschiktheid van het elektriciteitsnet in dit cluster is bij volledige allelectric 80-100%. dus er zijn waarschijnlijk minimale aanpassingen aan het net nodig. De mate van collectief woningbezit in dit cluster laag dus hier zijn de kansen voor een collectieve aanpak kleiner.

Buitengebieden De buitengebieden van de gemeente Diemen zijn niet dichtbevolkt. Dit cluster heeft een gemiddeld schillabel van C tot E en daardoor zijn veel woningen niet direct geschikt voor all-electric. Er is veel afstand tussen de woningen en het gebied is daardoor niet geschikt voor een warmtenet of een collectieve warmtevoorziening. De geschiktheid van het elektriciteitsnet wanneer alle woningen overgaan op all-electric is relatief hoog (60-100%). Er is daarom waarschijnlijk minder afstemming nodig met de netbeheerder indien veel woningen overgaan op all-electric.

Transitievisie Warmte - 51

Bijlage C. WARMTE- EN KOUDEBRONNEN De onderstaande kaart (Figuur 1) toont de meest relevante mogelijke warmtebronnen in en rond de gemeente Diemen. Deze worden onder de onderstaande figuur meer uitgebreid besproken.

Figuur 1: Overzicht van de mogelijke warmtebronnen Datacenters (1 t/m 4, 8 en 9) Er bevinden zich meerdere datacenters net buiten de gemeentegrenzen, in Amsterdam Science Park. De restwarmte afkomstig van deze datacenters kan mogelijk gebruikt worden als een laagtemperatuur bron, al dan niet in combinatie met aquathermie vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal. Ook een nieuw gepland datacenter in Verrijn Stuart aan de Treubweg is mogelijk kansrijk als toekomstige warmtebron voor de nabije omgeving. Er is ook een nieuw datacenter onderweg op het Vattenfall terrein Oost. Dit zal mogelijk als warmtebron kunnen dienen voor het al bestaande warmtenet van Vattenfall. Aquathermie (5 en 6) Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) In Figuur 2 hieronder (gemaakt met behulp van de omgevingswarmtekaart van Waternet) is de potentie van thermische energie uit oppervlaktewater weergegeven. Voor thermische energie uit oppervlakte water zijn er twee mogelijke bronnen binnen Diemen. In de figuur is te zien dat het Amsterdam Rijnkanaal de bron is met de meeste potentie. Theoretisch gezien is er voldoende vermogen vanuit het Amsterdam Rijnkanaal om een groot deel van Diemen Noord te verwarmen. In Diemen-Noord liggen daarom mogelijk kansen voor aquathermie. De andere bron met potentie is de Weespertrekvaart. Deze bron biedt mogelijk kansen in de buurten Centrum-West/Oost en Beukenhorst.

De exacte kansen en haalbaarheid dienen voor beide bronnen verder onderzocht te worden.

Transitievisie Warmte - 52

Figuur 2: Overzicht van de mogelijke potentie voor aquathermie in de gemeente Diemen Thermische energie uit afvalwater (TEA) In Figuur 3 (gemaakt met behulp van de omgevingswarmtekaart van Waternet) is de potentie van thermische energie uit rioolwater (riothermie) weergegeven.

Figuur 3: Overzicht van de mogelijke potentie voor riothermie in de gemeente Diemen

Transitievisie Warmte - 53

Riothermie gaat over het benutten van de warmte dat in het riool zit. Het is een alternatief voor aardgas onder de volgende omstandigheden: • • •

Waar het aanbod en de vraag naar warmte op relatief kort afstand (1 à 2 km) van elkaar liggen; Waar het aanbod voldoende is om in (een deel van) de warmtevraag te voorzien; Waar de technische aanpassingen aan de te verwarmen gebouwen relatief eenvoudig zijn. Bij oudere gebouwen is vaak een aanpassing van het afgiftesysteem nodig, bij nieuwere, goed geïsoleerde gebouwen niet.

Zowel het aantal grote energievragers als het aantal kansrijke leidingen is beperkt in Diemen. De vooralsnog meest interessante energievrager is het zwembad, maar daar ligt helaas geen kansrijke leiding in de buurt. De eerste inschatting is dat het sportcentrum aan de Prins Bernhardlaan de enige potentiële locatie is. De energievraag is daar wel aan de lage kant, maar er is wel een kansrijke leiding in de buurt. Nader onderzoek zou moeten uitwijzen of riothermie kan worden benut. Thermische energie uit drinkwater (TED) Op dit moment wordt thermische energie uit drinkwater gebruikt als aanvulling voor de bestaande WKO installatie in Plantage de Sniep. Er is in Diemen voor de rest weinig potentie voor thermische energie uit drinkwater. Mogelijk alleen als aanvulling voor bijvoorbeeld een WKO installatie. Warmte Koude Opslag (WKO) (7) Een WKO is een duurzame methode om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem. De techniek wordt gebruikt om gebouwen, woningen, kassen en processen te verwarmen en/of te koelen. Er is op dit moment een bestaande WKO-installatie aanwezig in Plantage de Sniep waar een paar honderd woningen op zijn aangesloten. Door de mogelijke restcapaciteit op deze installatie is deze WKO mogelijk nog een warmtebron met potentie voor de nabije omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=72b6db98-a8e1-4975-9d96-9998b5966ce5