rv&b 5de wijziging APV.docx
Tekst van het document
Raadsvoordracht
Onderwerp: Datum: Portefeuillehouder: Team: Steller:
Vijfde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Diemen 2015 17 februari 2022 E. Boog Openbare Orde en Veiligheid en Vergunningen D.C. van der Vecht +31 203144833 Derk.van.der.Vecht@diemen.nl
Gevraagde beslissing Instemmen met de vaststelling van de aanpassing van de Algemene Plaatselijke Verordening Diemen 2015 conform bijgaand concept-besluit.
Relevante achtergrondinformatie Voorgeschiedenis De laatste versie van de Diemense Algemene Plaatselijke Verordening is op 9 oktober 2020 in werking getreden. Sindsdien zijn er diverse maatschappelijke en juridische ontwikkelingen geweest die aanleiding geven tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Diemen 2015 (verder: APV). De meeste van de inhoudelijke wijzigingen komen voort uit aanpassingen in de model APV van de VNG. Hieronder worden de inhoudelijke wijzigingen beschreven voorzien van een toelichting. De overige wijzigingen, die u hieronder niet aantreft, zijn diverse verbeteringen en spellingscorrecties. Ook zijn er enkele verwijzingen aangepast in verband met nieuwe weten regelgeving. Al deze wijzigingen hebben gemeen dat ze geen enkele inhoudelijke verandering van de APV bewerkstelligen. Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen (folderen en flyeren) Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen (folderen en flyeren) afbeeldingen (folderen en flyeren) 1. Het is verboden gedrukte of geschreven 1.
Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. openbare plaatsen.
2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor zover het betreftgedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen verstrekt door politieke partijen, nood- en hulpverleningsdiensten, stichtingen en/of verenigingen met een ideëel doel, en indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er is tenminste 7 werkdagen voorafgaand aan het folderen en flyeren daarvan een melding gedaan aan het college; b. de gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen mogen niet verspreid worden na 22:00 uur en voor 6:00 uur en op in de Winkeltijdenwet genoemde zon- en feestdagen met uitzondering van de conform de Winkeltijdenverordening aangewezen koopzondagen; c. weggebruikers niet gehinderd mogen worden; d. binnen een uur na beëindiging van de activiteiten dienen alle gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen binnen een straal van 25 meter verwijderd te zijn.
2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor zover het betreft gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen verstrekt door rechtspersonen in de zin van artikel 1 van het Burgerlijk Wetboek 2, politieke partijen, nood- en hulpverleningsdiensten, stichtingen en/of verenigingen met een ideëel doel.
Toelichting Het eerste lid van artikel 2:6 van de APV geeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: “het college”) de bevoegdheid om openbare plaatsen aan te wijzen waar het verboden is om te folderen en te flyeren. Het college heeft de winkelcentra Diemerplein, Gruttoplein en De Kruidenhof aangewezen. Het vierde lid van artikel 2:6 van de APV kent voor bepaalde organisaties een beperkte uitzondering op het verbod van het eerste lid. Het aantal organisaties waarop deze uitzondering van toepassing is wordt uitgebreid. Alle publiekrechtelijke rechtspersonen met rechtspersoonlijkheid kunnen er voortaan gebruik van maken. De voorwaarden van de uitzondering dienen niet een duidelijk doel en kunnen in het kader van deregulering geschrapt worden. 1. De meldingsplicht van sub a zorgt er enkel voor dat het college weet dat op een bepaalde datum gefolderd en geflyerd wordt. Er kunnen aan de melding geen regels worden verbonden. Het nut van het weten dat het folderen en flyeren op een bepaalde datum gaat plaatsvinden is niet groot. Daar komt bij dat sinds jaar en dag vooral tijdens verkiezingsperioden veel wordt gefolderd en geflyerd. Dat hoeft niet apart gemeld te worden. 2. Sub b zorgt voor een nachtelijk en een gedeeltelijk zondagsverbod op folderen en flyeren op de aangewezen gebieden. Het nut van een nachtelijk verbod op folderen en flyeren is
onduidelijk. Naar verwachting zal dit zelden tot nooit plaatsvinden, simpelweg omdat er weinig bezoekers in en nabij de winkelcentra zijn. Sinds 1 januari 2014 geldt op grond van de Verordening winkeltijden gemeente Diemen 2014 een algemene vrijstelling op zon- en feestdagen van 09.00 uur ’s ochtends tot 22.00 uur s ’avonds (met een kleine uitzondering op Goede Vrijdag, 24 december en 4 mei). Op zon- en feestdagen geldt dus voor het overgrote deel van de tijd al geen verbod op folderen en flyeren. 3. Sub c van het vierde lid stelt als eis dat weggebruikers niet gehinderd mogen worden. Op grond van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 is het eenieder verboden om zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd. De eis van sub c voegt niks toe aan hetgeen in de Wegenverkeerwet 1994 al is opgenomen. 4. De in sub d vermelde plicht dat de betreffende folders en flyers in een straal van 25 meter (vermoedelijk bedoeld vanaf de locatie waar het folderen en flyeren plaatsvond) verwijderd moeten worden dient op zichzelf een goed doel, het schoon en netjes houden van de openbare ruimte. In de praktijk blijken hier geen problemen mee te zijn en is de bepaling zelf nauwelijks handhaafbaar.
Daar komt bij dat het vreemd is dat deze eis wel geldt bij de winkelcentra en niet op andere locaties waar het zin kan hebben om te folderen en flyeren (de Campus, stationsgebieden, Arent Krijtsstraat e.d.). Artikel 2:48A Openlijk gebruik Bestaande tekst Artikel 2:48A Openlijk gebruik Het is verboden, op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw, vaartuig of voertuig harddrugs te gebruiken of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen openlijk voorhanden te hebben.
Nieuwe tekst Artikel 2:48A Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Toelichting Op sommige plaatsen in de publieke ruimte ervaren mensen hinder, overlast en gevoelens van onveiligheid doordat op die plaatsen drugs worden gebruikt. Een aantal gemeenten heeft daarom al enkele jaren een bepaling in de APV opgenomen waarbij openlijk drugsgebruik wordt verboden. De rechtspraak is een aantal jaren wisselend geweest, waarbij in een aantal gevallen zo’n bepaling onverbindend werd geacht omdat de rechter van oordeel was dat door de overlap met de Opiumwet (men kan immers verboden substanties niet gebruiken zonder deze – in strijd met de Opiumwet – voorhanden te hebben) de bovengrens van de gemeentelijke regelgevende bevoegdheid werd geschonden. Maar inmiddels is er een rechterlijke consensus ontstaan waarbij zo’n bepaling, omwille van de openbare orde, dus met een ander motief dan de Opiumwet, toelaatbaar wordt geacht. Met de term “daarop gelijkende waar” kan bijvoorbeeld worden gedacht aan nieuwe middelen die al wel worden gebruikt (denk aan lachgas), maar nog niet op de lijst voorkomen en waartegen wel moet worden opgetreden of aan nepdrugs (bijvoorbeeld waspoeder). Het is dan van belang dit goed te motiveren. In artikel 2:48B van de APV hebben we ook een expliciet lachgasverbod opgenomen. Het blijkt dat dit artikel in de praktijk lastig te handhaven is omdat expliciet bewezen dient te worden dat het om het middel distikstofmonoxide (lachgas) gaat.
Artikel 2:48A is, gelet op de term “daarop gelijkende waar” eenvoudiger te handhaven.
Artikel 2:78 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:78 Woonoverlast als bedoeld in Artikel 2:78 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon betaling in gebruik geeft draagt er zorg voor die niet als ingezetene met een adres in de dat door gedragingen in of vanuit die gemeente in de basisregistratie personen is woning of dat erf of in de onmiddellijke ingeschreven, draagt er zorg voor dat door nabijheid van die woning of dat erf geen gedragingen in of vanuit die woning of dat ernstige en herhaaldelijke hinder voor erf of in de onmiddellijke nabijheid van die omwonenden wordt veroorzaakt. woning of dat erf geen ernstige en 2. Als de burgemeester een last onder herhaaldelijke hinder voor omwonenden dwangsom of bestuursdwang oplegt naar wordt veroorzaakt. aanleiding van een schending van deze 2.
Als de burgemeester een last onder zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen dwangsom of bestuursdwang oplegt naar geven over wat de overtreder dient te doen aanleiding van een schending van deze of na te laten om verdere schending te zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen voorkomen geven over wat de overtreder dient te doen 3. De last kan in ieder geval worden of na te laten om verdere schending te opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; voorkomen 3. De last kan in ieder geval worden b. hinder van dieren; opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: c. hinder van bezoekers of personen die a. geluid- of geurhinder; tijdelijk in een woning of op een erf b. hinder van dieren; aanwezig zijn; c. hinder van bezoekers of personen die d. overlast door vervuiling of verwaarlozing tijdelijk in een woning of op een erf van een woning of een erf; aanwezig zijn; e. intimidatie van derden vanuit een woning d. overlast door vervuiling of verwaarlozing of een erf. van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Toelichting In artikel 2:78 van de APV is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) op 1 januari 2021 is die beperking vervallen. In verband hiermee is artikel 2:78 aangepast. Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken. Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct een verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen.
De burgemeester kan dan dus – als ultimum remedium – direct aan een verhuurder een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen.
Artikel 3:13 Weigeringsgronden Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 3:13, eerste lid sub d d. er aanwijzingen zijn dat in het besloten prostitutiebedrijf, de seksinrichting of het escortbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.
Middels deze toevoeging wordt de leeftijd voor prostituees die werkzaam zijn bij een vergunningsplichtig prostitutiebedrijf verhoogd naar 21 jaar. De APV sluit hierbij weer aan bij de APV van de gemeente Amsterdam. De leeftijdsverhoging wordt wenselijk geacht in de strijd tegen mensenhandel. Uit de jurisprudentie volgt dat een leeftijdsgrens van 21 jaar gesteld mag worden (ABRvS 5 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1818). Aangezien er op dit moment geen prostitutiebedrijven met vergunning actief zijn in de gemeente Diemen is er geen overgangsrecht nodig voor prostituees in de leeftijd tussen 18 en 21 jaar. Artikel 3:13B bijzondere gronden voor intrekking Bestaande tekst Nieuwe tekst Sub a Sub a a. Een minderjarige prostituee of een a. Een prostituee die de leeftijd van 21 nog prostituee zonder geldige verblijfstitel wordt niet heeft bereikt of een prostituee zonder aangetroffen. geldige verblijfstitel wordt aangetroffen.
De intrekkingsgrond voor een vergunning wordt aangepast aan de nieuwe leeftijdsgrens. Zie voor de verdere toelichting hetgeen hierboven opgenomen.